Jan Mankes in Museum MORE: 'De Werkelijkheid Niet'

1 augustus 2020
Klein maar fijn en bescheidenheid siert de mens. Twee tegeltjeswijsheden die in hoge mate toepasbaar zijn op het levensverhaal én oeuvre van de honderd jaar geleden overleden kunstenaar Jan Mankes. Een man die "zo wat schilderen moest" en bekend staat om zijn verfijnde, ietwat 'glazige' schilderstukken. Bescheiden van formaat en altijd sprookjesachtig van sfeer. Haast mystiek.

Met de titel 'De werkelijkheid niet' zie je in het Gorsselse Museum MORE vijfendertig schilderijen uit eigen collectie, aangevuld met enkele bruiklenen.
Kom! "Maak kennis met het mooiste van Mankes!"



1. Anne Mankes-Zernike, 1918. 2. en 3. Zaaloverzicht.
Om Mankes’ persoon hing de zweem van een geniale kluizenaar met een ‘afkeer van luidruchtigheid’, lees ik op de website van Museum MORE. Herkenbaar, want ook ik had de indruk dat Jan Mankes (1889-1920) een teruggetrokken leven leidde op het Friese platteland. Hij zou door zijn slechte gezondheid aan bed gekluisterd zijn geweest en dat zou ook de reden zijn dat hij vooral onderwerpen schilderde die te vinden zijn in en rond het huis. Maar de werkelijkheid blijkt toch anders.

Er was altijd al grote aandacht voor de schilder - ook tijdens zijn leven en in dit 100e sterfjaar is dat nog eens opgevoerd. En uit al de literatuur blijkt dat de kunstenaar lang niet zo geïsoleerd leefde als soms wordt gesuggereerd. Zo onderhield hij actief contact met andere kunstenaars.
Vanaf het begin was hij onder verzamelaars gewild. Mankes' kunst was geliefd bij velen, met één persoon in het bijzonder. De rijke sigarenfabrikant Aloysius Pauwels uit Den Haag was groot bewonderaar en zou dan ook Jan Mankes' mecenas worden.

de dingen dichtbij koesteren

De kunstschilder had een grote passie voor de natuur en vandaar ook zijn voorkeur voor dat thema. Hij penseelde veel dieren en dan vooral vogels, maar ook bloemen en landschappen. Daarnaast maakte hij stillevens, zelfportretten en portretten van zijn dierbaren. Zijn onderwerpkeuze heeft soms wel iets 'Anton Pieckerigs' (of is dat vloeken in de kerk?).

En over de kerk gesproken... Liefde van zijn leven was Annie Zernike, die hij in 1913 tijdens gebedsdiensten in Bovenknijpe (een dorp in de gemeente Heerenveen) had leren kennen. Een interessante vrouw: zij was de eerste vrouwelijke (doopsgezinde) predikant in Nederland en later doctor in de theologie. Gelijkgestemd en zielsverwant: samen verdiepten zij zich in literatuur, poëzie, schilderkunst en theologie.






4. Jonge spreeuw, 1909. 5. Dood snipje, 1909. 6. Vader, 1914. 7. Stilleven met buffelschedel, 1918. 8. Zaaloverzicht. 9. Bouwland, 1917. 
Het stelletje trouwde in 1915 en hun leven stond in het teken van hun vrijzinnige, humanistische idealen. Ze waren overtuigd antimilitaristisch, geheelonthouders en vegetariërs. En op de een of andere manier is dat ook wel terug te vinden in de thematiek van Mankes' kunst. Een toverachtige sfeer in zijn zachte, sobere voorstellingen. Schilderijen met een hoog poëzie-gehalte. Ook door zijn manier van werken: 'meditatief', laag over laag, met een transparante, glasachtige afwerking, waardoor de witte delen wel licht lijken te geven.

Na hun huwelijk legde Annie haar ambt (tijdelijk) neer en verhuisde het koppel naar Den Haag. Als liefhebber van de schilders van de Haagse School wilde Mankes er de zee en het strand schilderen. Het was van korte duur: in 1916 vertrokken zij min of meer noodgedwongen naar Eerbeek in Gelderland, hopende dat de bosrijke omgeving zijn longaandoening - er werd tuberculose geconstateerd - goed zou doen. Aan het eind van 1918 (hetzelfde jaar dat zijn zoon Beint werd geboren) werd hij bedlegerig en overleed hij na een ziekbed van anderhalf jaar in het voorjaar van 1920 aan complicaties (de Spaanse griep?), slechts dertig jaar oud.

"ik probeerde mooie dingen te maken in allen eenvoud"

Dat is ook de reden voor zijn relatief kleine oeuvre - zo'n honderdvijftig schilderijen, honderd tekeningen en vijftig prenten. En zoals gezegd zijn er momenteel en nog tot met 25 oktober vijfendertig daarvan te zien in Museum MORE. Waar je trouwens ook terecht kunt voor de mooie presentatie 'uit eigen werk' (de vaste collectie) én - nog tot en met 20 september - Jan Beutener met 'After All', waarover ik ook een verslag schreef.

En je weet het, hé. Mocht je willen afreizen naar Gorssel voor een bezoek aan het museum, kijk dan eerst op de website voor bezoekersinformatie.


-X-


Voor de echte Jan Mankes-adepten: volgend jaar - van 25 juni t/m 26 september 2021 - zie je in Museum Belvédère de door Covid-19 uitgestelde presentatie 'Jan Mankes - De dieren en de ziel der dingen'.



10. Grote uil op scherm, 1913. 11. Avondschemering (Woudsterweg), 1914. 12. Zaaloverzicht.
 Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.

Stedelijk Museum: van Thonet tot Dutch Design | 125 JAAR wonen in het Stedelijk!

27 juli 2020
Uhm...diezain?! Heeft dat niet/iets met kunst te maken?
Het is al veel te lang geleden: een blogpost over design(klassiekers), terwijl ik weet dat ik er veel trouwe lezers een plezier mee doe.
Sinds afgelopen zaterdag en ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan van het Stedelijk Museum laat het Amsterdamse gemeentemuseum voor moderne en hedendaagse kunst én design zo'n 300 iconische objecten uit hun beroemde collectie vormgeving zien.

Ik mocht alvast een kijkje nemen en raakte onder de indruk van de enorme rijkdom aan vakkundig ontworpen objecten die het leven (zouden) moeten of kunnen veraangenamen. Dus vandaag op het programma een bezoek aan een museale meubelshow met bijbehorend woonconcept.



1. Coll. Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Peggy Janssen, styling: Heidi Willems - PURE styling. 2. Thonet. 3. Hildo Krop.
Niks is zomaar. Over elk product of object is nagedacht en een beetje eerste hulp* bij design is daarom meer dan welkom. Want waar hebben we het over? Wat is het, waarom in het Stedelijk Museum en wat krijg je te zien? Nou, dat ga ik je haarfijn uitleggen (en precies in die volgorde).
Bij design of vormgeving gaat het om het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen, dus heel letterlijk: liefst nuttige, maar in ieder geval bruikbare spullen. Staat er 'industrieel' voor, dan is het product of object machinaal en in grote aantallen gemaakt. Dus fabrieksmatig. Je hebt ook 'vrije' vormgeving: dan gaat het om een uniek stuk of een kleine serie, kunstzinnig bedacht én met de hand gemaakt. Maar wel degelijk een gebruiksgoed. Dat noemden we vroeger toegepaste kunst en nóg eerder, kunstnijverheid.

Dus de ontwerper houdt - als het goed is - bij het bedenken en vormgeven van een product rekening met de bedoelde functie en het uiteindelijk gebruik. Daarom speelt altijd de kwestie: vorm versus functie. Het draait altijd om (a) functionaliteit: het moet handig zijn in het gebruik, (b) efficiënt: goed te produceren zijn en liefst nog mooi ogen ook (c). Maar wat is het belangrijkste?
En er gaat dus wel eens wat mis in dat abc'tje. Een beroemd, of moet ik zeggen berucht voorbeeld is de Juicy Salif van Philippe Starck voor het merk Alessi. Deze citruspers staat wereldwijd in onnoemelijk veel trendy keukens mooi te wezen. Niet omdat hij zo handig is in het gebruik, helemaal niet zelfs. Wie z'n sinaasappeltje op deze 'spin' wil persen, kan in plaats van een glaasje jus drinken, het aanrecht schoon gaan maken (weet ik uit ervaring). Starck zelf heeft het toegegeven: "mijn Juicy Salif wordt vooral gebruikt als conversation piece" (en te koop voor € 75,-).

Vorm versus functie

Maar - er is altijd een 'maar' - kunstenaars (zij die juist geen praktisch toepasbare of nuttige werkstukken maken) en ontwerpers begeven zich soms op elkaars vakgebied. Die laten zich niet ophokken. Zo kun je van menig kunstenaarshand eten (serviezen, bestek etc.); in nestelen (dekbedovertrekken, kussenhoezen); je erin kleden. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Daarnaast ontwerpen designers wel eens iets dat heeeel kunstzinnig is en op kleine schaal wordt geproduceerd, al dan niet met de hand.
Dus eh..., dát voor wat betreft de theorie (en de uitzondering bevestigt de regel :-).





4. Ontwerp kleurstelling Bart van der Leck voor buisstoel, vormgever onbekend, ca. 1930-1935. 5. Piet Mondriaan, Compositie: no. III, met rood, geel en blauw, 1927. Foto: Stedelijk Museum Amsterdam. 6. Han Pieck, fauteuil LaWo, ontwerp 1944, uitvoering 1946-1948. 7. De Rietveld-vitrine. 8. (Links) Charlotte Perriand, stoel Ombre, ontwerp 1954 en (rechts) Peter Karpf, stapelstoel Eco, uit de serie Voxia, 1993-1997.
Dan de vraag waarom het Stedelijk Museum een designexpositie programmeert? En daarvoor moeten we terug in de tijd. Het museum begon vlak na de oprichting in 1895 - dus 125 jaar geleden - al vormgeving tentoon te stellen en in december 1934 opende het 'Museum voor Toegepaste Kunst' (een van de deel-musea in het Stedelijk)*. Hier waren onder andere meubels, textiel, affiches en glaswerk te zien en dan met het accent op Nederlandse ontwerpen van na 1900.
En sindsdien wordt er actief verzameld. In het begin was het vooral kunstnijverheid, ambachtelijk gemaakt en denk dan aan uitingen van H.P. Berlage en representanten van de Amsterdamse School, zoals Michel de Klerk, Piet Kramer en Hildo Krop. Daarnaast vergaarde het museum meer dan 100 werkstukken van Gerrit Rietveld: dus veel meer dan 'alleen' de 'rood-blauwe stoel' (de absolute designklassieker en schoolvoorbeeld van de kunstbeweging De Stijl). Niet opgenomen in deze voorstelling - te voor de hand liggend vond men - wel te zien in Stedelijk Base (dus in de 'kelder').
 * Toentertijd huisden er meerdere gespecialiseerde musea binnen de context van het Stedelijk, zoals het Museum en Archief van Tijdmeetkunde en het Museum van Aziatische Kunst, die later weer werden afgestoten.

Als het in een museum staat, is het kunst...

Na de Tweede Wereldoorlog was het toenmalig directeur Willem Sandberg die meer design in de verzameling collecteerde en hij haalde zijn neus niet op voor industrieel vervaardigde ontwerpen. Hij zag het als één van de beeldende uitingen van de 20e eeuw en vond het daarom belangrijk om ook deze producten te showen.

En zo is het gekomen. Tot op de dag van vandaag verzamelt het Stedelijk Museum designvoorwerpen als uitbreiding op de collectie. Momenteel bezit het duizenden objecten in de categorie 'vrije en industriële vormgeving', waarvan meer dan 1.200 meubels en dan vooral Nederlands, waaronder het zogenaamde Dutch Design, Italiaans (zoals van Mendini en voorwerpen van het postmoderne Memphis van o.a. Sottsass) en ook veel Scandinavisch design (Aalto, Wirkkala en Jacobsen).





9. Zaaloverzicht 'Kindermeubels'. 10. Tije Domburg, vaas en plastieken, 1971, 1972 en 1973. 11. Aldo van den Nieuwelaar, diverse lampen uit 1969. 12. Zaaloverzicht 'Dutch minimalism'. 13. Vitrine 'Scandinavisch design'. 
Een dag voor de opening van de vertoning 'Van Thonet tot Dutch Design' mocht ik - in een, door corona klein, select gezelschap 'persmuskieten' - en na een introductie door conservator Ingeborg de Roode en tentoonstellingsontwerper en kunstenaar Bas van Beek, alvast een rondje lopen door de museumshowroom.
De basis van de expositie vormt een keuze uit de rijke meubelcollectie, aangevuld met woonaccessoires en een paar kunstwerken. De meer dan 300 items in de opstelling zijn allemaal in de afgelopen 125 jaar baanbrekend en actueel geweest, aldus het museum en daarom reden om ze hier en nu op te stellen.

baanbrekend en actueel

De Roode en Van Beek besloten tot een thematische aanpak. Zo is er aandacht voor de Weense innovatie van rond 1900 (Wiener Werkstätte), uiteraard de Amsterdam School met de nadruk op het werk van beeldhouwer Hildo Krop (2020 is themajaar - het is zijn 50e sterfdag 🤔 en over dat feit maakte ik eerder een blogpost).
Ook te zien: meubels uit één stuk. Van Rietvelds 'Birza-stoel' uit 1927 tot een aantal gemaakt van (fantastic) plastic uit de sixties. Één zaal staat vol met geweldige ontwerpen voor kinderen en dan is het tijd voor het 'Dutch Minimalism' met een paar mooie voorbeelden van de hand van Aldo van den Nieuwelaar.
Vervolgens is er in de expositie oog voor Scandinavische wonen; Ettore Sottsass en 'zijn' Memphis en dan belanden we uiteindelijk bij Dutch design, dat sinds de jaren 90 succesvol is. Actuele onderwerpen, zoals duurzaamheid en de impact van de coronacrisis op de vormgeving in Nederland sluiten de presentatie af.

Bas van Beek werd gevraagd advies te geven over de inrichting en "een hedendaags perspectief toe te voegen", aldus het persbericht. Hetgeen geschiedde: hij deed dat door te spelen met de geschiedenis van het tentoonspreiden van vormgeving in het Stedelijk Museum. Op verschillende plekken zijn er interventies van de ontwerper slash kunstenaar. Je ziet blow ups van historische foto's, behangsels gebaseerd op oude motieven en animaties samengesteld op grond van textielontwerpen van Nathalie du Pasquier (voor Memphis).
En als je denkt dat de kartonnen eiertrays er voor de lol liggen, dan heb je het mis. Die verwijzen namelijk naar de tentoonstelling 'Vijftig jaar zitten' die te zien was in 1966.
Niks is zomaar. Overal is over nagedacht. Net als bij design.



14. Zaaloverzicht 'Memphis'. 15. Verner Panton, wand/plafondtegel voor Visiona 2, 1970. 16. Zaaloverzicht 'Duurzaam en innovatief'. 
Tot zover en de conclusie? Voor de rechtgeaarde designliefhebber, interieurjunkie of woonverslaafde is deze vertoning natuurlijk een must. Of ben je gewoonweg iemand die geïnteresseerd is in ontwerpgeschiedenis? Ga dan zeker kijken en daar kun je gerust de tijd voor nemen: Van Thonet tot Dutch Design is te zien tot en met 21 maart 2021.

En in het 'nieuwe normaal' neem je bij een voorgenomen visitatie altijd eerst een kijkje op de website van het museum voor bezoekersinformatie.


-X-


Meer weten over de 125-jarige ontstaansgeschiedenis van het Stedelijk? Ik maakte een paar weken geleden een blogpost over dit heuglijke feit!


17. Hella Jongerius, bekledingsstoffen Repeat Classic en Repeat Classic Print, 2002. 18. Wandinstallatie van Claudy Jongstra, 2005 en Richard Hutten, bank Crossing Italy I / The Cross, ontwerp1994.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, behalve foto 1 en 5 (zie bijschrift).
de titel van een instructieboekje over industriële vormgeving t.b.v. de afdeling educatie van het Stedelijk Museum Amsterdam (febr. 2006).

Jan Beutener in Museum MORE in Gorssel: 'After All'

22 juli 2020
'After All' heet de tentoonstelling met het werk van Jan Beutener in Museum MORE. Heel letterlijk betekent dat 'tenslotte', maar je kunt het ook vertalen als 'uiteindelijk' of 'per slot van rekening'. Het heeft dus iets van een afsluiting en dat maakt melancholiek. En dat terwijl zijn schilderwerken best wel (...) vrolijk stemmen, zo bleek tijdens mijn bezoek aan het Gelderse privé-museum. De intrigerende, soms geestige en ietwat absurdistische canvassen nemen een loopje met het realisme, want door hun eenvoud en stilering hebben ze ook iets abstracts.

Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt? Loop je met me mee?



1. Heer van achteren gezien |1972. 2. Zaaloverzicht. 3. In between | 1986.
Verleden week reisde ik af naar het 'Laren van het Oosten'en dat heeft nogal wat voeten in de aarde. Als je vanuit de Randstad (in mijn geval Amsterdam) en door autonood-gedwongen met het openbaar vervoer moet reizen, dan kun je er twee en een half uur voor uittrekken voordat je je eindbestemming bereikt, te weten Gorssel, Gelderland (uit en thuis en dan nog eens visa versa). Oké, mede veroorzaakt door de vakantie-dienstregeling, dat dan wel. Maar toch. Je moet er wat voor over hebben, zullen we maar zeggen.
Bijna één op de 25 inwoners van de gemeente Lochem, waartoe ook Gorssel behoort, is volgens het CBS miljonair.

Maar gelukkig bleek ook deze keer de tijdsinvestering zeker de moeite waard: in het mooie museum in het Achterhoekse komt de liefhebber altijd aan zijn of haar kunstzinnige trekken. En als je wat meer wilt weten over de ontstaansgeschiedenis van dit ietwat uit zijn krachten gegroeide kunsthuis, dan verwijs ik je maar al te graag naar mijn blogpost van verleden jaar, waarin ik het een en ander uit de doeken doe.

in je eigen tijd staan

Oké, off we go. Museum MORE is gespecialiseerd in modern-realistische (mo-re) kunst en die figuratieve stijl was niet altijd even en vogue. Als kunstrichting kreeg het gedurende de avant-gardistische 20e eeuw maar weinig waardering van de gevestigde kunstwereld. Het werd te ambachtelijk en oubollig bevonden. Toch is deze schilderstijl nooit helemaal weg geweest. Er waren altijd kunstenaars die trouw bleven aan de 'objectieve' en materiële werkelijkheid.

Het Gelderse museum heeft zo'n 200 werken van toonaangevende Nederlandse realisten van de afgelopen 100 jaar, zo lees ik in de glossy brochure. Van Carel Willink tot Pyke Koch en van Jan Mankes (over hem later meer) tot Charley Toorop.
"Ze werden weleens 'de beschaafde heren van de goede smaak' genoemd. Een beetje dubbelop, met opzet. Maar zoals het hoort bij heren (en ook dames) van stand, doorstaat hun realistische kunst moeiteloos de tand des tijds. (...) Niet gehinderd door modegrillen bouwen ze vaak voort op een traditie van Hollandse Meesters, Vlaamse primitieven of Italiaanse renaissance-kunst" (nog steeds volgens het informatieboekje).





4. Aardappels | 1969. 5. Bed | 1978. 6. Zaaloverzicht. 7. Vier doeken uit de serie 'His' | 2013 en 2014. 8. Le Sud | 1994.
Zo ook de in Amsterdam woonachtige Jan Beutener (NL, 1932) die de kunst verstaat om met veel gevoel voor detail en ongebruikelijke uitsneden, de toeschouwer te boeien. Verdeeld over drie zalen toont Museum MORE zeventig door hem gepenseelde schilderwerken.
Zijn doeken spelen zich af op het snijvlak van realisme en abstractie: hij vergroot en stileert gewone, aardse motieven zoals een aardappel, een deur, muur of schutting, een hand, tot bijna abstracte composities en in die zin is deze vertoning ook een mooi vervolg op mijn blog van vorige week (over 'Realisme Nu' in Stedelijk Museum Schiedam). Daarin komt (ook) de vraag aan de orde in hoeverre een figuratieve voorstelling ook abstract kan zijn (weet je nog?). Door het zien van de onderhavige expositie 'After All' denk ik het beter te snappen. Denk je even met me mee?

tegen de vanzelfsprekendheid

In de catalogus staat een interview met de kunstenaar afgenomen door gastconservator Moniek Peters en daarin vertelt Beutener over de totstandkoming van zijn bekendste schilderij, namelijk 'Aardappels' uit 1969 (collectie Stedelijk Museum Amsterdam en zie foto 4). "Ik wist helemaal niet waar ik aan begon. Ik had een maat van een doek gekozen die ik mooi vond en ik trok er een ovaal in. Er was eerst dus nog helemaal geen aardappel. Toen kwam er een streep onder, wat later een vlak is geworden en de ovaal werd een aardappel. (...) Zelfs het mes daarboven is er later in gekomen en dat heeft consequenties gehad voor de onderkant. Omdat ik die schuine streep erin wilde, naast die horizontale, kwam er een tweede mes. (...)"

ik zoek niet, ik vind

Tot zover Beutener aan het woord. De schilder had tijdens het maakproces dus helemaal geen plan of idee; er was geen voorbedachte rade. Heel spontaan creëerde hij de compositie en dat pakte uit als iets met aardappelen. De beelden vallen hem toe, zegt de kunstenaar, daar hoeft hij niets voor te doen.





9. Muur | 1973. 10. Zaaloverzicht. 11. On the Wall | 2016. 12. Windscherm | 1976. 13. Zaaloverzicht.
Beutener werkt zijn onder­werp in een vlakke, abstracte vorm uit en dan vaak met een absurdistische en/of humorvolle ondertoon. Soms met melancholie en heim­wee. Zijn onderwerpkeuze is altijd verrassend. De afbeeldingen suggereren soms dingen die gaan gebeuren of al gebeurd zijn. In ieder geval, kúnnen gebeuren. In close-up.
Hij versmalt zijn kader - de beelduitsnede is krap en het laat zoveel informatie weg, dat je bij de eerste oogopslag alleen vormen en kleuren ziet. Er blijft veel te raden over. "Pas nadat je wat langer hebt gekeken, identificeer je de voorstelling (aldus Feico Hoekstra* in de catalogus). Je beseft daardoor, of ervaart in ieder geval, dat het schilderij, voordat het een beeld wordt, een abstracte compositie is."
Et voila! Daarmee is het punt gemaakt: een figuratief doek kan ook heel goed non-figuratief zijn. (And I rest my case...).
freelance tentoonstellingsmaker en publicist.

Neder-Pop Art

Pop Arty, zo zou je het werk van Jan Beutener ook kunnen noemen. De kunstenaar penseelde zijn doek met 'Aardappels' in de jaren zestig en hij ging daarmee in tegen de toen geldende trend, namelijk dat van het (geometrisch) abstracte. De kunstenaar in het eerdergenoemde vraaggesprek: "ik maakte een Nederlandse variant van Pop Art. (...) Het dagelijks leven. Benen op de grond. Weg van het heilige der heiligen van de abstracte kunst."
Dat wat de kunstenaar schildert zijn non-onderwerpen, net als Warhol met zijn beroemde soepblikken. "Het is wat het is. Niks meer en niks minder."

De expositie 'After All' is te zien tot en met 20 september (let op: altijd eerst je ticket online reserveren), maar het is niet het enige wat je te zien krijgt bij een bezoek aan Museum MORE....

Jan Mankes

'De Werkelijkheid Niet', zo heet de expositie met het dromerige, 'glazige' werk van Jan Mankes (1889-1920). Omdat het dit jaar een eeuw geleden is dat de kunstschilder overleed, toont Museum MORE alle Mankes-schilderijen uit de eigen collectie, aangevuld met enkele bruiklenen. "U kunt dan zo’n 35 topstukken bewonderen van “Hollands meest verstilde schilder”. Kleine werkjes. Fijne werkjes. De kunst van deze zo jong gestorven artiest (was het de Spaanse griep of toch tuberculose?) verdient een eigen blogpost, dus wordt vervolgd.

Blijf vooral afgestemd op 'een grijze dame met praatjes' en dat kan op verschillende manieren, namelijk via Facebook; Instagram en email (zie rechterkolom).

-X-

En voor nu: fijne dag...


14. Schutting | 1974. 15. (Links) Over de rand | 2002 en (rechts) Rijp | 2005.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.

'Realisme nu' in ✱Stedelijk Museum Schiedam: Echt wel!✱

17 juli 2020
Vandaag ga ik het met je hebben over realisme anno 2020, want dat is wat je te zien krijgt bij een bezoek aan het Schiedamse Stedelijk Museum. De tentoonstelling kreeg de voor de hand liggende titel 'Realisme Nu' mee.
Met hun inspanningen getuigen drieëndertig hedendaagse kunstenaars over veel werkelijkheidszin. Stuk voor stuk werken - lekker veel schilderijen, een paar sculpturen en een enkel gedicht - die het realisme in allerlei verschijningsvormen laten zien en - neem van mij aan - dat pakt in veel gevallen zeer verrassend uit. Want het gaat er niet om de werkelijkheid zo 'mooi' mogelijk te verbeelden, maar het gaat om 'echt'!
Echt wel!



1. Robin Speijer, Sonny and Red, 2018. 2. Zaaloverzicht met de lichtinstallatie van Sarah van Sonsbeeck, Moment of Bliss, 2012. 3. Daan de Jong, Rapsodie du Bouquet, 2018.
Je zult je wellicht afvragen: "vanwaar die asterisken in de tekst". Nou, dat zit zo. Die sterretjes () zijn beeldbepalend voor dit gemeentelijke museum in de Zuid-Hollandse jeneverstad. Het verwijzingsteken wordt als beeldmerk in de layout van het kunsthuis heel consequent doorgevoerd, dus je komt ze werkelijk overal tegen.
Het heeft wel wat.

ik zie sterretjes...

Soit. Over naar de vertoning en ik begin met een quote. "Het avontuur van de realiteit begint, waar wat als bekend wordt verondersteld als nieuw wordt waargenomen en het alledaagse opnieuw wordt ontdekt en geïnterpreteerd." Een diepzinnige uitspraak: even twee keer lezen en goed tot je laten doordringen. (Moest ik ook). Mooi ook en zeer toepasselijk op de tentoonstelling 'Realisme Nu' in Stedelijk Museum Schiedam. Realisme kan namelijk heel verrassend zijn, zo blijkt.
Je zou zeggen: fictie, fantasie en verbeelding zijn subjectief, maar de realiteit, oftewel de werkelijkheid, dat ís de werkelijkheid, dus altijd objectief. Maar niets is minder waar en was het maar zo simpel. Het is slechts een visie. Ook een realist geeft geen feitelijke weergave, want ook hij (m/v/x) interpreteert die zogenaamde feiten. Een ander persoon kan hetzelfde weer heel anders ervaren en weergeven. Alles is voor velerlei uitleg vatbaar. Kortom: het ene realisme is het andere niet.

kunst van de gewaarwording

Realisme in de beeldende kunst draait vooral om kijken, leer ik in de tentoonstelling. Het is de kunst van de gewaarwording en voor de kunstenaar niets anders dan een vertrekpunt om - met zijn of haar eigen specifieke verbeeldingskracht - een visie op de werkelijkheid te geven.

Het getoonde in Schiedam is een update met (vooral) schilderkunst en dan vanaf 2000 en de samensteller, gastcurator Trudi van Zadelhoff, toont aan dat realistische kunst - een stroming met een lange geschiedenis - nog springlevend is. En gelukkig maar, want what's not to like. Na een tijdlang te zijn verguisd, juist door de toegankelijkheid van dit (neo-)figuratieve - het genre spreekt immers ook het "ongeoefende oog" aan - werd de stroming door de kunst-snobs lange tijd terzijde geschoven als niet relevant. Maar ik beloof je één ding: na het zien van 'Realisme Nu' wordt dat standpunt weer eens keihard onderuit gehaald.






4. Koen Vermeule, The Call, 2008. 5. Zaaltekst. 6. Maria Roosen, Gewassen bomen, 2006. 7. Daan van Golden, zondert titel, 1965 (l.) en (r.) Nico Heilijgers, Qué Calor, 2012. 8. Jan Schoonhoven, R71-20, 1971 (l.) en Nico Heilijgers, Spelende kinderen, 2018 (r.) 9.Daan van Golden, Kompositie Groen, 1963 (l.) en (r) Jans Muskee, Diana, 2017.
In de expositie word je aan de hand genomen langs een vijftal thema's, namelijk 'om stil van te worden', 'abstractie, 'kunst en kritiek', 'verontrustende verhalen' en 'koppen met karakter'.

verstilling

Je een tweede blik gunnen en inzoomen op alledaagse objecten of gebeurtenissen. Zoals die oefening in mindfulness waarin je - in het hier en nu - onderzoeker én fijnproever wordt van een enkele rozijn.
Mooi voorbeeld daarvan is het werk van Robin Speijer (1997). Zij studeerde vorig jaar af aan de HKU met een joekel van een doek dat inzoomt op breisel; op iets dat lijkt op een wollen sjaal (zie foto 1). Zij neemt een onderwerp uit onze vertrouwde omgeving, isoleert het en blaast het op tot mega-proporties. Daarmee legt zij de focus op een of meer details die anders aan onze aandacht zouden ontglippen.
Geweldig. En dat vond ook Museum Voorlinden, want die kochten het prompt aan. Ik las op het world-wide-web dat de piepjonge Speijer ook gelijk een stipendium won van de Dooyewaard Stichting*. Van haar gaan we zeker meer horen.* kunstprijs voor postacademische talentontwikkeling.

Veel opzien baart de lichtinstallatie van Sarah van Sonsbeeck. Want waar komt die reflectie op de zaalvloer vandaan? Invallend licht van het raam? Dat kan niet, want dat is verduisterd.
De kunstenaar aan het woord (in een interview met het Financieel Dagblad): "‘bij een opening van een tentoonstelling dacht een suppoost laatst dat het het zonlicht was dat door de ramen scheen. Dat vind ik geweldig! Het werk heet 'Moment of Bliss' (2012): oftewel geluksmoment. Zelf word ik altijd erg gelukkig van het moment dat de zon zijn licht door de ramen werpt. Dat vind ik mooi en ik wilde dat geluksmoment delen." Right you are en uitstekend gelukt (zie foto 2)!

kunst en kritiek

Een van de eersten die ooit begon met geëngageerde kunst - zoals te zien bij het thema 'kunst en kritiek' -  was Francisco de Goya (1746-1828) die met een reeks van 80 prenten genaamd 'Los Desastres de la Guerra' zijn duistere visie gaf op de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog in het begin van de 19e eeuw.
Het realisme dat als onderwerp de alledaagse werkelijkheid heeft, krijgt via die weg haast onvermijdelijk een politieke lading. Sommige representanten kiezen daar ook heel bewust voor: schoolvoorbeeld is Peter Koole, die stilstaat bij de traumatische gebeurtenissen in Srebrenica, nu precies 25 jaar geleden.




10. Bewegwijzering✱ in het museum. 11. Ischa Kempka, Trudi thought this work was named 'Fuck'. (But it is actually called the finger you desire most'), 2019. 12. Domenique Himmelsbach de Vries, Een papieren monument voor de papierlozen, 2017 - heden. 13. Peter Koole, uit de serie Srenbrenica. 
En dan vraag je je af wat een thema als 'abstractie' doet in een presentatie met realistische, dus figuratieve kunst? Kan dat samen? Op zijn minst spannend en ik laat het me als volgt uitleggen. "Een schilderij met een stoel, bejaard echtpaar of zakdoek kan ook opgevat worden als een abstract geheel van lijnen, vormen en kleuren. Er is een punt waarop realisme en abstractie elkaar raken" (aldus de zaaltekst).
Het museum combineert in dit onderdeel van de expositie een figuratief met een abstract werk. Zo hangt er een minimalistisch reliëf van Jan Schoonhoven naast een doek van Nico Heilijgers waarop spelende kinderen te zien zijn (zie foto 8). De eerstgenoemde - Jan Schoonhoven - zou ooit gezegd hebben: "Je moet de werkelijkheid in essentie tonen." En het museum voegt daaraan toe: "een kunstenaar denkt zelf ook niet zo in hokjes." Een juiste constatering lijkt mij (alleen gaat die niet op voor Schoonhoven, die dacht en werkte juist heel sterk in hokjes...) 

met de werkelijkheid een loopje nemen

"Het zijn geen vanzelfsprekende combinaties - lees ik verder - maar wie uitvoeriger kijkt, ontdekt veel verwante kleuren en composities." Dus als ik het goed begrijp (oh jee, nu volgt een gedachtespinsel), dan bedoelt expositiemaker Van Zadelhoff het als volgt: een koe is een dier, maar niet elk dier is een koe. Zoiets.
Oftewel, elk realistisch schilderij is ook abstract, maar je kunt het dan weer niet omdraaien. (Nou ja, laat ook maar...😏). 
En zo zijn er nog wel wat meer hersenkrakers. Wat te denken van 'Gewassen bomen' van (glas)kunstenaar Maria Roosen. Spiegelende glazen 'zwammen' op Berlijns zilverberk-boomstammen. Heel fragiel en subtiel in het zilverkleurige. Tja, maar realistisch?
Koppen met karakter is dan weer een lekker makkelijk herkenbaar onderdeel van de tentoonstelling en er zitten een paar fraaie staaltjes bij. Neem de drie vrouwen van Esiri Erherienne-Essi. "Mijn werk getuigt van de normaliteit van zwarte levens”, aldus de kunstschilder (en te lezen in mijn blogpost over haar werk in het Stedelijk Museum Amsterdam afgelopen december).





14. Jans Muskee, Protest (1), 2017. 15. Zaaloverzicht met werk van Jurre Blom. 16. Esiri Erherienne-Essi, Anaborhi (threading), 2015. 17. Efrat Zehavi, (deel van) Stadgezichten. 
Persoonlijk ben ik erg te spreken over de (zelf)portretten van Erik Suidman (NL, 1964-2018) ↓. "Verveling, verdriet, wanhoop, woede, angst: Erik Suidman schilderde allerlei uitdrukkingen en emoties." En dan vaak van hemzelf. "Echt gezellig wordt het nooit', was zijn slagzin. (en via deze link → een in memoriam bij zijn tragische dood in 2018 in dagblad Trouw). 


-X-


Dus - tromgeroffel - veel mooiigheid in Realisme Nu. Ik zeg: go, go, go! en dat kan tot en met 4 oktober. Plan je bezoek op de webpagina 'plan je bezoek' en dan komt alles in orde.
Ik wens je een fijne voorstelling!

PS: Vergeet vooral niet langs te gaan op de 1e etage, linkervleugel, alwaar het geweldige (in situ) werk 'Zwermen' van Zoro Feigl.


18. Ja hoor, daar is ze weer. Dit keer bij divers werk van Erik Suidman. 19. Erik Suidman, De rode colonne, 2005.
Tekst en alle (iPhone) foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature