Kunst én design: Stedelijk Base in het Stedelijk Museum Amsterdam

17 december 2017
Van de week leidde ik je - in een (over-) enthousiast ooggetuigenverslag - rond in het nieuwe Stedelijk Base van het Stedelijk Museum Amsterdam. In dat relaas lag de nadruk op de innovatieve tentoonstellings-vormgeving die voor rekening komt van AMO (of OMA*): het architectenbureau van Hollands' trots en meest spraakmakende architect Rem Koolhaas.
Wat is het nu? Is het AMO of OMA? Beiden namen worden genoemd als het om deze architect gaat. AMO blijkt de onderzoekstak van Koolhaas' architectenbureau OMA te zijn.

Ik heb er inmiddels een paar nachtjes over kunnen slapen. Vandaag kijken we een beetje beter en iets langer naar de beroemde en zeer uiteenlopende objecten in de vaste collectie kunst en design van het Stedelijk, dat sinds zaterdag 16 december in de nieuw ingerichte 'kelder' van de nieuwbouw te zien is.
Kijk je mee?



1. Roy Lichtenstein, 'As I Openend Fire', 1964 en Claes Oldenburg, 'Saw ', 1971. 2. Barnett Newman, 'Cathedra', 1951. 3. (links) Armando, '2 x 7 bouten op rood', 1961 en Yayoi Kusama, 'Aggregation: One Thousand Boats Show', 1963. 
Het NCR sprak - in eerste instantie - over een 'uitdragerij'. In De Volkskrant las ik als commentaar op de nieuwe opstelling, dat het net lijkt op de "Drie Dwaze Dagen in een pop-up-museum" en als "een openbare depotpresentatie". Ik denk dan: leuk bedacht deze kwalificaties en vergelijkingen, maar wel enigszins overdreven.
Maar toch...

Drie Dwaze Dagen...

Het NRC en De Volkskrant doelen met hun opmerkingen op de grote hoeveelheid werken die er op de 1.100 vierkante meter van de kunstkelder te zien zijn. (Ook de Kunstmeisjes - drie bloggende kunsthistorici die ik nogal hoog heb zitten - schrijven in een eerste reactie: "(...) wel erg krap allemaal").
Niet één grote lege witte wand waar slechts een enkel schilderij hangt (bijvoorbeeld het intens blauwe doek van Barnett Newman), maar heel veel kunstwerken hutje bij mutje, dicht óp - en dóór elkaar. Volgens De Volkskrant: "een aangename ontheiliging van het geweldige en gevarieerde artistieke bezit". 




1. Karel Appel, 'Mens en Dieren', 1949. 2. stofontwerpen en een 'Tormado-rekje', '50ties. 3. Robert Mangold, 'Two Color Frame Painting' (s), 1984. 4. Een hoek vol met grote namen, met op de voorgrond: Jeff Koons, 'Ushering in Banality', 1988.
Ook de website van het Stedelijk kreeg een make over (zag ik zonet) en daarop is (o.a.) het volgende te lezen. "Het tentoonstellingsontwerp bouwt voort op het experimentele DNA van het Stedelijk. De indeling van dit eerste deel benadrukt de collectie als een netwerk van relaties, in plaats van als een verzameling individuele kunstwerken. Uiterst dunne, losstaande wanden vormen een bijna stedelijke ruimte waarin vrije associaties en meervoudige verbanden mogelijk worden gemaakt. In Stedelijk Base wordt ingezoomd op de hoogtepunten, oftewel de canon*".

Een make over

Als bezoeker is het de bedoeling de rondgang te starten op niveau -1, waar de kunstzinnige ontwikkeling uit de periode van grofweg 1880 tot 1980 te zien is. Aan de buitenmuren van de zaal zie je de kunst in een chronologische volgorde, terwijl in het midden van de zaal een specifiek thema of aspect van de collectie wordt uitgelicht. En dan niet 'alleen' de geschiedenis van de autonome werken, maar net zo goed die van toegepaste kunst en vormgeving.  
Vervolgens kan het publiek de lange roltrap naar boven nemen, waar de tentoonstelling wordt vervolgd met een imponerende installatie van Barbara Kruger (voor foto's kijk je op deel 1 van mijn verslag) en een presentatie van kunst uit de periode 1980 tot nu. Het museum voegt daaraan toe dat de tentoonstelling op deze verdieping jaarlijks zal wisselen.

* Ik hoor dat woord de laatste tijd vaker: de canon. En nu ken ik - uiteraard - de merknaam en als synoniem voor het begrip kettingzang (denk: 'Vader Jacob'), maar in deze context? Het internet biedt uitkomst: "met een canon wordt het geheel van teksten, beelden, kunstwerken en gebeurtenissen bedoeld dat het referentiekader is van een gedeelde cultuur of religie".




1. (links) Willem de Koning, 'Rosy-Fingered Dawn at Louise Point', 1963 en Jackson Pollock, 'The Water Bull', 1946. 2. De 'Amsterdamse School-stijl' hoek. 3. (links) Martial Raysse, 'Peinture á haute tension', 1965 en (rechts) Elaine Sturtevant, 'Raysse Peinture á haute tension', 1969. 4. meubilair uit de Clay-serie van Maarten Baas.
Een 50er jaren Pilastro of Tomado boekenrekje ('anoniem' staat er op het infobordje), de Ikea-vaas van Hella Jongerius, maar ook de roodblauwe stoel van Rietveld en sieraden van Gijs Bakker. Het Stedelijk Museum heeft al sinds 1934 een afdeling Vormgeving en de enorm uitgebreide verzameling bestaat uit zo'n 50.000 design-objecten. Met de nieuwe collectie-opstelling in Stedelijk Base - waar alle disciplines kriskras door elkaar staan of hangen - 'verzacht' het museum de grens tussen kunst en design en dat is dan ook de grootste breuk met de vorige presentaties van de collectie. (Bij de heropening van het museum in 2012 werd er juist een aparte vleugel aan toegepaste kunst gewijd).

Kunst én vormgeving

In Stedelijk Base zie je de beroemde collectie van het Amsterdamse Stedelijk weer voor een groot deel geheel en samen. Neem Jeff Koons: de aankoop van zijn überkitsche sculptuur van een biggetje met kinderen genaamd 'Ushering in Banality' uit 1988 zorgde voor een klein relletje én voor naamsbekendheid voor Koons. Naast het PopArt vrouwenportret met neon-mond van Martial Raysse hangt het door Elain Sturtevant, met toestemming van de kunstenaar gemaakte kopie (of 'herhaling' zoals de 'kopiiste' haar werkwijze zelf noemde). Veel stoelen van het ontwerpersduo Charles & Ray Eames, maar ook de roodblauwe van Gerrit Rietveld, de 'knotted chair' van Marcel Wanders én stoelen uit de 'clay-serie' van Maarten Baas.
Van die dingen...




1. Keith Haring, 'Apartheid', 1984. 2. Op de voorgrond: Ikea-vaas 'PS Jonsberg' van Hella Jongerius, 2004. 3. Vincent van Gogh, 'Moestuinen op Montmatre', 1887. 4. Portretten uit de stijlperiode: Nieuwe Zakelijkheid (o.a. Willink, Toorop, Fernhout).
Het enige waar ik écht moeite mee heb, is de naam van de nieuwe presentatie: Stedelijk Base.
Want als ik het uitspreek, dan struikel ik over die woorden.
'Stedelijk' is Nederlands en 'Base' is Engels (so pronounce: bees) en ik krijg het daardoor niet goed uit mijn mond....
(stedelijk bees, stedelijke bees...)

Heb jij dat nou ook?


-X-


1. Twee Vipp-vuilnisbakken en 4 lava-lampen: Haim Steinbach, '00:02' (2,4S), 1988. 2. Niki de Saint Phalle, 'Tir'.
In de rubriek 'roddel en achterklap': 'Tir' (Shooting Altar) uit 1970 is een a-typisch werk van Niki de Saint Phalle (die voornamelijk kleurrijke, vrolijke scupturen maakt). De kunstenaar - die getrouwd was met Jean Tinguely - zou dit werk gemaakt hebben toen zij hoorde dat Tinquely er een andere vrouw (vrouwen?) op na hield. Zij schoot de met verf gevulde zakjes die zij aan 'het altaar' gevestigde, stuk met een geweer... 
:-( 


Tekst en alle (iPhone) foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Dank voor je reactie! (thank you for your thoughts)

Auto Post Signature

Auto Post  Signature