'Outside Fashion', modefotografie in Huis Marseille: KUNSTFLITS

26 december 2019
In deze KUNSTFLITS een tip voor fashionista's én (of) vintage fotografieliefhebbers. In het Amsterdamse Huis Marseille is momenteel een tentoonstelling te zien met modefotografie uit de periode 1900-1969 en dan vooral beelden geschoten op locatie. Dus buiten en dan vaak op exotische plekken. Want dat is de invalshoek: in deze presentatie in het fotografiemuseum ligt de focus op de ontwikkeling van studio- naar buitenfotografie in - pakweg - de eerste helft van de vorige eeuw en dat levert interessante nostalgische plaatjes op. 

Kijk je mee naar een modieuze reis door de tijd?



1. Henry Clarke, Jacques Griffe set, Brazil 1965. @Henry Clarke / Galliera / Roger-Viollet. 2. Zaaloverzicht. 3. Talbot Studio, zangeres Nelly Martyl in een jas van luipaardvacht Fourrures Max, Leroy et Schmid, ca, 1910.
Ken je Huis Marseille? Dit (oudste) Amsterdamse fotografiemuseum is gevestigd in twee aanpalende zeventiende-eeuwse huizen op de Keizersgracht en in die grachtenpanden bevinden zich veertien prachtige, authentieke tentoonstellingszalen met veel originele details en mooie beschilderde plafonds in de stijlkamers.
"Huis Marseille is het tegenovergestelde van een ‘white cube’: een feit dat van grote invloed is op het ondergaan van de tentoonstellingen in de ruimtes", belooft de website en inderdaad, juist het contrast tussen het Gouden-eeuws-oud en het 'nieuwerwetse' is verrassend.

modefotografie wordt street style

Óver naar de tentoonstelling 'Outside Fashion' (Modefotografie van de studio naar exotische oorden, 1900–1969). Verwacht geen grote, iconische namen. Geen 'helden' van de fashion photography zoals Horst P. Horst, Erwin Blumenfeld, Helmut Newton of Richard Avedon. Veel van de in "Buiten mode" getoonde afbeeldingen zijn van mij onbekende fotografen (maar ik ben dan ook geen ingewijde). Een groot deel van de foto's blijkt geschoten door ene Henry Clarke (1918-1996), die bekend is geworden door zijn werk voor de Amerikaanse, Britse en Franse Voque. En het is niet zo gek dat veel van zijn werk te zien is, want hij liet zijn volledige archief na aan het Parijse modemuseum Palais Galliera, mede-samensteller van de vertoning in Huis Marseille.

van beperking tot bevrijding

De expositie verhaalt over zo'n zeventig jaar modegeschiedenis - van sluike 'strompel' japonnen en flapperdresses, stijf-chique gedragen door actrices en zangeressen, naar 'New Look' en 'Rock 'n' Roll' door zich 'spontaan' gedragende modellen in dynamische interactie met hun omgeving (denk street style en Holland's Next Top Model).
Het kijkspel handelt dus ook over emancipatie en bevrijding: "de tentoonstelling laat zien hoe het lichaam van de vrouw door de jaren heen steeds meer vrijheid kreeg. (...) Daarnaast ontwikkelde de fotografie zich van zwart-wit tot kleur, en breidde het gebied waar de beelden werden gemaakt zich enorm uit door de opkomst van het toerisme", aldus een verklaring van het museum.





1. Zaaloverzicht. 2. Willy Maywald, jurk en hoed Jacques Fath, Parijs, 1951. 3. Zaaloverzicht. 4. Lucien Hervé, Ensemble Jacques Fath, Palais de Tokyo, Parijs, 1948. 5. Still uit een digitale projectie met kleurendia's van fotograaf Henry Clarke (periode 1964-1969).
Ben je in Amsterdam en het (sale-)shoppen moe? Heb je een uurtje te verpozen? Ga dan langs bij Huis Marseille en 'vergaap' je aan modellen van allerlei pluimage in 'Outside Fashion'. Te zien tot en met 8 maart '20.


-X-


Ook in Huis Marseille: 'floraChromes, een verhaal van vier rivieren' van Arja Hop en Peter Svenson.
Dit kunstenaarsduo maakt conceptueel werk: visueel zeer aantrekkelijk, maar het idee laat zich niet een, twee, drie kennen (en zeker niet kort verklaren). Ga vooral kijken om te ontdekken wat jij ervan vindt.

Meer informatie op: https://huismarseille.nl/tentoonstellingen/


Arja Hop en Peter Svenson: 1. 'Residue Amsterdam', 2015-2019. 2. Zaaloverzicht (Langs de Waal: binnen en buiten de dijk). 
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Monster Chetwynd in Museum De Pont: 'Toxic Pillows'

20 december 2019
In Museum De Pont is momenteel flink wat plek ingeruimd voor een clowneske tentoonstelling, namelijk 'Toxic Pillow' van de Britse kunstenmaker Monster Chetwynd. Een deel van het museum is veranderd in een theatraal-theater. Er zijn zaalvullende decors met 'fantastische en absurde' zaken, waar ik rondloop als ware ik Alice in Wonderland.
Tja, wat zal ik zeggen? Zo heb ik geruime tijd getwijfeld of ik deze expositie überhaupt wel wilde gaan zien. Waarom? Ik zal het je uitleggen...

Hieronder volgt een column met mijn zielenroerselen over de vertoning in het mooie museum in Tilburg. Lees en kijk je mee?



1. Marvin Gaye Chetwynd, 'Salamanders', 2018, collectie Museum De Pont. 2. en 3. 'St. Jerome’s Study', 2019, courtesy Monster Chetwynd en Sadie Coles HQ.
Zodra ik in het persbulletin las - en dat was een paar maanden geleden, dat De Pont een tentoonstelling met Alalia Chetwynd (Londen, 1973) zou programmeren, heb ik die naam gegoogled. Want - sorry - maar ik had nog nooit van haar gehoord.
Nu moet je weten dat de Britse kunstenaar nogal eens van naam verandert. Eerst koos zij voor 'Spartacus': een tot slaaf gemaakte Romein, die rond het begin van de jaartelling een grote opstand leidde. Vervolgens ging zij een tijdlang door het leven als Marvin Gaye Chetwynd, naar die (geweldige) soulzanger die door zijn eigen vader werd doodgeschoten en sinds 2018 worden wij veronderstelt haar bij haar nieuwe voornaam 'Monster' te noemen. Blijkbaar vindt zij deze naam in deze fase van haar kunstenaarschap (of leven) beter op zichzelf van toepassing, omdat ze - in haar eigen woorden - "plotseling deze monsterlijke blubber werd die bij een ontmoeting de mensen overspoelt."
Oké... (?)

Spartacus, Marvin Gaye en Monster

Het feit dat ik haar (tot voor kort) niet kende, ligt vooral aan mij. In 2012 werd Chetwynd genomineerd voor de prestigieuze Turner Prize en sindsdien (maar ook daarvoor) heeft zij wel degelijk van zich laten horen en dan vaak in de vorm van interactieve performances. Maar wat is een 'performance' eigenlijk? Wat voor soort kunst is dat? Is het beeldende- of toch meer podiumkunst? Wikipedia biedt uitsluitsel.
"Het is een verzamelnaam voor muzikale, beeldende of uitgesproken fysieke optredens, waarbij taal een ondergeschikte rol speelt en die vaak kort van duur zijn. "Performance art" is een kunstvorm die elementen van theater, muziek en beeldende kunst combineert."
En daarin is Chetwynd dus erg goed. Tijdens de opening van de tentoonstelling in Museum De Pont was er ook een performance van haar te zien (een zgn. "mumming", een volksspel genaamd 'Toxic Pillows'). 
Wil je Monster Chetwynd aan het werk zien? Op de site van De Pont staat een (making of) video over de expo, met een deel van het optreden en waarin je de kunstenaar ook zelf aan het woord hoort (een aanrader).




1. Monster Chetwynd, 'Hell Mouth 3'. 2. video. 3. Monster Chetwynd, 'Crazy Bat Lady 5', 2018. 4. Zaaloverzicht en allemaal courtesy de kunstenaar en Sadie Coles HQ.
Tja? Ik merk bij mezelf toch enige scepsis. Kent u dat (zou dominee Gremdaat zeggen)? Kent u dat begrip: scepsis? Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet denken. Vinden.

Kent u dat? Scepsis...

Maar Monster Chetwynd krijgt het voordeel van mijn twijfel. Niet meteen afserveren. Ga de uitdaging aan, juist bij 'hard to get' kunst. Sta open voor wat 'vreemdere' creatieve uitingen, met open mind en laat jezelf verrassen, zo hield ik mijzelf voor (en dat eigenlijk in het hele leven). 
En zeker ook omdat het hier een vrouwelijke kunstenaar betreft. Ook ik heb de neiging - want niks menselijks is mij vreemd - om seksegenoten in zijn algemeenheid, en vrouwelijke kunstenaars in het bijzonder, kritischer te beoordelen dan mannen of mannelijke artiesten. Scherper langs de lat te leggen (en hoger ook). Daar is een woord voor (bemerkte ik al googelend), namelijk 'queen bee syndrome'. Vrouwen die het de eigen gender (een soort van) misgunnen dat zij succesvol zijn. En daar ben ik (dus) extra alert op. Om dat vooral niet te doen.
Dus Museum De Pont: here I come!

improvisatie en bewust amateurisme

Goed. Óp naar 'Toxic Pillows' dus. En het was fijn dat ik eerst de folder van het museum kon lezen, want daarin werd al het een en ander duidelijk.
(....) "Monster Chetwynd staat bekend om haar carnavaleske performances, waarvoor ze decors en kostuums zelf vervaardigd. Haar optredens, vaak in samenwerking met vrienden en familieleden, kenmerken zich door improvisatie en bewust amateurisme."
Precies. Dat amateuristische van de Britse kunstenaar is dus bedoeld. Dat 'tussen de schuifdeuren een stukje opvoeren'. "Experiment en spektakel kenmerken de praktijk van Chetwynd (...)." Heel associatief en verdekt kaart zij in haar optredens en kunstuitingen actuele thema's aan, zo schijnt.




1., 2. en 3. Monster Chetwynd, 'Bat Opera series', 2000-2019. 4. Monster Chetwynd, 'Dogsy Ma Bone: Hippo", 2016-2019 en allemaal courtesy de kunstenaar en Sadie Coles HQ. 
Dat wat je te zien krijgt in de voormalige wolspinnerij in Tilburg is speels, chaotisch, grappig, theatraal, naief en kinderlijk. Alsof je onderdeel wordt van haar droombeelden.
Ook DIY- of knutselkunst: karton, verf, lappen en plakband.

bat woman

De grootste zaal van het museum is geheel in beslag genomen door een zaalvullende installatie: een opgeblazen print van het schilderij van Antonello da Messina, 'De heilige Hiëronymus in zijn studeerkamer' (ca. 1475 en niet per se als zodanig te herkennen) uit de Londense National Gallery. Het kunstwerk, genaamd 'St. Jerome’s Study' (2019) en speciaal gemaakt voor deze tentoonstelling, lijkt op een enorm decor van een openlucht-opera, waar je (ietwat verloren) doorheen kunt lopen.
Ook onderdeel van de vertoning in die zaal is een drie meter hoog groen ondier: 'Hell Mouth 3', (2019). "Achter de tanden van het beest, geïnspireerd op een 16de eeuwse gravure van een mensen-etend monster, bevindt zich een soort grot - de hellepoort - waar bezoekers 'Vision Verticale' uit 2014 kunnen bekijken, een film die zich in een astronomisch observatorium afspeelt met handpoppen als hoofdrolspelers." Het kunstwerk deed mij meer denken aan een grappig onderdeel van een praalwagen tijdens carnaval.

En nu denk je wellicht - opmakend uit mijn ietwat cynische toon - dat ik helemaal niet te spreken ben over deze expositie? Maar paradoxaal genoeg is dat niet het geval. Nee, ik ben ambivalent: ik hink op twee gedachten. (A propos: ik wil enthousiasmeren en niet bekritiseren. Ik ben - al dan niet - liefhebber en geen recensent en over smaak valt niet te twisten. Zou ik het helemaal niks vinden, dan sla ik die vertoning over en volgt er geen blogpost).
Want neem bijvoorbeeld de zaal met de kleine olieverfschilderijen op een lange rij: de serie vleermuizen, 'Bat Opera', waarmee de kunstenaar in 1999 begon. Prachtige fijnschilderingen. Ook de grote, kleurrijke collage-achtige reliëfschilderijen - decorstukken en kostuums die na gebruik in haar optredens vermaakt worden tot de zogenaamde 'Panel Paintings' - zijn het bekijken meer dan waard. Zoals het door Museum De Pont aangekochte 'Salamanders' uit 2018 (en zo zie je maar: het NRC 'kraakt' deze serie kunstwerken juist weer af).



Foto's van de 'Panel Paintings', 2016-2019 en courtesy de kunstenaar en Sadie Coles HQ. 
Al concluderend: Museum De Pont is altijd een goed idee. En garanties dat de vertoonde kunst to your liking is: naar je zin, dat krijg je van mij niet. Nooit. Dat kan immers niet: smaken verschillen. Maar het is goed - en dat geldt voor iedereen - om aan het denken gezet te worden (vindt ook dominee Gremdaat...).

"Ik wens u een fijne voortzetting en een aangenaam etensmaal, met spekjes...(etc.)"

-X-

De vertoning met het werk van Monster Chetwynd is te zien tot en met 15 maart 2020.

Monster Chetwynd, 'Panel Painting, Cat People', 2018 en courtesy de kunstenaar en Sadie Coles HQ. 
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl

Aat Velthoen in Museum Kranenburgh met 'Levenskunst'

12 december 2019
'Levenskunst'. Wat een mooi gekozen titel voor deze tentoonstelling over kunstenaar en - vooral ook persoonlijkheid Aat Veldhoen. Aatje voor intimi.
In het Bergense Museum Kranenburgh zie je sinds 1 december de werken van de weerspannige Veldhoen die zijn leven tot kunst verhief en andersom: zijn kunst was zijn leven. Hij leefde voor, en omringde zich met zijn eigen verbeeldingen. Een veelkantig man ook, want hij maakte heel veel etsen, tekeningen, schilderijen, sculpturen, keramiek en (polaroid-)foto's.

Lees over en kijk mee naar het levenswerk van een man die via zijn kunst grip op zijn bestaan creëerde.


Aad Veldhoen. 1. 'Tafereel', 1971. 2. 'Aat, Kabul en kind(eren)', 1969-1977 (reproductie van Polaroid).
De kunst van Veldhoen is expliciet en onverbloemd: geen man van fluwelen handschoenen en zoete broodjes. Wel met een attitude. Het leven is wat het is en dat is soms/vaak/meestal mooi. Liefde, seks en erotiek en de schoonheid van het (vrouwen-)lichaam. Maar ook rauw en ellendig: oorlog, vlucht, ziekte, verval en de dood. "Alle levensgebeurtenissen legde Aat Veldhoen warmhartig vast."
Maar laat ik bij het begin beginnen...

Zijn vader was reclameschilder die op latere leeftijd alsnog naar de Rijksacademie ging en van hem leerde ras-Amsterdammer Aat Veldhoen (1934-2018) kijken. Goed kijken. Hij was ook degene die Aat stimuleerde om net als hij kunstenaar te worden.
Veldhoen trouwde heel jong (rond zijn twintigste met Lotje Ruting*) en kreeg met haar zijn eerste drie kinderen. Met alles snel: ook zijn kunstwerken kregen al heel snel waardering van zowel pers als publiek. In de vijftiger jaren kocht Veldhoen, van het geld dat hij ontving na het - drie maal op een rij - winnen van de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst, zijn eerste etspers. "Later begon hij rechtstreeks op de offsetplaten te tekenen, om deze 'rotaprints' daarna in een grote oplage te kunnen drukken. Hiermee wilde hij zijn ideaal vervullen om kunst voor iedereen bereikbaar te maken." Veldhoen beschouwde de prentkunst - 'volksgrafiek' - als een socialistische kunstvorm.

volksgrafiek

Op een bakfiets vol prenten reed hij (of zijn kompaan, Provo-voorman Robert Jasper Grootveld) tussen 1964 en 1967 door Amsterdam waar hij zijn grafisch werk voor drie gulden per stuk aan de man bracht. Veldhoen hoopte op een 'prentenrevolutie', maar hoe nobel ook, hij verziekte zijn eigen 'markt'. De actie devalueerde de waarde van zijn eigen etsen.
* Veldhoen trouwde 3 keer en daaruit werden 8 kinderen geboren. De laatste 22 jaar van zijn leven was Hedy d'Ancona zijn (4e) levenspartner.

En dat typeert de rebelse Veldhoen. Hij was republikein, fel anti-koningshuis, tegen geloof in welke vorm dan ook en hij noemde het militarisme en het kapitalisme verderfelijk. Hij was daarin "meedogenloos, grappig en doordraverig" aldus metgezel Hedy d'Ancona in het boekje dat bij de tentoonstelling is uitgegeven (€ 10,00 en een fijn aandenken aan de expo).




1. Prominent bij binnenkomst: een foto van Aad Veldhoen uit 2018 door Venus Veldhoen. 2. 'Zelfportret met zakdoek om het hoofd', 1963. 3. 'Rozenstraat', ca. 1970. 4. 'Pantoffels', 1987. 
Veldhoen noemde zichzelf 'manisch creatief' en uit alles blijkt een niet-aflatende werkdwang. Zijn vier verdiepingen tellende huis (met op de bovenste etage zijn atelier) aan de Wittenburgergracht stond (staat) bomvol met eigen kunst. Geinig feitje: de deurkruk van zijn huis had de vorm van een penis (zijn eigen?), uitgevoerd in brons ('Lid', ca. 1989) en de bezoeker kon dus niet anders dan deze beetpakken (in de expositie is te zien dat de klink door al die betastingen een mooi 'doorleefd' patin heeft gekregen). Nog eens wat anders dan het formele handjes schudden bij binnenkomst.

manisch creatief

En dat is een mooi bruggetje naar het stigma dat Veldhoen opgespeld kreeg. Met zijn 'aanstootgevende' onderwerpkeuze zou hij een erotisch kunstenaar zijn. Zo kreeg hij in de jaren zestig een boete van 25 gulden wegens het schenden van de eerbaarheid. Reden was het in de openbaarheid vertonen van zijn erotische prenten in een uitdragerijtje op de Prinsengracht "waar hij - anti-galerie als hij was - zijn grafisch werk te koop had hangen." Het was de tijd van hippies, flower power, love is all, met Amsterdam als alternatieve vrijplaats en 'magies sentrum'. Veldhoen was een de vele  exponenten van de (als langharig, werkschuw en voortdurend wietrokend betitelde) protestgeneratie, waar het "klein-burgerlijke" establishment toen schande van sprak.
In de tentoonstelling herinnert veel aan die tijd.

ongefilterde oprechtheid

Ik was - in eerste instantie en ingegeven door mijn preutse inborst - enigszins bevreesd voor confrontaties met al te obscene afbeeldingen van veelsoortige seksscenes en/of gênante, schuchter makende wellust, maar dat valt reuze mee. De kunstzinnige traktaties in 'Levenskunst' zijn helemaal niet groezelig of schunnig. Integendeel zelfs: zijn etsen van minnekozende paren zijn prachtig. Intiem, liefdevol en teder.




1. 'Simon Vinkenoog', 2008. 2. Zaaloverzicht. 3. (Fotograaf) Corbino, 'Aat Veldhoen met model', 1994. 4. Zaaloverzicht.
Veel van Veldhoens werk gaat over de gewone dingen, gewone mensen en alledaagse situaties. "Zijn levenslange en oprechte belangstelling voor alle aspecten van het menselijk leven", zoals schrijver en columnist Simon Carmiggelt vriend Aat Veldhoen ooit beschreef, "vertaalt zich in tijdloze, universele beelden van mededogen, extase en reflectie, die voor iedereen toegankelijk zijn en dat ook voor de generaties na ons zullen blijven."

Veldhoen - die geregeld voor opschudding zorgde - maakte landschappen, stillevens, (zelf)portretten en (zoals gezegd) veel naakten en scènes met vrijende paren. Uniek is de serie 'ziekenhuis-etsen' die de kunstenaar maakte in het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis. Begin jaren '60 kreeg Veldhoen toestemming om chirurgische ingrepen en bevallingen vast te leggen (nu toch ondenkbaar...) en dat leverde prachtige prenten op.

"met een veldhoen aan de muur gaat het beter - op den duur" 

De tentoonstelling 'Levenskunst' in Museum Kranenburgh werd samengesteld door de fotografen Koos Breukel en (dochter) Venus Veldhoen, die meer dan 200 werken uit het enorme oeuvre van de in 2018 overleden kunstenaar selecteerden. "Uit de tentoonstelling spreekt de levenslust en levenskunst van Aat Veldhoen ten volle" aldus de (terecht) wervende tekst van het Bergense museum.

In de vertoning zien we ook werk dat workaholic Aat Veldhoen maakte na een beroerte met als gevolg de gedeeltelijke verlamming die hem op 69-jarige leeftijd trof (waardoor hij moest overschakelen van rechts- naar linkshandigheid). Daarnaast zijn in de expositie ook een grote serie persoonlijke polaroid-foto's te zien, die ruimhartig werden uitgeleend door het Rijksmuseum in Amsterdam.




1. 'Voor Kabul', 1974. 2. Zaaloverzicht. 3. Een van de polaroids. 4. Schetsboekje. 
Ik persoonlijk (...) was, naast die mooie etsen, nogal gecharmeerd van de schetsboekjes 'volgekladderd' en beplakt met allerlei foto's en aandenken. "Vanaf eind jaren '60 vulde hij deze kleine dagboekjes met (waterverf)tekeningen, krantenknipsels, snelle schetsen, foto's en ideeen."

'Levenskunst' van Aat Veldhoen in Museum Kranenburgh is te zien tot en met 13 april 2020. Voor bezoekersinformatie klik je hier.


-X-


Ook te zien: Iris Kensmil, 'Blues Before Sunrise': (ook) tot en met 13 april '20 en
Studio C X Ludwig Volbeda, 'Fabelwezens in een fantastische wereld': 22 maart 2020.


1. 'Lid', ca. 1989. 2. Foto: Koos Breukel, 2018 (uitsnede).
(Bronnen: W, Ons Amsterdam, kunstbus)
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl

Esiri Erheriene-Essi in het Stedelijk Museum Amsterdam | KUNSTFLITS

6 december 2019
Ze heeft niet gewonnen, maar als een van de vier genomineerden voor de Prix de Rome 2019 zijn haar grote, kleurrijke doeken momenteel wel te zien in het Stedelijk MuseumEsiri Erheriene-Essi. Voor de tweejaarlijkse en oudste beeldende kunstenaarsprijs maakte zij een serie nieuwe schilderijen: 'The Inheritance (or Familiar Strangers)'.

Het zijn figuratieve canvassen van de 'familie doorsnee'. Hele gewone stervelingen in hele alledaagse situaties. Maar let op: schijn bedrieg. Want hoe algemeen de gebeurtenissen op de doeken ook moge zijn: het feit dat de mensen een donkere huidskleur hebben, maakt ze bijzonder. Vaak onbekend, vergeten of genegeerd.
In kunstflits #5 een blik op het ongewone gewone.


1. Luster's Pink Original, 2019. 2. Zaaloverzicht.
De olieverfschilderijen uit de reeks 'De Erfenis (of bekende vreemden)' stralen een geruststellende vertrouwdheid uit, want we zien herkenbare taferelen met een hoog toen-was-geluk-nog-heel-gewoon-gehalte. De doeken zijn als kiekjes die je in elk familie-album zou kunnen vinden. Snapshots en dan vaak van feestjes: zoals een kinderpartijtje of feestgangers met vrolijk gekleurde papieren punthoedjes. Of van een jongetje - overduidelijk de jarige job, die een verjaardagstaart aansnijdt. Een groepje fuifnummers op hun paasbest; een paar 'tantes' druk in gesprek; twee heren 'op chic'.

toen was geluk nog heel gewoon

Wel allemaal ietwat gedateerd, want aan de stijl van de kleding is op te maken, dat wat is vastgelegd al geruime tijd geleden plaatsvond. Soms typisch jaren vijftig, zoals bij 'Luster's Pink Original'* (zie eerste foto). De vrouwen dragen jurken zoals mijn moeder die toentertijd droeg. Een typisch gevalletje jeugdsentiment - iedereen zou zich met deze afbeeldingen kunnen identificeren.
Maar toch ook weer niet, want de personen op de schilderijen van Esiri Erheriene-Essi (1982, Londen) zijn zwarte mensen. De Britse kunstenaar verbeeldt individuen met een donkere huidskleur op een manier zoals wij ze niet vaak zien. Want in het westerse perspectief en dus ook hier in Nederland is de witte mens nog altijd het uitgangspunt. En vaak (of uitsluitend) te zien: wit, blond en blauwe ogen. En dat is enigszins gechargeerd en kort door de bocht, maar je begrijpt wat ik bedoel.
(* Luster's Pink Original is 'the Leader in African American Hair Care Products').

jeugdsentiment  

"Mijn werk getuigt van de normaliteit van zwarte levens”, aldus de kunstschilder. "Ik wil de rijkdom laten zien van de ’stille geschiedenissen’ van gewone levens, die vaak veronachtzaamd of vergeten zijn." En om dat te kunnen vastleggen, verzamelde Erheriene-Essi oude foto's van gekleurde en zwarte families en hun vrienden uit de jaren 50 tot 80 "waarbij ik de mensen op de foto's als 'vertrouwde vreemden' vastleg." De geportretteerden zijn oorspronkelijk afkomstig uit landen in Afrika en het Caraïbisch gebied.
En wie verder kijkt, ziet meer dan zijn neus lang is. Bij nadere bestudering ontdekt de toeschouwer intrigerende 'buttons' op de kleding en ook op de achtergrond schilderde de kunstenaar foto's, leuzen en krantenberichten van en over zwarte helden (ik herken Diana Ross, Angela Davis) en zwarte issues.





1. 'It wasn't how it was supposed to be, but it was how it was'. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Having your cake and eating it too'. 4. Zaaloverzicht.
Op de lekker vet aangezette en levendige doeken hebben de naamloze mensen de hoofdrol. Het wie, wat, waar en hoe is onbekend, maar de Britse kunstenaar geeft ze op haar canvassen een gezicht. Omdat zij ze vastlegt, worden de mensen gekend. Zij laat zien wat in de kunstgeschiedenis achterwege is gebleven.
"De schilderijen verbeelden zowel het alledaagse als het politieke”, aldus Erheriene-Essi op zaal in het Stedelijk. "Of beter gezegd: het afbeelden van het alledaagse is (helaas) een politieke daad."

De serie van Esiri Erheriene-Essi is t/m 22 maart '20 te zien in het Stedelijk


-X-


En de Prix de Rome 2019?
Op  31 oktober wees minister Ingrid van Engelshoven van OC&W Rory Pilgrim aan als winnaar.

PS: Esiri Erheriene-Essi wordt vertegenwoordigd door Galerie Ron Mandos.


1. 'I was there when it happened'. 2. #selfiesouvenir voor 'What they did yesterday afternoon'. 
Tekst en alle (iPhone) foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl

Carlos Amorales in het Stedelijk Museum met 'The Factory'

29 november 2019
Vier of vijf achtereenvolgende zalen vol met zwarte (nacht)vlinders. De enorme zwerm - het zouden er zo'n 23.000 moeten zijn - is neergestreken op de spierwitte muren, de hoge ramen, de lampen en het plafond. De eerste aanblik op deze gevleugelde insectenkolonie is overweldigend.
'Black Cloud' (2007) heet de installatie en het is een van de kunstwerken van Carlos Amorales die te zien is in het Stedelijk Museum Amsterdam. In de vertoning met de titel 'The Factory' krijgen we een beeld van het denkproces van een van de belangrijkste (volgens hen die het kunnen weten) hedendaagse Mexicaanse kunstenaars.
Van de week bezocht ik de presentatie en maakte onderstaand betoog.
Kijk en lees je mee?



Carlos Amorales: 1. 'Mexico City', 2018. Foto: Martijn van Nieuwenhuyzen. 2. 'Peep Show', 2019. Editie geproduceerd door Galería Albarrán Bourdais, foto: Peter Tijhuis. 3. 'Orgy of Narcissus', 2019. Met dank aan de kunstenaar en kurimanzutto, Mexico-Stad / New York, en Nils Stærk Gallery, foto: Peter Tijhuis.
In 'The Factory' zie je van alles. Het is een fascinerend schouwspel en een schoolvoorbeeld van het gebruik van multimedia: tekeningen, textiel- en geluids-installaties, film en video en performances, want dat zijn de middelen die Carlos Amorales inzet om "taal, betekenis en identiteit te onderzoeken" (lees ik bij het begin van de expositie). "Hij werkt regelmatig met maskers, onleesbare codes en collages om zijn eigen auteurschap op de proef te stellen."
Oké, let's do this...

identiteit

De uit Mexico-stad afkomstige Carlos Amorales (1970 en geboren als Carlos Aguirre) studeerde zowel aan de Rietveld-, als aan de Rijksacademie in Amsterdam en begon zijn kunstzinnige carrière in het midden van de jaren ’90 met het creëren van 'identiteits-lenings-projecten'. Dat is een mondvol voor Amorales' onderzoek naar het begrip eigenheid of individualiteit.
Want kan iemand anders jouw identiteit aannemen? En wat gebeurt er dan? De kunstenaar liet maskers van zichzelf maken, die in de boksring werden gedragen door de in Mexico zo populaire show-worstelaars (luchadores). Het land kent een cultus van worstelen, waarbij de sporters - of zijn het acteurs - als ware het superhelden, een valse identiteit aannemen en met een kleurrijk masker hun gezichten verbergen. Amorales fotografeerde de gemaskerde mannen waarbij zij met hun lichaam allerlei emoties uitbeeldden: verbazing, woede, verslagenheid, opwinding. "Maar hoe theatraal de houdingen ook waren, het masker bleef uitdrukkingsloos" (aldus een artikel in Het Parool).

De expositie in het Stedelijk begint niet met dit vroege werk, maar wel met 'Peep Show' (2019). Grote neonlicht-kunstwerken die - zoals de naam al doet vermoeden - een stiekem 'inkijkje' lijken te geven. Één van de werken is een (3-dubbele) blote, gehurkte vrouw en die afbeelding komt later in de tentoonstelling weer terug.




Carlos Amorales: 1. 'Peep Show', 2019. Editie geproduceerd door Galería Albarrán Bourdais, foto: Peter Tijhuis. 2. 'Virtical Earthquake', 2010. 3. en 4. 'Orgy of Narcissus', 2019.
Want ook dát is een repeterende factor bij Amorales: dat veel zich herhaalt, waardoor een decoratief patroon ontstaat. Zoals het enorme 'Orgy of Narcissus'. "De kleurrijke panelen vertellen het verhaal van een held die gevangen lijkt in een narcistische orgie met onverzadigbare klonen van zichzelf." De silhouetten herhalen zich groots en eindeloos op zestig - in het textiellab van het Textielmuseum geweven doeken. En dat bleek zo simpel nog niet. "Zowel de grote hoeveelheid weefsels die gemaakt moesten worden als het uitgebreide kleurenpalet en de achtergrond van het ontwerp waren een interessante uitdaging", lees ik op de website van het Tilburgse museum.

hergebruik en 'memes'

En (ook) hier blijkt uitleg nodig, want de bedoeling van de kunstenaar is niet altijd voor de hand liggend. (Dus citeer ik voor het gemak de verklarende informatie van het Stedelijk). "Amorales onderzoekt met dit kunstwerk het eigentijdse culturele fenomeen ‘memes’: plaatjes en filmpjes die zich verspreiden via social media, waarbij de betekenis razendsnel kan veranderen en zodoende onbegrijpelijk wordt voor buitenstaanders. Memes worden op dezelfde soort manier verspreid als roddels en mythes: telkens wanneer ze worden naverteld, veranderen ze een beetje, om vervolgens een heel eigen leven te gaan leiden. Onderwerpen als dupliceren, anonimiteit en het verloren gaan van auteurschap spelen al langer een rol in het werk van Amorales. Door de opkomst van memes op social media hebben deze onderwerpen een nieuwe urgentie gekregen."

Goed. Dat dus. (Wel) heel indrukwekkend, want het is niet niks zo'n hele zaal vol met die canvassen (zijden doeken). Hier blijkt maar weer dat de kunstenaar niet voor een kleintje is vervaard: hij pakt de dingen groots aan. Veel blijkt gericht op beleving, zo ook 'We'll See How All Reverberates" (2012) of 'we zullen zien hoe alles weerkaatst". Al van verre hoor je het geluid en kun je slechts vermoeden wat je te wachten staat.




Carlos Amorales 1. 'Virtical Earthquake', 2010. 2. en 3. 'We'll See How All Reverberates', 2012. 4. 'Liquid Archive'.
En dat is een ruimte gevuld met twee enorme mobiles. Mobiles à la die van de Amerikaanse (evenwichts-) kunstenaar Alexander Calder, maar dan huge en met bekkens en cymbalen in plaats van gekleurde vrije vormen. Dus slaginstrumenten. In de zaal hangt een rekje met vier zachte drumstokken die de bezoekers mogen hanteren en zodoende ontstaat er een geschal van jewelste. Ronduit spectaculair.
De gedachte achter deze opschudding is als volgt. "De muziek (nou ja, muziek?) die de mobile voortbrengt is een afspiegeling van de gemoedstoestand van bezoekers: maken ze subtiele harmonische ritmes of ontaardt het in een anarchistische chaos van geluid?"

insectenplaag

In veertien zalen in de oudbouw van het museum zie je een groot overzicht van het werk van Carlos Amorales, waaronder dus ook de eerder genoemde en overweldigende invasie, of plaag zo je wilt, van die zwarte motten (nachtvlinders). En dan maar hopen dat bezoekers niet lijden aan een fobie voor dergelijke insecten (en ja, dat bestaat).

Als voorbereiding op de expositie las ik (ook) een artikel in De Volkskrant. De navolgende zin trof mij: "Al deze overnames en citaten, en de theorievorming eronder, maken het werk van Amorales er niet gemakkelijker op. Het gaat van het gebruik van beelden uit de media over in, de in Mexico's uit de hand gelopen drugsoorlog, naar de populariteit van selfies (...) en hoe de digitalisering van dit zelfbeeld ons de hele dag als een onvermijdelijkheid aanstaart."
In dit citaat vond ik herkenning: 'The Factory' is een interessant schouwspel, waar ik - aan de andere kant - toch ook niet zo goed raad mee weet.
Amorales' kunst is intens en met veel verbeeldingskracht: hij is een doordenker. Van het een komt hij op het ander en die associatieve denktrant is voor mij soms moeilijk te volgen. Ik heb genoten van het gepresenteerde, maar vrees tegelijkertijd dat de diepere gedachte mij in enkele gevallen ontgaat.
Iets te vrijzinnig voor mijn concrete brein? Iets te vergezocht?




Carlos Amorales, vier maal 'Black Cloud', 2007. Eerste foto: Peter Tijhuis.
Het zal aan mij liggen...
Ik ben benieuwd hoe het jou vergaat!
'The Factory' van Carlos Amorales is te zien tot en met 17 mei 2020.


-X-


Nu ook in het Stedelijk Museum:
>Hybride sculptuur, hedendaagse beeldhouwkunst uit de collectie, t/m 12 januari (en hier zie je een kleine impressie);
>Chagall, Picasso, Mondriaan e.a. migranten in Parijs, t/m 2 februari (mijn blog lees je hier);
>‘Kleurrijk Japan’, 226 Japanse affiches uit de collectie, (ook) t/m 2 februari;
>Presentatie van de genomineerden voor de Prix de Rome 2019, t/m 22 maart (ik maakte een blog over een van hen, namelijk Esiri Erheriene-Essi);
>Wim Crouwel: Mr. Gridnik, t/m 22 maart

dus voor ieder wat wils....
Fijne dag!


Ga zeker ook kijken naar de geweldige tentoonstellingsaffiches in 'Wim Crouwel, Mr. Gridnik'.
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, behalve waar anders vermeld.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature