Vrouwenbeweging: 'Femmes Fatales' in het Gemeentemuseum in Den Haag

17 november 2018
Coco Chanel, Nina Ricci, Mary Quant, Fong Leng, Vivienne Westwood en Iris van Herpen. Zomaar een aantal bekende vrouwelijke modeontwerpers. Namen die bij de meesten van ons wel een belletje doen rinkelen, ook al ben je geen fashionista. Maar er zijn er meer. Veel meer. Steeds meer.
  
In het Haagse Gemeentemuseum opende zaterdag 17 november de tentoonstelling 'Femmes Fatales, sterke vrouwen in de mode'. Naar eigen zeggen de eerste tentoonstelling in de modegeschiedenis die enkel en alleen is gewijd aan vrouwelijke fashion designers
Afgelopen donderdag was ik uitgenodigd voor de feestelijke voorbeschouwing in het mooie museum in de Hofstad en hieronder volgt mijn 'kunstcollege'. Lees en kijk je mee?



1. Iris van Herpen, Wilderness Embodied, haute couture collectie winter 2013. Petrovsky & Ramone (foto), Maarten Spruyt (art direction) voor Gemeentemuseum Den Haag. Courtesy Iris van Herpen. 2. en 3. Impressies.
Het kan haast niet actueler! Net nu er publiekelijk debatten worden gevoerd over gender-kwesties, glazen plafonds, #metoo en inclusiviteit. In de westerse wereld wordt er volop gediscussieerd over een samenleving waarin iedereen meetelt, ertoe doet, op waarde wordt geschat en kan zijn wie hij/zij wil zijn. Kortom een maatschappij waaraan iedereen kan deelnemen: dik (curvy) en dun, jong en oud (classic), sexy, unisex of genderneutraal, ongeacht kleur en het al dan niet hebben van een functiebeperking.
En nu we het toch over inclusiviteit hebben. Voor de campagnebeelden bij de expositie werd het 73-jarige model Eveline Hall ingehuurd, die op de foto's en posters te zien is in (o.a.) een 3D-geprinte creatie van de Nederlandse ontwerper Iris van Herpen. De beelden werden gemaakt door het gewilde vrouwelijke fotografen-duo Petrovsky & Ramone (zie eerste foto).

women first en lady boss

In die tijdgeest komt een saluut aan vrouwelijke modeontwerpers als geroepen. Vrouwen die aan het hoofd staan of stonden van een modehuis en waarvan "sommigen zich bovendien als voorvechters van de vrouwenrechten profileren of zich expliciet politiek uitspreken, aldus de tekst bij de tentoonstelling. 
Hoogste tijd voor een female gaze. En dat is vanuit een vrouwelijk oogpunt kijken naar vrouwenmode (en dit in tegenstelling tot de male gaze*, oftewel de mannelijke blik waarop de wereld én de vrouwen daarin worden voorgesteld en weergegeven).
Ontwerpen vrouwelijke ontwerpers voor hun eigen soort anders dan hun mannelijke collega's? "Wat is hun invloed? Wat betekent vrouw-zijn voor hun creaties? En wat is hun visie op mode?" 
* In dit verband geïntroduceerd door Cecile Narinx in de Volkskrant, werd de term in 1975 bedacht door Laura Mulvey, een Brits feministisch filmcriticus. Zie voor meer uitleg mijn bron, zijnde Wikipedia.






1. 18de eeuwse japonnen. 2. Mary Quant jurk op een 'Twiggy' paspop, 60's . 3. Groene jas: Jean Muir en rechts Fong-Leng. 4. impressie. 5. "Mini skirts forever!" 6. 'Pussy hat
Het is geen tentoonstelling over kantjes en bandjes, roesjes en linten, pof- of raglanmouwen en ritsen, knopen, coupenaden en baleinen. Meer over pasvormen en keurslijven: niet letterlijk genomen, maar in de overdrachtelijke zin. In Femmes Fatales gaat het over het gevecht dat vrouwen hebben moeten voeren om serieus te worden genomen in de door mannen gedomineerde modewereld en dat gaat ver terug.
Eind zeventiende eeuw verenigden de (wol)naaisters van Parijs zich in een eigen gilde. Tot dan toe mochten zij als couturières wel vrouwenkleding maken, maar als het er echt op aan kwam - bij de duurdere stukken van kostbare stoffen - dan was dat recht voorbehouden aan de mannelijke kleermakers. "De komst van het naaistersgilde was het begin van een moderevolutie', aldus Madelief Hohé, conservator van het Gemeentemuseum en samensteller van de tentoonstelling.

vrouw des huizes 

Vanaf die tijd keerde het tij en met name in het begin van de twintigste eeuw dienden zich ontwerpers aan die als 'vrouw des huizes' een eigen modehuis gingen bestieren. Jeanne Lanvin en Coco Chanel startten hun carrière nog als hoedenmaaksters (modistes), maar kregen - samen met vrouwen als Madeleine Vionnet, Madame Grès en Elsa Schiaparelli bekendheid met hun eigen ontwerpen die werden geproduceerd in hun eigen succesvolle bedrijf. Veelal ondanks allerlei tegenwerking.
In de zestiger en zeventiger jaren stond er een tweede golf vrouwelijke couturiers op: Mary Quant, Agnès B, Rei Kawakubo (oprichter van Comme des Garçons, wat zoiets betekent als 'zoals de jongens') en natuurlijk en niet te vergeten de inmiddels 77-jarige Vivienne Westwood. Toen al en - petje af - still going strong!






1, 2, en 5: zaaloverzichten. 3. Elsa Schiaparelli. 4. niet kunnen herleiden... 6. Vivienne Westwood, '18 collectie.
Bij veel modehuizen die oorspronkelijk zijn opgericht door een man, staan inmiddels boss ladies aan het roer. "Denk aan Maria Grazia Chiuri bij Dior, Sarah Burton voor Alexander McQueen en tot voor kort Phoebe Philo voor Céline. Met hun ontwerpen domineren zij de hedendaagse catwalks." En sommigen laten van zich horen. Ofwel door hun mond beleden óf met hun eigenzinnige, politiek geënte kleding. Denk dan aan de T-shirts van Katherine Hamnett tegen de Brexit en voor het milieu en steun aan vluchtelingen en Vivienne Westwood die zich sterk maakt voor het milieu en een duurzamere mode-industrie.  

van keurslijf naar flapperdress tot powersuit

In de tentoonstelling ga je met 7-mijlslaarzen door de tijd. Femmes Fatales laat een bonte stoet met vrouwelijke (inter-)nationale ontwerpers zien en het zijn er veel meer dan ik aanvankelijk dacht. (In de bij de expo uitgebrachte, heel interessante catalogus - en eigenlijk een must have voor de echte fashionista's - komen 20 van hen 'aan het woord'). Het is een kleurrijke optocht geworden van vrouwen die hun stempel drukten of drukken op vrouwenmode vanaf de 18de eeuw tot nu en uit allerhande stijlperioden: van chique gala en cocktail tot alledaagse kloffies, ook koninklijk, dan weer activistisch of futuristisch. 

En de veelgeroemde tentoonstellingsontwerper Maarten Spruyt (een vrouwelijke variant had wel toepasselijk geweest) deed daar nog een schepje bovenop: de bezoeker gaat van de gouden eeuw naar de innovatieve (3D-) ontwerpen van Iris van Herpen; wordt het protest verbeeld in reform-jurken en de invloed van de suffragettes en dat dan weer samen met de eerdergenoemde 'revolutionaire' mode. In dezelfde zaal is ook Maria Grazia Chiuri (Dior) aanwezig met haar leus: "we should all be feminists". In alle ruimten gaat het verleden 'hand in hand' met het heden en lopen de diverse invloeden en uitingen door elkaar.
Ik miste in het ontwerp van de expo een duidelijke 'uitgezette lijn' (bijv. door een consistent kleurgebruik) en vond de styling soms wat gekunsteld en vergezocht (zoals strijkplanken en -bouten op de grond in één van de zaaltjes en de wit-lila 'boom' bij Schiaparelli. Items die wat mij betreft uit de lucht komen vallen).





1, 4 en 5: Iris van Herpen. 2. en 3. In het laatste vertrek ontwerpers van nu: Iris van Herpen, Marga Weimans, Mary Katrantzou en Commes de Garçons.
Curator en samensteller Madelief Hohé benadrukt dat het niet de bedoeling is om vrouwelijke ontwerpers te generaliseren, maar juist alle aspecten van sterke vrouwen in de mode aan bod te laten komen.

Inhoudelijk is het een uitstekende tentoonstelling en door het actuele thema erg relevant. Voor wat betreft de uitvoering heb ik zo mijn twijfels. Maar hé. Smaken verschillen...

Femmes Fatales - Sterke vrouwen in de mode’ is nog tot en met 24 maart 2019 te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag.
Kijk even op de website voor bezoekersinformatie.


-X-


Ook te zien:  'Glans en Geluk, Kunst uit de wereld van de Islam' (t/m 3 maart '19) én 'Alexej von Jawlensky, Expressionisme en Devotie' t/m 27 januari '19 en mijn verslag over die laatste tentoonstelling zie je hier.


Tentoonstellingsontwerper Maarten Spruyt wordt geïnterviewd...
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©Miriam van der Meer (www.agreylady.nl), tenzij anders vermeld.

Kleur bekennen: 'Rhapsody in Blue' in Museum Voorlinden

10 november 2018
"Een rapsodie is een gedicht of een muziekstuk dat qua onderwerp of stijl bestaat uit verschillende contrasterende gedeelten en dat desondanks een eenheid vormt, vaak met een gemeenschappelijk of in verschillende vormen terugkerend thema" (vrije interpretatie van Wikipedia)
Oké, dat is dan de reden waarom Museum Voorlinden koos voor de titel 'Rhapsody in Blue' voor deze expositie: het is de titel van een compositie van George Gershwin en het terugkerend thema in de tentoonstelling is - net als in het muziekstuk van Gershwin - blauw.

Hoe toepasselijk!



1. Bram Bogart, 'Zevenblauw', 1970. 2. Zaaloverzicht. 3. Johannes Girardoni, 'The Eye of the Soul', 1991.
Maar eerst nog even over die melodie (nu volgt een #muziekfeitje). Het wereldberoemde 'Rhapsody in Blue' (hier te zien/horen op YouTube) werd gecomponeerd door de Amerikaanse musical-componist George Gershwin (1898-1937), die naast deze golden oldie, nog flink wat andere (Broadway-)hits op zijn naam heeft staan. (Wat dacht je bijvoorbeeld van de opera 'Porgy and Bess'?) In 1924 schreef hij dit werk voor piano en jazzorkest en hij verwerkte in het stuk elementen van de Europese symfonische muziek. En ondanks de 'leeftijd' van het stuk zullen de meeste van ons het wel herkennen, want het stond tot 2005 in de Top 2000 van NPO Radio 2.

Broadway hit

Goed. Terug naar de expositie in het museum op het mooie (duin)landgoed Voorlinden in Wassenaar.
Zoals gezegd is de enige overeenkomst tussen al het getoonde de kleur blauw. Verder is het een samenraapsel van allerlei schilderijen, sculpturen en installaties uit de enorme eigen collectie. En dat 'samenraapsel' klinkt nogal oneerbiedig, wetende dat alle geshowde kunstwerken ieder voor zich top of the bill zijn. Grote kunstenaars. Ik noem een Jan Sluijters, een Anish Kapoor, een Donald Judd, Maria Roosen, Piet Mondriaan. Een grote verscheidenheid aan artiesten en hun bijdragen aan de expo hebben helemaal niks met elkaar uitstaande, anders dan dat het een mooi visueel beeld vormt en een duidelijke representatie is van de diversiteit van de verzameling. "Wars van elke categorisering in chronologie, stromingen, stijlen of discipline is in de zalen een greep uit de verzameling van moderne en hedendaagse kunst te zien, gerangschikt op tinten blauw. Zo ontstaat een nieuwe kijk op de individuele werken", aldus de uitleg van het museum.





1. Zaaloverzicht. 2. A.R. Penck, zonder titel, 1988. 3. Charles Avery, zonder titel (Monoist), 2012. 4. Berend Strik, 'Joy', Smile', Stitched Girl', 'Hug', 2004. 5. Vanessa Beecroft, 'vb.ceramic.008', 2017.
Wat is dat toch met die kleur blauw in de kunst?
Het begon allemaal met de Bijbelse figuur Maria. Zij draagt vrijwel altijd een (hemels-)blauw gewaad. Haar jurk of mantel - let maar eens op - is steevast blauw. En dat al sinds de twaalfde eeuw, toen Maria heilig werd verklaard en haar verering als 'de Moeder van God' een aanvang nam. Daarmee was de toon gezet en werd de kleur blauw symbool voor puurheid, deugd en devotie.
Een echte trendsetter toentertijd was de Italiaanse schilder Giotto di Bondone (zo rond 1266-1337) die wordt beschouwd als een ware kunstvernieuwer. Hij veranderde bijvoorbeeld de vaak gouden achtergronden in een helder blauw voor de lucht.
Ook alle beroemde Renaissance-kunstenaars (zoals Raphael, Botticelli, da Vinci, Michelangelo) gebruikten het enorm kostbare blauwe pigment ultramarijn - oftewel verpulverde lapis lazuli, een natuursteen voornamelijk gedolven in Afghanistan - om heiligheid uit te drukken (en tegelijkertijd ook de rijkdom van de opdrachtgever te tonen).

kleur bekennen en een beetje kleurenleer

Vincent van Gogh beeldde Maria van top tot teen in het blauw af in zijn 'Pietà (naar Delacroix' in 1889) en Dali gebruikte blauw bij zijn vertolking van de Madonna ('The Madonna of Port Lligat', 1950).
Ook in de niet-religieuze kunst duikt blauw veelvuldig op en dan vooral als symbool voor het spirituele. Blauw is een van de drie primaire kleuren en naamgever van het zogenaamde 'blauwe uur': de overgang tussen nacht- en daglicht (en andersom), als de schemering een helder blauwe kleur krijgt en daarom zo favoriet bij fotografen. 





1. Piet Mondriaan, 'Witte chrysant', 1906. 2. Willie Cole, 'Suicide Virgin', 2002. 3. Maria Roosen, 'Again', 2003. 4. Alex van Warmerdam, 'Man met smalle stropdas', 2017. 5. Ellsworth Kelly, 'Blue Ripe', 1959.
Algemeen bekend is Picasso's blauwe periode. Een typisch gevalletje feeling blue, want in die jaren - van 1901 tot ca. 1904 - rouwde hij om de zelfmoord (cherchez la femme) van zijn vriend Carlos Casagemas. In de schilderijen van de expressionisten Franz Marc en Wassily Kandinsky stond blauw voor het bovennatuurlijke. Marc schilderde blauwe paarden, omdat hij vond dat dieren dichterbij God stonden dan mensen. Volgens Kandinsky had blauw een spirituele kwaliteit, omdat de kleur in de kunst symbool stond voor diepte, rust en lijden.

feeling blue en blauw bloed

De uitdrukking "blauw bloed hebben" betekent van adel zijn en vandaar ook weer die verwijzing van blauw naar rijkdom en aanzien. (#geinig #feitje:) Aristocratische families die geen fysieke arbeid hoefden te verrichten, waren trots op hun blanke huid waarbij je door de aderen - bijvoorbeeld bij de pols - het 'blauwe' bloed zag stromen: sangre azul).
Het handelsmerk van de Belgische kunstenaar Jan Fabre zijn zijn kunstwerken getekend met blauwe Bic-balpennen en natuurlijk verdient de Franse kunstenaar Yves Klein (1928-1962) in dit kader speciale vermelding. Hij staat bekend om zijn monochrome blauwe werken en performances (met naakte vrouwelijke modellen), waarvoor hij een ultramarijn blauwe kleurstof gebruikte. Hij zocht jarenlang naar een perfect pigment en door het fixatief Rhodopas toe te voegen, behield het blauw zijn intensiteit en ging het nauwelijks glanzen. Voor het oog is het een beetje korrelig of donzig. Hij patenteerde de kleur (of het procedé) als 'International Klein Blue' (IKB). Zijn vondst was niet onverdienstelijk: hij is er wereldberoemd mee geworden. Helaas heeft Klein er niet lang van kunnen genieten. Hij overleed op jonge leeftijd aan hartfalen. Hij werd slechts 34 jaar oud. 
(Op YouTube is 'Anthropometries' te zien. Een filmpje uit 1962 van en met Yves Klein).


1. Zaaloverzicht. 2. Yves Klein, 'Venus Bleue, 1970 en daaronder JCJ Vanderheyden, 'zonder titel', 2006.
In het mooie Voorlinden loop je nooit een blauwtje (...), dus allemaal in gestrekte draf naar het chique, in herfstige kleuren getooide landgoed voor de tentoonstelling 'Stage of Being', 'Armando' en nog tot en met eind maart 2019 het hier besproken 'Rhapsody in Blue'. Kijk even op de website voor bezoekersinformatie.


-X-


Gebruikte bronnen: Wikipedia en kunstvensters
Alle kunstwerken: collectie Voorlinden Wassenaar

Toegift: Joana Vasconcelos, 'Slalom', 2011 

Tekst en alle (iPhone)foto's: ©Miriam van der Meer (www.agreylady.nl).

De ontzettende vanzelfsprekendheid: Armando in Museum Voorlinden

6 november 2018
"Ik vraag mij soms af: hoe is zo’n banaal mannetje als ik tot zulk mooi werk in staat?" Deze uitspraak van Armando (Amsterdam 1929 - Potsdam 2018) neigt naar valse bescheidenheid, maar daarvan is in dit geval absoluut geen sprake. De schilder, beeldhouwer, dichter en journalist was geenszins aanmatigend. Integendeel. Armando - een alleskunner, want in zijn (jongere) jaren ook bokser, violist en televisie- en theatermaker - was krachtig en bewust, maar ook modest; verlegen haast. Tenminste, dat is het beeld dat naar voren komt na lezing van interviews met de kunstenaar. 

In Museum Voorlinden in Wassenaar opende prinses Beatrix afgelopen zaterdag (3/11) een eerbetoon aan de op 1 juli jongstleden overleden allrounder. En de expositie kreeg de voor de hand liggende titel 'ARMANDO' mee.
Ik bracht een bezoek aan het mooie (duin)museum en maakte het navolgende "portret". 




1. 'Der Zaun 3-4-97'. 2. 'Seestück', augustus 2016. 2. 'Spuren', 19-1-18 en 'Landschaft', 4-12-17. 3. 'Todeslandschaft', 29-5-18, allemaal collectie Armando Stichting. 
Als je door de jaren heen ruim 45 schilderijen van een en dezelfde kunstenaar hebt verzameld, dan is het niet meer dan logisch om daar - bij een goede gelegenheid - een (solo-)expositie mee te maken. En precies dat was de bedoeling van Voorlinden. De aanleiding voor de geplande Armando-tentoonstelling zou zijn negentigste verjaardag op 18 september 2019 moeten zijn geweest, ware het niet dat de kunstenaar afgelopen zomer overleed.
En het ontslapen van de 88-jarige artiest deed directeur Suzanne Swarts besluiten om de voorgenomen expositie te vervroegen. Mogelijk dat het nieuws over zijn overlijden (jonge) mensen die Armando's werk voorheen niet kenden, bij "hun lurven" zou pakken, concludeerde het (privé-)museum. "Dit is het moment om het indrukwekkende oeuvre van dit iconische multi-talent te delen met het publiek."

"een jongen van de gestampte pot"

Armando werd als Herman Dirk van Dodeweerd* in 1929 geboren in een burgermansmilieu in de Amsterdamse Pijp, maar het gezin verhuisde vlak voor de tweede wereldoorlog naar Amersfoort. Zijn ouderlijk huis stond in de buurt van het beboste terrein dat toentertijd het 'Polizeiliches Durchgangslager' huisvestte, beter bekend als Kamp Amersfoort en dat gegeven heeft altijd grote invloed gehad op zijn schrijfkunst én op zijn beeldend werk. Zijn schilderijen, tekeningen en litho's hebben vaak oorlog en geweld als onderwerp. Mensen komen in zijn afbeeldingen niet voor (een enkel geval daargelaten, zoals het sculptuur 'Gestalt' uit 2001 voor de ingang van Voorlinden). 
Op een bepaald moment heeft hij zijn naam officieel veranderd in Armando.







1. '6 x rood', 1963 (coll. Stedelijk Museum Amsterdam). 2. Zaaloverzicht. 3. 'Autobandenwand', 1962. 4. 'Selbst', 1979 (coll. Voorlinden). 5. 'Waldstück 22-1-01', (coll.Voorlinden). 6. Zaaloverzicht bij vroege werken. 
Armando was erg veelzijdig en daarmee een fenomeen dat niet weg te denken is uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Sportief actief als (amateur) bokser, trad hij in zijn jonge jaren ook op als violist voor het Amerikaanse- en Canadese bevrijdingsleger en later was hij naamgever van het Armando Kwartet en maakte hij deel uit van het zigeunerorkest van Tata Mirando. Na een studie kunstgeschiedenis in Amsterdam ontwikkelde Armando zijn schilderskwaliteiten en zijn schrijverschap.
In 1954 debuteerde hij als dichter, in hetzelfde jaar dat zijn tekeningen voor het eerst geëxposeerd werden. Daarnaast werkte de kunstenaar bij de Haagse Post op de kunstredactie (waarvan hij ook chef werd), schreef hij jarenlang columns voor het NRC en publiceerde hij proza en dichtbundels die vaak genoeg in de prijzen vielen (F. Bordewijk-, Multatuli-, Herman Gorter- en Jacobus van Looyprijs; een Zilveren Griffel).
Vanaf 1979 woonde en werkte Armando afwisselend in Nederland en in Duitsland (Berlijn en later Potsdam, waar hij ook overleed) en dat verklaart ook de vaak Duitse namen van zijn kunstwerken. 

mannetje ventje*

Als Armando schreef, dan was dat vooral beschouwend en zijn poëzie bestond uit korte, rake, stotende zinnen. Daarnaast maakte hij ook teksten waarin hij zijn eigen, ietwat vreemde universum schetste. (Oudere lezers weten het misschien nog wel) het televisieprogramma en later ook een theaterversie halverwege de zeventiger jaren: "Herenleed". Dat was een sketch show met (o.a.) Cherry Duyns en ik zeg je eerlijk: ik begreep er vaak geen snars van, surrealistisch-absurdistisch als het was (kijk maar eens op deze site van de VPRO).  In 1995 verscheen een vervolg, waarin weer met een lachwekkend, stijf taalgebruik een bizar beeld van de werkelijkheid werd gegeven. 
* man 1 en man 2 uit Herenleed.





1. Zaaloverzicht met de viool van Armando. 2. 'Waldrand 23-10-06', (coll. Voorlinden). 3. 'Landschaft 14-6-11' en 'Landschaft 10-7-11'. 4. 'Der Zaun 3-4-97'. 5. 'Wolken 11-1-18', (3, 4 en 5: coll. Armando Stichting). 6. Zaaloverzicht met sculptuur 'Fahne', 1990 (particuliere collectie). 
Armando werkte uiterst spontaan, waardoor zijn schilderijen een zeer krachtige abstract-expressionistische uitstraling hebben. Hij werkte ook haast niet met kwasten. In plaats daarvan gebruikte hij een plamuurmes waarmee hij dikke lagen olieverf aanbracht, want het resultaat moest eruitzien alsof het 'immer da schon gewesen war' (zei de schilder in een interview met Trouw in 2004 en refererend aan een uitspraak van Goethe). Of hij gebruikte zijn grote gehandschoende handen (die handschoenen zijn te zien in de expo). Ook in zijn sculpturen kun je zijn vingerafdrukken zien staan.

vingerverven

Zijn schilderijen en beelden zouden angst oproepen (zo staat er te lezen in een artikel in HP De Tijd). "Dat is ook niet zo vreemd: het belangrijkste thema in zijn werk is de Tweede Wereldoorlog. (...) Hij vroeg zich af waarom de natuur rondom dat kamp (Kamp Amersfoort) niets deed en gewoon door bleef groeien. Dat resulteerde later onder meer in een serie werken onder de noemer Schuldig Landschap." 
Ook het museum benadrukt de 'zwaardere' thema's in Armando's werk: "schuld, melancholie en de schoonheid van het kwaad."
In al zijn werken lijkt hij één centraal en tegelijk ook universeel onderwerp te belichten: de tragiek van de mens. Armando heeft als naoorlogs kunstenaar veelvuldig – in zijn eigen woorden – de "medemens" tot een glimlach verleid, ontroerd, wakker geschud en niet in de laatste plaats geïrriteerd en tot heftige debatten geprovoceerd.

Toch is de tentoonstelling alles behalve 'zwaar'. Het is een mooie, sobere expositie (want Armando was zelf nogal van 'niet te vol', aldus directeur Swarts). Ikzelf ben erg onder de indruk geraakt van het formaat, de textuur en ruigheid, de 'eindeloosheid' door de afwezigheid van voor- en achtergrond en 'de ontzettende vanzelfsprekendheid' van Armando's kunst.



1. 'Das Rad', 1991 (coll. Voorlinden) en 'Die Leiter', 1991 (coll. familie Krajenbrink). 2. 'Damals 27-12-04' (coll. Voorlinden). 3. 'Rotes Bild 27-11-12' (coll. Armando Stichting). 
De expositie "Armando" is een ode aan de kunstenaar, waaruit blijkt hoe breed zijn kunst was. "Het eerbetoon omvat een selectie schilderijen en beelden vanaf de jaren vijftig tot zijn laatste werken." Zijn gedichten (door hemzelf voorgelezen) én zijn vioolspel zijn te horen op koptelefoons op groene banken die geposeerd zijn voor de enorme raampartij uitkijkend op de - door Piet Oudolf ontworpen tuin en het prachtige herfstige duinlandschap.

En uiteraard valt er veel meer te melden over de kunstenaar Armando en daarom is het prettig dat je bij de start van de expositie een hand-out ontvangt met achtergronden en beschrijvingen van de kunstwerken (in plaats van ellenlange zaalteksten).


-X-


De tentoonstelling is te zien tot en met 10 maart 2019. Kijk even op de site van het museum voor bezoekersinformatie*
*(je museum(jaar)kaart is hier niet geldig).

In Voorlinden zie je momenteel ook (en nog t/m eind januari) de tijdelijke expositie 'Stage of Being' en daarover maakte ik dit blogverslag.

PS: op Hollandse Meesters zie je een 15:22 minuten durend portret van regisseur Boudewijn Koole over Armando.


1. 'Gestalt', 2001 (coll. Voorlinden) en 2. het uitzicht met 'Stuhlhockerbänke' van Yvonne Fehling en Jennie Peiz.
Tekst en alle (iPhone)foto's: © Miriam van der Meer (www.agreylady.nl).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature