'EIGEN+BEELD', moderne sculpturen in Museum Beelden aan Zee.

29 november 2020
Het is enige tijd geleden dat ik het mooie, in de Scheveningse duinen ingegraven Museum Beelden aan Zee (Museum BAZ) bezocht. Desondanks is er alle reden om alsnog te berichten over de tentoonstelling EIGEN+BEELD, die te bewonderen is tot en met 7 maart 2021. In de expositie zie je een selectie - 75 stuks - van (quote|unquote) de mooiste, beste en interessantste beelden uit de eigen collectie van dit, in plastieken gespecialiseerde museum.

Kijk en lees je mee naar mijn indrukken van en over deze beeldenweelde?



1. Buddha Sakyamuni of Tirthankara Jain, Sri Lanka of Zuid India, 6de - 7de eeuw. 2. Het duinpanmuseum 3. Jan Bronner, 'Suzette Noiret', 1962.
Hoewel vertraagd door de voortdurende Corona-perikelen, maar vooral ook door de serieuze fysieke ongemakken van yours truly, wil ik je mijn bezoek aan het 'overzicht van de moderne geschiedenis van de beeldhouwkunst' in de prachtige Scheveningse museumbunker* toch niet onthouden. Zonde van de door mij gemaakte foto's en van het onderliggende verhaal van de verzamelde werken. Nog een goede reden: je hebt nog alle tijd om de beelden uit de eigen collectie zelf te gaan bewonderen. Hier lees en zie je wat je bij een eventueel bezoek zoal kunt verwachten.
We gaan van start.
* ontworpen door starchitect Wim Quist.

beeldverhaal

De uitzondering bevestigt de regel: de openingsfoto van deze blogpost - het boeddha-achtige granieten beeld (foto 1) - is niet contemporain, maar eentje uit de 6de of 7de eeuw (de kunsttheoretici zijn het er niet helemaal over eens wie hier is afgebeeld, wanneer dan wel en waar). Het is dan ook het enige oude, zeg maar antieke werk in de tentoonstelling, want de beeldenshow draait om het moderne. Door de bank genomen sculpturen uit de 20ste en enkele uit de huidige eeuw. 

De vertoning is verdeeld in vijf thema's, die alle vijf in verband worden gebracht met het zogenaamde 'Hildebrandmonument' van Rijksacademiedocent Jan Bronner (1881-1972): het bekendste en belangrijkste werk van deze beeldhouwer, lees ik op Wikipedia. "In 1914 werd Bronner uitgeroepen tot winnaar van een ontwerpwedstrijd die door de gemeente Haarlem was uitgeschreven ter ere van de honderdste geboortedag van schrijver Hildebrand" en de beeldengroep verpersoonlijkt romanfiguren uit Hildebrands 'Camera Obscura'. Geinig weetje: het werd - en nu volgt een understatement - na "langdurig overleg" in 1962 onthuld in stadsbos 'Haarlemmerhout'* (dus 48 jaar later). 




4. Karin Arink, 'Zusjes', 1994. 5. Ossip Zadkine, 'Tête de femme (Tête héroïque)', 1922. 6. Arie Schippers, 'Nelson Mandela' (voorstudie), 2012. 7. Mari Andriessen, 'Ingenieur Lely', 1953. 
De beeldengroep is mooi, maar jammer genoeg is het vermeende verband tussen de diverse thema's in de tentoonstelling en deze sculpturen van Bronner mij niet helemaal duidelijk geworden. 
De beelden in Haarlem zijn replica’s. De originelen staan in Museum BaZ.

Maar niet getreurd (!) en wat zijn dan die vijf verschillende hoofdstukken waarin het verhaal van de moderne beeldhouwkunst wordt verteld?
De expositie begint met 'Places to be', waarin monumenten of standbeelden - als zijnde kunst in de openbare ruimte - centraal staan. Daarna volgt - en te lezen op de website van het museum - 'Onbegrensd': "het begin van een wezenlijk moderne beeldhouwkunst. Deze werd mede geboren uit de sterke fascinatie voor het ‘exotische’ en ‘buitenissige’ van de beeldhouwers die, in de eerste decennia van de twintigste eeuw, de samenwerking vonden met een moderne architect als Berlage en, vervolgens, de expressionistische Amsterdamse-Schoolbeweging." Exemplarisch in dit deel vind ik de prachtige houten kop van Ossip Zadkine (foto 5).
 
Het eerder genoemde antieke Boeddhabeeld staat opgesteld bij het chapiter 'Back to the future', waarin te zien is hoe kunstenaars - na de verschrikkingen van de 1e Wereldoorlog - teruggrepen op de "eeuwige schoonheid van de klassieke oudheid". Je ziet er mooie voorbeelden van eigentijds classicisme.




8. Henk Visch, 'Geheel de Uwe', 1988-1989. 9. Thom Puckey, 'I.S. with Beretta 92 Semi-Automatic', 2011. 10. Antoine Berghs, = (Passage)', 1999. 11. Matthew Day Jackson, 'Terminal Velocity', 2008. 
Dan volgt 'De innerlijke constructie' dat de abstracte stroming binnen de moderne beeldhouwkunst behandelt. En dat doet mij weer denken aan een lesje dat ik ooit* leerde van Rudi Fuchs. Bij figuratief werk zie je onmiddellijk de plaatsbepaling ten opzichte van de toeschouwer. Een 'realistisch' object heeft immers een voor- en een achterkant en dat bepaalt de positie in de omringende ruimte. Bij abstract werk is dat niet het geval en je zou - theoretisch - met het beeld kunnen blijven draaien totdat het voor jou 'ideale plaatje' ontstaat. Het standpunt ten opzichte van het plastiek bepaalt de kijker dus zelf. Dat is iets wat ik mij voordien eigenlijk nooit had gerealiseerd...
* tijdens de Art Zuid-editie van 2017, waarvan Fuchs (kunsthistoricus en voormalige directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam) de samensteller was. 

En dat brengt mij op mijn enige bezwaar bij de expositie 'EIGEN+BEELD' en dat is dat de sculpturen wel erg dicht op elkaar zijn gepropt. Ik had de individuele kunstwerken graag wat meer ruimte gegund: ze verdienden meer recht van spreken. Maar hé, dat is mijn persoonlijke mening...

Goed. Tot slot zie je nog 'Zonder titel' waarin getoond wordt hoe kunstenaars in de tweede helft van de vorige eeuw naar nieuwe vormen zochten. Zij keerden terug naar de figuratie, maar dan op een sterk conceptuele manier. Het object zelf werd ter discussie gesteld en de idee achter de creatie uitgangspunt. Goed voorbeeld is het beeld van Antoine Berghs genaamd '= (Passage)' uit 1999. Een knielend figuur is vol in the spotlight gezet en zijn (of haar) schaduwbeeld vertoont zich als zwaan op de muur (zie foto 10). Zeer intrigerend.

-X-

'EIGEN+BEELD' is te zien in Museum Beelden aan Zee tot en met 7 maart 2021. Reserveer je ticket op de website van het museum.


2 x zaaloverzicht.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl

'Mode in Kleur' in Kunstmuseum Den Haag: een spetterende kleurexplosie

30 september 2020
Zet je veiligheidsbril maar vast op, want wat je hier te zien krijgt is een spetterende kleurexplosie. Eentje waar je opgewekt van word en dat is precies de bedoeling. Kleur brengt vrolijkheid en dat is iets wat we allemaal wel kunnen gebruiken, was de achterliggende gedachte van de samenstellers.

In 'Mode in Kleur' presenteert Kunstmuseum Den Haag een - goeddeels uit de eigen omvangrijke museumcollectie samengestelde kleurrijke vertoning van achttiende eeuwse kostuums tot en met hedendaagse high fashion creaties. Modische kledij van vroeger en nu en uit verschillende culturen met als verbindende factor 'kleur'. Denk Chanel, Versace, Ungaro, Westwood, Van Noten, Mugler, Govers, Taminiau, Kosters en noem maar op.
Wat nu volgt is niks voor grijze muizen. 



1. Valentino, haute couture najaar 2018. Foto: Hollandse Hoogte. 2. Zaaloverzicht. 3. Op de voorgrond: Comme des Garçons, najaar 2014.
In mijn vorige blogpost kwam het al aan de orde: musea duiken in deze coronacrisis - noodgedwongen, doch niet onwenselijk - vaker hun depot in om met eigen middelen een expositie samen te stellen. Door de pandemie ligt wereldwijd de tentoonstellingsagenda overhoop en moest er stante pede inventief worden ingespeeld op het voorlopige 'nieuwe normaal'.
Zo ook bij het Kunstmuseum. De gepland staande blockbuster tentoonstelling over het modehuis Dior werd verplaatst naar 2021 (daar wil én moet je als museum nu eenmaal optimaal mee 'scoren') en hoe vul je dan zo'n gat? Je moet toch wat. Zeker als je wilt voldoen aan je eigen doelstelling om elk jaar tenminste één grote mode-expositie te organiseren.
Tijd voor plan-B.

Met veel improvisatietalent bedacht modeconservator Madelief Hohé het thema 'Kleur in Mode' en samen met haar team is het gelukt om binnen no time een wervelende modeshow neer te zetten en ook nog eens geheel coronaproof. Art director Maarten Spruyt deed een duit in het zakje door een bijpassend, zeer kleurrijk en smaakvol tentoonstellingsontwerp te bedenken. "Chapeau!" zou ik (toepasselijk) willen zeggen.

kostuumhistorie

Tijd voor een ontboezeming. Jarenlang - twintig? - droeg ik alleen maar zwarte kleding en nu nog steeds is zwart/wit mijn favoriete kleurcombinatie (behalve dan dat zwart en wit geen kleuren zijn, maar dat terzijde). Ooit werd mij, door een dame die pretendeerde veel te weten over modieuze kleurenleer in relatie tot de menselijke psyche (oftewel een fashion color coach), belerend verzekerd dat mensen die (vrijwel) alleen maar zwart dragen pessimistisch en depressief van aard zouden zijn. Nu klopt het dat ik een lichte neiging heb tot somberte - zelf noem ik het melancholie - desondanks lijkt het mij een onterechte generalisatie.






4. Zaaloverzicht. 5. Links: meisjesjurk, rond 1770 en rechts avondcape en japon, ca. 1840. 6. Een Chadari uit Afghanistan, jaren '50. 7. Impressie van rood. 8. vlnr: Maarten van Dreven (ca. 1967), Comme des Garçons (najaar 2016) en Yoshiki Hishinuma (1998). 9. Mary Quant (1966) en op de achtergrond André Courrèges (jaren '70). 
Toch zegt kleur in kledij veel, zo leer ik uit de zaalteksten. Het zendt wel degelijk een code, een boodschap uit. Een modekleur is nooit zomaar een kleur: het is een kleur van betekenis. Cultureel bepaald en onderhevig aan rages en over de symboliek van kleur in de klederdracht zijn veel verhalen te vertellen. "Over hier en nu, maar ook over toen en ver van hier." En dat verhalen vertellen lukt de curatoren van het Haagse museum goed: daar weten ze heel veel over kostuumhistorie (met soms geinige, ook wel lugubere weetjes, zoals over mummiebruin*).
Ik zeg: kom maar op! We gaan beginnen...
Mummiebruin of 'mummia' werd lange tijd gemaakt van gemalen mummies, te koop bij de apotheek. Dat gebeurde tot de jaren '60: toen waren de mummies 'op'...

ban de grauwigheid

Na een fluoriserend, gifgroene ontvangstruimte - een kleurbeleving door de Theatermachine - begint de expositie eigenlijk heel ingetogen en braaf zedelijk. Logisch, want het christelijk geloof domineerde al vanaf de middeleeuwen het straatbeeld. Volgens de Bijbel is wit goed en zwart duister. Zondig ook. Het rood verwees naar de duivel en de hel, dus daar wilde je wel vandaan blijven. Daarnaast kende men slechts natuurlijke verfstoffen en die waren door de bank genomen niet erg uitgesproken. Alleen aan de vorstenhoven zag je kleur: zij konden zich de dure, 'exotische' verfstoffen veroorloven.

Stond zwart in de 'Gouden' eeuw voor deugd en kuisheid en later voor rouw; Coco Chanel wist in de dertiger jaren wel anders. Zij introduceerde de little black dress en hoe sexy wil je het hebben? "Zwart is ook verbonden met avant-gardemode, de kunstwereld, (Japanse) minimalistische mode en diverse jeugdculturen uit de twintigste eeuw" (vandaar mijn voorkeur... 😇). 

color boost

Lopen we verder, dan komen we langs bruin; het (camouflerende) kaki; beige van ongeverfde schapenwol en alle tinten groen. We zien - naast bronsgroene hoepelachtige toiletten en een 'granny smith' avondjurk uit de dertiger jaren - een olijfkleurige, lichaamsbedekkende 'chadari' afkomstig uit Afghanistan. Groen heeft door de eeuwen heen allerlei verschillende 'betekenissen' gehad (en zelfs met arsenicum in een bepaalde verfstof): tegenwoordig wordt deze kleur vooral geassocieerd met milieuvriendelijk en duurzaam.






10. De 'geelpresentatie'. 11. Marty Basart, (mannen)pak, 1969. 12. vlnr: Hanifa (najaar 2020), Valentino (zomer 2020) en Bas Kosters (2018). 13. Zaaloverzicht. 14. Links Claes Iversen (zomer 2020) en rechts Christopher John Rogers (zomer 2020). 15. Avondjurk van Metz & Co, 70er jaren). 
We moeten nu echt snel verder, willen we de eindstreep halen. En vanaf hier is het "betreden op eigen risico". Zet je lasbril maar op, want rood. "Al sinds de middeleeuwen verbonden met seks en erotiek." Maar pas op: ook met gevaar, bloed en macht. In India en China daarentegen is een bruidje vaak gehuld in rood als symbool voor leven en geluk. Het kan dus verkeren...
Dan Oranje, onze nationale helden-kleur. Feestuitdossing ten top, maar een tint die je vroeger wel degelijk de kop kon kosten. "Bijvoorbeeld door tijdens de 2e Wereldoorlog een oranje verzetsbroche te dragen of in de Franse tijd, een oranje kokarde."

"Draag nooit geel - of juist wel", lees ik op de site van Modemuze. In een blogpost beschrijft samensteller Madelief Hohé in geuren en kleuren wat geel zoal uitstraalt. Nu staat het voor zonnig en vrolijk, maar in het verleden het toonbeeld van segregatie met als kwalijk effect, vervolging. Vanaf de middeleeuwen was geel een herkenningsteken voor "joden, islamieten, prostitués, overspelige vrouwen, ketters, zogenaamde ‘heksen en tovenaars’ en ‘eerloze’ beulen", aldus curator Hohé en voor meer interessante connotaties bij de kleur geel verwijs ik naar bovengenoemd artikel. 

kleurbekennen

Dan het shocking pink van ontwerper Elsa Schiaparelli (zij was er dol op). Ook zo'n kleur waar je door de eeuwen heen heel verschillende boodschappen mee uitstraalde. Van meisjesachtig tot punk, van de roze driehoek (als geuzenteken van de homo-emancipatie) en als uiting van elegantie in de achttiende eeuw voor vrouwen én mannen (toentertijd hartstikke genderneutraal). 

En van purper en paars komen we tot slot bij blauw. IJs-, zee-, baby-, pauw-, hemels- en kobaltblauw: er zijn onnoemlijk veel blauwen en ook nog eens enorm populair. In het geval van 'Mode in Kleur' fluoriserend glow-in-the-dark-blauw (blacklight), want met die kleur op de muren eindigt de modeshow in het Kunstmuseum Den Haag. Een "tentoonstelling die aansluit bij het huidige modebeeld dat sprankelt van kleur. Is dat kleurrijke beeld toeval of niet? In difficult times, fashion is always outrageous" is een uitspraak van Elsa Schiaparelli (1890-1973). En zij kon het weten.





16. Avondjurk, eind 19e eeuw. 17. Iris van Herpen, Cosmica Micro Dress, 2019. 18. Claes Iversen, zomer 2020. 19. Op de voorgrond: Christopher John Rogers, zomer 2020. 20. Links cocktailjurk (ca.1960) en rechts Frank Govers en Jan Kamphuis (ca. 1960-1965).
'Mode in Kleur' is een geweldig spektakel. Een lust voor het oog en dus van hieruit enthousiasme alom. (Eigenlijk) een moetje voor elke fashion adept. Maar meer dan dat: ook voor hen die geïnteresseerd zijn in verhalen over menselijke uitdossingen en de invloed en betekenis van kleur, een aanrader.
Dus als het even kan: neem een kleurbad in Kunstmuseum Den HaagOn show tot en met 28 februari 2021.


-X-


Dan het volgende. Je zult het enige tijd zonder mijn blogposts moeten doen, want wegens gezondheidsproblemen zal ik enige tijd uit de running zijn. Dus even geen actuele tentoonstellingstips....
Hopelijk tref ik je spoedig weer. 

Geen catalogus, wel een 'kunstkaartenboekje' én een persoonlijk hebbedingetje uit de (fijne) museumshop: een stoffen broche van Bas Kosters 😬.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, behalve de 1ste foto (zie onderschrift).

William Wegman, 'Being Human' in Fotomuseum Den Haag: KUNSTFLITS

25 september 2020
Je kunt er het jouwe van denken (zoals: "is het nog wel van deze tijd?"), al sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw fotografeert de Amerikaanse kunstenaar, fotograaf en kinderboekenschrijver William Wegman zijn Weimaraner honden - een van oorsprong Duits jachthondenras - in allerlei standjes en poses en dan vaak verkleed als mens. Heel herkenbaar, want allemaal 'typetjes' uit het leven gegrepen. 

Een selectie uit veertig jaar Wegmans hondenfoto's is momenteel te zien in de presentatie 'Being Human' in Fotomuseum Den Haag. Een getuigenis van de geslaagde samenwerkingen met Man Ray, Fay Ray, Batty en hun nageslacht*.
Crooky, Chip, Bobbin, Candy, Penny, Flo en Topper.
Kom, we bezoeken vandaag een 'menselijke' hondenshow.


 
1. Casual, 2002, colour polaroid. Uitsnede. © William Wegman. Courtesy of the artist. 2. Zaaloverzicht. 3. Constructivism, 2014, pigment print. © William Wegman. Courtesy of the artist.
Ik begin met een waarschuwing (kijkwijzer!): let op, de door mij gemaakte foto's vertonen spiegelend glas! en dat gezegd hebbende start ik mijn reportage met een klein lesje. Want wetenschappelijk heet het toekennen van menselijke eigenschappen aan een niet-menselijk wezen 'antropomorfisme' en dat is een samenstelling van de Griekse woorden voor 'mens', ἄνϑρωπος / ánthrōpos en 'gedaante', μορφή / morphē (en dat citeer ik vanaf de online-encyclopedie).
Het onderwerp van zo'n projectie - zo kun je het wel noemen - kan een voorwerp zijn (bijvoorbeeld een robot), maar ook een dier. Onze eigen wensen, gedachten en motieven worden dan toegeschreven aan een object of een beest - in dit geval een hond - en dat levert humoristische, soms confronterende spiegelbeelden op. 

dieren met een gezicht

'Being Human' in het fotomuseum in Den Haag geeft een overzicht van vrijwel alle Weimaraner rashonden die William Wegman (USA, 1943) sinds 1970 achtereenvolgens heeft gehad. Het waren (en zijn) stuk voor stuk behaagzuchtige en leergierige goedzakken. Maar vergis je niet: ze zijn ook heel temperamentvol en de foto's laten dus zien hoe goed de honden van pup af aan getraind zijn, aldus Wim van Roessel, voorzitter van de Vereniging 'de Weimarse Staande Hond' in een interview in Nieuwsuur.

behaagzuchtige en leergierige goedzakken

Dat moet ook wel (dat goed africhten), want welk ander dier zou zich dat gesol laten weggevallen? Want het gehannes is gelijk ook het bezwaar bij dit genre foto's: wat vinden de dieren er zelf van? We kunnen een cavia, kat, hond of paard niet vragen naar zijn of haar mening en/of state of mind, alle goedbedoelende dierenfluisteraars ten spijt.
In het geval van Wegman's honden schijnt dat wel goed te zitten: dit type hond zou het volgens Wegman heerlijk vinden om een taak te krijgen. Ze hebben een groot poseertalent die de fotograaf ten volle benut. Ook volgens de preses van de rashondenvereniging is er geen bezwaar: "Het zijn intelligente honden die steeds geestelijk geprikkeld moeten worden."





4. Blue Monday Wednesday Friday 1, 2, & 3, 2008. 5. Yoga, 1997. 6. Courrèges (uitsnede), 1998. 7. Dog Walker, 1990, Color Polaroid. © William Wegman. Courtesy of the artist. 8. Zaaloverzicht. 
Dus hoe bezwaarlijk is het? Het vermenselijkte dier heeft een lange geschiedenis in de kunst, zo ook in de fotografie. En wat te denken van de immense populariteit van honden- en kattenfilmpjes. YouTube staat er vol mee en hoe insta famous wil je je huisdier hebben? Er zijn zelfs kostuums speciaal voor pets. Je ziet "vertederende" foto's op social media van lijdzame honden en katten die zich laten vermommen tot pompoen, fee, spin en noem maar op. Blijkbaar heeft zo'n verkleedpartij een hoog schattigheidsgehalte.

het menselijke dierzijn of het dierlijke menszijn

Bij William Wegman zijn de polaroid-foto's respectvol, knap in scene gezet en professioneel geschoten, humoristisch én satirisch. De prachtige beesten zijn statig en fotogeniek en ze kijken de toeschouwer meewarig aan. Met een 'verstilde droefenis' (noemt Stefan Kuiper het in zijn artikel in het Museumtijdschrift): boer, kok, chique dame, priester, sporter, dandy, in welke hoedanigheid dan ook. Maar het zijn niet altijd 'typetjes'. Ook figureren de trouwe viervoeters met allerlei attributen en in verschillende ensceneringen.
Maar altijd als a man's best friend.
William Wegman 'Being Human' in het Fotomuseum Den Haag is te zien tot en met 3 januari.
 
Wat vind jij? Kan het nog, dergelijke dierenfotografie? 


-X-


Next: in mijn volgende weblog bericht ik vanaf de tentoonstelling 'Mode in Kleur' in het Kunstmuseum Den Haag. Dus ben je wel in voor een spetterde modeshow met een stoel op de eerst rij? Blijf dan afgestemd op deze zender...





9. White Out, 2014. 10. Zaaloverzicht. 11. Qey, 2017. 12. Head Wear, Neck Wear (uitsnede), 2000. 13. Buitencampagne.
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie onderschriften).

'Schilders van Licht' in Singer Laren: Monet tot Sluijters

19 september 2020
Licht speelt een grote rol in de beeldende kunst en sommige schilders waren er meester in: met verf op doek licht creëren. Verf op zich licht niet op, maar door een kunstzinnig gebruik daarvan kan wel licht gesuggereerd worden. En hoe!
In Singer Laren zie je 'Monet tot Sluijters. Schilders van licht' waarin het museum in zes thema's laat zien hoe kunstenaars rond 1900 licht weergeven.

Ik bracht een bezoek aan het Gooise cultuurhuis en laat in onderstaand relaas mijn licht schijnen op de vertoning.
Ben jij in voor een verlichtende kijkervaring?



1. Jan Sluijters, Larens landschap met oktoberzon, 1910. 2. Zaalimpressie. 3. Claude Monet, De Dam en de sluizen aan de Achterzaan, 1871. 
Elk nadeel heb z'n voordeel. De gezamenlijke Nederlandse musea bezitten miljoenen objecten (65 miljoen, heb ik mij laten vertellen) en het grootste deel daarvan ligt in tjokvolle depots, onzichtbaar voor het publiek*. Maar door de coronacrisis duiken zij hun kelders in om - naast de all time favourites waar altijd al belangstelling voor is - meer te doen met hun verborgen schatten. Ze organiseren een hulde - vaak thematisch - aan de eigen collectie. Zo ook het Singer in Laren. Noodgedwongen, maar zeker niet onwenselijk. Integendeel, want in dit specifieke geval levert het een lichtgevende expositie op.
* gemiddeld wordt er maar 7.7% getoond.

geen licht zonder schaduw

Bestaat er zoiets als het 'typische Hollandse licht' dat voor het eerst te zien was bij de Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw? Licht met het donkerste donker en het witste wit? "Op een willekeurige, lichtbewolkte dag in Nederland is het licht veel feller dan bijvoorbeeld in de woestijn in Arizona, terwijl daar de zon de hele dag schijnt. Dat heeft te maken met de waterdeeltjes in de lucht, waardoor het licht veel beter verspreid wordt. Het licht komt zo van alle kanten", leer ik van Pieter-Rim de Kroon, regisseur van de fraaie documentaire 'Hollands Licht'. Hoewel hij zijn stelling niet wetenschappelijk onderbouwt, is het een hele plausibele verklaring voor het fenomeen waar wij Nederlanders zo trots op zijn.

licht in de schijnwerpers

En dan te weten dat we ons zelden van de aanwezigheid van licht bewust zijn. Licht maakt dingen wel zichtbaar, maar blijft zelf dikwijls onopgemerkt. Om licht als zelfstandig element te kunnen zien moeten we er als toeschouwer bewust naar kijken.
Het is aan kunstschilders om licht zo weer te geven dat het opvalt als een bijzonder element: voor hen is het een beeldend middel en dat is precies wat de expositie pretendeert. Het laat zien hoe artiesten rond 1900 licht weergeven en dan zowel natuurlijk, als kunstmatig licht. 





4. Max Liebermann, Gehendes Mädchen, 1897. 5. Eugène Louis Boudin, Voiliers au Port, ca. 1885-1890. 6. Anton Mauve, Het pasgeboren lam, 1884 (uitsnede). 7. Zaaloverzicht. 8. George Hendrik Breitner, De Dam (De Nieuwe Kerk te Amsterdam), 1891. 
"Zo schilderen Claude Monet en Max Liebermann impressies van natuurlijke lichtval (1), stippelen Jan Toorop, Co Breman en Ferdinand Hart Nibbrig vibrerende lichteffecten (2) en experimenteert Jan Sluijters met kleur om de sensatie van licht (3) te verbeelden. Leo Gestel vangt in zijn portretten het ‘innerlijke licht’ (4) van zijn modellen, terwijl Kees Maks zijn schilderijen ensceneert in kunstlicht (5). Ten slotte gaan diverse kunstenaars op reis naar het mediterrane licht (6)."

licht in 6 thema's

Het zijn dus niet 'alleen' Nederlandse kunstenaars die in de presentatie zijn opgenomen, maar wel overwégend Hollanders en ook nogal wat die de kunstenaarskolonies Den Haag en Laren als schilder-bestemming kozen.
En met de sterke nadruk op impressionisme en modernisme leent de vaste collectie van het Singer Museum zich bij uitstek om schilders van het licht in de schijnwerpers te zetten. Want juist die kunstenaars werkten vaak en plein air, dus in de buitenlucht, waar zij zich konden focussen op het vastleggen van licht in al zijn schakeringen. Zij penseelden uit de losse pols de atmosferische luchten zoals zij die ter plekke voor ogen zagen op verschillende momenten van de dag en in alle jaargetijden.

lichtend voorbeeld

Persoonlijk ben ik groot liefhebber van de verbeeldingskracht van Anton Mauve (NL, 1838-1888). In de expositie hangt een van zijn (Larense) 'heidelandschap met schaapskudde'-schilderijen, die hij aan het einde van zijn leven veelvuldig maakte. Het betreft het charmante doek 'Het pasgeboren lam' (ca. 1884 en zie foto 6).
In zijn eigen tijd waren die genrestukken al erg in zwang bij verzamelaars en dan met name bij Amerikanen. Geinig te weten is dat (trouwe lezers hebben dit eerder gehoord) de zgn. 'sheep coming'-schilderijen duurder waren - want meer in de smaak vallend - dan de 'sheep going'-versies, waarbij je de kudde dus van achteren, oftewel 'op de kont' ziet weglopen. 
 




9. Ferdinand Hart Nibbrig, Huizen te Vlieland, 1902. 10. Zaaloverzicht. 11. Co Breman, Dorpsgezicht te Blaricum, 1899. 12. Co Breman, Gezicht op Capri, 1917. 13. Impressie.
In het hoofdstuk 'vibrerend licht' komen de vindingsrijke trendsetters aan bod die zich bedienden van systematisch aangebrachte verftoetsen (in hun tijd werd hun werk als kunstvergrijp weggezet met termen als "gekunsteld", "kinderachtige gepeuter" en "vermoeiend voor de ogen").
Met name de doeken van Ferdinand Hart Nibbrig (NL, 1866-1915) spatten je in het gezicht - hij was degene die het 'luminisme'* in Nederland introduceerde - en ook (de mij onbekende) Co Breman kon er wat van. Hun gepointilleerde kwastkunst is helder, heeft stralende kleuren en een sterke lichtval. Een vrolijkstemmende zindering.
Het luminisme legt, door een optische mengeling van de kleuren, de nadruk op sterke lichteffecten en heeft veel overeenkomsten met het pointillisme (bron: Wikipedia).

in the spotlights

Eind negentiende eeuw deed het elektrische licht zijn intrede: steden kregen na zonsondergang een lumineus aanzien. "Het nieuwe licht, dat feller is dan het voorheen gangbare gas- en olielamplicht, werd symbool van de moderne tijd en toekomst." En die ontwikkeling had een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de (Nederlandse) modernisten: zij raakten niet uitgekeken op het licht zelf: op de verschillende tinten, op de gloed en glans op mensen en objecten en op de schaduwen. 
"Zo verbeelden Jan Sluijters en Leo Gestel de uitgedoste gasten in de felverlichte Parijse nachtcafés. Kees van Dongen en Kees Maks schilderen op hun beurt circusartiesten en variétédanseressen in het kunstmatige theaterlicht", lees ik in het fijne naslagwerk dat bij de tentoonstelling is uitgegeven.
Bij elk van de zes hoofdstukken van de expositie een ter zake kundig achtergrondverhaal, uiteraard verluchtigd met afbeeldingen van alle schilderijen uit de vertoning. Altijd een fijn aandenken na een inspirerend museumbezoek.
De presentatie 'Schilders van Licht. Monet tot Sluijters' is te bezoeken tot en met 10 januari 2021.

Ook te zien: Herman van Veen

Maar er is meer in Singer Laren. Zo blijkt podiumkunstenaar en - zonder enige twijfel - veelkunner Herman van Veen (NL, 1945) sinds 2000 ook te schilderen en zijn abstracte doeken zijn (t/m 1/11) te zien in een eenmansvoorstelling in een van de tuinzalen onder de noemer 'Herman van Veen. Nieuw werk'.
En? Nou ja, laat ik dit zeggen: ik persoonlijk ben fan van zijn muzikale kwaliteiten...






14. Jaap Weyand, De Damlandermolen, 1909. 15. en 16. Jan Sluijters, Café de Nuit - Café Olympia, Paris, 1906 en Danseres, ca. 1907. 17. Kees Maks, Dansfeest met Sotomajor, ca. 1927. 18. en 19. Zaalimpressies Herman van Veen.  
In 'De kunst van het weglaten. Abstractie in de Singercollectie' meer mooiververij uit het depot en in de kleine expositie hangen schilderstukken van kunstenaars die "de werkelijkheid vereenvoudigd weergaven." Door de nadruk te leggen op kleur, lijn en vorm vinden Chris Beekman, Bart van der Leck en Lou Loeber een eigentijdse, (geabstraheerde) beeldtaal om de moderne tijd te verbeelden, aldus de zaaltekst. Ik was blij verrast door het flinke aantal canvassen van Lou (van Louise) Loeber (NL,1894-1983).

Tenslotte staat de mooie, door Piet Oudolf ontworpen tuin van het cultuurhuis Singer jampacked (oftewel ramvol) met beeldhouwwerken van kunstenaar Pépé Grégoire (NL,1950). Ben je liefhebber, dan kun je je hart ophalen en nog tot en met 29 november.  


-X-


Beschouw een bezoek aan Singer Laren als een fijn dagje uit: er is immers genoeg te zien! En wegens grote belangstelling is het museum in de maand oktober op donderdag- en vrijdagavond tot 21.00 uur geopend. 
Hoe dan ook: plan je visite vooraf en boek een tijdslot, dan ben je zeker van je zaak. Kijk daarvoor op de website met bezoekersinformatie.


20. Vilmos Huszár, Bridgers, 1932-1933. 21. Lou Loeber, Kop met pijp, 1928.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature