Unfair18: 'a not so boring artfair' in de Westergasfabriek Amsterdam

30 maart 2018
"We used to be an artfair, but that was boring".
Als je jezelf met zo'n gedurfde en eigenzinnige uitspraak promoot (ik persoonlijk hou d'r wel van), dan leg je de lat wel hoog. Probeer de door die quote ontstane hooggespannen verwachting dan nog maar eens waar te maken. Toch is dat precies wat Unfair doet, want saai is de beurs allerminst. De derde editie van dit tweejaarlijkse evenement kun je het best omschrijven als een festival, kunstbeurs én museale groepstentoonstelling ineen. En alles - zeg maar het hele concept - is bedacht door en voor de 40 deelnemende kunstenaars, het tentoonstellingsontwerp incluis.

Dus ben je klaar met het eieren zoeken en/of gourmetten (over boring gesproken... :-) reis dan af naar de mooie Zuiveringshal van de Westergasfabriek in de hoofdstad óf blijf thuis en lees mijn ooggetuigenverslag van Unfair18.
Of beter nog: doe allebei!



1. Sanja Marušić. 2. Tote bag en folder van Unfair18. 3. Joeri Woudstra.
In 2013 namen Peter van der Es en Adam Nillissen - zelf kunstenaars - het initiatief tot Unfair. En de beurs - in het bijzonder deze 2018-editie - is een radicaal ander soort kunstbeurs. Het is een verkooptentoonstelling zoals de kunstenaars het zelf zouden wensen. De kunstwerken worden door henzelf gecureerd en gepresenteerd, dus alles wordt (een uitzondering daargelaten) zonder inmenging en tussenkomst van een galerie aangeboden en dat maakt vrij grote solo-presentaties mogelijk.

kunstenaarsinitiatief

Het 'anders zijn' begint al bij de aftrap, namelijk de fondsenwerving voor het evenement. Afgelopen februari vond in de Amsterdamse kunstenaars-sociëteit Arti et Amicitiae en in samenwerking met veilinghuis Christie’s een unieke fundraiser auction plaats. Daar werden de door de deelnemers ter beschikking gestelde (ieder één) en voor een 'vriendenprijsje'* aangeboden sculpturen, schilderijen, video's et cetera bij opbod verkocht, met als doel geld op te halen voor het organiseren van de beurs. Want tijdens Unfair verkopen de kunstenaars hun werk zonder dat zij huur voor de stand betalen of een verkoop-percentage hoeven af te dragen. Tijdens Unfair gelden fairtrade-regels.
* De verkoopbeurs is onlangs aangesloten bij de KunstKoop regeling in een pilot met het Mondriaanfonds, waardoor tijdens de veiling én op de beurs met een renteloze lening kunst kon én kan worden gekocht.




1. Babs Bleeker. 2. Onderdeel van de installatie van Matea Bakula. 3. Thomas Trum. 4. Lilian Kreutzberger
Je begrijpt: Unfair hanteert zeer interessante condities, dus voor elke kunstenaar is het heel aantrekkelijk om zich tijdens deze alternatieve-kunst-5-daagse te presenteren. Maar ja, dat gaat zo maar niet, natuurlijk. De 40 'early career artists*' worden voorgedragen door één van de excellente leden van de selectiecommissie en mogen niet langer dan tien jaar geleden afgestudeerd zijn aan een kunstopleiding. Allemaal 'jonge honden' dus, want niet ouder dan een jaartje of 30, 35. Unfair is daarmee ook een platform voor talentontwikkeling.
* sorry, maar de beursorganisatie communiceert alles in het Engels.

fairtrade kunst

Bij zo'n jong creatief podium met vooral jonge kunstenaars is ook het randprogramma heel hip & happening: van performances tot artist talks. Er is een dagelijkse radioshow en er zijn podcasts: "rode draad vormen gesprekken met kunstenaars en gasten over actuele tendensen en persoonlijke artistieke opvattingen" lees ik op de website. Nieuw is ook Fullscreen: in het Machinegebouw vind je een video-installatie van meer dan 13 meter, waar filmwerk te zien is van 10 kunstenaars.

Een ander mooi aanbod én uniek zijn de drie beschikbare audio-tours*. (1.) Heske ten Cate - kunstondernemer - leidt je in 25 minuten rond en zij doet een 'meet the artist'. (2.) DJ en producer Elias Mazian vertelt je in zijn bijdrage van circa een kwartiertje zijn indrukken van de beurs en (3.) tenslotte is er het 7 minuten durende praatje van collega-bloggers Ko van 't Hek en Yuki Kho van 'Kunstkijken met Ko en Kho'. 
* Ook te beluisteren via deze soundcloud link.





1. Janine van Oene. 2. Jaya Pelupessy. 3. Nasbami. 4. Jop Vissers Vorstenbosch. 5. Thomas Trum.
En over die audio-tours: inmiddels een redelijk normaal verschijnsel in een museum, is Unfair mijn eerste kunstbeurs waar een dergelijk service wordt aangeboden. Waarschijnlijk niet zonder reden en in mijn geval ook nog eens broodnodig. Want de vaak conceptuele kunst op Unfair vervulde mij meermaals met vertwijfeling. Vragen als "waar kijk ik naar", "waarom maakt de kunstenaar wat 'ie maakt" en "hoezo", spookten veelvuldig door mijn hoofd. En jammer genoeg kwam daar niet altijd een antwoord op. In enkele gevallen schoot ik de aanwezige kunstenaars aan en vond die altijd (dat dan wel) bereid om uitleg te geven, waardoor zo'n installatie - meestal en alsnog - ging 'leven'.
Dus als je - net als ik - bij de hand genomen wil worden in zo'n 'experimentele' setting zoals die van Unfair, neem dan vooral een van die audio-tours. En bedenk: geef de hoop niet op, trek je eigen plan (je vindt het mooi of niet) en laat je vooral uitdagen.  

een ontzettende onbeurs

(zoals Merel Bem', een van de leden van de ballotage-commissie in Harpers Bazaar het noemde).
Goed. Unfair18 toont dus actueel werk van een nieuwe generatie kunstenaars. Geen makkelijke kunst in hapklare brokken, maar werk waar je als kijker moeite voor moet doen. En als je het (letterlijk en figuurlijk) té gek vindt: loop dan door en ga kijken bij kunst waar je wel warm voor loopt. 
Dat werd mij - van diverse kanten - aangeraden en verdomd, het werkt!

Wil je meer verdieping qua Unfair? Lees dan het weblog van collega-bloggers (en wél geschoolde kunstkijkers) De kunstmeisjes.  




1. Een deel van de installatie van Afra Eisma. 2. Sculptuur van Nicholas Riis. 3. Vytautas Kumža. 4. Alex Farrar.
Het hele Paasweekend - dus tot en met maandag 2 april kun je terecht bij Unfair18. Kijk even op de website voor kaartverkoop en openingstijden.


-X-


* Wegens vakantie gesloten *
Het zal een weekje of twee stil zijn op A Grey Lady. Mocht je willen weten wat ik zoal uitspook, volg me dan op Facebook en/of Instagram. Daar zal ik met enige regelmaat van mij laten 'horen'. 

Het Westergasfabriek-terrein.
Tekst en (iPhone) foto's © www.agreylady.nl

Walasse Ting in Museum Jan van der Togt.

27 maart 2018
Begin jaren negentig was de kunst van Walasse Ting razend populair. Ook wij (mijn toenmalige echtevriend en ik) hadden een ingelijst affiche met een kleurrijke afbeelding van een wulpse, half-ontblote dame met papegaaien (of waren het katten?) boven de bank hangen. De kunstenaar was toentertijd heel en voque en origineel schilderwerk dan ook onbetaalbaar. Het enige wat wij ons konden permitteren qua 'affortable art' was een poster, want dergelijke massaal en in zeer hoge oplage gedrukte reproducties waren volop voorhanden.

Hoe dan ook, mijn bezoek aan de tentoonstelling 'Walasse Ting, The Amsterdam Years' in Museum Jan van der Togt in Amstelveen was een feest van herkenning. Kijk mee naar zijn makkelijk te behappen en vooral vrolijk-makende kunstwerken. Want één ding kan ik je verzekeren: je humeur klaart er onmiddellijk van op!



1. 'Rouge Baiser Amsterdam', 1986. 2. Walsse Ting, begin vijftiger jaren. 3. 'Zonder titel (Pauw)', ca. 1988-1990.
Xiongquan Ding (Shanghai, 1928 – New York, 2010), zoals de auto-didactische kunstenaar in het echt heette, verliet China net na de tweede wereldoorlog om zich - na een aantal jaren in Hong Kong te hebben gewoond, in 1953 in Parijs te vestigen.
En in de avantgardistische kringen van de bruisende Franse hoofdstad van die jaren ontmoette Walasse Ting mensen als Joan Miró, Asger Jorn, Pierre Alechinsky en 'onze eigen' Karel Appel. En waar Ting in eerste instantie nog vrij traditioneel werkte volgens oude Chinese principes, kleurden zijn schilderijen door het contact met een aantal van die (voormalige) CoBrA-leden ruiger en abstracter. Daarnaast werden erotiek en zinnelijkheid terugkerende thema's in het werk van Ting.

En met name zijn vriendschap met Karel Appel hield zijn leven lang stand, want - ook al verhuisde de Chinese kunstenaar in 1957 naar de Verenigde Staten - vanaf 1989 woonde Ting afwisselend in New York én in Amsterdam, waar hij samen met Appel in de Hondecoeterstraat een atelier had (achter het Concertgebouw in het chique Zuid). In de zaaltekst is te lezen dat Ting altijd met Chinese penselen en vaak op Chinees rijstpapier werkte. "Met het eigen exotische kleurenpalet waren dit de elementen voor het universum van Ting".

In 2002 raakte Ting na een hersenbloeding in coma en na zo'n acht jaar verzorgd te zijn in een verpleegtehuis in Amstelveen, overleed de kunstenaar op 81-jarige leeftijd in New York. 







1. Zonder titel (papegaaien), '90s. 2. Zonder titel, ca. 1960. 3. Walasse Ting in zijn atelier in de Hondecoeterstraat. 4. Zaaloverzicht. 5. Zonder titel (Irissen), '90's.
Naast zijn expressieve, energieke en (licht) erotische schilderijen schreef Ting ook experimentele poëzie. Zo zie je op zaal het 'Walasse Ting by Walasse Ting': een opsomming van gebeurtenissen per levensjaar: "1 years old first time sing song, 2 years old first time stand up, 3 years old first time catch grasshopper" en zo verder tot en met zijn 70ste levensjaar ("70 years old first time buy 2 shooting stars").

In de tentoonstelling hangen 80 originele kunstwerken met een focus op zijn Amsterdamse jaren, voornamelijk afkomstig uit de collecties van Nederlandse verzamelaarsDe 'Hollandse periode' in het werk van de flamboyante kunstenaar wordt gekenmerkt door felle, 'neon-achtige' kleuren, vrouwfiguren en dieren en dan vooral katten, papegaaien en paarden.
Aanleiding voor deze grote expositie in het particuliere verzamelaars-museum is de toegenomen belangstelling voor Walasse Ting in zijn geboorteland China. Blijkbaar vinden zijn werken daar grote aftrek, terwijl de kunstenaar hier in Nederland enigszins in de vergetelheid is geraakt. Genoeg reden voor een tentoonstelling van deze omvang. 



1. Links, 'Zonder titel', 1967 en rechts 'Zonder titel', ca. 1960. 2. Zaaloverzicht met glasobject van Stanislav Libenský. 3. Václav Cigler (geen titel, geen datum). 
Museum Jan van der Togt - gevestigd in een (onvermoed groot) pand in de oude stadskern van Amstelveen, werd in 1991 opgericht door fabrikant Jan van der Togt (1905 - 1995), oprichter van het oer-Hollandse Van der TOgt MAssa-artikelen DOrdrecht, oftewel Tomado. Je weet wel: van die overbekende en typisch jaren '60 metalen boekenrekjes. Ook maakte de fabriek van die draadstalen onderzetters en de zogenaamde en reuze handige 'flessenlikkers'. (#jeugdsentiment)

Goed. Naast ondernemer was Jan van der Togt ook gepassioneerd verzamelaar van contemporaine kunst. Zijn kunstzinnige nalatenschap bevat veel beeldhouwwerken van sculpturist Jan Verschoor (die ook nauw betrokken was bij de oprichting én het beheer van het museum) en olieverf-schilderijen van de surrealist Hans Kanters. Maar bovenal heeft het museum een toonaangevende collectie moderne glaskunst. Naast (vrij) werk van bekende Nederlandse glasartiesten als Andries Copier, Siem van den Marel, Willem Heesen en Floris Meydam, zie je in het museum ook prachtige topstukken van avantgardistische Tsjechische kunstenaars zoals Václav Cigler, Stanislav Libenský en Aleš Vašiček




1. Andries Copier (geen datum, geen titel). 2. Jozef Tomecko, (geen datum, geen titel). 3. Andries Copier, 1985. 4. Menno Jonker, 'Kom', 2007.
De tijdelijke tentoonstelling met het (voor mij nostalgische) werk van Walasse Ting is nog tot en met 15 april te bewonderen in Museum Jan van der Togt. Kijk even op de site voor bezoekersinformatie.

En bedenk: de vaste collectie tentoongestelde glaskunst is op zich en alleen al 'de moeite' van een bezoek waard


-X-


Have a nice day!

Tomado boekenrekje en onderzetters.
Tekst en alle (iPhone) foto's © www.agreylady.nl

Van Gogh & Japan in het Van Gogh Museum Amsterdam

19 maart 2018
Ruim 750.000 Japanners gingen ons al voor, want zoveel belangstellenden bezochten de reizende tentoonstelling in (resp.) Sapporo, Tokyo en Kyoto*. De bewoners van het Land van de Rijzende Zon zijn namelijk dol op impressionisten en dan met name op Vincent van Gogh. Of, zoals de Japanners hem noemen, 'Gohho'.

Met 60 schilderijen en tekeningen én een boeiende collectie Japanse prenten zie je in het Van Gogh Museum welke uitwerking Japan had op de kunstenaar. Zelf is hij er nooit geweest, maar Van Gogh raakte in de ban én gefascineerd door de 19e eeuwse kleuren-houtsneden (de zogenaamde ukiyo-e) die hij verzamelde. De expositie 'Van Gogh & Japan' laat - heel mooi - de Japanse invloeden op het werk van Van Gogh zien. Soms is het effect subtiel; in andere gevallen zeer expliciet, zoals in het prachtige schilderij 'Courtisane' uit 1887.

Op donderdag 22 maart opende onze koning de tentoonstelling en het publiek kon vanaf de volgende dag terecht. Pers(muskieten) en (zogenaamde) social influencers, waaronder moi kregen eerder deze week alvast een - door directeur Axel Rüger en conservator en mede-samensteller Nienke Bakker geleide - vooruitblik.

In het Hokkaido Museum of Modern Art bezochten 200.000 mensen de expositie die daar in augustus 2017 opende; zo'n 370.000 gingen naar het Tokyo Metropolitan Art Museum en tenslotte zagen 183.000 mensen de expo in het National Museum of Modern Art in Kyoto.

Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890. ©Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting).
'Zelfportret met verbonden oor', 1889 (een bruikleen van The Courtauld Gallery, London), op de achtergrond zie je een Japanse prent.
We gaan even terug in de tijd en wel naar halverwege de negentiende eeuw. Japan - die twee eeuwen potdicht had gezeten, toonde zijn - voor de westerse wereld vrijwel onbekende kunst tijdens de Wereldtentoonstelling in Londen (1862) en later in die van Parijs (in 1867 en 1878). De daar geëxposeerde Japanse kunst en vormgeving, zoals prenten, (Arita-)porselein, kimono's, waaiers, parasols, lakwerk, kamerschermen et cetera ontketende een ware rage bij het Europese publiek. Alle (toegepaste) kunst uit Nippon was avant-gardistisch en daardoor hip & happening.

Japonisme

Ook Frankrijk was sinds de jaren zestig van de negentiende eeuw in de ban van Japan. Zelfs de grote warenhuizen zoals Printemps en Au Bon Marché verkochten chinois- en japonaiserieën. Veel kunstschilders zoals Manet, Monet en Degas ontdekten de Japanse kunst en bij Vincent van Gogh was dat niet anders. In 1885 verbleef hij in Antwerpen en daar leerde hij de kleurrijke ukiyo-e kennen en kocht hij daar zijn eerste prenten. In zijn Parijse jaren (1886-1888) kwam hij geregeld in de kunsthandel van Siegfried Bing die gespecialiseerd was in dergelijke kunst.
In de bij de tentoonstelling uitgegeven catalogus kun je lezen dat Van Gogh bij Bing honderden prenten kocht* (uiteindelijk had hij een collectie van 660 stuks). Het was zijn bedoeling om deze met flinke winst door te verkopen: één van de pogingen van de kunstenaar om zijn deplorabele financiële situatie een impuls te geven.

* (Leuk weetje en ook uit de catalogus:) de gemiddelde  prijs voor zo'n prent was 3 'sous' - ca. 15 centimes, ruwweg de prijs van een aperitief. Van Gogh prikte een heleboel van deze 'goedkope' prenten als moodboard met punaises aan de muur van zijn atelier. Op dezelfde manier zijn deze prenten ook te zien in de tentoonstelling: heel 'oneerbiedig' vastgeprikt met punaises als ware het popster-posters. 






1. Nienke Bakker legt uit bij 'Courtisane (naar Eisen). 2. 'Bloeiende pruimenboomgaard (naar Hiroshige)', 1887 © Van Gogh Museum (Vincent van Gogh Stichting). 3. Het voorbeeld van Utagawa Hiroshige, 'De residentie met de pruimenbomen in Kameido', 1857. 4. 'Brug in de regen (naar Hiroshige)', 1887. 5.  Zelfportret (als zenboeddhist), 1888.
Van Gogh wilde de door hem (op afbetaling) gekochte prenten dus verkopen, maar raakte meer en meer gefascineerd door die grafiek (en van zijn handeltje is niets terecht gekomen). Wel resulteerde zijn bestudering van de prenten in de zomer 1887 in enkele bijzondere schilderijen. Zijn eerste 'kopie' of nageschilderde prent, 'Bloeiende pruimenboomgaard' baseerde hij op grafiek van kunstenaar Hiroshige. Zo ook zijn 'Brug in de regen'. De eerder genoemde 'Courtisane' was het resultaat van een studie naar de houtsnede van de Japanner Keisai Eisen.

Inspiratie uit het Oosten

Met zijn 'imitaties' bestudeerde Van Gogh de Japanse kunst: de heldere, felle kleuren, de compositie, de sterke contouren en het soms overdreven perspectief. Ook de onderwerpen, vaak heel alledaags of van de natuur (zoals de landschappen) spraken hem erg aan.
Zijn schilderijen, zo schreef hij zelf, waren "zoals de Japanse prenten" en zijn tekeningen "in het genre" ervan. Daarnaast bewonderde hij de 'mystieke filosofie' en discussieerde hij met andere kunstenaars over de 'exotische' esthetiek. Hij plaatste de Oosterse cultuur op een voetstuk en wilde ook volgens deze levensovertuiging gaan leven. In 1888 maakte hij zelfs een portret waarop hij zichzelf (met een kaalgeschoren hoofd) afschilderde als zenboeddhist en monnik.





1. 'Mand met sinaasappels', 1888. 2. 'Veld met irissen bij Arles', 1888. 3. 'Besneeuwd landschap met Arles in de achtergrond', 1888. 4. Zaaloverzicht. 5. 'Amandelbloesem', 1890.
Toen Van Gogh begin 1888 naar Arles verhuisde, groeide zijn bewondering bijna uit tot een 'religie'. Tijdens zijn treinreis naar het zuiden keek hij uit het raampje van zijn coupé en zag "of het al Japans was". Hij vond de Provence "even mooi als Japan", zoals hij dat kende van de prenten. "Vanwege de helderheid van de atmosfeer en de vrolijke kleureffecten". 
En hoe sterk die fascinatie ook was, na een jaar verdween Van Goghs liefde voor Japan naar de achtergrond. Zijn bewondering voor het Oosterse en exotische bleef groot, maar zijn eigen pogingen om 'op zijn Japans' verder te werken, taande. Hij vond zichzelf gewoon niet goed genoeg. "Welnu als schilder zal ik nooit iets belangrijks betekenen, dat besef ik ten volle", schreef hij teleurgesteld aan broer Theo. 

Tot zover de 'theorie' achter de tentoonstelling 'Van Gogh & Japan'.
"Leuk museum, als je van Van Gogh houdt". Op deze droge manier beoordeelde een bezoeker het Van Gogh Museum in een recensie op internet. Een waarheid als een koe.
En nu moet je weten dat ik mezelf nooit als een groot Vincent van Gogh-liefhebber heb beschouwd. Ik kende de kunstschilder tot voor kort eigenlijk alleen van zijn tophits en publiekslievelingen als 'De Aardappeleters', alle door hem geschilderde zonnebloemen (5 stuks) en zijn zelfportretten (en natuurlijk van de tv-serie van Jeroen Krabbé), maar van die schilderijen werd én word ik niet echt warm van binnen.
Door een expositie als Van Gogh & Japan én de bijbehorende uitleg (en de catalogus) gaat zijn werk voor mij steeds meer leven en weet ik dat zijn oeuvre uit veel meer bestaat dan uit de bovenstaande crowd pleasers.
De enige conclusie die ik daarom kan trekken is: ik ben om!



1. 'Vissersboten op het strand' en 3. 'Zeegezicht' bij Les Saintes-Maries-de-la-Mer, 1988. 2. Zelfportret als schilder', 1887-1888. 
Tegelijkertijd met Van Gogh & Japan is er in Den Haag de tentoonstelling 'Mesdag & Japan' (het Verre Oosten verzameld) te zien. Niet toevallig, want het Van Gogh Museum beheert sinds 1991 de Mesdag Collectie. In deze tijdelijke expositie zie je de Japanse toegepaste kunst die Hendrik Willem Mesdag rond de opening van zijn museum in 1887 verzamelde. 

Nog meer Japan

De collectie bestaat uit meer dan honderd objecten, variërend van Samoerai-zwaarden tot Satsuma-vazen. Mesdag & Japan is te zien in Den Haag tot en met 17 juni aanstaande.


-X-


Het Van Gogh Museum verwacht topdrukte (en dan niet alleen in verband met de vele Japanse toeristen die de tentoonstelling zullen bezoeken). Dus alle reden - nu meer dan ooit - om je entreekaarten vooraf via de website te bestellen.


Prenten uit Van Gogh's collectie.

"Ik benijd de Japanners om die enorme helderheid die alle dingen bij hen hebben. Hun werk is even gemakkelijk als ademhalen en zij maken een figuur in enkele trefzekere lijnen met hetzelfde gemak, alsof het even simpel is als het dichtknopen van je vest."
Vincent van Gogh in een brief aan zijn broer Theo (1888).

Tekst en (iPhone) foto's: ©www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld)

Auto Post Signature

Auto Post  Signature