Kunst in bedrijf: 'Out of Office' in het Singer Museum in Laren.

13 december 2018
Waarom zou een bedrijf of instelling in hemelsnaam kunst gaan verzamelen? Dat is zo'n beetje de eerste vraag die bij me opkomt als ik hoor over kunstzinnige bedrijfscollecties van bijvoorbeeld de ABN/AMRO, Erasmus Universiteit, provincie Gelderland of het Leidse UMC. En in sommige gevallen ook 'voer' voor de twitteraars onder ons die - kort-door-de-bocht - venijnige tweetjes de wereld in sturen in de trant van: 'ja hoor, kunst verzamelen van ons zuurverdiende belastinggeld'. Van die dingen...

Maar voordat ik verder ga: afgelopen dinsdag (11/12) opende in het Singer Museum in Laren de tentoonstelling 'Out of Office. Daar zie je zo'n 150 kunstwerken uit bedrijfscollecties die zelden of nooit de burelen verlaten. Schatten die normaliter alleen aan de eigen werknemers worden getoond.
Een buitenkansje, dus óp naar het Gooi!



1. Marlene Dumas, 'Dead Man', 1988 (Rabo Kunstcollectie). 2. Philippien Noordam, voorzitter van de VBCN en beheerder collectie ministerie van Buitenlandse Zaken voor een kunstwerk van Esther Tielemans, 'Performance II', 2012 (NN Group Art Collection). 3. Folkert de Jong, 'Seht der Mensch; The Shooting Lesson', 2007 (Rabo Kunstcollectie).  
Uit een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam* blijkt dat er ongeveer 110.000 kunstwerken in het bezit zijn van ondernemingen en instellingen die zich hebben aangesloten bij de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN). Want elke zichzelf én de (beeldende) kunst serieus nemende organisatie - doorgaans met een eigen conservator die zorg draagt voor samenhang in het kunstbezit met een beschreven aankoopstrategie - is lid van deze club van 'professionele' verzamelaars.
* de elf conclusies uit het onderzoek lees je op de site van VBCN.
En als je bedenkt dat het 'stimuleren van kunstactiviteiten' of (met andere woorden) 'het werken aan de zichtbaarheid' één van de doelstelling is van de VBCN, dan begrijp je, dat je voor een tentoonstelling over 'zakelijk hoarden' niet om dit gezelschap heen kunt.

verzamelband

Oké, over wie hebben we het? Wie collectioneren? Nogal wat banken - zo ook de Nederlandse Bank - en verzekeringsmaatschappijen, zoals NN (Nationale Nederlanden) en SNS Reaal; organisaties in de (geestelijke) gezondheidszorg en (academische) ziekenhuizen (Rijnstate, Sanquin, Altrecht, Radboud UMC e.a.); een aantal ministeries en provincies, daarnaast ook een paar universiteiten en natuurlijk bedrijven, zoals Akzo/Nobel, KPMG, Randstad, Eneco. In totaal heeft de VBCN 51 leden.

De omvang van de collecties verschilt enorm. Zo is het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam met haar 28 kunstwerken maar een kleintje en spant het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) de kroon. Die hebben er maar liefst zo'n 12.000. De ING is goede tweede met zo'n 6.000 stuks. En dan hebben we het niet 'alleen' over schilderkunst, maar ook andere media, zoals tekeningen, allerlei soorten 'drukwerk', sculpturen, video's, analoge fotografie en digitale kunst en in sommige gevallen ook performance-art.






1. Lucebert, 'Etende Mensen', 1969 (Erasmus Universiteit Kunstcollectie). 2. Emo Verkerk, 'Portret van Elsschot', 1989. 3. Zaaloverzicht. 4. Sarah van Sonsbeeck, 'Silence is Golden but This is No Silence', 2012 (Kunstcollectie De Nederlandse Bank). 5. Tjebbe Beekman 'Atelier Picasso', 2015 (ING Collectie). 6. Maria Roosen, 'Bessen', 2015 (Provincie Gelderland).
En dan kom ik toch weer terug op die cruciale vraag: waarom dan? Waarom verzamelen ondernemingen kunst? Niet zomaar een, twee, drie te beantwoorden, zo blijkt al snel wanneer ik die vraag stel aan de zoekmachine op mijn laptop.
Bij ministeries (zoals BuZa) startte het verzamelen met bruiklenen uit de Rijkscollectie en dan is de herkomst vaak heel divers. Gemeenten verwierven kunstwerken doordat zij belast waren met de uitvoering van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). Daarnaast zijn er al sinds het begin van de vijftiger jaren allerlei subsidieregelingen ter bevordering van kunst in of bij nieuwe gebouwen (zoals de een- en anderhalf-procentsregeling).

Ook zijn kunstaankopen veelal aftrekbaar van de belasting als deze 'het bedrijfsdoel' dienen en dat doet het al snel. Gebaseerd op theorieën uit de arbeidspsychologie is aangetoond dat kunstzinnige toevoegingen op de werkvloer de productiviteit verhogen (Hoewel? Bij de koffieautomaat, in de wandelgangen en niet te vergeten, het 'rookhok', wordt soms uitentreuren en wel degelijk getwist over smaak).

En dan heb je natuurlijk nog het aspect van het maatschappelijk betrokken ondernemen, kunstsponsoring (bijv. jonge kunstenaars in het zadel helpen) en de positieve uitwerking van het hebben van een kunstcollectie op het bedrijfsimago en de corporate identity. En last but not least: als die schilderwerkjes dan ook nog eens kunnen dienen als zeer solide investering (zonder inflatie of beursval), dan zit je behoorlijk 'gebeiteld' als kunst bezittend bedrijf of instelling.

geen bloot, seks of geweld

Dan nog even een overdenking over de aard van de kunst die verzameld wordt, want zoveel mensen, zoveel meningen (denk koffieautomaat). Welke criteria hou je aan?
En daar sta je misschien niet bij stil (ik in ieder geval niet), maar er zitten wel beperkingen aan wat er wel of niet aangekocht kan worden. "Expliciet bloot, seks en geweld komen er niet in" (zo werd mij duidelijk na lezing van de mooi uitgevoerde en prettig toegankelijke catalogus). Tuurlijk! Dat leidt immers teveel af :-)





1. Jan Schoonhoven, links 'r75-10', 1975 (Collectie AMC, Amsterdam UMC) en rechts 'Zonder Titel', 1965 (BPD Kunstcollectie). 2. Elspeth Diederix, 'Still Life Milk', 2002 (Collectie ministerie van Buitenlandse Zaken). 3. JCJ Vanderheyden, vier werken uit de 'Juxtaposed'-serie (1995, 1996, 1997), (AkzoNobel Art Foundation) en 'Take off', 1998 (Albert Heijn Kunst Stichting). 4. Erwin Olaf, 'Catwalk (The Helena Slicher Wedding Dress, 1759)', 2016 (ING Collectie). 5. Michael Raedecker, 'Down', 2001 (Rabo Kunstcollectie). 
Goed. We moeten nu toch echt naar de expositie in het Singer Museum in Laren, want daar gebeurt het. "Voor het eerst verruilen komende winter ruim 150 zelden getoonde kunsthistorische hoogtepunten uit verschillende Nederlandse bedrijfscollecties hun vertrouwde plek in kantoren en bedrijven voor een plaats in het museum", aldus de handout

Bij de opening afgelopen dinsdag (11 dec.) vertelde museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm hoe de tentoonstelling tot stand is gekomen. Het valt immers niet mee om een keuze te maken uit de enorme hoeveelheid kunstschatten (die 110.000). Deelnemende bedrijven en instellingen konden suggesties indienen en zo'n voorstel ging dan gepaard met een lijstje van 10 sleutelwerken uit hun eigen collectie.
Na heel veel reduceren en deduceren uit de driehonderd voorgedragen representanten - want zo'n 30 leden van de VBCN hebben aan de expo bijgedragen - selecteerde een kopgroepje, ook wel 'denktank' de uiteindelijke 150 te vertonen 'meesterstukken'. Allemaal na-oorlogse Nederlandse kunst met bijdragen van kunstenaars als (en nu volgen mijn favorieten) Karel Appel, Job Koelewijn, Jan Schoonhoven, Joost Baljeu, JCJ Vanderheyden, Maria Roosen, Elspeth Diederix en Co Westerik en nog veel meer. Hoe divers wil je het hebben? 

veelkleurig palet

"In acht thema's worden ontmoetingen geënsceneerd van kunstwerken uit verschillende periodes en stromingen. U ziet opvallende gelijkenissen in beeldtaal die de verschillende kunstenaars veelal vanuit een geheel andere 'aanvliegroute' hebben toegepast."
Door deze aanpak is het een dynamische vertoning geworden waar spannende combinaties te bewonderen zijn (zoals de 'Bessen' van Maria Roosen met 'Lift' van Fiona Tan. Mooi!). Ook de audio-tour - op geheel eigen wijze ingesproken door AVRO-Kunstuur-presentator Lucas De Man - draagt bij aan het kunst-genieten bij dit 'bedrijfsfeestje'. 



1. Zaaloverzicht. 2. Pyke Koch, 'De Oogst', 1953 (ING Collectie). 3. Zaaloverzicht.
De totstandkoming van de tentoonstelling is een typisch gevalletje van corporate netwerken: het idee werd geboren - hopelijk onder het genot van een 'mooi' glas wijn - toen Hans Bongartz, penningmeester van de VBCN (en beheerder van de collectie KPMG) en Singer-museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm elkaar toevallig, na afloop van de kunstbeurs Tefaf in hun hotel ontmoetten. En van het een kwam het ander. 

De tentoonstelling 'Out of office - kunstschatten uit bedrijven' is tot en met 7 april te zien in museum Singer in Laren. 


-X-


In dit fijne museum is het sowieso goed toeven. Naast een uitgebreide museumshop (vol met begerenswaardige hebbedingen) en een sfeervol café (deels in de stemmige oudbouw), heeft het kunsthuis ook een mooie beeldentuin ontworpen door grootmeester Piet Oudolf.

PS: de bedrijfscollectie van Akzo/Nobel Art Foundation is publiekelijk toegankelijk. Een verslag van mijn bezoek aan hun presentatie - met de naam 'Common Ground' - lees je hier.


In de beeldentuin: 1. Maria Roosen, 'Braamboot', 2009 en 2. Bert Frijns, 'Compositie drie balansen met water', 2009, beiden collectie Museum Singer Laren.
Tekst en alle (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer, www.agreylady.nl

De Keulse kerstmarkt óf popart in Museum Ludwig in de Duitse Domstad?

8 december 2018
That's the question. Het kan ook allebei, natuurlijk. Slenter een uurtje langs de sfeervolle en kriskras door de binnenstad verspreide stalletjes met kerst-geneugten (eet een reibekuchen, liebesapfel of kaiserschmarren met een bekertje gluhwein), maar kies dan - wat mij betreft - voor een bezoek aan het mooie Museum Ludwig. Want kerstmarkten in Dusseldorf, Aken of Keulen? Leuk en gezellig, hoor. Maar toch? If you've seen one, you've seen them all (sorry aan de kerstmarkt-adepten). Een museum daarentegen...

Dus wanneer je eerdaags een bezoek brengt aan Keulen, verwarm je dan een uurtje of wat in het mooie Museum Ludwig. Daar word je zaal na zaal verrast door de mooiste moderne en hedendaagse kunst.

Een tipje van de sluier? Kom maar mee....



1. Andy Warhol, Portrait Peter Ludwig, foto: © Museum Ludwig. 2. Claes Oldenburg, 'Giant Soft Swedish Light Switch (Ghost Version)', 1966.  3. Jasper Johns, 'Map', 1967-1971. 
Wat een mazzelkonten! (Om het maar even populair te zeggen). Europa's meest uitgebreide verzameling Amerikaanse popart (de grootste buiten de VS); de op twee na grootste Pablo Picasso-collectie ter wereld (na Barcelona en Parijs); een toonaangevende collectie met Duits expressionisme; zo'n 600 exemplaren van de Russische avant-garde (met o.a. Chagall, Rodchenko en Malevich) en een pico bello verzameling historische fotografie (Agfa-Photo-Historama).
Vandaag de dag herbergt het Keulse kunsthuis een van de belangrijkste collecties twintigste- en eenentwintigste eeuwse kunst in de wereld en een heleboel (écht heel veel!) van die kunstwerken werden in 1976 helemaal gratis en voor niks geschonken door verzamelpaar Peter en Irene Ludwig. En dan is het toch niet meer dan logisch om het kunsthuis te vernoemen naar je weldoeners? En zo geschiedde: Museum Ludwig.

een grenzeloze verzamelstoornis

Je kunt het gerust een keten noemen: in 12 steden* staat een museum met 'Ludwig' in de naam, met die in Keulen als hoofdfiliaal. (Er zijn 19 verschillende musea waar kunst uit de sammlung is ondergebracht). En dat allemaal omdat de chocolade-magnaat (o.a. het merk 'Lindt') en kunstgenieter Peter Ludwig (1925 - 1996) en zijn vrouw Irene alles verzamelden wat los en vast zat. You name it en ze spaarden het. Van Griekse antieke kunst, werken uit de middeleeuwen, barok en rococo, tot precolumbiaanse artefacten. Ook kunst uit Afrika, China en Indië en de 'modernen', met - zoals hierboven beschreven - een belangrijke popart-collectie en enorm veel werken van Picasso. Verder bevatte de collectie islamistisch keramiek, porselein, meubels en kunstnijverheid (bron: Wikipedia).
"Oh, dát is mooi"! "Nee, die heb ik nog niet"! "Zal ik die (ook) nemen"? "Weet je wat? Ik doe ze allebei"! Van dat werk...
Ik heb mij laten vertellen dat de complete verzameling zo'n 14.000 stuks omvatte.
Keulen, Aken (2x), Wenen, Oberhausen, Saarlouis, Koblenz, Bamberg, Boedapest, Bazel, Beijing en Sint-Petersburg.





1. Gerhard Richter,'Krieg (Abstrakt Nr. 484)', 1981. 2. Jörg Immendorff, 'o.T. (Maske)', 1994. 3. Yan Pei-Ming, 'Mao', 1991. 4. Martin Kippenberger, 'Ohne Titel (Vögel und Panzer)', 1991. 5. Barnett Newman, 'Midnight Blue', 1970. 
Museum Ludwig, met een inpandige concertzaal - thuisbasis van de Kölner Philharmonie - is gehuisvest in een markant, architectonisch gebouw, maar daar zie je niet zo heel veel van. Het kulturhaus zit namelijk 'ingeklemd' tussen de prachtige, gotische Keulse Dom die al eeuwen het centrale plein domineert, de rivier de Rijn en het hauptbahnhof van Keulen. 
Eenmaal binnen overvalt je de grootsheid van het gebouw: Museum Ludwig heeft een tentoonstellingsoppervlak van zo’n 8.000 m². In de kelder vind je de hedendaagse kunst; de tijdelijke exposities - momenteel o.a. Gabriele Münter, 'Malen Ohne Umschweifen' (mijn verslag zie je hier) op de begane grond; thema-exposities, popart, minimalisme en abstract-expressionisme worden vertoond op de eerste verdieping en andere kunststromingen uit de vaste collectie én fotografie zie je op de tweede. En dan dat spectaculaire trappenhuis!

een verzameling is nooit compleet

Goed. Over popart gesproken. Ik wil het met je hebben over de enorme collectie van de heer en mevrouw Ludwig. Het was er eentje waar je u tegen zegt en dat is best bijzonder, want aanvankelijk waren zij - net als zovelen in die tijd - nogal onwennig en geshockeerd.
Ruim vijftig jaar geleden zag het "hoaders-paar" (en beiden afgestudeerd in kunstgeschiedenis) in het MoMa in New York een sculptuur van George Segal en de aanvankelijke afkeer voor diens popart-kunst sloeg al gauw om in fascinatie. Zij raakten steeds enthousiaster voor de eigentijdse stijl met z'n reflectie op de populaire massacultuur.

Popart is oorspronkelijk een Britse stroming die halverwege de jaren '50 ontstond. Enkele jaren later sloeg de beweging over naar de VS, waar het in de loop van de sixties volop tot bloei zou komen en zou uitgroeien tot misschien wel de meest populaire naoorlogse kunststroming. In ieder geval een stijl waarin het meeste geld omgaat. 




  
1. Popart-zaal. 2. David Hockney, 'Sunbather', 1966. 3. Tom Wesselmann, 'Landscape No.2', 1964. 4. George Segal, 'The Restaurant Window', 1967. 5. Robert Rauschenberg, 'Allegory', 1959-1960.
Popart gebruikte beelden uit het alledaagse leven. Op zich was dat niet zo revolutionair, maar pop-artiesten* combineerden een beeldtaal dat gretig leentjebuur speelde bij de reclamewereld, bij design en strips en comics en dat leverde een nieuw 'vocabularium' op. Zij namen banale voorwerpen en afbeeldingen uit de populaire cultuur om daarmee de consumptie-maatschappij te ironiseren. Veel popart-werken waren op de eerste plaats vooral decoratief en de verhalen die met popart verteld werden, waren heel divers en 'stuiterden' alle kanten op (zoals ook mag blijken uit de collectie van Museum Ludwig). 
Een meer Amerikaanse kunststroming is nauwelijks denkbaar en toch is een grote collectie - zoals gezegd, de grootste buiten de VS - te vinden in Duitsland.
Zoals Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Claes Oldenburg, Robert Rauschenberg, Edward Kienholz, Tom Wesselmann, Duane Hanson en Jasper Johns etc.

Popart fetisj

(Het is ironisch dat een beweging - dat zich, zoals gezegd, aanvankelijk afzette tegen de gesettelde kunstwereld, juist door diezelfde vermogende 'bovenlaag' en vogue werd gemaakt. Zonder de interesse van kunstkopers als Peter Ludwig en de zijnen was popart nooit zo groot geworden).
En zeg je popart, dan zeg je Andy Warhol: the silver prince of the pop. Denk aan de zeefdrukken 'Campbell's soup' en 'Brillo' en zijn vele afbeeldingen van celebs: Marilyn Monroe, Elvis Presley, Mick Jagger, onze voormalige koningin én van de verzamelaar himself (zie eerste foto) en zelfs van mij. (Rechtsboven de foto bij mijn profiel, gemaakt in een photo booth tijdens een Warhol tentoonstelling in Amsterdam verleden jaar  :-)

In 1969 toonden Peter en Irene Ludwig hun tot dat moment opgespaarde assortiment voor het eerst aan het Keulse publiek en met 200.000 toeschouwers was de tentoonstelling een succes zonder weerga en dus des te meer reden voor de paar om lustig door te sparen. Het gevolg was een weergaloze collectie van zo'n driehonderdvijftig stuks die het verzamelpaar schonk aan het bevoorrechte Museum Ludwig in Keulen.

 

1. Christopher Wool, 'Untitled', 2007. 2. Zaaloverzicht. 3. Michel Majerus, 'Katze', 1993.
De vaste collectie van Museum Ludwig wisselt heel regelmatig, dus goed mogelijk dat jij nu alweer heel andere (popart)werken kunt bewonderen.
En voor de Warhol die hards: in Museum für Angewandte Kunst (MAKK) - ook in Keulen - zie je tot 24 maart 2019 'Pop goes Art', een tentoonstelling met de door Andy Warhol ontworpen platenhoezen.

A museum: never a dull moment....!


-X-


Aanstaande dinsdag (11/12) opent in het Singer Museum in Laren de tentoonstelling 'Out of Office' met (zelden vertoonde) kunstschatten uit bedrijvencollecties. Mijn verslag van dit evenement volgt zo spoedig mogelijk, dus "blijf afgestemd op deze zender..."

Moi, met op de achtergrond 'Woman with a purse' van Duane Hanson uit 1974.
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer (www.agreylady.nl).

Pottenkijken in het LAM Lisse

2 december 2018
"Kom voorproeven. Kom kijken en ontdekken in het LAM, het leukste kunstmuseum voor alle leeftijden!" Met deze slogan verleidt het kakelverse en nog niet eens officieel geopende Lisser Art Museum kunstliefhebbers om een kijkje te komen nemen. Voorproeven noemen ze dat en dat woord is niet voor niets gekozen: alle kunst heeft iets te maken met eten, drinken of winkelen. In LAM 'beleef' je schilderijen, beelden, foto's, video's, installaties en digitale kunst.
"Kennis over kunst is niet nodig, jouw ervaring staat centraal".

Verleden week ging ik een middagje pottenkijken. In het fonkelnieuwe museum op landgoed Keukenhof nam ik een kijkje in de keuken, tilde her en der wat deksels op (likte genotzuchtig de lepel af) en van die geniet-momenten maakte ik vervolgens het navolgende verslag.



1. Peter Schuyff, 'Untitled'. 2. Joel Morrison, 'Weather Balloon Trapped in a Shopping Card', 2009. 3. Ron Mueck, 'Woman with Shopping', 2013.
Het LAM (afkorting van Lisser Art Museum) is een initiatief van de VandenBroek Foundation van de gelijknamige familie. Eigenaren van 'De Samenwerkende Bedrijven Dirk van den Broek'* met, je weet wel, de supermarktketen Dirk met zo'n 120 winkels in het midden en het zuidwesten van het land. Vandaar ook de interesse. De kunstcollectie van verzamelaar, levensmiddelenmagnaat en multi-miljonair Jan - die in de tachtiger jaren begon te 'sparen' - en zijn zonen Dirk-Jan en Alexander richt zich op het begrip 'consumptie'. Voedsel, 'de markt', verpakkingen: als het maar te maken heeft met eten en drinken. Allemaal kunstwerken die het vakgebied van de 'Van-den-Broekjes' verbeelden.

Het idee bestond al jaren. In het gebied rondom buitenplaats 'Kasteel Keukenhof' (uit 1638 met tweehonderd hectare bos, weilanden en een kasteeltuin) zou een "kleinschalig hedendaags daglichtmuseum" moeten komen en begin dit jaar werd het door Arie Korbee van KVDK Architecten uit Noordwijk ontworpen gebouw opgeleverd. In opdracht van de VandenBroek Foundation, want het werd hoogste tijd de grote verzameling met anderen te delen. Net als Joop van Caldenborgh (mede-ondernemer en 'voormalig-chemie-Godfather') met zijn - in 2016 geopende - Museum Voorlinden deed. Een privémuseum voor de ietwat uit de hand gelopen collectie kunst. "Veel leuker dan kunst verzamelen is om het aan anderen te laten zien", aldus Jan van den Broek bij de onthulling van de bouwplannen in 2013.

een kijkje in de keuken

Het gebouw staat er inmiddels en op een druilerige, grijze woensdagmiddag eind november valt het niet eens heel erg op tussen het geboomte in het park. Het is geen in het oog vallend gebouw. Pas als je dichterbij komt zie je hoe mooi de nieuwbouw is. Deels in een heuvel gebouwd en met een grote glazen voorpui is het museum ingetogen en uitnodigend tegelijk.
Eenmaal binnen volgt de routing het "Guggenheim-principe": de bezoeker gaat met de glazen lift naar de bovenste, 3de etage en al dalend passeert hij of zij automatisch alle museumzalen. 

* Reisorganisatie D-Reizen en de supermarktketens Dirk, Bas van der Heijden en Digros.





1. Jiao Xingtao, 'Unreachable', 2010. 2. Detail van Ron Mueck, 'Woman with Shopping', 2013. 3. Zaaloverzicht. 4. Stefan Gross, 'Grosser Viereckiger Salat', 2012. 5. Folkert de Jong, 'Nihilist Table (II), 2013.
Het LAM is niet alleen in omvang redelijk bescheiden: het museum neemt ook flink de tijd om proef te draaien om zo alle kinderziektes op te sporen. "We willen het direct goed doen", aldus curator Sietske van Zanten (in het Leidsch Dagblad). Daarom is er ook (vooralsnog) geen opening met veel "tromgeroffel", maar gaat de deur geleidelijk steeds verder open. Gefaseerd kijkt men van maand tot maand óf, en met hoevelen je naar binnen kunt en vooraf dien je je aan te melden voor het tijdslot.

verbeterde receptuur

Naar mijn mening ook een heel verstandig besluit, want de aanpak is zeer vernieuwend. Het LAM doet de dingen net iets anders dan jij en ik gewend zijn. Zo is er in het gebouw geen enkel tekstbordje te bekennen. Alles gaat via je slimme telefoon. 
Het werkt zo. Bij binnenkomst wordt je gewezen óp en verwezen naar een website (www.laminfo.nl) - uiteraard met free wifi - en vanaf dat moment ben je middels je mobieltje 'baas' van je eigen informatievoorziening. Het museum zegt daarover het volgende: ".... dat klinkt passiever dan het is, de kwaliteit van het bezoek ligt in jouw handen. We prikkelen je met achtergrondinformatie, weetjes, kijktips en filmpjes en helpen je zo nieuwe dingen te ontdekken en plezier te hebben in het kijken."

watertanden

Laat er geen misverstand over ontstaan: het is geen 'alternatieve' audio tour; er wordt niet tegen je gesproken. En met je mobieltje in de hand kunt je (figuurlijk) meerdere kanten op. Maar eerst met de lift naar boven, want daar start de tour.
Dan ga je, (1) het LAM bekijken met een persoonlijke rondleiding op je smart phone die je langs (slechts) vijf kunstwerken leidt. Óf (2) je volgt de door het museum verstrekte kijktips en in dat geval krijg je ook vragen en opmerkingen voorgeschoteld die je aan het denken zetten.
"Welk werk maakt je vrolijk (of droevig)? "Zet een timer en bekijk het kunstwerk gedurende drie minuten: iets nieuws of anders gezien?" "Over welk kunstwerk zou je een verhaal kunnen schrijven". Deze bijschriften zijn mede aangedragen door de bezoekers zelf. En natuurlijk kun je, in het geval van meerdere telefoons in je gezelschap, de informatie met elkaar delen (3). Er zit een plattegrond van het museum in de app én je kunt je favoriete kunstwerken 'saven'.




1. Publiekslieveling: Itamar Gilboa, 'Food Chain Project'. 2. Tahné Kleijn, 'Soo als de oude songen, soo pypen de jonge'. 3. Zaaloverzicht. 4. Silvia Steiger, 'Deegportretten'. 
En het klinkt allemaal veel ingewikkelder dan het in werkelijkheid is (hier een filmpje met uitleg). Toch, eerlijk is eerlijk: t' is wel ff wennen (zeg maar). Vooral voor mensen die niet zo thuis zijn op hun telefoon. Het duurt ook even voordat je de systematiek van de app onder de knie hebt. Je moet de benaderingswijze als het ware doorgronden.
Dat het allemaal wel meevalt, mag blijken uit de opmerkingen in het 'gastenboek'. Onlangs hield met museum een enquête onder de 'voorproevers' en een van de uitkomsten was dat "veel bezoekers moeten wennen aan de digitale tour, maar kunnen er daarna prima mee overweg." En die conclusie kan ik onderschrijven. 

een natje en een droogje

Er kleeft echter een bezwaar aan deze handelswijze en dat is het risico dat bezoekers aan hun telefoon blijven kleven en zodoende geen oog meer hebben voor de getoonde kunst. Om dat te ondervangen heeft het museum (pro-)actieve 'suppoosten' aangesteld. In dit geval mag je ze eigenlijk geen zaalwachters noemen. Meer gastvrouwen en -mannen. Mensen die op zaal met je in gesprek gaan, je aanwijzingen geven, desgewenst verdieping aanreiken én je erop wijzen vooral te genieten en niet té veel op je telefoon te staren. En dat allemaal uiterst vriendelijk en gastvrij. 

verandering van spijs doet eten

Dat is sowieso één van de uitgangspunten van het museum: meer kwaliteit, dan kwantiteit. Het museum "stimuleert je eerder om kort dan lang te blijven. Een nieuwe kunstbelevenis in 45 minuten, want een optimaal bezoek aan het LAM is een bondig bezoek. Wij geloven dat het zoveel leuker is om een paar kunstwerken echt te bekijken, dan alles een beetje." 




 1. Prominent op de foto: Klaas Gubbels, 'Naar mekaar'. 2. Jan Franken Pzn, 'Stilleven met kom, vaas en vruchten', 1922. 3. Thomas Rentmeister, 'Eisenschokolade'. 4. Tamás Kaszás, 'Future-ex'. 
Waarom het museum voor deze benadering kiest? "We zien liever dat je na een kort bezoek fris en geïnspireerd naar buiten gaat, dan moe en murw geslagen. En natuurlijk hopen we je weer terug te zien om de rest van de collectie te komen bekijken. We overladen je niet met informatie maar prikkelen je de kunst echt te bekijken. Een open blik en lol hebben in het kijken, daar draait het om."
Een mooi streven.

opvoeding en voedingsleer

Last but not least is ook de entreeprijs van het museum opmerkelijk. Aanvankelijk wilde de Foundation een gratis toegankelijk museum (zo blijkt uit een vraaggesprek met Jan van den Broek in de Volkskrant in 2012). Da's dan niet helemaal gelukt. Maar desalniettemin is een bezoek aan het LAM zeer betaalbaar en daardoor voor iedereen (zo zal hieronder blijken).
Zoals te verwachten is de museumkaart (nog) niet geldig, maar bedraagt de toegangsprijs € 7,50 voor een volwassene en € 5,00 voor een kind en dat is aanzienlijk minder dan in de meeste musea. Maar nu komt het! En ik citeer even van de website: "wanneer je wilt, kun je je bezoek aan het LAM gesponsord krijgen." In dat geval betaal je nop, nada, niets.
Het is de vraag hoelang het museum deze mogelijkheid blijft aanbieden (of kan blijven aanbieden). Want je kent de Nederlanders: going Dutch en als het gratis kan... 
De tijd zal het leren.

zien eten doet eten

Het museum propageert dus een kort en bondig bezoek met slechts een beperkt aantal highlights, met in het achterhoofd de wens dat de bezoeker dan vaker terug gaat komen. Een bewonderenswaardig uitgangspunt en geheel passend in de 'slow art' trend: de vraag is hoe houdbaar zo'n beginsel zal zijn.
Vooral ook omdat de bereikbaarheid een factor is. Het museum is namelijk lastig te bereizen met het openbaar vervoer (de afstand Amsterdam - Lisse, zo'n 45 kilometer, 'kostte' mij anderhalf uur) en in de lente- en vroege zomermaanden (in het bloembollen-seizoen) kan het juist met de auto weer een mijl op zeven zijn om de Keukenhof te bereiken.


1. Heinz Martin Breuer, 'Lucky-4-ever'. 2. Zaaloverzicht.
En de kunst? Daar draait het tenslotte om. Anders dan in de foto's, is de in het LAM getoonde kunst helemaal niet aan de orde geweest.
Mijn voorstel: ga vooral zelf kijken. Niet op de bonnefooi, maar plan een bezoek op de website.

'We willen een mooi museum maken, niet aan een rat race meedoen'

aldus Sietske van Zanten (in de Volkskrant, okt. 2017).


-X-


Veel plezier!

Meer #foodporn? In maart van dit jaar maakte ik deze reportage over de tentoonstelling 'We are food' in Museum Jan Cunen in Oss (inmiddels beëindigd)


Tekst en alle (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature