Banksy, maar vooral Mary Quant: een stadssafari in Engeland.

22 juni 2019
Nou, hoe divers wil je het hebben? Straatartiest Banksy en de ontwerper van swingende sixties-mode Mary Quant. Beiden grootheden, maar ze hebben niks, maar dan ook helemaal niks met elkaar uitstaande. Sterker nog, Banksy was nog niet eens geboren toen de Britse modekoningin haar hoogtij-jaren beleefde. Toch neem ik je vandaag mee op reis langs uitingen van deze creatievelingen, want alle twee zijn ze te zien in het urbane Engeland. En dat is waar ik mij de afgelopen week bevond.

Kijk en lees mee naar het eerste deel van een verslag over mijn kunstreis naar (respectievelijk) de ruige havenstad Bristol en de hectische Britse hoofdstad Londen.
Ga je mee op stadssafari?



1. Promotiefoto 'Mary Quant and models at the 'Quant Afoot' launch', 1967 (Quant zit middenvoor op de grond). 2. Banksy, 'Devolved Parliament', 2009 in Bristol Museum & Art Gallery. 3. Uw razende reporter bij Banksy, 'Extinction Rebellion', 2019 bij Marble Arch. 
Ik begin dit relaas in het graffiti- en street art-eldorado Bristol. In de eigenzinnige en vrijgevochten havenstad heerst al decennia een creatieve vibe waarbinnen het artistieke spuit- en stencilwerk uitstekend gedijt. In 1974 geboortestad van de over de hele wereld beroemde Banksy. Alles rondom deze geveltoerist is onduidelijk, behalve zijn geboortejaar en -plaats. Zoveel is wél duidelijk. En in Bristol zijn relatief veel Banksy-murals-in-the-wild te bewonderen (en daarover maakte ik al eerder een verslag).
 
De geheimzinnige verschijning laat recentelijk weer wat meer van zich horen. Zo kennen we allemaal de soap 'Bansky en het shredder-incident', waarbij het schilderij 'Meisje met ballon' zichzelf tijdens een Sotheby's veiling begin oktober vorig jaar (deels) vernietigde. Met "ook de drang tot vernielen is een creatieve drang'', (overigens een uitspraak van Picasso) verklaarde Banksy zijn destructieve daad op zijn Instagram-account.
Hij was ook even in Venetië. Begin mei werd daar de Biënnale, het internationale kunstfestival geopend en de street artist maakte op het San Marcoplein een humoristisch statement onder de noemer 'Venice in oil' (een filmpje zie je hier).

exit brexit

Lang verhaal kort en dus terug naar Bristol. De must see tijdens dit bezoek aan de stad hangt momenteel in het Bristol Museum & Art Gallery. Heel atypisch voor de straatkunstenaar (want het is een groot canvas) zie je daar zijn 'Devolved Parliament' (uit 2009). Het schilderij - olieverf en digitale print - is een voorstelling van het Britse Lagerhuis* dat in dit geval bevolkt wordt door apen. Door chimpansees. Het werd op 29 maart** opnieuw opgehangen om zowel de Banksy-tentoonstelling tien jaar eerder in de herinnering te brengen, maar zeker ook om uiting te geven aan de frustratie over de Britse chaos rondom Brexit.
* The House of Commons; de Tweede Kamer. ** 29 maart was oorspronkelijk de datum voor de uittreding.

En in Londen is er sinds april jl. een nieuwe én - zoals gewoonlijk - politiek getinte Banksy te bewonderen en deze heeft voor mij een persoonlijk tintje. Op een laag muurtje naast Marble Arch bij de ingang van Hyde Park (bij 'Speakers' Corner'), zie je een meisje met het logo van Extinction Rebellion, een wereldwijde actiegroep van klimaatactivisten (waar mijn zoon Rogier en zijn Engelse Rachel ook 'lid' van zijn, vandaar) met daarbij de tekst: from this moment despair ends and tactics begin*. Mooi dat Banksy dit geweldloze activisme ondersteunt.
* "vanaf dit moment eindigt wanhoop en start tactiek."







1. De aankondiging in het V&A. 2. Mary Quant met celeb haarstylist Vidal Sassoon, 1964. 3. Quant introduceerde de jersey jurk. 4. 'A crate full of Quant', de ontwerpster, (haar echtgenoot) Alexander Plunket Greene en 9 modellen, 1966. 5. 'Shirtdress with shorts', 1966. 6. 'Coat-dress', 1962.
En dan iets heel anders, namelijk de hot pants & miniskirts in felle kleuren met daaronder 'te gekke' fantasie-panty's. Ietwat psychedelische patronen. Dat kán niet anders dan het werk zijn van de modekoningin uit de sixtiesMary Quant en nu te zien in het Victoria and Albert. Maar laat ik bij het begin beginnen.

Ná het bliksembezoek aan Bristol (vooral in het teken van een weerzien met mijn zoon en schoondochter) nam ik de trein naar Londen. Zo'n veertig jaar geleden (!) was ik er voor het laatst, dus hoogste tijd voor een hernieuwde kennismaking. Op de planning vooral en alleen kunst. Ik bezocht het Design Museum (daar had ik wel wat meer van verwacht); het bovengenoemde Victoria and Albert Museum (oftewel het V&A); Tate Modern én Tate Britain. En passant (...) liep ik ook nog even binnen in het immense National Gallery: bij een normaal bezoek toch al gauw een dagtaak, met een niet te onderschatten mogelijkheid om er te verdwalen (maar dat geldt voor de andere musea trouwens ook). 

fuifnummers, mods en nozems

Het fijne van Britse musea is, is dat de vaste collectie gratis en voor niks te bewonderen is. Alleen voor speciale blockbuster-tentoonstellingen betaal je (meestal een forse) entreeprijs (zoals 'Van Gogh in Britain' voor, omgerekend zo'n 25 euro). Ik besloot mij volledig te focussen op de vrij toegankelijke (want die vaste collecties die ken ik immers niet), met als uitzondering de expositie 'Mary Quant' in het V&A (uiteraard stond ook 'DIOR' hoog op mijn verlanglijstje, maar die is al maanden uitverkocht. Doch niet getreurd! In 2020 komt de expo naar het Gemeentemuseum in Den Haag).

babydoll en bakvissen

Goed. Mary Quant (1934, Londen, VK). 'Dame', dus geridderd door de Britse koningin wegens haar inzet voor de mode-industrie en die bijdrage was niet gering. Hoewel er getwijfeld wordt aan het feit of zíj degene was die de hot pants en minirok uitgevonden heeft (was het misschien toch de Fransman Courrèges of de Spanjaard Balenciaga?); door Mary Quant werden deze kledingstukken wel razend populair.






1. Top, 1963. 2. Reclamecampagne voor 'Q-form' ondergoed, 1965. 3. Mary Quant voor haar 2e Bazaar-winkel in Knightsbridge, 1960. 4. Regenjas van PVC, 1966. 5. Jurken uit de 'Jersey-dress' serie, 1967. 6. 'Cry Baby', advertentie voor een nieuw product: waterproof mascara, 1967. 
In 1955 opende Quant haar boetiek Bazaar op King's Road in het swingende Zuid-Londense Chelsea. Toentertijd het 'lifestyle-centrum' van de Britse hoofdstad. Zien en gezien worden en dan natuurlijk wel in de toen heel uitdagende kledij van Mary Quant. Haar motto: vrouwelijke zelfverzekerdheid en vrijheid.
Quant was haar eigen doelgroep. Jong, creatief, ambitieus en weerbaar. "Ze bevrijdde Britse vrouwen van strakke tailles en zedige roklengten." Met een kort kapsel in bob-stijl mét pony door celeb hairstylist Vidal Sassoon en zelf ook gestoken in micro-mini, knielaarzen en/of in een zogenaamde lakjas: een regenjas van het 'nieuwe' materiaal PVC. Vandaag de dag is dat vanzelfsprekend en normaal, destijds was het hoogst ongebruikelijk. "Die omkering van de piramide, waarbij de inspiratie van onderuit kwam, bestempelde Vogue-hoofdredactrice Diana Vreeland in 1965 als een YouthQuake."

Groovy: the swinging sixties 

De populariteit van Mary Quant piekte in het midden van de jaren zestig. De ontwerper wilde voor iedereen bereikbare moderne, comfortabele en (dus) draagbare kleren maken: ook voor vrouwen met een kleine beurs. In de Verenigde Staten was het Quant-label in warenhuizen te koop en vervolgens kwam er ook een goedkope 'Ginger'-lijn. Voor wie ook deze kleding te duur was, had Quant patronen waarmee je zelf een outfit kon naaien. Later volgden ook schoenen, ondergoed (bustehouder en panty-broek in plaats van het corset), accessoires en make-up-producten.

Uiteindelijk duurde Quant's modieuze loopbaan zo'n twintig jaar: van 1955 tot 1975 en daarna bleek haar make-up het meeste bestendige en succesvolle. "Hoewel haar populariteit, zodanig verbonden met de sixtiesstijl, uitdoofde toen de mode gaandeweg veranderde, bleef Quant cosmetica produceren."
De fashion queen verkocht in 2000 haar onderneming aan een Japans bedrijf, dat in zo'n 15 winkels in het land van de Rijzende Zon (en een webshop) vooral Quant make-up verkoopt, maar ook van die schattige 'kawaii'-versies van de door Quant beroemde gemaakte mini-rokjes en -jurkjes.

#memyselfandi voor het kenmerkende logo van Mary Quant. (Het wordt tijd voor een lesje Photoshop... :-)
Mary Quant', tot en met 16 februari 2020 in het V&A-museum in Londen. En voor deze museumtip geldt meer dan ooit: kijk op de website en bestel je kaarten online. 


-X-


Je begrijpt na het lezen van mijn relaas: ik ben er nog niet klaar mee. Ik kan niet anders dan ook mijn bezoek aan twee van de Tate-vestigingen met je delen. So stay tuned voor meer zielenroerselen over mijn strooptocht door Londen. 

Hieronder een foto van een wat oudere Banksy in het hippe Shoreditch. Het kostte mij  (weer) heel veel moeite om deze mural te traceren. Ondanks allerlei moderne technieken (GPS, Google Maps) blijft het lastig om de precieze locatie te achterhalen. Of, een prijzig alternatief: een gids inhuren (maar daar ben ik dan weer te krenterig voor... :-)

'A policeman and his poodle', bij Cargo in Rivington Street, Shoreditch, Londen.
Bronnen: de Volkskrant, Wikipedia, de Tijd, V&ADezeen
Tekst en alle (iPhone) foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Museum More: dwars kijken naar modern realistische kunst

12 juni 2019
Toegankelijk, daarover kunnen we het wel eens zijn. Schilderijen voor "de kleine man die hongert naar begrijpelijke kunst*." Ik heb het over het modern realisme en dat is een kunstuiting waarbij de uitbeelding of afschildering de werkelijkheid herkenbaar weergeeft en dat is precies waar Museum More in het Gelderse Gorssel in is gespecialiseerd. Iedereen begrijpt realistische of figuratieve kunst en daardoor heeft More - een afkorting van MOdern REalisme - een lage drempel.
* aldus Carel Willink, die met deze uitspraak zijn eigen schilderkunst omschreef.

Verleden week nam ik achtereenvolgens de tram, de trein en een streekbus en bezocht ik dit Gelderse kunsthuis. Over de mooie tijdelijke expositie 'Painting Perception' van de Brit Euan Uglow maakte ik al eerder een verslag. Vandaag volgt een beschrijving van de semi-permanente vertoning van de vaste collectie én het "eenvoudige" werk van Christiaan Kuitwaard.

Ik ging 'dwars kijken' en wat dat opleverde, zie je hier....


1. Philip Akkerman, 'Zonder Titel', zes zelfportretten uit de periode 1989 t/m 2002. 2. Arnout Killian, 'Beheaded mannequin', 2004. 3. Pyke Koch, 'Zelfportret', 1936.
Ik begin met een bekentenis en: PAS OP, nu volgt een mening! Ik ben niet zo van het magisch realisme. Let wel: ik heb het over het magische, hé. Dat genre is heel populair, ik weet het, maar ik hou er niet van. Ook niet van fantasy boeken en films: die zijn ook niet aan mij besteed. Niks geen waanvoorstellingen en sprookjesachtige dromen en visioenen. Geen 'In de Ban van de Ring' en 'Harry Potter', dus ook geen schilderijen van Carel Willink, de voorman van het betoverende.

natuurgetrouwe nabootsing

Een kwestie van smaak en daarover gaan we (hier) niet twisten. Maar dat was wel de reden waarom ik niet eerder, het in juni 2015 geopende More, museum voor modern realisme bezocht, vooringenomen als ik was. Slecht geïnformeerd ook, want ik dacht dat het hele museum vol zou hangen met die geheimzinnige, soms/vaak/meestal onbestemde en beklemmende hoog geglansde fijnschilderijen. Maar niets is minder waar. Niet in Gorssel, althans, want voor het complete werk en leven van Carel Willink moet je naar het filiaal in Kasteel Ruurlo.

In de dorpskern van Gorssel staat het ietwat uit z'n krachten gegroeide museum (want aan het voormalige stadhuis zit een enorme nieuwbouw geplakt. Mooi, maar wel buiten-proportioneel groot in dit dorp halverwege Deventer en Zutphen), maar met een prachtige collectie figuratieve kunst.
Het museum is het particuliere eigendom van de voormalige chemie-bons Hans Melchers (Melchemie) en de collectie bestaat voor een groot deel uit de overgenomen bankroete boedel van de DSB Bank kunst-collectie van Dirk Scheringa. Miljardair* Melchers kocht in 2012 zo'n 1.000 stuks uitsluitend Nederlandse figuratieve kunstwerken, met - ja - de nadruk op het werk van magisch realist Willink. De 'kavel' kostte Melchers plusminus € 16.000.000,00.
* (nummer 5 op de Quote-500-lijst van 2018 met een slordige 2,3 miljard euri) 
Maar hoe dan ook, een eyeopener. Het museum mag er zijn.






1. Carel Willink, 'De zilveren bruiloft', 1924. 2. Edgar Fernhout, 'Portret van Charley Toorop', 1932. 3 Jan Wittenberg, 'Amaryllis', 1931. 4. Jan van Tongeren, links 'Stilleven met oranje-rode accenten', 1973 en rechts, 'Stilleven tegen rose fond', 1976. 5. Carel Willink, 'De zeppelin', 1933. 6. Jan Beutener, 'Rijp', 2005.  
Goed, dus geen magisch realisme voor mij. Maar het ene realisme is het andere niet, zo blijkt maar al te goed uit de vaste collectie van Museum More. Het modern realisme kent een heel spectrum van diverse uitingsvormen, zo wordt me duidelijk. Wel allemaal 'kunst naar waarneming' in de traditie van ambachtelijkheid en technische perfectie en dat is van alle eeuwen. Het nabootsen van de zichtbare werkelijkheid, dat - ondanks allerlei avant-gardistische en nieuwerwetse stromingen, altijd heeft bestaan.

Maar niet altijd en vogue, deze figuratieve stijl. De laatste eeuw ging de populariteit als een golfbeweging heen en weer. Aan het begin van de 20e eeuw waren er kunstenaars die - ondanks de vooruitstrevende trend, terugkeerden naar het traditionele, figuratieve werk. Na de tweede Wereldoorlog raakte het weer uit de mode. Er werd op neergekeken, want de abstractie, dát was Je-Van-Het: CoBrA en het abstract expressionisme kregen toen alle aandacht.
Juist door de toegankelijkheid van het neo-figuratieve - het genre spreekt immers ook het "ongeoefende oog" aan - werd de stroming door de kunst-snobs terzijde geschoven als niet relevant. De ambachtelijkheid van de vaak fijn geschilderde doeken werd door heel veel mensen omarmd, maar door de elitaire kunst-incrowd verguisd: "wel knap geschilderd hoor, maar (daardoor) niet interessant." Toch en/of desondanks bleek al snel na de opening in 2015 Museum More een groot succes. Een "collectie van nationaal belang" lees ik ergens op het wereldwijde web.

100 jaar modern realisme in Nederland

"Met de semi-permanente tentoonstelling 'Dwars Kijken' presenteert Museum MORE een dwarsdoorsnede van de eigen kunstcollectie. Ruim 100 werken van 44 verschillende kunstenaars geven een gevarieerd en eigenzinnig beeld van precies één eeuw modern realisme in Nederland", aldus het museum op hun website.
In de nieuwbouw* van het museum zie je werken van 'oude rotten' zoals (de al eerder genoemde) Carel Willink, maar ook Pyke Koch, Jan Mankes en Charley Toorop. Wat recenter: Jan van Tongeren, Rein Draijer, Co Westerik en invloedrijke hedendaagse artiesten zoals Pat Andrea, Philip Akkerman en Marlene Dumas. En volgens mij geeft juist een dergelijke variëteit een prachtig overzicht van 100 jaar - min of meer - natuurgetrouwe nabootsing in Nederland.
ontworpen door architect Hans van Heeswijk, die eerder verantwoordelijk was voor de verbouwing van het Mauritshuis in Den Haag en de Hermitage in Amsterdam.





 
1. Frans Stuurman, 'Remiseterrein', 2007. 2. Zaaloverzicht met het werk van Co Westerik. 3. Annemarie Busschers, 'Chicken pox', 2005. 4. Kiki Lamers, 'Mouth Open on Sofa', 2001. 5. Zaaloverzicht met frontaal het sculptuur 'M.T. met pistool', 2012 van Thom Puckey. 6. Pat Andrea, 'Lichtval 2', 2003. 
Ik besluit dit relaas met je te attenderen op de "werkjes" van Christiaan Kuitwaard (1965, Sneek). Naast de expositie 'Painting Perception' van de Britse kunstenaar Euan Uglow (t/m 1 september aanstaande), kun je in Museum More namelijk tegelijkertijd ook de smaakvolle en tijdelijke vertoning van '128 White Box Paintings' tot je nemen.

"Ontroerende schoonheid, teer en streng. De bedrieglijk eenvoudige stillevens van Christiaan Kuitwaard lijken de ultieme stilte te vangen. Telkens opnieuw." Deze lovende tekst op de website van More dekt de lading, want de kleine canvassen van de Friese kunstenaar zijn als een studie naar terughoudendheid en heel strak gepresenteerd. Ook ik was bijzonder gecharmeerd van de grote serie doekjes van 20 x 28 centimeter met daarop totaal onbelangrijke en random objecten. Een kop-en-schotel (meerdere), een tube, verschillende flessen en glazen, takjes. Okay, ook een schedel en een dood vogeltje, dus ook weer niet zó willekeurig.

Al vijf jaar maakt Kuitwaard wekelijks een white box painting: een geschilderd stilleven van een wit geschilderd voorwerp in een open, witte kist. Hij schildert naar directe waarneming, als een oefening in kijken, kijken en nog eens kijken. Zonder voorstudie, ondertekening of foto en merendeels zonder optische hulpmiddelen. Hij wil grip krijgen op licht en donker, schaduw, ruimte en vorm.
Op Art Forever (een online platform voor kunst en kunstenaars) kun je een 6½ minuten durend Vimeo-filmpje bekijken waarin de kunstenaar hoogstpersoonlijk het hoe, wat en waarom van zijn witte-dozen-project uitlegt.
Inmiddels heeft de kunstenaar er zo'n 400 geproduceerd, waarvan er (dus) 128 te zien zijn in Museum More. Om precies te zijn, de nummers 264 tot en met 391. 't Is maar dat je het weet.






Geen onderschriften, want de schilderijtjes hebben een nummer en that's it.
De infrastructuur in Nederland laat hier en daar toch nog wel wat te wensen over, want het is een hele onderneming om vanuit de Randstad (in mijn geval Amsterdam) met het openbaar vervoer een bezoek te brengen aan Museum More in Gorssel. (Op een zondag is het helemaal een crime, want dan gaat de streekbus vanuit Deventer slechts één keer per uur. Voor de doorgewinterde fietsers onder ons zou een OV-huurfiets een optie kunnen zijn). En vergeet het maar dat je dan op dezelfde dag ook de locatie in Ruurlo zou kunt vereren met een bezoek. Dat is al helemaal een mission impossible.

Maar áls je er dan bent (en dan heb ik het over de vestiging in Gorssel), dan héb je ook wat. Een overzichtelijk kunstfestijn met een representatieve schets van een centennial figuratieve kunst. 


- X-


Zoals gewoonlijk raad ik je aan eerst even de website van Museum More te bekijken voor de broodnodige bezoekersinformatie (zoals de openingstijden). Je wilt niet voor niks komen...

Hieronder: Axel van der Kraan en Helena van der Kraan, 'Omkijkende man', 1978. 



Bronnen: diverse pagina's van Wikipedia, Museum More.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.

'Inspired by Rembrandt' in Museum het Rembrandthuis

9 juni 2019
"Wie trad in Rembrandts voetsporen?" Met deze vraag kopt Museum Het Rembrandthuis in een persbericht naar aanleiding van de tentoonstelling 'Inspired by Rembrandt'. Het antwoord op deze retorische vraag is natuurlijk: wie niet? Onze nationale trots en grootmeester van het naturalisme was een inspiratiebron en wegbereider voor zowat alle kunstenaars na hem. En ook bij leven was hij een dusdanig groot schildersgenie, dat hij wel heel veel navolging móest krijgen.

In het als museum dienstdoende voormalige woonhuis, kunsthandel en schildersatelier van Rembrandt van Rijn (Leiden, 1606 – Amsterdam, 1669) zie je sinds 7 juni een greep uit de eigen collectie kunst op papier. Prenten van adepten van Rembrandt - zowel die uit zijn eigen tijd, als die van kunstenaars van nu. En alles daar tussenin.

Kijk je mee naar een 'soort van' Rembrandt playbackshow?



1. Pablo Picasso, Rembrandt en de drie vrouwenhoofden, 1934, ets, staat II(2), 139 x 208 mm., Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. 2. Zaaloverzicht. 3. #peoplelookingatart...
Onderverdeeld in acht thema's toont het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat sinds van de week een selectie van de - in ruim honderd jaar door het museum verzamelde kunst. Let wel: het assortiment is vooral grafisch van aard. In totaal zo'n 4.000 stuks en de collectie is groeiende. Sterker nog, het museum gaat hamsteren, want het is van plan in de toekomst vaker combinaties te gaan maken met 'oud & nieuw'. Vaker dan nu het geval is, wil het kunsthuis spannende koppelingen gaan vertonen van de Meester uit de Gouden Eeuw met de 19-, 20- en 21ste eeuwse kunst uit eigen collectie. 'Inspired by Rembrandt, 100 jaar verzamelen door het Rembrandthuis' is een voorproefje op dat voornemen. Ik zeg: strak plan!

ken je klassiekers

En het valt nogal mee met die Rembrandt-moeheid. Ik verwachtte een overkill met de elf exposities in dit 350ste sterfjaar van de Grote Meester en vreesde doodgegooid te worden met alles wat maar enigszins aan Rembrandt refereert. Toch blijkt de spreiding, zowel door het land áls door het jaar heen, dusdanig, dat het allemaal aardig te behappen is.

meesterlijke realist

Goed. Het was niet per se Rembrandts etstechniek dat uniek was. Nee, vooral zijn kijk op de wereld; zijn naturalisme werd in de mondiale art scene bewonderd. Niet de klassieke oudheid was voor Rembrandt richtinggevend: hij was beroemd om zijn 'vulgaire', banale werkelijkheidszin. Vooral die Hollandse nuchterheid, dat "doe maar gewoon", bleek een lichtend voorbeeld voor andere artiesten.
"De meeste kunstenaars lijken vooral geïnteresseerd te zijn geweest in de typische artistieke kwesties waarmee Rembrandt zich bezighield: de expressiviteit in zijn lijn, de weergave van schaduw, het zoeken naar een diep zwarte toon en natuurlijk de compromisloze weergave van de werkelijkheid, waaronder zaken waar nog steeds een taboe op rust, zoals verwrongen gezichten, oude lichamen, diepe rimpels en mensen die plassen in het openbaar". Tot zover de verduidelijking van het museum.






1. Rembrandt, 'De tweede 'oosterse' kop', ca. 1635. 2. Zaaloverzicht. 3. Gérard de Palézieux, 'Kanaal op de Lagune', 1988. 4. Willem den Ouden, 'Varikse uiterwaarden', 1980. 5. Lou Strik, De overwinnaar II', 1962. 6. Zaaloverzicht, 'Wat is er verzameld?'
Voor deze tentoonstelling gewijd aan Rembrandts volgelingen, werden de kunstwerken gegroepeerd in acht "prikkelende" thema's (en gemarkeerd met een eigen kleur). En inderdaad, een paar van die topics spreken ook mij in het bijzonder aan. Neem 'Koppen', oftewel tronies. Ik leerde en passant nog een interessant feitje: je spreekt van een portret als het model bekend is; een naam heeft. Bij een anoniem hoofd spreek je van 'kop' of - in het Nederlands uit de Gouden Eeuw, 'tronie'. Het waren vaak studies waarin een karakter of type werd neergezet.

kopstukken

De inleiding tot de acht thema's is telkens een ets van Rembrandt en voor 'Koppen' werd gekozen voor 'De tweede 'oosterse' kop' (uit ca. 1635). In eerste instantie waren het (jeugdvriend) Jan Lievens en (leerling) Ferdinand Bol die in navolging van Rembrandt tronies gingen maken. Ook van de Italiaanse kunstenaar Baldassare Castiglione hangt er werk, gevolgd door Picasso in de vorige eeuw en nog wat recenter, van Glenn Brown. Met name het werk van deze laatste is indrukwekkend. De basis voor 'Half-Life (after Rembrandt) 1-6' uit 2016 vormen vier tronie-etsen van Rembrandt, die Brown dusdanig bewerkte dat er een wirwar van lijnen ontstond, waarin je smoelwerk kunt ontwaren. Zes stuks. Mooi.

uit het leven gegrepen

Ook 'Rauw' is zo'n onderwerp dat mijn nieuwsgierigheid prikkelt, want (niets menselijks is mij vreemd) wie wil niet verrast of misschien zelfs wel geshockeerd worden door de rafelrandjes; het echte leven, de naakte waarheid? "Rembrandt liet zijn naaktmodellen zien zoals ze waren. Niet geïdealiseerd, dus zonder bevallige pose of strakgetrokken huid. Dit in tegenstelling tot vrijwel al zijn tijdgenoten."
En ook de verleden jaar overleden kunstenaar Aat Veldhoen (Amsterdam, 1934-2018) had de reputatie te werken 'naar het leven'. Onbeschaamd, ongekuist en onverbloemd. Nietsverhullende blote vrouwen en vrijende stellen domineerden zijn oeuvre en dus zeker niet alleen 'modellenwerk'. Nee, hij verbeeldde bejaarde vrouwen, dikke, dunne, zwangere en barende vrouwen, vrouwen met baby's, een meisje met het syndroom van Down.






1. Zaaloverzicht. 2. Horst Janssen, 'Uit: Hanno's Tod', 1972. 3. Aat Veldhoen, 'Paring', 1962. 4. Epco Runia, hoofd collectie Museum het Rembrandthuis. 5. Aat Veldhoen, 'Mevrouw Vlek, naakt', 1964, lithogrfie, 290 x 480 mm., Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. 6. Zaaloverzicht.
En hoe toevallig (of juist niet...): Museum Het Rembrandthuis blijkt een grote verzameling te bezitten en een speciale band te hebben met de Amsterdamse kunstschilder en graficus. "Ter gelegenheid van Veldhoens zeventigste verjaardag in 2004 exposeerde Museum Het Rembrandthuis een verzameling van zijn werk", lees ik op Wikipedia. Vandaar en zodoende zie je flink wat prentwerk van Veldhoen met (onder andere) het exemplarische portret van 'Mevrouw Vlek, naakt' (1964), de vrouw van de groenteman.
Ook kunstenaar Marlene Dumas liet zich inspireren door de schilder-maestro en dat wordt wel heel erg duidelijk bij haar litho "Plassende Vrouw'* (1996). "Rembrandt had dit onderwerp al geëtst, maar Dumas maakt duidelijk dat dit onderwerp nog steeds niet helemaal 'taboevrij' is", aldus Epco Runia, hoofd Collectie Museum Het Rembrandthuis en samensteller van de vertoning.
* Op de print staat geschreven: 'waterende vrouw'.

ambacht in beeld

De thema's 'Koppen' en 'Rauw' spreken erg tot de verbeelding, maar er is (zoals gezegd) meer. In 'Leven' zie je de alledaagsheid van dát wat Rembrandt tot zijn onderwerp maakte en die 'intimiteit' vond alom navolging. In 'Natuur', Zwart', 'Leegte' en 'de Lijn' komen de wat meer kunstzinnig-technische aspecten aan bod, zoals de vlakverdeling en compositie, lichte en donkere tonen, zwart|wit contrast ("het alles-absorberende zwart"), het lijnenspel en 'de kunst van het weglaten'. Van die dingen...

Selfie-koning

Tot slot nog even iets over 'Zelf' (en dan zijn we rond). Het thema 'Zelf' duidt op de 80 selfies van Rembrandt en hoe kunstenaars dat ná hem hebben aangepakt. Niet misselijk, die 80 stuks! En daarom weten we van geen enkele kunstenaar zóveel over zijn uiterlijk als dat van Rembrandt (behalve dan van Heleen van Royen).
Hij maakte zelfportretten in al zijn levensfasen (zowel schilderijen, etsen en tekeningen): zijn eerste beeltenis als jongeling en een laatste, op 63-jarige leeftijd. Het genre is heel interessant.  De kunstenaar kijkt noodgedwongen in de spiegel, is heel geconcentreerd en gefocust en kijk dus meestal met een serieuze blik, maar als toeschouwer lijkt het alsof hij je direct aankijkt (niet dus) óf dat hij mijmerend naar het oneindige staart.






1. Rembrandt, Naakte vrouw, zittend op een heuveltje, ca. 1631, ets, staat II(2), 177 x 160 mm., Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. 2. Zaaloverzicht. 3. Helene Dumas, 'Plassende vrouw', 1996. Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. 4. Horst Janssen, 'Laokoön 1, 2, 3 en 7', 1986. 5. Boven: Jan de Beus, 'Jaël de Beus', 1996 en onder: Samuel Jessurun de Mesquita, 'Joodse bruidje, naar Rembrandt', 1922. 6. Charles Donker, Meidoornstruiken in de sneeuw in Groningen, ca. 1985, ets, 324 x 367 mm., Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. 
Altijd een opgave (of moet ik zeggen, een uitdaging): etsen, prenten en foto's (welke kunst dan ook) achter spiegelend glas fotograferen. Soms helpt het om het werk schuin te benaderen, maar meestal is het resultaat teleurstellend. Vandaar dat je ook een aantal door het museum ter beschikking gestelde persbeelden ziet. Dank daarvoor.


-X-


'Inspired by Rembrandt' is te zien tot en met 1 september, maar kijk - voordat je van huis gaat, eerst even op de website van Museum Het Rembrandthuis voor bezoekersinformatie.

En dan nog even dit. Wil je meer lezen over Rembrandt van Rijn in dit jublileumjaar?
'Rembrandt's Social Network' in Museum Het Rembrandthuis

Glenn Brown, Half-life (naar Rembrandt) 2, 2016, ets, 750 x 560 mm., Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam. 
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature