Virtuoos! Israels tot Armando in het Frans Hals Museum

16 augustus 2019
Wat maakt een schilderij uitmuntend of magistraal? Het Frans Hals Museum doet in de tentoonstelling 'Virtuoos! Israels tot Armando' een verwoede poging ons het verschil tussen het wél en het níet uitzonderlijk 'kwasten en penselen' voor te houden. In de uitgebreide vertoning draait het om meesterlijk, trefzeker en levendig schilderen, lees ik het bijbehorende 'bookazine'. "De focus ligt op Nederlandse schilders voor wie de afgelopen honderd jaar de vrije, uitdrukkingsvolle en rake toets wezenlijk was".

Het is een ontdekkingstocht die begint bij het impressionisme met artiesten als Isaac Israels en Thérèse Schwartz, via de expressionisten - denk Karel Appel en Constant, naar de abstracte schilderkunst met vertegenwoordigers als Ger Lataster en Willem Hussem.
Kijk mee naar honderd jaar zeer bedreven uitblinken.



1. Anton Rooskens, 'Bloemfiguur' en 'Zonder titel', beiden 1969. 2. Thérése Schwartze, 'Portret van mevr. A.G.M. van Ogtrop-Hanlo met haar vijf kinderen', 1906. 3. Isaac Israels, 'Gezusters Arntzenius'. 
Bij het woord 'virtuoos' denk ik eigenlijk gelijk aan grandioos pianospel. Zo'n vingervlugge, pingelende maestro (en die zet ik meestal af, want ik word daar heel nerveus van). Het is in ieder geval iets met muziek. En die associatie is niet voor niks, want als je gaat googelen, dan lees je bijvoorbeeld 'muzikaal genie' en 'bedreven toondichter'. En ook: "een virtuoos - afgeleid van het Latijnse 'virtus', oftewel 'deugd'- is een musicus die het bespelen van zijn of haar instrument (en dat kan ook de stem zijn) technisch volmaakt beheerst*."
* "Duivelse' musici die het publiek verbijsterd en in extase achterlieten waren bijvoorbeeld de violist Paganini, klavecinist Scarlatti en pianist Liszt. Onder diens werken bevinden zich diverse virtuoze staaltjes, zoals 'Orageuit Années de pèlerinage: Suisse'." (bron en te beluisteren op: Preludium)

een meesterlijke toets en de absolute veeg

Blijkbaar is de term ook toepasbaar op beeldende kunst en meer specifiek, op schilderwerk. En dat doet het Frans Hals Museum. In het filiaal Hal op de mooie Grote Markt in Haarlem zie je voortreffelijk schildersgeweld met de fijngevoelige snaar van Isaac Israels en Hans Bayens en het klets-klots-kladder van mannen als Karel Appel en Armando. Hoezo virtuoos? Leg eens uit...

iets is goed als je het mooi vindt

Virtuoze kunst is natuurlijk geen genre. Het is meer een classificatie, want wat men bedoelt is, 'meer of beter dan gemiddeld', of ook wel, 'technisch volmaakt'. Er zit wel degelijk een element van vakbekwaamheid in, maar ook een kwalificatie (in de letterlijke zin van het woord). Iets virtuoos noemen is spierballentaal voor iets mooi vinden. Oké, iets héél mooi vinden. Of heel erg knap. Kundig.

Voor de doorsnee toeschouwer - ook wel kunstplebs - is iets goed als 'ie het mooi vindt. En wat de één goed vindt: dat is dus subjectief. Dat kan voor ieder van ons verschillend zijn. Denk maar aan die virtuoos pingelende pianist. Want ik hou van klassieke muziek, maar meer van vioolconcerten dan van etudes en preludes (of hoe dat mag heten) met piano-solo's. Overwegend heel knap gedaan, maar geef mijn portie maar aan Fikkie.
't Is een kwestie van smaak en dat geldt dus ook voor virtuoze schilderkunst. Wat de één mooi vindt, vindt een ander mogelijk spuuglelijk. Misschien is de titel van de expositie daarom niet zo heel erg gelukkig gekozen (vindt ook de Volkskrant). Het begrip 'virtuoos' is voor meerdere uitleg vatbaar en daardoor ontstaat begripsverwarring. Devaluatie van de betekenis ligt op de loer.






1. Ger Lataster, 'Siësta', 1996. 2. Twee maal Isaac Israels. 3. Drie op een rij van Hans Bayens. 4. Zicht op George Breitner. 5. Isaac Israels. 6. Een presentatie 'nét niet virtuoos', met middenvoor het portret 'Dame met zwarte hoed' van Charlie Toorop en daaronder Casper Marinus Leenderd Kouw met 'Landschap met molen'.
Voor de broodnodige duidelijkheid: lees het bij de expositie uitgebracht bookazine* en je krijgt een interessante uiteenzetting over wat de samenstellers - Antoon Erftemeijer en Lars Been** - verstaan onder het begrip 'virtuositeit' en waarom zij voor deze invalshoek hebben gekozen. In het eerste hoofdstuk maken zij hun redeneertrant duidelijk. De tentoonstelling handelt over "schilderkunst waarin met losse, vrije, vitale streken en toetsen een hoge mate van beweging, zeggingskracht en expressie is bereikt."
* Een prettig modisch verschijnsel: een, vaak aangenaam geprijsde 'catalogus' (jammer genoeg staan niet alle schilderijen beschreven) en magazine ineen.
** Conservator moderne kunst Frans Hals Museum (Erftemeijer) en co-curator en kunsthistoricus (Been).

what's in a name

Maar what's in a name? Lekker boeiend. Niet dus, want de expositie is gewoon een hele fijne kijkervaring. Alle reden om een rondgang te maken in 'Hal', de architectonische mengelmoes* aan de Grote Markt.
 * Deze locatie van het Frans Hals Museum is een samenvoeging van drie verschillende panden uit verschillende periodes: de Vleeshal, het Vishuisje en de Verweyhal. 

"Kunstenaars, kinderen en apen, ze beginnen allemaal spontaan. Kunstenaars ervaren kunst van kinderen en apen veelal ook als inspirerend. Maar het museum wil de veel gehoorde opmerkingen bij moderne kunst "dat kan mijn kind ook" of "een aap kan dat ook" aan de kaak stellen door tegelijk te laten zien hoe echte kunstenaars zich verder ontwikkelen en "virtuoos" worden."

spontaan maar weloverwogen

De tentoonstelling start op de begane grond met een wandje 'nét niet'. "Niet virtuoos, maar anders." Daar zien we een 8-tal voorbeelden van wat het museum verstaat onder 'niet-virtuoze manieren van schilderen' (zie foto hierboven). Zo hangt er bijvoorbeeld een - inderdaad nogal vlak - portret van de hand van Charlie Toorop ('Dame met zwarte hoed', 1928), maar het 'Landschap met molen' geschilderd door Casper Marinus Leenderd Kouw vind ik (persoonlijk) best aardig. Geen topstuk, maar zo zijn er meer (en ook in de expositie). Kwestie van smaak en daarmee is mijn bezwaar tegen de kwalificatie 'virtuoos' wel aangetoond. 





  
1. 'Dat kan mijn kind ook', drie kinderwerkjes. 2. Zaaloverzicht bij 'Expressie' op de 1e etage. 3. Lucebert, 'Een mens', 1990. 4. Zaaloverzicht. 5. Joan Gijsbers, 'Terras', 1983. 6. Wieske Wester, 'Bananas #12', 2018.
Goed. Ik zeg volle kracht vooruit en we geven onze ogen de kost bij al die fijne impressionistische schilderijen van Isaac Israels, George Breitner, Hans Bayens en anderen. What's not to like? Nou? Nu je het zegt. Het ene doek is mooier dan het andere. Breitners werken zijn vrij donker en Israels' doekje getiteld 'Gezusters Arntzenius' is 'mooier'; warmer dan zijn 'Portret van Sosro Kartono'. Daar ontkom je niet aan. Kwestie van smaak, maar over het algemeen: kostelijk.

Mijn ontdekking is Hans Bayens (1924-2003). Ik had niet eerder van de man gehoord, maar wat een fijnbesnaarde, gevoelvolle bescheiden werkjes. Heel mooi (vind ik). Het grote canvas van Thérese Schwarte krijgt veel aandacht (er staat - indachtig slow art - zelfs een bankje bij), maar virtuoos? 

geoefende onbevangenheid en schwung

Het wordt pas echt spannend wanneer we de trap bestijgen naar de eerste verdieping, want hoe magistraal en onnavolgbaar is het expressionisme? Ik word van deze dynamische kunststroming - door de bank genomen - vrij vrolijk en is dat dan een van de emoties die het gevolg is van virtuoos kunstkijken?
Te zien is een video waarin Karel Appel aan het werk is (volgens zijn beproefde methode 'van dik hout zaagt men planken') en er hangen een aantal verfstukjes van hele jonge kinderen. Die werkjes tonen aan dat hun spontaniteit "bijzonder virtuoos kan ogen" (maar dat is niet genoeg om virtuoos te zijn?). Vergaap je aan het geweldig werk van Cobra-kunstenaars, Anton Rooskens, Jan Cremer en zeker niet te vergeten, Ger Lataster.  

apenstreken en krabbels

Óp naar de mooie oude zolder, want daar zien we virtuoos abstract. Heerlijke kleurexplosies van Harrie Peters en Else Mulder, Adine Engelman en Frank van Hemert (e.a.). Apenstreken ook, want - met veel instinctieve spontaniteit - kan er dan ook sprake zijn van dierlijke virtuositeit? De hele vorige eeuw, maar zeker rond 1950, bij de opkomst van de abstracte schilderkunst, ontstond er interesse in het fenomeen apenkunst en werd er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan maar de oorsprong van creativiteit en die van de menselijke in het bijzonder.



 
  

1. Armando ('Fahne 5', 1982) en op de achtergrond Theo Wolvecamp ('Zonder titel', ca. 1970). 2. Harrie Peters, 'Zonder titel', 1980/81. 3. Zaaloverzicht. 4. Evi Vingerling, 'Zonder titel', 2013. 5. Zaaloverzicht. 6. Apenstreken: schilderingen door apen (waaronder chimpansee Mano) uit de collectie van van Ignace Schretlen.
En? Kunnen apen virtuoos schilderen? Toch niet, begrijp ik uit de onderhoudende publicatie bij 'Virtuoos! Israels tot Armando'.
Gelukkig maar, wij moeten ons toch ergens in onderscheiden (en niets menselijks is ons vreemd).

De tentoonstelling is nog te zien t/m 3 november aanstaande. Kijk je even op de website voor bezoekersinformatie?


-X-


Ben jij ook benieuwd wat het nieuwe museale seizoen ons gaat brengen? Van 23 t/m 25 augustus - én terug op het Museum-en Leidseplein - de Amsterdamse Uitmarkt. Mijn volgende blogpost handelt over alle must sees en blockbusters in de herfst, winter en het voorjaar van 2019-2020.

Dus blijf aan de lijn...!

Het ultieme uitje: een fijn museumbezoek en dan een patatje mét toe....
Tekst en alle (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Nu te zien in Museum de Fundatie: Michael Triegel en Zomerexpo 'Europa'

10 augustus 2019
De Latijnse titel voor de expositie, 'Discordia Concors', met het (haast magisch-/sur-) realistische werk van de Duitse fijnschilder Michael Triegel is niet voor niks gekozen. Het betekent zoiets als 'harmonieus meningsverschil' (of tweedracht) en wel hierom toepasselijk, omdat de kunstenaar zich vijf jaar geleden - op middelbare leeftijd - bekeerde tot het katholicisme. Op z'n minst opmerkelijk.
In Museum de Fundatie zie je momenteel 50 schilderijen van een artiest die een moderne twist geeft aan de stijl van de oude meesters.

Maar een bezoek aan het Zwolse museum is niet alleen maar 'zwaar op de hand' en religieus getint, want in hetzelfde kunsthuis zie je ook de meer lichtvoetige Zomerexpo 2019 met als thema 'Europa'. Twee onvergelijkbare grootheden, maar ik doe het toch. Lekker pûh...!

Loop je met mij een rondje door de zalen van het kunsthuis in de Hanzestad?



1. 'Prometheus (Tryptychon)', 2007. 2. 'Selbstporträt', 2016. 3. Zaalimpressie.
Waarom zou je je op 45-jarige leeftijd laten dopen - wat de kunstschilder vijf jaar geleden deed - en daarmee toetreden tot de Rooms-katholieke Kerk? De ontkerkelijking al decennia een feit en dan volgeling worden van een religie die niet anders dan in een kwaad daglicht staat wegens diverse onsmakelijke misbruikschandalen. Waarom, denk je dan (denk ik dan).
Dat is een vraagstuk waar geen antwoord op komt in de tentoonstelling 'Discordia Concors', maar die hang naar het hogere is wel het algehele thema bij de getoonde werken. Ietwat duister en mystiek en dat is de teneur van de vaak devote hyperrealistische fijnschilderijen van Michael Triegel*.
1968, Erfurt, (voormalig Oost-)Duitsland.

tegenstrijdig en mysterieus

Op een ondergrond van plechtstatig aubergine hangen 50 schilderijen waarvan je in eerste instantie de indruk krijgt te maken te hebben met oude kunst. Door het portret van paus Benedictus XVI, altaarstukken, een drieluik en andere, godsvruchtig-ogende canvassen met de beeldspraak van de renaissance, waan je je namelijk in een (laat) middeleeuwse kerk. Geschilderd in de stijl en met de precisie van de oude meesters: laag over laag, zeer verfijnd en heel symbolisch van aard. Bijbelse en mythologische taferelen, Latijnse namen en teksten en voor mij veel jeugdsentiment (want katholiek opgevoed).

maar niet heus

Als je verder kijkt dan je neus lang is, ontwaar je allerlei tegenstrijdigheden. Blijken de doeken bevreemdend en onwerkelijk. Ongewone associaties en variaties op een bekend verondersteld thema. Maar niet heus! In het schilderij 'Avondmaal' (1994) zou Christus aan tafel 'horen' te zitten met zijn 12 apostelen: in Triegels versie zit een gezichtsloze Jesus alleen aan een lege dis.
In 'De Bode' (2008) blijkt de figuur van Maria een houten ledenpop te zijn - zo'n tekenhulpmiddel dat ook op andere schilderijen opduikt en zie je her en der een kindertekening, een 'verdwaalde' antieke typemachine, een spiegel, stokbrood met een glas wijn, een nijptang en hedendaagse tubes verf, een mes of penseeltje. 






1. 'Porträt Kerstin', 2012. 2. 'Porträt Pabst Benedictus XVI', 2010. 3. 'Gebete', 2019. 4. 'Ave, verum corpus', 2018. 5. 'Schlafende Ariadne', 2010. 6. 'Römischer Bettler', 2018.
"Vergankelijkheid en schoonheid gaan bij de kunstenaar moeiteloos samen. Niet alleen in Triegels grote thematische werken, ook in zijn stillevens (...). Het is Triegels kracht om vertrouwde iconografie in een provocerend spel van herkenning en verwarring te koppelen aan deze tijd", aldus de handout bij de tentoonstelling.

En echt, ik wil niemand in het harnas jagen, maar... Hoewel ik zijn vakmanschap in hoge mate bewonder (what's not to like) en geïntrigeerd ben in het hoe en waarom van zijn bekering tot het christelijke geloof, spreekt de thematiek van Triegels werk mij minder aan. Die religieuze insteek is 'niet-echt-dat-je-zegt-mijn-ding' en dat zal zeker te maken hebben met die katholieke opvoeding (waarvan ik mij al in mijn tienertijd afkeerde). 
Voor degenen die er geen genoeg van kunnen krijgen: dertig van Triegels werken op papier zijn te zien in Kasteel het Nijenhuis, de chique dependance tussen Wijhe en Heino in het Overijsselse.

Zomerexpo 2019

Goed. We beklimmen de trap naar 'de wolk', want zo is de moderne en spectaculaire nieuwbouw op de Zwolse Fundatie in de volksmond gaan heten. Daar zie je momenteel een ZomerExpo met als onderwerp 'Europa'. Een vertoning met een hoge vermaakswaarde, want voor ieder wat wils en voor elke beurs.

een hoge vermaakswaarde

Het fenomeen 'Zomerexpositie' kent drie kenmerken: na een open inschrijving (1) volgt een anonieme keuze (2) en alle tentoongestelde kunst is te koop (3). Én alles doet mee: schilderijen, tekeningen, films, animaties, 2- en 3-D prints, mode-ontwerpen, sculpturen, foto's, buitenbeelden, installaties en maquettes.
De organisatie van het ZomerExpo-festival is al sinds 2011 in handen van Stichting ArtWorlds en de oproep voor de voorrondes van deze 2019-editie leverde in totaal 3.200 digitaal aangemelde creatieve uitingen op. Want het enthousiasme onder professionele kunstenaars en ter zake kundige amateurs is groot: het doet er niet toe wie de maker is. "Hier moet de kunst weer voor zichzelf spreken", zegt oprichter Carlien Oudes in een interview in het bij de tentoonstelling uitgegeven boekje*.
* Een mini-catalogus in de serie van SeeAllThis met een opsomming van alle kunstwerken met de bijbehorende afmetingen en verkoopprijs).





1. Remigius Hazenbroek, 'En wij dan...'.  2. Drie werken van Ans van der Vleuten en '(...) de humor ligt op straat' van Marcel de Wit. 3. Bas van Wieringen, 'At the end the book will save itself'. 4. Anita Dommerhold, 'The Backside'. 5. Johan Lammerink, 'Eyes1 - Rich Amsterdam (127 eyes...)'. 6. Zaaloverzicht.
De deelnemers zijn op zoek naar een (groter) podium en feedback op hun werk en hopen op een plekje aan de muren of in de zalen van de twee locaties waar de tentoonstelling wordt gehouden. "Elke maker krijgt de kans om werk in een museale omgeving te exposeren, positie te bepalen en contacten te leggen. En bezoekers herkennen zich in de kunst die deze heterogene groep maakt (...). ".

reputaties tellen niet

Voor de uiteindelijke vertoning in De Fundatie én de kamers en de tuinzaal van Kasteel het Nijenhuis (waar ik overigens niet ben geweest) werden door een vak-, junior- en publieksjury, 250 kunstwerken uitverkoren. Het zijn kunstzinnige maaksels van overwegend Nederlandse kunstenaars, met - zoals gezegd - het overkoepelende en breed op te vatten thema 'Europa'. Goed gekozen ook. De verkoopexpositie opende in de week voor de Europese verkiezingen.

actuele issues

"Europa staat ter discussie. Het is een werelddeel in verwarring, waar je wel of niet bij wilt horen." En dus kun je een dergelijk onderwerp 'via verschillende routes aanvliegen' (jeukwoorden, maar wel toepasselijk in dit verband).
"Dat kan zomaar propagandawerk of uitgesproken kritisch werk opleveren, maar het kan ook arcadisch (idyllisch of landelijk, red.) en paradijselijk zijn: vakantiebestemming Europa! Eigenlijk alles waarvan je vindt dat het over Europa gaat", aldus Oudes.
Alle te verwachte kwesties komen voorbij: Brexit en Theresa May, de gele hesjes, het groeiende populisme, de eigen identiteit, het vluchtelingenvraagstuk, maar ook de mooie kant van onze Verenigde Staten van Europa. Een ratjetoe: soms serieus, soms (v)luchtig (zoals Ha Ha Ha van Marcel de Wit, dat de titel '(...) De humor ligt op straat' meekreeg en gemaakt is van lachgaspatronen - zie foto ). 

De zomertentoonstellingen blijken een zomerhit, want zeer druk bezocht. In 2017 kwamen er meer dan zeventigduizend bezoekers op af. Heel begrijpelijk, want het is fijn om te kijken naar de diverse invalshoeken en variaties op het thema, zonder afgeleid te worden door de status en faam van die makers.
Soms hebberigmakend (en variërend van een enkele honderd tot zo'n twintigduizend euri).






1. Rob Ferencik, 'Public Space 3/2' en 'Public Space 1'. 2. Zaaloverzicht. 3. Erika den Boer, 'Cultureel Erfgoed'. 4. Jeanne van Bragt - Peijen, 'Europa heel divers'. 5. Hester Popma - van der Kolk, 'Welcome to Europe'. 6. Pauline van Buringen, 'Sunday 8.15 AM'.  
Nu ook te zien: Charlotte van Pallandt, 'Kunst als Levensdoel' (en daarover schreef ik dit verslag).
De drie beschreven tentoonstellingen zijn te bezoeken tot en met 1 september aanstaande. Kijk even op de website van Museum de Fundatie voor bezoekersinformatie.


-X-


Tot later!


Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Charlotte van Pallandt in Museum de Fundatie: 'Kunst als levensdoel'

6 augustus 2019
Een dame van stand, Charlotte Dorothée barones van Pallandt. Powervrouw, want - naast een zeer zelfstandige en eigenzinnige tante - was zij fysiek ook sterk. Moest wel, want het met boor en beitel hakken in steen en hout en het gieten van brons is niet voor watjes. Ze was een van de weinige vrouwelijke kunstenaars die haar leven geheel in dienst stelde van haar artistieke aspiraties en vooral haar eigen weg bewandelde. Ze kon het zich veroorloven, want mede mogelijk gemaakt door het aanzienlijke familiekapitaal. Maar toch. Ietwat afstandelijk en gereserveerd, maak ik op uit de documentatie. Maximale toewijding met een groot talent.

In Museum de Fundatie in Zwolle is onder de naam 'Kunst als Levensdoel' een hommage aan beeldhouwer Charlotte van Pallandt te zien.



1. Portret van Dirk Hannema, 1974, brons. 2. Liggend naakt, ca. 1926, olieverf op doek 45 x 65 cm, particuliere collectie, foto: Peter Tijhuis. 3. Zaaloverzicht met op de achtergrond een foto van 'Vruchtbaarheid' (t.g.v. de drooglegging van Oostelijke Flevoland), 1957.
"Charlotte van Pallandt (1898-1997) heeft het kunsthistorici en andere geschiedschrijvers in zekere zin gemakkelijk gemaakt", zo leer ik van gastconservator en tentoonstellingsontwerper Maarten Jager (want te lezen in de bij de expositie uitgebrachte catalogus). "Niet omdat zij alles in haar werkzame leven heeft gedocumenteerd, wel omdat zij veel heeft bewaard." En dat gegeven wijst dan weer op een grote mate van nauwgezetheid, (ook) een eigenschap - deugd zo je wilt - die zij mogelijk te danken had aan haar 'hoge' komaf.

wat telt is mijn werk: dat is de reden van mijn bestaan

Van Pallandt groeide beschermd en nogal geïsoleerd op in het Gelderse Schaarsbergen, waar het gezin het landgoed Vrijland bewoonde. Al vrij jong bleek zij over een groot tekentalent te beschikken. Maar in die kringen mocht en kon je je als vrouw wel bezighouden met (beeldende) kunst - graag zelfs, maar dan alleen als vrijetijdsbesteding en zeker niet als beroep. Dat was zeer ongebruikelijk en haar afkomst zal haar carrière dus aanvankelijk hebben vertraagd. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan en na een kortstondig huwelijk (een min of meer gearrangeerde verbintenis van nog geen 5 jaar met een - tevens aristocratische - diplomaat) besloot Van Pallandt voltijds beeldend kunstenaar te worden.

beeldhouwen moet niet gezellig worden

In eerste instantie maakte ze tekeningen en schilderijen (waarvan er ook een mooie selectie te zien is in de expositie): in 1927 stapte ze over op beeldhouwen, wat ze - naar eigen zeggen - meteen "nog veel prettiger" vond. Van Pallandt maakte haar leven lang koppen en torso's in gips, hout, klei, steen en brons.

Vrouwen die kunst als levensvervulling kozen, zijn altijd een uitzondering geweest en die kunstenaars vielen daarom op in de kunstwereld. Van Pallandt werkte "keihard en met veel discipline en zij had het gevoel dat zij, na haar late start als beeldhouwer, een achterstand moest inhalen." Daarnaast was de kunst-discipline 'beeldhouwen' allesbehalve een vrouwenberoep: eerder iets voor stoere kerels. "Ze kreeg weinig aanmoediging, sterker nog: zij moest zich staande houden in een door mannen gedomineerde art scene en ze werd zeker niet altijd serieus genomen." 






1. Twee maal 'Zittende figuur', 1939. 2. Portret van Floris baron van Pallandt, 1936. Foto:  Luk van der Plaetse. 3.'Liggend naakt', 1925. 4. Charlotte van Pallandt in de deuropening van haar atelier, 1956-57, fotocollectie RKD. Foto: Louise van der Veen. 5. Gipsmodel 'Koningin Wilhelmina', 1968. 6. Portret van Ro Mogendorff, 1968 (brons). 
Want tegen de stroom in van de toen geldende abstracte mode, zou Charlotte van Pallandt min of meer hardnekkig (een soort van) figuratieve plastieken maken. De kunstenaar verwierf landelijke bekendheid door haar standvastige stenen Wilhelmina-monument in Rotterdam (en later een bronzen exemplaar in Den Haag). Het is een drie meter hoge piramide-volume: een rijzige gestalte, een groteske, wijduitstaande bontmantel en een statig hoofd. Ondanks het feit dat de bontjas en het gezicht niet zijn uitgewerkt, geeft het beeldhouwwerk toch het zo typerend beeld van koningin Wilhelmina (als zijnde 'Moeder des Vaderlands').
In de catalogus lees ik dat Van Pallandt tot haar spijt niet bij de onthulling in Rotterdam* aanwezig kon zijn. Zij was - kort voordat het stenen beeld klaar was - tijdens het hakken van een ladder gevallen en had daarbij haar heup gebroken. 
* op 5 mei 1968.

té realistisch

De beelden, koppen en bustes van Van Pallandt werden toentertijd door sommigen te realistisch bevonden. Toen ze na een overzichtstentoonstelling in 1981 met 50 beelden en 40 tekeningen in het Amsterdamse Stedelijk Museum een deel van haar werk aan het kunstpaleis wilde schenken, weigerde toenmalig directeur Edy de Wilde*. Ietwat laatdunkend verklaarde hij, dat hij volgende generaties "niet wilde belasten met dergelijke kunst." Naar zijn idee zou er "voor figuratieve kunst later geen interesse zijn."
* Hij was alleen geïnteresseerd in een bronzen kop van Fred Carasso, die hij in de collectie opnam. Het Rijksmuseum aanvaardde een schenking van 25 sculpturen.

Charlotte van Pallandt was geen beeldhouwer in de letterlijke zin van het woord (met veel beitel-, hak- en breekwerk): de meeste van haar beelden zijn geboetseerd. In de tentoonstelling zie je hoe zij haar koppen opbouwde en op die portretten zie je ook de sporen van haar kneed- en vingerafdrukken.
De laatste tentoonstelling met haar werk was in 1995 in het toen net geopende Museum Beelden aan Zee in Scheveningen.






1. Model voor 'Portret van Maja van Hall', ca. 1980. 2. 'Vrouwenhoofd', 1962. 3. Charlotte van Pallandt in haar flat in Noordwijk, ca. 1968. Foto: Nico Koster. 4. Portret van Maja van Hall, ca. 1980. 5. Kees Verwey, 'Het atelier van Charlotte van Pallandt in Noordwijkerhout', 1967. 6. Constructie en model voor 'Portret van Albert Termote', 1988 en 1984-1988. 
Op zich is het niet zo gek dat Museum de Fundatie aandacht schenkt aan het werk van Charlotte van Pallandt, want "in de museumcollectie bevinden zich niet minder dan 362 objecten. (...) Deze omvangrijke collectie werd mede mogelijk gemaakt dankzij een schenking in 1998 van 65 gipsen door de erven Van Pallandt en de aankoop in datzelfde jaar van bijna al haar schetsboeken met steun van het Mondriaan Fonds." Het bezit van een dergelijke grote verzameling kunstwerken van Van Pallandt leidde in de zomer van 2001 tot de tentoonstelling 'Gipsen en schetsen'.

Jammer dat daar zo weinig over terug te vinden is in de zoekmachine op mijn laptop. Dat geldt sowieso voor (solo- en overzichts-) exposities met vrouwelijke kunstenaars in de hoofdrol in Museum de Fundatie. Het schijnt dat de cijfers daarover in het verleden niet altijd even secuur zijn geturfd dan wel doorgegeven (aan de dataverzamelaars). Bij navraag bleek het volgende (en hopelijk wordt dit nu wel correct opgenomen in de annalen). Jaarlijks zijn er solotentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars en soms betreft het complete overzichten. Hieronder volgt een opsomming van de laatste vijf jaar. Waarvan akte!
2018: Mariecke van der Linden (in combinatie met muziek van Yuri Honing)
2017: Eva van Kempen en Francoise Stoop
2016: Marte Röling, Claire Felicie en Ans Markus
2015: Barbara Klemm
2014: Lotta Blokker

Is Museum de Fundatie daarmee uitzondering op de (nogal dubieuze) regel? Vrouwen in kunst en cultuur blijken normaliter zwaar onderbelicht én ondervertegenwoordigd, zo blijkt uit een onderzoek* van Mama Cash dat begin dit jaar verscheen. Daarin kwam naar voren dat slechts 13% van de tentoongestelde werken in (8) grote Nederlandse musea door vrouwen zijn gemaakt. In de musea en kunsthuizen is vaak een overvloed aan vrouwelijkheid te zien - en dan vooral naakt in allerlei poses - maar amper werk van vrouwelijke kunstenaars.
Gelukkig gaat het steeds beter - zeg maar drie stappen vooruit en twee terug - want in de kunstwereld komt steeds meer besef dat de kunstgeschiedenis zonder de creatieve bijdrage van vrouwen én (zeker ook) van mensen met kleur, heel incompleet is.
* een meta-analyse van bestaand onderzoek. Meer hierover hier.





1. Portret Albert Termote, 1984. 2. (Vriend) Kees Verwey, 'Portret van Charloltte van Pallandt', ca. 1990. 3. (links) 'Tors', 1930 en (rechts) 'Tors', 1940. 4. Knuffel 'Spark Plug', ca. 1935. Foto: © Museum de Fundatie. 5. 'Zittende Vrouwenfiguur', datering onbekend.
Ik ben ervan overtuigd: elke toeschouwer raakt onder de indruk van de krachtige beelden van een vrouw met 'ballen', zou ik (oneerbiedig) willen zeggen. Uniek in haar tijd én mooi dat er weer aandacht is voor haar bijdrage aan de Nederlandse kunstgeschiedenis.
Te zien tot en met 1 september aanstaande.

Maar er is meer!
In Museum de Fundatie zijn nog twee vertoningen die het de moeite waard maken om af te reizen naar Zwolle. Mijn volgende blogpost komt ook vanuit de Hanzestad en zal zijn gewijd aan de Duitse (haast magisch) realistische fijnschilder Michael Triegel én daarin doe ik tegelijkertijd (doch onvergelijkbaar) verslag van de Zomerexpo 2019 met als thema 'Europa'.

(Dus) wordt vervolgd.


-X-


Fijne dag!

Museum de Fundatie (foto gemaakt tijdens een eerder bezoek aan het kunsthuis in november 2017).
Tekst en alle iPhone foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature