'Let's Dance!' in het Gemeentemuseum: Dansmode van tutu tot pattas

30 september 2019
In Kunstmuseum Den Haag (voorheen het Gemeentemuseum) gaan we met de voetjes van de vloer, want daar zie je sinds afgelopen zaterdag (28/9) de expositie 'Let's Dance! Dansmode: van tutu tot pattas'. Hofdans, Weense wals, het Zwanenmeer, the charleston, jive, line dance, twisten, disco of gabber: dans heeft altijd al een directe invloed gehad op het modebeeld en in deze vertoning zie je hoezeer deze met elkaar zijn verweven. In Let's Dance! zie je de verschillende kanten van dansmode en passeert er een groot aantal dansstijlen de revue.

Voor dancing queens, ballroom babes, Ginger Rodgers- & Fred Astaire-, John Travolta- en Michael Jackson- (of misschien die maar even niet...) lookalikes, maar ook voor muurbloempjes: kijk mee naar mijn impressie van een swingende expositie over dansmode uit de 17e eeuw tot nu.



1. De cast van Fame op straat in New York, met in de voorgrond Debbie Allen als Lydia Grant en Gene Anthony Ray als Leroy Johnson. ©Getty Images via Gemeentemuseum Den Haag. 2. Het begint allemaal met het voetenwerk. 3. Historische kostuums uit de collectie.
Voor iedereen een feest van herkenning, want we hebben immers allemaal (jeugd-)herinneringen. Iedereen die jong is geweest, voelde zich ooit aangetrokken tot een bepaalde muziekstijl en ook (of meestal) tot de daarbij behorende subcultuur en dito kledingcode.
In mijn tijd (...) had je in Amsterdam 'vetkuiven'. Ook de zogenaamde 'pleiners' en 'dijkers': fans van The Beatles of The Stones (het was nooit 'en-en', maar altijd óf). Ik was meer een 'soulkikker' (en nog): ik danste the night away op klanken van (vooral) het Motown-label en droeg daarbij schoenen met plateauzolen, broeken met wijde pijpen en korte naveltruitjes.
Later kwam de Disco (denk John Travolta) en Punk en die mode was heel uitgesproken en werd voor een groot deel bepaald door Vivienne Westwood en haar vriend Malcolm McLaren*.  Hanenkammen, veel geruite jasjes, gescheurde shirts en broeken (what's new?) en vooral heel veel veiligheidsspelden.
muzikant, kunstenaar, kledingontwerper én manager-impresario van Johnny Rotten & the Sex Pistols.

dans en mode over en weer

In the late eighties wilden alle fan girls* eruit zien als Madonna. Ze was (is?) legendarisch, zoals in 'Vogue'. Of denk aan de iconisch geworden puntbeha ontworpen door Jean Paul Gaultier die zij droeg tijdens de 'Blonde Ambition'-tour in 1990. De heren* onder ons waanden zich John Travolta en/of Michael Jackson. Was het niet om de muziek, dan toch wel om de moves, de losse heupen, the moonwalk. Van die dingen.
En zo kan ik natuurlijk nog wel een uurtje doorgaan, maar je begrijpt wat ik bedoel. Dans, muziek en mode zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
* en dit bedoel ik volstrekt genderneutraal.

Lambada, vogeltjesdans en Gangnam Style

"Dansmode spreekt tot de verbeelding en dat is vaak terug te zien in het modebeeld. (...) Daarnaast zijn ook regelmatig populaire dansen zelf bepalend geweest voor de kledingkeuze", lees ik in de zaaltekst bij de expositie. In de vertoning - ook deze keer samengesteld door modeconservator Madelief Hohé en vormgegeven door (tentoonstellings-) ontwerper/stylist Maarten Spruyt - zie je dansschoenen, professionele danskostuums, (street style-) mode en high fashion geïnspireerd door dans, met ontwerpen van spraakmakende couturiers zoals Viktor & Rolf, Christian Lacroix, Yves Saint Laurent, Jan Taminiau, Iris van Herpen én fragmenten uit bekende dansfilms.
Alles komt aan bod.






1. Koning Lodewijk de XIV als zonnegod Apollo in Ballet Royal de la Nuit, 1653. 2. tijdsbeeld. 3. Josephine Baker, Folies Bergéres, 1920s. 4. tijdsbeeld. 5. en 6. Kostuums voor Ballet Russes (1909-1929) waaronder kostuums ontworpen door Pablo Picasso.  
"Onze garderobe danst al eeuwenlang mee met alle populaire dansen", lees ik in het bij de expositie uitgebrachte glossy magazine. En ook: "met een nieuwe dans en de bijpassende mode choqueerde je altijd de oudere generatie." Dat is dus blijkbaar van alle tijden.
Op bals in de 17e en 18e eeuw danste men vormelijke, stijve hofdansen (zoals het 'menuet') en die verliepen volgens een vast stramien. Samen met een partner én in groepsverband 'schreed' men complexe geometrische figuren, kaarsrecht en met opgeheven hoofd. "Maar na de Franse Revolutie, met name in de negentiende eeuw, kwam een burgerlijke cultuur op, waarin nieuwe sociale dansen ontstonden." Denk maar aan de 'onzedelijke' Weense wals: een dans die aan de Europese hoven lange tijd verboden was om het intieme lijfelijke contact tussen de danspartners. Men danste één op één:  "schande!", aldus de oude garde.

dance in the oldfasfioned way...

Begin twintigste eeuw behoorde het groepsgebeuren geheel tot het verleden (behalve bij line dance en volksdansen) en werd er alleen nog maar in stelletjes gedanst. Met die 'partnerdansen' werd ook 'ballroom' of 'stijldansen' populair. Dat zijn internationale standaarddansen, zoals de Engelse wals, slow foxtrot en quickstep en (en oh la, la) de Latijns-Amerikaanse dansen (kortweg 'latin' genoemd): tango, samba, cha cha, rumba, paso doble en jive.
In de 'roaring twenties' was niet alleen de charleston overbekend, maar werd er op de populaire ragtime en jazzmuziek ook de cakewalk, boston, turkey trot, lindy hop én verschillende 'animal dances' gedanst (leer ik uit het magazine).

Ballet Russes

In de expositie is er als vrolijke noot een aantal kostuums van het Ballet Russes. En ik citeer nu de online encyclopedie (W): dit "was een balletgezelschap uit Rusland, gesticht (en geleid) door Sergej Djagilev. Tussen 1909 en 1929 traden de Ballets Russes op in tal van westerse landen, in een soort van rondtrekkend bestaan (...). Het fameuze gezelschap bracht vele belangrijke dansers en choreografen voort en stond bekend om haar vernieuwingsdrang, zowel in choreografie, in muzikaal opzicht als in kostuums en decorontwerp."
Precies. Een "synthese van alle kunsten", want de kleur- en fantasierijke kostuums werden nogal eens ontworpen door belangrijke kunstenaars en designers. Wat dacht je van Pablo Picasso en Coco Chanel? (En te zien in de expositie).






Uiteraard veel tule, veren en tutu's in de tentoonstelling. Op de 5e foto balletkostuums ontworpen door Viktor & Rolf voor Dutch Doubles (2013) door het Nationaal Ballet. 
Uitgangspunt voor mode en dans is het menselijk lichaam en de mogelijkheden én onmogelijkheden die onze stoffelijke behuizing heeft (behalve voor een slangenmens, want die kent nauwelijks begrenzing). "Mode en dans definiëren het lichaam." Beide gaan over beweging.
Geoefende dansers - zowel klassiek, als modern geschoold - betoveren de toeschouwer met virtuoze lichaamsoefeningen. Soms gracieus, sierlijk, dan weer krachtig, ruw en wild. Ritmisch, organisch of experimenteel en allerlei combinaties daarvan.

streetwise

Veel mode-collecties zijn in de loop der jaren gebaseerd op ballet en andere vormen van professionele dans. "Een mooi voorbeeld zijn de zwarte en witte verenjurken die Alexander McQueen ontwierp in zijn herfst/wintercollectie 2009", gebaseerd op de beroemde balletten 'Het Zwanenmeer' (1877) en 'De Stervende Zwaan' (1905). "In de mode is de klassieke tutu steeds vaker gecombineerd met stoere kledingstukken", zoals met een leren bikerjack.
Bijna elke ter zake doende mode-ontwerper heeft wel eens opdracht gekregen om kostuums te maken voor een dansgezelschap. Neem Iris van Herpen. Zij ontwierp al voor vijf balletten de kleding.

van tutu tot pattas

Met dans en mode onderscheiden we ons en daarom werkt het ook vice versa: "de 20e eeuw bracht ons populaire dansen die letterlijk een nieuwe mode veroorzaakten. (...) De bewegingen vroegen om een nieuw soort kleding. Denk aan de korte Charleston-jurk, wijde rock-'n-roll-rokken (met pettycoat als afgeleide van de tutu?), glitterende discomode of de hiphop-outfits geïnspireerd door streetwear." Volgens Madelief Hohé (en assistent Fleur Dingen) zou de invloed van de hiphop- of rapmuziek (als culturele stroming) misschien wel eens de grootste ooit zijn.
Hiphop is ontstaan in de jaren zeventig in New York en dan voornamelijk in de arme wijk The Bronx, die destijds bewoond werd door vooral Afro-Amerikanen en latino's. Zij droegen geen designerkleren, maar hun eigen outfits: jeans, T-shirts en sneakers en met name dat laatste fashion item - modieuze sportschoenen of, in 'goed Nederlandse' straattaal: pattas - ontketende een decennialange rage. Vandaar ook de titel van de expositie: 'van tutu tot pattas.




   
1e foto: Jan Taminiau, 'Transatlantic', 2016 voor het Nationaal Ballet. 3. Uit de 'lumps and bumps'-collectie van Comme des Garçons. 4e Foto: Thierry Mugler, 'Cendrillon', 1986. 
Wat een fijne, swingende expositie is 'Let's Dance' geworden! Voor elke dans- en fashionliefhebber een must go!
Maar ook voor ieder ander die even een wandeling langs Memory Lane wil...! 


-X-


Jammer genoeg moet ik voor nogal wat foto-bijschriften in gebreke blijven (de expo was ten tijde van de pers-preview nog volop in voorbereiding), maar dat is dan des te meer reden om zelf te gaan kijken. Tot en met 12 januari in het Kunstmuseum Den Haag.

En smaakt dit naar meer? Op 13 oktober opent 'Thierry Mugler, Couturissime' in de Kunsthal, Rotterdam en uiteraard volgt hier een verslag.

#selfiesouvenir #modevoorgevorderden #advancedstyle Foto: ©GeraldinaMetselaar.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Chagall, Picasso, Mondriaan e.a.: Migranten in Parijs in het Stedelijk Museum

27 september 2019
De tentoonstelling 'Chagall, Picasso, Mondriaan (e.a.): Migranten in Parijs' kun je zien als een soort van 'Ik Vertrek'. Net als bij dit kijkcijferkanon verruilden de hoofdrolspelers in deze interessante vertoning in het Amsterdamse Stedelijk Museum huis en haard om een ongewisse toekomst op te bouwen in een voor hen nieuw land. Alle getoonde kunstenaars (en dat zijn er maar liefst 50) trokken in de eerste helft van de vorige eeuw naar hét kunstcentrum van de wereld: Parijs.

Hoe verging het deze 'trekvogels' in den vreemde? Wat waren hun motieven en voor welke uitdagingen kwamen ze te staan? Hoe ontwikkelden zij zich kunstzinnig in hun nieuwe habitat? In 'Migranten in Parijs' blikt het Stedelijk Museum terug op deze - om heel verschillende redenen, soms moedige - landverhuizers.
Kijk je mee?



1. (Uitsnede) Marc Chagall, Verliefd paar, 1925, collectie (en foto) Stedelijk Museum Amsterdam. 2. Zaaloverzicht. 3. Jan Sluijters, 'Bal Tabarin', 1907.
De een is op de vlucht voor uitsluiting en vervolging, de ander voor het keurslijf van een (over-) geregeld leven; een derde wil vervulling van een soms al decennia gekoesterde droom. Gelukszoekers en vluchtelingen, al dan niet economisch. Maar - zoals we maar al te goed weten van het populaire tv-programma 'Ik Vertrek' - gaat het opbouwen van een nieuw leven over de grens niet zonder slag of stoot en zelden over rozen.
Zo verging het ook de gepresenteerde kunstenaars in de tentoonstelling 'Chagall, Picasso, Mondriaan (e.a.): Migranten in Parijs en dat zijn er niet minder dan zo'n vijftig stuks. Bekende én onbekende artiesten. Ieder voor zich hadden zij redenen om zich in de Franse hoofdstad te vestigen. Want in Parijs, daar gebeurde het. Maar dat ging niet altijd van een leien dakje.

artistieke pelgrimage

Parijs was in het begin van de 20e eeuw* de grootste metropool van Europa en het had een onweerstaanbare aantrekkingskracht op creatievelingen uit alle windstreken. Het tijdperk van 'la belle époque': een periode (tot de 1ste wereldoorlog) van relatieve rust en welvaart en (daardoor) grote ontwikkelingen op het gebied van kunst en wetenschappen. De stad als een snelkookpan. Iedereen die er iets toe deed, zat in Parijs. Een broedplaats van talent. Dé culturele hotspot.
Parijs kende een grote bohémienne kunstscene met creatieve geesten die volop discussieerden en filosofeerden over de wereld in het algemeen en de (beeldende) kunst in het bijzonder. Plaats van handeling: de cafés en ateliers van Montmartre en Montparnassse.
*en eigenlijk al sinds de Franse Revolutie van 1789.

het broeit, borrelt en bruist 

"Parijs trok me als een lichtfakkel aan", aldus Kees van Dongen die rond 1900 naar Parijs trok. Hij liet zich inspireren door de stad en schilderde de stad 'lumineus'. Piet Mondriaan kwam er in aanraking met het kubisme van Picasso en Braque. "Zijn abstracte beeldtaal van rechte lijnen en vlakken in primaire kleuren was voor hem universeel en vergelijkbaar met het 'ritme' van de moderne grote stad. Hij voelde zich een echte 'Parijse kosmopoliet', aldus de zaaltekst. "Als arme immigrant zou de Spanjaard Picasso zich in Parijs ontpoppen tot een radicale vernieuwer."
Karel Appel en Corneille trokken na de tweede wereldoorlog naar Parijs en kregen er succes als lid van de internationale avant-gardistische CoBrA-beweging, die in 1948 in Café Notre Dame in Parijs werd opgericht. 






1. Pablo Picasso, 'Sybille', 1923. 2. Robert Delaunay, 'Formes circulaires. Soleil, lune', 1912-1913. 3. Zaaloverzicht met twee sculpturen van Ossip Zadkine, (l.) 'Vrouwentorso', 1933 en (r.) 'Hommage a J.S. Bach', ca. 1936. 4. Gino Severini, 'Train de blessés', 1915. 5. Ossip Zadkine, 'Le cerf', 1923. 6. Marc Chagall, 'Bella in het groen', 1834-1935.
Wat bezielde deze kunstenaars? Wat vonden zij in Parijs? Waarmee hadden zij succes of waarmee juist niet?  Wie sprak wie aan en wie kopieerde wie? Hoe en wanneer bogen zij mee met de geldende norm of waarom besloten zij juist voor het modernisme?
Kortom: wat beïnvloedde hen en zo ja, waarom niet?

Bij de een was het verblijf in het nieuwe thuisland opportuun: het kwam hen wel goed van pas. Voor de ander was de verhuizing lijfsbehoud en dringend noodzakelijk. Sommigen spraken de taal niet of heel gebrekkig. Pablo Picasso, die rond de eeuwwisseling verhuisde, sprak alleen Catalaans en Marc Chagall alleen Russisch en Jiddisch. (Zoals ik al zei: 't is net 'Ik Vertrek').
"Toen Marc Chagall in 1911 voor het eerst in Parijs kwam, voelde hij zich in eerste instantie onwelkom en een buitenstaander. Maar hij was in ieder geval geen tweedehandsburger, wat in Rusland met zijn pogroms en verplichte woongebieden voor Joden wel het geval was. De Franse hoofdstad werd al snel een openbaring voor hem." Desondanks viel hij, door heimwee naar zijn geboortestad Vitebs, regelmatig 'over de rand'.

voorspoed en tegenslag

Parijs was toentertijd the place to be, maar toch. Een tijdspanne met een zware economische crisis (in 1929) en twee wereldoorlogen, waarin de vijandigheid naar andersgezinden en buitenlanders sowieso spreekwoordelijk werd.
Het beeld van de tolerante en vrijgevochten samenleving blijkt dan ook geromantiseerd. Frankrijk was een koloniale grootmacht* met alle consequenties en vooral ook misstanden van dien. Haar hoofdstad was een plek met grootsteedse problemen. Een metropool in rep en roer met sociale ongelijkheid, uitbuiting en een toename van het aantal 'gastarbeiders' uit de (voormalige) koloniën en waar verwerpelijke sentimenten zoals antisemitisme, nationalisme en vreemdelingenhaat in ruime mate aanwezig waren. Zo verschenen er steeds vaker negatieve publicaties over buitenlandse kunstenaars.
Frankrijk 'bezat' grote delen van Noord- en West Afrika, 'Indochina' (Vietnam, Cambodja en Laos), West-Indië, Frans-Polynesië etc.

Over Kees van Dongen: "(...) Later was hij een gevierde society-schilder in Parijs, maar in 1906 beklaagt hij zich erover dat hij in de media consequent werd neergezet als le sale étranger: 'de vieze buitenlander'."






1. Marc Chagall, 'Maternité', 1953. 2. Zaaloverzicht (Marc Chagall). 3. Marc Chagall, 'L'autoportrait aux sept doigts' (zelfportret met zeven vingers), 1912-1913. 4. t/m 6.: Pablo Picasso, 'Femme nue devant le jardin ', 1956, 'Têtes', 1943 en 'Femme assise au chapeau en forme de poisson', 1942.
Grotendeels uit de eigen collectie (met slechts enkele noodzakelijk geachte bruiklenen) stelde het Stedelijk Museum een grote expositie samen met werken van zo'n vijftig kunstenaars die in de roerige periode (van grofweg) 1900 tot 1960 verhuisden naar, of in ieder geval geruime tijd verbleven in Parijs.

Uit de enorme eigen verzameling kunstwerken, waarvan gewoonlijk maar een fractie te zien is, wil het Amsterdamse museum presentaties maken met een overkoepelend en actueel thema die "de bestaande opvattingen over de geschiedenis en/of de kunst in een ander daglicht stelt en bediscussieert." Met de expo 'Migranten in Parijs' of "hoe maak je je eigen kunst in een land dat niet de jouwe is?" wil het museum een nieuw verhaal vertellen.

mannen van de bovenste plank

Je ziet er - voor het eerst in bijna zeventig jaar - veertig schilderijen, gouaches en werken op papier van Marc Chagall, waaronder een paar hele bekende. Sommige werden zelfs speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd (op zich al een bezoek waardig). Er is veel kunst van Pablo Picasso en ook Piet Mondriaan is goed vertegenwoordigd (vandaar natuurlijk ook de titel van de vertoning). 
De expositie is een goede gelegenheid om het werk van deze schildermaestro's van de moderne kunst in een ander licht te zien, maar tegelijkertijd ontdek je er ook 'nieuwe', onbekende kunstenaars. Een aantal vrouwen ook. En kunstenaars uit de (voormalige) Franse koloniën (zoals van Baya Mahieddine (1931-1998): vrouw én afkomstig uit Algerije).

eenheid in diversiteit

Een interessant verhaal is dat van de Nederlandse Fine Warburg (1906-1957), alias 'Nicolaas Warb'. Zij ging op 23-jarige leeftijd naar Parijs, vond dat haar achternaam (Warburg) te Duits klonk en met een mannelijk roepnaam (Nicolaas) hoopte zij serieus genomen te worden in de - door mannen gedomineerde, mondaine kunstwereld. In Frankrijk is dat redelijk gelukt, maar hier is zij onbekend gebleven.
Warb's echtgenoot schonk vier schilderijen van de vrij jong overleden Amsterdamse aan het Stedelijk Museum en (tentoonstellings-)samensteller Maurice Rummens is verguld dat hij deze schilderijen nu kan laten zien (zo lees ik in Tableau). "Het sluit mooi aan bij de intentie van deze tentoonstelling."
Hoe eigentijds wil je het hebben? 






1. (Links) César Domela, 'Composition néo-plastique no. 5 E', 1924-1925 en (rechts) Piet Mondriaan, 'Compositie no.IV, met rood, blauw en geel', 1929. 2. Karel Appel, 'Matrozenmeisje', 1946. 3. Kees van Dongen, 'Anna de Noailles', 1931. 4. Piet Mondriaan, 'Compositie no. XV', 1913. 5. Gesner Abélard (Haïti, 1922), 'Salle é manger', 1949. 6. drie schilderijen van Nicolaas Warb (Fine Warburg).  
De tentoonstelling 'Chagall, Picasso, Mondriaan e.a.: Migranten in Parijs' in het Stedelijk Museum Amsterdam is te zien tot en met 2 februari 2020.


-X-


Ook in de tentoonstelling: een affiche van de hand van Jean Chassaing uit 1931, voorstellende de Amerikaanse variétézangeres en -danseres Josephine Baker die vanaf 1925 in de Folies Bergère in Parijs werkte en daar (ook) ongekend populair was.
En dat is dan weer een mooi bruggetje naar mijn volgende verslag, namelijk die van de expositie 'Let's Dance!' Dansmode: van tutu tot pattas in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Wil je op de hoogte blijven van de door mij beschreven kunstzinnige wetenswaardigheden? Volg mij via E-mail (zie rechter sidebar), Facebook of Instagram.

Jean Chassaing, affiche Josephine Baker, 1931, collectie (en foto) Stedelijk Museum Amsterdam
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Jean-François Millet en de Haagse School in De Mesdag Collectie

21 september 2019
Opmerkelijk. Binnen drie weken twee tentoonstellingen over Jean-François Millet, 'boerenschilder' en mede-oprichter van de School van Barbizon. Thema van beide exposities is de grote invloed die deze Franse vernieuwende realist heeft gehad op (latere) vakgenoten. Het Van Gogh Museum in Amsterdam focust vanaf 4 oktober - logisch - op Vincent van Gogh en consorten: in De Mesdag Collectie in Den Haag opende 13 september jongstleden 'Jean-François Millet en de Haagse School' en ook dát is voor de hand liggend, zoals later zal blijken.

Door het beschikbaar komen van verf in tubes, kon Millet gaan doen wat hij het liefste deed: schilderen en plein air, dus in de open lucht en als onderwerp koos hij dan vaak voor het harde boerenleven.
Geef je ogen de kost bij het zaaien, ploegen, weiden en oogsten van Millet én bij zijn navolgers van de Haagse School, die hij zo inspireerde.



1. Jean-François Millet, 'De Hooibergen', 1867-1868. 2. De Collectie Mesdag, Den Haag. 3. H.W. Mesdag en Sientje Mesdag van Houten, 1906  (foto: Otto Becker en J.Maas). 
Maar eerst wat meer over De Mesdag Collectie. Mijn bezoek aan het charmante museum was een première (ik weet het: shame on me), dus enige uitleg over het hoe en waarom is wel op zijn plaats. Ben jij er al eens geweest?
Op de Laan van Meerdervoort in Den Haag staat het monumentale (en zelfgebouwde) voormalige woonhuis en atelier van de rijke bankierszoon*, kunstschilder en -verzamelaar Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) en zijn - ook schilderende - echtgenote Sientje van Houten.  En in datzelfde pand is tegenwoordig De Mesdag Collectie gevestigd.
* de vader van Mesdag begon als stijfselfabrikant en werd later bankier.

kunstpaus

In zijn tijd kon je Mesdag met gerust hart een kunstpaus noemen, want naast een succesvol en actief schilder - vooral aan het afbeelden van zeegezichten heeft hij zijn faam te danken - was hij ook aanjager van het 'Haagse Schilderkunstig Genootschap, Pulchri Studio' én cultureel ondernemer. Het bloed kruipt immers waar het niet gaan kan. Als enthousiast verzamelaar en ras-zakenman was hij uitbater van zijn eigen privé-museum en galerie-aan-huis, waar hij ook (en veelvuldig) zijn eigen schilderijen verkocht.
De uitgebreide privécollectie van het echtpaar bestond grotendeels uit kunst van schilders uit de School van Barbizon en de Hollandse uitwerking daarvan, zijnde de Haagse School. Een stroming waar Mesdag zelf ook toe behoorde. Nergens buiten Frankrijk vind je zo'n grote verzameling Barbizon- en Haagse School-schilderijen van zo'n hoge kwaliteit.

En om verwarring te voorkomen: ik heb het hier dus over De Mesdag Collectie, dat sinds 1990 onder het beheer valt van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Bij Panorama Mesdag, een paar straten verderop, kun je het (circa) 120 meter brede en 14 meter hoge 'Vergezicht op Scheveningen' bewonderen. Al honderd jaar beheert een familie-vennootschap (de nazaten van de oorspronkelijke aandeelhouders) dit 1.600 vierkante meter geschilderde panorama. Het zijn dus twee verschillende instellingen (maar je kunt wel een combinatieticket kopen).

  



1. en 2. Jean-François Millet, 'De toren van Chailly bij Barbizon', 1873 en 'De Zaaier', 1851. 3. Willem Roelofs, 'De regenboog', 1875. 4. Anton Mauve, 'Aardappelrooiers', 1887-1888. 5. Jean-François Millet, 'De wolkaardster', 1856.
Over naar Jean-François Millet* (Gruchy, 1814 - Barbizon, 1875), de hoofdpersoon in deze dubbele vertoning. Vanwaar die hernieuwde belangstelling, zul je je misschien afvragen? De reden is simpel: Millet speelde met zijn schilderijen en tekeningen een vernieuwende rol in de overgang van de toen gangbare kunstpraktijk naar een meer avant-gardistische insteek. Hij was baanbrekend en inspireerde zowel de schilders van de Haagse School (te zien in deze expositie), als schilders als Monet, Pissarro, Van Gogh en zelfs Munch, Malevich en Dalí (en díe invalshoek zal te zien zijn in het Van Gogh Museum).
Vandaar.
* Je zegt 'Miljet' - op zijn Normandisch Frans - begreep ik van conservator Renske Suijver).

in weer en wind

Heel waarschijnlijk ben je de afbeelding al wel eens tegengekomen: een reproductie waarop twee mensen te zien zijn, een man en een vrouw, op een akker met in de verte een klokkentoren. In Frankrijk kom je die beeltenis of dat prentje nogal eens tegen. Het boerenpaar is bezig met de aardappeloogst (getuige de spitvork en kruiwagen), maar leggen het werk neer omdat zij door het klokgelui (drie maal daags) worden opgeroepen om het Angelus, een serie Weesgegroetjes te bidden. En zo heet het door Millet, tussen 1857 en 1859 geschilderde tafereel 'Het Angelus' (en in 'het echt' te zien in het Musée d'Orsay in Parijs). Samen met 'De Zaaier' (1851) en 'Arenleessters' (1857) heel typerend voor Millet.

Want Millet werd geboren als boerenzoon in Normandië en kende dus het rauwe en vaak armoedige plattelandsleven. Na zijn schildersopleiding (opzienbarend dat hij voor een creatief vak mocht/kon kiezen), bekwaamde hij zich in het vastleggen van de ploeterende, noeste arbeid op de velden. Hij deed dat met veel respect en wat vooral opvalt is de waardigheid van die landarbeiders in zijn vertolkingen. Hij werkte het liefst (net als zijn kompanen van de School van Barbizon) en plein air. Heel nieuwerwets, want door de uitvinding van kant-en-klare olieverf in tubes (rond 1840) konden kunstenaars met hun schilderskist en veldezel ook buiten, ter plekke aan de slag.

Jean-François Millet, 'Het Angelus', 1857-1859, (maar let op: dit schilderij hangt niet in de expositie), foto: ©Musée d'Orsay in Parijs



1. Jozef Israëls, 'Hun dagelijkse brood', 1864. 2. Anton Mauve, 'Heide bij Laren', ca. 1885-1887. 3. Jozef Israëls, 'Madonna in de hut', ca. 1867. 4. Willem Maris, 'De kalfjes', ca. 1863.
De paden op, de lanen in: Millet deed dat maar al te graag en dan ook nog eens heel naturalistisch. En dat was not done, want de neo-classistische, ietwat geromantiseerde stijl was in die tijd nog steeds hoogmodisch.
Over 'De Zaaier': "de grove boeren, werkend op het land, ontstemden het kunstminnend publiek. Ze vonden het schilderij lelijk en bovendien vonden zij het ongepast dat een boer zo'n prominente plaats in een schilderij innam" (bron: W). In Millet's werk was de opkomst van het sociale bewustzijn te zien en ook dat stuitte de kunstelite tegen de borst.

au paysage

In de tentoonstelling 'Jean-François Millet en de Haagse School' wordt duidelijk aangetoond dat de Franse realist een grote inspiratiebron is geweest voor de 'Hagenaars'. Ook de schilders van de Haagse School wilden het landschap zo natuurgetrouw mogelijk weergeven en gaven er de voorkeur aan om buiten te schilderen, als het moest in weer en wind.

Ook in het werk van Matthijs Maris, Anton Mauve* en Willem Roelofs staat het landleven en de bewerkers daarvan centraal, soms al ploegend in de aarde of in intieme huiselijke tafereeltjes. Jozef Israëls wordt zelfs de 'Hollandse Millet' genoemd. De sfeer van de omgeving en het schilderen van het seizoenslicht was voor hen - net als bij Millet - belangrijker dan de nauwkeurige weergave van de werkelijkheid. Het waren directe, ongekunstelde impressies van het plattelandsleven. "Als er buiten een donkere en grauwe lucht te zien was, dan werd het op het doek ook een donkere en grauwe lucht", aldus Wite De Savornin Lohman, manager van De Mesdag Collectie in het AD. "Grijstinten waren favoriet."
* Geinige feitje: de 'schaapskudde-schilderijen' van Mauve waren in zijn tijd al erg in zwang bij verzamelaars en met name bij Amerikanen. De zgn. 'sheep coming'-schilderijen waren duurder - want meer geliefd - dan de 'sheep going-versies', waarbij je de kudde dus 'van achteren' ziet weglopen.

De expositie is - zeg maar - 'stemmig' te noemen en dat is niet voor niks, want er zijn ook veel tekeningen en pastels te zien. "Elke blootstelling aan licht is schadelijk voor een meer dan honderd jaar oude tekening op papier. Mede daarom worden ze verlicht met lampen van maximaal vijftig lux, ofwel het licht van vijftig kaarsen. Na de expositie gaan de tekeningen weer voor langere tijd terug in hun donkere onderkomen" (bron AD).




De vaste collectie. 1. Zaaloverzicht. 2. Hendrik Willem Mesdag, 'De nieuwe havenwerken te Enkhuizen', 1885-1886. 3. Zaaloverzicht. 4. Anton Mauve, 'Huiswaarts', ca. 1881. 
Er is nóg een reden om een bezoek te brengen aan De Mesdag Collectie en dat is de prachtige vaste opstelling in het mooie negentiende-eeuwse pand met imposante tuin. Het interieur is in sommige zalen authentiek (of lijkt dat te zijn) óf in 'fin de siècle-stijl' met dito wandbekleding, tapijten en keramiek (o.a.van Theo Colenbrander). Daarnaast is er een mooie verzameling Japanse kunst.
Oogstrelend.


-X-

De expositie 'Jean-François Millet en de Haagse School' loopt tot en met 5 januari 2020. Kijk even op de website voor bezoekersinformatie

Uiteraard krijg je van mij ook een verslag van de nog te openen tentoonstelling 'Jean-François Millet. Zaaier van de moderne kunst' in het Van Gogh Museum.
Dus blijf aan de lijn...!


1. Keramiek van Theo Colenbrander. 2. Zaaloverzicht met op de achtergrond H.W. Mesdag, 'Ondergaande zon met woelige zee', ca. 1895-1900.
Tekst en (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature