In het Rijksmuseum: 'Alle Rembrandts' (plus één)

19 februari 2019
'Alle Rembrandts' plus één: nu te zien in het Rijksmuseum! Je vraagt je misschien af: hoezo dat 'plus één? Nou, dat zit zo. In de Philipsvleugel van het hoofdstedelijke Rijksmuseum zie je sinds 15 februari jl. alle schilderijen, etsen en tekeningen van Rembrandt Harmenszoon (Leydensis) van Rijn uit 's Rijks collectie bij elkaar hangen en dat is voor het eerst. (En het is inderdaad een unicum, want de tekeningen en etsen zijn heel kwetsbaar. Dus a once in a lifetime experience).
Nou ja, álle schilderijen? Het museum heeft 22 canvassen, waarvan er nu 21 in de 'aanbouw' van het museum te bezichtigen zijn. Voor die tweeëntwintigste moet je namelijk naar de eregalerij: de o zo beroemde en 3.63 bij 4.37 meter grote 'De Nachtwacht' heeft Taco Dibbits gewoon op zijn plek laten hangen. Verstandig en heel begrijpelijk: daar ga je niet mee lopen slepen.

Kijk je mee naar de 21 (+ 1) schilderijen, 60 tekeningen en 300 etsen van de grootmeester?
Nou? Niet liegen. Een selectie daarvan.



1. Plassende man, 1630 en plassende vrouw, 1631. 2. (Links) 'Johannes Wtenbogaert', 1633 en (rechts) 'Portret van een vrouw, mogelijk Maria Trip', 1639. 3.  De slapende herder, ca. 1644 (op het oog een onschuldige scene, maar de herder en herderin op de voorgrond zijn drukdoende met amoureuze handelingen).
Ik begin even met een bruggetje. Heb je mijn vorige blogpost gelezen, die over Erwin Olaf? De fotograaf heeft sinds vorige week een dubbelexpositie in het Gemeentemuseum én het Fotomuseum, beiden in Den Haag.
Komende juli opent er in de eerder genoemde Philipsvleugel van het Rijksmuseum een expositie met het werk van 's lands bekendste (hof)fotograaf, waarin een link wordt gelegd tussen Olafs foto's en de Hollandse Meesters, waaronder Rembrandt. In de door directeur Taco Dibbits himself gemaakte tentoonstelling zullen we gaan zien dat Erwin Olaf - net als heel veel andere kunstenaars - erg geïnspireerd is geweest door Rembrandt. Dus hoezo dood? Hij is springlevend.

hoezo dood?

Het zal je niet zijn ontgaan: dit jaar is het 350 jaar geleden dat Rembrandt stierf en om die reden is 2019 uitgeroepen tot Rembrandtjaar. "Op 8 oktober 1669 werd de schilder zonder veel poeha onder de vloer geschoffeld in de Westerkerk" (weet de Amsterdamse Uitkrant beeldend te melden). En inderdaad: het goedkope huurgraf in de kerk werd al snel geruimd, maar desondanks is er een klein monument opgericht voor onze nationale schilderstrots.
Goed. Het Rijksmuseum 'viert' dit jubileum met de tentoonstelling 'Alle Rembrandts' en vorige week bezocht ik de, voor het nationale én internationale journaille georganiseerde voorbeschouwing en deed ik mijn ronde langs alle topstukken uit de Rijks-verzameling.
De expositie is voor het gemak en de duidelijkheid verdeeld in twee onderdelen. Deel 1 gaat over het werk van Rembrandt als observator. We zien er zijn selfies: in totaal maakte de schilder 80 zelfportretten. Door steeds maar weer in de spiegel te kijken, oefende hij zich in het vastleggen van gelaatsuitdrukkingen. Ook hangen er afbeeldingen die Rembrandt maakte van zijn familie. Werken waarvoor zijn vrouw(en), zoon, moeder en vader model stonden en we zien tafereeltjes in en rondom het huis.






1. Zelfportret, ca. 1628. 2. Zelfportret blootshoofds, 1629. 3. Isaak en Rebekka, bekend als 'Het Joodse Bruidje', ca. 1665-1669. 4. Slapend hondje, ca. 1640. 5. zelfportret, 1631. 6. Afrikaanse vrouw, ca. 1630.
Dan gaan we naar buiten: in de volgende zalen zien we landschappen rondom Leiden en Amsterdam én Rembrandts stadsgezichten. Met open oog voor zijn omgeving tekende en etste Rembrandt het echte leven: buurtgenoten, dronkenlappen, bedelaars, straatmuzikanten, boeren. Kortom: 'gemene luyden' (ofwel 'het gewone volk').
En zodoende belanden we in deel 2 van de tentoonstelling waarin we Rembrandt zullen zien als verhalenverteller. Ook zijn mythische en Bijbelse thema's komen hier aan de orde. "Als geen ander verstond Rembrandt de kunst de kern van een verhaal te raken. Meestal zijn het oude Bijbelse verhalen zoals 'Isaac en Rebekka' en 'Zelfportret als de apostel Paulus', die hij door het meesterlijk uitdrukken van gebaren en emoties tot menselijke proportie terugbracht, herkenbaar, intiem en invoelbaar. Eerst fijntjes, later met een grovere experimentele techniek. Daarbij zette hij op geniale wijze kleur en lichteffecten in om zijn vertellingen te versterken en tot de essentie terug te brengen."

gemene luyden

Rembrandt was een geniale kunstschilder, die geprezen, maar bij tijd en wijle ook verguisd werd om juist die losse toets en de alledaagsheid van zijn onderwerpen. Zo etste Rembrandt een plassende man en vrouw, vrijende paartjes in de natuur en "dijen met putjes en de afdruk van een kousenband. (Voor dit blog koos ik een aantal van die alledaagse, soms ook ondeugende etsen).
Zijn compromisloze weergave van het lichaam, vooral van vrouwenlijven, was in zijn tijd al uitzonderlijk en zou dat nog eeuwenlang blijven."
Die verbeelding van het gewone leven was in het Europa van de Gouden Eeuw een uitzondering en eigenlijk not done. "In toonaangevende kunstlanden als Italië en Frankrijk vond men juist dat kunst de toeschouwer moest verheffen, dat schilderijen en beelden een mooiere, betere werkelijkheid moesten tonen." En Rembrandt had daar lak aan en deed vooral 'zijn eigen ding'. 
Joke van de Weij in de Uitkrant.






1. 'Staande man met stok' (naar rechts), 'Staande man met tas', 'Staande man met stok' (naar links), ca. 1629-1630. 2. Jonge vrouw in gefantaseerde kleding, 1633. 3. Bedelaars, landlopers en boeren, rond 1630. 4. Naakte jonge man, gezeten voor een gordijn. 1646. 5. Het enige stilleven van Rembrandt: stilleven met pauwen, ca. 1639. 6. De linker boer roept 'het is vinnig koud'  en de rechter die antwoordt 'da's niet' (die was het dus niet met hem eens...), beiden 1634. 
Afgelopen vrijdag (15 februari) werd de expositie in het statige Rijksmuseum feestelijk geopend door 150 van de 203 mensen in Nederland die ook Rembran(d)t heten. En ik vervolg dit relaas graag met nog een paar van dit soort triviale, doch geinige feitjes en weetjes over Neerlands beroemdste kunstschilder. Neem bijvoorbeeld die naam. Pas als de schilder in 1632 in Amsterdam komt wonen, gaat hij zijn werk signeren met alleen zijn voornaam. Toentertijd was dat heel ongebruikelijk (tot dan toe kenden we alleen Michelangelo, Titiaan en Rafaël bij hun voornaam). Die verhuizing naar Amsterdam* is ook het moment dat hij de 'd' toevoegt. Rembrant wordt Rembrandt.
* vanuit Leiden naar een huis met de naam 'Suyckerbackery' op de plek waar nu het Waterlooplein is en dat in 1639 verruild werd voor de woning aan de Jodenbreestraat, thans Museum Het Rembrandthuis.

what's in a name

'Stilleven met Pauwen' uit ± 1639 is het enige stilleven dat Rembrandt ooit maakte en dat schilderij is (dus) eigendom van het Rijksmuseum (want je ziet een foto hierboven). Het oeuvre van Rembrandt bestaat uit circa 350 schilderijen (waarvan het Rijks er 22 heeft en mét de vermelding dat de schilderijen van Marten Soolmans en Oopjen Coppit voor de helft eigendom zijn van het Parijse Louvre), 700 tekeningen (het Rijks heeft er 60) en zo'n 314 (tegen 300) etsen.
Er staat niet voor niks 'circa' bij de opsomming van het totaal aantal kunstwerken van Rembrandt, want het zou zo maar kunnen dat er ergens een onbekend schilderij opduikt. Denk maar aan kunsthandelaar Jan Six: recent in het nieuws. Die vindt er nog wel eens eentje (of twee....).

Dan nog even over De Nachtwacht, ook wel 'Officieren en andere schutters van wijk II in Amsterdam, onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch' uit 1642. Op een schild aangebracht naast de poort staan de namen van de afgebeelde personen. Toen het in 1715 naar het Paleis op de Dam verhuisde, bleek het niet door de deur te passen. Volgens de annalen is het schilderij toen aan de linkerkant ingekort, met de consequentie dat er twee schutters van het doek 'vielen'. Die gingen dientengevolge roemloos ten onder.






1. Het ledikant, 1646. 2. Haesje Jacobsdr van Cleyburg, 1634. 3. Zittende naakte vrouw, ca.1631. 4. Het (copulerende...) monnikje in het korenveld, ca. 1646. 5. Jonge man, zittend op de grond met één been uitgestrekt, 1646. 6. De fluitspeler (met allerlei erotische toespelingen: de fluit als fallussymbool en een bloemenkrans als verwijzing naar het vrouwelijk geslachtsorgaan), 1642.
Tot zover 'Alle Rembrandts' in het Rijksmuseum. De tentoonstelling krijgt vijf sterren (*****) van het NRC en die krant heb ik hoog zitten waar het gaat om kunstrecensies. Dus dat zegt wel wat.
De vertoning is te zien tot en met 10 juni aanstaande en mocht je de expositie willen bezoeken, kijk dan even op de website voor bezoekersinformatie.

meer (of minder) Rembrandt?

In dit nog jonge 2019 heb ik al twee keer eerder aandacht besteed aan Rembrandt* en gedurende het jaar zijn er landelijk nog een aantal exposities gepland onder de noemer 'Rembrandt & de Gouden Eeuw (in totaal zijn het er 19). Is hier sprake van een Rembrandt overkill?
* 'Rembrandt Privé' in het Stadsarchief Amsterdam en 'Rembrandts Social Network' in Museum Het Rembrandthuis.

Ben jij al Rembrandt-moe?


-X-


Mijn volgende ooggetuigenverslag betreft de vrolijkmakende expositie 'Trouble in Paradise' in de Kunsthal Rotterdam. Van een heel andere orde, dus blijf afgestemd op 'de zielenroerselen van een grijze dame met praatjes....'


Bovenstaande foto's maakte ik bij eerdere gelegenheden. 1. Marten & Oopjen aan het grote publiek getoond en 2. helemaal alleen voor De Nachtwacht (nou ja, met twee suppoosten achter de pilaren....).
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Erwin Olaf met 'Erwin Olaf' in het Gemeentemuseum Den Haag

16 februari 2019
Een tentoonstelling die simpelweg zijn naam draagt: Erwin Olaf (nou ja, officieel heet hij Springveld: Erwin Olaf Springveld). Aankomende juni wordt de bewierookte en inmiddels wereldberoemde fotograaf zestig jaar en dat is reden voor een feestelijke dubbeltentoonstelling in het Gemeentemuseum en het aanpalende Fotomuseum, allebei in Den Haag. (Later dit jaar volgt nog een expositie in het Rijksmuseum). 

Vaak glamorous, altijd gepolijst en soms kinky of edgy foto's. Volledig geënsceneerd en zwaar gefotoshopt, want daar staat Erwin Olaf om bekend. Afgelopen donderdag stond ik tijdens de persconferentie oog in oog met deze vriendelijke en (ook niet onbelangrijk... ;-) aantrekkelijke verschijning. Soms ook wat verlegen en ietwat stoethaspelend, maar de ontmoeting was een uitermate prettige ervaring, kan ik je vertellen.

Nog enigszins onder de indruk maakte ik het navolgende (beeld-)verslag van mijn bezoek aan de beide tentoonstellingen.



1. Drieluik 'self-portrait 50 years: I wish, I am, I will be', 2009. 2. Drie foto's uit de nieuwste serie 'Palm Springs', 2018. 3. 'American Dream, self-portrait with Alex', 2018.
Met wie hebben we hier van doen? Erwin Olaf werd (bijna) zestig jaar geleden geboren in Hilversum en tijdens zijn studie aan de School voor Journalistiek in Utrecht eind jaren zeventig maakte hij zijn eerste fotoserie. De opdracht was om een werkstuk in te leveren met als thema 'Wat is normaal?': een vraagstuk dat leitmotiv zou worden in Olaf's gehele verdere loopbaan.
Om te voldoen aan dit schoolproject toog de fotograaf in spe naar de omstreden inrichting voor verstandelijk gehandicapten, genaamd 'Dennendal' (toentertijd in het nieuws als 'de Dennendal-affaire') en aanvankelijk richtte hij zich dan ook op de zogenaamde documentaire fotografie, met beeldverslagen van actiegroepen en protestbewegingen. En ook die politieke en sociale betrokkenheid blijkt een terugkerend topic in zijn werk (in de expo 'visueel activisme' genoemd).
Het museum noemt Olaf een 'boze provocateur', de kunstenaar zelf zegt: "in wezen ben ik een kwaaie krantenlezer."

kwaaie krantenlezer 

Vanaf de jaren tachtig gaat Olaf steeds autonomer werken. Hij maakt serie na serie. Ik noem er een paar: 'Ladies' Hats' (1985-94), 'Chessmen' (1987-88), 'SM in Holland' (1989), 'Blacks' (1990), 'Bořek Šípek' (1991), 'Rain' (2004), 'Hope' (2005), 'Grief' (2007), 'Fall' (2008), 'Dusk' (2009), 'Dawn' (2010), 'Hotel' (2010), 'Berlin' (2012) and so on, and so on...
Daarnaast verschenen er evenzovele (koffietafel) fotoboeken van zijn hand, minstens dertien volgens Wikipedia

lichaamstaal als choreografie

Volgens allerlei bronnen was Erwin Olaf in de jaren tachtig en negentig (nog) "doelbewust uit op effect en het choqueren" met beelden waarin "extremen in uiterlijk en identiteit de boventoon voeren. Ze tonen een exuberante, gestileerde en provocerende wereld. Glimmende lijven, naakte lichamen in al hun glorie en vastgebonden handen en voeten. Macht en seks zijn terugkerende thema’s."
En ja, zijn series als 'Squares', Chessmen' en 'SM in Holland' deden veel stof opwaaien en ook de homo-erotische naaktportretten - de fotograaf ging/gaat zelf soms ook uit de kleren - werden als choquerend ervaren.
In deze series portretteerde hij scènes van (half) naakte oudere mensen, mannen met erecties, kleine mensen en extreem dikke, naakte vrouwen, soms in bondage-kleding. Het meest spraakmakende was zijn eerste 'selfie' in 1985: het zwart/witte portret met klodders sperma op zijn gezicht.





  
Een serie met vroeg werk van Olaf: 1. twee foto's gemaakt in Dennendal, 1978. 2. Bij de entree een blow up van 'Squares, Pearls', 1986. 3. (Links:) 'Getting close, self-portrait with Teun', 1985 en (rechts:) 'Getting close again, selfportrait with Teun', 2018. 4. Zeven foto's uit de 'Ladies' Hats'-serie, 1985-94. 5. Vier foto's uit de 'Squares'-serie, 1983-93. 6. 'II', 1989 (uit de serie 'SM in Holland').
Hierboven zie je een blokje 'vroege foto's' en allemaal in zwart/wit. Deze beelden zijn te zien in het Fotomuseum. Erwin Olaf wilde (bij beide presentaties) per se witte wanden, waar zijn werk - naar eigen zeggen - het beste op uitkomt. "Zo hoort het ook" volgens Olaf, want hij weet niet beter: "in een museum zijn de muren wit!" Hij zag het voor zich als een visioen, "als ik ooit in een museum kom te hangen, dan moet het wit zijn." En zo geschiedde. 
Behalve in de 'helden-galerij'. Voor deze aparte ruime - "met op de wanden het roze van de Maja poederdoos van mijn moeder" - selecteerde Erwin Olaf twintig historische foto's van beroemde voorgangers. Het zijn werken die hem inspireerde als fotograaf. Je zie er iconisch werk van mensen als Man Ray, Horst P. Horst, Bernard Faucon en Robert Mapplethorpe.
Vooral in de opstelling in het Fotomuseum* zie je de liefde voor het ambachtelijke en "de transitie die hij doormaakte van analoog werkende fotojournalist naar digitale beeldmaker en verhalenverteller."
* Bij dit deel van de expositie is ook een door de fotograaf ingesproken audio-tour beschikbaar.

'Zelfportretten moeten iets communiceren wat diep uit jezelf komt. Je moet je kwetsbaar maken, anders wordt het ijdel'*

* Deze uitspraak is afkomstig uit een interview in het NRC, waarin de fotograaf heel boeiend vertelt over zijn (soms naakte) zelfportretten.

Vervolgens gaan we verder in het naastgelegen Gemeentemuseum, waar je het glossy werk van Olaf vanaf 2000 onder ogen krijgt. En hoewel de fotograaf ook 'op bestelling' heeft gewerkt (denk aan merken als Diesel, Moooi, Lavazza, Indochine en ook het Rijksmuseum) hangt er in de vertoning slechts één serie gemaakt in opdracht. Maar dan wel gelijk een eervolle, namelijk die van het koninklijk huis.

koningsgezind 

Verleden jaar werd Olaf door de Rijksvoorlichtingsdienst gevraagd om het staatsieportret van onze vorst en vorstin te maken. En passant mocht hij toen ook de koninklijke familie in een meer ongedwongen pose fotograferen. En ja, één van die beelden is bekend geworden als de (informele) kerstgroet van het Oranje-gezin.






1. t/m 3. 'The Royals', de koning, koningin en hun kinderen in 2018. 4. Uit de serie 'Berlin': 'Portrait 13', 2012. 5. (Links:) 'The Boxing School' en (rechts:) 'The Kitchen', beiden uit de serie 'Hope' uit 2005. 6. (Links:) 'Self-portrait, No. 1, 48 years old' en (rechts:) 'Self-portrait, No. 4, 48 years old, beiden uit 2007.
"Ik ben trots op het koningshuis, omdat het een verbindend element is binnen een af en toe zeer verdeelde democratie." Een fotografeer-sessie in het Paleis op de Dam had "iets magisch", maar meer wil de fotograaf er niet over kwijt. "Ik heb - net als een dokter - ook een beroepsgeheim."

Olaf spreekt met veel waardering over de hoofdpersonen in zijn foto's, wie het ook zijn. De kunstenaar zegt hierover: met dit zelfportret ('Cum', 1985) "wilde ik voelen hoe het is om zelf voor de camera te staan. Ik had toen al aardig wat mensen gevraagd om zich voor mijn camera bloot te geven, ook letterlijk. Om aan mijn modellen te tonen dat ik one of the guys was, poseerde ik dus zelf.
De modellen - tijdens de persconferentie bekende Olaf dat hij liever spreekt van 'acteurs', want de benaming 'modellen' zou hen geen recht doen - worden door de fotograaf dan ook met veel respect en egards behandeld. Hij weet maar al te goed: het vergt moed om voor zijn camera te staan.
Alle foto's zijn geënsceneerd en alles is decor, ook de ruimten waarin de shoots plaatsvinden. Olaf is in die setting als de regisseur op zijn eigen filmset, met het eindproduct van soms maar één foto.

"Wat ik het liefst wil laten zien, is een perfecte wereld met een barst erin. Ik wil het beeld verleidelijk genoeg maken om mensen mijn verhalen in te trekken, en dan een klap uitdelen."

In het Gemeentemuseum zie je (dus) het vrije werk van Olaf vanaf 2000 tot en met de allernieuwste series, zoals zijn project in Shanghai (2017) en zijn meest recente en nog niet eerder vertoonde reeks  Palm Springs (2018). Hier toont Olaf zijn fotografie als installaties, in combinatie met film, geluid en sculptuur.




1. 'Portrait 08', 2012 uit de serie Berlin. 2. 'Köln, eine armlänge abstand', 2016-2019 uit de serie Skin Deep. 3. Zaaloverzicht. 4. (Links:) 'Fu 1088, the mother' en (rechts:) "Fu 1088, the father', beiden 2017 uit de Shanghai-serie.
Persoonlijk ben ik erg onder de indruk van de zelfportretten (het is immers een mooi mens) en dan met name de serie van drie foto's genaamd 'self-portrait 50 years: I wish, I am, I will be' uit 2009, de allereerste foto van dit artikel.
(Van links naar rechts) zie je de fotograaf zoals hij zichzelf zou willen zien, zoals hij toen echt was én zoals hij er naar verwachting uit zal gaan zien.
"Mijn longemfyseem was het uitgangspunt voor deze reeks. Voor de laatste foto had ik mijn vader als uitgangspunt genomen – dezelfde onzekere grote ogen en de mond open. Ik lijk fysiek misschien nog op de middelste man, maar ik voel me soms als op de laatste foto*."
(Dit wetende, verklaart het, waarom de fotograaf in interviews soms zo hijgend en piepend praat).
 * ook uit het NRC interview.

Je begrijpt: ik zeg go, go, go! En dan naar beide musea, want alleen dán krijg je het chronologische overzicht van (bijna) 40 jaar passievol fotograferen.
Bezoekersinformatie op de website van het Gemeentemuseum én het Fotomuseum (naast elkaar) in Den Haag. 
Ps: Erwin Olaf wordt in Nederland vertegenwoordigd door Flatland Gallery in Amsterdam.

-X-


Dan iets heel anders.... 
Ook deze week geopend: Alle Rembrandts in het Rijksmuseum. Stay tuned voor mijn verslag!


1. Moi voor 'American Dream, portrait of Alex', 2018 uit de Palm Springs-serie. Foto: www.daringinitiatives.com.
2. Fotomuseum Den Haag.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (behalve de foto hierboven).

'nederland ⇄ bauhaus' in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam

12 februari 2019
Op de valreep. Net voordat Museum Boijmans Van Beuningen voor een uitgebreide renovatie van zo'n zeven jaar haar deuren sluit, pakt het nog één keer uit met de tentoonstelling 'nederland ⇄ bauhaus – pioniers van een nieuwe wereld'.
In Duitsland vieren ze dit jaar 100 jaar Bauhaus (opgericht in 1919 in het Duitse Weimar) en wij feesten met onze oosterburen mee. Op bescheiden en 'eigen wijze' weliswaar. Sinds 9 februari jl. zie je in het Rotterdamse museum een interessante expositie over de invloed die de Nederlanders hebben gehad op de spraakmakende kunst- en ontwerpschool.

Als groot liefhebber van (toegepaste) kunst uit het begin van de vorige eeuw, is deze vertoning voor mij een must see. En jij kunt meegenieten, want ik maakte het navolgende verslag.
Kijk je mee?



1. Peter Keler, Wohnung in Weimar. Entwurf und Ausführung, 1927, Particuliere collectie in Nederland. Foto: Museum Boijmans Van Beuningen. 2. Het leerplan van Bauhaus.
3. Wassily Kandinsky, 'Lyrisches, 1911, Museum Boijmans Van Beuningen.
Dit jaar viert Duitsland het eeuwfeest van het Staatliches Bauhaus Weimar, want het is honderd jaar geleden dat architect en industrieel ontwerper Walter Gropius de revolutionaire kunstopleiding oprichtte (als een 'fusie-school' van twee andere, al bestaande opleidingsinstituten, in eerste instantie in Weimar, maar vanaf 1925 in Dessau).

interdisciplinaire samenwerking en productieve onenigheid

Gropius had de bedoeling om zijn leerlingen op te leiden tot allround kunstenmakers*. Naast de basale vakken als vorm-, compositie- en kleurenleer, tekenen, schilderen, beeldhouwen en kunstgeschiedenis, kregen de studenten ook les in metaal- en houtbewerking, weven, keramiek, glas-in-lood, fotografie, grafische vormgeving & reclame, meubelmaken, theatertechniek en het toneelspel.
Met deze kunstzinnige uitingen zou een nieuwe geïntegreerde (ontwerp-)stijl ontstaan die ten dienste stond van het grotere ideaal, namelijk om mooi en functioneel design te produceren. Bauhaus stond een wisselwerking voor van plastische kunsten, ambachtelijke techniek en industriële productie. Een volledig ontworpen omgeving – van theelepeltje tot complete stad – die paste bij een nieuwe samenleving, ontdaan van allerlei 'ouderwetse' vormen en materialen. "Het uiteindelijke doel van alle beeldende kunsten is het bouwwerk," aldus Gropius. "Juist door de disciplines samen te laten werken, ontstaat uiteindelijk een gebouw waar alles samenkomt."

Gesamtkunstwerk

Een kruisbestuiving tussen kunst en ambacht en daarmee een representatie van de Nieuwe Tijd. Simpele vormen, strakke lijnen. En dat uitgangspunt maakte de ontwerpen bij uitstek geschikt voor massaproductie, waardoor producten betaalbaar en toegankelijk zouden worden voor iedereen. Een goed voorbeeld zijn stoelen: die moesten praktisch zijn: product en symbool van de machines waaruit zij voortkwamen. Geen statussymbolen, maar 'zit-machines'.

De leerling moest drie cursussen doorlopen: de eerste was de Vorkurs: een basisperiode van zes maanden die bedoeld was om de student te 'zuiveren' van alle op conventionele wijze vergaarde kennis en om hem vertrouwd te maken met de theorie en praktijk van de werkplaats. Het onderwijs in de werkplaats duurde drie jaar en werd afgesloten met het gezellendiploma. Alleen gezellen in het bezit van dit officiële vakdiploma mochten tenslotte de architectuurcursus volgen (bron).







1. Piet Mondriaan, 'Compositie I', 1923-1924. 2. Zaaloverzicht, foto: Aad Hoogendoorn. 3. Theo van Doesburg, Grundbegriffe der neuen gestaltenden Kunst , deel 6 uit de reeks Bauhausbücher , ontwerp Theo van Doesburg, 1925. Particuliere collectie in Nederland. Foto: Museum Boijmans  Van Beuningen. 4. Franz Marc, 'Het Schaap', 1913-1914. 5. Zaaloverzicht. 6. Paul Citroen, vintage reprofoto grosstadt, circa 1920.
Vernieuwingsdrang, idealisme, ambities en creativiteit; alle vier kenmerkend voor het Bauhaus en dit avant-gardisme - tegenwoordig het modernisme genoemd - verspreidde zich via een netwerk van kunstenaars, tentoonstellingen, tijdschriften, congressen, onderwijs en werkplaatsen, niet alleen in Duitsland, maar internationaal. En van meet af aan waren Nederlanders in dit netwerk actief, zo wordt duidelijk in de expositie 'nederland ⇄ bauhaus' in Museum Boijmans van Beuningen.

"Ruim voor de oprichting van de school waren de architecten Berlage en Lauweriks en kunstenaar Thorn Prikker al lid van de in 1907 opgerichte Deutsche Werkbund. De vooruitstrevende opvattingen van deze organisatie over de samenwerking tussen kunstenaars en architecten met de industrie, vormden een belangrijke bron voor het Bauhaus." 

beroemde bauhäusler

In de tentoonstelling leer je welke ontwerpers, kunstenaars en architecten in de periode 1919-1933 vanuit Nederland artistieke en persoonlijke betrekkingen onderhielden met de kunstopleiding (en dat waren er plusminus zestig). Zo bestond het (voortdurend wisselende) lerarenkorps - naast bekende kunstenaars als Paul Klee, Wassily Kandinsky, Laszlo Moholy-Nagy en Oscar Schlemmer - ook uit de Nederlanders Mart Stam, Piet Zwart en Johan Niegeman. Daarnaast droegen "pioniers als Theo van Doesburg, J.J.P. Oud en Paul Citroen bij aan het karakter van het Bauhaus." En ook het tijdschrift De Stijl (van Van Doesburg, Rietveld, Oud en Mondriaan) werd door docenten en studenten aan het Bauhaus goed gelezen, aldus de zaaltekst.

Zo hebben Hollanders bijgedragen aan de ontwikkeling van de Bauhaus-stijl en omgekeerd namen zij ideeën uit Weimar/Dessau mee naar huis. Nadat de school in 1933 op last van de nationaalsocialistische regering werd gesloten, werden ongeveer dertig leerkrachten en studenten in Nederland actief: zij gingen hier lesgeven, richtten werkplaatsen op en ontwierpen voor de vaderlandse interieur- en woonbranche.






1. Wassily Kandinsky, Gelbe Mitte, 1926. 2. Zaaloverzicht. 3. F. Vordemberge-Gildewart, 'Compositie nr. 111', 1939. 4. Benno Premsela, spiegel, 1956. 5. Benno Premsela, ontwerp voor een affiche 'ons huis ons thuis', 1949. 6. Marcel Breuer, fauteuil B35, 1928. 
Bauhaus-spullen zijn niet altijd zeldzaam. Sterker nog, vandaag de dag worden er nog veel ontwerpen geproduceerd. Wat dacht je van de stalen buis? De verchroomde 'webbing' buizenstoel van Mart Stam is een erfenis van Bauhaus. Marcel Breuer's 'Wassily-stoel' en zijn 'nest' van vier bijzettafels. Of de rood/blauwe- en (later) de zigzag-stoel van Gerrit Rietveld. Andries Copier's bolvazen voor Leerdam Glasfabriek en de Giso-lampen van Gispen.
Ieder voor zich design-iconen!

design-iconen

De expositie is niet voor niks in Rotterdam, want daar zijn veel Bauhaus-invloeden te herkennen. Architect Oud ontwierp Café De Unie: het toppunt van (De Stijl-achtig) modernisme. Zijn sociale woningbouw-projecten passen binnen de principes van het 'Nieuwe Bouwen'. De Van Nelle Fabriek van Leendert van der Vlugt vertoont onmiskenbaar Bauhaus-trekjes. De witte gevels, enorme raampartijen en glazen loopbruggen zijn de belichaming van het modernistisch motto van 'licht, lucht en ruimte'. En wat dacht je van De Bijenkorf aan de Coolsingel - een blokvormig pand met gevels in honingraatpatroon van de hand van (Bauhaus-docent) Marcel Breuer uit de jaren '50.

licht, lucht en ruimte

Goed. In 'nederland ⇄ bauhaus, pioniers van een nieuwe wereld' zie je achthonderd objecten. "Laat je onderdompelen in een unieke verzameling van kunstwerken, meubels, keramiek, textiel, foto's, typografie en architectuur." En het museum belicht niet 'alleen' het Bauhaus, maar richt zich in 23 deelpresentaties vooral op de betrekkingen en de wisselwerking met Nederland en die waren intensief, zegt ook samensteller Mienke Simon Thomas.
Bij mij overheerst de verbazing over wat al zo oud is - zo'n 100 jaar! - en toch (nog) zo modern oogt.






1. Links: Oskar Schlemmer, 'Reliëf h', 1919 en rechts: Lothar Schreyer, Tulpenmadonna 1926, glas in lood. 2. Campagnebeeld. 3. Zaaloverzicht. 4. Marcel Breuer, vier bijzettafels, ca. 1926, Particuliere collectie in Duitsland, Foto: Museum Boijmans Van Beuningen. 5. Lyonel Feininger, Oberweimar, 1921, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Foto: Studio Tromp. 6. 'Bauhaus' bij mij thuis...
Om het Nederlandse Bauhaus-netwerk zichtbaar te maken, ontwikkelde het museum een speciale app waardoor bezoekers - gewapend met een tablet met een interactieve tour - de netwerkverbanden achter de tentoonstelling kunnen ontdekken. "Deze extra laag aan informatie zorgt voor verdieping en maakt bovendien het bezoek interactief", aldus het museum.
Daarnaast zijn er samenwerkingsprojecten met (o.a.) de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag, Scapino Ballet en het Rotterdams Philharmonisch Orkest voor installaties en voorstellingen in Rotterdam, geïnspireerd op Bauhaus.

De expositie is vooral interessant voor liefhebbers van kunstnijverheid en industriële vormgeving uit de twintigste eeuw. Dus ben je liefhebber van retro, vintage of eclectisch? Reis dan vooral af naar het Rotterdamse....


-X-


Maar kijk - voordat je de kuierlatten neemt - eerst even op de website voor bezoekersinformatie.
En neem ruim te tijd voor je bezoek, want in Boijmans is ook 'Dagelijkse Verwondering' te zien: een expositie met het levenswerk van de, afgelopen jaar overleden kunstenaar Co Westerik

yours truly.... (foto ©irisnoza).
Tekst en (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie betreffende foto's). 

Auto Post Signature

Auto Post  Signature