Brafa 2020: geweldige aandachttrekkers op de 65e Brussels Art Fair

25 januari 2020
Vorig jaar bezochten maar liefst 66.000 belangstellenden de internationale Brussels Art Fair, oftewel Brafa. Al in 1956 opgericht en daarmee een van de oudste en meest respectabele beurzen van de wereld. Zeg maar gerust één van de top-5 kunst- en antiekmarkten wereldwijd. Dit jaar kun je je van 26 januari tot en met 2 februari vergapen aan allerhande pronkstukken op de Brusselse beursvloer.
Kopen mag ook.

Op uitnodiging van de organisatie maakte ik voorafgaande aan de opening van deze verkooptentoonstelling een rondgang langs de 133 kunst- en antiekdealers en dat leverde - zoals gewoonlijk en ingegeven door mijn (over-) enthousiasme - een bomvol weblog op.
Kom je mee? Ik leid je rond.



1. Roni Horn bij Simon Studer Art Associés. 2. (twee maal) Le Corbusier en 3. (brons van) Tony Matelli, via Maruani Mercier
Op deze 65e en dus extra feestelijke editie word je gefêteerd op handelaren en galeristen* uit veertien verschillende landen - waaronder zes uit Nederland** - die gezamenlijk een gevarieerde mix van objecten uit diverse kunstdisciplines aanbieden.
De bezoeker van Brafa vindt niet eens zoveel méér, maar vooral béter. Het crème de la crème van oude-, moderne- én hedendaagse beeldende kunst, archeologie, juwelen, tribal art, strips en design en dat alles gepresenteerd in stands die zijn ingericht als smaakvolle, soms/vaak/meestal eclectische stijlkamers. Zowat 5.000 jaar kunstgeschiedenis.
Afgelopen week kreeg ik een exclusive collectors and press preview (ja zeker, heel internationaal, want de high end art scene opereert nu eenmaal mondiaal) in het voormalige Brusselse post- en overslagstation Tour & Taxis.
50 Belgische (37 %) en 83 internationale kunsthuizen (63 %).
** Bruil & Brandsma; Douwes Fine Art galerijMorentzRueb Modern and Contemporary ArtStudio 2000 Art Gallery en Floris van Wanroij.

"Een eclectische beurs op mensenmaat met een gemoedelijke sfeer" zo refereert Harold t'Kint de Roodenbeke, sinds 2012 voorzitter/directeur van Brafa, naar 'zijn' kunstmarkt op de website. (En ik hoor het hem zeggen in dat mooie zangerige Vlaams.) 'We zijn ontzettend fier eens te meer een deskundig panel te kunnen voorstellen met internationale weerklank in zeer uiteenlopende domeinen."

Etalage van de kunsten

Ik kan niet anders dan dit beamen. Kunstzinnigheden van heb ik jou daar (en dat is een understatement). Maak je een slentertocht over het Brafa-parcours (om precies te zijn 15.400 m², dus je komt wel aan je 10K stappen), dan verplaats je je door de tijd en maak je tegelijkertijd een wereldreis. Je hoeft niet ver te zoeken: overal op de beurs fabelachtig eclectisch. Elke deelnemer meester in z'n eigen sfeer.
Ook voor al uw freaky en quirky objecten, zoals daar zijn een Mars meteoriet, een Afrikaans masker in de vorm van een antilope en Hollywood-memorabilia: wat te denken van de 'messcherpe klauwen' van Wolverine uit X-Men.






1. Victor Vasarely, Alexis Lartigue Fine Art. 2. De (design)stand van (het Nederlandse) Morentz. 3. Andy Warhol, Galerie von Vertes. 4. Ugo Rondinone, Gladstone Gallery. 5. Anne-Marie Paul bij Maison Rapin. 6. Ron Gorchov (en rechtsonder Toni Matelli), Maruani Mercier
Zoals je (waarschijnlijk) wel weet heb ik een voorkeur voor kunst, ook toegepaste, uit het begin van de vorige eeuw, maar ik ben ook niet vies van andere stijlperiodes. Maar alles (laten) zien is onmogelijk, dus dient de vraag zich aan hoe ik dit varkentje ga wassen. Het credo blijkt dan vooral reduceren en deduceren.
Dus gemakshalve sla ik de juwelen-presentaties over (diamonds are not this girl's best friend: ik heb niks met glimmertjes). Hetzelfde geldt voor archeologische vondsten, tribal art, pre-Colombiaans- en Oosterse kunst. Ook geen oude klokken en historische medische- en nautische instrumenten. Weliswaar allemaal topstukken, maar ik moet nu eenmaal keuzes maken.

Oké. Ik ben goed op weg, maar ik moet verder met downsizen. Zilverwerk en munten (ik kijk wel graag naar Emiel Aardewerk in 'Tussen Kunst en Kitsch'. Zo'n sympathieke man - met een glimlach van oor tot oor - én verbazingwekkend hoeveel die 17e- en 18e-eeuwse bonbonnières, snuifdozen en kandelaren - en dan liefst als paar - waard zijn). Ook skip ik de antieke boeken en ander drukwerk, dus feitelijk beperk ik mij tot kunstwerken van ná 1850. Je ziet hier 'alleen' door mij gemaakte foto's van moderne en hedendaagse hoogstandjes. En ja, dat was pijnlijk snijden.

Publieksfavorieten

Mijn oog viel verrassend vaak op schilderijen van het Belgische CoBrA-lid Pierre Alechinsky (uit 1927, dus al in de 90). Een van de deelnemers, namelijk Samuel Vanhoegaerden, presenteert een uitgebreide verzameling tekeningen en schilderijen van James Ensor. Bij Guy Pieters Gallery lopen ze vooruit op zaken. Aankomende september zal Christo - op de voor hem gebruikelijke manier - de Arc de Triomphe in Parijs inpakken. Om het project te kunnen bekostigen (én voor het broodnodige op de plank) kun je bij deze galerie de 'ontwerptekeningen' kopen.
Opvallend veel minimalistisch en 'grafisch' werk.






1. Fernand Léger, Galerie Fleury. 2. Eduardo Paolozzi, Clearing. 3. Kim Tschang Yeul bij Alexis Lartigue Fine Art. 4. Carlos Cruz-Diez, La Patinoire Royale-Galerie Valérie Bach. 5. Anne Collier, Gladstone Gallery. 6. Stanley Whitney, Baronian Xippas.
En alles - uiteraard, zou ik haast willen zeggen - op kwaliteit, conditie, echtheid en herkomst gecontroleerd. Want je staat er niet bij stil, maar de te koop aangeboden kunstwerken zijn allemaal onderworpen aan een vakkundig, meedogenloos kritische inspectie uitgevoerd door een team van zo'n 100 kunst-connaisseurs. En die konden 'aan de bak', want er moesten maar liefst 10.000 tot 15.000 voorwerpen worden gekeurd. Een raggeling (ook wel miskoop) en - dientengevolge - een slechte pers kan een kunstbeurs van deze allure zich niet veroorloven.
(Op Nemo Kennislink lees ik dat big data in de toekomst uitsluitsel zal kunnen geven over de echtheid van schilderijen).

liefdadigheidsveiling

Dit jaar nieuw en verbandhoudend met het heuglijke 65-jarige bestaan van Brafa, is de organisatie van een liefdadigheidsveiling, waar vijf delen van de voormalige Berlijnse muur (na te zijn tentoongesteld bij de entree van de kunstbeurs) bij opbod worden verkocht. Verleden jaar (om precies te zijn op 9 november) was het 30 jaar geleden dat 'de Muur' - hét symbool van de Koude Oorlog en de Duitse deling - viel.
De opbrengst van de verkoop van deze gevaartes gaat in zijn geheel naar vijf goede doelen (waaronder een stichting voor kankeronderzoek en een die zich bezighoudt met de integratie van gehandicapten). En mocht je interesse hebben: de startprijs is vastgesteld op € 15.000 per segment. En als de veiling op de laatste dag van de beurs (zondag 2/2) wordt afgeslagen, dan moet je als lucky bidder wel zorgen voor een goed onderheide standplaats: elk deel weegt zo'n 3,6 ton.






1. Christo bij Guy Pieters Gallery. 2. Karel Appel, Galerie Fleury. 3. Pierre Alechinsky, Guy Pieters Gallery. 4. Een plukje Pablo Picasso pottery bij Bailly Gallery. 5. Andy Warhol, Galerie Jamar. 6. Maurizio Cattelan & Pierpaolo Ferrari, Maruani Mercier
Goed, ik laat het hierbij. Het mag duidelijk zijn, op Brafa 2020 zie je hebberig makende kunst: een must see voor elke serieuze kunstconsument.
Zelf gaan koekeloeren kan natuurlijk ook: en wel tot en met zondag 2 februari. Kijk voor je afreist dan wel even op de website voor bezoekersinformatie: https://www.brafa.art/nl/home.



-X-



De laatste drie foto's vanaf de Brafa-beursvloer zijn een bruggetje naar een van mijn volgende topics, namelijk mijn bezoek aan het Brusselse Bozart, alwaar een tentoonstelling over en met Keith Haring.



Drie maal Keith Haring: 1. 'Red-Yellow-Blue #20', Galerie von Vertes. 2. Keith Haring door Robert Mapplethorpe (uit 1984) en 3. (Moi bij) 'Untitled' (1990) bij Gladstone Gallery.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.
A grey Lady is een onafhankelijk weblog. Trips kunnen gesponsord zijn door derden, maar zonder enige toezegging over inhoud en presentatie.

Eli Content in het Joods Historisch Museum: 'So much I gazed on beauty'

18 januari 2020
Eli Content raakt geïnspireerd door de meest uitlopende zaken. Denk aan felgekleurd plastic speelgoed en medische handboeken, striptekeningen en romaanse schilderkunst, kabbala, art brut en jazz-muziek, zo lees ik in een bio die handelt over deze Nederlandse kunstenaar. Maar belangrijker - want niet over het hoofd te zien - door poëzie en zijn Joods zijn, want ook dát zijn terugkerende thema's in zijn werk.

In het Joods Historisch Museum zag ik 'So much I gazed on beauty', een uitstalling met het werk van Eli Content en vervolgens maakte ik van mijn "algeheindruk" een betoog.
Komt dat zien!



1. Eli Content. Foto: Inga Powilleit via Joods Historisch Museum. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Zonder titel', 1988.
Al decennia hangt kunstenaar Eli Content (1943) elke twee weken een ander, zelf gestempeld gedicht voor zijn raam, want hij is een groot liefhebber van poëzie. “Het is mijn ode aan de Nederlandse taal en het haalt dichters uit de vergetelheid*.”
Ooit had hij zelf de ambitie om met lyrische teksten zijn brood te verdienen. (Maar kan dat, met poëzie in je levensonderhoud voorzien?). 't Is het niet geworden: hij werd beeldend kunstenaar met een niet te stuiten behoefte om te creëren. Heel 'hongerig' naar meer, om zich zodoende, telkens opnieuw, artistiekerig uit te vinden. Op zoek zijn én blijven. Hard werken.

schilderen is denken...

De kunstenaar - op het moment dat ik dit schrijf nogal broos en krakkemikkig, want herstellende van lichamelijk ongemak* - kan terugkijken op een boeiende levensloop. Zo werd hij opgeleid voor het slagersvak (als in de voetsporen van zijn vader) en werkte hij als 16-jarige als koksmaat en later als zelfstandig kok op de grote vaart. Vervolgens zette hij zich in voor een kibboets, een leefgemeenschap en collectief boerenbedrijf in Palestina en diende hij als militair in het Israëlische leger.
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus eenmaal terug in Nederland had hij maar één doel voor ogen: kunstenmaker worden. (Content werd niet goed genoeg bevonden voor de kunstacademies in zowel Jeruzalem als die in Amsterdam en is daarom - met een tweejarige opleiding beeldende kunst bij Ateliers '63 in Haarlem - grotendeels autodidact).
* Bron: een recent interview in Trouw.

en denken is ordenen

In het Joods Historisch Museum (onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier) worden zo'n negentig kunstwerken in de kijker gezet. De titel van de expositie luidt 'So much I gazed on beauty' en het zijn allemaal hoogtepunten uit Content's oeuvre van de afgelopen veertig jaar. De vertoning is chronologisch opgebouwd en het begint met de vierkante, abstracte schilderijen uit zijn begintijd.





1. 'Zonder titel', 2017-2018. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Zonder titel', 1994. 4. 'Adam en Eva vallen uit het paradijs....', 2017. 5. (Links) 'Beresjiet, het Paradijs', 2013 en (rechts) 'Licht en duisternis', 2015. 
Die vroege doeken zijn met reden non-figuratief, omdat Content de tweede regel uit de Tien Geboden lange tijd serieus en dus letterlijk nam (Exodus 20: vers 2-14 en in de Thora heten ze de Tien Uitspraken). De leefregel luidt als volgt: "u zult voor uzelf geen afgodsbeelden maken, noch die dienen" en dat betekende voor de kunstenaar dat hij geen beeltenissen van mensen maakte. En het is nog maar zo'n tien jaar geleden dat Content besloot dit voorschrift te laten varen (zo begrijp ik uit een radio-interview met een van de samenstellers van de expositie). Content ziet zijn kunst "als bijdrage aan de voltooiing van de Schepping en een poging tot verbeelding van de wereld achter de zichtbare werkelijkheid", is de (ietwat cryptische) uitleg van het museum.

tekst in beeld

Letters, tekst en taal. Drie componenten die een grote rol spelen in het diverse werk - schilderijen, tekeningen, kunstboeken en ruimtelijke installaties - van Eli Content. Op veel van zijn werkstukken staan Hebreeuwse zinnen die verwijzen naar (en alweer) het scheppingsverhaal. Volgens de Thora schiep God als eerste schrifttekens, want zonder letters geen taal en dan zou God de scheppingswoorden immers niet hebben kunnen uitspreken. Letters zijn zo basaal als wat.

En al eerder noemde ik Content's liefde voor poëzie. Ook (dichterlijke) lied- en bijbelteksten of zinnen uit boeken hebben zijn interesse en dat mag blijken uit sommige titels van zijn werk. Op een serie manshoge kunstigheden met de titel 'Levenskracht' (die hij maakte vanaf 2012) staan op de zijkant zinnen uit songs en (bijbel)boeken en die quotes werden uiteindelijk ook de titels. Ook de grote tweeluiken hebben 'literaire' namen. Ik geef een voorbeeld en dat is meteen ook wel de langste.
't is getting so dark
I was thinking which is the best way
out of the wood it's getting so dark.
Kom, o Nacht, aloud en immer
eender, Nacht, onttroond geboren
Koningin, Nacht, Met klatergouden
sterren snel verschietend In uw 
kleed met franjen van Oneindigheid
F. Pessoa (Ik ben een omgevallen
boekenkast)"





1. Zaaloverzicht. 2. en 3. Beiden 'Zonder titel', 1992. 4. Zaaloverzicht. 5. (Vier maal) 'Zonder titel' uit de jaren 1988 en 1991. 
De schilderijen van Eli Content doen mij denken aan Art Brut, of zoals ik mij dat voorstel: spontaan en gevoelsmatig met een vette toets en veel textuur. Uit het leven gegrepen en gemaakt met hart, ziel en zaligheid en veel verbeeldingskracht.
De kunstwerken lijken niet te zijn bedacht, maar gedaan.

verbeeldingskracht

Ik heb één azijnpuntje en dat betreft het - in mijn ogen - matige lichtplan. Voor de beleving van kunst is de manier waarop de creatieve werkstukken worden belicht van essentieel belang en daar schort het (wat mij betreft) aan. Mijn foto's zijn daardoor ook zeker niet denderend. Sorry daarvoor.


-X-


KIJKWIJZER

1. (Boven) 'Landschap', 2016 en (beneden) 'Mijn Tahitie "After Gaugain', 2016. 2. Uit de serie 'Portretten', 2019. 
Tekst en alle (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

'Buiten schilderen' in Museum Gouda: de paden op, de lanen in...

14 januari 2020
Bepakt en bezakt met veldezel, schilderskist en een opgespannen doek de paden op, de lanen in. Een mooi stekkie zoeken en dan goed observeren, want daar draait het om bij 'pleinairisten': kunstenaars die het buitenleven als onderwerp nemen en dat ook ter plekke vastleggen. Met duim en wijsvinger van beide handen een kadertje maken, één oog dicht en turen maar.
In Museum Gouda staan 19de-eeuwse schilders die werkten in de Franse kunstenaarskolonie Barbizon en hun Nederlandse vakgenoten in Oosterbeek centraal in de tentoonstelling 'Buiten Schilderen'.

Ik bezocht de tentoonstelling over deze kunstzinnige trendsetters in het Goudse museum en maakte daarvan onderstaand essay (da's chic voor opstel).



1. Constant Gabriël, 'En plein air', 1870. 2. Zaaloverzicht. 3. Marie Bilders-van Bosse, 'Bosgezicht', ca. 1870. 
Dat kunstenaars elkaars gezelschap zoeken is van alle tijden, maar het meest bekend geworden is het artiestenclubje dat werkte in Barbizon. In het midden van de negentiende eeuw werd het gehucht zo'n zestig kilometer ten zuiden van Parijs, nabij het bos van Fontainebleau, een creatieve 'broedplaats', want het trefpunt van een groep geestverwante kunstschilders. In Nederland ontstond niet veel later ook een dergelijke kunstzinnige hotspot, namelijk in Oosterbeek.

een wist-je-datje

Maar dat samenkomen in het Franse Boerendorp - nu volgt een 'wist-je-datje' - wordt vaak toegeschreven aan allerlei ontwikkelingen (daarover later meer), maar de echte reden is heel banaal. Dat is in eerste instantie vooral 'te danken' aan een besmettelijke bacterie (de Vibrio Cholerae).
"Als in de zomer van 1849 in Parijs een cholera-epidemie uitbreekt, besluiten Jean-François Millet en Charles Jacque de stad te ontvluchten. Ze komen terecht in Barbizon, waar collega Théodore Rousseau op dat moment al zo'n twee jaar verblijft. Later zullen ook Charles-François Daubigny en Camille Corot, die tot dan toe vooral het landschap van de Morvan en van Bretagne hebben vastgelegd, en nog een paar anderen voor kortere of langere tijd in Barbizon neerstrijken."*
* Lees ik in een oud artikel in de Volkskrant, waarin overigens het hele idee van het bestaan van een zogenaamde 'School van Barbizon' wordt ontkend. 

verftube

Hoe dan ook, halverwege de 19e eeuw trokken kunstschilders de natuur in om het landschap te penselen. De uitvinding van de metalen kant-en-klare verftube in de jaren '30 van diezelfde eeuw maakte dat mogelijk. Voor die tijd moesten kunstenaars hun eigen kleuren wrijven van (lijn)olie en pigmenten en waren daardoor aan 'huis' gebonden. Zij maakten wel schetsen en plein air, maar de verdere uitwerking vond plaats in hun atelier. Met de introductie van de tube konden alle schildersbenodigdheden in een handzame, draagbare kist.





1. Zaaloverzicht. 2. Camille Corot, 'La Rochelle', 1860-1870. 3. Zaaloverzicht 4. en 5. Charles-François Daubigny, respectievelijk 'Zonsondergang' en 'De oogsters' en beiden ca. 1875.
Naast deze schildertechnische ontwikkeling, veranderden ook de ideeën over het schilderen van landschappen. Tot die tijd gebruikten kunstenaars ongerepte vergezichten - door hen vaak over de top geromantiseerd - vooral als achtergrond voor klassieke of historische taferelen.
Zo niet de artiesten van Barbizon: zij probeerden juist - en voor het eerst - de schoonheid van de omgeving zelf weer te geven, zonder het te willen opleuken. De sfeer, de lichtval, de kwaliteit van de plek en in weer en wind: de complete scenery moest ter plaatse worden ervaren en vastgelegd en dan liefst met vlugge, rake streken. Want vergis je niet: ze legden er wel degelijk een meerwaarde in, die hun werk deed uitstijgen boven lieflijke plaatjes (zoals de landschapjes van Bob Ross. En over 'The Joy of Painting' gesprokenin het najaar wordt Ross geëerd met een tentoonstelling in Museum More).
Welke indruk maakte het ongekunstelde panorama op henzelf? Wat was de stemming of de essentie van die natuurlijke omgeving?

Bob Ross 

Dit principe betekende een revolutie in de landschapskunst. Want daarmee waren deze mannen (het waren bijna uitsluitend mannen, een uitzondering* daargelaten) trendsetters voor het realisme, een stroming die meer en meer voet aan de grond zou krijgen. En verder doorgedacht: de werkelijkheid van de natuur - dus het realisme - zou de weg banen voor het impressionisme.
Zoals Marie Bilders-van Bosse met 2 schilderijen vertegenwoordigd en hoera voor de vrouwelijke inbreng (zie de 3e en laatste foto).

een beweeglijke toets

Deze voorhoedespelers kregen - zoals koplopers altijd en overal - behoorlijk wat kritiek voor de kiezen (hashtag-twitterbash). Hun conservatieve vakbroeders van de Parijse academies verweten de pioniers dat ze hun werk niet afmaakten, dat ze te grof werkten - oftewel "een te beweeglijke toets" hadden - en de natuur te weinig gedetailleerd weergaven. Desalniettemin was de trend gezet en derhalve onomkeerbaar.





1. Felix Ziem, 'Landschap met regenboog', voor 1855. 2. Odilon Redon, 'Weg te Biévres', ca. 1890. 3. Zaaloverzicht. 4. Charles-François Daubigny, 'Zonondergang aan zee', ca. 1876. 5. Johannes Warnardus Bilders, 'Landschap met water, Gelderland', 1880. 
De "School" van Barbizon staat erg in de belangstelling de laatste tijd (zie mijn blogposts van vorig jaar over Jean-François Millet in Collectie Mesdag en het Van Gogh Museum). En dat "school" staat niet voor niks tussen aanhalingstekens, want het was niet meer dan een 'gevarieerde en rommelige club landschapsschilders', aldus het eerder aangehaalde artikel in De Volkskrant en dit wordt beaamd door Museum Gouda. "Wel hingen zij hetzelfde gedachtegoed aan", lees ik in het handzame boekje met zaalteksten.
In het museum is al enige tijd (en nog tot en met 1 juni) een expositie te zien met de titel 'Buiten Schilderen', waarin geshowd wordt hoe diverse Franse kunstenaars in Barbizon en hun Nederlandse collega's in het Gelderse Oosterbeek invulling gaven aan het en plein air schilderen van de natuur.

'Je moet hier zijn geweest', schreef Anton Mauve vanuit Oosterbeek aan zijn vriend Willem Maris, 'dit is het mooiste land dat ik ken.'

Want rond 1840 (gelijkertijd met de aanleg van een treinverbinding tussen Amsterdam en Arnhem) besloten enkele kunstenaars - waaronder Johannes Warnardus Bilders en zijn echtgenote Marie Bilders-van Bosse - beiden verdienstelijke kunstschilders - te verhuizen naar de Veluwezoom. De ruige natuurschoon bij Oosterbeek bleek erg in trek bij een jonge generatie schilders die net als hun Franse vakbroeders hier ter plekke de 'ruisende' bossen, uiterwaarden met koeien, glooiende heuvels, zandverstuivingen en de paarse heidevelden wilden vastleggen.
Voor kortere of langere perioden - en dan vooral ’s zomers - penseelden Constant Gabriël, Willem Roelofs, Anton Mauve, Matthijs en Jacob Maris (en anderen) in het dorp dat van lieverlee veranderde in een van de eerste kunstenaarsdorpen van ons land (met de piek tussen 1840-1870 en gevolgd door Laren en Bergen).

Museum Gouda beschikt over een mooie verzameling 19e-eeuwse schilderijen van zowel Franse als Nederlandse schilders. Naast een groot aantal canvassen uit hun eigen collectie, zijn er diverse kunstwerken in bruikleen te zien.



1. Matthijs Maris, 'De dode eik bij Wolfheze', 1859-1860. 2. Het zaalboekje en Johannes Warnardus Bilders, 'De zich spiegelende berk', 1857. 3. Gerard Bilders, 'Bosgezicht', ca. 1860.
Ik zei het al eerder: Barbizon en het in de buitenlucht kwasten is momenteel erg in trek, want naast de vertoning in Museum Gouda kun je tot en met 22 maart in het Drents Museum in Assen terecht voor de tentoonstelling 'Barbizon van het Noorden'. Het Gooise Singer Laren vertoont (naast 'Spiegel van de ziel. Toorop tot Mondriaan') ook landschap-schilderijen in 'Van Barbizon tot Bergen' en die expositie is te zien tot met 10 mei.


-X-


KIJKWIJZER

Als een schilderij een 'diepe' lijst heeft (zoals deze) en hij wordt van boven aangelicht, dan zie je zo'n donkere schaduwrand aan de bovenkant (helaas onontkoombaar).
Marie Bilders-van Bosse, 'Gezicht op Oosterbeek-Laag', 1880.
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature