Nieuw in mijn museum Top-5: Tate Modern in Londen

27 juni 2019
Ik noem het een typische gevalletje 'kunstdwepen', want wát een fan-tas-tisch museum! Mijn eerste kennismaking moet ik ietwat schaamtevol bekennen. Maar sinds mijn bezoek verleden week bestormt dit kunsthuis met stip mijn museum-Top-5. Gevestigd op de zuid-oever van de Theems in Londen, in een kapitaal industrieel gebouw en met een eigen collectie van jewelste. Top of the bill en het neusje van de zalm. Superlatieven te over. Gespecialiseerd in kunst vanaf - pak 'em beet - 1900 tot nu.  Een must see voor iedere kunstaanbidder. Maar zelfs de regelrechte cultuurbarbaar zou er even moeten gaan koekeloeren, want grote delen van het museum zijn immers gratis.
Do I need to say more?

Jazeker, want dit bulletin staat geheel in het teken van het Tate Modern. En echt, je verveelt je geen moment. Integendeel zelfs. Hoeveel prikkels kun je hebben? Al je zintuigen gaan op scherp.
Kijk en lees je mee?



1. Roy Lichtenstein, 'Ahaam!, 1963. 2. In het trappenhuis een enorm werk van Jenny Holzer, 'Inflammatory Essays', 1979-82. 3. Jenny Holzer (i.s.m. Lady Pink), 'When you expect fair play...', 1983 of 1984. 
Het is ongeveer 40 jaar geleden (!) dat ik voor het laatst een trip maakte naar de Britse hoofdstad en dat was (dus) in een heel andere fase van mijn leven. Toentertijd nog amper geïnteresseerd in kunst. Ik liet alle musea links liggen ("boring!") en ging voor de gebruikelijke toeristische highlights van de stad. Zeg maar 'Londen voor beginners' (of dummies, zo je wilt). De Tower (bridge); de wisseling van de Horse Guards; de Big Ben (nu ingepakt voor onderhoud); een pint of een G&T in een pub, een ritje bovenin een dubbeldekker en - heel old school - een foto al bellend in een (tevens) rode telefooncel. Je kent het wel. Het bekende decor.

all time favorites

Heel begrijpelijk allemaal (zo gaan die dingen), maar dit keer vermeed ik juist die populaire tourist traps. Deed ik niks aan sightseeing, maar stond juist alles in het teken van kunst en nog eens kunst. En de stad blijkt ook (en natuurlijk) heel erg veranderd. Nu een skyline met (te) gekke wolkenkrabbers die namen dragen als de 'Augurk', Kaasrasp', 'Scherf'* en 'Walkie Talkie'. The London Eye (het reuzenrad), de Millennium Bridge.
Er zijn nu nieuwe hangplekken voor creatieve Londenaren, zoals de hipster-wijk Shoreditch en het wat chiquere Camden. Londen is een wereldstad en een belangrijk oord op het gebied van kunst, design, mode, architectuur en interieur. Een stad waar 'typisch Engels' moeiteloos samengaat met de internationale smaak van een metropool.
 * resp. GherkinCheese grater en Shard en deze gebouwen zijn heel goed te bewonderen vanaf de 10de verdieping van het Tate Modern. (Maar niet voor mij, met mijn hoogtevrees....).

En hoeveel musea kun je dan bezoeken in - pakweg - vijf dagen? Nou, vijf! Elke dag één. Ik ging naar het Design Museum, het V&A, The National Gallery, Tate Britain en - last, maar zeker not least, Tate Modern. En wát voor museum! Dit 'home of International modern and contemporary art' is in z'n eentje al goed voor een hele dagtaak. En ik was er niet weg te slaan.






1. Christian Schad, Agosta, der Flügelmensch, und Rasha, die schwarze Taube', 1929. 2. Giorgio Morandi, 'Natura Morta', 1946. 3. Marcel Duchamp, (of was het Elsa von Freytag-Loringhoven), 'Fountain', 1917 (replica 1964). 4. Marc Chagall, 'L'Ane vert', 1911. 5. Bram Bogart, 'Witvlakwit', 1974. 6. Henri Matisse, 'L'Escargot', 1953.
Het begon allemaal met het museum dat nu Tate Britain heet. In 1889 doneerde de filantroop Henri Tate (1819-1899) - snel rijk geworden met de handel in suiker - vijfenzestig schilderijen en £ 80.000 aan de Britse overheid, onder de voorwaarde dat de doeken opgehangen zouden worden in een eigen kunsthuis aan de Theems. Aanvankelijk heette het in 1897 geopende museum 'National Gallery of British Art', maar sinds 1932 kreeg het als eerbetoon de naam 'Tate Gallery'. In 2000 werd het woord 'Gallery' vervangen door 'Britain', omdat in dat jaar schuin tegenover, aan de andere kant van de Theems het Tate Modern werd geopend.

Okay, toen waren er dus twee (in Londen, maar je hebt ook nog het Tate Liverpool en het Tate St. Ives). Wat is het verschil tussen die twee? En laat één ding duidelijk zijn: beide musea zijn wereldberoemd om hun collectie en de één is niet beter dan de ander. Wel anders. 

pretty and prettier

We beginnen met het onderkomen. Voor sommigen misschien van ondergeschikt belang, ik daarentegen, geloof dat de ambiance waarin de kunst wordt getoond een belangrijk onderdeel is van de beleving. Vooral als je net als ik, geniet van een wandeling door een museum dat eruit ziet als een kunstwerk. (Kort door de bocht is mijn voorkeur: 'oude' kunst in een nieuw gebouw, 'nieuwe' kunst in een oud gebouw of beiden in nieuw. Zoiets...). Tate Britain huist in een eind negentiende-eeuws monument in neoclassicistische stijl met allerlei Victoriaanse details, terwijl Tate Modern is gevestigd in een voormalige elektriciteitscentrale met een enorme turbinehal én een nieuwbouw-deel, dat werd opgeleverd in 2016. En die hippe ruig-industriële betonlook van Tate Modern spreekt mij wel heeeeel erg aan.

ruig-industriële betonlook

Tot slot van dit vergelijkend warenonderzoek, de verschillende collecties. Tate Britain heeft veel en meer (al) gevestigde namen, want hun verzameling start ergens rond 1500 tot nu. Werken van beroemde kunstenaars, en dan vooral ook veel Britse artiesten (Turner, Moore, Blake, Everett, Bacon etc.). Het jongere zusje (Modern) is veel groter, is veel internationaler en richt zich op creatieve uitingen vanaf - ik noem maar een dwarsstraat - 1900. Daarom heeft het ook meer installaties, film- en video-werk, performances, fotografie en grootscheepse sculpturen. Vaak spectaculair en fotogeniek (dus #instagrammable).






1. Bridget Riley, Nataraja', 1993. 2. Ana Lupas, 'The Solemn Process', 1964-2008. 3. Salvador Dali, 'Téléphone - Homard', 1936. 4. Twee van de zes schilderijen 'Cage', 2006 (een eerbetoon aan de Amerikaanse componist John Cage) van Gerhard Richter. 5. Pablo Picasso, 'Buste de femme', 1909. 6. Claude Monet, 'Nymphéas', 1916. 
Maar wat zag ik dan in dat door mij zo bejubelde Tate Modern (waar sinds 2016 een vrouw, Frances Morris aan het roer staat)? 
Ik startte in de 'oudbouw', the Bankside Power Station', nu bekend als the Natalie Bell Building. Niet eens zó oud, want de elektriciteitscentrale werd gebouwd tussen 1947 en 1963 en in 1981 alweer gesloten. Omgebouwd tot museum werd het in 2000 geopend door her majesty the queen en zestien jaar later kreeg het een nieuwe aanbouw, the Blavatnik Building, waarmee het museum met 60% werd vergroot. Sinds de opening is het goed voor zo'n 5 miljoen bezoekers per jaar en daarmee een van de drie paradepaardjes van Londen

paradepaardje

Zóu je afreizen naar Londen voor een bezoek aan het museum, dan raad ik je aan te starten op de tweede verdieping (level 2). Daar zie je de hoogtepunten van de eigen collectie. Het Tate Modern heeft een vertrouwd concept om de kunst niet in tijd- of stijlperiodes, maar thematisch in te delen en vandaar dat je verschillende zalen ziet die kwesties behandelen als 'Artist and Society'', 'In the Studio' en 'Materials and Objects'. De zaalteksten zijn (ook hier) van het niveau 'knap staaltje elitaire vaagtaal', dus ik ga je niet vervelen met die te verklaren. Als mij dat al zou lukken? (Waar ik mij dan wel groen en geel aan erger, maar goed...😕). Kijken, kijken en nog eens kijken. En genieten. Laat je prikkelen en ga op zoek naar wat jou aanspreekt.

diversiteit en inclusiviteit

Het museum is namelijk één groot avontuur. Je loopt van Degas, langs Mondriaan, naar Dali, Duchamps, Rothko, Kounellis, om weer uit te komen bij Monet. Kortom: niet per se logisch, wel heel verrassend. Ik zag ook veel mooie kunst van mij volstrekt onbekende, niet-Westerse kunstenaars. Want net als overal elders in de (kunst)wereld, zie je in het Tate Modern dat het engagement; de betrokkenheid bij maatschappelijke kwesties, sterker is dan ooit. Zo is er veel aandacht voor vrouwelijke kunstenaars. Ik noem er hier twee.

Er is een presentatie van het werk van Nan Goldin (1953, Washington, VS). In de zeventiger en tachtiger jaren werkte deze fotograaf in een snapshot, dagboek-achtige stijl aan haar sleutelwerk 'The Ballad of Sexual Dependency': een fotoreeks over de harddrug-subcultuur in de wijk Bowery in New York. Een scene waar Goldin zelf ook deel van uit maakte. Heel indringende foto's.






Een blokje vrouwen: 1. en 2. Nan Goldin, 'Greer and Robert on the bed, NYC', 1982 en (detail van) 'Nan one month after being battered', 1984. 3. Heague Yang, 'Sol Lewitt Upside Down - Structure with Three Towers, Expanded 23 Times, Split in Three', 2015. 4. Guerrilla Girls, 'Guerrilla Girls Talk Back', 1985-90. 5. en 6. Jenny Holzer, 'I am not free because....',  ca. 1983 en '8 Truisms', 1977-79. 
Of neem Jenny Holzer (1950, Ohio, VS). De (woord)kunstenaar is gefascineerd door teksten. Holzer presenteert in een geweldige vertoning met heel divers werk, maar allemaal 'talig', uitspraken die sterke reacties kunnen uitlokken. "Of de teksten nu wordt aangetroffen in de straten van de stad of in kunstgalerieën, haar werk vraagt ​​ons, als toeschouwers, om de woorden en berichten die ons omringen te wikken en te wegen." Heel spectaculair (en moeilijk te fotograferen, vandaar hieronder twee maal bewegende beelden).

Conclusie?
Mócht je overwegen een kunstzinnige citytrip te maken, bezin je dan op Londen en ga langs in het Tate Modern. En trek daar gerust een hele dag voor uit. Go, go, go!


-X-


Zoals gezegd is ook Tate Britain de moeite waard. Maar daarover later....




Hierboven twee installaties van Jenny Holzer: 1. Servival series', 1984 en 2. 'Blue Purple Tilt', 2007.

Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Banksy, maar vooral Mary Quant: een stadssafari in Engeland.

22 juni 2019
Nou, hoe divers wil je het hebben? Straatartiest Banksy en de ontwerper van swingende sixties-mode Mary Quant. Beiden grootheden, maar ze hebben niks, maar dan ook helemaal niks met elkaar uitstaande. Sterker nog, Banksy was nog niet eens geboren toen de Britse modekoningin haar hoogtij-jaren beleefde. Toch neem ik je vandaag mee op reis langs uitingen van deze creatievelingen, want alle twee zijn ze te zien in het urbane Engeland. En dat is waar ik mij de afgelopen week bevond.

Kijk en lees mee naar het eerste deel van een verslag over mijn kunstreis naar (respectievelijk) de ruige havenstad Bristol en de hectische Britse hoofdstad Londen.
Ga je mee op stadssafari?



1. Promotiefoto 'Mary Quant and models at the 'Quant Afoot' launch', 1967 (Quant zit middenvoor op de grond). 2. Banksy, 'Devolved Parliament', 2009 in Bristol Museum & Art Gallery. 3. Uw razende reporter bij Banksy, 'Extinction Rebellion', 2019 bij Marble Arch. 
Ik begin dit relaas in het graffiti- en street art-eldorado Bristol. In de eigenzinnige en vrijgevochten havenstad heerst al decennia een creatieve vibe waarbinnen het artistieke spuit- en stencilwerk uitstekend gedijt. In 1974 geboortestad van de over de hele wereld beroemde Banksy. Alles rondom deze geveltoerist is onduidelijk, behalve zijn geboortejaar en -plaats. Zoveel is wél duidelijk. En in Bristol zijn relatief veel Banksy-murals-in-the-wild te bewonderen (en daarover maakte ik al eerder een verslag).
 
De geheimzinnige verschijning laat recentelijk weer wat meer van zich horen. Zo kennen we allemaal de soap 'Bansky en het shredder-incident', waarbij het schilderij 'Meisje met ballon' zichzelf tijdens een Sotheby's veiling begin oktober vorig jaar (deels) vernietigde. Met "ook de drang tot vernielen is een creatieve drang'', (overigens een uitspraak van Picasso) verklaarde Banksy zijn destructieve daad op zijn Instagram-account.
Hij was ook even in Venetië. Begin mei werd daar de Biënnale, het internationale kunstfestival geopend en de street artist maakte op het San Marcoplein een humoristisch statement onder de noemer 'Venice in oil' (een filmpje zie je hier).

exit brexit

Lang verhaal kort en dus terug naar Bristol. De must see tijdens dit bezoek aan de stad hangt momenteel in het Bristol Museum & Art Gallery. Heel atypisch voor de straatkunstenaar (want het is een groot canvas) zie je daar zijn 'Devolved Parliament' (uit 2009). Het schilderij - olieverf en digitale print - is een voorstelling van het Britse Lagerhuis* dat in dit geval bevolkt wordt door apen. Door chimpansees. Het werd op 29 maart** opnieuw opgehangen om zowel de Banksy-tentoonstelling tien jaar eerder in de herinnering te brengen, maar zeker ook om uiting te geven aan de frustratie over de Britse chaos rondom Brexit.
* The House of Commons; de Tweede Kamer. ** 29 maart was oorspronkelijk de datum voor de uittreding.

En in Londen is er sinds april jl. een nieuwe én - zoals gewoonlijk - politiek getinte Banksy te bewonderen en deze heeft voor mij een persoonlijk tintje. Op een laag muurtje naast Marble Arch bij de ingang van Hyde Park (bij 'Speakers' Corner'), zie je een meisje met het logo van Extinction Rebellion, een wereldwijde actiegroep van klimaatactivisten (waar mijn zoon Rogier en zijn Engelse Rachel ook 'lid' van zijn, vandaar) met daarbij de tekst: from this moment despair ends and tactics begin*. Mooi dat Banksy dit geweldloze activisme ondersteunt.
* "vanaf dit moment eindigt wanhoop en start tactiek."







1. De aankondiging in het V&A. 2. Mary Quant met celeb haarstylist Vidal Sassoon, 1964. 3. Quant introduceerde de jersey jurk. 4. 'A crate full of Quant', de ontwerpster, (haar echtgenoot) Alexander Plunket Greene en 9 modellen, 1966. 5. 'Shirtdress with shorts', 1966. 6. 'Coat-dress', 1962.
En dan iets heel anders, namelijk de hot pants & miniskirts in felle kleuren met daaronder 'te gekke' fantasie-panty's. Ietwat psychedelische patronen. Dat kán niet anders dan het werk zijn van de modekoningin uit de sixtiesMary Quant en nu te zien in het Victoria and Albert. Maar laat ik bij het begin beginnen.

Ná het bliksembezoek aan Bristol (vooral in het teken van een weerzien met mijn zoon en schoondochter) nam ik de trein naar Londen. Zo'n veertig jaar geleden (!) was ik er voor het laatst, dus hoogste tijd voor een hernieuwde kennismaking. Op de planning vooral en alleen kunst. Ik bezocht het Design Museum (daar had ik wel wat meer van verwacht); het bovengenoemde Victoria and Albert Museum (oftewel het V&A); Tate Modern én Tate Britain. En passant (...) liep ik ook nog even binnen in het immense National Gallery: bij een normaal bezoek toch al gauw een dagtaak, met een niet te onderschatten mogelijkheid om er te verdwalen (maar dat geldt voor de andere musea trouwens ook). 

fuifnummers, mods en nozems

Het fijne van Britse musea is, is dat de vaste collectie gratis en voor niks te bewonderen is. Alleen voor speciale blockbuster-tentoonstellingen betaal je (meestal een forse) entreeprijs (zoals 'Van Gogh in Britain' voor, omgerekend zo'n 25 euro). Ik besloot mij volledig te focussen op de vrij toegankelijke (want die vaste collecties die ken ik immers niet), met als uitzondering de expositie 'Mary Quant' in het V&A (uiteraard stond ook 'DIOR' hoog op mijn verlanglijstje, maar die is al maanden uitverkocht. Doch niet getreurd! In 2020 komt de expo naar het Gemeentemuseum in Den Haag).

babydoll en bakvissen

Goed. Mary Quant (1934, Londen, VK). 'Dame', dus geridderd door de Britse koningin wegens haar inzet voor de mode-industrie en die bijdrage was niet gering. Hoewel er getwijfeld wordt aan het feit of zíj degene was die de hot pants en minirok uitgevonden heeft (was het misschien toch de Fransman Courrèges of de Spanjaard Balenciaga?); door Mary Quant werden deze kledingstukken wel razend populair.






1. Top, 1963. 2. Reclamecampagne voor 'Q-form' ondergoed, 1965. 3. Mary Quant voor haar 2e Bazaar-winkel in Knightsbridge, 1960. 4. Regenjas van PVC, 1966. 5. Jurken uit de 'Jersey-dress' serie, 1967. 6. 'Cry Baby', advertentie voor een nieuw product: waterproof mascara, 1967. 
In 1955 opende Quant haar boetiek Bazaar op King's Road in het swingende Zuid-Londense Chelsea. Toentertijd het 'lifestyle-centrum' van de Britse hoofdstad. Zien en gezien worden en dan natuurlijk wel in de toen heel uitdagende kledij van Mary Quant. Haar motto: vrouwelijke zelfverzekerdheid en vrijheid.
Quant was haar eigen doelgroep. Jong, creatief, ambitieus en weerbaar. "Ze bevrijdde Britse vrouwen van strakke tailles en zedige roklengten." Met een kort kapsel in bob-stijl mét pony door celeb hairstylist Vidal Sassoon en zelf ook gestoken in micro-mini, knielaarzen en/of in een zogenaamde lakjas: een regenjas van het 'nieuwe' materiaal PVC. Vandaag de dag is dat vanzelfsprekend en normaal, destijds was het hoogst ongebruikelijk. "Die omkering van de piramide, waarbij de inspiratie van onderuit kwam, bestempelde Vogue-hoofdredactrice Diana Vreeland in 1965 als een YouthQuake."

Groovy: the swinging sixties 

De populariteit van Mary Quant piekte in het midden van de jaren zestig. De ontwerper wilde voor iedereen bereikbare moderne, comfortabele en (dus) draagbare kleren maken: ook voor vrouwen met een kleine beurs. In de Verenigde Staten was het Quant-label in warenhuizen te koop en vervolgens kwam er ook een goedkope 'Ginger'-lijn. Voor wie ook deze kleding te duur was, had Quant patronen waarmee je zelf een outfit kon naaien. Later volgden ook schoenen, ondergoed (bustehouder en panty-broek in plaats van het corset), accessoires en make-up-producten.

Uiteindelijk duurde Quant's modieuze loopbaan zo'n twintig jaar: van 1955 tot 1975 en daarna bleek haar make-up het meeste bestendige en succesvolle. "Hoewel haar populariteit, zodanig verbonden met de sixtiesstijl, uitdoofde toen de mode gaandeweg veranderde, bleef Quant cosmetica produceren."
De fashion queen verkocht in 2000 haar onderneming aan een Japans bedrijf, dat in zo'n 15 winkels in het land van de Rijzende Zon (en een webshop) vooral Quant make-up verkoopt, maar ook van die schattige 'kawaii'-versies van de door Quant beroemde gemaakte mini-rokjes en -jurkjes.

#memyselfandi voor het kenmerkende logo van Mary Quant. (Het wordt tijd voor een lesje Photoshop... :-)
Mary Quant', tot en met 16 februari 2020 in het V&A-museum in Londen. En voor deze museumtip geldt meer dan ooit: kijk op de website en bestel je kaarten online. 


-X-


Je begrijpt na het lezen van mijn relaas: ik ben er nog niet klaar mee. Ik kan niet anders dan ook mijn bezoek aan twee van de Tate-vestigingen met je delen. So stay tuned voor meer zielenroerselen over mijn strooptocht door Londen. 

Hieronder een foto van een wat oudere Banksy in het hippe Shoreditch. Het kostte mij  (weer) heel veel moeite om deze mural te traceren. Ondanks allerlei moderne technieken (GPS, Google Maps) blijft het lastig om de precieze locatie te achterhalen. Of, een prijzig alternatief: een gids inhuren (maar daar ben ik dan weer te krenterig voor... :-)

'A policeman and his poodle', bij Cargo in Rivington Street, Shoreditch, Londen.
Bronnen: de Volkskrant, Wikipedia, de Tijd, V&ADezeen
Tekst en alle (iPhone) foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Museum More: dwars kijken naar modern realistische kunst

12 juni 2019
Toegankelijk, daarover kunnen we het wel eens zijn. Schilderijen voor "de kleine man die hongert naar begrijpelijke kunst*." Ik heb het over het modern realisme en dat is een kunstuiting waarbij de uitbeelding of afschildering de werkelijkheid herkenbaar weergeeft en dat is precies waar Museum More in het Gelderse Gorssel in is gespecialiseerd. Iedereen begrijpt realistische of figuratieve kunst en daardoor heeft More - een afkorting van MOdern REalisme - een lage drempel.
* aldus Carel Willink, die met deze uitspraak zijn eigen schilderkunst omschreef.

Verleden week nam ik achtereenvolgens de tram, de trein en een streekbus en bezocht ik dit Gelderse kunsthuis. Over de mooie tijdelijke expositie 'Painting Perception' van de Brit Euan Uglow maakte ik al eerder een verslag. Vandaag volgt een beschrijving van de semi-permanente vertoning van de vaste collectie én het "eenvoudige" werk van Christiaan Kuitwaard.

Ik ging 'dwars kijken' en wat dat opleverde, zie je hier....


1. Philip Akkerman, 'Zonder Titel', zes zelfportretten uit de periode 1989 t/m 2002. 2. Arnout Killian, 'Beheaded mannequin', 2004. 3. Pyke Koch, 'Zelfportret', 1936.
Ik begin met een bekentenis en: PAS OP, nu volgt een mening! Ik ben niet zo van het magisch realisme. Let wel: ik heb het over het magische, hé. Dat genre is heel populair, ik weet het, maar ik hou er niet van. Ook niet van fantasy boeken en films: die zijn ook niet aan mij besteed. Niks geen waanvoorstellingen en sprookjesachtige dromen en visioenen. Geen 'In de Ban van de Ring' en 'Harry Potter', dus ook geen schilderijen van Carel Willink, de voorman van het betoverende.

natuurgetrouwe nabootsing

Een kwestie van smaak en daarover gaan we (hier) niet twisten. Maar dat was wel de reden waarom ik niet eerder, het in juni 2015 geopende More, museum voor modern realisme bezocht, vooringenomen als ik was. Slecht geïnformeerd ook, want ik dacht dat het hele museum vol zou hangen met die geheimzinnige, soms/vaak/meestal onbestemde en beklemmende hoog geglansde fijnschilderijen. Maar niets is minder waar. Niet in Gorssel, althans, want voor het complete werk en leven van Carel Willink moet je naar het filiaal in Kasteel Ruurlo.

In de dorpskern van Gorssel staat het ietwat uit z'n krachten gegroeide museum (want aan het voormalige stadhuis zit een enorme nieuwbouw geplakt. Mooi, maar wel buiten-proportioneel groot in dit dorp halverwege Deventer en Zutphen), maar met een prachtige collectie figuratieve kunst.
Het museum is het particuliere eigendom van de voormalige chemie-bons Hans Melchers (Melchemie) en de collectie bestaat voor een groot deel uit de overgenomen bankroete boedel van de DSB Bank kunst-collectie van Dirk Scheringa. Miljardair* Melchers kocht in 2012 zo'n 1.000 stuks uitsluitend Nederlandse figuratieve kunstwerken, met - ja - de nadruk op het werk van magisch realist Willink. De 'kavel' kostte Melchers plusminus € 16.000.000,00.
* (nummer 5 op de Quote-500-lijst van 2018 met een slordige 2,3 miljard euri) 
Maar hoe dan ook, een eyeopener. Het museum mag er zijn.






1. Carel Willink, 'De zilveren bruiloft', 1924. 2. Edgar Fernhout, 'Portret van Charley Toorop', 1932. 3 Jan Wittenberg, 'Amaryllis', 1931. 4. Jan van Tongeren, links 'Stilleven met oranje-rode accenten', 1973 en rechts, 'Stilleven tegen rose fond', 1976. 5. Carel Willink, 'De zeppelin', 1933. 6. Jan Beutener, 'Rijp', 2005.  
Goed, dus geen magisch realisme voor mij. Maar het ene realisme is het andere niet, zo blijkt maar al te goed uit de vaste collectie van Museum More. Het modern realisme kent een heel spectrum van diverse uitingsvormen, zo wordt me duidelijk. Wel allemaal 'kunst naar waarneming' in de traditie van ambachtelijkheid en technische perfectie en dat is van alle eeuwen. Het nabootsen van de zichtbare werkelijkheid, dat - ondanks allerlei avant-gardistische en nieuwerwetse stromingen, altijd heeft bestaan.

Maar niet altijd en vogue, deze figuratieve stijl. De laatste eeuw ging de populariteit als een golfbeweging heen en weer. Aan het begin van de 20e eeuw waren er kunstenaars die - ondanks de vooruitstrevende trend, terugkeerden naar het traditionele, figuratieve werk. Na de tweede Wereldoorlog raakte het weer uit de mode. Er werd op neergekeken, want de abstractie, dát was Je-Van-Het: CoBrA en het abstract expressionisme kregen toen alle aandacht.
Juist door de toegankelijkheid van het neo-figuratieve - het genre spreekt immers ook het "ongeoefende oog" aan - werd de stroming door de kunst-snobs terzijde geschoven als niet relevant. De ambachtelijkheid van de vaak fijn geschilderde doeken werd door heel veel mensen omarmd, maar door de elitaire kunst-incrowd verguisd: "wel knap geschilderd hoor, maar (daardoor) niet interessant." Toch en/of desondanks bleek al snel na de opening in 2015 Museum More een groot succes. Een "collectie van nationaal belang" lees ik ergens op het wereldwijde web.

100 jaar modern realisme in Nederland

"Met de semi-permanente tentoonstelling 'Dwars Kijken' presenteert Museum MORE een dwarsdoorsnede van de eigen kunstcollectie. Ruim 100 werken van 44 verschillende kunstenaars geven een gevarieerd en eigenzinnig beeld van precies één eeuw modern realisme in Nederland", aldus het museum op hun website.
In de nieuwbouw* van het museum zie je werken van 'oude rotten' zoals (de al eerder genoemde) Carel Willink, maar ook Pyke Koch, Jan Mankes en Charley Toorop. Wat recenter: Jan van Tongeren, Rein Draijer, Co Westerik en invloedrijke hedendaagse artiesten zoals Pat Andrea, Philip Akkerman en Marlene Dumas. En volgens mij geeft juist een dergelijke variëteit een prachtig overzicht van 100 jaar - min of meer - natuurgetrouwe nabootsing in Nederland.
ontworpen door architect Hans van Heeswijk, die eerder verantwoordelijk was voor de verbouwing van het Mauritshuis in Den Haag en de Hermitage in Amsterdam.





 
1. Frans Stuurman, 'Remiseterrein', 2007. 2. Zaaloverzicht met het werk van Co Westerik. 3. Annemarie Busschers, 'Chicken pox', 2005. 4. Kiki Lamers, 'Mouth Open on Sofa', 2001. 5. Zaaloverzicht met frontaal het sculptuur 'M.T. met pistool', 2012 van Thom Puckey. 6. Pat Andrea, 'Lichtval 2', 2003. 
Ik besluit dit relaas met je te attenderen op de "werkjes" van Christiaan Kuitwaard (1965, Sneek). Naast de expositie 'Painting Perception' van de Britse kunstenaar Euan Uglow (t/m 1 september aanstaande), kun je in Museum More namelijk tegelijkertijd ook de smaakvolle en tijdelijke vertoning van '128 White Box Paintings' tot je nemen.

"Ontroerende schoonheid, teer en streng. De bedrieglijk eenvoudige stillevens van Christiaan Kuitwaard lijken de ultieme stilte te vangen. Telkens opnieuw." Deze lovende tekst op de website van More dekt de lading, want de kleine canvassen van de Friese kunstenaar zijn als een studie naar terughoudendheid en heel strak gepresenteerd. Ook ik was bijzonder gecharmeerd van de grote serie doekjes van 20 x 28 centimeter met daarop totaal onbelangrijke en random objecten. Een kop-en-schotel (meerdere), een tube, verschillende flessen en glazen, takjes. Okay, ook een schedel en een dood vogeltje, dus ook weer niet zó willekeurig.

Al vijf jaar maakt Kuitwaard wekelijks een white box painting: een geschilderd stilleven van een wit geschilderd voorwerp in een open, witte kist. Hij schildert naar directe waarneming, als een oefening in kijken, kijken en nog eens kijken. Zonder voorstudie, ondertekening of foto en merendeels zonder optische hulpmiddelen. Hij wil grip krijgen op licht en donker, schaduw, ruimte en vorm.
Op Art Forever (een online platform voor kunst en kunstenaars) kun je een 6½ minuten durend Vimeo-filmpje bekijken waarin de kunstenaar hoogstpersoonlijk het hoe, wat en waarom van zijn witte-dozen-project uitlegt.
Inmiddels heeft de kunstenaar er zo'n 400 geproduceerd, waarvan er (dus) 128 te zien zijn in Museum More. Om precies te zijn, de nummers 264 tot en met 391. 't Is maar dat je het weet.






Geen onderschriften, want de schilderijtjes hebben een nummer en that's it.
De infrastructuur in Nederland laat hier en daar toch nog wel wat te wensen over, want het is een hele onderneming om vanuit de Randstad (in mijn geval Amsterdam) met het openbaar vervoer een bezoek te brengen aan Museum More in Gorssel. (Op een zondag is het helemaal een crime, want dan gaat de streekbus vanuit Deventer slechts één keer per uur. Voor de doorgewinterde fietsers onder ons zou een OV-huurfiets een optie kunnen zijn). En vergeet het maar dat je dan op dezelfde dag ook de locatie in Ruurlo zou kunt vereren met een bezoek. Dat is al helemaal een mission impossible.

Maar áls je er dan bent (en dan heb ik het over de vestiging in Gorssel), dan héb je ook wat. Een overzichtelijk kunstfestijn met een representatieve schets van een centennial figuratieve kunst. 


- X-


Zoals gewoonlijk raad ik je aan eerst even de website van Museum More te bekijken voor de broodnodige bezoekersinformatie (zoals de openingstijden). Je wilt niet voor niks komen...

Hieronder: Axel van der Kraan en Helena van der Kraan, 'Omkijkende man', 1978. 



Bronnen: diverse pagina's van Wikipedia, Museum More.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature