Kunst die blaft noch bijt: 'GRRROM!' in het Groninger Museum

29 december 2018
What's not to like? In de vertoning 'GRRROM! Een tentoonstelling met een staartje' in het Groninger Museum zie je "grote dieren, kleine dieren, fantasiedieren, onderkruipsels, een kip zonder kop en een blauwe hond. De beesten bivakkeerden al een hele tijd in het museumdepot en het werd hoogste tijd om ze uit te laten."
Een thema-expositie over dieren in de kunst: altijd leuk!

Loop mee langs een bonte stoet van schepsels die afgebeeld staan op tekeningen, prenten, aquarellen, schilderijen en foto's en bekijk ook de sculpturen die van stal zijn gehaald.
Vandaag krijg je een beschrijving van een beestenbende!


1. David Linares, 'Zonder titel', 1989, 'gezicht' van de tentoonstelling. Foto: ©Groningermuseum. 2. Zaaloverzicht. 3. (Deel van) 'Huiswaarts' van Siert Dallinga, 1988. 
Dieren vormen een belangrijk onderdeel van onze leefomgeving. Ze dienen als voedselbron (behalve voor vegetariërs en veganisten), als werkkracht, als 'kapitaal' dat een inkomen genereert en natuurlijk als gezelschapsdier. En de alleroudste tekeningen zijn dan ook van dieren. Je weet wel, zoals die in de Grotten van Lascaux in Frankrijk. De oudste rotsschilderingen dateren uit 35.000 v.Chr(plusminus, ze kunnen er een jaartje naast zitten...). Ik leerde op school dat het om bizons zou gaan, maar volgens Wikipedia zijn er door onze voorvaderen ook mammoeten, wolharige neushoorns, oerossen, paarden en herten op de granieten grotwanden achtergelaten.
Logisch dat dieren voor kunstenaars een eindeloze inspiratiebron zijn en zijn geweest.

dierenliefde 

En vanaf het begin van de kunstgeschiedenis worden aan dieren ook menselijke eigenschappen toegekend (allegorisme), maar dat kan per land en per periode ook weer verschillen. Neem de uil. Die stond in het oude Griekenland voor wijsheid, terwijl de nachtvogel in de 16de eeuw werd geassocieerd met domheid en slechte zaken. Ook de slang wordt vaak met het kwaad in verband gebracht. De aap staat voor ondeugd en wellust, de hond voor (huwelijks)trouw of waakzaamheid. Een vogeltje dat uit zijn kooitje ontsnapt is een zinspeling naar het 'verliezen' van de maagdelijkheid.

Naast deze zinnebeeldende betekenis, werden dieren ook afgeschilderd als wetenschappelijk studieobject, als decoratief motief of gedienstig aan de mens. Neem het paard, de ezel of de hond. Die zie je op oude schilderijen vooral als last- of werkdier: al ploegend, jagend en (helden-)figuren dragend, zoals het paard van Napoleon of de ezel van Jozef en Maria.
Pas in de loop van de Gouden Eeuw ontstonden er dierenschilderijen waarin beesten de hoofdrol speelden. Neem Paulus Potter, die groeide uit tot de bekendste dierenschilder vanwege zijn oliën van vee, honden en wild (zoals 'De Stier' uit 1647 en te zien in het Mauritshuis in Den Haag). Abraham Hondius specialiseerde zich in jachtscènes en dierengevechten en dan met name van honden. En Melchior d’Hondecoeter verdient vermelding, want hij was een kei in het schilderen van vogels.





1. Franciscus de Geest (toegeschreven aan Margareta de Heer), 'ooievaar en beervlinder', ca. 1620-1765. ©GroningerMuseum. 2. Drie dierschilderijen, waaronder 'Blauw Dog', 1893 van Otto Eerelman en rechtsboven Anton Mauve, 'De Melkbocht', ca. 1858-1888. 3. Jan Vonck, 'Dode Zwaan', midden zeventiende eeuw. 4. Albertus Verhoesen, 'Haan met Kippen', z.d. 5. Wim Delvoye, 'Dura lex sed lex', 1986.
In de negentiende eeuw ontstond de term animaliers. Deze uit het Frans afkomstige benaming werd gegeven aan kunstenaars die besloten zich volledig te wijden aan het schilderen of beeldhouwen van dieren. Vooral rond 1850 werden afbeeldingen van beesten ongekend populair.

Animaliers

Zo deed Albert Verhoesen gevogelte, Wouterus Verschuur was heel goed met paarden en Pieter Gerardus van Os & Zn. (Pieter Frederik) "deden hun naam eer aan als koeienschilders." Het schilderen van runderen was sowieso erg en voque, vooral vanuit een chauvinistisch oogpunt. Want hoe Hollands wil je het hebben? Het rood- en zwartbonte vee in het vlakke landschap omzoomd door knotwilgen. En wat dacht je van de leden van de Haagse school? Ook zij streefden ernaar om het Nederlandse platteland zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven (compleet met veel koeien, schapen, vogels etc.). Bij de voorbereiding van de tentoonstelling bleek het Groninger Museum verrassend veel koeienschilderijen in de vaste collectie te hebben.

dierentemmen

Langzamerhand kwamen ook de kleine huisdieren weer terug op schilderijen en tekeningen. De toenemende welvaart - waardoor het hebben van gezelschapsdieren voor iedereen mogelijk werd - maakte dat er een nieuw genre ontstond, namelijk die van de honden- en kattenportretten.
In de eerste zaal van de expositie zie je voorbeelden van deze realistische stijl van afbeelden van dieren en als voorbeeld daarvan - en prominent aanwezig - zijn zeven schilderwerken van de Groninger kunstenaar Otto Eerelman (1839-1926), zoals het prachtige doek, genaamd 'Blauwe Dog' uit 1893 en de vertederende 'St. Bernardpup' uit 1924. Eerelman had geen ambitie om de schilderkunst te vernieuwen. Hij nam 'genoegen' met het - overigens uitstekend lonende - schilderen van huisdieren in opdracht.






1. Zaaloverzicht. 2. Paul Perry, 'Body Armour', 1994. 3. Gianni Desi, 'zonder titel', 1980. 4. Walter Dahn & Jiří Georg Dokoupil, 'Wall painting with animals and self-portraits', 1984. 5. Peter Angermann, 'Walt Disney & Leonardo betrachten das Abendland', 1982. 6. Een bonte stoet creaturen op zaal. 
Vervolgens doet de abstractie haar intrede en in de tweede zaal zie je dat er veel meer gedaan is met het dier als inspiratiebron. "De explosie van vernieuwende stijlen, die vanaf het einde van de negentiende eeuw op gang kwam, heeft immers definitief de verplichtende werkelijksgetrouwe weergave ondermijnd."

wolf in schaapskleren

En dan gaat het 'los' in het museum. Na de charmante, vaak vertederende verbeeldingen van allerlei prozaïsche honden, katten, koeien en vogels, zie je een "spannende dwarsdoorsnede van de veelzijdige museumcollectie." Na de mooie Deense dog van de eerder genoemde Eerelman en de koeien van de Haagse School, kom je oog in oog te staan met de van papier-maché gemaakte Mexicaanse monsters van David Linares; met de Japanse prenten met paarden op het slagveld, met een skelet van een gorilla en het levensechte zwarte paard - met de dubbelfunctie als schemerlamp - van kunstenaarscollectief Front.

hond in de pot en kat in de zak

Klap op de vuurpijl is de 'olifant-installatie' van Paul Perry uit 1994. "Een driedimensionaal staketsel neemt de herkenbare vorm van een olifant aan, nadat er een wit gewaad overheen is gedrapeerd. Het is gemaakt van kevlar, hetzelfde materiaal waarvan kogelwerende vesten worden gemaakt. De witte stof is aan de onderzijde afgezet met een brede baan opengewerkt kant. Het geheel lijkt te zweven boven een vloer van stro."

Persoonlijk kreeg ik bij het zien van het sculptuur de volgende associatie. Het dier is onderdeel van een (religieuze) optocht ergens in India. Of Nepal, Bangladesh. Zo iets. Denk Hindoeïstisch processie met allerlei dansende mensen met veel bloemen en offers. Sitarmuziek. Heel kleurrijk en vrolijk. Nou ja, you get my drift en één ding wordt mij duidelijk: het is een conceptueel sculptuur (wat betekent dat het multi-interpretabel is).
Ik lees in het 'Groninger Museum Magazine' dat de kunstenaar er meerdere invalshoeken mee heeft willen verbeelden. Het voert te ver om hier zijn context uit de doeken te doen, maar al te meer reden om voor € 2,00 het uiterst leesbare periodiek van het museum te kopen. De interessante glossy kan op meerdere plekken in het kunsthuis worden gekocht en het blijkt een fijn 'naslagwerk' met achtergrondinformatie over de tentoonstellingen die nu in het museum te zien zijn. Kopen, dus.





1. Zaaloverzicht. 2. Plumcake, 'Levitando', 1987. 3. Een 'monster' van Felipe Linares en op de achtergrond werk van Francois Thango. 4. Breyten Breytenbach, 'Old King Breyten', 1966. 5. Arjan van Arendonk, 'Hit & Run', 1994.
Tot zover mijn recente belevenissen in het Groninger Museum. Ik stop ermee, maar niet nadat ik je gewezen heb op een tentoonstelling die hoog op mijn verheuglijstje staat.

In 2019 is het 25 jaar geleden dat het door Alessandro Mendini ontworpen (en toen controversiële) gebouw werd geopend en dat moet natuurlijk gevierd worden. Er zijn een drietal tentoonstellingen die verwijzen naar dit jubileumjaar, maar vooral 'Mendini World' heeft mijn bijzondere interesse. "Vijfentwintig jaar na de opening van het door hem ontworpen gebouw, krijgt Mendini (Milaan, 1931) alle ruimte om zijn droomtentoonstelling te realiseren." Het wordt een "visueel overweldigende mix van beeldende kunst, design en architectuur" van de "grand old man van het Italiaanse design".
De geplande opening is op 12 oktober (dus nog ff geduld..).

Mocht je naar Groningen willen afreizen voor Dale Chihuly (t/m 5/5) - zie mijn vorige blogpost - en/of 'GRRROM!' (t/m 31/3), kijk dan eerst even op de site voor bezoekersinformatie.


-X-


Wát je ook gaat doen met Oud & Nieuw, wees vooral voorzichtig! (want de volgende dag gezond weer op).


Tekst en (iPhone)foto's (tenzij anders vermeld) ©MiriamvanderMeer, www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature