William Wegman, 'Being Human' in Fotomuseum Den Haag: KUNSTFLITS

25 september 2020
Je kunt er het jouwe van denken (zoals: "is het nog wel van deze tijd?"), al sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw fotografeert de Amerikaanse kunstenaar, fotograaf en kinderboekenschrijver William Wegman zijn Weimaraner honden - een van oorsprong Duits jachthondenras - in allerlei standjes en poses en dan vaak verkleed als mens. Heel herkenbaar, want allemaal 'typetjes' uit het leven gegrepen. 

Een selectie uit veertig jaar Wegmans hondenfoto's is momenteel te zien in de presentatie 'Being Human' in Fotomuseum Den Haag. Een getuigenis van de geslaagde samenwerkingen met Man Ray, Fay Ray, Batty en hun nageslacht*.
Crooky, Chip, Bobbin, Candy, Penny, Flo en Topper.
Kom, we bezoeken vandaag een 'menselijke' hondenshow.


 
1. Casual, 2002, colour polaroid. Uitsnede. © William Wegman. Courtesy of the artist. 2. Zaaloverzicht. 3. Constructivism, 2014, pigment print. © William Wegman. Courtesy of the artist.
Ik begin met een waarschuwing (kijkwijzer!): let op, de door mij gemaakte foto's vertonen spiegelend glas! en dat gezegd hebbende start ik mijn reportage met een klein lesje. Want wetenschappelijk heet het toekennen van menselijke eigenschappen aan een niet-menselijk wezen 'antropomorfisme' en dat is een samenstelling van de Griekse woorden voor 'mens', ἄνϑρωπος / ánthrōpos en 'gedaante', μορφή / morphē (en dat citeer ik vanaf de online-encyclopedie).
Het onderwerp van zo'n projectie - zo kun je het wel noemen - kan een voorwerp zijn (bijvoorbeeld een robot), maar ook een dier. Onze eigen wensen, gedachten en motieven worden dan toegeschreven aan een object of een beest - in dit geval een hond - en dat levert humoristische, soms confronterende spiegelbeelden op. 

dieren met een gezicht

'Being Human' in het fotomuseum in Den Haag geeft een overzicht van vrijwel alle Weimaraner rashonden die William Wegman (USA, 1943) sinds 1970 achtereenvolgens heeft gehad. Het waren (en zijn) stuk voor stuk behaagzuchtige en leergierige goedzakken. Maar vergis je niet: ze zijn ook heel temperamentvol en de foto's laten dus zien hoe goed de honden van pup af aan getraind zijn, aldus Wim van Roessel, voorzitter van de Vereniging 'de Weimarse Staande Hond' in een interview in Nieuwsuur.

behaagzuchtige en leergierige goedzakken

Dat moet ook wel (dat goed africhten), want welk ander dier zou zich dat gesol laten weggevallen? Want het gehannes is gelijk ook het bezwaar bij dit genre foto's: wat vinden de dieren er zelf van? We kunnen een cavia, kat, hond of paard niet vragen naar zijn of haar mening en/of state of mind, alle goedbedoelende dierenfluisteraars ten spijt.
In het geval van Wegman's honden schijnt dat wel goed te zitten: dit type hond zou het volgens Wegman heerlijk vinden om een taak te krijgen. Ze hebben een groot poseertalent die de fotograaf ten volle benut. Ook volgens de preses van de rashondenvereniging is er geen bezwaar: "Het zijn intelligente honden die steeds geestelijk geprikkeld moeten worden."





4. Blue Monday Wednesday Friday 1, 2, & 3, 2008. 5. Yoga, 1997. 6. Courrèges (uitsnede), 1998. 7. Dog Walker, 1990, Color Polaroid. © William Wegman. Courtesy of the artist. 8. Zaaloverzicht. 
Dus hoe bezwaarlijk is het? Het vermenselijkte dier heeft een lange geschiedenis in de kunst, zo ook in de fotografie. En wat te denken van de immense populariteit van honden- en kattenfilmpjes. YouTube staat er vol mee en hoe insta famous wil je je huisdier hebben? Er zijn zelfs kostuums speciaal voor pets. Je ziet "vertederende" foto's op social media van lijdzame honden en katten die zich laten vermommen tot pompoen, fee, spin en noem maar op. Blijkbaar heeft zo'n verkleedpartij een hoog schattigheidsgehalte.

het menselijke dierzijn of het dierlijke menszijn

Bij William Wegman zijn de polaroid-foto's respectvol, knap in scene gezet en professioneel geschoten, humoristisch én satirisch. De prachtige beesten zijn statig en fotogeniek en ze kijken de toeschouwer meewarig aan. Met een 'verstilde droefenis' (noemt Stefan Kuiper het in zijn artikel in het Museumtijdschrift): boer, kok, chique dame, priester, sporter, dandy, in welke hoedanigheid dan ook. Maar het zijn niet altijd 'typetjes'. Ook figureren de trouwe viervoeters met allerlei attributen en in verschillende ensceneringen.
Maar altijd als a man's best friend.
William Wegman 'Being Human' in het Fotomuseum Den Haag is te zien tot en met 3 januari.
 
Wat vind jij? Kan het nog, dergelijke dierenfotografie? 


-X-


Next: in mijn volgende weblog bericht ik vanaf de tentoonstelling 'Mode in Kleur' in het Kunstmuseum Den Haag. Dus ben je wel in voor een spetterde modeshow met een stoel op de eerst rij? Blijf dan afgestemd op deze zender...





9. White Out, 2014. 10. Zaaloverzicht. 11. Qey, 2017. 12. Head Wear, Neck Wear (uitsnede), 2000. 13. Buitencampagne.
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie onderschriften).

'Schilders van Licht' in Singer Laren: Monet tot Sluijters

19 september 2020
Licht speelt een grote rol in de beeldende kunst en sommige schilders waren er meester in: met verf op doek licht creëren. Verf op zich licht niet op, maar door een kunstzinnig gebruik daarvan kan wel licht gesuggereerd worden. En hoe!
In Singer Laren zie je 'Monet tot Sluijters. Schilders van licht' waarin het museum in zes thema's laat zien hoe kunstenaars rond 1900 licht weergeven.

Ik bracht een bezoek aan het Gooise cultuurhuis en laat in onderstaand relaas mijn licht schijnen op de vertoning.
Ben jij in voor een verlichtende kijkervaring?



1. Jan Sluijters, Larens landschap met oktoberzon, 1910. 2. Zaalimpressie. 3. Claude Monet, De Dam en de sluizen aan de Achterzaan, 1871. 
Elk nadeel heb z'n voordeel. De gezamenlijke Nederlandse musea bezitten miljoenen objecten (65 miljoen, heb ik mij laten vertellen) en het grootste deel daarvan ligt in tjokvolle depots, onzichtbaar voor het publiek*. Maar door de coronacrisis duiken zij hun kelders in om - naast de all time favourites waar altijd al belangstelling voor is - meer te doen met hun verborgen schatten. Ze organiseren een hulde - vaak thematisch - aan de eigen collectie. Zo ook het Singer in Laren. Noodgedwongen, maar zeker niet onwenselijk. Integendeel, want in dit specifieke geval levert het een lichtgevende expositie op.
* gemiddeld wordt er maar 7.7% getoond.

geen licht zonder schaduw

Bestaat er zoiets als het 'typische Hollandse licht' dat voor het eerst te zien was bij de Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw? Licht met het donkerste donker en het witste wit? "Op een willekeurige, lichtbewolkte dag in Nederland is het licht veel feller dan bijvoorbeeld in de woestijn in Arizona, terwijl daar de zon de hele dag schijnt. Dat heeft te maken met de waterdeeltjes in de lucht, waardoor het licht veel beter verspreid wordt. Het licht komt zo van alle kanten", leer ik van Pieter-Rim de Kroon, regisseur van de fraaie documentaire 'Hollands Licht'. Hoewel hij zijn stelling niet wetenschappelijk onderbouwt, is het een hele plausibele verklaring voor het fenomeen waar wij Nederlanders zo trots op zijn.

licht in de schijnwerpers

En dan te weten dat we ons zelden van de aanwezigheid van licht bewust zijn. Licht maakt dingen wel zichtbaar, maar blijft zelf dikwijls onopgemerkt. Om licht als zelfstandig element te kunnen zien moeten we er als toeschouwer bewust naar kijken.
Het is aan kunstschilders om licht zo weer te geven dat het opvalt als een bijzonder element: voor hen is het een beeldend middel en dat is precies wat de expositie pretendeert. Het laat zien hoe artiesten rond 1900 licht weergeven en dan zowel natuurlijk, als kunstmatig licht. 





4. Max Liebermann, Gehendes Mädchen, 1897. 5. Eugène Louis Boudin, Voiliers au Port, ca. 1885-1890. 6. Anton Mauve, Het pasgeboren lam, 1884 (uitsnede). 7. Zaaloverzicht. 8. George Hendrik Breitner, De Dam (De Nieuwe Kerk te Amsterdam), 1891. 
"Zo schilderen Claude Monet en Max Liebermann impressies van natuurlijke lichtval (1), stippelen Jan Toorop, Co Breman en Ferdinand Hart Nibbrig vibrerende lichteffecten (2) en experimenteert Jan Sluijters met kleur om de sensatie van licht (3) te verbeelden. Leo Gestel vangt in zijn portretten het ‘innerlijke licht’ (4) van zijn modellen, terwijl Kees Maks zijn schilderijen ensceneert in kunstlicht (5). Ten slotte gaan diverse kunstenaars op reis naar het mediterrane licht (6)."

licht in 6 thema's

Het zijn dus niet 'alleen' Nederlandse kunstenaars die in de presentatie zijn opgenomen, maar wel overwégend Hollanders en ook nogal wat die de kunstenaarskolonies Den Haag en Laren als schilder-bestemming kozen.
En met de sterke nadruk op impressionisme en modernisme leent de vaste collectie van het Singer Museum zich bij uitstek om schilders van het licht in de schijnwerpers te zetten. Want juist die kunstenaars werkten vaak en plein air, dus in de buitenlucht, waar zij zich konden focussen op het vastleggen van licht in al zijn schakeringen. Zij penseelden uit de losse pols de atmosferische luchten zoals zij die ter plekke voor ogen zagen op verschillende momenten van de dag en in alle jaargetijden.

lichtend voorbeeld

Persoonlijk ben ik groot liefhebber van de verbeeldingskracht van Anton Mauve (NL, 1838-1888). In de expositie hangt een van zijn (Larense) 'heidelandschap met schaapskudde'-schilderijen, die hij aan het einde van zijn leven veelvuldig maakte. Het betreft het charmante doek 'Het pasgeboren lam' (ca. 1884 en zie foto 6).
In zijn eigen tijd waren die genrestukken al erg in zwang bij verzamelaars en dan met name bij Amerikanen. Geinig te weten is dat (trouwe lezers hebben dit eerder gehoord) de zgn. 'sheep coming'-schilderijen duurder waren - want meer in de smaak vallend - dan de 'sheep going'-versies, waarbij je de kudde dus van achteren, oftewel 'op de kont' ziet weglopen. 
 




9. Ferdinand Hart Nibbrig, Huizen te Vlieland, 1902. 10. Zaaloverzicht. 11. Co Breman, Dorpsgezicht te Blaricum, 1899. 12. Co Breman, Gezicht op Capri, 1917. 13. Impressie.
In het hoofdstuk 'vibrerend licht' komen de vindingsrijke trendsetters aan bod die zich bedienden van systematisch aangebrachte verftoetsen (in hun tijd werd hun werk als kunstvergrijp weggezet met termen als "gekunsteld", "kinderachtige gepeuter" en "vermoeiend voor de ogen").
Met name de doeken van Ferdinand Hart Nibbrig (NL, 1866-1915) spatten je in het gezicht - hij was degene die het 'luminisme'* in Nederland introduceerde - en ook (de mij onbekende) Co Breman kon er wat van. Hun gepointilleerde kwastkunst is helder, heeft stralende kleuren en een sterke lichtval. Een vrolijkstemmende zindering.
Het luminisme legt, door een optische mengeling van de kleuren, de nadruk op sterke lichteffecten en heeft veel overeenkomsten met het pointillisme (bron: Wikipedia).

in the spotlights

Eind negentiende eeuw deed het elektrische licht zijn intrede: steden kregen na zonsondergang een lumineus aanzien. "Het nieuwe licht, dat feller is dan het voorheen gangbare gas- en olielamplicht, werd symbool van de moderne tijd en toekomst." En die ontwikkeling had een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de (Nederlandse) modernisten: zij raakten niet uitgekeken op het licht zelf: op de verschillende tinten, op de gloed en glans op mensen en objecten en op de schaduwen. 
"Zo verbeelden Jan Sluijters en Leo Gestel de uitgedoste gasten in de felverlichte Parijse nachtcafés. Kees van Dongen en Kees Maks schilderen op hun beurt circusartiesten en variétédanseressen in het kunstmatige theaterlicht", lees ik in het fijne naslagwerk dat bij de tentoonstelling is uitgegeven.
Bij elk van de zes hoofdstukken van de expositie een ter zake kundig achtergrondverhaal, uiteraard verluchtigd met afbeeldingen van alle schilderijen uit de vertoning. Altijd een fijn aandenken na een inspirerend museumbezoek.
De presentatie 'Schilders van Licht. Monet tot Sluijters' is te bezoeken tot en met 10 januari 2021.

Ook te zien: Herman van Veen

Maar er is meer in Singer Laren. Zo blijkt podiumkunstenaar en - zonder enige twijfel - veelkunner Herman van Veen (NL, 1945) sinds 2000 ook te schilderen en zijn abstracte doeken zijn (t/m 1/11) te zien in een eenmansvoorstelling in een van de tuinzalen onder de noemer 'Herman van Veen. Nieuw werk'.
En? Nou ja, laat ik dit zeggen: ik persoonlijk ben fan van zijn muzikale kwaliteiten...






14. Jaap Weyand, De Damlandermolen, 1909. 15. en 16. Jan Sluijters, Café de Nuit - Café Olympia, Paris, 1906 en Danseres, ca. 1907. 17. Kees Maks, Dansfeest met Sotomajor, ca. 1927. 18. en 19. Zaalimpressies Herman van Veen.  
In 'De kunst van het weglaten. Abstractie in de Singercollectie' meer mooiververij uit het depot en in de kleine expositie hangen schilderstukken van kunstenaars die "de werkelijkheid vereenvoudigd weergaven." Door de nadruk te leggen op kleur, lijn en vorm vinden Chris Beekman, Bart van der Leck en Lou Loeber een eigentijdse, (geabstraheerde) beeldtaal om de moderne tijd te verbeelden, aldus de zaaltekst. Ik was blij verrast door het flinke aantal canvassen van Lou (van Louise) Loeber (NL,1894-1983).

Tenslotte staat de mooie, door Piet Oudolf ontworpen tuin van het cultuurhuis Singer jampacked (oftewel ramvol) met beeldhouwwerken van kunstenaar Pépé Grégoire (NL,1950). Ben je liefhebber, dan kun je je hart ophalen en nog tot en met 29 november.  


-X-


Beschouw een bezoek aan Singer Laren als een fijn dagje uit: er is immers genoeg te zien! En wegens grote belangstelling is het museum in de maand oktober op donderdag- en vrijdagavond tot 21.00 uur geopend. 
Hoe dan ook: plan je visite vooraf en boek een tijdslot, dan ben je zeker van je zaak. Kijk daarvoor op de website met bezoekersinformatie.


20. Vilmos Huszár, Bridgers, 1932-1933. 21. Lou Loeber, Kop met pijp, 1928.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Het Allard Pierson Museum: Van Nijl tot Amstel

11 september 2020
Dinsdag 15 september is het zover: dan is de vier jaar durende verbouwing afgerond en kunnen bezoekers de veelheid aan universiteitscollecties van het Allard Pierson in Amsterdam komen bewonderen. Een museum voor jan en alleman: niks niet hooggeleerd en elitair, wel leergierig en met diepgang. In 'Van Nijl tot Amstel' gaat het van de prehistorie en de antieke beschavingen rond de Middellandse Zee tot het stedelijk culturele leven van Amsterdam vanaf de 'Gouden' tot en met de 19e eeuw.

Stap met mij in de tijdmachine en we overbruggen zo'n 10.000 jaar cultuurgeschiedenis. We gaan op en neer en heen en weer...



1. Beschilderd mummiemasker, Midden-Egypte, ca. 2de eeuw v. Chr. 2. Allard Pierson. 3. Fragment van een fries.
Er gebeurt veel in het Allard Pierson en dan doel ik niet alleen op alle commotie die een ingrijpende renovatie met zich meebrengt. Zeker als je weet dat het museum en kennisinstituut (met onderzoek- en collegezaal) voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam (UvA) onderwijl gewoon geopend was (behalve tijdens de lockdown). Of eigenlijk: wel móest zijn, want de collectie - ooit aangelegd voor wetenschappelijk onderwijs - heeft ook een onderzoeksfunctie. Directeur Wim Hupperetz verzuchtte verleden jaar in een interview met De Groene: Allard Pierson is "een huis met stukken die eigendom zijn van de UvA en die je wilt tonen aan een publiek, maar tegelijkertijd beschikbaar moet houden voor de wetenschap."
We begrijpen het: een lastige klus.

Het lange, smalle stadspaleis aan de Oude Turfmarkt, parallel aan het Rokin - dus hartje Amsterdam - werd in 1869 met een nieuwe, neoclassicistische voorgevel in gebruik genomen door De Nederlandsche Bank en daarvan zijn nog allerhande sporen terug te vinden. Maar sinds 1976 biedt het gebouw onderdak aan het Allard Pierson en weer later werd het ook huis van de Bijzondere Collecties van de UvA. Van binnen een wirwar aan kruip-door-sluip-door zalen en trappetje op, trappetje af. Maak daar maar eens een samenhangend geheel van.

ratjetoe

Een museum met een ratjetoe aan collecties. Van oorsprong gespecialiseerd in archeologische vondsten uit alle windstreken (nou ja, veel windstreken en zonder laatdunkend te willen doen): oude, soms gebroken en gerestaureerde potten en schalen; amuletten; mummies; veel marmeren beelden (die vaak, toch cruciale lichaamsdelen missen) en zo'n 300 gipsen afgietsels van originelen uit de klassieke oudheid. Maar door de samenvoeging op 1 januari 2019 met de Bijzondere Collecties, zijnde de verzameling van de universiteitsbibliotheek van de UvA - dus allemaal werken op papier - weer veel breder dan dat.

Het museum is (o.a.) eigenaar van het originele manuscript van de Max Havelaar van Eduard Douwes Dekker; een of meerdere (daar wil ik vanaf wezen) atlassen van meester-kaartenmaker Blaeu; een album amicorum van een hotemetoot van de WIC; prachtige botanische prenten van wetenschapper-kunstenaar Maria Sibylla Merian; een uitgebreide verzameling theater-memorabilia.
Daarnaast ook het nog 'levende archief' van schrijver Arnon Grunberg en boekontwerper Irma Boom - en sinds augustus dit jaar - 8.000 (Vader & Zoon) striptekeningen van Peter van Straaten. Ook heeft het academische instituut een grote video- en muziekcollectie. En zo kan ik nog wel een uurtje doorgaan: you get my drift...!






4. en 5. Impressies van het gebouw. 6. Jan Veth, Portret van (naamgever en hoogleraar) Allard Pierson, 1889. 7. (Dit is echt) Cleopatra, gipsen kopie naar marmeren origineel uit ca. 45-30 v. Chr. 8. Geen kitsch: zo gekleurd stonden de beelden er op in hun eigen tijd. 9. Reliëf van koopvaardijschepen, marmer, Romeins, 3de eeuw na Chr. 
Een van de onderdelen van 'Van Nijl tot Amstel' is een semi-permanente collectie-tentoonstelling genaamd 'Amsterdam creatieve stad'. Semi-permanent, omdat de getoonde kostbare en kwetsbare geschriften, kaarten en boekwerken slechts 3 à 4 maanden kunnen worden blootgesteld aan licht en lucht. Vandaar ook dat het in de drie achtereenvolgende zalen in het souterrain van het stadspaleis zo stemmig donker is.

tastbare bewijzen uit het verleden van wat er in het heden toe doet...

Wat je er te zien krijgt? Een caleidoscopische en dynamische expositie (volgens het museum) die voortdurend in beweging is. "Drie keer per jaar komen nieuwe verhalen aan bod." Op dit moment is dat bijvoorbeeld de nagelaten geschriften van filosoof Baruch Spinoza, die al in het midden van de 17e eeuw de vrijheid van meningsuiting verkondigde; (stads- en lands-)kaarten uit dezelfde tijd, die "de zelfbewustheid en trots van Amsterdam in beeld brengen"; diverse stukken over de rol van vrouwen in de wetenschap door de eeuwen heen; allerlei interessants over de boekdrukkunst, met speciale aandacht voor Hebreeuwse letters.
En het gaat zo maar door tot aan Jan Klaassen en Katrijn. In een van de (sterk spiegelende) vitrines staan en hangen de poppenkastpoppen van de - uit de Jordaan afkomstige Janus Cabalt, die in 1893 een vergunning kreeg om op de Dam zijn karakters tot leven te wekken.
Je zou zeggen een soepzooitje aan allerlei, toch weet men al deze vertellingen aaneen te smeden. Er zit wel degelijk chronologie, dus logica in de vertoning.

Op de 1e etage begint het alleroudste deel van onze tijdreis, namelijk zo'n 10.000 jaar geleden toen de toen levende jagers-verzamelaars besloten hun nomadische leven op te geven en zij zich permanent gingen vestigen om boer te worden. In de geschiedenis van de mensheid een zeer ingrijpende gebeurtenis met verregaande consequenties (dat zo mooi wordt beschreven in Rutger Bregmans 'De meeste mensen deugen', maar dat terzijde).





10. Het 'tweeslachtige' wezen Hermaphroditos, marmer, ca. 100-50 v. Chr. 11. Flesje met de dubbele kop van Janus, glas, Romeins, ca. 300 na Chr. 12. Fortuna, marmer, Italië, ca. 35-50 na Chr. 13. Sluitplaat voor een grafnis, kalksteen, 135-150 na Chr. 14. Oud Romeins glaswerk.
Elke zaal behandelt een bepaald tijdvak en daarbinnen is voor thema’s gekozen. Ik noem macht, dagelijks leven, eten en drinken, vermaak, dood en religie etc. Veel leeswerk, maar dat is onvermijdelijk bij een dergelijke vertoning. En hé! Je hoeft ook niet alles te lezen: gewoon kijken mag ook.

Archeologie is niet per se my cup of tea, maar ik verbaas mij er telkens weer over hoe 'modern' kunstzinnige en/of ambachtelijke uitingen uit de oudheid soms aandoen. Heel gestileerd en ontdaan van alle opsmuk (zie bijvoorbeeld foto 19).
Hoe dan ook: de langlopende expositie 'Van Nijl tot Amstel' biedt voor ieder wat wils.


-X-


Je kunt het Allard Pierson (vanaf dinsdag 15 september) spontaan én op afspraak bezoeken, maar kijk sowieso eerst op de website voor bezoekersinformatie.






15. Mozaïek van een schaap, steen, Syrië, ca. 475 na Chr. 16. Zaaloverzicht. 17. De jacht, terracotta, Melos (Griekenland), ca. 460 v. Chr. 18. Votief, geschenk aan een godheid (vaak een afbeelding van een ziek lichaamsdeel), in dit geval van een phallus, aardewerk, ca. 250 v. Chr. 19. Twee 'idolen' (of vruchtbaarheidsbeeldjes), marmer, Griekenland, 3000-2000 v. Chr. 20. Een knappe, doch ietwat gemankeerde jongeling in de hal van het museum. 
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl
Een van de bronnen (en lees verder voor verdieping): De Groene.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature