Walid Raad in het Stedelijk Museum Amsterdam: 'Let’s be Honest, the Weather Helped'.

8 september 2019
"Laten we eerlijk zijn: het weer heeft geholpen." Aldus de titel van de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam met het fantastische werk van Walid Raad. En met fantastisch bedoel ik in dit verband niet per se 'grandioos' of 'eersteklas', maar meer als synoniem voor 'verzonnen en onwerkelijk'. De Libanees|Amerikaanse kunstenaar is een fantast. Of - met een modewoord en wat positiever geframed - een storyteller.

In 'Let's be Honest, the Weather Helped' verweeft Raad feit en fictie. Neem niet alles wat hij presenteert voor zoete koek aan, want dan kom je bedrogen uit.
Kijk mee naar een sterk staaltje mooipraterij.



1. 'Appendix 137', 2018. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Postface to the ninth edition-On Marwan Kassab-Bachi (1934-2016)', 2017,  (een deel van de 27 canvassen). 
Allereerst moet mij iets van het hart. Nu volgt een bekentenis en ik geef het ruiterlijk toe: ik hou niet zo heel erg van zwaar politiek geëngageerde kunst. Liever niet. Geef mij maar Henk-en-Ingrid-vriendelijk en ontspannend, want ik wil eigenlijk vooral vermaakt worden. Kunst in hapklare brokken. De dagelijkse werkelijkheid is al confronterend genoeg en te veel kommer en kwel, daar schiet niemand wat mee op (huldig ik als motto).

Ook ben ik geen groot liefhebber van conceptueel, waarbij 'de idee' belangrijker is dan hoe het eruit ziet. Dat het concept van de getoonde kunst leidend is en de vorm daaraan ondergeschikt. Of dat uit de tekst (véél tekst, téveel tekst) moet blijken waar je naar kijkt. Zeg maar 'moeilijk doen terwijl het makkelijk kan'. Of mooier kan. Ik hou niet van 'hard to get' kunst.

overzichtelijkheid

Dat is dan ook de reden waarom ik aarzelde bij de vertoning van schilderijen, tekeningen, film, fotografie, essays, multimedia installaties en performances van de hand van Walid Raad (1967, Libanon en sinds de jaren 80 woonachtig in de Verenigde Staten). Ik weifelde, wetende dat de kunstenaar de gebeurtenissen in zijn geboorteland als onderwerp van zijn kunst maakt. Want ik ben geen 'geopolitieke' hoogvlieger (ook zo'n eigentijds woord: geopolitiek), maar dat het in Libanon goed fout zat, dat weet iedereen. Dus een expositie met als onderwerp het verscheurde land in het Midden-Oosten in de periode 1975-1991 met de diverse burgeroorlogen en de complexiteit van elkaar bestrijdende partijen, kan niet anders dan zwaar op de maag liggen.
Ja? Dus?
Ik ging toch.






1. en 2. 'Better be watching the clouds', 2000/2017. 3. 'Sweet Talk Commissions, (Beirut 1994)', 2019. Foto: Gert Jan van Rooij. 4. Fotoreportage 'Sweet Talk Commissions'. 5. 'Les Louvres and/or kicking the dead: Second introduction', 2018. 6. 'Appendix', 2018.
In zeven zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam toont de kunstenaar "zijn scherpe, kritische, geëngageerde en vaak geestige visie op de complexiteit van de Libanese oorlogen en op de recente ontwikkelingen in de kunstwereld van het Midden-Oosten", aldus het museum. Te zien zijn werken uit drie grote, langlopende projecten waar Raad sinds de jaren 80 aan werkt.

Het eerste project is 'The Atlas Group' (1989-2004) waarin hij verhalen heeft bedacht over de Libanese oorlogen. Met allerlei middelen heeft Raad documenten (zoals fictieve dagboeken), personages en gebeurtenissen gecreëerd die bestaan zouden kúnnen hebben of gebeurd zouden kúnnen zijn. Uitgangspunt was de gewelddadige dagelijkse realiteit in het conflictueuze gebied, maar op een volstrekt uit de duim gezogen manier vertelt. Alle situaties en voorvallen die hij beschrijft zijn uit zijn eigen verbeeldingskracht ontsproten. Onzinverhalen, zonder dat het volstrekte onzin is.
Neem de vertelling van de transportkisten, te zien als drie grote, houten sculpturen in de expositie (met de titel 'I feel a great desire to meet the masses once again VI, XVII, XXXIII'). En ik citeer hier de kunstenaar. "In 1975, bij het begin van de oorlogen, werden de meeste openbare monumenten in Beirut haastig ontmanteld en de onderdelen in ongemarkeerde kratten gestopt. (...) Dertig jaar later werden de kratten verzameld en geopend in de hoop de monumenten weer in elkaar te kunnen zetten. Het gebrek aan een protocol voor het afbreken en her-monteren zorgde echter voor wonderlijk samengestelde nieuwe kunstwerken (...)."

wrang en geestig

Om aan te tonen hoe gruwelijk oorlog is, verdraait Walid Raad de werkelijkheid. Want die werkelijkheid is al gruwelijk genoeg en de mensen zijn geneigd om weg te kijken. Of, zoals te lezen in De Groene: "de kunstwerken die dat oplevert zijn haarscherp en toch out of focus, geestig en wrang tegelijkertijd. Mooie beelden met kernen van lelijke waarheden, technisch perfect uitgevoerd."





1. en 2. 'I want to be able to welcome my father to my house'  3. en 4. 'Better be watching the clouds'. 5. 'Letters to the Reader', 2014.
Daarnaast is er zijn onderzoek 'Sweet talk commissions Beirut' (1987 -) dat bestaat uit verschillende foto|video-opdrachten die Walid Raad zichzelf gaf "om het veranderende stadsgezicht van straten, gebouwen en winkelpuien in Beirut vast te leggen. Hij concentreerde zich op de omgeving waar hij woonde, aan de rand van de slagvelden in de stad. Hij zette zijn project in 'na-oorlogs' Beirut voort, toen er een groots nieuw stadscentrum werd gebouwd." Een mooi voorbeeld daarvan zie je ook in de vertoning in het Stedelijk Museum: een 15 meter brede, panoramische, caleidoscopische video-installatie van in elkaar stortende gebouwen, die ook weer overeind komen.

feit en fictie

Het derde project, 'Scratching on things I could disavow' (2007 -) richt zich op de opkomst van nieuwe musea in de Arabische wereld en "gaat in op materiële en immateriële manieren waarop geweld, traditie en kunst beïnvloedt". Raad doelt daarmee op de bouw van enorme nieuwe musea (zoals de filialen van het Louvre* en het in aanbouw zijnde Guggenheim in Abu Dhabi) die als prestige-objecten zijn opgericht, ten dienste van de commercie en het toerisme. "Aan de andere kant onderzoekt Raad hoe islamitische, moderne of hedendaagse Arabische kunstwerken zich verzetten, aanpassen of verbergen in deze nieuwe omgevingen." 
Wat ze natuurlijk níet doen (kunstwerken verzetten zich immers niet tegen nieuwe omgevingen). Allemaal apekool, maar Raad stelt met zijn absurdistische insteek wel de misstanden (de koloniale kunstroof, de arbeidsomstandigheden bij de bouw van de musea, de machtsstructuren en het vele geld in de Golfstaten) aan de kaak.
* Het gebruik van de naam 'Louvre' heeft de hoofdstad van de Verenigde Emiraten een miljard dollar gekost (lees ik op Gonzo Circus).





1. 2. en 3. 'Let’s be honest, the weather helped', 1998, 2006. 4. en 5. Ímaginative wall reliefs'. 
En? Hoe beviel het? 
Nou, vooral vervreemdend. Raar om naar 'verhalen' te kijken die nooit gebeurden zijn of zelfs nooit gebeurd kúnnen zijn. Of misschien toch wel?

wat is waar?

Ik las ergens deze uitspraak van de kunstenaar: "feiten zijn belangrijk. Tegelijkertijd raken ze ons nauwelijks en brengen ze ons zelden in beweging" en dat is een waarheid als een koe. Ook ik steek liever mijn kop in het zand en daarom is Walid Raad's manier van vertellen - ludiek en 'fantastisch' - belangrijk. Hij brengt grote internationale vraagstukken terug naar het persoonlijke.

Er zijn geen antwoorden: niet in de verbeelding en niet in het echie... 
't Is menens.


-X-


Te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam tot en met 13 oktober. 

PS: durf jij het aan? Op 3, 4 en 5 oktober geeft de kunstenaar (elke dag twee) performances* in en door zijn tentoonstelling. Via deze link kun je een kaartje boeken.
* ("Deze 'walkthrough', zoals de kunstenaar het zelf noemt, is een intrigerende combinatie van feiten, politieke, historische en filosofische inzichten en vertelkunst die zijn werk op een bijzondere manier meer verdieping geeft."


(Detail) 'Les Louvres and/or kicking the dead: Second introduction', 2018. 
Tekst en (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

'Night Watching' van Rineke Dijkstra in het Rijksmuseum | KUNSTFLITS

5 september 2019
'Simpelweg' toeschouwers in beeld brengen is iets wat zij eerder deed - namelijk in 'See a Woman Crying' (2009) - maar dit keer is de plaats van handeling de Eregalerij in het Rijksmuseum, met 'De Nachtwacht' in de hoofdrol. Voor de film 'Night Watching' posteerde fotograaf Rineke Dijkstra zich met haar draaiende camera ruggelings voor het beroemde schilderij en wachtte.
En wachtte.


1. Rineke Dijkstra, video-stills uit Night Watching, 2019. ©Rineke Dijkstra. 2. Rineke Dijkstra geeft toelichting op haar film bij de opening op 4 september.
Maar eerst dit: vanaf vandaag lees je op deze plek ook columns. In de rubriek 'kunstflits' (ik broed nog op een betere naam) krijg je korte essays voorgeschoteld. Dat kan zijn de beschrijving van een fijn (kunst)boek of -film, een interessante podcast, een niet te missen galerie-vertoning of welk ander geinig (vooral kunstgerelateerd) feitje of weetje dan ook. Niet teveel tekst en een paar foto's.

bewegend beeld

En kick off is de onthulling van het filmische drieluik 'Night Watching': een video die fotograaf|filmer Rineke Dijkstra (1959, Sittard) maakte op uitnodiging van het Rijks. Zij die zo bekend is geworden in het portretgenre: (jong-)volwassenen die soms schuchter en onwennig, dan weer vol verwachting of uitgesproken stoer hun houding kiezen. Haar stijl kenmerkt zich door de kleine details: "een houding, een gebaar of een oogopslag".

'Night Watching' is een (driekanaals) video-installatie met geluid (35 min. doorlopend) en gaat over 'De Nachtwacht' - nu under reconstruction en dat proces is live te volgen - maar je ziet het immense schilderij niet. Wat je wél ziet zijn veertien heel verschillende gezelschappen die Rembrandts topstuk bestuderen en erover praten. Groepjes die kijken naar een andere groep, namelijk militieleden* op een historisch schuttersdoek. De toeschouwers zijn (o.a.) schoolmeisjes uit Oss, Japanse 'businessmen', een viertal accountants, expats en kassamedewerkers en ieder voor zich reageert heel spontaan op zijn of haar eigen manier. De geportretteerden associëren er lustig op los en spreken hardop uit wat zij denken te zien én wat zij ervan vinden.
* De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh (1642).

Oog in oog

Het is een formule zoals ook het succesvolle televisieprogramma 'Thuis voor de Buis' dat had (naar het idee van de Britse hit-serie 'Gogglebox'). Daarin becommentarieerden 'de mensen thuis' dát wat zij te zien kregen op de buis. Rechtstreeks uit het hart en ongefilterd.
Uiteraard maakte Dijkstra er ook een visueel aantrekkelijk plaatje van, net zoals zij deed met haar eerdere 'See a Woman Crying' (2009), waarin zij Britse schoolkinderen filmde die naar Picasso's 'Weeping Woman' keken en op dat schilderij reageerden.




Stills uit 'Night Watching'. 
Over het maakproces: "Dijkstra draaide 'Night Watching' op zes avonden in de Eregalerij (in een snel op- en af te breken witte studio) recht voor 'De Nachtwacht' zodat de geportretteerden een indringende ervaring van het schilderij zouden krijgen."

Heel boeiend. Mooi!

5 september t/m 3 december 2019
Eregalerij Rijksmuseum.
Vanaf 9 september is er ook een podcast beschikbaar en te beluisteren via het kanaal van het Rijks én in de bekende podcast-apps.

#emptymuseum:  'De Nachtwacht' (achter glas) ondergaat momenteel een 'bodyscan' ter voorbereiding op de restauratie. 
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Duran Lantink met 'Old Stock' in Centraal Museum Utrecht

31 augustus 2019
"Een betere wereld begint bij de mode-industrie". En dat is hard nodig, want er bestaan allerlei kwalijke kwesties rondom ons kleedgedrag. We zullen ons leven moeten beteren, zoals stoppen met al te jachtige veranderingen in stijl en looks. Weg met de vaak schandalige uitbuiting met als toppunt kinderarbeid en met die milieubelastende productiemethoden. Stoppen met de dumpprijzen en maandenlange SALE.
Nee, slow fashion, leasing, customization, circulariteit en recycling: dat zijn de uitdagingen als het gaat om verduurzaming van de mode en ontwerper Duran Lanting maakt daar werk van.
Jíj kent hem wellicht van de 'Vaginabroek' van Janelle Monáe.

In 'Old Stock' presenteert het Centraal Museum in Utrecht een "avontuurlijk drieluik" met nieuwe creaties van deze jonge, aan de weg timmerende en - ook internationaal - snel rijzende ster.
  


1. De Vaginabroek. 2. en 3. 'Straight from the sale bins' collectie.
Opvallend. Steeds vaker zijn kostuumgeschiedenis en mode (of een combinatie daarvan) in het domein van de kunst te vinden. Die vervagende grenzen tussen mode en kunst is een verschijnsel dat zo'n veertig á vijftig jaar geleden optrad en dat schijnt onder andere te maken te hebben met het feit dat ontwerpers vanaf die tijd vaker de catwalks verlieten en met performances, sculpturale designs en 'textiele' installaties de grenzen van hun discipline opzochten.
(Afgelopen seizoen berichtte ik over Femmes Fatales en Fashion Statements en) ook in het aankomende seizoen zijn er weer een aantal mode-exposities geprogrammeerd. Zowel in binnen- én buitenland zijn die vertoningen vaak heel succesvol, zo blijkt ook uit deze krantenkop van afgelopen maart: "Dior-expositie in V&A Londen verpulvert alle records en wordt verlengd wegens groot succes". (V&A = Victoria & Albert Museum).

Dior: dressed for success

"Met 700.000 bezoekers was de tentoonstelling in Parijs al razend populair. Het Musée des Arts Décoratifs ontving in zijn 112-jarige bestaan nooit eerder zoveel bezoekers. In Londen waren binnen 19 dagen na de opening alle tickets (die overgebleven waren na de stormloop in de voorverkoop) uitverkocht (bron: HNL). Dat belooft wat: in het Gemeentemuseum (Kunstmuseum Den Haag) staat de Nederlandse variant van 'Christian Dior: Designer of Dreams' gepland. Dat wordt dus een blockbuster van hier tot Tokyo.

the art of fashion

Maar hoe maak je van zo'n statische en levenloze verzameling etalagepoppen met historische en/of hedendaagse creaties een dynamische schouwspel? Zonder uitzondering staat er 'Niet aanraken a.u.b' op de bordjes. Soms achter een gespannen koord of laser scanners, vaak ook achter hinderlijk spiegelend glas in een vitrine (zoals het geval was bij de door mij bezochte expositie over Mary Quant in Londen). Kijken met de handen op de rug, want vooral niet voelen.






1. t/m 5. 'Straight from the sale bins' collectie. 6. Top uit de 'Black Collection' (Acensu et Descensu), foto via ©DuranLantink.  
En niet dat je in de tentoonstelling 'Old Stock' van Duran Lantink het geshowde wél mag betasten. Nee, ook in deze presentatie in het Centraal Museum is het 'handen thuis' en 'kijken doe je met je ogen', maar het kunsthuis is er uitstekend in geslaagd Durans textiele scheppingen tot leven te wekken en een fijne sfeer en een hedendaags tijdsbeeld neer te zetten.

kleding tot leven wekken

Maar wie is die Duran Lantink? Uit 1987, dus begin 30 en veel wordt duidelijk na lezing van de uitgebreide reportage van verslaggever Cécile Narinx in de Volkskrant. En in het radioprogramma 'Nooit meer slapen' ondervroeg Pieter van der Wielen de nog jonge, maar al zo succesvolle Lantink een uur lang en uit beide interviews komt een man naar voren die niet op zijn mondje is gevallen (to say the least).
Expliciet ook; hij windt er geen doekjes om en is recht voor z'n raap. Op een blouse (top) uit zijn 'Black Collection' staat de tekst 'I'll suck your dick!' en op de rugzijde: 'Lick my clit' (↑), omdat - volgens de ontwerper - "nothing comes for free in this world" en daarmee is de toon wel gezet. In het logo op de ondergoed-collectie staat 'Fist Fucking God's Planet' en dat "verwijst naar alle grote ego's in deze wereld die elkaar naar de keel vliegen én naar ons voortdurende verlangen naar meer, meer en meer. We lachen allemaal terwijl we deze planeet verpesten."

verknipte creaties

Lantink maakt ietwat bizarre, (soms) vervreemdende, maar wel hele duurzame collecties door restanten uit de mode-industrie te (her)gebruiken. Voor 'Straight from the sale bins' - een collectie, die de uitverkoopgekte en het over-consumentisme bekritiseert - dook de ontwerper in de restantenbak* met niet verkochte kledingstukken van high end modemerken en designerlabels en toverde die om tot nieuwe kunstzinnige collage-stukken. Manmoedig zet hij de schaar in begerenswaardige, maar voor ons paupers onbetaalbare luxe-brands en combineert de meest uiteenliggende onderdelen tot nieuwe uitdossingen. En dat lot ondergaat ook afgedankte schoenen en tassen. De uitmonsteringen zijn niet altijd even draagbaar, dus of je van kledingstukken kunt spreken? 
*Overgebleven kleding van high-fashion-merken wordt meestal vernietigd. De restanten worden verbrand of versnipperd, omdat de uitverkoop niet 'chic' zou zijn, niet past bij het imago van het merk en het de marktwaarde van 'de naam' geen goed zou doen.


  




1. t/m 4. Installatie 'Post Black Friday'. 5. en 6. 'Sistaaz of the Castle'.
En daarmee is het bruggetje naar de onderhavige tentoonstelling in het Centraal Museum wel gemaakt, want Lantinks "eerste solotentoonstelling is een avontuurlijk drieluik waarin thema’s als duurzaamheid en diversiteit centraal staan". 
"Speciaal voor het museum creëerde Lantink een nieuwe collectie gebaseerd op het hergebruik van kledingstukken die niet zijn geselecteerd voor de modeverzameling van het Centraal Museum."
Oké! Leg uit.

old stock is het nieuwe chic

Het Centraal Museum heeft (net als meer musea) een grote (historische) kostuumcollectie* en weet dat het vermaken van kledingstukken naar de allernieuwste mode iets is dat al eeuwenlang gebeurt. "Een prachtig voorbeeld hiervan is een onlangs gerestaureerde negentiende-eeuwse crinolinejapon." Lantink kreeg de vrije hand en vermaakte een paar uit de gratie geraakte japonnen uit het museumdepot, door die op zijn eigen wijze te combineren met delen van designer-kloffies.
* in de modecollectie richt het museum zich "op het verzamelen van experimentele en grensoverschrijdend ontwerpen".

Daarnaast zie je in de expositie een wat ouder, maar langlopend project (uit 2016) genaamd 'Sistaaz of the Castle'. Samen met fotograaf Jan Hoek maakte Lantink een foto-documentaire gebaseerd op de kleurrijke en zelfgemaakte outfits van transgender-sekswerkers in Kaapstad, Zuid-Afrika. "Het eindresultaat leverde een imponerende show op vol collage-achtige genderloze mode-items van gerecycled materiaal."

pussy power: meer dan alleen die broek

En tot slot - natuurlijk - 'de broek'. Zelf is Duran Lantink er wel een beetje klaar mee: die bekendheid die hij kreeg door de Vagina-broek, gedragen door de Amerikaanse Janelle Monáe. In de videoclip bij het nummer 'Pynk' (2018) draagt de zangeres samen met enkele danseressen - en als ode aan het vrouwelijke geslachtsorgaan, het - inmiddels door het Centraal Museum aangekochte kledingstuk.
"Ik wil niet voor eeuwig die jongen van die kutbroek blijven", aldus Lantink in het eerdergenoemde artikel van Cécile Narinx.





1. t/m 5. 'Sistaaz of the Castle' in samenwerking met fotograaf Jan Hoek. (2e foto © Duran Lantink en Jan Hoek).
De expositie van Duran Lantink is te zien op de zolder (3e etage) van het historische deel van het Centraal Museum. Je ziet daar ook een installatie, genaamd 'Post-Black-Friday-shop': een opstelling van een winkelinterieur waar - zo lijkt het - zojuist een kudde olifanten doorheen is getrokken. Eenzelfde effect als na een dagje uitverkoop-shoppen à la Black Friday.

Second hand Rose

Noem mij gerust een 'Second hand Rose'- oftewel een liefhebber van vintage- en 2e hands (in het algemeen en dus ook voor kleding) - en groot voorstander van hergebruik. Vandaar dat ik mij wel kan vinden in de uitgesproken, (oké, ik geef het toe) soms ook ietwat bizarre combinatie-drang van Duran Lantink.

Kleren voor paradijsvogels...


-X-


De vertoning is nog te zien t/m 27 oktober. Kijk je even op de website voor je van huis gaat?

Ik maakte deze post n.a.v. een #instameet: een exclusieve rondleiding door een leeg museum georganiseerd voor b(v)loggers en andersoortige 'influencers'. Dank @greetingsfromutrecht.
Bronnen: de Volkskrant; notjustalabel.com; Stylink
Tekst en (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Virtuoos! Israels tot Armando in het Frans Hals Museum

16 augustus 2019
Wat maakt een schilderij uitmuntend of magistraal? Het Frans Hals Museum doet in de tentoonstelling 'Virtuoos! Israels tot Armando' een verwoede poging ons het verschil tussen het wél en het níet uitzonderlijk 'kwasten en penselen' voor te houden. In de uitgebreide vertoning draait het om meesterlijk, trefzeker en levendig schilderen, lees ik het bijbehorende 'bookazine'. "De focus ligt op Nederlandse schilders voor wie de afgelopen honderd jaar de vrije, uitdrukkingsvolle en rake toets wezenlijk was".

Het is een ontdekkingstocht die begint bij het impressionisme met artiesten als Isaac Israels en Thérèse Schwartz, via de expressionisten - denk Karel Appel en Constant, naar de abstracte schilderkunst met vertegenwoordigers als Ger Lataster en Willem Hussem.
Kijk mee naar honderd jaar zeer bedreven uitblinken.



1. Anton Rooskens, 'Bloemfiguur' en 'Zonder titel', beiden 1969. 2. Thérése Schwartze, 'Portret van mevr. A.G.M. van Ogtrop-Hanlo met haar vijf kinderen', 1906. 3. Isaac Israels, 'Gezusters Arntzenius'. 
Bij het woord 'virtuoos' denk ik eigenlijk gelijk aan grandioos pianospel. Zo'n vingervlugge, pingelende maestro (en die zet ik meestal af, want ik word daar heel nerveus van). Het is in ieder geval iets met muziek. En die associatie is niet voor niks, want als je gaat googelen, dan lees je bijvoorbeeld 'muzikaal genie' en 'bedreven toondichter'. En ook: "een virtuoos - afgeleid van het Latijnse 'virtus', oftewel 'deugd'- is een musicus die het bespelen van zijn of haar instrument (en dat kan ook de stem zijn) technisch volmaakt beheerst*."
* "Duivelse' musici die het publiek verbijsterd en in extase achterlieten waren bijvoorbeeld de violist Paganini, klavecinist Scarlatti en pianist Liszt. Onder diens werken bevinden zich diverse virtuoze staaltjes, zoals 'Orageuit Années de pèlerinage: Suisse'." (bron en te beluisteren op: Preludium)

een meesterlijke toets en de absolute veeg

Blijkbaar is de term ook toepasbaar op beeldende kunst en meer specifiek, op schilderwerk. En dat doet het Frans Hals Museum. In het filiaal Hal op de mooie Grote Markt in Haarlem zie je voortreffelijk schildersgeweld met de fijngevoelige snaar van Isaac Israels en Hans Bayens en het klets-klots-kladder van mannen als Karel Appel en Armando. Hoezo virtuoos? Leg eens uit...

iets is goed als je het mooi vindt

Virtuoze kunst is natuurlijk geen genre. Het is meer een classificatie, want wat men bedoelt is, 'meer of beter dan gemiddeld', of ook wel, 'technisch volmaakt'. Er zit wel degelijk een element van vakbekwaamheid in, maar ook een kwalificatie (in de letterlijke zin van het woord). Iets virtuoos noemen is spierballentaal voor iets mooi vinden. Oké, iets héél mooi vinden. Of heel erg knap. Kundig.

Voor de doorsnee toeschouwer - ook wel kunstplebs - is iets goed als 'ie het mooi vindt. En wat de één goed vindt: dat is dus subjectief. Dat kan voor ieder van ons verschillend zijn. Denk maar aan die virtuoos pingelende pianist. Want ik hou van klassieke muziek, maar meer van vioolconcerten dan van etudes en preludes (of hoe dat mag heten) met piano-solo's. Overwegend heel knap gedaan, maar geef mijn portie maar aan Fikkie.
't Is een kwestie van smaak en dat geldt dus ook voor virtuoze schilderkunst. Wat de één mooi vindt, vindt een ander mogelijk spuuglelijk. Misschien is de titel van de expositie daarom niet zo heel erg gelukkig gekozen (vindt ook de Volkskrant). Het begrip 'virtuoos' is voor meerdere uitleg vatbaar en daardoor ontstaat begripsverwarring. Devaluatie van de betekenis ligt op de loer.






1. Ger Lataster, 'Siësta', 1996. 2. Twee maal Isaac Israels. 3. Drie op een rij van Hans Bayens. 4. Zicht op George Breitner. 5. Isaac Israels. 6. Een presentatie 'nét niet virtuoos', met middenvoor het portret 'Dame met zwarte hoed' van Charlie Toorop en daaronder Casper Marinus Leenderd Kouw met 'Landschap met molen'.
Voor de broodnodige duidelijkheid: lees het bij de expositie uitgebracht bookazine* en je krijgt een interessante uiteenzetting over wat de samenstellers - Antoon Erftemeijer en Lars Been** - verstaan onder het begrip 'virtuositeit' en waarom zij voor deze invalshoek hebben gekozen. In het eerste hoofdstuk maken zij hun redeneertrant duidelijk. De tentoonstelling handelt over "schilderkunst waarin met losse, vrije, vitale streken en toetsen een hoge mate van beweging, zeggingskracht en expressie is bereikt."
* Een prettig modisch verschijnsel: een, vaak aangenaam geprijsde 'catalogus' (jammer genoeg staan niet alle schilderijen beschreven) en magazine ineen.
** Conservator moderne kunst Frans Hals Museum (Erftemeijer) en co-curator en kunsthistoricus (Been).

what's in a name

Maar what's in a name? Lekker boeiend. Niet dus, want de expositie is gewoon een hele fijne kijkervaring. Alle reden om een rondgang te maken in 'Hal', de architectonische mengelmoes* aan de Grote Markt.
 * Deze locatie van het Frans Hals Museum is een samenvoeging van drie verschillende panden uit verschillende periodes: de Vleeshal, het Vishuisje en de Verweyhal. 

"Kunstenaars, kinderen en apen, ze beginnen allemaal spontaan. Kunstenaars ervaren kunst van kinderen en apen veelal ook als inspirerend. Maar het museum wil de veel gehoorde opmerkingen bij moderne kunst "dat kan mijn kind ook" of "een aap kan dat ook" aan de kaak stellen door tegelijk te laten zien hoe echte kunstenaars zich verder ontwikkelen en "virtuoos" worden."

spontaan maar weloverwogen

De tentoonstelling start op de begane grond met een wandje 'nét niet'. "Niet virtuoos, maar anders." Daar zien we een 8-tal voorbeelden van wat het museum verstaat onder 'niet-virtuoze manieren van schilderen' (zie foto hierboven). Zo hangt er bijvoorbeeld een - inderdaad nogal vlak - portret van de hand van Charlie Toorop ('Dame met zwarte hoed', 1928), maar het 'Landschap met molen' geschilderd door Casper Marinus Leenderd Kouw vind ik (persoonlijk) best aardig. Geen topstuk, maar zo zijn er meer (en ook in de expositie). Kwestie van smaak en daarmee is mijn bezwaar tegen de kwalificatie 'virtuoos' wel aangetoond. 





  
1. 'Dat kan mijn kind ook', drie kinderwerkjes. 2. Zaaloverzicht bij 'Expressie' op de 1e etage. 3. Lucebert, 'Een mens', 1990. 4. Zaaloverzicht. 5. Joan Gijsbers, 'Terras', 1983. 6. Wieske Wester, 'Bananas #12', 2018.
Goed. Ik zeg volle kracht vooruit en we geven onze ogen de kost bij al die fijne impressionistische schilderijen van Isaac Israels, George Breitner, Hans Bayens en anderen. What's not to like? Nou? Nu je het zegt. Het ene doek is mooier dan het andere. Breitners werken zijn vrij donker en Israels' doekje getiteld 'Gezusters Arntzenius' is 'mooier'; warmer dan zijn 'Portret van Sosro Kartono'. Daar ontkom je niet aan. Kwestie van smaak, maar over het algemeen: kostelijk.

Mijn ontdekking is Hans Bayens (1924-2003). Ik had niet eerder van de man gehoord, maar wat een fijnbesnaarde, gevoelvolle bescheiden werkjes. Heel mooi (vind ik). Het grote canvas van Thérese Schwarte krijgt veel aandacht (er staat - indachtig slow art - zelfs een bankje bij), maar virtuoos? 

geoefende onbevangenheid en schwung

Het wordt pas echt spannend wanneer we de trap bestijgen naar de eerste verdieping, want hoe magistraal en onnavolgbaar is het expressionisme? Ik word van deze dynamische kunststroming - door de bank genomen - vrij vrolijk en is dat dan een van de emoties die het gevolg is van virtuoos kunstkijken?
Te zien is een video waarin Karel Appel aan het werk is (volgens zijn beproefde methode 'van dik hout zaagt men planken') en er hangen een aantal verfstukjes van hele jonge kinderen. Die werkjes tonen aan dat hun spontaniteit "bijzonder virtuoos kan ogen" (maar dat is niet genoeg om virtuoos te zijn?). Vergaap je aan het geweldig werk van Cobra-kunstenaars, Anton Rooskens, Jan Cremer en zeker niet te vergeten, Ger Lataster.  

apenstreken en krabbels

Óp naar de mooie oude zolder, want daar zien we virtuoos abstract. Heerlijke kleurexplosies van Harrie Peters en Else Mulder, Adine Engelman en Frank van Hemert (e.a.). Apenstreken ook, want - met veel instinctieve spontaniteit - kan er dan ook sprake zijn van dierlijke virtuositeit? De hele vorige eeuw, maar zeker rond 1950, bij de opkomst van de abstracte schilderkunst, ontstond er interesse in het fenomeen apenkunst en werd er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan maar de oorsprong van creativiteit en die van de menselijke in het bijzonder.



 
  

1. Armando ('Fahne 5', 1982) en op de achtergrond Theo Wolvecamp ('Zonder titel', ca. 1970). 2. Harrie Peters, 'Zonder titel', 1980/81. 3. Zaaloverzicht. 4. Evi Vingerling, 'Zonder titel', 2013. 5. Zaaloverzicht. 6. Apenstreken: schilderingen door apen (waaronder chimpansee Mano) uit de collectie van van Ignace Schretlen.
En? Kunnen apen virtuoos schilderen? Toch niet, begrijp ik uit de onderhoudende publicatie bij 'Virtuoos! Israels tot Armando'.
Gelukkig maar, wij moeten ons toch ergens in onderscheiden (en niets menselijks is ons vreemd).

De tentoonstelling is nog te zien t/m 3 november aanstaande. Kijk je even op de website voor bezoekersinformatie?


-X-


Ben jij ook benieuwd wat het nieuwe museale seizoen ons gaat brengen? Van 23 t/m 25 augustus - én terug op het Museum-en Leidseplein - de Amsterdamse Uitmarkt. Mijn volgende blogpost handelt over alle must sees en blockbusters in de herfst, winter en het voorjaar van 2019-2020.

Dus blijf aan de lijn...!

Het ultieme uitje: een fijn museumbezoek en dan een patatje mét toe....
Tekst en alle (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature