Van art gallery naar kunstbeurs: de First Art Fair trapt af

21 januari 2018
"Een nieuwe, sprankelende nieuwjaarsbeurs voor hedendaagse kunst", aldus presenteert First Art Fair* zichzelf. In het nog prille 2018 trapt deze nieuwe kunstbeurs af in een (voor mij) verrassende locatie: de Passenger Terminal Amsterdam. Waar in het vakantieseizoen enorme cruiseschepen, zeg maar gerust zeekastelen, afmeren voor een bezoek aan de hoofdstad, vindt van 18 tot en met 21 januari deze nieuwe fair for contemporary art plaats. De eerst in een lange rij: Rotterdam, Object, Tefaf, KunstRai, Big, Pan, Affordable et cetera.
Voorheen heette de beurs ForReal (Realisme), gespecialiseerd in hedendaagse figuratieve kunst.

De First Art Fair garandeert "een breed spectrum aan kunst van hoog niveau".
We gaan het zien.



1. Schilderij 'de Lucht van Zee' van Bert Brus en brons 'Torenvalk' van Mark Dedrie bij Galerie Terbeek2. en 3. Passenger Terminal Amsterdam (PTA).
Nagenietend van de zilte smaak van een oester en met een gevulde champagneflûte in de hand, loop ik langs de eerste stands van de beurs. Mijn oog valt onmiddellijk op hele mooie kunstwerken, maar met een glas in de hand is het lastig fotograferen. Snel leegdrinken maar. Zo ongeveer gaf ik acte de presence op deze Nieuwjaarsbeurs. Geheel in stijl, dus. 

the most beautiful start of the year

"De First Art Fair is een vijfdaags evenement waar schilder- en beeldhouwkunst, glas en fotografie te koop is van jonge kunstenaars, verdeeld over de stands van 30 geselecteerde galerieën uit het hele land". (Jonge kunstenaars? Jong? Soms ook 'gewoon' dood, zoals Karel Appel, Lucebert etc., maar dat terzijde). Ik citeer nog even verder uit de, bij de bubbels geleverde, glossy folder: "de nieuwe beurs biedt een breed spectrum aan stijlen, van abstract tot figuratief". (Opvallend vond ik het grote aantal kunstwerken van fijnschilders op de markt. Mooi, hoor!). "De beurs richt zich op publiek dat kunst kiest die past bij de eigen persoonlijkheid. Liefhebbers van inspirerende en esthetische kunst, waarin passie en vakmanschap een belangrijk rol spelen".
En dat lijkt mij wel verstandig: om iets te kiezen wat bij je past (en dat geldt voor alles in het leven...).





1. Werk van Mart de Brouwer bij Gallery Chiefs and Spirits. 2. Brons van Rabarama, getiteld '5-fifth, Jnani' bij Van Loon Galleries. 3. Toyin Loye met 'The Crowd', bij Gallery Chiefs & Spirits. 4. Prachtig werk van David Begbie, 'Sensu 2013', Van Loon Galleries. 5. Francois du Plessis, 'Book Object', Gallery Chiefs & Spirits
Ik zei het al eerder: de First Art Fair is de eerste in een lange rij kunstbeurzen gedurende het jaar. In een (online) artikel van het Financieel Dagblad las ik dat het aantal markten waar hedendaagse kunst te koop is, sinds het jaar 2000 explosief is toegenomen en dat idee had ik al. Een eigen (en random) onderzoekje leert dat er zo'n 14 grote (en min of meer) landelijk opererende kunstbeurzen zijn en dan heb je nog de meer plaatselijke/regionale- en natuurlijk onnoemelijk veel internationale beurzen. Een moordende concurrentie. Uit onderzoek* door de eigen galerie-branche (Nederlandse Galerie Associatie) blijkt dat  80% van de 440 kunsthuizen in Nederland in 2016 deel nam aan één of meer beurzen (en per galerie gemiddeld 2 à 3 markten per jaar).
* Het onderzoek "Ontwikkelingen Nederlandse galeries 2017" is online in te zien (klik daarvoor op de link). 

Waarom zijn er zoveel beurzen voor moderne kunst? Ik heb mij laten vertellen dat die van Keulen vijftig jaar geleden de primeur had (Art Cologne, anno 1967) en aangezien de ballotage voor die allereerste, nogal pretentieuze beurzen heel zwaar was, begonnen de 'afgewezen' galeriehouders soms een eigen beurs. En dat wordt wel de eerste reden voor de grote toename genoemd.





1. Marjan Jaspers, 'animal (hondje)' en 2. Dorien van Diemen, 'St. Alexander und Theodor Kirche', beiden van Galerie Année3. Twee olieverf-schilderijen van Maarten Boffé en 4. twee bronzen van Frans van Straaten beiden bij Galerie Honingen. 5. Arnout Visser, 'explosiebol' bij Bob Smit Gallery
De tweede en belangrijkste verklaring voor de opmars van kunstbeurzen is dat een breder publiek geïnteresseerd zou zijn geraakt in (vooral) moderne kunst. Deelname aan een van die vele beurzen biedt de galeries dan de mogelijkheid om die nieuwe klanten te bereiken en is als zodanig een verkoopkanaal voor werken van kunstenaars uit de 'eigen stal'.
Toch opmerkelijk als je weet dat de verkoopcijfers op een beurs (mij) nogal tegenvallen. Fons Hof, directeur van Art Rotterdam was twee jaar geleden (febr. 2015) openhartig toen hij in een interview met De Groene Amsterdammer verklapte dat slechts 3% van de bezoekers op 'zijn' beurs daadwerkelijk en ter plekke een kunstwerk had gekocht. Hmmm?

Naam maken

De voornaamste reden voor deelname aan een kunstbeurs is het opbouwen van een reputatie. Door zichtbaar te zijn op een fair - laagdrempeliger dan de galerie - hoopt een kunsthuis dat die aanwezigheid zal leiden tot latere aankoop in de galerie of online.





1. Michael Lauterjung met 'Cinderella' bij Galerie Maastricht/Galerie Post + Garcia. 2. René Smoorenburg, '2 citroenen' bij De Kunstsalon. 3. en 4. Jantina Peperkamp met 'Ella' en 'Orchidee twee' bij Galerie Honingen. 5. Gong Dong met 'Birthmark 1 en 2', Galerie Kunstbroeders.
Goed. Tot zover de motivatie van galerieën om deel te nemen aan kunstbeurzen. Maar waarom zijn wij er? De potentiële koper? In het eerder genoemde onderzoek van de branchevereniging las ik dat kunstbeurzen, naast een verkoop- en ontmoetingsplaats, de bezoekers ook een vorm van amusement zouden bieden.

Beurzen zijn events

Zien en gezien worden en de moderne, nieuwe kunstkoper heeft weinig tijd (zijn of haar profiel: 30 tot 45 jaar oud, vermogend en met een overvolle agenda). Een art fair biedt dan een mogelijkheid om in korte tijd én onder het genot van drinks and bites veel te zien, in plaats van winkel in, winkel uit te moeten in het Spiegelkwartier of aan het Noordeinde. De vraag is of die oesters en glazen champagne die zo royaal worden geserveerd (lees mijn intro) helpen bij het succesvolle kopen en verkopen? Zijn een beetje luxe en glamour een garantie voor hoge verkoopcijfers? Wie zal het zeggen? Maar ook hier doet het aloude gezegde opgeld: 'zien kopen, doet kopen' en de één wil niet onderdoen voor de ander.

Speciale vermelding

Hoewel je slechts een enkele foto ziet vanuit deze stand (sommige kunstwerken lieten zich lastig fotograferen), wil ik toch je aandacht vragen voor de kunst van Galerie Kunstbroeders. Gespecialiseerd in Chinese kunst, presenteert dit Amersfoortse kunsthuis en exclusief voor Europa, een kleine, doch veelzeggende groep Oost-Aziatische kunstenaars. Kijk vooral eens op hun website.






En tenslotte. Op het panoramadeck van de Passender Terminal Amsterdam is een solo-tentoonstelling en verkoop-expo ingericht met werken van de Toscaanse kunstenaar Giovanni Tommasi Ferroni. Nazaat uit een roemrucht en eeuwenoud Italiaanse artiestenmilieu, schildert en tekent de kunstenaar hedendaagse schilderijen in een klassieke traditie en thematiek. Zeker in combinatie met de bronzen sculpturen van Pieter van den Daele- veelal in de vorm van vissen - (bij Morren Galleries) geeft het geheel een prachtig plaatje (zie de vier foto's hierboven).
Mooi.


-X-


(Als je snel bent) de beurs is vandaag nog tot 18.00 uur te bezoeken. Maar sowieso en hoe dan ook: have a nice day!

PS: aanstaande donderdag (25/1) reis ik af naar Brussel om op deze plek verslag te kunnen doen van Brafa (Brussels Art Fair) die gehouden wordt van 27 januari t/m 4 februari.
So stay tuned...


(Nog) twee voorbeelden van prachtige fijn-schilderij: 1. Rachel Ross, 'Spoon with Pink Silk Ribbon', De Kunstsalon en 2. 'A Touch of red' van Lion Arie Feijen bij Galerie Honingen.
Alle (iPhone) foto's www.agreylady.nl

Afscheid van het eeuwfeest: 'Bye Bye De Stijl' in het Centraal Museum

17 januari 2018
Een hele mooie uitkomst noemen ze het zelf. Half december publiceerde het NBTC Holland Marketing* (oftewel het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen) de cijfers en ik citeer. De viering van het 100-jaar-De-Stijl-jaar (in casu, het 'Mondriaan tot Dutch Design" themajaar) "trok in totaal 600.000 bezoekers en is met circa 110 miljoen euro aan totale bestedingen buitengewoon succesvol verlopen. De 120.000 internationale bezoekers (20% van het totaal) zorgden voor ruim 75 miljoen aan bestedingen."

Zoals iedereen weet (want je kon er niet omheen) vierde Nederland in 2017 het eeuwfeest van de oer-Hollandse kunststroming De Stijl die honderd jaar eerder werd opgericht. Ikzelf maakte maar liefst 5 blogposts met De Stijl als onderwerp. (Benieuwd? Gebruik de zoek-functie in de rechter-bovenhoek). Vandaag lees je een allerlaatste verslag van de herdenking van het 100-jarige jubileum van deze beroemde moderne kunstbeweging. We zwaaien het themajaar uit met een bezoek aan het Centraal Museum in Utrecht.
Bye Bye De Stijl!



1. 'Geen Titel', (2014) van Erik van Lieshout. 2. Rob Voerman, 'Rietveld House', 2014. 3. 'Rietveld-Remix #1' (2004-2008) en 'Rietveld-Remix  #2' (2012) van Mary Heilmann.
Wat ik al zei: er was geen ontsnappen aan. (In met name Utrecht en Amersfoort waren er ook die zich irriteerden aan de overkill aan al dat 'red, yellow and blue' in de binnenstad). De viering van de centennial werd groots opgezet en wie wilde deelnemen aan de promotie rondom het De Stijl themajaar met binnen- én buitenlandse campagnes, moest daarvoor betalen. Ook veel musea deden mee, wat voor sommigen behoorlijk voordelig uitpakte. (Zie voor de deelnemerslijst het onderzoek). Museum Drachten, Villa Mondriaan en Museum Helmond verkochten bijvoorbeeld beduidend meer kaartjes dan andere jaren (respectievelijk: "bijna twee keer zoveel als in 2016", "zo’n 4.000 meer dan in het openingsjaar 2011" en "50.000: een mijlpaal", bron: NRC).

De verhaallijn 'Mondriaan tot Dutch Design'

Alles bij elkaar was de idee achter 'Mondriaan tot Dutch Design' een hele slimme. Door kunststroming 'De Stijl' als 'verhaallijn' neer te zetten, werden plaatsen met dit gemeenschappelijke thema aan elkaar gekoppeld, waardoor bezoekers (lees toeristen) beter werden verspreid. En dat is ook precies de doelstelling van (NBTC) Holland Marketing: het toerisme spreiden over het hele land en over alle seizoenen. Nederland als één metropool: oftewel de regio Groot-Amsterdam (met het credo: "to get tourists out of Amsterdam to other parts of the country"). En daarin is de organisatie met de slogan 'Mondriaan tot Dutch Design' uitstekend geslaagd.




1. General Idea met diverse werken uit de 'Infe©ted Rietveld'-serie. 2. en 3. De Chinese kunstenaar Ding Yi met 'Appearance of Crosses 97-B11 en B-12 uit 1997. 4. Marc Bijl, 'PORN' (2006 en ook gebaseerd op LOVE van Robert Indiana). 
Goed. Tot zover de terugblik. Vandaag (de dag) kun je in het Centraal Museum in Utrecht de laatste tentoonstelling in het De Stijl-jaar bekijken. Bart Rutten, artistiek directeur van het museum: "Honderd jaar na de oprichting van het kunstenaarstijdschrift is De Stijl uitgegroeid tot een iconisch begrip. Zij staat voor compromisloze ambitie en verheven idealen die tot op de dag van vandaag kunstenaars inspireert, imponeert en sommigen ook irriteert. Met 'Bye Bye De Stijl' plaatsen we de beweging in een hedendaagse context en houden we de beweging van weleer springlevend."

Bye Bye De Stijl

Aanleiding voor de exhibitie was de installatie 'Infe©ted Mondriaan' uit de jaren negentig van General Idea. Opgericht in de zestiger jaren focuste dit kunstenaarscollectief zich, toentertijd bestaande uit Felix Partz, Jorge Zontal en AA Bronson, op het creëren van aandacht voor aids. Als reactie op dit desastreuze virus maakten de kunstenaars kopieën van schilderijen van Mondriaan en stoelen van Rietveld, waarbij zij het geel vervingen door de, door Mondriaan 'verachte' kleur groen ("diagonalen zijn oké, groen is verboden"). Ook veranderde het artiesten-trio het overbekende 'LOVE' - een letterontwerp van Robert Indiana uit 1964 - in een AIDS-logo, dat zij vervolgens gebruikten als dessin-ontwerp voor behang.
(Zowel Partz als Zontal overleden in 1994 aan de gevolgen van aids). 




1. 'The Style Wars (naar Rietvelds Steltman stoelen) uit 2009 van Marc Bijl. 2. en 3. Erik van Lieshout, 'Geen titel' (17.11.925, 17.118.73 t/m 17.118.77) uit 2014. 4. Barbara Visser, 'Berlin Chair Loveseat', 2001.
In het Utrechtse museum zie je een verzameling werken van hedendaagse kunstenaars die de iconen van Rietveld en Mondriaan als uitgangspunt nemen om hún visie op De Stijl te geven. De een zet zich af tegen De Stijl, de ander probeert de kunststroming te doorgronden of persifleert die juist. 
Rob Voerman die met zijn 'Rietveld House' (2014) een "subversief commentaar" geeft op het Rietveld Schöderhuis, opent de tentoonstelling op (een deel van) de 2e etage van het museum. Het door Gerrit Rietveld ontworpen huis is nog wel als zodanig herkenbaar, maar door de kunstenaar vervormd en gedeconstrueerd.

Eric van Lieshout heeft in de expo meerdere kunstwerken en één daarvan is zijn 'Zigzagstoel' uit 2009. In dit driedimensionale werk vervormt Van Lieshout de door Rietveld ontworpen 'Spartaanse' stoel op "ironische wijze" (en sober is 'ie, weet ik uit eigen ervaring van de replica in mijn woonkamer), "om daarmee het idealisme van De Stijl te benadrukken" en hoe hij dat precies bedoelt, wordt duidelijk in de expo. Of bekijk het bij deze tentoonstelling ontwikkelde en een kleine dertien minuten durende filmpje Bye Bye De Stijl. Alle kunstenaars vertellen daarin desgevraagd wat de invloed van De Stijl is op hun werk en hun leven. (Klik voor de video op de blauwe link).




1. Mary Hellmann, links: 'Positive-Negative', 2011 en rechts: twee stoel 'Rietveld-Remix #1 en #2. 2. Lucassen, 'Vrouw in Interieur', 1975. 3. '31 December 1999 #1 en #2', (1998) van Roy Villevoye. 4. Erik van Lieshout, 'Zigzagstoel', 2009.
En in de serie 'leuke feitjes, interessante weetjes' én 'Vers van de Pers' het volgende. Het Centraal Museum heeft verleden week een aankoop gedaan die uitstekend past in de onderhavige tentoonstelling. Het museum kocht op 9 januari jl. werk van de invloedrijke Nederlandse ontwerper/kunstenaar Maarten Baas uit zijn 'Smoked Series'. Baas' verbrande en bewerkte het, in 1921 door Gerrit Rietveld ontworpen 'Ellingbuffet' en dit dressoir is sinds deze week ook in 'Bye Bye De Stijl' te zien.
Wat het museum voor de kast betaalde is (mij) niet bekend.  Bij het New Yorkse veilinghuis Wright staat een dergelijk buffet op de website met een geschatte veiling-opbrengst van $ 30.000 tot $ 40.000....

(Nieuwsgierig Aagje).


-X-


Die kast heb ik dus jammer genoeg gemist, maar jij kunt hem wel in levende lijve aanschouwen. De tentoonstelling is nog te zien t/m 4 maart aanstaande. Kijk voor informatie op de site van het Centraal Museum.

 * Het 'Mondriaan tot Dutch Design' themajaar was een initiatief van NBTC Holland Marketing in samenwerking met 32 musea, steden en regio’s door het hele land. Klik op de link voor het verslag van het onderzoek).

Het 'Ellingbuffet' (2009) van Maarten Baas, nu van het Centraal Museum. Foto van ©Wright.
Alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

#artselfie en het Van Gogh Museum Amsterdam

14 januari 2018
"Leuk museum, als je van Van Gogh houdt", beoordeelt een bezoeker het Van Gogh Museum in een recensie op internet. En da's een waarheid als een koe. Dit (Rijks-)museum is leuk en interessant, maar vooral voor mensen die liefhebber zijn van het (post-) impressionisme in het algemeen en van de kunstwerken van Vincent van Gogh in het bijzonder. Dát, de meestal ellenlange rijen voor de kassa en de algehele drukte maakt dat ik zelden (of beter: nooit) spontaan een rondje door dit thema-museum loop (wat ik in het Stedelijk- en Rijksmuseum wél regelmatig doe). Van de week maakte ik daarom maar eens online een afspraak voor een visite. Mijn tweede bezoek ooit.

"Laat je meevoeren in de ontwikkeling van Vincent van Gogh als kunstenaar. Stap in Van Gogh's wereld en ontdek de ideeën en ambities achter zijn kunst."
Oké en daar gaan we... 


1. Detail van 'Slaapkamer in Arles', 1888. 2. 3-D versie van ©Roy Lichtenstein's schilderij 'Bedroom at Arles' uit 1992, in het  Moco Museum (hier mijn blog over dit museum).
Het tumultueuze, getroebleerde leven van Vincent van Gogh (1853-1890) is - mede door twee tv-series en laatstelijk nog de mooie 'Loving Vincent' animatiefilm* - algemeen bekend. Wat in de publiciteit vooral naar voren komt, is het beeld van het dagelijkse geploeter van een geniale en geïsoleerd werkend kunstschilder met overspannen nerven. En over dat moeizame leven: in 2010 deed marktonderzoeker TNS NIPO een studie waaruit bleek dat de kunstenaar bij het Nederlandse publiek vooral bekend is om zijn afgesneden oor. Op de vraag "waar denkt u aan bij de schilder Vincent van Gogh", noemde 50% van de ondervraagden als eerste deze smartelijk automutilatie, met daarna 'kunstschilder' en 'zonnebloemen' (bron: Historiek).

*In 2013 was er de vierdelige EO-miniserie met Jeroen Krabbé als Vincent Willem, neef en enige erfgenaam, die aan de hand van brieven, tekeningen en schilderijen het levensverhaal van zijn oom Vincent van Gogh (gespeeld door Barry Atsma) vertelde. Twee jaar later (in 2015) was Jeroen Krabbé weer te zien, dit keer als presentator van de Avro/Tros-serie 'Krabbé zoekt Van Gogh'. Tenslotte draaide vanaf 26 oktober vorig jaar de animatiefilm 'Loving Vincent' in de Nederlandse bioscopen. De film was de eerste volledig geschilderde speelfilm die handelde over de laatste jaren van Vincent van Gogh. In het Noordbrabants Museum in Den Bosch kun je (nog t/m 28 januari) meer dan 100 speciaal voor deze film gemaakte olieverfschilderijen bekijken.





1. 'Amandelbloesem', 1890. 2. 'Vaas met Vijftien Zonnebloemen', 1889. 3. Uitvergrote studietekening in het trappenhuis. 4. 'Korenveld onder Onweerslucht', 1890. 5. 'De Oogst', 1988.
In zijn vroege jaren gebruikte Van Gogh veel - en oneerbiedig gezegd - moddertinten, maar dat was blijkbaar de sign of times. De meeste kunstenaars werkten tonaal, oftewel gebruikten kleuren uit één kleurfamilie en Van Gogh deed niet anders. Neem zijn wereldberoemde schilderij 'De Aardappeleters' uit 1885. Nogal somber en tobberig. En als je dan weet dat er maar drie jaar tussen dit schilderij en de veel kleurrijkere schilderijen uit zijn laatste periode in het Franse Arles zit. Van Gogh maakte al zijn werk - en dat was veel: circa 900 schilderijen en 1100 werken op papier - in een periode van slechts tien jaar. En dan moet hij wel 'koortsachtig' hebben gewerkt, wetende dat de kunstenaar maar 37 jaar oud is geworden.

Moddertinten

Goed: terug naar mijn bezoek aan het Van Gogh Museum. Precies wat ik al zei: heel druk. Verder zou je uit de inleiding van dit artikel kunnen opmaken dat ik geen heel groot bewonderaar ben van het impressionisme (en dat heb je dan goed gelezen): wat mij afgelopen week bij het zien van de vaste collectie duidelijk werd, is dat Vincent van Gogh heel goed kon tekenen en schilderen. (En dat is meteen ook de grootste misvatting ooit: dat impressionisten en abstract werkende kunstenaars en zo, niet zouden kunnen schilderen). Ik zag hele mooie kunstwerken en ja, ook van Van Gogh.




1. Detail van 'Bloeiend Amandeltakje in een Glas', 1888. 2. 'Irissen', 1890. 3. 'Net echt': achterkant van een reproductie. 4. Detail van 'Landschap met Huizen', 1890. 
Één ding is opvallend in het Van Gogh: je ziet niemand die zich, met zijn of haar smartphone in de hand, in allerlei bochten wringt om een zo voordelig mogelijke selfie te maken voor een schilderij van De Meester (of voor een van zijn befaamde tijdsgenoten). Dat mag namelijk niet. Ten strengste verboden te fotograferen!

Het Amsterdamse museum stelde daar eind 2014 paal en perk aan, omdat mensen geklaagd zouden hebben over de 'smartphone-terreur'. Bezoekers mogen alleen op speciale plekken - ik zag er twee - foto's maken. Voor Nederland is zo'n verbod uitzonderlijk. Er zijn maar enkele musea met een dergelijk fotografie-beleid*. Ik weet dat, naast het Van Gogh Museum, ook FOAM en het Anne Frankhuis het foto's maken beteugelen. (Ken jij - naast deze drie - nog een ander Nederlands museum die het ook verbiedt?). De meeste musea gedogen het, juichen het toe of moedigen het fotograferen zelfs aan, in de wetenschap dat die foto's op social media worden gedeeld.

Verboden te fotograferen

In 2014 zei een medewerker van Museum Boijmans van Beuningen over hún fotografie-beleid het volgende (in HP/DE Tijd). "Bezoekers willen graag foto’s maken en deze delen met hun achterban en vrienden. Dat is onderdeel van de huidige beeldcultuur en daar moeten we ons als museum niet tegen verzetten. Om toch elke bezoeker, dus ook de rustzoeker, ongestoord te laten genieten, spreekt de beveiliging mensen aan op eventueel storend gedrag". Het Stedelijk Museum Amsterdam zei hierover desgevraagd: "foto’s maken gebeurt wel, maar het concentreert zich niet op één werk, zoals bijvoorbeeld bij de Mona Lisa in het Louvre".
Wat vind jij? Ik hoor het graag.

* Soms is fotograferen verboden, omdat er copyright-afspraken zijn gemaakt met bruikleengevers.




1. t/m 4. Heel veel Van Gogh-merchandise, zowel binnen - in drie (!) museumshops - als buiten.
Ik was weer enigszins burgerlijk ongehoorzaam, want een blogpost over een museum zonder foto's van dat museum is raar en saai. En natuurlijk kan ik de door het museum verstrekte (pers)foto's gebruiken, maar dat is mijn eer te na. En niet dat ik de regel wilde overtreden: dat bleek al snel onmogelijk. Teveel potige security-medewerkers (m/v) die alert zijn op recalcitrant gedrag.  

Burgerlijk ongehoorzaam

Dus je ziet hierboven kiekjes die ik maakte in één dan de drie (!) museumshops in het Van Gogh Museum (en een enkele daarbuiten). Ik richtte mijn iPhone op de vrijwel niet van echt te onderscheiden en te koop zijnde reproducties van de meesterwerken van Vincent van Gogh.

Altijd eigenwijs en de naam van mijn blog is behoorlijk toepasselijk.
(een grijze dame met praatjes...).


-X-


Dus boek je kaartje(s) online en stel je in op grote drukte, dan kan het alleen maar meevallen. Want bedenk (en een schrale troost): in het getoonde wordt je zeker niet teleurgesteld.

?
 Alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature