How to make anything: Ambacht in beeld

25 september 2016

Hakken, drukken, zagen, schaven, stoven, gieten, kneden, snijden, spuiten, vouwen, buigen en draaien. Dit zijn allemaal werkwoorden en al die handelingen zijn uit te voeren tijdens het Ambacht in Beeld Festival dat dit weekend gehouden wordt in het prachtig gerenoveerde hoofdstedelijke Hallen-complex. En nu kan het heel goed zijn dat je deze werkvormen niet onder de knie hebt en dat is des te meer reden om af te reizen naar deze doe-het-zelf-beurs pur sang. Want een ambacht, dé ultieme DoItYourself, kun je leren. Daar en dit weekend.

Werk aan de winkel

"Men noemt een product ambachtelijk of artisanaal als het op de originele of traditionele manier gemaakt wordt. Ambachtelijke producten dragen zweet en liefde in zich; elk exemplaar is uniek doordat de ambachtsman individuele aandacht schenkt aan het materiaal".
Tot zover de uitleg van het begrip 'ambachtelijk' volgens Wikipedia.
Zweet en liefde? Dan dat ambachtsman? Dat klopt niet. Dat wordt ambachtsmens. Een heleboel authentieke producten worden immers van oudsher door vrouwen gemaakt (neem bijvoorbeeld heel veel traditionele handwerk-technieken in de klederdracht).
Dus vanaf nu spreken we van ambachtspersoon.
Afgesproken?





That's the question? De mate van ambachtelijkheid schijnt bepaald te worden door de mechanisatiegraad. Klinkt goed. Waar het op neer komt,  is dat hoe minder machines er aan te pas komen, hoe ambachtelijker het product is. Verder zijn de persoonlijke bekwaamheid van de vakvrouw of -man én diens ervaring doorslaggevend bij de kwaliteit van het uiteindelijke product. (Bij gemechaniseerde productie is de stroom namelijk continue en van een constante gecontroleerde kwaliteit. Dit in tegenstelling tot handmatig gefabriceerde scheppingen).

Hoe ambachtelijk is ambachtelijk?

Omdat de term niet beschermd is, wordt er in de reclame op grote schaal misbruik van gemaakt. 'Tegenwoordig' zou ik hieraan toe willen voegen. Heden ten dage wordt er misbruik van gemaakt, want er was een tijd dat handmade, authentiek en ambachtelijk een heel suf imago had. En dat is niet eens zo lang geleden...






Goed. Alles wat zelfgemaakte is - zeg maar, alles wat s l o w is, want slow suggereert ook authenticiteit - is hip en - dus - aantrekkelijk. In Ierland stellen ze aan het misbruik van het woord paal en perk door regels op te stellen wanneer je iets ambachtelijk mag noemen. Dat zijn: het product wordt in beperkte hoeveelheid gemaakt door vaklieden; de productiemethode is niet alleen maar mechanisch en gaat volgens 'ouderwetse' methoden; de productie gebeurt op kleine schaal, op één locatie in de buurt en (tot slot) de karakteristieke ingrediënten of halffabricaten, worden lokaal geteeld of geproduceerd.
Appeltje, eitje, toch?
Deze criteria gaan wij ook hanteren.

4 regels tegen wildgroei in het ambachtelijke

Dan nog even terug naar het Festival. Er is niets te koop op de beurs (nou, bijna niets), maar volop zelf te doen. En als je denkt dat ik je alles heb laten zien, dan heb je het mis. Er is nog veel meer te doen en te beleven. Vandaag nog tot 18.00 uur.



-X-


  
Uiteraard sluit ik af met keramiek. 'Leer draaien op een pottenbakkersschijf' bij Het serviesfabriekje.




Op de foto's (allemaal van www.agreylady.nl):
Glas in Lood Zetterij
Het Leerlokaal
Edelsmeden bij Vakschool Schoonhoven
Met de hand geweven bij Sytze Roos
Met de hand genaaid bij Meesteropleiding Coupeur
Beeldhouwen bij Burney Bavelaar en Peter Termaten
Bij Joep Struyk in steen letters hakken


PS: aankomende week krijg je een of twee reviews van de VTwonen & Designbeurs. Ook leuk!

Veranderende beeldvorming - A Grey Lady!

18 september 2016
Drie jaar.
Inmiddels blog ik ruim drie jaar op roomservice13-punt-nl. Heel onbezonnen ooit begonnen. Gewoon een keer mee gestart. Lichtend voorbeeld was leeftijdsgenoot Ingrid van Ing-things (nee, is niet helemaal waar. Zij is toch wel een stuk jonger dan ik) en "wat zij kan, kan ik ook". Of beter: "wat zij kan, zou ik toch ook moeten kunnen", want ik wist absoluut niet waar ik aan begon. Niet te lang nadenken en gewoonweg 'gaan met die banaan".
So far so good.



Dan een naam. Alles start met een naam (anders kun je geen website bouwen) en zonder daar lang over na te denken ging ik op zoek naar een naam die nog 'vrij' was. Maar alle leuke, gevatte en toepasselijke blognamen met woorden die refereerden aan huis, thuis, wonen of interieur waren al bezet. Zo ook 'roomservice', maar als ik er 13 achter zou zetten, dan kon ik - eindelijk - aan de slag. "Ik zeg: doen. Dan kan ik tenminste beginnen..."
Mijn eigenste online dagboek.

Tadaa! 

 "What's in a name. A rose by any other name would smell as sweet". 

Dit is een van de bekendste citaten uit Romeo & Juliet (1597) van William Shakespeare en het wil zoiets zeggen als, dat het niet uitmaakt hoe je iets noemt. Een naam zegt niets over wat iets of iemand werkelijk is.

En dan denk jij waarschijnlijk: "waar gáát dit over"? Nou, dat ga ik je vertellen. Dit blogbericht gaat over de nieuwe naam van mijn blog. Al heel lang een grote wens, maar ik miste tot nu toe de stoute schoenen om aan te trekken.
Eindelijk heb ik het 'lef' om de naam en daarmee de uitstraling van mijn blog te veranderen.




De naam van je blog veranderen. Lekker belangrijk! Nou, dat is het dus wel voor mij. Hoewel ik vaak een andere indruk wek, ben ik geen vrouw waar je U tegen zegt. (Ook) ik blijf liever bij het veilige en vertrouwde. Veranderen kost namelijk veel tijd, moeite en inzet weet ik uit eigen ervaring.

Big deal!

Zo ook het veranderen van je naam en logo op het WorldWideWeb. Veranderende beeldvorming heeft nogal wat voeten in de aarde. Alles heeft met alles te maken en alles moet doorgeleid worden (achter dit vertrouwde website-scherm en zeg maar - onder de motorkap - houdt alles verband met elkaar en is alles mét en áán elkaar verbonden).

Broodnodige hulp

Ik heb een in het dagelijks leven handige karaktereigenschap en dat is, dat ik vaak de juiste personen voor mijn probleem weet te interesseren. Want zijnde niet behendig of technisch, ben ik voor een heleboel dingen afhankelijk van allerlei steun- en toeverlaat. In eerste instantie bood zoonlief Rogier de broodnodige hulp en later - en nog steeds - krijg ik assistentie van ex-bovenbuurman Mister D. (voor intimi) die overall en computertechnisch de boel moderniseert en verschoont.

Webside-wise (ik blog in een systeem genaamd Blogger) zit ik zelf aan mijn max qua kennis, en kunnen genoemde heren mij ook niet meer bijbenen. Wat ik zelf (met Mister D. in de achtervang) kón aanpassen en verbeteren heb ik gedaan, maar hier en nu houdt mijn benul op. Dus ik heb (weer) hulp ingeroepen en wel van mijn eigen 'student aan huis'. Echt! Een charmante, (piep)jonge en schoolgaande collega-blogger genaamd Laura Mariska (tevens de naam van haar Blogger-blog, met artikelen over beauty, fashion en hoe te bloggen), die mij gaat helpen met het optimaliseren van de lay-out van mijn blog. Gefaseerd wordt mijn blog professioneler, technisch geavanceerder en mét een nieuwe naam.




Inhoudelijk zal er niets veranderen, dus laat je niet afschrikken door de naam.
Het wordt 'A Grey Lady'. Een grijze dame, maar wel een typetje met een houding. Een air van 'kom maar op', maar óók met een klein hartje. Eigenwijzigheid op niks af. "With An Attitude'.
'Not dead Yet Style', zoals het blog van een Amerikaanse sixty-something collega heet, maar díe naam vind ik pas echt confronterend...

Niet schrikken en je bent gewaarschuwd

Jij hoeft niets te doen (liken en delen is altijd fijn ;-), alles gaat automatisch. Als het zover is (van de week of die week daarna...), dan wordt je vanzelf doorgeleid naar 'mijn nieuwe blog'. Een en ander heeft behoorlijk wat voeten in de aarde (er kunnen ook zomaar wat kinderziektes optreden, vandaar ook mijn angst), maar Laura Mariska heeft alles onder controle (hoop ik, denk ik.... :-| ).

(Niet anders dan op Roomservice13) lees je op 'A Grey Lady' over kunst, vintage- én hedendaags design, architectuur én krijg je veel wooninspiratie. Én alles wat verder nog ter tafel komt.
Alles waar ik warm voor loop.
En dat is veel.
Best wel!

:-)

Op- en aanmerkingen en reacties zijn - zoals altijd - van harte welkom.




Bij de foto's (allemaal van roomservice13.nl).
Er is geen enkel verband tussen de foto's en de inhoud van dit artikel anders dan dat de foto's een bepaalde (soms misplaatste) stoerheid uitstralen.
Dat dus!

Beestjes, allemaal beestjes in Micropia

14 september 2016
Een paar weken geleden bezocht ik - in het kader van de Open Monumentendag - een lezing in de Heineken Experience. Bij die gelegenheid vertelde de trotse directeur van deze bezienswaardigheid dat,  (A) dit bier-museum de grootste publiekstrekker van Amsterdam is én (of moet ik zeggen 'maar') (B) dat die bezoekers voor het overgrote deel buitenlanders zijn. Jammer, vond hij. Hij wilde meer Nederlanders binnenhalen en dan natuurlijk ook Amsterdammers. Die komen namelijk niet.
Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld het Anne Frankhuis en nog een stuk of wat andere must sees and things to do in de hoofdstad. Enorme rijen met belangstellenden, maar nauwelijks Nederlandssprekenden.


Verkoeling in Micropia

Wat kun je doen als Nederland 'gebukt' gaat onder tropische weersomstandigheden? Als iedereen, (en ook ik, zei de gek), zuchtend en steunend in de schaduw enige verkoeling zoekt? Nou, wat dacht je van een bezigheid bedenken in een airconditioned gebouw. En dan te weten dat ik helemaal niet van airconditioners hou. In hotels zet ik die altijd uit. Met zo'n koelapparaat heb je immers en juist binnen no time een koutje te pakken. Haaatsjoe!
Zo'n virus. Of is het een bacterie?
Weet jij het? Nee? Nou, óp naar Micropia! Inderdaad. Een museum én een van die Amsterdamse attracties waar ik normaal gesproken aan voorbij zou lopen. 

Het onzichtbare wordt zichtbaar

In Micropia zie je levende microben eten, bewegen en zich voortplanten. Zie je de bijzondere vormen en onwerkelijke kleuren. In dit museum wordt zichtbaar wat onzichtbaar is en waar ik met mijn petje niet bij kan. Té wetenschappelijk en ingewikkeld. En toch wordt het in Micropia inzichtelijk gemaakt. Begrijp ik iets meer van microben.
(Zijnde micro-organismen die te klein zijn om met het blote oog te zien. Eencelligen zoals bacteriën, protozoa, eencellige algen en schimmels. Virussen en prionen worden niet tot de micro-organismen gerekend, omdat ze niet als levend worden gezien. Desondanks wel te zien Micropia. Bron: Wikipedia).








Ik heb best wel (...) een sterke maag. Ben niet zo gauw ergens vies van, maar bij één van de opstellingen heb ik vooral gekeken hoe (buitenaards) mooi alle wezentjes waren, zonder dat ik de behoefte voelde om de uitleg te lezen. Want ze zitten immers overal.


lekker vies en smetvrees

Op de afstandbediening, je telefoon, de kraan, in je breiwerkje, in bed en op de bank. Alles is vergeven van die beestjes. Een aantal bacteriën hebben - heel terecht - een hele slechte reputatie. Maar gelukkig zijn er veel meer onschadelijke en zelfs nuttige bacteriën dan ziekmakende. En wat zijn ze mooi, die poepschimmels, roeippootkreeftjes, pantoffeldiertjes en slijmzwammen. 




Bacteriën in tandplak (wel mooi...).

-X-


Had ik al gezegd dat Micropia een bezoek meer dan waard is?

PS: hieronder zie je een uitvergroot schaalmodel van een zeer verraderlijke en uiteindelijk dodelijke beauty: het Aids-virus. Glazen kunstwerk van de Brit Luke Jerram uit de serie 'glass microbiology'.
Daaronder voorwerpen van mycelium, oftewel schimmels van kunstenaar Maurizio Montalti.



Alle foto's: www.agreylady.nl

B.b.h.h. en monumenten-spam.

9 september 2016

't Is alleen dit weekend nog en dan hou ik op over die Mokumse Monumenten. Ik beloof het.

Dit keer een blogbericht op de vrijdag met als reden dat ik, zowel zaterdag als zondag, bezigheden buitenshuis heb (b.b.h.h.). Na juli en augustus - twee sukkelmaanden met enkel komkommernieuwsgeht es in september löss. Traditiegetrouw zit het najaar boordevol te bezoeken evenementen waarvan je op mijn persoonlijke online dagboek een relaas mag verwachten.
Onderin dit bericht vind je een opsomming van al die festiviteiten.


Design-icons: 100 jaar Gispen

4 september 2016

Vandaag is het op de kop af 100 jaar geleden dat Willem Hendrik Gispen de deur van zijn nieuwe bedrijf aan de Coolsestraat in Rotterdam opende en daarmee was de werkplaats voor 'kunstsmeedwerk, constructiewerk, schuifhekken, koper en brons: firma WH Gispen & Co.' een feit.

Tegenwoordig zou je zoiets een startup noemen, want industrieel ontwerper Gispen wilde voor die tijd zeer innovatief metaalwerk voor het interieur gaan verkopen en daarmee nam hij een groot ondernemersrisico. Maar - alhoewel Willem niet in de voetsporen van zijn in tabak handelende vader wilde treden - ontpopt hij zich als een handig zakenman.
We gaan 100 jaar terug in de tijd.

Wapenfeiten 

Gispen (Amsterdam 1890 - Den Haag 1981) had de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen niet eens afgemaakt, toen hij in 1916 zijn eigen smederij oprichtte. Van zijn ex-baas (metaalbedrijf Bettenhausen) nam hij zowel een goede ijzer-, als een vakkundige koperwerker mee om in eerste instantie vrij traditioneel werk te maken zoals muurstaven en draagconstructies.


Maar Gispen wilde meer. Hij sloot zich aan bij de ontwerpopvattingen van De Stijl en schakelde over van ambachtelijke op machinale fabricage. Daarnaast begon hij met het ontwerpen en produceren van stalen buismeubelen voor kantoren en woningen.
In 1924 maakte hij alle lichtarmaturen en kachels voor de Waalse Kerk in Rotterdam. Zijn serieproductie van lampen in geforceerd en gebronsd koper met matglazen ballonkappen waren een dusdanig succes dat hij de lampen in 1927 koppelde aan het gedeponeerde handelsmerk Giso.


In 1929 richtte hij samen met architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt de Van Nelle Fabriek in (dat nu op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat). Ook was Gispen de belangrijkste leverancier van de meubels in Huis Sonneveld, de woning van een van de directeuren van Van Nelle.
In de jaren dertig ontwierp hij onder meer de stoelen Gispen 412 en 404. De verhuizing van de fabriek naar Culemborg in 1934 betekende verdere schaalvergroting en technische vernieuwing.




Mart Stam, Gerrit Rietveld, Ludwig Mies van der Rohe, Thonet, Marcel Breuer of misschien wel Willem Gispen: wie o wie was de eerste die met een buisstoel op de proppen kwam. Één ding is zeker: alle genoemde ontwerpers deden hun voordeel met de vormvondsten van de ander. Ieder voor zich borduurde voort op hetzelfde principe. In 1927 bleken Rietveld (beugelstoel), Gispen (diagonaalstoel) en Mies van der Rohe (achterpootloze stoel) een vrijwel identieke stoel te hebben ontworpen.

Wie, o wie?

Jarenlang daagden ontwerpers en fabrieken elkaar voor de rechter omdat iedereen elkaars lampen, meubels of woonaccessoires plagieerde. Er volgde rechtszaak op rechtszaak over kwesties als auteursrecht, octrooi en het recht op artistieke vinding. Strijdvragen waar nooit een overduidelijk antwoord op is gekomen, ook niet volgens ter zake kundige kunsthistorici.
We zullen het nooit weten.

Beugelstoel, Gerrit Rietveld, 1927

Maar, zoals gezegd, Gispen was een handige zakenman. (Boeren)slim. Hij wachtte af, 'bespiedde' de concurrentie, bouwde aan een uitgebreid old boys network en zorgde ervoor dat zijn producten in belangrijke publicaties als eerste werden genoemd en getoond (waarmee Gispens' advocaten het auteursrecht via een zogenaamde 'voorrangsdatum' veilig konden stellen).
André Koch zegt in zijn boek 'W.H. Gispen, serieproducten 1923-1960': "conflicten nodigden Gispen uit tot probleemoplossend gedrag, tot het uitbalanceren van artistieke voorkeur en gerichtheid op de markt. Door constant én prima te laveren (Gispen was een uitstekend zeiler) bezit zijn werk zoveel facetten, dat zijn persoon, werkwijze en vele producten blijven intrigeren".




-X-


Volgende week start er een tentoonstelling in het Boijmans Van Beuningen onder de titel "Gispen Specials, De Klant Is Koning".

Dus wordt vervolgd!

Foto's: www.agreylady.nl (gemaakt in het Rijksmuseum, waar een kleine opstelling is gewijd aan Gispen)

Auto Post Signature

Auto Post  Signature