Juwelen! Schitteren aan het Russische Hof in de Hermitage Amsterdam

14 september 2019
Diamonds are forever en dat gold zeker in Russische hofkringen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, zoals blijkt uit de grote en vooral schitterende (hoe toepasselijk in dit verband) collectie bling bling die vanaf 14 september te zien is in het Amsterdamse filiaal van de Hermitage.
Een vertoning onder de naam 'Juwelen! Schitteren aan het Russische hof'.

De afgelopen weken zijn er vanuit St.-Petersburg (Rusland) - met gepantserd waardetransport en bewakers maatje klerenkast - zo'n 300 oogverblindende (!) sieraden, snuifdozen, horloges, klein wapentuig en waaiers richting het museum aan de Amstel verscheept. En allemaal rijkelijk bezet met diamanten, briljanten, smaragden, parels, saffieren, amethisten, robijnen...
(ho maar, you get my drift).

Dompel je onder in "karrenvrachten" juwelen die ooit in het bezit waren van de high society van het tsaristische Rusland.



1. Juwelenkistje Augsburg, eind 17de eeuw, ©State Hermitage Museum, St. Peterburg. 2. De Hermitage Amsterdam. 3. Ivan Kramskoj, Portret van tsarina Maria Fjodorovna, 1881. 
Ikzelf ben helemaal niet zo van de glitter en glamour, dus dat 'diamonds are a girls best friends' gaat voor mij niet op. En dat geldt volgens mij voor een heleboel vrouwen (en mannen?). Wat jij?
Maar in het tsaristisch Rusland konden ze er geen genoeg van krijgen. Het stereotype beeld van de enorm overdadige luxe en de fenomenale rijkdom van de Russische tsaren en tsarina's inclusief hun gigantische hofhouding blijkt helemaal te kloppen. Het kon niet op met die pracht en praal. (Nou ja, uiteindelijk ging het natuurlijk wel goed fout, met het uitbreken - in 1917 - van de communistische revolutie).

smaragden als lucifersdoosjes

De pronkzucht van de Romanovs, de hen omringende upper class en zeker ook van 'onze' Anna Paulowna* was grenzeloos en ongekend. De juwelencollectie van laatstgenoemde schijnt bijvoorbeeld legendarisch te zijn geweest, zo lees ik in de bij de tentoonstelling uitgebrachte catalogus.
Neem (ook) Tsarina Alexandra Fjodorovna: een negentiende eeuwse fashionista avant la lettre. Op zaal - op een van de fel turquoise geverfde muren, hangt een groot ten voeten uit portret en daarop draagt zij een enorm lang parelcollier. Zo lang: het lijkt wel een driedubbel springtouw wat zij om haar nek heeft. En dan te bedenken dat "cultivé parels toen nog niet bestonden", aldus juwelenhistoricus Martijn Akkerman (bekend van 'Tussen Kunst en Kitsch' en zijn sieradencolumn in het tv-programma 'Blauw Bloed'). "Om één fatsoenlijke parel te vinden moest je zo'n 15.000 oesters openen."
Kun je nagaan.
* grootvorstin van Rusland uit het huis Romanov, was als echtgenote van koning Willem II van 1840 tot 1849 koningin der Nederlanden en groothertogin van Luxemburg (W).

Mmmooie ppparels, fffijne pppparels

Akkerman kan heel smakelijk vertellen over zijn passie voor sieraden in het algemeen en de in 'Juwelen! Schitteren aan het Russische hof' vertoonde in het bijzonder en hij was dan ook de uitgelezen persoon om de audiotour in te spreken. Al luisterend blijken er flink wat sterke verhalen te vertellen over de puissante rijkdom van de Russische rich and famous.
Enthousiast wordt hij als hij het beeld schetst van al die dames in galajurken met fonkelende opsmuk die door de met duizenden kaarsen verlichte balzaal walsten. Zet je veiligheidsbril maar op, want de schittering moet oogverblindend zijn geweest.
Als in een sprookje, maar dan écht.




1. Waaier, 1890-1900 en schoenen, 1890-1910. 2. Charles-Francois Jalabert, 'Nadezjda Polovtsova', 1870-1875. 3. Galajapon voor het hof, begin 20e eeuw. 4. Tsarina Alexandra Fjodorovna, geschilderd door Christina Robertson, 1840-1841 (let op het driedubbel parelsnoer).
Zelf is Martijn Akkerman (ook) bijzonder gecharmeerd van gietijzeren bijoux (want één van de vier door hem geschreven artikelen in de catalogus heeft deze 'Fer-de-Berlin'-sieraden als onderwerp).
Om verschillende redenen zijn er door de eeuwen heen ook minder kostbare (soms zelfs 'waardeloze') materialen gebruikt - zoals gietijzer - en wanneer die sieraden dan uit de mode raakten, werden ze vaak vernietigd. Daarom zijn dergelijke hebbedingen zeldzaam en dus zeer gewild bij verzamelaars. In de tentoonstelling ligt een gietijzeren ketting van de vorsten Joesoepov, gemaakt in Duitsland in de periode 1830-1840. (Ook) mooi!

het is niet al goud wat er blinkt

Maar het pronkstuk van de tentoonstelling (en beeldbepalend in de marketingcampagne rondom de expo) is een zgn. 'bloemenboeket', te dragen als broche, propvol met edelstenen van keizerin Elisabeth (van 1741 tot 1761 tsarina van Rusland). Door zijn theatrale, show off uitstraling vind ik deze sierspeld (een karig woord voor zo'n joekel) haast kitscherig aandoen. Want hoeveel glitters wil je hebben? 400 Briljanten, meer dan 450 kleine roosgeslepen diamanten, blauwe en gele saffieren, robijnen, chrysolieten, topazen, granaten, smaragden etc. "(...) Om het boeket te verlevendigen (is dat nodig dan?) én als grapje heeft Pauzié, de maker, een insect toegevoegd, zittend op een smaragden takje."

Nóg een eyecatcher in de vertoning is de diadeem van tsarina Maria Fjodorovna (kijk ook naar het prachtige portret van deze adellijke dame), maar vergeet vooral al die Russische namen (die klinken als figuren uit de romans van Leo Tolstoj..., maar goed, ik dwaal af). Beter is het om de periode in de gaten te houden: er zijn prachtige voorbeelden uit de rococo, empire, romantiek tot art nouveau.
Het rond 1885 gemaakte sieraad "wordt toegeschreven aan Michail Perchin, een van de belangrijkste goudsmeden van hofleverancier (Carl) Fabergé. Het juweel, een bruikleen van het Fabergé Museum in het Duitse Baden-Baden, is uitgevoerd in zilver met een gouden achterzijde en bezet met ontelbare briljantgeslepen diamanten. Op drie plaatsen in het diadeem hangen slingers van diamanten, zgn. 'pampilles', die een cascade, een waterval van schittering veroorzaken bij beweging van het hoofd."
Mooi en prominent, draait dit bijou rond op een draaischijf, zodat je het van alle kanten kunt bewonderen.




1. Arkadi en Joelia Teljakovskaja, 1848 door Gavriil Jakovlev. 2. Bloemenboeket van edelstenen St. Peterburg, Jérémie Pauzié, 1740-1750 ©State Hermitage Museum, St.Petersburg. 3. Horloge, Frankrijk, Léonard Bordier, eind 18de, begin 19de eeuw. ©State Hermitage Museum, St. Peterburg. 4. Tsarina Elisabeth, kunstenaar onbekend, 1750-1800. 
En zeg nooit tiara (nou ja, liever niet), aldus Martijn Akkerman tijdens de pers-voorbeschouwing (en in een column over dit onderwerp in de catalogus). "In Nederland spreken we - ook Maxima - van een diadeem." Diadème, in chique Frans, mag ook.

geen tiara, maar diadeem

Denk niet dat je 'alleen maar' glimmers te zien krijgt in deze 2e jubileumtentoonstelling*, want daarnaast zijn er ook zo'n 100 schilderijen, (gala)japonnen, herenkostuums en allerhande accessoires te bewonderen. Tweehonderd jaar rijkdom en extravagantie.
Aan de muren in de Grote Zaal hangen prachtige portretten van chique dames en heren in vol ornaat en tierelantijnen. Die van Maria Fjodorovna (van schilder Ivan Nikolajevitsj Kramskoj uit 1881) trof mij bijzonder aangenaam en hetzelfde geldt voor de geschilderde beeltenis van mooiboy én vorst Aleksandr Gortsjakov, rond 1904 door Nikolaj Bogdanov-Belski (en te zien op de 1e verdieping). Uit het portret spreekt een 'player'.
'Juwelen!' is de tweede cadeauvoorstelling wegens het 10-jarige bestaan van de Hermitage Amsterdam. Over de eerste jubileumexpositie, genaamd 'De Schatkamer!', schreef ik een blogbericht en daarin lees je ook over het hoe en wat van het Hermitage-imperium.

een dubbele bodem

En nu we het toch over verleiden hebben. In de tentoonstelling is ook een 'lijst met verklaringen' opgenomen van de zogenaamde 'mouche' (ook wel tache de beauté): de eigenhandig aangebrachte en toentertijd hoogmodische schoonheidsvlekjes. Een verholen taal voor koketterie en de liefde. Leuk.
Nog meer pikanterieën? De tentoonstelling kent ook een afdeling 'juwelen met geheimen'. Naast medaillons met beeltenissen of haarlokken van geliefden (soms als rouwsieraden), ook bijous met een 'dubbele bodem': de ideale plek voor erotische plaatjes.





1. Vorst Aleksandre Gortsjakov, ca. 1904 door de kunstenaar Nikolaj Bogdanov-Belski. 2. Snuifdoos, 1778. 3. Dubbelzijdige spiegel met Russisch keizerlijk wapen en kroon, gebruikt door Catharina de Grote (reg. 1762–96). ©State Hermitage Museum, St. Petersburg. 4. De mouche verklaard... 5. Avondjurk door Edwin Oudshoorn, couture collectie s/s 2020. 
Tjonge, tjonge, ik kan nog wel uren doorgaan (maar dat doe ik niet, hoor). Ik heb nooit geweten dat sieraden zo tot de verbeeldingen kunnen spreken. Vandaar ook mijn oproep: als het even mogelijk is, ga dan vooral zelf kijken! Mét de audiotour, want die maakt het extra spannend. Echt!


-X-


De expositie 'Juwelen! Schitteren aan het Russische hof' is te zien tot en met 15 maart 2020 (dus je hebt nog even). Kijk voordat je van huis gaat op de website voor bezoekersinformatie.

P.s. Mijn foto's van de juwelen zijn van zeer slechte kwaliteit, dus ik gebruik her en der persbeelden.


ring, midden 18e eeuw.
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl tenzij anders vermeld.

Walid Raad in het Stedelijk Museum Amsterdam: 'Let’s be Honest, the Weather Helped'.

8 september 2019
"Laten we eerlijk zijn: het weer heeft geholpen." Aldus de titel van de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam met het fantastische werk van Walid Raad. En met fantastisch bedoel ik in dit verband niet per se 'grandioos' of 'eersteklas', maar meer als synoniem voor 'verzonnen en onwerkelijk'. De Libanees|Amerikaanse kunstenaar is een fantast. Of - met een modewoord en wat positiever geframed - een storyteller.

In 'Let's be Honest, the Weather Helped' verweeft Raad feit en fictie. Neem niet alles wat hij presenteert voor zoete koek aan, want dan kom je bedrogen uit.
Kijk mee naar een sterk staaltje mooipraterij.



1. 'Appendix 137', 2018. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Postface to the ninth edition-On Marwan Kassab-Bachi (1934-2016)', 2017,  (een deel van de 27 canvassen). 
Allereerst moet mij iets van het hart. Nu volgt een bekentenis en ik geef het ruiterlijk toe: ik hou niet zo heel erg van zwaar politiek geëngageerde kunst. Liever niet. Geef mij maar Henk-en-Ingrid-vriendelijk en ontspannend, want ik wil eigenlijk vooral vermaakt worden. Kunst in hapklare brokken. De dagelijkse werkelijkheid is al confronterend genoeg en te veel kommer en kwel, daar schiet niemand wat mee op (huldig ik als motto).

Ook ben ik geen groot liefhebber van conceptueel, waarbij 'de idee' belangrijker is dan hoe het eruit ziet. Dat het concept van de getoonde kunst leidend is en de vorm daaraan ondergeschikt. Of dat uit de tekst (véél tekst, téveel tekst) moet blijken waar je naar kijkt. Zeg maar 'moeilijk doen terwijl het makkelijk kan'. Of mooier kan. Ik hou niet van 'hard to get' kunst.

overzichtelijkheid

Dat is dan ook de reden waarom ik aarzelde bij de vertoning van schilderijen, tekeningen, film, fotografie, essays, multimedia installaties en performances van de hand van Walid Raad (1967, Libanon en sinds de jaren 80 woonachtig in de Verenigde Staten). Ik weifelde, wetende dat de kunstenaar de gebeurtenissen in zijn geboorteland als onderwerp van zijn kunst maakt. Want ik ben geen 'geopolitieke' hoogvlieger (ook zo'n eigentijds woord: geopolitiek), maar dat het in Libanon goed fout zat, dat weet iedereen. Dus een expositie met als onderwerp het verscheurde land in het Midden-Oosten in de periode 1975-1991 met de diverse burgeroorlogen en de complexiteit van elkaar bestrijdende partijen, kan niet anders dan zwaar op de maag liggen.
Ja? Dus?
Ik ging toch.






1. en 2. 'Better be watching the clouds', 2000/2017. 3. 'Sweet Talk Commissions, (Beirut 1994)', 2019. Foto: Gert Jan van Rooij. 4. Fotoreportage 'Sweet Talk Commissions'. 5. 'Les Louvres and/or kicking the dead: Second introduction', 2018. 6. 'Appendix', 2018.
In zeven zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam toont de kunstenaar "zijn scherpe, kritische, geëngageerde en vaak geestige visie op de complexiteit van de Libanese oorlogen en op de recente ontwikkelingen in de kunstwereld van het Midden-Oosten", aldus het museum. Te zien zijn werken uit drie grote, langlopende projecten waar Raad sinds de jaren 80 aan werkt.

Het eerste project is 'The Atlas Group' (1989-2004) waarin hij verhalen heeft bedacht over de Libanese oorlogen. Met allerlei middelen heeft Raad documenten (zoals fictieve dagboeken), personages en gebeurtenissen gecreëerd die bestaan zouden kúnnen hebben of gebeurd zouden kúnnen zijn. Uitgangspunt was de gewelddadige dagelijkse realiteit in het conflictueuze gebied, maar op een volstrekt uit de duim gezogen manier vertelt. Alle situaties en voorvallen die hij beschrijft zijn uit zijn eigen verbeeldingskracht ontsproten. Onzinverhalen, zonder dat het volstrekte onzin is.
Neem de vertelling van de transportkisten, te zien als drie grote, houten sculpturen in de expositie (met de titel 'I feel a great desire to meet the masses once again VI, XVII, XXXIII'). En ik citeer hier de kunstenaar. "In 1975, bij het begin van de oorlogen, werden de meeste openbare monumenten in Beirut haastig ontmanteld en de onderdelen in ongemarkeerde kratten gestopt. (...) Dertig jaar later werden de kratten verzameld en geopend in de hoop de monumenten weer in elkaar te kunnen zetten. Het gebrek aan een protocol voor het afbreken en her-monteren zorgde echter voor wonderlijk samengestelde nieuwe kunstwerken (...)."

wrang en geestig

Om aan te tonen hoe gruwelijk oorlog is, verdraait Walid Raad de werkelijkheid. Want die werkelijkheid is al gruwelijk genoeg en de mensen zijn geneigd om weg te kijken. Of, zoals te lezen in De Groene: "de kunstwerken die dat oplevert zijn haarscherp en toch out of focus, geestig en wrang tegelijkertijd. Mooie beelden met kernen van lelijke waarheden, technisch perfect uitgevoerd."





1. en 2. 'I want to be able to welcome my father to my house'  3. en 4. 'Better be watching the clouds'. 5. 'Letters to the Reader', 2014.
Daarnaast is er zijn onderzoek 'Sweet talk commissions Beirut' (1987 -) dat bestaat uit verschillende foto|video-opdrachten die Walid Raad zichzelf gaf "om het veranderende stadsgezicht van straten, gebouwen en winkelpuien in Beirut vast te leggen. Hij concentreerde zich op de omgeving waar hij woonde, aan de rand van de slagvelden in de stad. Hij zette zijn project in 'na-oorlogs' Beirut voort, toen er een groots nieuw stadscentrum werd gebouwd." Een mooi voorbeeld daarvan zie je ook in de vertoning in het Stedelijk Museum: een 15 meter brede, panoramische, caleidoscopische video-installatie van in elkaar stortende gebouwen, die ook weer overeind komen.

feit en fictie

Het derde project, 'Scratching on things I could disavow' (2007 -) richt zich op de opkomst van nieuwe musea in de Arabische wereld en "gaat in op materiële en immateriële manieren waarop geweld, traditie en kunst beïnvloedt". Raad doelt daarmee op de bouw van enorme nieuwe musea (zoals de filialen van het Louvre* en het in aanbouw zijnde Guggenheim in Abu Dhabi) die als prestige-objecten zijn opgericht, ten dienste van de commercie en het toerisme. "Aan de andere kant onderzoekt Raad hoe islamitische, moderne of hedendaagse Arabische kunstwerken zich verzetten, aanpassen of verbergen in deze nieuwe omgevingen." 
Wat ze natuurlijk níet doen (kunstwerken verzetten zich immers niet tegen nieuwe omgevingen). Allemaal apekool, maar Raad stelt met zijn absurdistische insteek wel de misstanden (de koloniale kunstroof, de arbeidsomstandigheden bij de bouw van de musea, de machtsstructuren en het vele geld in de Golfstaten) aan de kaak.
Het gebruik van de naam 'Louvre' heeft de hoofdstad van de Verenigde Emiraten een miljard dollar gekost (lees ik op Gonzo Circus).





1. 2. en 3. 'Let’s be honest, the weather helped', 1998, 2006. 4. en 5. Ímaginative wall reliefs'. 
En? Hoe beviel het? 
Nou, vooral vervreemdend. Raar om naar 'verhalen' te kijken die nooit gebeurden zijn of zelfs nooit gebeurd kúnnen zijn. Of misschien toch wel?

wat is waar?

Ik las ergens deze uitspraak van de kunstenaar: "feiten zijn belangrijk. Tegelijkertijd raken ze ons nauwelijks en brengen ze ons zelden in beweging" en dat is een waarheid als een koe. Ook ik steek liever mijn kop in het zand en daarom is Walid Raad's manier van vertellen - ludiek en 'fantastisch' - belangrijk. Hij brengt grote internationale vraagstukken terug naar het persoonlijke.

Er zijn geen antwoorden: niet in de verbeelding en niet in het echie... 
't Is menens.


-X-


Te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam tot en met 13 oktober

PS: durf jij het aan? Op 3, 4 en 5 oktober geeft de kunstenaar (elke dag twee) performances* in en door zijn tentoonstelling. Via deze link kun je een kaartje boeken.
* ("Deze 'walkthrough', zoals de kunstenaar het zelf noemt, is een intrigerende combinatie van feiten, politieke, historische en filosofische inzichten en vertelkunst die zijn werk op een bijzondere manier meer verdieping geeft."


(Detail) 'Les Louvres and/or kicking the dead: Second introduction', 2018. 
Tekst en (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

'Night Watching' van Rineke Dijkstra in het Rijksmuseum (kunstflits #1)

5 september 2019
'Simpelweg' toeschouwers in beeld brengen is iets wat zij eerder deed - namelijk in 'See a Woman Crying' (2009) - maar dit keer is de plaats van handeling de Eregalerij in het Rijksmuseum, met 'De Nachtwacht' in de hoofdrol. Voor de film 'Night Watching' posteerde fotograaf Rineke Dijkstra zich met haar draaiende camera ruggelings voor het beroemde schilderij en wachtte.
En wachtte.


1. Rineke Dijkstra, video-stills uit Night Watching, 2019. ©Rineke Dijkstra. 2. Rineke Dijkstra geeft toelichting op haar film bij de opening op 4 september.
Maar eerst dit: vanaf vandaag lees je op deze plek ook columns. In de rubriek 'kunstflits' (ik broed nog op een betere naam) krijg je korte essays voorgeschoteld. Dat kan zijn de beschrijving van een fijn (kunst)boek of -film, een interessante podcast, een niet te missen galerie-vertoning of welk ander geinig (vooral kunstgerelateerd) feitje of weetje dan ook. Niet teveel tekst en een paar foto's.

bewegend beeld

En kick off is de onthulling van het filmische drieluik 'Night Watching': een video die fotograaf|filmer Rineke Dijkstra (1959, Sittard) maakte op uitnodiging van het Rijks. Zij die zo bekend is geworden in het portretgenre: (jong-)volwassenen die soms schuchter en onwennig, dan weer vol verwachting of uitgesproken stoer hun houding kiezen. Haar stijl kenmerkt zich door de kleine details: "een houding, een gebaar of een oogopslag".

'Night Watching' is een (driekanaals) video-installatie met geluid (35 min. doorlopend) en gaat over 'De Nachtwacht' - nu under reconstruction en dat proces is live te volgen - maar je ziet het immense schilderij niet. Wat je wél ziet zijn veertien heel verschillende gezelschappen die Rembrandts topstuk bestuderen en erover praten. Groepjes die kijken naar een andere groep, namelijk militieleden* op een historisch schuttersdoek. De toeschouwers zijn (o.a.) schoolmeisjes uit Oss, Japanse 'businessmen', een viertal accountants, expats en kassamedewerkers en ieder voor zich reageert heel spontaan op zijn of haar eigen manier. De geportretteerden associëren er lustig op los en spreken hardop uit wat zij denken te zien én wat zij ervan vinden.
De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh (1642).

Oog in oog

Het is een formule zoals ook het succesvolle televisieprogramma 'Thuis voor de Buis' dat had (naar het idee van de Britse hit-serie 'Gogglebox'). Daarin becommentarieerden 'de mensen thuis' dát wat zij te zien kregen op de buis. Rechtstreeks uit het hart en ongefilterd.
Uiteraard maakte Dijkstra er ook een visueel aantrekkelijk plaatje van, net zoals zij deed met haar eerdere 'See a Woman Crying' (2009), waarin zij Britse schoolkinderen filmde die naar Picasso's 'Weeping Woman' keken en op dat schilderij reageerden.




Stills uit 'Night Watching'. 
Over het maakproces: "Dijkstra draaide 'Night Watching' op zes avonden in de Eregalerij (in een snel op- en af te breken witte studio) recht voor 'De Nachtwacht' zodat de geportretteerden een indringende ervaring van het schilderij zouden krijgen."

Heel boeiend. Mooi!

5 september t/m 3 december 2019
Eregalerij Rijksmuseum.
Vanaf 9 september is er ook een podcast beschikbaar en te beluisteren via het kanaal van het Rijks én in de bekende podcast-apps.

#emptymuseum:  'De Nachtwacht' (achter glas) ondergaat momenteel een 'bodyscan' ter voorbereiding op de restauratie. 
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Duran Lantink met 'Old Stock' in Centraal Museum Utrecht

31 augustus 2019
"Een betere wereld begint bij de mode-industrie". En dat is hard nodig, want er bestaan allerlei kwalijke kwesties rondom ons kleedgedrag. We zullen ons leven moeten beteren, zoals stoppen met al te jachtige veranderingen in stijl en looks. Het moet over zijn met die waan van een enkel seizoen. Weg met de vaak schandalige uitbuiting met als toppunt kinderarbeid en met die milieubelastende productiemethoden. Stoppen met de dumpprijzen en maandenlange SALE.
Nee, slow fashion, leasing, customization, circulariteit en recycling: dat zijn de uitdagingen als het gaat om verduurzaming van de mode en ontwerper Duran Lanting maakt daar werk van.
Jíj kent hem wellicht van de 'Vaginabroek' van Janelle Monáe.

In 'Old Stock' presenteert het Centraal Museum in Utrecht een "avontuurlijk drieluik" met nieuwe creaties van deze jonge, aan de weg timmerende en - ook internationaal - snel rijzende ster.
  


1. De Vaginabroek. 2. en 3. 'Straight from the sale bins' collectie.
Opvallend. Steeds vaker zijn kostuumgeschiedenis en mode (of een combinatie daarvan) in het domein van de kunst te vinden. Die vervagende grenzen tussen mode en kunst is een verschijnsel dat zo'n veertig á vijftig jaar geleden optrad en dat schijnt onder andere te maken te hebben met het feit dat ontwerpers vanaf die tijd vaker de catwalks verlieten en met performances, sculpturale designs en 'textiele' installaties de grenzen van hun discipline opzochten.
(Afgelopen seizoen berichtte ik over Femmes Fatales en Fashion Statements en) ook in het aankomende seizoen zijn er weer een aantal mode-exposities geprogrammeerd (zie daarvoor mijn tentoonstellingsagenda). Zowel in binnen- én buitenland zijn die vertoningen vaak heel succesvol, zo blijkt ook uit deze krantenkop van afgelopen maart: "Dior-tentoonstelling in V&A Londen verpulvert alle records en wordt verlengd wegens groot succes". 

Dior: dressed for success

"Met 700.000 bezoekers was de tentoonstelling in Parijs al razend populair. Het Musée des Arts Décoratifs ontving in zijn 112-jarige bestaan nooit eerder zoveel bezoekers. In Londen waren binnen 19 dagen na de opening alle tickets (die overgebleven waren na de stormloop in de voorverkoop) uitverkocht (bron: HNL). Dat belooft wat: in het Gemeentemuseum (Kunstmuseum Den Haag) zie je volgend jaar* de Nederlandse variant van 'Christian Dior: Designer of Dreams'. Dat wordt dus een blockbuster van hier tot Tokyo.
*10 oktober 2020 t/m 28 februari 2021

the art of fashion

Maar hoe maak je van zo'n statische en levenloze verzameling etalagepoppen met historische en/of hedendaagse creaties een dynamische schouwspel? Zonder uitzondering staat er 'Niet aanraken a.u.b' op de bordjes. Soms achter een gespannen koord of laser scanners, vaak ook achter hinderlijk spiegelend glas in een vitrine (zoals het geval was bij de door mij bezochte expositie over Mary Quant in Londen). Kijken met de handen op de rug, want vooral niet voelen.






1. t/m 5. 'Straight from the sale bins' collectie. 6. Top uit de 'Black Collection' (Acensu et Descensu), foto via ©DuranLantink.  
En niet dat je in de tentoonstelling 'Old Stock' van Duran Lantink het geshowde wél mag betasten. Nee, ook in deze presentatie in het Centraal Museum is het 'handen thuis' en 'kijken doe je met je ogen', maar het kunsthuis is er uitstekend in geslaagd Durans textiele scheppingen tot leven te wekken en een fijne sfeer en een hedendaags tijdsbeeld neer te zetten.

kleding tot leven wekken

Maar wie is die Duran Lantink? Uit 1987, dus begin 30 en veel wordt duidelijk na lezing van de uitgebreide reportage van verslaggever Cécile Narinx in de Volkskrant. En in het radioprogramma 'Nooit meer slapen' ondervroeg Pieter van der Wielen de nog jonge, maar al zo succesvolle Lantink een uur lang en uit beide interviews komt een man naar voren die niet op zijn mondje is gevallen (to say the least).
Expliciet ook; hij windt er geen doekjes om en is recht voor z'n raap. Op een blouse (top) uit zijn 'Black Collection' staat de tekst 'I'll suck your dick!' en op de rugzijde: 'Lick my clit' (↑), omdat - volgens de ontwerper - "nothing comes for free in this world" en daarmee is de toon wel gezet. In het logo op de ondergoed-collectie staat 'Fist Fucking God's Planet' en dat "verwijst naar alle grote ego's in deze wereld die elkaar naar de keel vliegen én naar ons voortdurende verlangen naar meer, meer en meer. We lachen allemaal terwijl we deze planeet verpesten."

verknipte creaties

Lantink maakt ietwat bizarre, (soms) vervreemdende, maar wel hele duurzame collecties door restanten uit de mode-industrie te (her)gebruiken. Voor 'Straight from the sale bins' - een collectie, die de uitverkoopgekte en het over-consumentisme bekritiseert - dook de ontwerper in de restantenbak* met niet verkochte kledingstukken van high end modemerken en designerlabels en toverde die om tot nieuwe kunstzinnige collage-stukken. Manmoedig zet hij de schaar in begerenswaardige, maar voor ons paupers onbetaalbare luxe-brands en combineert de meest uiteenliggende onderdelen tot nieuwe uitdossingen. En dat lot ondergaat ook afgedankte schoenen en tassen. De uitmonsteringen zijn niet altijd even draagbaar, dus of je van kledingstukken kunt spreken? 
*Overgebleven kleding van high-fashion-merken wordt meestal vernietigd. De restanten worden verbrand of versnipperd, omdat de uitverkoop niet 'chic' zou zijn, niet past bij het imago van het merk en het de marktwaarde van 'de naam' geen goed zou doen.


  




1. t/m 4. Installatie 'Post Black Friday'. 5. en 6. 'Sistaaz of the Castle'.
En daarmee is het bruggetje naar de onderhavige tentoonstelling in het Centraal Museum wel gemaakt, want Lantinks "eerste solotentoonstelling is een avontuurlijk drieluik waarin thema’s als duurzaamheid en diversiteit centraal staan". Et voilà!
"Speciaal voor het museum creëerde Lantink een nieuwe collectie gebaseerd op het hergebruik van kledingstukken die niet zijn geselecteerd voor de modeverzameling van het Centraal Museum."
Oké! Leg uit.

old stock is het nieuwe chic

Het Centraal Museum heeft (net als meer musea) een grote (historische) kostuumcollectie* en weet dat het vermaken van kledingstukken naar de allernieuwste mode iets is dat al eeuwenlang gebeurt. "Een prachtig voorbeeld hiervan is een onlangs gerestaureerde negentiende-eeuwse crinolinejapon." Lantink kreeg de vrije hand en vermaakte een paar uit de gratie geraakte japonnen uit het museumdepot, door die op zijn eigen wijze te combineren met delen van designer-kloffies.
* in de modecollectie richt het museum zich "op het verzamelen van experimentele en grensoverschrijdend ontwerpen".

Daarnaast zie je in de expositie een wat ouder, maar voort durend project (uit 2016) genaamd 'Sistaaz of the Castle'. Samen met fotograaf Jan Hoek maakte Lantink een foto-documentaire gebaseerd op de kleurrijke en zelfgemaakte outfits van transgender-sekswerkers in Kaapstad, Zuid-Afrika. "Het eindresultaat leverde een imponerende show op vol collage-achtige genderloze mode-items van gerecycled materiaal."

pussy power: meer dan alleen die broek

En tot slot - natuurlijk - 'de broek'. Zelf is Duran Lantink er wel een beetje klaar mee: die bekendheid die hij kreeg door de Vagina-broek, gedragen door de Amerikaanse Janelle Monáe. In de videoclip bij het nummer 'Pynk' (2018) draagt de zangeres samen met enkele danseressen - en als ode aan het vrouwelijke geslachtsorgaan, het - inmiddels door het Centraal Museum aangekochte kledingstuk.
"Ik wil niet voor eeuwig die jongen van die kutbroek blijven", aldus Lantink in het eerdergenoemde artikel van Cécile Narinx.





1. t/m 5. 'Sistaaz of the Castle' in samenwerking met fotograaf Jan Hoek. (2e foto © Duran Lantink en Jan Hoek).
De expositie van Duran Lantink is te zien op de zolder (3e etage) van het historische deel van het Centraal Museum. Je ziet daar ook een installatie, genaamd 'Post-Black-Friday-shop': een opstelling van een winkelinterieur waar - zo lijkt het - zojuist een kudde olifanten doorheen is getrokken. Eenzelfde effect als na een dagje uitverkoop-shoppen à la Black Friday.

Second hand Rose

Noem mij gerust een 'Second hand Rose'- oftewel een liefhebber van vintage- en 2e hands (in het algemeen en dus ook voor kleding) - en groot voorstander van hergebruik. Vandaar dat ik mij wel kan vinden in de uitgesproken, (oké, ik geef het toe) soms ook ietwat bizarre combinatie-drang van Duran Lantink.

Kleren voor paradijsvogels...


-X-


De vertoning is nog te zien t/m 27 oktober. Kijk je even op de website voor je van huis gaat?

Ik maakte deze post n.a.v. een #instameet: een exclusieve rondleiding door een leeg museum georganiseerd voor b(v)loggers en andersoortige (zgn.) 'influencers'. Dank @greetingsfromutrecht.
Bronnen: de Volkskrant; notjustalabel.com; Stylink
Tekst en (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature