Louise Bourgeois in de Rijksmuseumtuinen: de 'grande dame' van de moderne kunst

25 mei 2019
Ze bereikte de respectabele leeftijd van 98 jaar, de Frans|Amerikaanse Louise Bourgeois. Grande dame van de moderne kunst en vooral bekend van haar spin-sculpturen. Toch heeft ze een veel breder oeuvre dan 'alleen' die geleedpotigen en dat is goed te zien bij haar buitenbeelden. Zo is het Rijksmuseum in Amsterdam van mening dat de 12 sculpturen die vanaf 25 mei te zien zijn "opgevat kunnen worden als een intiem dagboek". De beeldhouwwerken in de mooie tuinen zouden een overzicht zijn van de "kenmerkende thema’s in Bourgeois' leven en werk."

Dus wat let je? Ik zeg: op een holletje naar het Rijks en dan lekker in de lommer (met het mooie museum in de rug) genieten van de indrukwekkende, soms grote, dan weer bescheidener plastieken van Louise Bourgeois.
Ik kreeg een deskundige rondleiding tijdens de voorbeschouwing en het resultaat daarvan zie je hier. Lees en kijk mee naar mijn impressie van Louise Bourgeois in de Rijksmuseumtuinen.



1. 'Spider Couple', 2003. 2. Alle betrokkenen op een rij: vlnr Jerry Gorovoy (voormalig assistent van Bourgeois en directeur van de Easton Foundation), Ludo van Halem (conservator Moderne kunst van het Rijksmuseum), Taco Dibbits (directeur Rijksmuseum) en Alfred Pacquement (voormalig directeur Centre Pompidou en gastconservator). 3. Waterornament met twee fonteintjes.
Het moet een troubled life zijn geweest, dat van Louise Bourgeois (1911, Parijs, Frankrijk - 2010, New York City, VS). Bij mijn voorbereiding op dit artikel stuitte ik op verschillende publicaties over de algehele gemoedstoestand van de kunstenaar, maar allemaal met een hoog psychologie-van-de-koude-grond-gehalte. Tenminste, da's mijn mening.
(Desondanks) een resumé...

Bougeois (wat letterlijk vertaald 'burgerlijk' betekent) werd geboren in een gezin van handelaren en restauratoren van antieke tapijten, met een explosieve en dominante vader die ontrouw zou zijn geweest, met - of all people - de nanny van Louise. Dat feit zou zijn weerslag hebben gehad op het gezinsleven en daarmee ook op de nog jonge Louise (en die geschiedenis doet dan weer sterk denken aan het levensverhaal van Yayoi Kusama). De kunstenaar in spe zou sterk aan haar vader gehecht zijn geweest, maar na de ontdekking van zijn affaires juist weer een 'ziekelijke haat' tegen hem hebben opgevat. "Woede en jaloezie werden haar drijfveren."

my art comes out of (my) problems

Volgens dezelfde bronnen leverde Louise Bourgeois met haar kunst commentaar "op de strijd tussen de seksen en de narigheid die daarvan het gevolg is." Daar las ik ook dit citaat van de kunstenaar: "mijn werk gaat over pijn, verdriet, angst, agressie, liefde, verlangen, de angst om te falen en verlatenheid." Bourgeois was chronisch slapeloos.
Maar goed, wat de reden ook geweest mag zijn, Louise Bourgeois was wel een gekwelde ziel. Haar hele leven vocht de kleine gestalte (ze was heel petite) tegen haar demonen. Volgens de informatie van het Rijksmuseum komt het zelden voor "dat het oeuvre van een kunstenaar zo nauw aansluit bij zijn of haar leven, dat het bijna lijkt alsof gebeurtenissen en gevoelens een-op-een in het werk zijn verbeeld."



  
1. 'Spider', 1996. 2. 'In and Out #2', 1995-1996. 3. 'Crouching Spider', 2003 en 4. 'The Blind Leading the Blind', 1947-1949.
Aanvankelijk studeerde Louise Bourgeois wiskunde aan de Sorbonne in Parijs (de exactheid van het cijferen gaf haar houvast) en na twee jaar - ná de dood van haar moeder, maakte zij de overstap naar de kunsten. In 1935 studeerde ze af en volgde ze - naast haar studie aan de École du Louvre en École des Beaux Arts - atelierlessen bij diverse kunstenaars, waaronder Fernand Léger (en die overtuigde Bourgeois er van dat ze geen schilder, maar meer een beeldhouwer was).
Ook ontmoette ze rond die tijd de Amerikaanse kunsthistoricus Robert Goldwater, waarmee zij in 1938 trouwde. Ze volgde hem in datzelfde jaar naar 'the Big Apple' en kreeg met hem drie zonen. Ze bleef haar leven lang in New York wonen.

ze was haar eigen -isme

De kunst van Bourgeois blijkt lastig te definiëren. Hoewel ze exposeerde met abstract-expressionisten en haar werk veel gemeen heeft met het surrealisme en (onbedoeld, naar ik heb begrepen) met feministische kunst, was ze nooit verbonden aan een bepaalde artistieke beweging. Sterker nog, één van de thema's van haar werk was juist de positie van de eenling tegenover de groep. "Ze was altijd haar eigen –isme. Nu eens abstract, dan weer figuratief. Soms surrealistisch, dan weer pijnlijk realistisch."

Haar levenswerk is verrassend breed en heel divers: van tekeningen naar beelden en van borduurwerk naar installaties waar je U tegen zegt. Zo construeerde de kunstenaar stalen kooien van gaas (soms 'gevangen' door een spin) die de toeschouwer een beklemmend gevoel zouden kunnen geven. Ze doen namelijk denken aan cellen ('Cells'). Behangen met allerlei materialen en attributen zouden de kooien verwijzen naar de kamers in haar ouderlijk huis. "Bourgeois moet zich gevangene van de omstandigheden hebben gevoeld, heen en weer geslingerd door tegenstrijdige loyaliteiten." In de laatste jaren van haar leven maakte de artieste zachte, stoffen creaturen.

Pas rond haar zeventigste kreeg Bourgeois algemene bekendheid naar aanleiding van een grote overzichtstentoonstelling in het MoMa in New York. En (slechts) nadat ook Tate Modern (Londen) en het Centre Pompidou (Parijs) een grote tentoonstelling aan haar werk wijdden, werd ze gerekend tot een van de belangrijkste vrouwelijke kunstenaars van haar tijd.





1. Een van de twee 'Untitled', 2004. 2. (Nogmaals) 'Spider Couple', 2003. 3. 'Quarantania', 1947-1953. 4. en 5. Twee uit de serie 'The Welcoming Hands', 1996.
Haar bronzen sculpturen van monumentale hoog-potige spinnen zijn haar meest tot de verbeelding sprekende schepsels, die overigens pas laat in haar carrière opduiken (rond 1995). Bourgeois maakte daarvan verschillende variaties in verschillende afmetingen. Van de beelden werd normaliter één artists proof gemaakt en vervolgens zes exemplaren.
Er staat een hele grote bij de entree van het Guggenheim Museum in Bilbao (die ik vorig jaar zelf heb mogen bewonderen: zie de laatste foto); heeft ook Ottawa, Canada een exemplaar, zou er een moeten staan bij of in het Tate Modern in Londen (die ga ik over 3 weken bekijken) en heeft het Gemeentemuseum in Den Haag een relatief kleine (binnen)versie.  

"net als de spin was mijn moeder een wever"

De sculpturen in de vrij toegankelijke beeldentuin zijn als een mini-retrospectief. "De twaalf beelden die vanaf dit weekend (en t/m 3/11) in de Rijksmuseumtuinen te zien zijn, kunnen opgevat worden als een intiem dagboek van Louise Bourgeois en geven een overzicht van de kenmerkende thema's in haar leven en werk", lezen we op de website van het Rijks. "Zo verwijzen meerdere beelden naar haar kindertijd. De metershoge 'Spider' (1996), 'Spider Couple' (2003) en 'Crouching Spider' (2003) zijn een hommage aan de beschermende, wevende moeder van Bourgeois", aldus het Rijks. Symbool voor tedere, maar ook verstikkende moederliefde, zeggen weer andere bronnen.

beeldhouwen als therapie

"De hoogglans aluminium beelden 'Untitled' (2004) die aan de takken van de vleugelnootboom hangen, zijn een herinnering aan de gewoonte van haar vader om stoelen hangend te bewaren aan de zolderbalken van haar ouderlijk huis. Het moederschap en haar jeugd zijn terugkerende thema’s in Bourgeois' werk, evenals angst, vriendschap, materialiteit en het lichaam."
Mijn conclusie? Associeer er maar lekker op los, zou ik zeggen...


In de (drukke) centrale hal van het Rijksmuseum staan 4 'stoelen' uit de straatmeubilair-serie van Louise Bourgeois, getiteld 'Eye Benches', 1996-1997.
de kunstwerken van Louise Bourgeois zouden een uitdrukkingsvorm zijn voor de zielenpijn die menselijke relaties veroorzaken. En ja, de sculpturen zijn overrompelend en roepen allerlei verschillende emoties op. Mooi (vooral de spinnen), maar soms ook ongemakkelijk met een ietwat duistere kant. 


-X-


Voor bezoekers die meer willen weten over Louise Bourgeois zijn er de komende maanden allerlei rondleidingen, bijvoorbeeld (ook) tijdens de Open Tuinendagen half juni.
En dat is so wie so een goed idee!

#memyselfandi bij het Guggenheim Museum in Bilbao (Spanje) bij Maman/Spider van Louise Bourgeois. 2018.
Bronnen: Wikipedia, Rob Perree, Volkskrant, Gemeentemuseum Den Haag.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Klaas Gubbels in Museum Jan van der Togt: de jarige kunstenaar in het zonnetje!

21 mei 2019
Klein maar fijn, dit eerbetoon aan kunstschilder Klaas Gubbels. Ter gelegenheid van zijn 85e verjaardag zie je sinds 21 mei in Museum Jan van der Togt enkele van zijn beroemd geworden koffiekan-schilderwerken. Wie kent ze niet?

Met een bewonderenswaardige hardnekkigheid schildert Gubbels sinds eind jaren vijftig stillevens. De kunstenaar heeft met dit genre een uitgebreid levenswerk opgebouwd waarin koffiekannen - door hem steevast 'ketels' genoemd, maar ook tafels, (wijn-) flessen, stoelen, schaakborden, peren, gitaren en - heel sporadisch - een vrouwspersoon figureren. Voor zijn verjaardag mocht de schilder van het Amstelveense museum - en onder de noemer 'De keuze van de kunstenaar' - zo'n 25 persoonlijke favorieten selecteren.

Verleden week sprak ik - samen met nog enkele andere leden van het journaille - met de jarige, van oorsprong Rotterdamse kunstenaar, die voor zijn leeftijd nog aardig kwiek oogt. Flarden van die keuvel lees je hier.



1. 'Zonder titel', 2017. 2. Klaas Gubbels. 3. 'De Peer', 2000.
"Het is begonnen met een stilleven. Toen is daarbij gekomen de tafel, dus waar het stilleven op stond. Toen zijn er steeds langere poten bij gekomen, met als resultaat dat het een complete tafel met stilleven was. En daarna is het proces begonnen om steeds minder op die tafel te zetten en te kijken of ik met een lege tafel evenveel spanning kon krijgen als met iets erop."
Tot zover een citaat van Gubbels over hoe het zo is gekomen en dus niet met die beroemd geworden koffiekannen, maar met tafels. We zitten dan in 1959, want uit dat jaar stamt zijn eerste. Sindsdien is de kunstenaar blijven voortborduren op hetzelfde thema. De repeterende variatie van een tafelblad met vier lange, dunne poten en later met de koffiekan. Het onderwerp is keer op keer hetzelfde: het werk daarentegen is altijd anders. Zonder perspectief, alsof de schilder niet de diepte in wil.
Plat en vlak.

"het is klaar omdat het onaf is"

Klaas Gubbels (1934) is vaak vergeleken met de Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964). Die laatste maakte zo'n 600 schilderijen, waarvan de stillevens met kruiken, vazen en flessen met een beperkt aantal poederige kleuren het bekendst zijn geworden (zie Google afbeeldingen). Wat de twee verbindt, is het verstilde karakter van hun beeltenissen en hun voorkeur voor een beperkt aantal onderwerpen. Blijkbaar zijn die vormen voor beide schilders het sterkst, dus noem ze gerust monomaan. Maar in tegenstelling tot die van Morandi, vertonen Gubbels' canvassen veel vaker hoekige en harde lijnen. Gubbels' werk is directer, abstracter, brutaler.

Vanaf 1982 verschijnt de koffiekan ook 'alleen' op doeken van Gubbels. Daarvoor maakten die ketels soms al wel onderdeel uit van de compositie, maar sinds het begin van de tachtiger jaren duiken ze ook solo op. Wel in verschillende gedaantes: zonder oor, met één of een dubbel handvat, meerdere tuiten, in de vorm van een hart en in een enkel geval zelfs met benen.






1. 'Zonder titel', 1994. 2. 'JA', 1979. 3. de kunstenaar himself. 4. Gubbels' favoriete koffiekan. 5. 'Russische stilleven', 1982. 6. Zaaloverzicht.
"Ik gebruik de koffiepot om iets te maken. Misschien misbruik ik hem wel. Als een misdadiger sla ik toe. (...) Mijn werken gaan over schilderen, niet over koffiepotten*." De schilder probeert de essentie van een voorwerp te pakken: hij wil tot de kern doordringen. "Ik ga dan net zo lang door tot wat ik wil; langzaamaan kom ik dan tot een vorm." Het gaat bij Gubbels om de poëzie, humor, agressie of zelfs de saaiheid.
(uit een interview met het NRC in 1993).

Klaas Gubbels werkt nog dagelijks en - laat daar geen misverstand over bestaan - de zo bekende vormen worden nog steeds - dag in, dag uit, opnieuw uitgevonden. Zijn schilderijen mogen er (misschien) wel uitzien alsof ze in één dag geschilderd zijn: naar eigen zeggen doet hij er soms wel een jaar over. En zeker niet op de automatische piloot, want de kunstenaar vraagt gretig om feedback. "Toen hij nog leefde vroeg ik Ad Gerritsen (vriend en collega, red.) om mijn werk te komen afzeiken. Ieder ander zegt altijd dat het mooi is wat ik maak" aldus de schilder, terwijl hij zelf blind zegt te zijn voor de kwaliteit van zijn verfsels. "Soms vraag ik een naburige boer* om naar mijn atelier te komen en zelfs als zijn opmerkingen er volledig naast zitten, geeft het mij inspiratie om met het werk verder te gaan. Kijk vooral kritisch naar mijn werk. Daar heb ik wat aan."
* Gubbels heeft een landelijk gelegen atelier nabij Arnhem. 
Kijktip: op de website van Trendbeheer zie je een fotoreportage uit 2017 gemaakt in het atelier van Gubbels. Altijd leuk: binnen gluren! Ook (of zeker) in ateliers.

eenkennig met "super saaie stillevens"

De kunstenaar mag dan eenkennig zijn voor wat betreft zijn onderwerpkeuze, dat is hij zeker niet qua veelvoud aan technieken en materialen. Van zijn hand zijn schilderijen, houtsneden, aquarel, keramiek en glaswerk en natuurlijk zijn sculpturen en buitenbeelden. 
Museum Jan van der Togt toont van 21 mei tot en met 25 augustus 2019 een "selectie van schilderijen die in nauwe samenwerking met de kunstenaar tot stand is gekomen. Er worden circa 25 werken tentoongesteld die veel voor de kunstenaar betekenen en waar hij zijn hele leven geen afstand van heeft willen doen. Te zien zijn schilderijen uit diverse periodes van zijn leven; van het oude onderzoekende werk, tot de welbekende kan én nieuw werk", aldus de website van het museum.






1. 'Koffertafel', 1965. 2. 'Rode tweepoot', 1990. 3. Zaaloverzicht. 4. 'Stilleven naar K. Schippers', 2018. 5. links 'Adam', 1965 en (rechts) 'Bolle Gijs', 1969. 6. 'Zwevend naakt', 1984.
Het merendeel is nooit in het openbaar te zien geweest. In de expositie wijst Gubbels trots in het rond. "Die, en die, en die. Die hangen normaal bij mij in het atelier en die zelfs bij mij thuis." Hij wijst op een stilleven uit 1961 dat is geïnspireerd op Picasso. Hij is er erg aan gehecht. En aan het "autoportret, maar dan anders": (uiteraard) een tafel met daarop iets wat in de verte lijkt op een hoofd. De schilder zelf? Toch ook weer niet.
Het is een mooi overzicht van zijn levenswerk, vindt de kunstenaar. Hij herhaalt het een paar keer tijdens mijn bezoek. Mooi, mooi? Maar wat is mooi?

een tafel die staat als een huis

Voor de deur van Museum Jan van der Togt op het Dorpsplein van het ten zuiden van Amsterdam gelegen voormalige turfdorp (ook wel 'veentje' genoemd) staat 'Tien Tuiten' (2017), een van Gubbels' buitenbeelden. Het sculptuur is voorbode van een 'annex' van ARTZUID, want oprichter Cyntha van Heeswijk en de gemeente Amstelveen sloegen de handen ineen en zodoende is tijdens deze beeldenroute (zie mijn vorige blogpost over ARTZUID) het parcours verlengd naar het naburige Amstelveen. "We kregen het verzoek om in het kader van ARTZUID ook iets in Amstelveen te doen," aldus de directeur van de Amsterdamse Sculptuur Biennale. "Dat zou kunnen helpen de toeristische druk op de binnenstad wat weg te nemen."

Speciaal ter gelegenheid van de 6e editie staan er vijf buitenbeelden van Klaas Gubbels op de Bovenkerkerkade en één spot on voor het museum. De positie van de plastieken is zorgvuldig en slim gekozen, want via deze lange (linden-)laan loop je van de expositie met het werk van Klaas Gubbels linea recta naar het stadshart én dat andere interessante Amstelveense kunsthuis, namelijk het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Hier zie je kunst vanaf, pakweg 1950 met de nadruk op, of een relatie mét de CoBrA-beweging (of naar eigen zeggen: "het museum maakt het erfgoed van de CoBrA-beweging zichtbaar en houdt het gedachtegoed van de kunstenaars van de beweging levend." (Ik maakte meerdere blog posts over het museum: gebruik daarvoor de zoekfunctie in de rechterbovenhoek op deze pagina).
  





1. 'Tien Tuiten', 2017. 2. 'De Vijftuiter' (edition small), 2019. 3. 'Aan Armando ', 2019. 4. 'Na Sluitingstijd - Hommage aan Cézanne', 2019. 5. De kunstenaar caught in the act met dit (6.) als resultaat.
Terug naar mijn ontmoeting met Klaas Gubbels. De aimabele grijsaard wilde mij wel een tastbaar aandenken meegeven en signeerde het mij ter hand gestelde koffietafelboek (c.q. catalogus) 'tafels tables tische tavoli' (te koop in de museumwinkel). Hij maakte er een heel kunstwerk van.
Kijk maar ☝️ 
Lucky me!

'De keuze van Klaas Gubbels' is te zien t/m 25 augustus in Museum Jan van der Togt in Amstelveen*.
Tip: hou ook het Facebookaccount van het museum in de gaten. De kunstenaar tekende in meerdere catalogi en die komen beschikbaar voor fans.  
* Ook te zien: tot 2/6 'Almost Unreal' met schilderijen van Willem van Veldhuizen en vanaf 8/6 t/m 25/8 de tentoonstelling 'Spelen met kleuren, kleine ontdekkingen' van de Japanse kunstenaar Ayako Rokkaku.


-X-


Nog een mededeling van huishoudelijke aard: kijk voor je afreist eerst op de website van het museum voor bezoekersinformatie.

#agreyladyinamuseum | foto: © MuseumvanderTogt.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

ARTZUID, aka Amsterdam Sculptuur Biënnale: vrolijkheid troef!

15 mei 2019
Vrijdag 17 mei opent wooncoryfee en verzamelaar Jan des Bouvrie ("Hallo, daar zijn we weer!") de zesde editie van de tweejaarlijkse beeldenroute door het chique Zuid. De 2019-versie van de 'Amsterdam Sculptuur Biënnale', ook bekend staand als ARTZUID belooft een 'beleving' te worden, lees ik in het persbericht. Normaliter krijg ik bij dat soort vaagtaal spontane jeuk, maar in dit geval zou het wel eens heel toepasselijk kunnen zijn, want niemand minder dan (Jiskefet)acteur en beeldend kunstenaar Michiel Romeyn en ex-kunstcriticus Jhim Lamoree zijn de samenstellers van dienst. Die combinatie is goed voor een serieuze benadering van kunst, maar dan wel met een toefje  ironie en humor.
Vrolijkheid gegarandeerd!

Ik maakte al eerder een rondgang langs de ruim 90 ruimtelijke installaties en (een soort van) figuratieve beelden en mijn verslag lees en zie je hier.
Kijk je mee?



1. Marc Quinn, 'Myth (Sphinx)', 2007. 2. Michiel Romeyn en Jhim Lamore, de twee curatoren van ARTZUID voor 'Le Penseur' (1902) van Auguste Rodin dat permanent voor het Hilton aan de Apollolaan is geposteerd. Foto: © ARTZUID. 3. Jesus Rafael Soto, 'Penetrable BBL Bleu', 1999.
Een heikel gespreksonderwerp: kunst in de openbare ruimte, want de meningen zijn vrijwel altijd verdeeld. Je hebt voor- en tegenstanders. Het is mooi of lelijk en steevast te duur. Er is een chronisch spanningsveld tussen buurtbewoners, de gemeente en de kunstenaar. Maar ik ben groot fan van het buitenbeeld in de straat, op het plein of in het park: ik hou van de stad als openluchtmuseum.
Een goed openbaar kunstwerk kan een publiek bereiken dat normaal nooit met kunst in aanraking komt en het draagt daardoor wel degelijk bij aan zoiets (onmeetbaars) als de 'publieke kunstervaring'. Een sterk sculptuur of beeldengroep kan zijn standplaats én de passanten veranderen, door op te gaan in de omgeving zonder weg te vallen, door te rebelleren en toch te passen. Ik ga er niet onaangedaan en emotieloos aan voorbij.

op een voetstuk

Op mijn Instagram-pagina plaats ik (daarom) regelmatig foto's van driedimensionale straatkunst: beelden van beelden waar wij vaak zo achteloos aan voorbij snellen. Maar als je de tijd neemt, slenterend en mindful door de stad gaat en goed om je heen kijkt, dan vallen ze je ineens op. En #kunstvoornop*: gratis kunst, wie wil dat niet?

het betere buurtwerk

Toch mooi waar een buurtinitiatief toe kan leiden. Bij Cintha van Heeswijck in de Apollobuurt - Cintha is drijvende kracht én directeur van ARTZUID - zijn de bewoners gewend om zaken ambitieus en groots aan te pakken. En een beetje 'ons kent ons', want de curatoren van de 2019-versie, zijnde Michiel Romeyn en Jhim Lamoree, hebben ook een band met Amsterdam Zuid.
In ruim tien jaar tijd (de directeur startte in 2008 met het idee voor de kunstroute, met de eerste editie in 2009) groeide het, als bewonersactie ontstane evenement uit tot het "grootste gratis kunst-event van Nederland" met gemiddeld zo'n 375.000 bezoekers tijdens dit vier maanden durende, internationale beeldenpodium.

* Je denkt misschien: "openbare kunst is helemaal niet gratis" en daar zou je gelijk in kúnnen hebben. Soms betalen we allemaal mee via onze belastingcenten, maar in andere gevallen zijn de sculpturen gefinancierd op basis van de percentageregeling. De laatste 5 á 6 decennia is daardoor veel gemeenschapskunst tot stand gekomen. De regeling hield in, dat een deel (soms 1, 1½ of 2%) van de nieuwbouw-, verbouw- of de koopsom van gebouwen (projecten van meer dan 1 miljoen euro) besteed moest worden aan openbaar kunstbezit en dat was dan veelal in de vorm van buitensculpturen.






1. Henk Visch, Teach me to sit still (2016). 2. Irene Fortuyn, 'Schöne Aussicht',  3. Elsa Tomkowiak, 'Out | Phébus's Moire'. 4. Barry Flanagan, Large Nijinski on Anvil Point, 2001. 5. Atelier van Lieshout, 'The Leader', 2015.  6. Ivan Cremer, 'Birth of Apollo', 2019.  
Veel van de beeldhouwwerken zijn erg zwaar (die wegen soms tonnen) en zijn derhalve lastig waterpas te zetten, vandaar dat er een fundament gelegd moet worden in de vorm van een betonnen grondplaat. Daardoor is er - onvermijdelijk - schade aan het gazon, maar straks, over 2 á 3 weken, lijkt het of de 90 (min of meer) figuratieve sculpturen hier altijd hebben gestaan. Dan gaan de madeliefjes en paardenbloemen heel natuurlijk tegen de objecten aanleunen en gaat het pootje van de teckel of de Jack Russell (uiteraard hele beschaafde hondjes) omhoog tegen een van de sokkels.

vrolijk stemmend kunstkijken

Meestal kan het hebben van enige kennis van zaken bijdragen aan de ervaring en dan denk ik gelijk aan de les die ik kreeg van Rudi Fuchs, curator van de vorige editie van ARTZUID. Bij kunst in de publieke ruimte doet de omgeving net zo goed een duit in het zakje. Het sculptuur moet in zo'n geval concurreren met alles wat er op straat gebeurt.
Een ander facet is - zo leerde ik van nestor Fuchs - dat het bij figuratief werk duidelijk is hoe het sculptuur zich verhoudt tot de toeschouwer. Elk min of meer gelijkend beeldhouwwerk heeft immers een voor- en een achterkant en dat is bepalend voor de standplaats van het kunstwerk. Bij abstract werk is dat niet (of veel minder) het geval en zou je - theoretisch - met het beeld kunnen blijven draaien totdat het 'ideale plaatje' is ontstaan. In beide gevallen dient het aanbeveling om ook de achterkant te bekijken. Dus riskeer hondenpoep aan je schoen - dát is ook kunst in de openbare ruimte (en tip: trek profielzool-loze schoenen aan), stap dat grasveld op en bekijk de werken van onder tot boven, van links naar rechts en van alle kanten (dan heb je gelijk je dagelijkse rek- en strekoefeningen gedaan ;-).

wisselend gezichtspunt

Komaan! Wat krijg je bij deze 2019-editie van ARTZUID voorgeschoteld? In ieder geval sculpturen en ruimtelijke installaties die vrolijk stemmen. En ik meldde al dat de samenstellers kozen voor "figuratief" werk. Jhim Lamoree zegt daarover in de Uitkrant: de beeldenroute is "als een overzicht van de traditie van de figuratie in de beeldhouwkunst, waarbij de grenzen danig worden opgerekt." En inderdaad: bij de sculpturen van Tomkowiak, Graham, Soto, Fortuyn (en zo weet ik er nog wel een paar...), moet je dat begrip inderdaad niet al te letterlijk nemen. "Sommige beelden balanceren op het randje van abstractie."
Sommige? Aardig wat...






1. Jean Dubuffet, 'Chien de Guet I'. 2. Erwin Wurm, 'Salatgurke Modernistische 1 en 3', 2016. 3. Gloria Friedmann, 'Everyday Robots' en 'Et moi, et moi, et moi'. 4. Jan Fabre, '7 Bathtubs and a man who writes on water'. 5. Yoshitomo Nara, 'Your Dog'. 6. Sachi Miyachi, 'The Corner Piece'. 
Op de kruising Apollolaan/Breitnerstraat staat een niet te missen drie meter hoge yogaënde Kate Moss. Veel passerende weggebruikers zullen er een ernstige nekverrekking oplopen, want super-realistisch wringt een knappe jonge dame zich op die plek in een schijnbaar onmogelijke bocht. Zeg maar als slangenmens. De Britse mannequin stond in de jaren negentig model voor de (eveneens Britse) beeldhouwer Marc Quinn (Londen, 1964), die op basis van haar afmetingen en verhoudingen een serie sculpturen fabriceerde onder de noemer 'Sphinx'. Dit ongetwijfeld meest bejubelde kunstwerk op ARTZUID (want heel #instagrammable) kreeg de naam 'Myth (Sphinx)'.
En aan de andere kant van de straat staat ook al zo'n opzichtig kunstwerk dat alle aandacht vraagt,  namelijk het blauwe 'vliegengordijn' van Jesus Rafael Soto

a knotted Venus of our age

Dan de duim van César. César Baldaccini (1921-1998) was in de zestiger jaren een sleutelfiguur in het 'nouveau realisme' (het Franse equivalent van pop art). Het op ARTZUID getoonde sculptuur ontstond naar aanleiding van een tentoonstelling met als thema 'de hand' en het verwijst naar het gebaar dat de Romeinse keizers maakten als een in de arena strijdende gladiator mocht blijven leven. De vinger is dus uit het pre-sociale media-tijdperk - tegenwoordig wordt thumbs up gebruikt om de ander te liken. César heeft verschillende, steeds grotere versies van de duim gemaakt.

a like from César

Als fan van Jaume Plensa (1955) ben ik ook blij verrast een werk van deze Spaanse beeldhouwer tegen te komen. Op de 'middenstip', het groene plein voor het chique Hilton Hotel (dus 'in the picture') staat 'Sanna'. (Ben je ook een Plensa-liefhebber? Op 22 juni opent er in Museum Beelden aan Zee een expositie met zijn werk).
De plastieken van Jean Dubuffet (1901-1985) waren twee jaar geleden te zien in de tuinen van het Rijksmuseum (zie mijn blog over die expo hier) en voor mij dus ook heel herkenbaar in de beeldenroute van ARTZUID. En waarschijnlijk zie je in dit plastiek uit de zestiger jaren 'doodles' en zo ja, dan sla je de spijker op z'n kop. Het verhaal gaat dat de kunstenaar onder het telefoneren kleine, vluchtige tekeningetjes maakte, die hem inspireerden tot deze uitgebreide serie beeldhouwwerken. Hij noemde de monumentale 'krabbel'-sculpturen 'hourloupes'.






1. Jaume Plensa, 'Sanna'. 2. Antoine Poncet, 'Cristalle'. 3. César, 'The Thumb'. 4. Aime Mpane, 'Yebela'. 5. (Curator Michiel Romeyn bij) Aristide Maillol, 'La Riviére, 1938-1943. 6. Tom Claassen, Opzittend konijn'. 
Zoals je (wellicht) weet heb ik van kunsttheoretisch zaken niet zoveel verstand. Ik vind een kunstwerk mooi of niet. Top of flop. Als je alles eraf haalt, dan is kunst toch een kwestie van smaak. En over smaak valt niet te twisten. Maar met 90 kunststukken is er voor ieder wat wils. Dus neem de kuierlatten en maak de 2,5 km lange belevingstocht langs de groene lanen van het mooie Amsterdam Zuid.

"De tentoonstelling is 24/7 gratis toegankelijk. Routekaarten en catalogus zijn verkrijgbaar in het informatiepaviljoen op de Minervalaan 1 of via de webshop." (Er is ook een gratis te downloaden app (kijk daarvoor op de website).

ARTZUID: van 17 mei tot en met 15 september.
't Is maar dat je het weet.


-X-


Nog meer buitenkunst? In Amstelveen staan een aantal beeldhouwwerken van de 85-jarige Klaas Gubbels. Daarover lees (en zie) je meer in mijn volgende blogpost. En vanaf 25 mei Louise Bourgeois in de Rijksmuseumtuinen en ook daarvan krijg je eerdaags een ooggetuigenverslag.

En wil je niets missen? 👍 dan mijn Facebook-pagina, dan zie je mijn zielenroerselen vanzelf langskomen.


2 x de kunstenaar himself: 1. Theo Jansen bij 'Animaris Longus' (een van zijn strandbeesten) en 2. George Struikelblok, speciaal uit Suriname overgekomen om zijn drie sculpturen te presenteren.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl tenzij anders vermeld.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature