Allemaal naar het Rijks! Johan Maelwael en Matthijs Maris

4 oktober 2017
De formerende partijen in Den Haag zijn het over één ding eens: alle scholieren zouden tijdens hun leerplichtige jaren minimaal één keer op schoolreisje naar het Amsterdamse Rijksmuseum moeten (saillant detail: morgen bij de landelijke lerarenstaking zijn veel musea gratis te bezoeken). Waarschijnlijk weet je van de commotie die ontstond na het 'lekken' van dit voornemen, maar laat ik je dít vertellen: het is een oud idee (en dus oud nieuws). En dat Taco Dibbits bij de gedachte enthousiast is, valt te begrijpen.

De museumdirecteur reageerde op het beleidsplan in (o.a.) het Parool van 28 september: "Dit zou echt fantastisch zijn. Het is een droom, die ik in 2008 heb uitgesproken, die werkelijkheid wordt. Ieder kind heeft recht op kunst". In de Volkskrant werd gesuggereerd dat Dibbits een rol heeft gespeeld in de totstandkoming van deze onderhandelingsafspraak. "We hebben hier al heel lang aan gewerkt. Dit soort dingen komen tot stand door heel veel mensen die er op de achtergrond aan werken."




Oké. Zo zie je maar wat vakkundig (maar wel langdurig) lobbyen uiteindelijk op kan leveren. (By the way: uit welingelichte kringen heb ik begrepen dat alle Amsterdamse kinderen tijdens hun (basis-)schooltijd een bezoek brengen aan de Nachtwacht). 

Deze week ontmoette ik - samen met andere genodigden en 'persmuskieten' - Taco Dibbits in het kader van een heel andere gebeurtenis, namelijk de opening van maar liefst twee nieuwe top-tentoonstellingen in de Philipsvleugel van het Rijks. Vanaf 6 oktober is in het museum een van 'de grondleggers van de Nederlandse schilderkunst' te zien en dan heb ik het over Johan Maelwael (ca. 1370-1415). Gelijktijdig organiseert het Rijksmuseum een overzichtstentoonstelling van de 19de-eeuwse kunstenaar Matthijs Maris (1839-1917). (En mocht er bij deze laatste naam een belletje gaan rinkelen: inderdaad, Matthijs is de broer ván).

Een gemeenschappelijke, feestelijke opening van twee exposities en niet alleen door de 5 eeuwen - een wereld van verschil. Onvergelijkbare grootheden lijkt mij en van een samenhang tussen de twee 'vertoningen' is geen sprake, naar mijn bescheiden mening. (Zoals je wellicht weet:) ik word niet geremd door enig verstand van kunsthistorische zaken en ben slechts een geïnteresseerde leek, dus hier zie je een (beeld-)verhaal van wat de toeschouwer tijdens een eigen bezoek aan het Rijksmuseum kan verwachten.
  
  

1. De 'Vlindermadonna', Johan Maelwael (of Henri Bellechose), ca. 1415. 2. Detail uit 'De Roermondse Passie', trompe-l'oeil met de suggestie van bergkristal, ca.1435. 3. Een (van twee) 'pleurants' van het praalgraf van Filips de Stoute, Claes Sluter, albast, 1404-1410. 

Een middeleeuwse bestseller

Ik begin met de 'oudste': de in Nijmegen in een kunstenaars-familie geboren Johan Maelwael (of verfranst tot Jean Malouel), hofschilder in de duistere Middeleeuwen. Hij wordt beschouwd als de eerste Nederlandse kunstenaar die schilderde op doek en die (achtereenvolgens) in dienst was van het Gelderse Hof, Koningin Isabella van Beieren en de Bourgondische hertogen en dan kun je gerust zeggen dat hij heel succesvol was. In zijn tijd - de Gotiek - was hij alom gevierd én de best betaalde Meester in West-Europa. 

Maelwael (letterlijk: hij die goed schildert) was een alleskunner, hij beschilderde wimpels, banieren en militaire uitrustingen, ontwierp patronen voor stoffen, vervaardigde grote religieuze schilderingen, schiep verfijnde miniaturen in handschriften, voorzag beelden van goud en kleur en schilderde kleine devotiestukken en portretten.

"Slechts een zeer klein aantal schilderijen van Johan Maelwael is bewaard gebleven. Gezien de kwetsbaarheid van het werk, is het uitzonderlijk dat het Musée du Louvre voor deze tentoonstelling het beroemdste schilderij van de Nijmeegse meester, La Grande Pietà Ronde, uitleende", aldus de aan het aanwezige journaille uitgereikte hand out.



La Grande Pietà ronde, Johan Maelwael, ca. 1400. (De door mij gemaakte foto doet het meesterwerk geen eer aan, vandaar:)
© 2009 Musée du Louvre/Erich Lessing.
Et Voila, nog een voorbeeld van hoe een goed onderhouden verstandhouding uiteindelijk zijn vruchten afwerpt. Dibbits verklaarde de bereidwilligheid van het Louvre om de kwetsbare kunst van Maelwael aan het Rijks uit te lenen, aan de uitstekende contacten die zijn opgebouwd naar aanleiding van de gezamenlijke aankoop van Marten & Oopjen.
Zo zie je maar waar het een en ander toe kan leiden.





1. 'Bosrand met geiten'. 2. Experimenten met grijstonen. 3. (Detail) De Zaaier, naar Millet, 1881-1882. 4. De zusjes Westmacott, ca. 1900-1913. 5. Smart (verloren illusies), ca. 1911-1917.

De versluierde concepten van een einzelgänger

Waarschijnlijk vraag je je af waar je naar zit te kijken? Wie heeft dit geschilderd en vooral waarom heeft de kunstenaar zo'n wazig beeld geschapen? Hierboven zie je schilderijen van Matthijs Maris uit de laatste periode van zijn leven. 

Matthijs startte zijn schildersloopbaan net als zijn broers Jacob en Willem Maris in de realistische trant van de Haagse School. Ook koos hij voor dezelfde onderwerpen: landschappen, figuren en portretten. "In 1874 schilderde Maris in Parijs 'De Vlinders', een kleurig schilderij van een meisje, liggend op haar rug in het gras omgeven door vlinders. Het doek werd beschouwd als zijn meesterwerk en het bracht een recordbedrag op".

Wie was deze kunstenaar en wat was er in de tussentijd met hem gebeurd? Dat de kunstenaar Maris heel goed kon schilderen staat buiten kijf. In de expositie, die tot stand kwam door bereidwillige medewerking van The Burrell Collection in Glasgow die een grote verzameling van Maris' schilderijen beheert, is voor het eerst een compleet beeld van zijn oeuvre te zien.
"De tentoonstelling Matthijs Maris vertelt het verhaal van deze zonderling die in zijn tijd wereldberoemd was en een absolute cultstatus genoot, maar die zelf eenzaam en vrijwel teruggetrokken eindigde in zijn Londense atelier".

Tja? Experimenteel, mysterieus en intrigerend. Wat 'bezielde' deze teruggetrokken en eigenzinnige kunstschilder?
Dat is de vraag...




1. De Vlinders, 1874. 2. Schilderskist 3. Stadsgezicht, 1863. 4. (Detail) meisje bij de pomp, 1872.

Goed, tot zover mijn kroniek over twee Nederlanders die (relatief) onbekend zijn gebleven in eigen land, doch in den vreemde grote hoogten hebben bereikt.


Onbekend cultureel erfgoed en nog blockbusters ook. Ik zou zeggen: ga vooral zelf kijken, want er is nog zoveel meer te vertellen over deze succesvolle Hollandse heren.


De tentoonstellingen openen voor publiek op 6 oktober en lopen tot en met 7 januari 2018. 



-X-


Museum-tip: Het Rijksmuseum stimuleert al jaren het 'tekenen voor iedereen'. Tijdens The Big Draw (een internationaal tekenfestival) op 7 en 8 oktober is iedereen uitgenodigd om mee te doen. "Het hele weekend zijn er workshops en tours te volgen die in het teken staan van de nieuwe tentoonstellingen". En voor wie er geen genoeg van kan krijgen: iedereen kan buiten aan de slag met een meesterwerk op de IAMsterdam-letters".

And now something completely different: mijn volgende verslag handelt over de VTWonen&Designbeurs die momenteel wordt gehouden in de Rai Amsterdam.


Alle (iPhone 6) foto's © www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature