Yayoi Kusama in Museum Voorlinden: de Polkadot Princess 90 jaar!

21 maart 2019
Hieperdepiep hoera! Op 22 maart is het precies 90 jaar geleden dat Yayoi Kusama - de beroemde grande dame van de beeldende kunst en 's werelds best verkopende vrouwelijke kunstenaar werd geboren. Het Japanse levende sculptuur - altijd met oranje pruik en genopte jurk - ook wel bekend staande als de "Polkadot Princess', is vooral ook een hit op de sociale media, want haar kunst blijkt zeer instagrammable en wordt massaal gedeeld (#kusama #dots #polkadot).

Museum Voorlinden in de Wassenaarse duinen viert haar verjaardag met het tonen van 15 kunstwerken die als voorbeeld kunnen dienen voor haar langdurige oeuvre. Stap binnen in de 'Infinity Mirror Room', bewonder de reusachtige Polkadot Pumpkin en verdrink in haar 'Infinity Nets'.

Van de week mocht ik vast een kijkje nemen en maakte van dat bezoek het navolgende verslag. Kijk je mee?



1. Zaaloverzicht met 'Infinity Nets' (1943/1989) en een deel van 'Narcissus Garden' (1966/2010). 2. Yayoi KusamaCourtesy Yayoi Kusama Studio Inc., Ota Fine Arts, Tokyo and Victoria Miro, London © Yayoi Kusama,  3. Museum Voorlinden directeur Suzanne Swarts geeft commentaar bij 'Pumpkin', 2009.
Yayoi Kusama (22 maart 1929) heeft het niet makkelijk gehad in haar lange leven. Ze werd geboren in het stadje Matsumoto, Japan als de jongste dochter in een gegoed conservatief gezin. Haar ouders hadden een liefdeloos verstands-huwelijk en haar vader nam het niet zo nauw met de huwelijkse trouw, wat een grote impact op het gezin moet hebben gehad. De boze moeder - die oogluikend de buitenechtelijke relaties van haar echtgenoot moest tolereren - reageerde haar frustraties en woede af op het nog jonge kind. Het verhaal gaat dat Yayoi Kusama van haar moeder haar vaders escapades moest bespieden.
Deze traumatische ervaringen in haar jeugd zouden (ook) de reden zijn voor Kusama's aseksualiteit.

self-obliteration

Als jonge vrouw begon Kusama hallucinaties te ervaren. Zo gebeurde het dat ze het patroon van het tafellaken plotseling overal zag verschijnen; op ramen, stoelen en op zichzelf. Ze kreeg het gevoel dat bloemen en dieren met haar konden praten. "De bloemen waren als een oneindige zee van stippen om haar heen. Die ervaringen blijken van cruciale invloed te zijn geweest op haar ontwikkeling als kunstenaar." 
Dit 'opgaan in de omgeving' noemde ze self-obliteration, oftewel 'zelfvernietiging'. De beelden die ze dan zag én ziet (want het 'zien van dingen' is the story of her life), zetten haar aan tot het maken van kunst.
Haar kunst wordt dus veroorzaakt door de waanvoorstellingen, maar zijn gelijk ook weer de remedie tégen die hallucinaties. Obsessief brengt ze patronen (bijvoorbeeld die stippen) aan op haar kunstwerken. Dwangmatig schilderen om de angsten te bedwingen, dat is wat Kusama doet.

psychosomatische kunst

En ondanks het feit dat Kusama al op jonge leeftijd te kennen had gegeven kunstenaar te willen worden, kreeg zij van huis uit geen enkele gelegenheid om haar ontluikende creatieve talent te ontwikkelen. Integendeel zelfs, de kunstenaar in spe ondervond niets anders dan tegenwerking en miskenning, ook in haar volwassen leven.





1. 'Accreations IV', 1967. 2. 'Macaroni Handbag', 1965. 3. 'Zonder titel', 1965. 4. 'Dots', 1999. 5. 'Zonder titel', 1965.
In 1957 ontvluchtte Kusama de voor haar verstikkende omgeving van het naoorlogse, nog traditionele Japan en verhuisde ze naar New York, toentertijd the place to be voor een jonge, ambitieuze kunstenaar. Een stad waar popart en minimalisme de dienst uit zouden gaan maken. Precies daar beleefde de Japanse haar hoogtijdagen in die roerige jaren zestig. Ze verkeerde in avant-gardistische kringen met kunstenaars als Andy Warhol, Mark Rothko en Donald Judd.

In The Big Apple wisselden haar obsessies, neuroses en dwangmatige kunstuitingen elkaar af: het begon met het schilderen van grote doeken met een wirwar van lijnen (de zgn. 'Infinity Nets'), daarna maakte ze penisvormige uitsteeksels van gips die ze blobs noemde en later werden het fallussen van zachte materialen (als ware het knuffels) en dat werd de 'soft sculptures' reeks. Daarop volgde een periode waarin Kusama allerlei voorwerpen beplakte met macaroni (de 'Food Obsession Serie') en vervolgens raakte ze in de ban van stippen, pompoenen en spiegels (wat resulteerde in de 'Mirror Rooms'). Over de schilderijen met de infinity nets vertelde ze ooit in een interview: "mijn netten groeiden van de doeken af, ze begonnen de muren te bedekken, het plafond en uiteindelijk het hele universum."

van NUL en Zero naar Gutai en Fluxus

In de jaren zestig maakte Kusama naam. Zo creëerde ze in 1963 de solo-tentoonstelling 'Agreggation: One Thousand Boats'. De installatie bestond uit een roeiboot die volledig bedekt was met zachte penisvormen en de ruimte waarin dat sculptuur werd geëxposeerd was behangen met 999 foto’s van het kunstwerk. (Wil je weten hoe dat eruit ziet? Klik dan op de link om dit werk in de collectie van het Stedelijk Museum te bekijken).
"Door de hoeveelheid wordt het absurdistisch, terwijl de inzet van fallusvormen voor Kusama ook een manier was om kritiek te leveren op de machismo in de New Yorkse kunstscène. Als vrouw had ze het moeilijk in een door blanke mannen gedomineerde kunstwereld, waar haar mannelijke collega's regelmatig met haar ideeën vandoor gingen en daarmee bekendheid genereerden." Zo zou Claes Oldenburg haar idee voor de soft sculptures hebben 'gestolen' en maakte Andy Warhol - net als Kusama eerder had gedaan - werk met repeterende afbeeldingen. Kunstzinnige ingevingen die beide heren geen windeieren hebben gelegd....




1. 'I am dying now, there the death', 2014. 2. 'Box (Cherry)', 1999. 3. 'Blue Stripes', 1965. 4. 'In the Woods', 1983.
Kusama zelf deed er alles aan om haar werk én zichzelf in the picture te zetten en in de publiciteit te komen (de selfie-cultuur avant la lettre...). Zij organiseerde en nam deel aan allerlei performances en controversiële (anti-Vietnam-oorlog en pro-vrije seks) hippie-happenings, die soms nakend eindigden en waar Kusama de blote deelnemers naar hartenlust voorzag van rode stippen en noppen (zo ook een in Amsterdam, waarbij zij een poedelnaakte Jan Schoonhoven beschilderde: zie foto).
Een mooie stunt was die tijdens de Biënnale van Venetië van 1966. Kusama stond met 1.500 spiegelende ballen - onuitgenodigd - in de tuin vóór de poort van deze tweejaarlijkse kunstmanifestatie. Als een onofficiële actie bood Kusama de ballen voor $ 2,00 per stuk te koop aan. "Onder het mom van 'Your Narcissism for Sale' gaf de kunstenaar kritiek op de moderne kunst als commercieel product."
Het was een geslaagde publiciteitsstunt met Kusama als het stalende middelpunt in deze spiegelende zee van bollen. De organisatie stuurde haar weg, maar niet nadat ze aangetoond had dat haar 'verkooppunt' niets anders was dan de ijsjes die ook werden verkocht voor de ingang van het kunstfestival.

managing madness

In 1970 besloot Kusama terug te keren naar Japan, waar zij zich een paar jaar later vrijwillig heeft laten opnemen in een psychiatrische instelling. Tot op de dag van vandaag werkt Kusama gestaag door aan haar levenswerk. 's Ochtends wordt zij door een medewerker van de inrichting naar haar honderd meter verderop gelegen atelier gebracht en in de middag gaat het gezelschap weer rechtsomkeer.
"Ze weet als geen ander hoe ze managing madness kan inzetten voor de kunst. Ondanks talloze tegenslagen in haar leven heeft Kusama nooit haar drive verloren en krijgt ze inmiddels wereldwijd erkenning." Een van Kusama's 'Infinity Nets' (no. 2) werd in 2008 voor bijna 6 miljoen dollar verkocht.

'Ik ga door met maken, tot ik verdwijn in het proces.'

Ik vraag mij af. Zou je de kunst van Kusama - door die oncontroleerbare scheppingsdrang en de bijbehorende obsessies - kunnen scharen onder wat wij 'outsider art' zijn gaan noemen?


 

1. foto van Yayoi Kusama en Jan Schoonhoven, geen copyright kunnen vinden.... 2. 'Infinity Nets (Eksyo)', 2010. 3. Een 'doolhof' van bolle spiegels: 'Invisible Life', 2000-2001. 4. 'Pumpkin', 2009 en 5. hieronder een kort filmpje vanuit 'Infinity Mirror Room: Gleaming Lights of the Soul', 2008.



De tentoonstelling in Museum Voorlinden is een mooi klein eerbetoon aan de Japanse 'hogepriesteres van de polkadot'. In 15 werken krijg je een beeld van wat Kusama bezighoudt (letterlijk en figuurlijk). Topattractie in de vertoning is de 'Infinity Mirror Room: Gleaming Lights of the Souls' uit 2008 (zie het filmpje).
Hou er rekening mee dat er voor deze experience gewerkt wordt met een tijdslot voor een bezoek van (maximaal) 45 seconden voor elke toeschouwer. Er kunnen immers slechts 2 personen tegelijk naar binnen. In de entreehal vind je een Kusama-infopunt waar je je tijdslot kunt afspreken (dit is dus niet van te voren en/of online te boeken). Meer info op www.voorlinden.nl.

De expo is te zien tot 1 september (dus je heb nog alle tijd). En wil je meer weten? Op uitzending gemist kun je de Kunstuur-special nog bekijken...


-X-


Zoals gezegd is het een kleine hommage, maar Museum Voorlinden is altijd een goed idee. Over de expositie 'Armando' maakte ik al eerder een verslag (zie hier) en er is momenteel ook werk te zien van de Spaanse schilder Pere Llobera (mooi!) én de collectie-tentoonstelling 'Less is More'.

Ik zal aan de laatste twee exposities nog aandacht besteden, dus stay tuned!

Geheel in stijl: Kusama cakejes (met kringen op het tafelblad :-)
Tekst en alle (iPhone)foto's ©Miriam van der Meer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Willem van Veldhuizen met 'Almost Unreal' in Museum Jan van der Togt

16 maart 2019
'Almost  Unreal'. 't Is bijna onecht, zo echt. Willem van Veldhuizen schildert zonder haast zijn uitermate gedetailleerde, extreem realistische interieurstukken. De canvassen zijn de hedendaagse pendant van zijn beroemde voorganger Pieter Saenredam, die in de eerste helft van de zeventiende eeuw voornamelijk kerkinterieurs schilderde. Van Veldhuizen doet hetzelfde, maar dan van musea. De 'binnenhuisschilder' verbeeldt minutieus museumzalen. Hoe bijzonder is dat.

In Museum Jan van der Togt in de oude dorpskern van Amstelveen kun je verdwalen in musea 'all over de world'. Van The Big Apple naar Istanbul en van Kyoto naar de Veluwe. Slenter met mij van zaal naar zaal in de tentoonstelling 'Almost Unreal, Schilderijen 1978 - 2019'!



1. 'Paviljoen '92', 1992. 2. Zaaloverzicht met op de voorgrond 'Colour Dial' van Rive Roshan. 3. 'Museuminterieur Pompidou, Parijs', 1981.
De schilderijen van Willem van Veldhuizen (Rotterdam, 1954) volgen over het algemeen een vast patroon. In de veertig jaar van zijn artistieke praktijk schildert hij uiterst realistisch-ogende doeken met een sterke compositie en heel veel diepte. In het bovenste gedeelte - vaak een smalle strook - zie je de achterwand, een muur of een grote raampartij die uitzicht biedt op een tuin, park of patio, een rivier, de zee of een stedelijk landschap. We zien bijvoorbeeld de skyline van New York, Rome of Rotterdam. Het ruimtelijke gevoel wordt bereikt met licht, schaduw en weerspiegelingen. Op de voorgrond toont hij doorgaans een groot glimmend vloeroppervlak en alles is tot in detail en zeer nauwgezet geschilderd. "De meeste gebouwen die ik schilder, zijn gebaseerd op de gulden snede, dus belandt die verhouding automatisch ook in mijn werk."

slick and smooth

De interieurs zijn open, ruimtelijk en modern. Slick and smooth. Terughoudend ook en als een 'blank canvas', want zo'n museale omgeving is immers bedoeld om de daar getoonde collectie zo goed mogelijk tot z'n recht te laten komen. Heel clean en vaak met gladde vloeren, want dat is wel zo praktisch in een museum.
Luxe marmersoorten, graniet, travertin of gietvloeren die zonder uitzondering glad gepolijst zijn, waardoor een spiegelend oppervlak is ontstaan. Hoe mooi weerkaatst de schaarse meubilering - een enkele bank; een paar stoelen, maar dan altijd design-iconen, zoals de rood/blauwe stoel van Gerrit Rietveld, Marcel Breuer's Wassily-chair of de meubels uit de Barcelona-serie van architect en ontwerper Ludwig Mies van der Rohe. Soms ook een enkel kunstwerk - vaak een klassiek sculptuur op een sokkel dat in het hardsteen gereflecteerd wordt. In de interieurs van Van Veldhuizen verwijst hij vaak naar zijn favorieten in de kunst, zoals (o.a.) Michelangelo, Picasso, Man Ray, Rothko en Barnett Newman.






1. 'The New Museum NYC', 2010. 2. 'New York, Soho Rooms', 1999. 3. Detail. 4. 'Museuminterieur Kröller-Müller', 1981. 5. Zaaloverzicht  6. 'Louisiana', 1996. 
De structuur van de tegels en plavuizen is altijd fenomenaal getroffen en ze staan in schril contrast met de omliggende omgevingen. "De werkelijkheid van het gebouw of van de wereld daarbuiten weerspiegelt zich in die vloeren."

"Musea zijn kathedralen van de moderne tijd. Vroeger vergaapten mensen zich aan de Dom in Utrecht, nu gaan ze naar Tate Modern. Mij gaat het vooral om het architecturale aspect. Musea zijn ontdaan van alle overbodigheden om volledig ten dienste te staan van de kunst", aldus Willem van Veldhuizen in de bij de tentoonstelling uitgebrachte catalogus.

stilte, evenwicht en harmonie

En die fascinatie voor het architectonische heeft de Rotterdamse schilder gemeen met zijn illustere voorganger Pieter Saenredam. De 17de eeuwse Hollandse kunstschilder, tekenaar en prentmaker maakte gedurende zijn loopbaan zeer verfijnde tekeningen en schilderijen van het interieur van kerken en kathedralen. Ook in zijn werk komt het zogenaamde lijnperspectief heel mooi tot uiting. Op Wikipedia wordt het duidelijk uitgelegd. "Voor het perspectivistisch effect maakte hij (Saenredam, red.) gebruik van de lijnen van de pilaren en bogen, en wanneer hij schilderde vanuit een laag standpunt buitte hij de lijnen van de vloertegels uit. De resultaten van zijn uiterst nauwkeurige werk zijn niet zoals men zou verwachten koude, mechanische perspectiefstudies, integendeel, ze stralen warmte, sfeergevoel, ruimte en een serene rust uit."
En dat doet ook wel opgeld bij de schilderijen van Saenredam's 21ste eeuwse navolger. De door Van Veldhuizen geschilderde binnenruimten zijn geen "koude, mechanische perspectiefstudies', maar sfeergevoelige, ruimtelijke en rustgevende canvassen. En sommige doeken, vooral het latere werk, stralen wel degelijk warmte uit.






1. 'The yellow dress', 2017 en 'Narrow view with two dresses', 2011. 2. Zaaloverzicht met het 3-D geprinte werk van Olivier van Herpt. 3. 'Avenue Matignon', 1982. 4. 'Guggenheim IV', 2011. 5. Zaaloverzicht met 'Colour Wheels (editie 2)', 2019 van Rive Roshan. 6. 'Drie sokkels', 1993.
De achtergronden zijn vensters op de wereld. Elk schilderij is een trompe-l'oeil of doorkijkje naar een fictieve omgeving, want die zijn altijd samengesteld. Vandaar dat de schilder zichzelf ook geen hyper- of fotorealist noemt. Het is niet zo dat hij exact werkt naar een foto, inclusief de scherptediepte van dat beeld. Nee, de achtergrond, landschappen en skylines zijn altijd gecomponeerd. Ze zijn denkbeeldig. Neem het zicht op Rotterdam, Nijmegen of dat op New York. Niemand zal deze herkennen, want Willem van Veldhuizen plaatst markante elementen (zoals gebouwen en bruggen) naar eigen believen her en der in zijn schilderijen. Precies dáár waar de schilder ze hebben wil. Het is de compositie die bepaalt waar een object uiteindelijk komt te staan.

#emptymuseum

De lichtinval en de schaduwen tekenen de doeken van Willem van Veldhuizen. Levende wezens zijn nooit te zien, de ruimten zijn gedompeld in een roerloze rust.
"Ik zie een uitzicht, een schaduw op een sculptuur of een reflectie op een marmeren vloer en plotseling gaan al mijn haren overeind staan. Ik wil dat mensen echt goed kijken naar mijn werk. Pas dan zien ze de essentiële details die aan een oppervlakkige blik voorbijgaan. Ooit vertelde een verzamelaarskoppel me dat ik hen een 'meditatief venster' had gegeven, een plek waarin ze konden wegdromen. Dat was misschien wel het grootste compliment dat iemand me kan geven."

"Veertig jaar geleden raakte Willem van Veldhuizen gefascineerd door de bijna lege vertrekken die hij in musea vindt. De harmonie, de zalen waar niks overbodigs te vinden is, de focus op de kunst: ze houden hem nog altijd bezig. In zijn schilderijen hiervan vind je geen mensen maar stilte, en een overrompelend persoonlijke visie op ruimtelijkheid. Met zijn lichteffecten, reflecties en zijn doorkijkjes naar buiten doet Van Veldhuizens werk realistisch aan. Toch is het geen klakkeloze weergave van de werkelijkheid. Het is almost unreal."






1. 'Zicht op Nijmegen', 2006. 2. 'Kolbe's Patio I', 1991. 3. Vazen van Scholten & Baijings uit 2017. 4. 'Museuminterieur met twee stoelen', 1989. 5. 'Gezicht op Rotterdam', 2009. 6. 'St. Paul de Vence I', 1995. 
Naast schilderijen maakt Willem van Veldhuizen ook tekeningen naar model. In de expositie zijn dan ook een twintigtal figuurstudies te zien, die getekend zijn in het atelier van de Rotterdamse artiest. Daarnaast maakt hij incidenteel keramiek.

overzichtelijk: letterlijk en figuurlijk

In 'Almost Unreal' worden de doeken gecombineerd met enkele designobjecten. Je ziet schoenen van Iris van Herpen, glazen objecten van Scholten & Baijings, twee sculpturen van Rive Roshan, vazen van Olivier van Herpt en een installatie van Judith Roux. "Net als Van Veldhuizen spelen zij met licht, kleur en ruimte en met verschillende dimensies. In de museumzalen vervullen zij de rol die kunstwerken in de schilderijen van Van Veldhuizen innemen. Een multidisciplinair ensemble van schoonheid en verstilling", aldus de wervende tekst van het museum.

Één ding moet mij van het hart: ik ben geen groot fan van de zilverkleurige (of gouden) omlijstingen die om sommig werk is aangebracht. Maar hé, da's een kwestie van smaak en daarover ga ik met niemand twisten....


-X-


Mocht je de tentoonstelling willen bezoeken: de kunst van Van Veldhuizen is te zien tot en met 2 juni aanstaande. Kijk even op de website voor bezoekersinformatie.

Kunstenaar Willem van Veldhuizen et moi bij een van mijn favoriete werken. 'Museuminterieur Pompidou, Parijs', uit 1981: een geweldig hoge 'horizon' met design-beauties van Gerrit Rietveld.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

'Art Brut' in het Outsider Art Museum: kunst door buitenbeentjes

13 maart 2019
Tegendraads, intuïtief, paranormaal of een combinatie daarvan, met als grootste gemene deler dat het spontaan en gevoelsmatig moet zijn ontstaan. Ook hedendaagse volks- en naïeve kunst (door zondagsschilders of moderne primitieven) kun je eronder scharen. Outsider Art - want daarover heb ik het hier - is een containerbegrip dat toepasbaar is op een waaier van verschillende kunstuitingen.
Pure expressie, dat is waar het om draait. Niet gebaseerd op theoretische principes en zeker niet geschoold en/of (bij)geschaafd op een artistieke opleiding of kunstacademie. Vrije uitingen die zijn ontstaan vanuit ervaringen, voorstellingen, fascinaties en fixaties, droombeelden en angsten. "Outsider Art wordt niet bedacht, maar gedaan."

In het Outside Art Museum zie je 'Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst': 150 kunstwerken van 'buitenbeentjes' die halverwege de vorige eeuw de culturele beau monde in Parijs choqueerden.
Ik liet mij ter plekke informeren en maakte het navolgende artikel. Lees je mee?



1. Aloïse Corbaz, 'Scene met een gebloemde kus in gouache', 1947. Foto: Atelier de numérisation, Ville de Lausanne.1947. 2. Uitspraak van Jean Dubuffet: 'ware kunst duikt altijd op daar waar je het niet verwacht'. 3. Fleury-Joseph Crépin, 1947.
Het Outsider Art Museum is sinds maart 2016 ondergebracht in het mooie 17de eeuwse Amstelhof, waar ook de Amsterdamse dependance van de Hermitage huis houdt. Gelegen aan de kade van de Amstel nabij de Stopera, toont het museum "verrassende, niet-gepolijste kunst van mensen met een bijzondere achtergrond", aldus het museum.

Dus eerst maar even over die term 'Outsider Art'. Na raadpleging van Wikipedia blijkt dat dit begrip in 1972 werd bedacht door kunstcriticus Roger Cardinal als het Engels synoniem voor Art Brut. En Art Brut op zijn beurt, ('brut': Frans voor rauw, onbewerkt, onbeheerst) werd in '48 geïntroduceerd door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet. Hij gebruikte deze term om kunst te beschrijven van "meestal autodidactische kunstenaars die de regels van de conventionele kunstwereld negeren of afwijzen" en hij doelde daarmee op mensen met een verstandelijke beperking. Tenminste? Dat is de hedendaagse en politiek correcte term, maar in zíjn tijd zouden deze personen "gekken en dwazen" genoemd worden, of - in de bewoording van Dubuffet himself, als "fundamenteel asocialen".

buitenbeentjes

Goed. Terug naar Jean Dubuffet: bedenker van de term Art Brut en groot liefhebber. De Franse kunstenaar (1901 - 1985) - die zelf wel artistiek geschoold was aan de kunstacademie in zijn geboortestad Le Havre - werd in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw vooral bekend als schilder, tekenaar en graficus en later in zijn carrière als beeldhouwer van (buiten)sculpturen. Vaak wit, met dikke zwarte contourlijnen rond 'cellen'  in rood en blauw.
En wil je een geheugensteuntje over wie Dubuffet ook alweer was? In juli 2017 maakte ik een blogpost over de kunstenaar naar aanleiding van tentoonstellingen van zijn werk in de tuin van het Rijks-, en ín het Stedelijk- en Outsider Art Museum. Dat verslag lees je hier






1. Antinéa, 'Driehoek van de Waarheid', 1948. Fleury-Joseph Crépin, 1947. 2. Marguerite Sirvins, ca. 1944-49. 3. Tekst op de catalogus bij de expo in Galerie René Drouin, Parijs, 1949 ("Art Brut heeft de voorkeur boven culturele kunst"). 4. Henri Salingardes, 1936-43. 5. Jeanne Tripier, 1935-39. 6. Raymond Oui (Raymond R.), 'Meneer Ja Ja', ca. 1948.
Dubuffet was een groot bewonderaar van de intuïtieve en authentieke manier van werken van psychiatrisch patiënten, kinderen en autodidacten. Hij zag zichzelf creatief het liefst als één van hen: als collega-kunstenaar. Die onaangepaste en onbedorven creativiteit en de zeggingskracht van het werk vormde ook voor avant-gardistische kunstenaars zoals Dali en Picasso en voor de kunstenaars uit de CoBrA-groep: Appel, Constant en Corneille, een grote bron van inspiratie. Ook bij hen was het te doen om het hervinden van de directheid, het spontane en impulsieve dat zijzelf door de 'theorie' waren kwijtgeraakt.

trivia

(In de categorie 'leuk weetje, onzinnig feitje': Karel Appel schilderde enige tijd met zijn linkerhand, terwijl hij van nature rechtshandig was. Hij wilde zijn werk iets van de ongetrainde spontaniteit meegeven. "Mijn rechterhand", zei hij, "heeft op de kunstacademie gezeten". (Bron: Colin Rhodes uit Reflecties, Stedelijke Collectie).

zondagsschilders

Vanaf 1945 - direct na de Tweede Wereldoorlog - bouwde Dubuffet zijn eigen Art Brut-verzameling*  op. In zijn zoektocht naar nieuwe werken bezocht hij psychiatrische instellingen, zieken- en opvanghuizen en gevangenissen en speurde hij naar voorbeelden van de 'primitieve' en naïeve volkskunst. Het enige criterium was dat het 'oprechte' werken moesten zijn. Onversneden, onvervalste uitingen, die volgens Dubuffet "het bewijs waren dat deze kunstvorm een plaats verdiende in de kunstwereld. De gevestigde uitgangspunten, de academische blik en standaarden moesten omver worden geworpen ten gunste van een nieuwe, zuivere en spontane kunst", lees ik in de bij de tentoonstelling uitgebrachte catalogus.
* Zijn collectie is nu ondergebracht in de Collection de l’art brut in Lausanne in Zwitserland. 






1. Somuk, ongedateerd. 2. Fleury-Joseph Crépin, 1939-40. 3. Pascal-Désir Maisonneuve, 'De Tartaar', 1929-30. 4. Willi Otto Gappisch, 1946. 5. Gaston Chaissac, 'De dominee van Tournesac: de heer Robert Giraud', 1948. 
In 1949 organiseerde hij vanuit die groeiende collectie een tentoonstelling bij zijn vriend René Drouin in diens toonaangevende galerie in Parijs. De expositie bestond uit een selectie van ruim 200 werken uit zijn verzameling 'Compagnie de l’Art Brut'. Het was de eerste keer dat Art Brut; het werk van les imbéciles of "gedegenereerden" aan een breed publiek werd getoond. 

choquerende kunst

En zoals te verwachten was, riepen de in Galerie Drouin getoonde kunstwerken nogal felle reacties op. En dat is een understatement. Want deze 'creatieve' uitingen werden vooral geassocieerd met het ontbreken van elke artistieke kwaliteit, een idee dat in alle toonaarden werd bestreden door Dubuffet, die met zijn tentoonstelling precies het tegendeel wilde aantonen. Hij verdedigde het idee door te verkondigen dat Art Brut te verkiezen was (is) boven de 'elitaire, culturele' kunsten. Veel beter dan de uitingen van 'creatieve decadentie en de oververfijning'.
Zijn bedoelingen gingen veel verder dan het rechtvaardigen van deze zogenaamde 'nieuwe kunstvorm'. Hij wilde de 'primitieve' werken 'omduiden' en de manier van kijken naar deze, maar eigenlijk álle kunst, vernieuwen.
De tentoonstelling werd beschouwd als een revolutie in de kunst en heel veel van die werken die toentertijd de Parijse kunstwereld schokte, zijn nu - zeventig jaar na dato, voor het eerst te zien in de expositie in het Outsider Art Museum. 



1. Miguel Hernandez, 1947. 2. Berthe Urasco. 3. Joseph Degaudé-Lambert, 18e eeuw.
Voor hen die geïnteresseerd zijn in de vaak ontwapende, soms onnavolgbare Outsider Art dan is de tentoonstelling 'Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst' een must see.
Klein puntje van kritiek. De expositie is nogal donker. Niet zozeer qua beleving (de kunst is niet per se deprimerend), maar - geheel praktisch - er is weinig licht op zaal.


-X-


De tentoonstelling is te bezoeken tot en met 25 augustus aanstaande. En zoals altijd luidt het advies: kijk even op de site voor bezoekersinformatie. 

Ik bezocht de Hermitage aan de Amstel op een grauwe, winterse februari-dag....
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature