Vincent van Gogh en het Van Gogh Museum

16 mei 2020
"Elk nadeel heb zijn voordeel" wist Cruijff (of was het Van Hanegem...) en die wijsheid is ook van toepassing op de heropening van het Van Gogh Museum. Door de coronacrisis kunnen er vanaf 1 juni gedoseerd, dus mondjesmaat bezoekers worden toegelaten (zoals in alle musea), maar daardoor zal de liefhebber wel alle ruimte hebben voor een rondje slow art door het anders zo kneiterdrukke kunsthuis. Een wrange, maar wel ongekende 'luxe'. Goede reden om juist nu een bezoek te brengen aan het speciaal voor deze getroebleerde, doch geniale schilder opgerichte museum.

Een kunstnotitie vol geinige, doch volstrekt triviale feitjes en weetjes over een van Nederlands' beroemdste kunstenaar en 'zijn' museum.



1. 'Amandelbloesem', Vincent van Gogh, Saint-Rémy-de-Provence, 1890. @ en foto: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting). 2. 'Mand met sinaasappelen', 1888. 3. 'De Oogst', 1888. 2. en 3. collectie Van Gogh Museum, Amsterdam.
Het zal in 'Rijksmuseum Vincent van Gogh' heel rustig zijn in vergelijking met 2019, want toen deden er maar liefst 2,1 miljoen bezoekers - waarvan 80% uit het buitenland - het museum aan en dat gaat 'em dit jaar dus niet worden. (De reden is triest, maar wel...) een verademing: geen lange rijen voor de deur, geen toeristen en niks niet dringen geblazen.*
En gelijk ook een mogelijkheid om het gebouw eens wat beter te bekijken. Wist je dat Gerrit Rietveld het oorspronkelijke ontwerp maakte? De beroemde (meubel-)ontwerper en architect overleed in 1964 en uiteindelijk werd zijn schetsontwerp op punten aangepast en verder uitgewerkt door zijn compagnons Joan van Dillen en Johan van Tricht. In de loop der jaren werden er in en aan het gebouw wel verschillende wijzigingen aangebracht om de enorme toestroom te kunnen managen.
* Het corona-museum-protocol spreekt van één persoon of 'huishouden' per 10² meter netto-vloeroppervlak.

Op 2 juni 1973 werd het museum door toenmalig Koningin Juliana geopend en daarmee was de deal rond. Een overeenkomst tussen naamgenoot, neef en erfgenaam Vincent Willem van Gogh* (i.c. de Vincent van Gogh Stichting) en de Nederlandse Overheid. De Staat kreeg tegen een vergoeding van 15 miljoen gulden de permanente bruikleen van de grootste collectie ter wereld, bestaande uit 200 schilderijen van Vincent van Gogh en Paul Gauguin, 400 tekeningen en bijna al zijn 902 brieven**.
* en dat was weer de grootvader van de in 2004 vermoorde Theo van Gogh. ** Hier lees je meer over Vincent's boeiende correspondentie.

miskend genie

In amper tien jaar tijd (van 1880 tot zijn overlijden) maakte de kunstenaar circa 850 schilderijen en 1.300 werken op papier. Ik geef het je te doen! Vincent Willem van Gogh (1853-1890) leed aan ingehouden werkwoede - zoals hij het zelf zo mooi noemde, wetende dat hij 'pas' op 27-jarige leeftijd ging doen waar hij later wereldberoemd mee zou worden. Treurig genoeg pas ná zijn dood. Bij leven werd hij wel opgemerkt in de kunstwereld, maar had hij slechts één kleine tentoonstelling en verkocht hij maar twee schilderijen.






4. 'Zelfportret met verbonden oor', 1889. @The Samuel Courtauld Trust, The Courtauld Gallery, Londen. 5. 'Korenveld met patrijs', 1887. 6. 'Vaas met vijftien zonnebloemen', 1889. 7. 'Zelfportret als schilder', 1887-1888.  8. 'Zelfportret (als zenboeddhist)', 1888. 5. t/m 8.: collectie Van Gogh Museum, Amsterdam. 9. Isaac Israels, 'Vrouw en profiel, voor Zonnebloemen van Van Gogh', 1918. Museum de Fundatie, Zwolle.
Het geploeter van een geniale en geïsoleerd werkend kunstschilder met overspannen nerven: al snel na zijn dood nam de interesse voor het leven van Van Gogh toe. Allerlei spookverhalen en complottheorieën deden de ronde over hoe de "loner" had geleefd en hoe hij aan zijn einde was gekomen. Dat afgesneden oor heeft altijd tot de verbeelding gesproken. En had hij zichzelf met een pistool in de borst geschoten (ja) of was hij slachtoffer van een moordaanslag (nee).
In de vaak gedramatiseerde publicaties, biografieën en films die in de loop der jaren verschenen, liepen feiten en fictie nogal eens door elkaar. En met name door die, vaak uit de duim gezogen verhalen werd Van Gogh een wereldwijd icoon.

"vindt maar mooi zooveel je kunt, de meesten vinden niet genoeg mooi." Uit een brief aan broer Theo, januari 1874, brief #17

Zoals zo vaak waren het collega-kunstenaars die als eersten het oeuvre van Vincent van Gogh op waarde schatten en tot inspiratiebron maakten. Goed voorbeeld daarvan is Isaac Israels: hierboven zie je het prachtige 'Vrouw en profiel, voor 'Zonnebloemen van Van Gogh' (uit 1918). Heel letterlijk zijn elementen van Van Gogh gebruikt in een aantal van Israels' eigen kunstwerken. 

Een van de missies van het Amsterdamse Van Gogh Museum is te laten zien 'hoe en waarom' Vincent van Gogh al sinds jaar en dag kunstenaars inspireert: "of het nu gaat om zijn levensloop, onderwerpkeuze, kleurgevoel of penseelstreek. Elk jaar maakt het museum kleine, wisselende presentaties met enkele moderne of hedendaagse kunstwerken."

rijzende ster

Ook het Kröller-Müller Museum op de Hoge Veluwe heeft een flinke collectie Van Gogh-kunstwerken - bijna 90 schilderijen en ruim 180 tekeningen, en dat is te danken aan de schatrijke oprichter en naamgever Helene. Zij was erg onder de indruk van de post-impressionist: "ze herkende zijn worsteling met het geloof en zijn behoefte aan spirituele diepgang." Aangespoord door kunstkenner H.P. Bremmer begon zij in 1908 op grote schaal met het aankopen van werk van Van Gogh, terwijl niemand dat nog deed. En dat viel op, met als gevolg dat Van Goghs waarde in de kunstwereld enorm ging stijgen. 






10. 'Zeegezicht bij Les Saintes-Maries-de-la-Mer', 1988. Van Gogh Museum. 11.  'De zaaier', (foto en) collectie Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting). 12. 'Korenveld achter Saint Paul's ziekenhuis', 1889, Museum Folkwang, Essen (Dld). 13. 'Landweg in de Provence bij nacht', 1890. Kröller Müller Museum. 14. 'Moestuinen op Montmartre', 1887. Stedelijk Museum Amsterdam. 15. 'Postbode Joseph Roulin', 1888. Kröller Müller Museum. 
Steeds vaker werden er tentoonstellingen met het werk van Van Gogh geprogrammeerd. In de twintiger jaren ging de Kröller-Müller-collectie op reis door Duitsland, Zwitserland en België. In 1935 ook on tour in de VS: in New York ontstond een heuse Van Gogh-hype.
De grote verzameling van Ir. Vincent Willem van Gogh lag aanvankelijk op zolder in zijn huis in Laren te verstoffen, totdat ook hij doordrongen raakte van de bijzondere betekenis van de kunst van zijn oom. In 1945 werd er een grote expositie in het Stedelijk Museum Amsterdam gehouden, gevolgd door tientallen vertoningen over de hele wereld, totdat deze schilderijen, tekeningen en brieven - zoals gezegd - in 1973 onderdak vonden in het toen nieuwe Van Gogh Museum.

sleutelhangers, behang, dekbedden, leesbrillen

Na de 2e Wereldoorlog kwam ook de Van Gogh-merchandising op gang. Eerst nog bescheiden: in het Stedelijk werd - na die succesvolle expositie, besloten om reproducties te gaan maken van 34 topstukken. Voor de productie daarvan werd zelfs een speciale afdeling opgericht (die ook schilderijen en tekeningen van andere kunstenaars op posters ging afdrukken en dat tot 1993, toen het Van Gogh Museum dus al 20 jaar in bedrijf was).

Dat commercieel exploiteren van de populariteit van Van Gogh bleek een hele lucratieve handel en dat is een understatement. De hebbedingen zijn niet aan te dragen! Vincent is de meest gereproduceerde artiest ter wereld, met een eindeloze hoeveelheid aan producten. You name it of het is er. In elke museumwinkel ter wereld en kijk voor de lol maar eens in de webshop van zijn eigen museum.
Zeer recent nog ging het kunsthuis een samenwerking aan met Daily Paper, een hip streetstyle kledingmerk dat ook onder "jongvolwassenen met migratieroots" erg populair is. Een nieuwe doelgroep.

Van Gogh leent uit

En nu kan iedereen een "Van Gogh" aan de muur hebben hangen.
"In aanloop naar de dag dat het Van Gogh Museum zijn deuren weer kan openen voor het publiek leent het museum bijna echte schilderijen van Vincent van Gogh uit aan fans en bezoekers", aldus het museum. "Ken jij iemand die een bíjna echte Van Gogh boven de bank verdient? Nomineer hem of haar hier en maak diegene blij met een Van Gogh in huis." 
Leuke geste? Mwah...? Het is niet 'hebben en houwen': de uitverkorene krijgt de - oké, wel knappe - reproductie slechts twee weken te leen. Een beetje zuunig....




16. 4 krijttekeningen. Van Gogh Museum. 17. 2e voorstudie 'De Aardappeleters' uit 1885. Kröller Müller Museum. 18. 'De slaapkamer', Arles, 1888. Collectie en foto: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting). 19. 'Besneeuwd landschap met Arles in de achtergrond', 1888. Van Gogh Museum. 
Afgelopen maandag 11 mei bezocht minister Van Engelshoven (OC&W) het Van Gogh Museum. "Het werkbezoek stond in het teken van de gevolgen die de coronacrisis heeft voor musea en de maatregelen die getroffen worden om de collecties op een veilige manier te kunnen tonen aan het publiek", aldus het persbericht.

Ik kan het niet nalaten: Beste mevrouw van Engelshoven, die 300 miljoen voor de cultuursector is een fooi; een lachertje.
Een grimlach wel te verstaan....


-X-


De **** (4-sterren) tentoonstelling 'In the Picture', waarover ik deze blogpost schreef, is verlengd tot 30 augustus. Het museum verwacht de digitale ticketverkoop vanaf maandag 25 mei te herstarten voor de eerste bezoeken in juni.

#staysafe en #reisnietindespits als het niet nodig is....


Van Gogh merchandise.
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld: zie foto's.
Bronnen: Van Gogh Museum; 'Vincent uit de doeken', uitgave bij een expo in het Noordbrabants Museum; Wikipedia.

De molensteenkraag: fashion statement uit de 17e eeuw tot nu

9 mei 2020
Je outfit is pas compleet met de juiste accessoires: ditjes en datjes die zorgen voor een geslaagde look. En maak dan gerust een fashion statement. Een mooie sjaal, trendy bril, een opvallend sieraad, kekke stropdas of een zwierige panama, als het maar opvalt.

Ook in het verleden wilde men met kleding een overtuigend gebaar maken en een goed voorbeeld daarvan is de molensteenkraag. Het onding - mooi, maar erg onhandig - werd aan het einde van de 16e eeuw door de Spanjaarden in de Nederlanden geïntroduceerd. (Beetje vreemd, want Spanje was onze aartsvijand). En ook relatief kort in de mode, maar met een enorme impact, want ook nu nog zeer tot de verbeelding sprekend.
Kijk maar...



1. Frans Hals, 'Portret van Pieter Jacobsz Olycan', ca. 1630. 2. Figuurtegel vrouw met molensteenkraag en mof, 1625-1675, Collectie (en foto) ©Museum Rotterdam. 3. Rembrandt: Haesje Jacobsdr van Cleyburg, 1634.
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in dat onderdeel van de vroeg-17e eeuwse dress code. Een kraag die - letterlijk en figuurlijk - als een molensteen om (puriteinse) West-Europese nekken moet hebben gehangen*. Zo ook in de Lage Landen. Want waarom en hoe dan? Tijd voor enig onderzoek.
* Die uitdrukking komt uit de Bijbel (Mattheüs 18.6). "Maar wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem geweest zijn dat een molensteen aan zijn hals gehangen was en hij in de diepte van de zee gezonken was."

uniseks

Op bijna alle stijfdeftige schilderijen uit het einde van de 16e en de eerste helft van de 17e eeuw zie je mannen én vrouwen - dus genderneutraal - met dit in het oog lopende modeverschijnsel. Neem Frans Hals. Op portretten en schuttersstukken van deze Hollandse oude meester staan allerlei varianten van 'De Kraag', gepenseeld met de voor hem zo karakteristieke losse toets. Op het schilderij 'Stoet van officieren en onderofficieren van de St. Jorisdoelen' uit 1639 (zie foto 4) tel ik zeven ijzervreters die enige vorm van molensteen om de nek hebben. De andere houwdegens dragen ietwat bescheidener, platte, vaak geheel van kant of met kant afgezette kragen.
Dan onze schildertrots Rembrandt. In de dertiger jaren van de 'Gouden' eeuw - het waren zijn succesjaren - schilderde hij meerdere statige portretten van Hollandse celebs met de hier bedoelde halsbedekking. En natuurlijk 'De Nachtwacht', waarop je verschillende modelletjes kunt bewonderen. Het schilderij dateert uit 1642 en toen was de rage eigenlijk al over zijn top. Al een beetje passé. 

hoed u voor ijdelheid

Wie het breed heeft, laat het breed hangen. Typisch gevalletje 'show off'. Ondanks ons calvinisme van "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg" wilde men zich (toen ook) onderscheiden en dan is 'hoe groter' wel degelijk 'hoe beter', want 'des te rijker'. Size does matter. De kraag benadrukte de status; de rang en stand van de drager.
Wel op zwarte kleding: dat was in de mode en het had een sobere, vrome* uitstraling. Daarnaast was - voor het zwart-verven van stof - veel arbeid en kostbare, geïmporteerde pigment nodig en dus kon je ook met het diepe zwart pronken.
 * "De couleur onser cleederen moet zedigh ende stemmig wesen, niet blickerigh, uytwendigh, noch weer-schijnig", aldus de vrome predikant Willem Teellinck in 1620. 






4. Frans Hals, Stoet van officieren en onderofficieren van de St. Jorisdoelen, 1639. Collectie en foto: @Frans Hals Museum. 5. Frederick Henry (naar M.J. van Miereveld). ongedateerd. 6. Jan Anthonisz. Van Ravesteyn - Portret van Ernestine Yolande, prinses van Ligne, na 1618. 7. Plooikraag, à la confusion, circa 1615-1635, collectie en foto @Rijksmuseum Amsterdam. 8. Spotprent op de stijve plooikraag, ca. 1600, Anoniem. Collectie en foto @Rijksmuseum Amsterdam. 9. Pauselijke bewakingseenheid van Vaticaanstad: de Zwitserse garde,  - Photo_news. 
Het begon als een klein, los opstaand halsboordje ter bescherming van de bovenkleding. En steeds een tikkeltje groter wordend, raakte aan het einde van de 16de eeuw de molensteenkraag*, ook wel fraise a la confusion in zwang naar het voorbeeld van de toen geldende mode in Spanje. Een beetje vreemd, want - zoals gezegd - waren de Lage Landen sinds 1568 verwikkeld in de 80-jarige oorlog tegen de Spaanse overheersing en waarom zou je een modegril van de vijand overnemen?  Maar ja, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk (om de Bijbel nog maar een keer aan te halen).
* lubben-, lobben-, plooi- of pijpkraag.

fraise a la confusion

Vroege molensteenkragen waren altijd hagelwit, breed uitstaand, regelmatig geplooid en gesteven, hoog op de keel gedragen. Soms ook nog eens afgezet met handgeklost kant (zie foto 5 en 6). Een knap staaltje textielbewerking, want het vervaardigen was een ingewikkeld, heel precies en dus tijdrovend karwei. Gemaakt van fijndradig, linnen batist, dat vaak zo delicaat was, dat het haast doorschijnend leek (en dat is goed te zien op de portretten van Rembrandt. Daar schemert de ondergrond soms door de kraag).
Na gewassen, gebleekt en gesteven* te zijn, werd het doek gelubd aan een boord vastgezet en daarna met een rondzet- of pijper-ijzers bol gestreken. Kostbaar, want voor een sterk geplooid exemplaar was meer dan 15 meter batist nodig.
Er bestond een grote variatie in vorm en hoogte van de plooien, die naar de smaak van de drager kon worden aangepast. En ze werden ook steeds breder, waardoor zo'n gevaarte met een goud of zilveren draadwerk, een zogenaamde 'portefraes', in vorm gehouden en ondersteund moest worden.
* met water aangelengde tarwe-zetmeel.

'in zijn lobbe zijn' 

(in zijn schik zijn, verheugd zijn.)

Het mode-accessoire had ook consequenties voor de haardracht. De dames droegen een (kanten) mutsje of een hoog opgewerkt kapsel; de heren kozen noodgedwongen voor een korte coupe (vaak met puntbaardje en snor), omdat de lokken anders verstrikt zouden raken in de plooien van de kraag. 
En wat dacht je van het draagcomfort? Of beter: het gebrek daaraan. Wanneer de 17e eeuwse Vip's het stijve modelletje droegen, dan moesten zij het hoofd wel fier overeind houden, want de kraag belemmerde vrijwel elke nekbeweging. Probeer dan maar eens netjes en zonder te morsen je zilveren lepel naar je mond te krijgen. En het wassen van zo'n spierwitte kraag zal een crime zijn geweest (en dat zonder Oxi of Vanish). Denk tomatensoep, bietjes en rode wijn :-(.






10. Frans Hals, Feestmaal van officieren van de Cluveniersschutterij, 1627. 11. Max Liebermann, 'Officieren', 1903. 12. André Mniszech, Portret van Daniël Franken', 1877. 13. Ferdinand Roybet, 'Portret van de schilder Antoine Guillemet', ca. 1900. 14. Frank Duveneck, 'Man met een kraag', 1875. 15. Yeomen of the Queen's Body Guard, oftewel Beefeaters. Bewakers van de Londense Tower.
Wat een verademing moet het zijn geweest toen die stijve plooiboord langzamerhand van het toneel verdween. Naarmate de tijd verstreek (zo rond 1630) werden de kragen steeds slapper en minder geplooid (zoals dus ook te zien op het Schuttersdoek van Frans Hals: foto 4). Leuk weetje: nog vrij lang bleef de molensteenkraag een verplicht onderdeel van de Joodse kleding.

De Kraag en de modernen

Begin 2019 opende in het Frans Hals Museum de expositie 'Frans Hals en de Modernen'* waarin te zien was hoe kunstenaars door de eeuwen heen beïnvloed en geïnspireerd raakten door hun illustere voorganger Frans Hals. In die tentoonstelling werd ook aandacht besteed aan 'De Kraag', want het schilderen daarvan kreeg in de negentiende eeuw - en dan met name onder kunstschilders in München - een nieuwe boost.
De door Frans Hals zo los en vlot geschilderde kragen waren een mooi voorbeeld van zijn schildertrant en ook een uitstekend studie-object (zie de kraag-versies van Max Liebermann, André Mniszech, Ferdinand Roybet en Frank Duveneck: foto 11 t/m 14).
* ik maakte een blogpost over die vertoning in het Fans Hals Museum.

Tot op de dag van vandaag is het historische modeverschijnsel actueel. Want wat dacht je - retorisch - van de traditionele zwartepieten-outfit? Maar ook op de catwalks van de grote modehuizen én in het 'gewone' straatbeeld. Tenminste? Je moet daarvoor wel naar de Tower in Londen of naar Vaticaanstad in Rome. Bij een bezoek aan een van deze toeristische trekpleisters zie je bewakers (resp. de Beefeaters en de Zwitserse Garde) met - oké.... een ietwat slap aftreksel van wat ooit een pijpkraag moet zijn geweest.

In 2012 maakte ik kennis met het werk van kunstenaar Hendrik Kerstens, als maker van het campagnebeeld voor de VPRO-televisieserie 'De Gouden Eeuw' met presentator|historicus Hans Goedkoop. Daarin wordt maar al te duidelijk dat ook hij gefascineerd was (is) door de kragen-rage.
Hetzelfde geldt voor Marie Cecile Thijs. Zij fotografeerde de enig overgebleven, authentieke 17e eeuws lubbenkraag uit de collectie van het Rijksmuseum (zie foto 7), die zij naderhand digitaal in haar portretten monteerde. Het werd een serie met een jong meisje en verschillende katten.
Voor beide fotografen geldt dat de door hen gekozen lichtinval de associatie met de Hollandse Meesters uit de 17e eeuw alleen maar versterkt. Allemachtig prachtig.




16. Campagnebeeld 'De Gouden Eeuw' van Hendrik Kerstens, 2012. 17. Hendrik Kerstens, 'Paula', foto gemaakt vanuit het fotoboek van de fotograaf. (Flatland Gallery)18. Op een molensteenkraag geinspireerd halssierraad van #dutchduodesign. 19. Givenchy 2008 Photograph: Francois Guillot/AFP.
Ken je 'Tussen kunst en quarantaine'? Op Instagram een heus én inmiddels internationaal (Corona-) tijdverdrijf. Kies een - liefst beroemd - schilderij en maak deze thuis zo goed mogelijk na. Extra uitdaging: je mag maar drie spullen uit je huis gebruiken.
En onvermijdelijk: ook daar is de molensteenkraag te vinden....


-X-


En dan nog even dit....
Joepie! De musea mogen - naar alle waarschijnlijkheid en met de nodige maatregelen - vanaf 1 juni weer open! Ik ga - als nooit tevoren - de draad weer oppakken en je met enige regelmaat bestoken met het broodnodige kunstnieuws.
So stay tuned (of beter nog: like mijn Facebook- of Instagram-pagina en/of ontvang een melding via de mail - zie rechter-sidebar).

https://www.instagram.com/maria_rosenblatt/
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie de diverse foto's).

Stedelijk Museum Amsterdam 125 jaar: let me be your guide

3 mei 2020
125 jaar jong: het Stedelijk Museum Amsterdam viert dit jaar haar 125-jarige bestaan. (Normaal) reden voor een feestje.
Het museum startte in 1895 met een ratjetoe aan spullen (van schuttersvaandels tot poppen; een 18e eeuwse keuken en een oude apotheek) en twee bescheiden privé-schilderijcollecties. Nu is het gebouw op het Museumplein het grootste museum voor moderne en hedendaagse kunst en vormgeving van Nederland met (normaal) gemiddeld zo'n 700.000 bezoekers* per jaar. Een roem(be)rucht kunsthuis dat "dynamisch, eigenzinnig, participatief (?), toegankelijk en zelfkritisch" wil zijn.
* eind 2019 op een gedeelde vierde plaats van meest bezochte musea in Nederland.

Let me be your guide.





1. Emaille reclamebord ontworpen door (jonkheer) Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk. 2. Barnett Newman, Cathedra' 1951. 3. Er zijn nog drie nissen zijn leeg... 4. Op de voorgrond de (vrachtwagen)liftschacht voor de aan- en afvoer van kunst, daarachter 'de Badkuip' en dan de oudbouw.
Let me be your guide. Dat ga ik doen en tevens de titel van een naslagwerk in pocketformaat, dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de herinrichting van 'de badkuip' in 2017. Aan de hand van foto's van 100 kunstwerken leer je uit de brochure wat je zou willen (of moeten) weten over moderne kunst en design.
De handleiding leidt je kriskras door de vaste collectie die uit zo'n 90.000 objecten bestaat en die alle kunstvormen en alle belangrijke stromingen van de 20e en 21e eeuw vertegenwoordigd. Een fijn aandenken aan een bezoek aan het eigenzinnige Amsterdamse kunsthuis. (Dat - ietwat pedant - genoeg zegt te hebben aan de betiteling 'Het Stedelijk', terwijl er in Nederland meerdere Stedelijke Musea* zijn :-)
* Schiedam, Alkmaar, Coevorden, Zutphen, Breda, Kampen, Zwolle, Vianen, Ypenburg. 

de vereeniging met de lange naam

Het begon allemaal heel bescheiden met de stedentrots van twee Amsterdammers* in goeden doen. Zij lieten een deel van hun geld en hun privé-verzamelingen - een allegaartje aan spullen - na aan de stad, op voorwaarde dat met het geld een museum gebouwd zou worden ("eene gewillige verplichtinge opleggende"). En zo geschiedde en wel aan de rand van de stad, waar een paar jaar eerder ook het Rijksmuseum en het Concertgebouw uit de weidegrond waren gestampt.
In 1895 opende het in neo-renaissancestijl door architect Weissman ontworpen gebouw haar deuren. Geinig weetje: in de oorspronkelijke voorgevel aan de Paulus Potterstraat werden nissen gemaakt waarin sculpturen konden worden geplaatst. In de meeste zie je klassieke beelden, maar drie staan nog leeg (zie 3e foto).
* douairière Sophie A. Lopes Suasso-de Bruyn en C.P. van Eeghen.

Naast de (schilderijen, antiek, curiosa en prullaria-) collectie van de twee gulgevenden kreeg ook de schilderijenverzameling van de Vereeniging tot het Vormen van eene Openbare Verzameling van Hedendaagse Kunst (oftewel 'de Vereeniging met de lange naam') in het museum onderdak. Voor de inrichting koos men voor de, toen heel gebruikelijke en oh zo knusse 'salonstijl': gekleurde baksteen, stijlkamers met een mengelmoes aan wandbetimmeringen, muur- en plafond-beschilderingen en schoorsteenmantels (uit gesloopte 17e, 18e en 19e eeuwse grachtenpanden) met veel pluche, tapijten en planten. Toentertijd heel en vogue.





5. (Links) Martial Raysse, Peinture Haute Tension' 1965 en (rechts de kopie of 'herhaald') Elain Sturtevant uit 1969. 6. (Uitsnede) Marc Chagall, Verliefd paar, 1925. 7. Roy Lichtenstein, As I Opened Fire' 1964. 8. Pablo Picasso, Femme nue devant le jardin, 1956. 9. (l.) César Domela, Composition néo-plastique no. 5 E, 1924-1925 en (r.) Piet Mondriaan, Compositie no.IV, met rood, blauw en geel, 1929. 10. Jeff Koons, Ushering in Banality, 1988. © Jeff Koons, 2007.
Maar niet voor lang. In de loop van de jaren dertig veranderde het gebouw met de 19e eeuwse kneuterige en donkere toonzalen in een modern kunstmuseum en het 'soepzooitje' aan antiek, Aziatische kunstnijverheid, curiosa en bric-a-brac verdween langzamerhand en stapsgewijs naar andere musea. Muren werden gewit; de schilderijen werden verder uit elkaar gehangen (less is more) en de tuttige huiselijkheid maakt plaats voor het modernisme: licht, lucht en ruimte.

huis van de moderniteit

In de Tweede Wereldoorlog bleef het Stedelijk grotendeels open, maar in afgeslankte vorm. Doortastend werden de topstukken - nét voordat de Duitsers ons land bezette en in het geheim, afgevoerd en opgeslagen in een door de Amsterdamse musea aangelegde bunker in de Kennemerduinen. Het verhaal gaat dat de eigen medewerkers om de beurt de wacht hielden (over een betrokken taakopvatting gesproken...).
Hoewel op last van de Duitse bezetters het Joodse personeel moest worden ontslagen en er nationaal-socialistische exposities werden georganiseerd, was er wel degelijk sprake van burgerlijk verzet. Directeur David Röell voerde stil protest en zijn assistent (en vanaf 1945 zelf directeur van het Stedelijk) Willem Sandberg ging verder dan dat en raakte betrokken bij het kunstenaarsverzet. Hij hielp bij het drukken van illegale verzetsbladen en het vervalsen van persoonsbewijzen en was betrokken bij de voorbereiding van aanslagen.

knoeiers, kladders en verlakkers

Na de oorlog pakte Sandberg de draad weer op en werden er meer vooruitstrevende nieuwigheden ingevoerd, volgens het credo: "verrassingen, onverwachte combinaties en nieuwe dwarsverbanden in moderne kunst en vormgeving."
Reuring en commotie bleek nooit ver weg en dat tot op de dag van vandaag. Zo sprak in 1949 het journaille er schande van: de kunstenaars van de pas gevormde CoBrA-groep - “knoeiers, kladders en verlakkers” - kregen alle ruimte om hun eerste expositie in te richten. Op twee plekken in het museum maakte Karel Appel met zijn ongeremde scheppingsdrift ("dat kan een klein kind ook") muurschilderingen. Voor het grote publiek allemaal erg onwennig.
Er kwam een nieuwe vleugel met bibliotheek en restaurant. Ook lanceerde het museum onder Sandberg workshops voor kinderen en introduceerde het in 1952 als eerste museum ter wereld de draadloze audiotour.





11. Barbara Kruger, Untitled (Past, Present, Future)' verworven in 2012. 12. Zaaloverzicht met Karel Appel, Mens en Dieren, 1949. 13. Robert Mangold, Two Color Frame Painting(s), 1984. 14. meubilair uit de Clay-serie van Maarten Baas. 15. Drifter van Studio Drift, 2017. 
In de zestiger jaren nam Edy de Wilde het stokje over en hij bepaalde dat het museum geen kunst meer zou kopen dat ouder was dan twintig jaar. Het Stedelijk werd een 'Wondertent' zoals de kranten het noemden. Een experimenteerplek: "de kunst was er niet alleen jong: ze werd er vaak ook geboren."

institutionele kritiek en kunst is pretentie

Het waren roerige tijden met een aantal spraakmakende exposities. In 1969 was er 'Op Losse Schroeven', waarin kunstenmakers het instituut 'museum' aan de kaak stelden. De conceptuele Jan Dibbets ondergroef het kunsthuis (letterlijk) door de vier hoeken van het gebouw 'uit te graven'. Marinus Boezem vond dat het 'ouderwetse en gesettelde' Stedelijk wakker geschud moest worden. Tijd voor een frisse wind, vandaar dat hij beddengoed uit de ramen te luchten hing (foto 16). Natuurlijk de geruchtmakende performances van Marina Abramović en Ulay.
Zoals gezegd: never a dull moment. In 1989 kocht toenmalig directeur Wim Beeren het controversiële 'Ushering in Banality' van Jeff Koons. Schande, want - quote | unquote - superkitsch uit oma's porseleinkast en de big van Beeren (foto 10).

In de jaren negentig werd het steeds duidelijker dat het museum toe was aan een flinke renovatie én uitbreiding. Uiteindelijk ging in 2004 de (ver)bouw van start en werd het ontwerp van Benthem Crouwel Architecten - voor wat in de volksmond 'de badkuip' is gaat heten - uitgevoerd. En ja/nee, over smaak valt niet te twisten (dus flink veel heisa): spectaculair is het wel.
Na de nodige vertraging en overschrijding van het budget (weer bonje) opende in 2012 met de deur aan het Museumplein (in plaats van aan de Paulus Potterstraat) het in tentoonstellingsruimte verdubbelde Stedelijk Museum. Een jaar later verdween toenmalig directeur Ann Goldstein via de zijdeur, zoals dat dan heet.

'subsidiespons'

Maar dan zijn we er nog niet qua heibel, want in 2016 ging de kelder van de nieuwbouw al weer dicht voor een herschikking en die verbouwing zou ruim een jaar gaan duren en (weer) behoorlijk prijzig uitvallen. Na drie jaar op de directeursstoel te hebben gezeten, kostte de 'Stedelijke Base' directeur Beatrix Ruf de kop. Of waren het haar neveninkomsten? Veranderende machtsverhoudingen? Een gebrek aan fingerspitzengefühl? Wie zal het zeggen?
(Mijn blogposts over die nieuwe indeling van 'de Badkuip' lees je hier en hier).






16. Marinus Boezem, Beddengoed uit de ramen van het Stedelijk Museum, Amsterdam, 1969. 17. en 18. Jordan Wolfson. 19. en 20. Jean Tinguely. 20. Günther Förg, de uit 22 delen bestaande 'Untitled' uit 1991.
Sinds december 2019 is Rein Wolfs directeur van het Stedelijk. Hopelijk is het museum met die benoeming in een rustiger vaarwater gekomen. Hoewel, voor een kunsthuis dat eigenzinnig wil zijn, is opschudding en ontregeling ook een must. In ieder geval op kunstzinnig vlak...

In verband met de corona-crisis is het onduidelijk hoe het programma er voor dit jubileumjaar uit zal gaan zien. Uiteraard hou ik je op de hoogte.


-X-


In dit relaas zie je foto's van de vaste collectie en van een aantal spraakmakende exposities van de laatste jaren: goeie herinneringen, zoals aan die van Jean Tinguely (eind 2016); Jordan Wolfson (voorjaar 2017) en Günther Förg (zomer 2018).

Een paar oude expositie-boekjes van het Stedelijk: Ed van der Elsken in 1961, 'De Renaissance der XXe eeuw' uit 1958, Wassily Kandinsky, 1947 en Paul Klee uit 1948.
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature