Willem van Veldhuizen met 'Almost Unreal' in Museum Jan van der Togt

16 maart 2019
'Almost  Unreal'. 't Is bijna onecht, zo echt. Willem van Veldhuizen schildert zonder haast zijn uitermate gedetailleerde, extreem realistische interieurstukken. De canvassen zijn de hedendaagse pendant van zijn beroemde voorganger Pieter Saenredam, die in de eerste helft van de zeventiende eeuw voornamelijk kerkinterieurs schilderde. Van Veldhuizen doet hetzelfde, maar dan van musea. De 'binnenhuisschilder' verbeeldt minutieus museumzalen. Hoe bijzonder is dat.

In Museum Jan van der Togt in de oude dorpskern van Amstelveen kun je verdwalen in musea 'all over de world'. Van The Big Apple naar Istanbul en van Kyoto naar de Veluwe. Slenter met mij van zaal naar zaal in de tentoonstelling 'Almost Unreal, Schilderijen 1978 - 2019'!



1. 'Paviljoen '92', 1992. 2. Zaaloverzicht met op de voorgrond 'Colour Dial' van Rive Roshan. 3. 'Museuminterieur Pompidou, Parijs', 1981.
De schilderijen van Willem van Veldhuizen (Rotterdam, 1954) volgen over het algemeen een vast patroon. In de veertig jaar van zijn artistieke praktijk schildert hij uiterst realistisch-ogende doeken met een sterke compositie en heel veel diepte. In het bovenste gedeelte - vaak een smalle strook - zie je de achterwand, een muur of een grote raampartij die uitzicht biedt op een tuin, park of patio, een rivier, de zee of een stedelijk landschap. We zien bijvoorbeeld de skyline van New York, Rome of Rotterdam. Het ruimtelijke gevoel wordt bereikt met licht, schaduw en weerspiegelingen. Op de voorgrond toont hij doorgaans een groot glimmend vloeroppervlak en alles is tot in detail en zeer nauwgezet geschilderd. "De meeste gebouwen die ik schilder, zijn gebaseerd op de gulden snede, dus belandt die verhouding automatisch ook in mijn werk."

slick and smooth

De interieurs zijn open, ruimtelijk en modern. Slick and smooth. Terughoudend ook en als een 'blank canvas', want zo'n museale omgeving is immers bedoeld om de daar getoonde collectie zo goed mogelijk tot z'n recht te laten komen. Heel clean en vaak met gladde vloeren, want dat is wel zo praktisch in een museum.
Luxe marmersoorten, graniet, travertin of gietvloeren die zonder uitzondering glad gepolijst zijn, waardoor een spiegelend oppervlak is ontstaan. Hoe mooi weerkaatst de schaarse meubilering - een enkele bank; een paar stoelen, maar dan altijd design-iconen, zoals de rood/blauwe stoel van Gerrit Rietveld, Marcel Breuer's Wassily-chair of de meubels uit de Barcelona-serie van architect en ontwerper Ludwig Mies van der Rohe. Soms ook een enkel kunstwerk - vaak een klassiek sculptuur op een sokkel dat in het hardsteen gereflecteerd wordt. In de interieurs van Van Veldhuizen verwijst hij vaak naar zijn favorieten in de kunst, zoals (o.a.) Michelangelo, Picasso, Man Ray, Rothko en Barnett Newman.






1. 'The New Museum NYC', 2010. 2. 'New York, Soho Rooms', 1999. 3. Detail. 4. 'Museuminterieur Kröller-Müller', 1981. 5. Zaaloverzicht  6. 'Louisiana', 1996. 
De structuur van de tegels en plavuizen is altijd fenomenaal getroffen en ze staan in schril contrast met de omliggende omgevingen. "De werkelijkheid van het gebouw of van de wereld daarbuiten weerspiegelt zich in die vloeren."

"Musea zijn kathedralen van de moderne tijd. Vroeger vergaapten mensen zich aan de Dom in Utrecht, nu gaan ze naar Tate Modern. Mij gaat het vooral om het architecturale aspect. Musea zijn ontdaan van alle overbodigheden om volledig ten dienste te staan van de kunst", aldus Willem van Veldhuizen in de bij de tentoonstelling uitgebrachte catalogus.

stilte, evenwicht en harmonie

En die fascinatie voor het architectonische heeft de Rotterdamse schilder gemeen met zijn illustere voorganger Pieter Saenredam. De 17de eeuwse Hollandse kunstschilder, tekenaar en prentmaker maakte gedurende zijn loopbaan zeer verfijnde tekeningen en schilderijen van het interieur van kerken en kathedralen. Ook in zijn werk komt het zogenaamde lijnperspectief heel mooi tot uiting. Op Wikipedia wordt het duidelijk uitgelegd. "Voor het perspectivistisch effect maakte hij (Saenredam, red.) gebruik van de lijnen van de pilaren en bogen, en wanneer hij schilderde vanuit een laag standpunt buitte hij de lijnen van de vloertegels uit. De resultaten van zijn uiterst nauwkeurige werk zijn niet zoals men zou verwachten koude, mechanische perspectiefstudies, integendeel, ze stralen warmte, sfeergevoel, ruimte en een serene rust uit."
En dat doet ook wel opgeld bij de schilderijen van Saenredam's 21ste eeuwse navolger. De door Van Veldhuizen geschilderde binnenruimten zijn geen "koude, mechanische perspectiefstudies', maar sfeergevoelige, ruimtelijke en rustgevende canvassen. En sommige doeken, vooral het latere werk, stralen wel degelijk warmte uit.






1. 'The yellow dress', 2017 en 'Narrow view with two dresses', 2011. 2. Zaaloverzicht met het 3-D geprinte werk van Olivier van Herpt. 3. 'Avenue Matignon', 1982. 4. 'Guggenheim IV', 2011. 5. Zaaloverzicht met 'Colour Wheels (editie 2)', 2019 van Rive Roshan. 6. 'Drie sokkels', 1993.
De achtergronden zijn vensters op de wereld. Elk schilderij is een trompe-l'oeil of doorkijkje naar een fictieve omgeving, want die zijn altijd samengesteld. Vandaar dat de schilder zichzelf ook geen hyper- of fotorealist noemt. Het is niet zo dat hij exact werkt naar een foto, inclusief de scherptediepte van dat beeld. Nee, de achtergrond, landschappen en skylines zijn altijd gecomponeerd. Ze zijn denkbeeldig. Neem het zicht op Rotterdam, Nijmegen of dat op New York. Niemand zal deze herkennen, want Willem van Veldhuizen plaatst markante elementen (zoals gebouwen en bruggen) naar eigen believen her en der in zijn schilderijen. Precies dáár waar de schilder ze hebben wil. Het is de compositie die bepaalt waar een object uiteindelijk komt te staan.

#emptymuseum

De lichtinval en de schaduwen tekenen de doeken van Willem van Veldhuizen. Levende wezens zijn nooit te zien, de ruimten zijn gedompeld in een roerloze rust.
"Ik zie een uitzicht, een schaduw op een sculptuur of een reflectie op een marmeren vloer en plotseling gaan al mijn haren overeind staan. Ik wil dat mensen echt goed kijken naar mijn werk. Pas dan zien ze de essentiële details die aan een oppervlakkige blik voorbijgaan. Ooit vertelde een verzamelaarskoppel me dat ik hen een 'meditatief venster' had gegeven, een plek waarin ze konden wegdromen. Dat was misschien wel het grootste compliment dat iemand me kan geven."

"Veertig jaar geleden raakte Willem van Veldhuizen gefascineerd door de bijna lege vertrekken die hij in musea vindt. De harmonie, de zalen waar niks overbodigs te vinden is, de focus op de kunst: ze houden hem nog altijd bezig. In zijn schilderijen hiervan vind je geen mensen maar stilte, en een overrompelend persoonlijke visie op ruimtelijkheid. Met zijn lichteffecten, reflecties en zijn doorkijkjes naar buiten doet Van Veldhuizens werk realistisch aan. Toch is het geen klakkeloze weergave van de werkelijkheid. Het is almost unreal."






1. 'Zicht op Nijmegen', 2006. 2. 'Kolbe's Patio I', 1991. 3. Vazen van Scholten & Baijings uit 2017. 4. 'Museuminterieur met twee stoelen', 1989. 5. 'Gezicht op Rotterdam', 2009. 6. 'St. Paul de Vence I', 1995. 
Naast schilderijen maakt Willem van Veldhuizen ook tekeningen naar model. In de expositie zijn dan ook een twintigtal figuurstudies te zien, die getekend zijn in het atelier van de Rotterdamse artiest. Daarnaast maakt hij incidenteel keramiek.

overzichtelijk: letterlijk en figuurlijk

In 'Almost Unreal' worden de doeken gecombineerd met enkele designobjecten. Je ziet schoenen van Iris van Herpen, glazen objecten van Scholten & Baijings, twee sculpturen van Rive Roshan, vazen van Olivier van Herpt en een installatie van Judith Roux. "Net als Van Veldhuizen spelen zij met licht, kleur en ruimte en met verschillende dimensies. In de museumzalen vervullen zij de rol die kunstwerken in de schilderijen van Van Veldhuizen innemen. Een multidisciplinair ensemble van schoonheid en verstilling", aldus de wervende tekst van het museum.

Één ding moet mij van het hart: ik ben geen groot fan van de zilverkleurige (of gouden) omlijstingen die om sommig werk is aangebracht. Maar hé, da's een kwestie van smaak en daarover ga ik met niemand twisten....


-X-


Mocht je de tentoonstelling willen bezoeken: de kunst van Van Veldhuizen is te zien tot en met 2 juni aanstaande. Kijk even op de website voor bezoekersinformatie.

Kunstenaar Willem van Veldhuizen et moi bij een van mijn favoriete werken. 'Museuminterieur Pompidou, Parijs', uit 1981: een geweldig hoge 'horizon' met design-beauties van Gerrit Rietveld.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

'Art Brut' in het Outsider Art Museum: kunst door buitenbeentjes

13 maart 2019
Tegendraads, intuïtief, paranormaal of een combinatie daarvan, met als grootste gemene deler dat het spontaan en gevoelsmatig moet zijn ontstaan. Ook hedendaagse volks- en naïeve kunst (door zondagsschilders of moderne primitieven) kun je eronder scharen. Outsider Art - want daarover heb ik het hier - is een containerbegrip dat toepasbaar is op een waaier van verschillende kunstuitingen.
Pure expressie, dat is waar het om draait. Niet gebaseerd op theoretische principes en zeker niet geschoold en/of (bij)geschaafd op een artistieke opleiding of kunstacademie. Vrije uitingen die zijn ontstaan vanuit ervaringen, voorstellingen, fascinaties en fixaties, droombeelden en angsten. "Outsider Art wordt niet bedacht, maar gedaan."

In het Outside Art Museum zie je 'Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst': 150 kunstwerken van 'buitenbeentjes' die halverwege de vorige eeuw de culturele beau monde in Parijs choqueerden.
Ik liet mij ter plekke informeren en maakte het navolgende artikel. Lees je mee?



1. Aloïse Corbaz, 'Scene met een gebloemde kus in gouache', 1947. Foto: Atelier de numérisation, Ville de Lausanne.1947. 2. Uitspraak van Jean Dubuffet: 'ware kunst duikt altijd op daar waar je het niet verwacht'. 3. Fleury-Joseph Crépin, 1947.
Het Outsider Art Museum is sinds maart 2016 ondergebracht in het mooie 17de eeuwse Amstelhof, waar ook de Amsterdamse dependance van de Hermitage huis houdt. Gelegen aan de kade van de Amstel nabij de Stopera, toont het museum "verrassende, niet-gepolijste kunst van mensen met een bijzondere achtergrond", aldus het museum.

Dus eerst maar even over die term 'Outsider Art'. Na raadpleging van Wikipedia blijkt dat dit begrip in 1972 werd bedacht door kunstcriticus Roger Cardinal als het Engels synoniem voor Art Brut. En Art Brut op zijn beurt, ('brut': Frans voor rauw, onbewerkt, onbeheerst) werd in '48 geïntroduceerd door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet. Hij gebruikte deze term om kunst te beschrijven van "meestal autodidactische kunstenaars die de regels van de conventionele kunstwereld negeren of afwijzen" en hij doelde daarmee op mensen met een verstandelijke beperking. Tenminste? Dat is de hedendaagse en politiek correcte term, maar in zíjn tijd zouden deze personen "gekken en dwazen" genoemd worden, of - in de bewoording van Dubuffet himself, als "fundamenteel asocialen".

buitenbeentjes

Goed. Terug naar Jean Dubuffet: bedenker van de term Art Brut en groot liefhebber. De Franse kunstenaar (1901 - 1985) - die zelf wel artistiek geschoold was aan de kunstacademie in zijn geboortestad Le Havre - werd in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw vooral bekend als schilder, tekenaar en graficus en later in zijn carrière als beeldhouwer van (buiten)sculpturen. Vaak wit, met dikke zwarte contourlijnen rond 'cellen'  in rood en blauw.
En wil je een geheugensteuntje over wie Dubuffet ook alweer was? In juli 2017 maakte ik een blogpost over de kunstenaar naar aanleiding van tentoonstellingen van zijn werk in de tuin van het Rijks-, en ín het Stedelijk- en Outsider Art Museum. Dat verslag lees je hier






1. Antinéa, 'Driehoek van de Waarheid', 1948. Fleury-Joseph Crépin, 1947. 2. Marguerite Sirvins, ca. 1944-49. 3. Tekst op de catalogus bij de expo in Galerie René Drouin, Parijs, 1949 ("Art Brut heeft de voorkeur boven culturele kunst"). 4. Henri Salingardes, 1936-43. 5. Jeanne Tripier, 1935-39. 6. Raymond Oui (Raymond R.), 'Meneer Ja Ja', ca. 1948.
Dubuffet was een groot bewonderaar van de intuïtieve en authentieke manier van werken van psychiatrisch patiënten, kinderen en autodidacten. Hij zag zichzelf creatief het liefst als één van hen: als collega-kunstenaar. Die onaangepaste en onbedorven creativiteit en de zeggingskracht van het werk vormde ook voor avant-gardistische kunstenaars zoals Dali en Picasso en voor de kunstenaars uit de CoBrA-groep: Appel, Constant en Corneille, een grote bron van inspiratie. Ook bij hen was het te doen om het hervinden van de directheid, het spontane en impulsieve dat zijzelf door de 'theorie' waren kwijtgeraakt.

trivia

(In de categorie 'leuk weetje, onzinnig feitje': Karel Appel schilderde enige tijd met zijn linkerhand, terwijl hij van nature rechtshandig was. Hij wilde zijn werk iets van de ongetrainde spontaniteit meegeven. "Mijn rechterhand", zei hij, "heeft op de kunstacademie gezeten". (Bron: Colin Rhodes uit Reflecties, Stedelijke Collectie).

zondagsschilders

Vanaf 1945 - direct na de Tweede Wereldoorlog - bouwde Dubuffet zijn eigen Art Brut-verzameling*  op. In zijn zoektocht naar nieuwe werken bezocht hij psychiatrische instellingen, zieken- en opvanghuizen en gevangenissen en speurde hij naar voorbeelden van de 'primitieve' en naïeve volkskunst. Het enige criterium was dat het 'oprechte' werken moesten zijn. Onversneden, onvervalste uitingen, die volgens Dubuffet "het bewijs waren dat deze kunstvorm een plaats verdiende in de kunstwereld. De gevestigde uitgangspunten, de academische blik en standaarden moesten omver worden geworpen ten gunste van een nieuwe, zuivere en spontane kunst", lees ik in de bij de tentoonstelling uitgebrachte catalogus.
* Zijn collectie is nu ondergebracht in de Collection de l’art brut in Lausanne in Zwitserland. 






1. Somuk, ongedateerd. 2. Fleury-Joseph Crépin, 1939-40. 3. Pascal-Désir Maisonneuve, 'De Tartaar', 1929-30. 4. Willi Otto Gappisch, 1946. 5. Gaston Chaissac, 'De dominee van Tournesac: de heer Robert Giraud', 1948. 
In 1949 organiseerde hij vanuit die groeiende collectie een tentoonstelling bij zijn vriend René Drouin in diens toonaangevende galerie in Parijs. De expositie bestond uit een selectie van ruim 200 werken uit zijn verzameling 'Compagnie de l’Art Brut'. Het was de eerste keer dat Art Brut; het werk van les imbéciles of "gedegenereerden" aan een breed publiek werd getoond. 

choquerende kunst

En zoals te verwachten was, riepen de in Galerie Drouin getoonde kunstwerken nogal felle reacties op. En dat is een understatement. Want deze 'creatieve' uitingen werden vooral geassocieerd met het ontbreken van elke artistieke kwaliteit, een idee dat in alle toonaarden werd bestreden door Dubuffet, die met zijn tentoonstelling precies het tegendeel wilde aantonen. Hij verdedigde het idee door te verkondigen dat Art Brut te verkiezen was (is) boven de 'elitaire, culturele' kunsten. Veel beter dan de uitingen van 'creatieve decadentie en de oververfijning'.
Zijn bedoelingen gingen veel verder dan het rechtvaardigen van deze zogenaamde 'nieuwe kunstvorm'. Hij wilde de 'primitieve' werken 'omduiden' en de manier van kijken naar deze, maar eigenlijk álle kunst, vernieuwen.
De tentoonstelling werd beschouwd als een revolutie in de kunst en heel veel van die werken die toentertijd de Parijse kunstwereld schokte, zijn nu - zeventig jaar na dato, voor het eerst te zien in de expositie in het Outsider Art Museum. 



1. Miguel Hernandez, 1947. 2. Berthe Urasco. 3. Joseph Degaudé-Lambert, 18e eeuw.
Voor hen die geïnteresseerd zijn in de vaak ontwapende, soms onnavolgbare Outsider Art dan is de tentoonstelling 'Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst' een must see.
Klein puntje van kritiek. De expositie is nogal donker. Niet zozeer qua beleving (de kunst is niet per se deprimerend), maar - geheel praktisch - er is weinig licht op zaal.


-X-


De tentoonstelling is te bezoeken tot en met 25 augustus aanstaande. En zoals altijd luidt het advies: kijk even op de site voor bezoekersinformatie. 

Ik bezocht de Hermitage aan de Amstel op een grauwe, winterse februari-dag....
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

'Naakt of Bloot' in Museum Jan Cunen in Oss: vrouwelijk naakt in de kunst.

9 maart 2019
In de tentoonstelling 'Naakt of Bloot' in Museum Jan Cunen in Oss zie je sinds begin februari het vrouwelijk naakt in de kunst. Maar waarom dat of? Naakt óf bloot? Is dat niet hetzelfde dan? Als je bloot bent, dan ben je toch ook naakt (en andersom)?
En hoe zit het met bloot of naakt (whatever) op social media? Denk nipplegate. In aanloop naar de vertoning in Oss werd de promotiefoto van het Museum van de socials verwijderd, omdat er naakt in te zien was. "Aanstootgevend".  Dus het zekere voor het onzekere nemend én vooruitlopend op die censuur van Facebook, heb ik de foto van het kunstwerk van Johannes Hindrikus Egenberger - zie hieronder - geblurd. Eens kijken wat er gebeurt...
Want hoe preuts zijn we eigenlijk? Of, hoe preuts willen we zijn?

"Museum Jan Cunen voelt de noodzaak om de actuele maatschappelijke discussie die ten aanzien van naakt en bloot heeft postgevat, zichtbaar en bespreekbaar te maken."
Kijk mee naar het blote feit van de naakte waarheid!
Mooi, man.



1. 'Geblurd': Johannes Hinderikus Egenberger, 'Liggend naakt', 1897. 2. Carla van de Puttelaar, 'Galateas', 2006. 3. George Hendrik Breitner, 'Liggend naakt', ca. 1887.
Je zou zeggen dat naakt en bloot hetzelfde is, maar nee, toch niet. Tussen die twee zit een klein nuanceverschil. Je staat bloot onder de douche, maar je wordt naakt geboren. Niet bloot. Bij een onderzoek naar het onderscheid, bleek dat de geïnterviewden bij de twee woorden verschillende associaties hebben, ook al zijn de woordenboek-definities gelijk. De uitkomst was als volgt: bij porno zijn mensen bloot, op schilderijen zijn mensen naakt. Naakt en bloot roepen allebei de koppeling 'mooi', 'koud', en 'seks' op, maar de volgorde verschilt: bij naakt scoort 'mooi' het hoogst, bij bloot komt 'seks' op de eerste plaats (bron: Kennislink)
Op schrijfwijzer.nl vond ik ook een leuke invalshoek, namelijk die van 'gezegden'. We doen er een paar, dan wordt het wel duidelijk: op naakte voeten; een blootmodel; een naakte jurk; open en naakt; blootschilderijen; blootstrand; iets naakt leggen en spierbloot. Oftewel 'het naakte feit en de blote waarheid'.

Blootfoto's zijn (vaak) porno en naakt schilderen is kunst

Neem zoiets als de striptease of het langzaam ontbloten. In dat geval zeg je niet: het langzaam ontnaakten. Daarnaast staat strip voor het ontbloten en tease voor de op te wekken prikkeling door de verwachting van de volgende stap. Het gaat niet om wat inmiddels bloot is, het gaat om wat nog ontbloot moet worden. En zodra de persoon helemaal zonder kleren is, dan is die bloot en niet naakt (bron: Hollands Maandblad).

naakt in de kunstgeschiedenis

Stervelingen worden dus naakt geboren, maar zijn bloot als ze geen kleren aan hebben. Goden en godinnen hebben nooit kleren aan gehad en daarom zijn er altijd prachtige, geïdealiseerde afbeeldingen geweest van naakte Griekse en Romeinse godheden. 'Gewone' blote mannen en vrouwen: that's not done. Dat is seks of - erger nog - porno. Zeker in de negentiende eeuw. Een en al preutsheid. Blote lijven behoorden tot het domein van de slaapkamer. Mét slaapmuts, onder de dekens en met het licht uit.






1. Isaac Israels, 'Liggend naakt', ca. 1917. 2. Carla van de Puttelaar, beiden 'zonder titel', 1999. 3. Charissa van Dijk, 'Look at my nipple', 2018. 4. George Hendrik Breitner, 'Liggend naakt', 1887. 5. Isabelle Wenzel, 'Painting 9.2' en 'Painting 4.5', beiden 2016. 6. Isaac Israels, Vrouw in profiel, voor 'Zonnebloemen' van Van Gogh, 1918. 
Op de kunstacademies werden de klassieke, naakte beelden als model genomen, want - tot ver in de negentiende eeuw vond de publieke opinie het in strijd met het fatsoen om ontklede vrouwen te laten poseren. In het interessante glossy magazine dat bij de tentoonstelling is uitgegeven (en waar ik veel van deze wijsheid uit heb opgedaan), leer ik dat George Hendrik Breitner in 1885 als een van de eersten begon met het fotograferen, tekenen, etsen en schilderen van het vrouwenlichaam. (Hoewel? Is dat wel zo? Ook Rembrandt had er een handje van, getuige mijn blog over de expo 'Alle Rembrandts').

in je nakie

Geïnspireerd door het schilderij 'Olympia'* van Edouard Manet koos hij ervoor het naakte lijf niet te idealiseren. Zijn gewone en zeker niet goddelijke 'blote meiden' riepen veel afkeuring op bij het publiek (misschien wel 'goddelijk' qua lijf, maar niet voor wat betreft 'zedelijke normen en waarden'). Samen met kunstenaarsvrienden Isaac Israels en Willem Witsen deelde hij de modellen, die zij vaak rekruteerden onder de vrouwen in de Amsterdamse hoerenbuurten. En je begrijpt: dat gaf de nodige ophef.
dit realistische naaktwerk veroorzaakte in 1862 een groot schandaal op de Salon, de belangrijkste jaarlijkse kunstexpositie in Parijs. Geen nimf of mythologisch figuur, maar overduidelijk een prostitué die de geïnteresseerde kijker bovendien onbeschaamd in de ogen keek. Schande!

ribbels, plooien en welvingen 

Veel kunstenaars kiezen er in eerste instantie voor om hun naaktmodellen af te beelden zonder dat ze de beschouwer aankijken, lees ik in het schrijven. Een interessante constatering, want daarmee worden wij als kunstliefhebbers in de rol van gluurder gedrongen. De dames zitten in bad, kijken in de spiegel of liggen te slapen, schijnbaar zonder te weten dat zij worden bekeken en daarmee zijn wij de voyeurs die stiekem de vrouwen in kwestie 'afleggen'.
Volgens Hanna Klarenbeek*, schrijver van het betreffende artikel, lijken de vrouwen die Isaac Israels en Kees Maks afbeelden zelfbewust en voelen zij zich ogenschijnlijk op hun gemak zonder kleren aan. Dat vind ik dan weer een mooie slotsom, want ik zeg maar zo: blij in je (blote) lijf...
* Hanna Klarenbeek is conservator van Paleis Het Loo en schreef in 2006 een doctoraalscriptie getiteld 'Naakt of bloot, vrouwelijk naakt in de negentiende eeuw'. 






1. Isaac Israels, 'Staand Naakt, 1924-1926. 2. Impressie. 3. Isabelle Wenzel, 'Painting 1.7', 2017. 4. Margherita Soldati, 'The skin is an extension of the brain', 2018. 5. Viviane Sassen, 'Miu Miu undressed', 2005. 6. Zaaloverzicht met op de voorgrond Lita Cabellut, 'Old Masters Nude 01', 2012. 
In de, uit 1888 stammende en oorspronkelijk voor een margarine-fabrikant gebouwde, prachtige Osse stadsvilla 'Constance', zie je verdeeld over twee verdiepingen tientallen dames in evakostuum. Het is een vertoning in twee delen: je ziet klassieke schilderijen uit de negentiende en de twintigste eeuw  (1) geschilderd door mannen (het waren eigenlijk alleen maar mannen) als George Hendrik Breitner, Jan Sluijters en Isaac Israels én je ziet het vrouwelijk naakt in de hedendaagse kunst (2) met de artistieke uitingen van o.a. Carla van de Puttelaar, Viviane Sassen en Isabelle Wenzel. (Terecht) veel vrouwelijke kunstenaars in het eigentijdse deel van de expositie.

open en bloot

Eind vorig jaar bezocht ik de tentoonstelling 'BLOOT, het kwetsbare lichaam' in Museum Kranenburgh in Bergen (die blogpost lees je hier) en ook in die expositie stond de vraag centraal hoe wij om willen gaan met bloot. Zo laten we op sociale media graag alles van onszelf zien, maar blote tepels zijn er taboe. In de jaren '60 stond bloot voor vrijheid en puur natuur. Nu hebben we liever geen afbeeldingen van naakt in de publieke ruimte. Hoe verhoudt deze nieuwe preutsheid zich tot de grenzeloze openheid van het internet? Staat bloot nog wel voor open en eerlijk?

nudity is not pornography

"De exposities in Museum Jan Cunen prikkelen (hoe toepasselijk... :-) en maken nieuwsgierig, geven plezier en zijn uitnodigend, maar brengen misschien ook verlegenheid of roepen schaamte en ongemak op." (Ik las ergens dat het kunsthuis al een boos telefoontje heeft gehad waarin de expositie 'goor' werd genoemd).
Ilse Traa verwoordt het (in het magazine) alsvolgt: (....) "terwijl het protest tegen het tonen van naakt enerzijds groeit, zien we anderzijds dat steeds meer jongeren elkaar online naaktfoto's sturen. Jaarlijks explodeert de hoeveelheid online porno, maar in de kleedkamers van sportclubs is het 'onderbroek-douchen' een nieuw en toenemend fenomeen. (...) Deze dubbele moraal tekent dus ook de hedendaagse houding ten aanzien van het blote lichaam."




1. Bart Hess, 'Grotto', (latex), 2015. 2. Jan Sluijters, 'Staand naakt, op de rug gezien', 1910. 3. Meret Zimmermann, 'I am not here to break you, just to see how far it will bend', (foto op plastic én video), beiden 2018. 4. Isaac Israels, Lezend naakt (Sjaantje van Ingen)', ca. 1894-1900. 
"Laten we niet bang zijn om verleid te worden door de schoonheid van het naakt en bloot. Laten we discussiëren over de vormen die het naakt heeft en gaat krijgen, maar bovenal openlijk genieten van de schoonheid van het naakt lichaam."

Hear, hear!
(Oh, die geweldige doeken van Isaac Israels! Maar ook 'Look at my nipple' van de jonge Charissa van Dijk. Enne, enne...)

Wil je deze mooie expositie zelf bezoeken? Dat kan tot en met 19 mei en kijk dan even op de website voor bezoekersinformatie.


-X-



villa 'Constance'. 
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature