De geslaagde comeback van Frans Hals in het Frans Hals Museum

5 januari 2019
Het zijn niet persé hun mooiste werken, maar de in 'Frans Hals en de Modernen' getoonde schilderijen van kunstenaars als Monet, Manet, Ensor, Liebermann en Van Gogh laten wel heel goed zien hoe deze realisten en impressionisten werden beïnvloed door de Haarlemse meester. Meer dan 500 schilders uit de negentiende eeuw reisden tussen 1862 en 1899 naar Haarlem om daar het werk van hun idool - Frans Hals - te bestuderen en heel vaak ook na te schilderen. 

In de expositie in het Frans Hals Museum zie je 80 schilderwerken - en dan vooral portretten - waaronder 50 bruiklenen uit nationale- en internationale musea en privécollecties, waaruit de impact van Frans Hals op deze 'modernen' evident naar voren komt.
Kijk en vergelijk!



1. Robert Henri, (Deel van) 'Lachende jongen (Jopie van Sloten), 1910. 2. George Hendrik Breitner 'Lachende jongen en drinkende jongen', ca. 1880.
3. Frans Hals, 'Lachende jongen', ca. 1625.
Het schilderij 'Lachende jongen' uit ca. 1625 van Frans Hals wordt in de tentoonstelling beschreven als "misschien wel het mooiste 17e eeuwse kinderportret". En nu kan ik dat moeilijk onderschrijven - ik ben geen specialist - maar inderdaad: dit kinderkopje is uitzonderlijk fraai. Ontroerend ook.
Frans Hals (Antwerpen, 1582 of 1583 - Haarlem, 1666) schilderde kinderen in al hun onschuld, ongedwongen en meestal lachend. En het vastleggen van 'de lach' zou (volgens dezelfde zaaltekst) een van de moeilijkste gezichtsuitdrukkingen zijn om te schilderen. "Er wordt wel gedacht dat Frans Hals zo goed was in het schilderen van kinderen, omdat hij ze voortdurend om zich heen had". Frans Hals had veel grut (koters, kroost): hij heeft er 14 laten dopen.

Precies zo wilde ook de Amerikaanse kunstenaar Robert Henri (1865-1929) schilderen. Hij bezocht de tentoonstelling met het werk van Frans Hals in 1910 en maakte naar aanleiding daarvan een portret van het Haarlemse schoffie Jopie van Sloten. In het aandoenlijke portret herken je duidelijk de spontaniteit en de levendigheid die ook de (kinder)portretten van Frans Hals typeren. Ook Henri wilde "de vulgariteit van het grauwe leven van alledag" verbeelden.

"lustich van leven"

Want naast de formele en vaak in opdracht gemaakte (groeps-)portretten, waaronder zijn beroemde schuttersstukken en pendanten van echtelieden, schilderde Frans Hals ook genre-werken: een zigeunermeisje, 'de vrolijke drinker', een groenteverkoopster, de Haarlemse 'dorpsgek/heks' Malle Babbe (we zouden haar nu 'verstandig gehandicapt' noemen) en meer van zulke stukken. En die impressies uit het dagelijks leven waren vrij werk (dus niet in opdracht) én ongebruikelijk in die tijd. Dientengevolge ook weinig lonend en er moest wel 'brood op de plank' met die 14 te voeden mondjes. Je kunt gerust zeggen dat Frans Hals oog had voor, en meester was in het verbeelden van het gewone; het banale.





1. Links Frans Hals, 'Malle Babbe', 1630/35 en rechts Gustave Courbet, 'Malle Babbe', 1869. 2. Studies van handen. 3. Max Liebermann, 'Officieren', 1903. 4. Vincent van Gogh, 'Kop van een Prostituée', 1885. 5. Robert Henri, 'Celestina', 1908. 
De kunstschilder kreeg na zijn dood de dubieuze reputatie van klaploper en dronkenlap die zich té vaak had overgegeven aan 'volkse genoegens' en ook zijn schilderstijl - die losse streek - zou uit de mode raken. Die levendigheid werd van ca. 1700 tot 1850 niet (meer) gewaardeerd. Want de rijke, puriteinse Hollanders wilden - volgens de laatste Franse en Italiaanse mode - liever Bijbelse en klassieke afbeeldingen in plaats van de alledaagse en (daardoor) platvloerse onderwerpen. "De klare lijn ging het winnen van de dik opgebrachte verf; het afbeelden van geïdealiseerde schoonheid werd het doel."
En dus precies om dezelfde reden als waarom hij in het begin van de achttiende eeuw werd verguisd (en daardoor in de vergetelheid raakte), werd hij in de late 19de eeuw bejubeld: zijn losse penseelstreek en zwierige schildersstijl, die impressionistisch aandeed.

Het was door een verslag van Théophile Thoré-Bürger in 1866 (en daarna) dat Frans Hals na 200 jaar weer 'in the picture' raakte. De Franse kunstcriticus bezocht Haarlem een aantal keren en in verschillende publicaties (in het gezaghebbende 'Gazette des Beaux-Arts') prees hij de Haarlemse meester. In zijn recensies beschreef Thoré-Bürger de stijl en techniek van Hals en "deed hij de anekdotes over Hals' drankgebruik en liederlijke levenswijze af als laster".

Frans Hals revival

Al snel na publicatie kwamen de in die tijd als moderne schilders bekendstaande artiesten in grote getale naar Haarlem. "In het begin maakten vooral Franse schilders de reis, maar in hun kielzog (per stoomboot, -trein of koets) brachten ook Duitse, Engelse en Amerikaanse collega's een bezoek aan Haarlem, dat zich als een waar pelgrimsoord ontpopte." In het gastenboek van (de voorganger van het) Frans Hals Museum staan de namen van 500 kunstenaars, waaronder Édouard Monet, Claude Manet en Vincent van Gogh. De Duitse kunstenaar (en docent/directeur van en aan de Academie in Berlijn) Max Liebermann* "was velen malen in het museum te vinden en vervaardigde tientallen kopieën naar schilderijen van Frans Hals - meer dan wie dan ook."

* Liebermann's adoratie voor Frans Hals ging best wel (...) ver. Toen zijn vrouw tijdens hun huwelijksreis door Nederland zwanger bleek, wilde hij - in geval van een jongetje - die zoon de naam Frans Hals Liebermann geven. Het werd een meisje. 





1. Max Liebermann, 'Officieren', 1903. 2. Vincent van Gogh, 'Postbode Joseph Roulin', 1888. 3. Frans Hals, 'Vissersjongen', 1632/33. 4. Édouard Manet, 'Corner of a Café-Concert', 1878/80. 5. Frank Duveneck, 'De Cavalier', 1879.
In het voormalige Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, nu het Frans Hals Museum slinger je thematisch door de (kleine) zalen. In de 'kruip-door-sluip-door' kamers en in het rondom een binnentuin gebouwde 17e eeuwse pand zie je de kopieën van de 'moderne' realistische en impressionistische artiesten: zowel van details uit schilderijen (zoals hoofden of handen) als complete schuttersstukken.

zoek de verschillen!

Naast de kopiisten die Frans Hals 'klakkeloos' naschilderden waren er ook die zich door de penseelvoering en de 'bewegelijke' frontale (dus en face) portretten van hun idool lieten inspireren en zelf nieuw werk à la mode Frans Hals produceerden. Neem Vincent van Gogh. Hij was in hoge mate onder de indruk van de door Hals zo realistisch neergezette volkse typetjes. In de schilderijen 'Kop van een prostituee' (1885) en 'Postbode Joseph Roulin' (1888) zie je dan ook duidelijk de invloed die de schilder op Van Gogh heeft gehad.

Frans Hals hype

Een ander thema is 'kragenparade', over de (molensteen-)kragen-rage in de negentiende eeuwse schilderkunst (en dan met name in de 'art scene' in München). "De los en vlot geschilderde kragen van Frans Hals - een kledingstuk zo typisch voor de Gouden Eeuw (red.) - waren het beste voorbeeld, omdat het voor de 'modernen' meer ging om het afbeelden, dan om een natuurgetrouwe weergave. Vooral vrienden en collega's werden met grote kragen geportretteerd; de schilders poseerden voor elkaar met 17de eeuwse kostuums om zich nog beter in te leven." 





1. Frans Hals, 'Portret van Pieter Jacobsz Olycan', ca. 1630. 2. Frans Hals, 'Portret van een man, met baard en kraag', 1625. 3. André Mniszech, Portret van Daniël Franken', 1877. 4. Ferdinand Roybet, 'Portret van de schilder Antoine Guillemet', ca. 1900. 5. Frank Duveneck, 'Man met een kraag', 1875. 
Goed. Tot zover 'Frans Hals en de Modernen' in wat het museum 'Hof' noemt. Tegelijkertijd zie je in de andere locatie 'Hal' - de oude Vleeshal op de Grote Markt - de groepstentoonstelling Ruis! Frans Hals, Anders: "hedendaagse kunstenaars die op een vergelijkbare manier spelen met de portretkunst en deze bevragen".
Mijn beoordeling van de charmante tentoonstelling kan niet anders zijn dan lovend, maar er moet mij toch iets van het hart. Want is het gerechtvaardigd om voor deze expositie een toeslag te vragen? 

Wat is het geval? De entreeprijs voor het Frans Hals Museum is voor deze gelegenheid € 22,00 p.p. en voor houders van een museum(jaar)kaart geldt een toeslag van € 8,00 mind you (dus geen kattepis). Het komt steeds vaker voor. Voor de succesvolle Escher-tentoonstelling in Leeuwarden moest je € 5,- neertellen. In het Groninger Museum betaal je voor het zien van het glaswerk van Dale Chihuly ook € 5,00 extra; voor 'Classic Beauties' in de Hermitage geldt een toeslag van € 2,50; idem dito met een sterretje bij 'Actie - Reactie' in de Kunsthal Rotterdam; het TeylersMuseum vraagt 8 euri voor de tekeningen van Leonardo da Vinci....

Op de site van de Museumkaart lees ik: "bij uitzondering mogen musea aan kaarthouders een toeslag vragen voor een bijzondere tentoonstelling, op voorwaarde dat betalende bezoekers dezelfde toeslag ook betalen" (en dat laatste lijkt mij volstrekt logisch)! Maar ik lees het toch goed: bij uitzondering? En wat verstaan wij (maar ook ieder voor zich) onder een 'bijzondere' tentoonstelling? 
De vergoelijking van de musea zal liggen in de dalende subsidies en hoge(re) productiekosten, maar het is inmiddels geen uitzondering meer. Toeslagen (b)lijken schering en inslag.

Ik vind het kwalijke tendens.
Moet de Museum(jaar)kaart* op de schop? Gaat hij aan zijn eigen succes ten onder?

Wat vind jij?


-X-


* Op 30 september jl. werd de prijs van de jaarkaart met € 5,00 verhoogd (bij eerste aankoop € 64,90 en bij verlenging 59,95). De kaart voor jongeren t/m 18 jaar bleef in prijs gelijk, namelijk 32,45 euro (terwijl in veel musea kinderen t/m 18 jaar gratis en voor niks naar binnen kunnen - zo ook in het Frans Hals Museum - dus waarom zou je dan een kaart (ver)kopen voor kinderen....?).

Her en der in de expo hangen kamerhoge doeken met illustraties van Aart Taminiau (1982) die het verhaal van de modernen in Haarlem vertellen.
Bronnen: Wikipedia en een artikel in de bij de tentoonstelling behorende magazine van het Frans Hals Museum. 
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature