Keith Haring in Bozar in Brussel: kunst die geen kunst is...

29 januari 2020
Kunst die "geen kunst is". Althans? Het handelsmerk van Keith Haring was veel meer een (bedrieglijk) eenvoudige, cartooneske tekenstijl met dikke contourlijnen. Helemaal in de geest van die tijd: de jaren tachtig van de vorige eeuw. Zijn beeldtaal universeel. Typerend zijn de blaffende honden, kruipende baby’s en over elkaar buitelende peperkoek-mannetjes. Door iedereen begrepen en daardoor zo krachtig. Maar vergis je niet: het is niet zo vrolijk als het lijkt.

moderne hiërogliefen

Het Brusselse Bozar brengt momenteel (en naar eigen zeggen) "een grote retrospectieve met werk van de legendarische Amerikaanse kunstenaar Keith Haring". Ik bezocht deze 'grote retrospectieve' en maakte daarvan mijn eigen beeld|taal: een blogpost.
Kijk en lees je mee?




Als je beaux arts (oftewel 'schone kunsten') met een Franse tongval uitspreekt, dan krijg je - fonetisch - Bozar, vandaar deze naam voor het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, dat - samen met het Tate Liverpool en Museum Folkwang - de hier beschreven tentoonstelling organiseert. (Al eerder te zien in Liverpool, nu in Brussel en vervolgens naar Essen).
Een vertoning met het werk van Keith Haring (1958-1990), dertig jaar na zijn tragische dood op 31-jarige leeftijd. Aan het aidsvirus (allicht, zou ik willen zeggen): aan die rampzalige ziekte stierven toentertijd onnoemlijk veel mensen en juist in de bloei van hun leven. Vooral gay en biseksuele mannen werden sterker getroffen dan wie dan ook en tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen van de aids-epidemie voelbaar.

kort maar krachtig

Hij was een icoon: in zijn zo korte kunstenaarscarrière bouwde hij bij leven al een stevige internationale reputatie op. Samen met Andy Warhol en Roy Lichtenstein stond hij symbool voor de Popart, een betiteling die voor Haring maar gedeeltelijk opgeld doet. (Zelf geen voorstander van de consumptie-maatschappij, zoals te doen gebruikelijk in deze kunststijl. In tegendeel zelfs).

Haring - zoon van een cartoonist, werd geboren in Reading, Pennsylvania (USA). Aangemoedigd door zijn vader en beïnvloed door de strips van Walt Disney en illustraties in kinderboeken, tekende hij al van jongs af aan. Als kind ook al geïnteresseerd in kunst, studeerde hij eind zeventiger jaren enige tijd aan de 'School of Visual Arts' in New York. Kunst die geen kunst is? Haring wist wat hij deed: hij was wel degelijk kunstzinnig-theoretisch onderlegd.

anonieme spuitgasten

In de grote (Noord-Amerikaanse) steden zag je toentertijd overal graffiti: in de haast gezette tags, want de 'wildspuiter' wilde de politie vóór zijn (het was immers verboden). Haring bewonderde die anonieme spuitgasten met hun gestileerde letters en met vaste hand gespoten vloeiende lijnen.







(Ook) Haring vond dat kunst toegankelijk moest zijn voor jan en alleman, vandaar dat ook hij de straat en de ondergrondse verkoos als zijn canvas. Daar kon hij groot(s) werken en die voorliefde blijkt uit de enorme mural die hij in 1986 maakte op het 'Foodcenter' in Amsterdam-West (bij mij 'om de hoek'). En áls hij al doek als ondergrond gebruikte, dan het liefst het goedkope geplastificeerd zeildoek. 

the public has a right to art

Hij had een ongekende scheppingsdrang. Tussen 1980 en 1985 struinde hij de New Yorkse metrogangen af op zoek naar reclameborden die tijdelijk waren beplakt met zwart papier, in afwachting van nieuwe commerciële uitingen. Vervolgens tekende hij er met wit krijt in razend tempo naïeve figuren op: hij maakte er tienduizenden. "Maar soms was hij niet snel genoeg. Hij is er meerdere malen voor opgepakt*.''
Deze niet gesigneerde werken en het openbare creatieproces ervan, maakten van Haring een media-fenomeen. Steeds meer mensen begonnen zijn metrotekeningen mee te nemen", leer ik uit het handzame bezoekersgidsje bij de expositie. Zeer tegen de zin van Haring werden ze vervolgens voor veel geld verkocht (en dat betekende het einde van deze 'openbare werken' van Haring).
* bron: de Keith Haring Foundation in New York.

wereldverbeteraar van jewelste

Haring was een wereldverbeteraar van jewelste: maker van clowneske, drukbevolkte werken met een niet mis te verstane sociale betrokkenheid: hij was tegen het kapitalisme, de gekte van de massamedia en de massaconsumptie, tegen religie in het algemeen, de dreiging van een kernoorlog en de Apartheid in Zuid-Afrika in het bijzonder.
Hij stond zelf vaak op de barricade, zeker als het campagnes betrof voor vrije, maar vooral veilige seks. Homofobie was in de jaren 80 in de Verenigde Staten (en overal elders) nog schering en inslag en Haring was een groot voorvechter voor gelijke rechten. Hij maakte veelvuldig gay pride (muur-) schilderingen. Daarnaast gebruikte hij de 'roze driehoek': het - in de zeventiger jaren door de LBGTI-beweging overgenomen symbool uit nazi-Duitsland, dat gebruikt werd als 'merkteken' voor homo- en biseksuele mannen en transseksuele vrouwen (een variant op de gele Joodse ster).






Haring werd al snel beroemd bij het grote publiek, desondanks bleef hij actief in de underground scene en het alternatieve circuit, zelf een behoorlijk feestbeest zijnde.
Hij maakte meerdere tentoonstellingen (inclusief de aankondigingen, vaak op gefotokopieerde A-viertjes) in de roemruchte uitgaansgelegenheid 'Club 57' in het bohemienne, vrijgevochten East Village, downtown Manhattan. Hangout voor performance- en beeldend kunstenaars, (punk en new wave) muzikanten, schrijvers en dichters. Grace Jones, Madonna, Andy Warhol, Jean-Michel Basquiat en vele anderen. Iedereen kon er openlijk zijn wie hij of zij was of wilde zijn (ook 'just for one night') en genieten van de ongekende mogelijkheden van urban citylife.

feestbeest

Een brandende bijbel, bloedende aarde, vertrapte personen, een 'geldmonster' dat mannetjes vermorzelt, kruizen die mensen doorboren en zwarte figuren die aan de leiband lopen van witte soortgenoten. "Dat de werken bijna allemaal zonder titel zijn, is bewust. Haring kon zich enorm boos maken over toestanden, maar wilde niemand zijn visie opdringen. Iedereen mag zelf bepalen wat hij in de werken ziet", aldus een woordvoerder van de Keith Haring Foundation (in een artikel in het AD van sept. 2015 en vandaar ook geen bijschriften bij de foto's).

"Er bestaat voor mij geen verschil tussen een tekening die ik in de metro maak en een werk dat voor duizenden dollars wordt verkocht. Er zijn vanzelfsprekend verschillen in context en middelen, maar de bedoeling blijft hetzelfde."







2e foto: Keith Haring door Robert Mapplethorpe bij Gladstone Gallery tijdens @brafaartfair. 
"Het chronologisch en thematisch parcours" in het Brusselse Bozar "toont een breed palet van Harings kunstenaarspraktijk, met meer dan 85 tekeningen en schilderijen die worden aangevuld met video's, collages, posters, murals, archiefmateriaal...."

Het werk van Keith Haring is herkenbaar in één oogopslag.


-X-


KIJKWIJZER

Keith Haring bij de mural op het Foodcenter in Amsterdam. (De maker van de foto heb ik niet kunnen achterhalen).
Tekst en (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl 

Brafa 2020: geweldige aandachttrekkers op de 65e Brussels Art Fair

25 januari 2020
Vorig jaar bezochten maar liefst 66.000 belangstellenden de internationale Brussels Art Fair, oftewel Brafa. Al in 1956 opgericht en daarmee een van de oudste en meest respectabele beurzen van de wereld. Zeg maar gerust één van de top-5 kunst- en antiekmarkten wereldwijd. Dit jaar kun je je van 26 januari tot en met 2 februari vergapen aan allerhande pronkstukken op de Brusselse beursvloer.
Kopen mag ook.

Op uitnodiging van de organisatie maakte ik voorafgaande aan de opening van deze verkooptentoonstelling een rondgang langs de 133 kunst- en antiekdealers en dat leverde - zoals gewoonlijk en ingegeven door mijn (over-) enthousiasme - een bomvol weblog op.
Kom je mee? Ik leid je rond.



1. Roni Horn bij Simon Studer Art Associés. 2. (twee maal) Le Corbusier en 3. (brons van) Tony Matelli, via Maruani Mercier
Op deze 65e en dus extra feestelijke editie word je gefêteerd op handelaren en galeristen* uit veertien verschillende landen - waaronder zes uit Nederland** - die gezamenlijk een gevarieerde mix van objecten uit diverse kunstdisciplines aanbieden.
De bezoeker van Brafa vindt niet eens zoveel méér, maar vooral béter. Het crème de la crème van oude-, moderne- én hedendaagse beeldende kunst, archeologie, juwelen, tribal art, strips en design en dat alles gepresenteerd in stands die zijn ingericht als smaakvolle, soms/vaak/meestal eclectische stijlkamers. Zowat 5.000 jaar kunstgeschiedenis.
Afgelopen week kreeg ik een exclusive collectors and press preview (ja zeker, heel internationaal, want de high end art scene opereert nu eenmaal mondiaal) in het voormalige Brusselse post- en overslagstation Tour & Taxis.
50 Belgische (37 %) en 83 internationale kunsthuizen (63 %).
** Bruil & Brandsma; Douwes Fine Art galerijMorentzRueb Modern and Contemporary ArtStudio 2000 Art Gallery en Floris van Wanroij.

"Een eclectische beurs op mensenmaat met een gemoedelijke sfeer" zo refereert Harold t'Kint de Roodenbeke, sinds 2012 voorzitter/directeur van Brafa, naar 'zijn' kunstmarkt op de website. (En ik hoor het hem zeggen in dat mooie zangerige Vlaams.) 'We zijn ontzettend fier eens te meer een deskundig panel te kunnen voorstellen met internationale weerklank in zeer uiteenlopende domeinen."

Etalage van de kunsten

Ik kan niet anders dan dit beamen. Kunstzinnigheden van heb ik jou daar (en dat is een understatement). Maak je een slentertocht over het Brafa-parcours (om precies te zijn 15.400 m², dus je komt wel aan je 10K stappen), dan verplaats je je door de tijd en maak je tegelijkertijd een wereldreis. Je hoeft niet ver te zoeken: overal op de beurs fabelachtig eclectisch. Elke deelnemer meester in z'n eigen sfeer.
Ook voor al uw freaky en quirky objecten, zoals daar zijn een Mars meteoriet, een Afrikaans masker in de vorm van een antilope en Hollywood-memorabilia: wat te denken van de 'messcherpe klauwen' van Wolverine uit X-Men.






1. Victor Vasarely, Alexis Lartigue Fine Art. 2. De (design)stand van (het Nederlandse) Morentz. 3. Andy Warhol, Galerie von Vertes. 4. Ugo Rondinone, Gladstone Gallery. 5. Anne-Marie Paul bij Maison Rapin. 6. Ron Gorchov (en rechtsonder Toni Matelli), Maruani Mercier
Zoals je (waarschijnlijk) wel weet heb ik een voorkeur voor kunst, ook toegepaste, uit het begin van de vorige eeuw, maar ik ben ook niet vies van andere stijlperiodes. Maar alles (laten) zien is onmogelijk, dus dient de vraag zich aan hoe ik dit varkentje ga wassen. Het credo blijkt dan vooral reduceren en deduceren.
Dus gemakshalve sla ik de juwelen-presentaties over (diamonds are not this girl's best friend: ik heb niks met glimmertjes). Hetzelfde geldt voor archeologische vondsten, tribal art, pre-Colombiaans- en Oosterse kunst. Ook geen oude klokken en historische medische- en nautische instrumenten. Weliswaar allemaal topstukken, maar ik moet nu eenmaal keuzes maken.

Oké. Ik ben goed op weg, maar ik moet verder met downsizen. Zilverwerk en munten (ik kijk wel graag naar Emiel Aardewerk in 'Tussen Kunst en Kitsch'. Zo'n sympathieke man - met een glimlach van oor tot oor - én verbazingwekkend hoeveel die 17e- en 18e-eeuwse bonbonnières, snuifdozen en kandelaren - en dan liefst als paar - waard zijn). Ook skip ik de antieke boeken en ander drukwerk, dus feitelijk beperk ik mij tot kunstwerken van ná 1850. Je ziet hier 'alleen' door mij gemaakte foto's van moderne en hedendaagse hoogstandjes. En ja, dat was pijnlijk snijden.

Publieksfavorieten

Mijn oog viel verrassend vaak op schilderijen van het Belgische CoBrA-lid Pierre Alechinsky (uit 1927, dus al in de 90). Een van de deelnemers, namelijk Samuel Vanhoegaerden, presenteert een uitgebreide verzameling tekeningen en schilderijen van James Ensor. Bij Guy Pieters Gallery lopen ze vooruit op zaken. Aankomende september zal Christo - op de voor hem gebruikelijke manier - de Arc de Triomphe in Parijs inpakken. Om het project te kunnen bekostigen (én voor het broodnodige op de plank) kun je bij deze galerie de 'ontwerptekeningen' kopen.
Opvallend veel minimalistisch en 'grafisch' werk.






1. Fernand Léger, Galerie Fleury. 2. Eduardo Paolozzi, Clearing. 3. Kim Tschang Yeul bij Alexis Lartigue Fine Art. 4. Carlos Cruz-Diez, La Patinoire Royale-Galerie Valérie Bach. 5. Anne Collier, Gladstone Gallery. 6. Stanley Whitney, Baronian Xippas.
En alles - uiteraard, zou ik haast willen zeggen - op kwaliteit, conditie, echtheid en herkomst gecontroleerd. Want je staat er niet bij stil, maar de te koop aangeboden kunstwerken zijn allemaal onderworpen aan een vakkundig, meedogenloos kritische inspectie uitgevoerd door een team van zo'n 100 kunst-connaisseurs. En die konden 'aan de bak', want er moesten maar liefst 10.000 tot 15.000 voorwerpen worden gekeurd. Een raggeling (ook wel miskoop) en - dientengevolge - een slechte pers kan een kunstbeurs van deze allure zich niet veroorloven.
(Op Nemo Kennislink lees ik dat big data in de toekomst uitsluitsel zal kunnen geven over de echtheid van schilderijen).

liefdadigheidsveiling

Dit jaar nieuw en verbandhoudend met het heuglijke 65-jarige bestaan van Brafa, is de organisatie van een liefdadigheidsveiling, waar vijf delen van de voormalige Berlijnse muur (na te zijn tentoongesteld bij de entree van de kunstbeurs) bij opbod worden verkocht. Verleden jaar (om precies te zijn op 9 november) was het 30 jaar geleden dat 'de Muur' - hét symbool van de Koude Oorlog en de Duitse deling - viel.
De opbrengst van de verkoop van deze gevaartes gaat in zijn geheel naar vijf goede doelen (waaronder een stichting voor kankeronderzoek en een die zich bezighoudt met de integratie van gehandicapten). En mocht je interesse hebben: de startprijs is vastgesteld op € 15.000 per segment. En als de veiling op de laatste dag van de beurs (zondag 2/2) wordt afgeslagen, dan moet je als lucky bidder wel zorgen voor een goed onderheide standplaats: elk deel weegt zo'n 3,6 ton.






1. Christo bij Guy Pieters Gallery. 2. Karel Appel, Galerie Fleury. 3. Pierre Alechinsky, Guy Pieters Gallery. 4. Een plukje Pablo Picasso pottery bij Bailly Gallery. 5. Andy Warhol, Galerie Jamar. 6. Maurizio Cattelan & Pierpaolo Ferrari, Maruani Mercier
Goed, ik laat het hierbij. Het mag duidelijk zijn, op Brafa 2020 zie je hebberig makende kunst: een must see voor elke serieuze kunstconsument.
Zelf gaan koekeloeren kan natuurlijk ook: en wel tot en met zondag 2 februari. Kijk voor je afreist dan wel even op de website voor bezoekersinformatie: https://www.brafa.art/nl/home.



-X-



De laatste drie foto's vanaf de Brafa-beursvloer zijn een bruggetje naar een van mijn volgende topics, namelijk mijn bezoek aan het Brusselse Bozart, alwaar een tentoonstelling over en met Keith Haring.



Drie maal Keith Haring: 1. 'Red-Yellow-Blue #20', Galerie von Vertes. 2. Keith Haring door Robert Mapplethorpe (uit 1984) en 3. (Moi bij) 'Untitled' (1990) bij Gladstone Gallery.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.
A grey Lady is een onafhankelijk weblog. Trips kunnen gesponsord zijn door derden, maar zonder enige toezegging over inhoud en presentatie.

Eli Content in het Joods Historisch Museum: 'So much I gazed on beauty'

18 januari 2020
Eli Content raakt geïnspireerd door de meest uitlopende zaken. Denk aan felgekleurd plastic speelgoed en medische handboeken, striptekeningen en romaanse schilderkunst, kabbala, art brut en jazz-muziek, zo lees ik in een bio die handelt over deze Nederlandse kunstenaar. Maar belangrijker - want niet over het hoofd te zien - door poëzie en zijn Joods zijn, want ook dát zijn terugkerende thema's in zijn werk.

In het Joods Historisch Museum zag ik 'So much I gazed on beauty', een uitstalling met het werk van Eli Content en vervolgens maakte ik van mijn "algeheindruk" een betoog.
Komt dat zien!



1. Eli Content. Foto: Inga Powilleit via Joods Historisch Museum. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Zonder titel', 1988.
Al decennia hangt kunstenaar Eli Content (1943) elke twee weken een ander, zelf gestempeld gedicht voor zijn raam, want hij is een groot liefhebber van poëzie. “Het is mijn ode aan de Nederlandse taal en het haalt dichters uit de vergetelheid*.”
Ooit had hij zelf de ambitie om met lyrische teksten zijn brood te verdienen. (Maar kan dat, met poëzie in je levensonderhoud voorzien?). 't Is het niet geworden: hij werd beeldend kunstenaar met een niet te stuiten behoefte om te creëren. Heel 'hongerig' naar meer, om zich zodoende, telkens opnieuw, artistiekerig uit te vinden. Op zoek zijn én blijven. Hard werken.

schilderen is denken...

De kunstenaar - op het moment dat ik dit schrijf nogal broos en krakkemikkig, want herstellende van lichamelijk ongemak* - kan terugkijken op een boeiende levensloop. Zo werd hij opgeleid voor het slagersvak (als in de voetsporen van zijn vader) en werkte hij als 16-jarige als koksmaat en later als zelfstandig kok op de grote vaart. Vervolgens zette hij zich in voor een kibboets, een leefgemeenschap en collectief boerenbedrijf in Palestina en diende hij als militair in het Israëlische leger.
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus eenmaal terug in Nederland had hij maar één doel voor ogen: kunstenmaker worden. (Content werd niet goed genoeg bevonden voor de kunstacademies in zowel Jeruzalem als die in Amsterdam en is daarom - met een tweejarige opleiding beeldende kunst bij Ateliers '63 in Haarlem - grotendeels autodidact).
* Bron: een recent interview in Trouw.

en denken is ordenen

In het Joods Historisch Museum (onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier) worden zo'n negentig kunstwerken in de kijker gezet. De titel van de expositie luidt 'So much I gazed on beauty' en het zijn allemaal hoogtepunten uit Content's oeuvre van de afgelopen veertig jaar. De vertoning is chronologisch opgebouwd en het begint met de vierkante, abstracte schilderijen uit zijn begintijd.





1. 'Zonder titel', 2017-2018. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Zonder titel', 1994. 4. 'Adam en Eva vallen uit het paradijs....', 2017. 5. (Links) 'Beresjiet, het Paradijs', 2013 en (rechts) 'Licht en duisternis', 2015. 
Die vroege doeken zijn met reden non-figuratief, omdat Content de tweede regel uit de Tien Geboden lange tijd serieus en dus letterlijk nam (Exodus 20: vers 2-14 en in de Thora heten ze de Tien Uitspraken). De leefregel luidt als volgt: "u zult voor uzelf geen afgodsbeelden maken, noch die dienen" en dat betekende voor de kunstenaar dat hij geen beeltenissen van mensen maakte. En het is nog maar zo'n tien jaar geleden dat Content besloot dit voorschrift te laten varen (zo begrijp ik uit een radio-interview met een van de samenstellers van de expositie). Content ziet zijn kunst "als bijdrage aan de voltooiing van de Schepping en een poging tot verbeelding van de wereld achter de zichtbare werkelijkheid", is de (ietwat cryptische) uitleg van het museum.

tekst in beeld

Letters, tekst en taal. Drie componenten die een grote rol spelen in het diverse werk - schilderijen, tekeningen, kunstboeken en ruimtelijke installaties - van Eli Content. Op veel van zijn werkstukken staan Hebreeuwse zinnen die verwijzen naar (en alweer) het scheppingsverhaal. Volgens de Thora schiep God als eerste schrifttekens, want zonder letters geen taal en dan zou God de scheppingswoorden immers niet hebben kunnen uitspreken. Letters zijn zo basaal als wat.

En al eerder noemde ik Content's liefde voor poëzie. Ook (dichterlijke) lied- en bijbelteksten of zinnen uit boeken hebben zijn interesse en dat mag blijken uit sommige titels van zijn werk. Op een serie manshoge kunstigheden met de titel 'Levenskracht' (die hij maakte vanaf 2012) staan op de zijkant zinnen uit songs en (bijbel)boeken en die quotes werden uiteindelijk ook de titels. Ook de grote tweeluiken hebben 'literaire' namen. Ik geef een voorbeeld en dat is meteen ook wel de langste.
't is getting so dark
I was thinking which is the best way
out of the wood it's getting so dark.
Kom, o Nacht, aloud en immer
eender, Nacht, onttroond geboren
Koningin, Nacht, Met klatergouden
sterren snel verschietend In uw 
kleed met franjen van Oneindigheid
F. Pessoa (Ik ben een omgevallen
boekenkast)"





1. Zaaloverzicht. 2. en 3. Beiden 'Zonder titel', 1992. 4. Zaaloverzicht. 5. (Vier maal) 'Zonder titel' uit de jaren 1988 en 1991. 
De schilderijen van Eli Content doen mij denken aan Art Brut, of zoals ik mij dat voorstel: spontaan en gevoelsmatig met een vette toets en veel textuur. Uit het leven gegrepen en gemaakt met hart, ziel en zaligheid en veel verbeeldingskracht.
De kunstwerken lijken niet te zijn bedacht, maar gedaan.

verbeeldingskracht

Ik heb één azijnpuntje en dat betreft het - in mijn ogen - matige lichtplan. Voor de beleving van kunst is de manier waarop de creatieve werkstukken worden belicht van essentieel belang en daar schort het (wat mij betreft) aan. Mijn foto's zijn daardoor ook zeker niet denderend. Sorry daarvoor.


-X-


KIJKWIJZER

1. (Boven) 'Landschap', 2016 en (beneden) 'Mijn Tahitie "After Gaugain', 2016. 2. Uit de serie 'Portretten', 2019. 
Tekst en alle (iPhone)foto's: @miriamvandermeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature