Kunst én design: Stedelijk Base in het Stedelijk Museum Amsterdam

17 december 2017
Van de week leidde ik je - in een (over)enthousiast ooggetuigenverslag - rond in het nieuwe Stedelijk Base van het Stedelijk Museum Amsterdam. In dat relaas lag de nadruk op de innovatieve tentoonstellingsvormgeving die voor rekening komt van AMO (of OMA*): het architectenbureau van Hollands' trots en meest spraakmakende architect Rem Koolhaas.

Ik heb er inmiddels een paar nachtjes over kunnen slapen en vandaag kijken we een beetje beter en iets langer naar de beroemde én uit zeer uiteenlopende objecten bestaande vaste collectie kunst en design in het bezit van het Stedelijk, dat sinds zaterdag 16 december in de nieuw ingerichte kelder van de nieuwbouw te zien is.
Kijk je mee?

* Wat is het nu? Is het AMO of OMA? Beiden namen worden genoemd als het om deze architect gaat. AMO blijkt de onderzoekstak van Koolhaas' architectenbureau OMA te zijn.



1. Roy Lichtenstein, 'As I Openend Fire', 1964 en Claes Oldenburg, 'Saw ', 1971. 2. Barnett Newman, 'Cathedra', 1951. 3. (links) Armando, '2 x 7 bouten op rood', 1961 en Yayoi Kusama, 'Aggregation: One Thousand Boats Show', 1963. 

Drie Dwaze Dagen...

Waar het dagblad NCR (in eerste instantie) sprak over een 'uitdragerij', las ik in De Volkskrant als commentaar op de nieuwe opstelling, dat het net lijkt op de "Drie Dwaze Dagen in een pop-up-museum" en als "een openbare depotpresentatie". Ik denk dan: leuk bedacht deze kwalificaties en vergelijkingen, maar wel enigszins overdreven.
Maar toch...

Het NRC en De Volkskrant doelen met hun opmerkingen op de grote hoeveelheid werken die er op de 1.100 meter² van de kunstkelder te zien zijn. (Ook de Kunstmeisjes - drie bloggende kunsthistorici die ik nogal hoog heb zitten - schrijven in een eerste reactie: "(...) wel erg krap allemaal").
Niet één grote lege witte wand waar slechts een enkel schilderij hangt (bijvoorbeeld het intens blauwe doek van Barnett Newman), maar heel veel kunstwerken hutje bij mutje, dicht óp - en dóór elkaar. Volgens De Volkskrant: "een aangename ontheiliging van het geweldige en gevarieerde artistieke bezit". 




1. Karel Appel, 'Mens en Dieren', 1949. 2. stofontwerpen en een 'Tormado-rekje', '50ties. 3. Robert Mangold, 'Two Color Frame Painting' (s), 1984. 4. Een hoek vol met grote namen, met op de voorgrond: Jeff Koons, 'Ushering in Banality', 1988.

Een make over

Ook de website van het Stedelijk kreeg een make over (zag ik zonet) en daarop is (o.a.) het volgende te lezen. "Het tentoonstellingsontwerp bouwt voort op het experimentele DNA van het Stedelijk. De indeling van dit eerste deel benadrukt de collectie als een netwerk van relaties, in plaats van als een verzameling individuele kunstwerken. Uiterst dunne, losstaande wanden vormen een bijna stedelijke ruimte waarin vrije associaties en meervoudige verbanden mogelijk worden gemaakt. In Stedelijk Base wordt ingezoomd op de hoogtepunten, oftewel de canon*".

Als bezoeker is het de bedoeling de rondgang te starten op niveau -1, waar de kunstzinnige ontwikkeling uit de periode van grofweg 1880 tot 1980 te zien is. Aan de buitenmuren van de zaal zie je de kunst in een chronologische volgorde, terwijl in het midden van de zaal een specifiek thema of aspect van de collectie wordt uitgelicht. En dan niet 'alleen' de geschiedenis van de autonome werken, maar net zo goed die van toegepaste kunst en vormgeving.  
Vervolgens kan het publiek de lange roltrap naar boven nemen, waar de tentoonstelling wordt vervolgd met een imponerende installatie van Barbara Kruger (voor foto's kijk je op deel 1 van mijn verslag) en een presentatie van kunst uit de periode 1980 tot nu. Het museum voegt daaraan toe dat de tentoonstelling op deze verdieping jaarlijks zal wisselen.

* Ik hoor dat woord de laatste tijd vaker: de canon. En nu ken ik - uiteraard - de merknaam en als synoniem voor het begrip kettingzang (denk: 'Vader Jacob'), maar in deze context? Het internet biedt uitkomst: "met een canon wordt het geheel van teksten, beelden, kunstwerken en gebeurtenissen bedoeld dat het referentiekader is van een gedeelde cultuur of religie".




1. (links) Willem de Koning, 'Rosy-Fingered Dawn at Louise Point', 1963 en Jackson Pollock, 'The Water Bull', 1946. 2. De 'Amsterdamse School-stijl' hoek. 3. (links) Martial Raysse, 'Peinture á haute tension', 1965 en (rechts) Elaine Sturtevant, 'Raysse Peinture á haute tension', 1969. 4. meubilair uit de Clay-serie van Maarten Baas.

Kunst én vormgeving

Een 50er jaren Pilastro of Tomado boekenrekje ('anoniem' staat er op het infobordje), de Ikea-vaas van Hella Jongerius, maar ook de roodblauwe stoel van Rietveld en sieraden van Gijs Bakker. Het Stedelijk Museum heeft al sinds 1934 een afdeling Vormgeving en de enorm uitgebreide verzameling bestaat uit zo'n 50.000 design-objecten. Met de nieuwe collectie-opstelling in Stedelijk Base - waar alle disciplines kriskras door elkaar staan of hangen - 'verzacht' het museum de grens tussen kunst en design en dat is dan ook de grootste breuk met de vorige presentaties van de collectie. (Bij de heropening van het museum in 2012 werd er juist een aparte vleugel aan toegepaste kunst gewijd).

In Stedelijk Base zie je de beroemde collectie van het Amsterdamse Stedelijk weer voor een groot deel geheel en samen. Neem Jeff Koons: de aankoop van zijn überkitsche sculptuur van een biggetje met kinderen genaamd 'Ushering in Banality' uit 1988 zorgde voor een klein relletje én voor naamsbekendheid voor Koons. Naast het PopArt vrouwenportret met neon-mond van Martial Raysse hangt het door Elain Sturtevant, met toestemming van de kunstenaar gemaakte kopie (of 'herhaling' zoals de 'kopiiste' haar werkwijze zelf noemde). Veel stoelen van het ontwerpersduo Charles & Ray Eames, maar ook de roodblauwe van Gerrit Rietveld, de 'knotted chair' van Marcel Wanders én stoelen uit de 'clay-serie' van Maarten Baas.
Van die dingen...




1. Keith Haring, 'Apartheid', 1984. 2. Op de voorgrond: Ikea-vaas 'PS Jonsberg' van Hella Jongerius, 2004. 3. Vincent van Gogh, 'Moestuinen op Montmatre', 1887. 4. Portretten uit de stijlperiode: Nieuwe Zakelijkheid (o.a. Willink, Toorop, Fernhout).
Het enige waar ik écht moeite mee heb, is de naam van de nieuwe presentatie: Stedelijk Base.
Want als ik het uitspreek, dan struikel ik over die woorden.
'Stedelijk' is Nederlands en 'Base' is Engels (so pronounce: bees) en ik krijg het daardoor niet goed uit mijn mond....
(stedelijk bees, stedelijke bees...)

Heb jij dat nou ook?


-X-


1. Twee Vipp-vuilnisbakken en 4 lava-lampen: Haim Steinbach, '00:02' (2,4S), 1988. 2. Niki de Saint Phalle, 'Tir'.
In de rubriek 'roddel en achterklap': 'Tir' (Shooting Altar) uit 1970 is een a-typisch werk van Niki de Saint Phalle (die voornamelijk kleurrijke, vrolijke scupturen maakt). De kunstenaar - die getrouwd was met Jean Tinguely - zou dit werk gemaakt hebben toen zij hoorde dat Tinquely er een andere vrouw (vrouwen?) op na hield. Zij schoot de met verf gevulde zakjes die zij aan 'het altaar' gevestigde, stuk met een geweer... 
:-( 


Alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl

De heropening van de badkuip: 'Remix the Collection' in het Stedelijk Museum Amsterdam

14 december 2017
Net terug van de pers-preview van Stedelijk Base, 'Remix the Collection' als ik dit schrijf en nog steeds stupéfait. En erg enthousiast, want wat is het mooi!
Maar wacht: laat ik bij het begin beginnen...


Het 'trappenhuis' in de nieuwbouw van architect Mels Crouwel (de Badkuip) met een  installatie van Barbara Kruger.

Let me be your guide

Één ding is zeker: tijdens de aanstaande nieuwjaarsborrel van het Stedelijk Museum Amsterdam zal er met afgrijzen achterom worden gekeken en zal men blij zijn dat ze een nieuwe start kunnen maken. Want het Amsterdamse Museum voor moderne en hedendaagse kunst en vormgeving heeft een behoorlijk turbulent jaar achter de rug.
Maar op de valreep van datzelfde jaar is er toch ook goed nieuws te melden én te vieren. Aanstaande zaterdag (16 december) opent Stedelijk Base: 'Remix the Collection'. Of anders gezegd: alle museumzalen zijn weer open en iedereen kan de Stedelijke kunst-toppers weer bekijken. Maar dan wel in een geheel verfriste context.
Kijk over mijn schouder mee tijdens de guided tour door co-curator Margriet Schavemaker, (namens directeur ad interim Jan Willem Sieburgh, die in een vertraagde trein zat) en verbouw-architect en vormgever Rem Koolhaas langs de nieuwe collectie-opstelling.
Kom, dan lopen we een rondje Stedelijk Base.  



'Remix the Collectie' begint met aan je linkerhand,  Breitner met 'de Dam', 1898 en op rechts, Sal Meijer, 'Opgang Stedelijk Museum', 1912.

 'Rampjaar'

2017 gaat de boeken in als een lastig jaar en dat is een understatement. Het begon in 2016 met alle kritiek op (toen nog) directeur Beatrix Ruf, die het plan had opgevat om de indeling van de tentoonstellingsruimten op de schop te nemen. De enorme expositiezaal in de kelder van de nieuwbouw (in de volksmond ook wel 'de badkuip') zou de vaste collectie moeten gaan herbergen. En zo geschiedde. De nieuwbouw-vleugel werd gesloten (met uitzondering van het entreegebied, dat op een later moment verbouwd zou gaan worden) met het plan om deze dan in mei van dit jaar feestelijk te openen. Maar helaas. Die planning werd niet gehaald, want de verbouwing (het museum spreekt liever van een herschikking) liep flinke vertraging op en kostte uiteindelijk ook veel meer dan begroot*.

Klap op de vuurpijl was natuurlijk het overhaaste vertrek van Beatrix Ruf. De directeur - die in november 2014 was aangetreden - hield half oktober na de onthulling over nevenactiviteiten en het al dan niet melden daarvan, de eer aan zichzelf en vertrok (nadat op 1 oktober zakelijk directeur Karin van Gilst op eigen verzoek hetzelfde had gedaan). 

* hoewel de meningen daarover zijn verdeeld. Het NRC berichtte dat een en ander bijna 2,9 miljoen euro zou hebben gekost (zo’n 2 miljoen méér dan was begroot), maar het museum bestrijdt dit. Die houden het op een overschrijding van zo'n 7 ton. 



In de grijze 'kubus' is de Harrenstein slaapkamer (1926) van Gerrit Rietveld ondergebracht en bovenop heb je uitzicht over de museumzaal. 

Stedelijk Base

Maar goed, al deze beslommeringen zijn inmiddels verleden tijd en de nieuwe routing in het museum, de veranderde manier van presenteren van de eigen collectie én de verbouwing van het entree-gebied zijn een feit. Tijd voor een feestje.
'Stedelijk Base' is het sluitstuk van de nieuwe gebouw-indeling én de grootste collectie-presentatie van het Stedelijk ooit, dat - naar eigen zeggen - nu inzichtelijker is ingedeeld. "Het is het perfecte instapmoment voor wie kennis wil maken met moderne kunst en vormgeving, terwijl de kunstliefhebber de bekende Stedelijk-iconen in een nieuwe context kan ontdekken". En dat alles is mogelijk gemaakt door een "spectaculair tentoonstellingsconcept" dat speciaal ontworpen werd door AMO, het architectenbureau van Rem Koolhaas.





De nieuwe indeling in drie zones

Het vernieuwde Stedelijk Museum is vanaf zaterdag voor het grote publiek geopend en huisvest vanaf dat moment kunstwerken onderverdeeld in drie zones:

1. Stedelijk Base is de opstelling in de gehele nieuwbouw met ongeveer 700 kunstwerken uit de eigen collectie van het Stedelijk en geëxposeerd in een mix van allerhande disciplines. In de basement (de 'kelder') zie je de ontwikkelingen in de kunsten vanaf het einde van de 19e eeuw tot nu en dat gaat van Van Gogh, Mondriaan, Malevich, Toorop, Kusama en Rietveld tot Kiefer, Koons, Kruger, Sottsass, Van der Elsken, Dijkstra en Dumas. Ik citeer; "een perfecte kennismaking met de geschiedenis van de moderne kunst en vormgeving, die tegelijkertijd uitnodigt tot verrassende combinaties en dwarsverbanden.

2. Stedelijk Turns: is gelegen op de begane grond van de oudbouw uit 1895. Hier zie je ook werken uit het vaste assortiment van het museum, maar dan in actuele en thematische presentaties, en tenslotte

3. Stedelijk Now. Op de eerste verdieping van de oudbouw zullen voortaan de tijdelijke tentoonstellingen te zien zijn.




Kunst én design

Tijdens de pers-preview van de nieuwe indeling bleek hoe grensverleggend die presentatie is geworden (vandaar mijn geestdrift...!). Op de buitenwanden van de benedenzaal - dus rondom - hangen werken in chronologische volgorde. En met recyclebare, dus duurzame stalen schotten - zo dun als systeemwandjes (het lijkt wel bordkarton), maar in totaal 180 ton wegend - is het 'binnenveld' verdeeld als ware het een labyrinth.
In de expositie 'Remix the Collection' wordt van alles door elkaar én met elkaar getoond. En met alles bedoel ik alles: schilderijen, (wand)kleden, installaties, foto’s, grafische kunst, woonaccessoires, stoelen, noem maar op. Dus autonome én toegepaste kunst. En dat is 'effe' wennen! Het NRC noemde het in hun recensie zelfs 'een uitdragerij' (een kwalificatie die de krant later heeft 'gerectificeerd'). En ik begrijp die vergelijk, maar die is mijns inziens veel te boute.




Trouwe lezers weten dat ik wars ben van een al te scherpe scheidslijn tussen beeldende kunst en design, dus na het zien van de nieuwe, interdisciplinaire opstelling ben ik heel blij verrast en een tevreden mens. Meer dan in het verleden zijn de kunstwerken uit een bepaalde periode gecombineerd en wordt de 'gebruikersvriendelijkheid' van kunst een onderwerp van gesprek.

De rangorde in de verschillende kunstuitingen is losgelaten, de volgorde niet. In Stedelijk Base is de ontwikkeling van de moderne en hedendaagse kunst en vormgeving heel goed te volgen. Margriet Schavemaker van het Stedelijk: "de presentatie zit vol verrassende dwarsverbanden, maar heeft ook een heldere tijdlijn. Daardoor zal voor de bezoeker steeds duidelijk zijn in welke periode in de kunstgeschiedenis hij zich bevindt."
Hear, hear!

Het moge duidelijk zijn, ik ben om!


-X-


PS: ik heb in dit bericht de kunstwerken niet toegeschreven. Mijn enige doel was om je een indruk te geven van de nieuwe vormgeving van de vaste collectie in het museum. Een verslag over de getoonde meesterwerken volgt.  


Een rondleiding door Rem Koolhaas
Alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl

In Ons' Lieve Heer op Solder: 'Tussen Kunst en Kerst' met Clemens Merkelbach van Enkhuizen

10 december 2017
"Da's een hele mond vol, die kop boven dit bericht".
Ja, dat klopt en dat komt omdat ik je vandaag ook veel heb uit te leggen. Dit blogbericht handelt namelijk over een huiskerk, thans museum, genaamd 'Ons' Lieve Heer op Solder', waar van de week de tentoonstelling 'Tussen Kunst en Kerst' opende, waarin de verzameling én de kunst te zien is van tekenaar, schilder, graficus en topograaf Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
Kom in de kerstsfeer en kijk mee in deze voormalige kousenwinkel op de Wallen.



1. Kerstgroep. 2. Olieverf-miniatuur, 'de moeder van Merkelbach', 1973. 3. Het oorspronkelijke pand (smal maar diep).

Huis-, zolder- én schuilkerk

Op de hoek van de Oudezijds Voorburgwal en de Heintje Hoekssteeg, in het oudste deel van de Amsterdamse binnenstad (en tegenwoordig ook hartje Red Light District) staat het pand uit ca. 1630 dat door de rooms-katholieke handelaar Jan Hartman in 1661 werd verbouwd tot kousenwinkel. Voor zijn zoon Cornelis, die voor priester studeerde, liet hij gelijkertijd op de zolderverdieping (over de breedte van twee achterhuizen in de steeg) een huis- en tevens schuilkerk inrichten. 'Roomsen' mochten in die tijd na de Reformatie namelijk geen openbare missen meer houden. Vrij uniek is dit godshuis, want (en ik citeer:) "het is de enige van de vroeger talrijke Amsterdamse zolderkerkjes die in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard is gebleven". Na het Rijksmuseum is Museum Ons’ Lieve Heer op Solder het oudste museum van de stad, waar ook - of wéér moet ik zeggen - kerkdiensten worden gehouden.

Tot mijn schande én inmiddels ook spijt, moet ik bekennen dat ik nooit eerder de behoefte voelde een bezoek te brengen aan dit museum. In mijn vooringenomenheid stond de zolderkerk synoniem met saai en dul en kon ik wel iets beters bedenken dan een bezoek te brengen aan een kerk (die had ik in mijn jeugd immers al vaak genoeg van binnen gezien, zo oordeelde ik). Fout! Nou ja, fout? Jammer, want Ons' Lieve Heer op Solder is charmant en interessant.
Afgelopen vrijdag gaf ik gehoor aan de uitnodiging voor de feestelijke presentatie (met high tea!) van de kunst- en kerstverzameling van Clemens Merkelbach van Enkhuizen. In het grachtenpand uit de Gouden Eeuw zijn vanaf 9 december bijzondere kerststallen en religieuze beelden te zien, terwijl in het nieuwe gedeelte schilderijen en tekeningen van de 80-jarige kunstenaar hangen.



1. Zicht op een zelfportret nét voordat de expo werd geopend. 2. Zelfportret uit 1967 en rechts, een portret uit 1964 van de inmiddels overleden levenspartner Gerard Spruyt. 3. 'Uitzicht op de Keizersgracht in het vroege voorjaar', 2001-2002.

Een heer van stand

Clemens Merkelbach van Enkhuizen (1937, gem. Roosendaal) studeerde in de zestiger jaren aan de Amsterdamse Rijksakademie van Beeldende Kunsten, alwaar hij zich specialiseerde in de portretkunst. Naast veel portretopdrachten, tekende en schilderde de kunstenaar in zijn atelier op de bovenverdieping van zijn woning aan de Keizersgracht ook veel stadsgezichten en dan met name kerken. Eerst in Breda en later in Amsterdam en dan vaak van (19de eeuwse) godshuizen die als gevolg van de segregatie in de jaren ’60 gesloopt werden. "In Merkelbach's werk is de drang om het vergankelijke vast te houden zichtbaar. Met bloedend hart documenteerde hij de teloorgang. Zo maakte hij een serie tekeningen van de afbraak van De Willibrordus Buiten de Veste*".

* De grootste neogotische kerk van Amsterdam (op de hoek Amsteldijk en Ceintuurbaan) die in 1873 werd opgeleverd naar een ontwerp van architect Pierre Cuypers: ja, díe; de Cuypers van het Rijksmuseum en het Centraal Station. De kerk werd in 1966 afgebroken.

Redder van verweesde beelden

Merkelbach is naast kunstenaar ook een fervent verzamelaar van religieuze objecten en dan met name uit de neo-gotica*. Scharrelend tussen alle afgedankte spullen kocht de kunstenaar bij kooplieden op het Waterlooplein en andere rommelmarkten én in antiekwinkels en op veilingen heiligenbeelden uit eerder gesloopte kerken. Steeds meer verweesd katholiek erfgoed kreeg door die 'strooptochten' een plekje in zijn huis. In zijn atelier 'struikel' je over de eikenhouten kapitelen, de engelenkopjes, stukken altaar, wierookvaten, monstransen, een hostie-doos en nog véél meer decoratieve voorwerpen, allemaal in de Cuyperiaanse neo-gotische stijl (heb ik mij laten vertellen). Ook verzamelt hij van kinds af aan kerststalletjes, kerstgroepen, kersttaferelen et certera.

* de neo-gotiek is een 19e-eeuwse stroming in de kunst die zich heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek.




1. Kerststal. 2. en 3. impressies vanuit het oude pand. 4. een beeld van St. Nicolaas.

Kunst & Kerst

Tussen Kunst & Kerst is een interessante en leerzame tentoonstelling in een mooi grachtenpand. Absoluut geen stadspaleis, maar een huis waar in de Gouden Eeuw werd gewerkt, geleefd én gebeden. Het museum zit vol met smalle, kronkelende houten trappen, trappetjes en afstapjes en is daardoor niet zo geschikt voor mensen die slecht ter been zijn. Én het is er donker, want het wordt slechts verlicht door (modern) kaarslicht; net zoals in de tijd dat het huis werd gebouwd.

En dat is ook gelijk mijn enige bezwaar. Het oude deel van het museum (én dus veruit het meest interessante deel) is erg donker (een beetje te donker naar mijn mening). Ik kon in de voormalige kousenwinkel, het woonhuis en de kerk ook nauwelijks fotograferen. Voor een acceptabele foto van de zolderkerk kon ik niet anders dan gebruik maken van een, in opdracht van het Museum door fotograaf Arjan Bronkhorst gemaakt beeld en dat doe ik dan bij hoge uitzondering (ik maak  vrijwel altijd mijn eigen foto's).
Maar ja, ik wil je toch laten zien wat je in Museum Ons' Lieve Heer op Solder voor moois te wachten staat... 

Foto: Arjan Bronkhorst voor Museum Ons' Lieve Heer op Solder.

De tentoonstelling 'Tussen Kunst en Kerst' met de verzameling én het werk van Clemens Merkelbach van Enkhuizen is nog tot en met 9 januari aanstaande te zien.


-X-


Be careful out there....

Winterse buien op de gracht tijdens de feestelijke opening....
Alle (iPhone 6) foto's: www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Paradijsvogels in het Ruhrgebied (een kunstreisje naar Essen)

6 december 2017
Deze ietwat cryptische aanhef boven deze blogpost behoeft enige uitleg. Want er zijn helemaal geen paradijsvogels in het Ruhrgebied. Deze zangvogels (Chordata) behorende tot de categorie 'gevleugelden' uit de Paradisaeidae-familie, komen voor in Nieuw-Guinea en omstreken en in delen van Australië (bron: Wikipedia). Dus zeker niet bij onze oosterburen.
Nee, ik doel hier niet op dit gevederte, maar op een klein groepje vrouwen, allen woonachtig in of rondom Amsterdam, van een zekere leeftijd en mét - zeg maar - een kleurrijke en/of uitgesproken persoonlijkheid. Denk in dit geval dan bijvoorbeeld aan een ietwat eigenzinnige kledingkeuze. 'Paradijsvogels' is hier dus overdrachtelijk en vooral gekscherend bedoeld, als zijnde het tegendeel van wat in de volksmond 'de grijze mus of muis' wordt genoemd.
En van dat clubje mag ik mij sinds enige tijd een van de hunne noemen.

Lang verhaal kort (....) en (vlnr): Lennie, Erica, mijn persoon en Anne-Marie maakten ruim een week geleden een reisje naar het Duitse Ruhrgebied. Naar Essen om precies te zijn. Hieronder (een deel van) onze avonturen. Lees je mee?
(Clublid Janneke moest helaas verstek laten gaan).


Deze foto werd gemaakt door een bereidwillige, maar willekeurig gekozen passant. Over de kwaliteit van het kiekje is derhalve geen correspondentie mogelijk.
Een kunstreisje met de Paradijsvogels. Oké! Maar waarom in hemelsnaam naar Essen? Da's een goeie vraag. Het begon allemaal met in Noordrijn-Westfalen, Duitsland gemaakte en op Instagram geplaatste foto's. Wie deze op dat sociale medium postte weet ik niet meer, maar inspirerend was het wel. Allemaal beelden van de rauwe schoonheid van inmiddels knap gerenoveerd industrieel erfgoed.
Te zien waren schachttorens van steenkoolmijnen, fabriekshallen, hoogovens, gasreservoirs en smelterijen: allemaal stille getuigen van het industriële verleden van het Ruhrgebied. Deze, in de tachtiger jaren gesloten (mijn-)complexen en staalfabrieken hebben hun stempel nagelaten in de regio en zijn inmiddels een toeristische trekpleister van jewelste. Jaarlijks wordt de streek bezocht door zo'n 5 miljoen mensen.
Reden voor ons om ook maar eens een kijkje te gaan nemen.

Route der Industriekultur

Wij reisden per trein naar Essen en verbleven er in een eenvoudig, maar schoon en dichtbij het hauptbahnhof gelegen hotel. En dat is wel zo handig en uitermate geschikt voor citytrips. In Essen verplaatsten wij ons te voet of met het openbaar vervoer. Maar veruit de meeste van de bovengenoemde 5 miljoen bezoekers verkennen het gebied met de fiets. En dat is niet zo gek, want sinds 1998 verbindt de 'Route der Industriekultur' grote en kleinere attracties met elkaar in een rondreis van zo'n 700 kilometer aan fietspaden langs een verrassend groen stadslandschap. Daarnaast zijn er 25 kortere themaroutes, die specifiek zijn gewijd aan de mijnbouw-, scheepvaart- of spoorweggeschiedenis in de regio. 




Zeche Zollverrein in Bauhaus-stijl

Een van de hoogtepunten van die industriële route is Zeche Zollverein: een eind jaren twintig in Bauhaus-stijl gebouwde steenkoolmijn (zeche = mijn) in het noordelijke deel van de stad Essen (Vandaar Essen!). De Zollverein-mijn, die in 1986 werd stilgelegd, is de eerste en tot nu toe enige Unesco-werelderfgoed-locatie in het Ruhrgebied. "De mijn gold niet alleen als de modernste, maar ook als de mooiste ter wereld." En het was ook nog eens de best presterende diepe steenkolenmijn 'vertelt' de website vol trots. En nu dus heel mooi vernieuwbouwd en gerenoveerd mét een Nederlands tintje, want op het terrein herbergt de voormalige kolenwasserij het Ruhr Museum en dát is een (verbouw-)ontwerp van 'onze eigenste' Rem Koolhaas. Met name de gigantische uitwendige en oranje gekleurde roltrap van het museum valt in het oog.

In dat Ruhr Museum kan de bezoeker aan de hand van ongeveer 6.000 expositiestukken de geschiedenis van de industrialisering volgen, met die van de mijnbouw in het bijzonder. Volgens de site van het museum volgt de bezoeker een wandeling van het heden naar het verleden. Maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat wij niet binnen zijn geweest. Die mijnbouw-geschiedenis is 'niet echt mijn ding' (om met Paulien Cornelisse te spreken) en mijn (onze) interesse ging meer uit naar het - ook op het industriële terrein gelegen - Red Dot Design Museum.





Van alles één, maar wel van álles...

In het Red Dot Design Museum draait het om design, met als doel om goed design en de kwaliteit van voorwerpen te promoten. Alle nieuwe producten zijn immers ontworpen, maar wát maakt het goed, knap en/of slim: that's the question? Jaarlijks reikt het Museum de Red Dot Design Awards uit in heel veel verschillende categorieën en het complete assortiment van die prijswinnaars wordt vervolgens in het museum tentoongesteld. Dus van alles één, maar wel van álles. Innovatieve en welgevormde alledaagse voorwerpen uit ongeveer 50 landen. 
Om een voorbeeld te geven: Nederland won dit jaar maar liefst 26 Red Dot Awards*.

* En waarmee dan? Op internet heb ik de volgende drie kunnen vinden (bron Marketing Tribune). Reisplatform 'iFly KLM Selections' won in de categorie 'best website' en de inzendingen van ING Mobiel Betalen (categorie Apps) en Triggi (categorie 'Interface & user Experience Design' (wat dat ook moge zijn) werden ook bekroond met een 'Rode Stip' 2017, die 27 oktober jl. in Berlijn werden uitgereikt.

Ja, en nu mijn bezwaar bij dit museum. (Let wel: mijn bezwaar...). En nee, ik moet het anders zeggen: ik had hooggespannen verwachtingen met het idee van een museum barstensvol met design-objecten, zoals meubilair en interieur-accessoires. Ik hoopte op een feest van herkenning en hebberig makende objecten en voorwerpen. Maar helaas: met dat vooruitzicht kwam ik bedrogen uit, want dat is er haast niet. Uiteraard zag ik er een (bureau)stoel die een prijs gewonnen had. Hetzelfde geldt voor een vaas, bed, tafel et cetera. Maar verder (van alles één, maar wel van álles) een vernieuwende USB-stick, een goed doordachte nieuw soort knal-pijp voor een auto, innovatieve plafondplaten, een multifunctioneel fornuis, een buggy, meerdere typen (kokend-)waterkranen, een complete Audi (volgens mij was het een Audi), keukenmachines, een grensverleggend nieuw soort schroefje, allerlei verschillende audio/visuele-gadgets....






En natuurlijk: dat is ook design. Dat zijn ook producten waar ontwerpers zwaar op hebben zitten broeden. Slapeloze nachten, brainstormsessies en denktanks. Maar ik had wat anders verwacht. Mooie dingen. Dingen waar ik gelukkig van word. En dat is niet van schroefjes of USB-sticks.
(Eigen schuld, dikke bult en) mijn leermomentje: ga vooral met open vizier en een blanco verwachting naar een museum.
Amen....! :-)

Je houdt nog een verslag van ons bezoek aan Museum Folkwang tegoed. Een mooi museum en dat verslag heeft ook al een klein chauvinistisch tintje (denk Van Gogh en Mondriaan)....


-X-


Have a nice day!





Alle (iPhone 6) foto's: www.agreylady.nl (behalve de 1ste).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature