Charlotte van Pallandt in Museum de Fundatie: 'Kunst als levensdoel'

6 augustus 2019
Een dame van stand, Charlotte Dorothée barones van Pallandt. Powervrouw, want - naast een zeer zelfstandige en eigenzinnige tante - was zij fysiek ook sterk. Moest wel, want het met boor en beitel hakken in steen en hout en het gieten van brons is niet voor watjes. Ze was een van de weinige vrouwelijke kunstenaars die haar leven geheel in dienst stelde van haar artistieke aspiraties en vooral haar eigen weg bewandelde. Ze kon het zich veroorloven, want mede mogelijk gemaakt door het aanzienlijke familiekapitaal. Maar toch. Ietwat afstandelijk en gereserveerd, maak ik op uit de documentatie. Maximale toewijding met een groot talent.

In Museum de Fundatie in Zwolle is onder de naam 'Kunst als Levensdoel' een hommage aan beeldhouwer Charlotte van Pallandt te zien.



1. Portret van Dirk Hannema, 1974, brons. 2. Liggend naakt, ca. 1926, olieverf op doek 45 x 65 cm, particuliere collectie, foto: Peter Tijhuis. 3. Zaaloverzicht met op de achtergrond een foto van 'Vruchtbaarheid' (t.g.v. de drooglegging van Oostelijke Flevoland), 1957.
"Charlotte van Pallandt (1898-1997) heeft het kunsthistorici en andere geschiedschrijvers in zekere zin gemakkelijk gemaakt", zo leer ik van gastconservator en tentoonstellingsontwerper Maarten Jager (want te lezen in de bij de expositie uitgebrachte catalogus). "Niet omdat zij alles in haar werkzame leven heeft gedocumenteerd, wel omdat zij veel heeft bewaard." En dat gegeven wijst dan weer op een grote mate van nauwgezetheid, (ook) een eigenschap - deugd zo je wilt - die zij mogelijk te danken had aan haar 'hoge' komaf.

wat telt is mijn werk: dat is de reden van mijn bestaan

Van Pallandt groeide beschermd en nogal geïsoleerd op in het Gelderse Schaarsbergen, waar het gezin het landgoed Vrijland bewoonde. Al vrij jong bleek zij over een groot tekentalent te beschikken. Maar in die kringen mocht en kon je je als vrouw wel bezighouden met (beeldende) kunst - graag zelfs, maar dan alleen als vrijetijdsbesteding en zeker niet als beroep. Dat was zeer ongebruikelijk en haar afkomst zal haar carrière dus aanvankelijk hebben vertraagd. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan en na een kortstondig huwelijk (een min of meer gearrangeerde verbintenis van nog geen 5 jaar met een - tevens aristocratische - diplomaat) besloot Van Pallandt voltijds beeldend kunstenaar te worden.

beeldhouwen moet niet gezellig worden

In eerste instantie maakte ze tekeningen en schilderijen (waarvan er ook een mooie selectie te zien is in de expositie): in 1927 stapte ze over op beeldhouwen, wat ze - naar eigen zeggen - meteen "nog veel prettiger" vond. Van Pallandt maakte haar leven lang koppen en torso's in gips, hout, klei, steen en brons.

Vrouwen die kunst als levensvervulling kozen, zijn altijd een uitzondering geweest en die kunstenaars vielen daarom op in de kunstwereld. Van Pallandt werkte "keihard en met veel discipline en zij had het gevoel dat zij, na haar late start als beeldhouwer, een achterstand moest inhalen." Daarnaast was de kunst-discipline 'beeldhouwen' allesbehalve een vrouwenberoep: eerder iets voor stoere kerels. "Ze kreeg weinig aanmoediging, sterker nog: zij moest zich staande houden in een door mannen gedomineerde art scene en ze werd zeker niet altijd serieus genomen." 






1. Twee maal 'Zittende figuur', 1939. 2. Portret van Floris baron van Pallandt, 1936. Foto:  Luk van der Plaetse. 3.'Liggend naakt', 1925. 4. Charlotte van Pallandt in de deuropening van haar atelier, 1956-57, fotocollectie RKD. Foto: Louise van der Veen. 5. Gipsmodel 'Koningin Wilhelmina', 1968. 6. Portret van Ro Mogendorff, 1968 (brons). 
Want tegen de stroom in van de toen geldende abstracte mode, zou Charlotte van Pallandt min of meer hardnekkig (een soort van) figuratieve plastieken maken. De kunstenaar verwierf landelijke bekendheid door haar standvastige stenen Wilhelmina-monument in Rotterdam (en later een bronzen exemplaar in Den Haag). Het is een drie meter hoge piramide-volume: een rijzige gestalte, een groteske, wijduitstaande bontmantel en een statig hoofd. Ondanks het feit dat de bontjas en het gezicht niet zijn uitgewerkt, geeft het beeldhouwwerk toch het zo typerend beeld van koningin Wilhelmina (als zijnde 'Moeder des Vaderlands').
In de catalogus lees ik dat Van Pallandt tot haar spijt niet bij de onthulling in Rotterdam* aanwezig kon zijn. Zij was - kort voordat het stenen beeld klaar was - tijdens het hakken van een ladder gevallen en had daarbij haar heup gebroken. 
* op 5 mei 1968.

té realistisch

De beelden, koppen en bustes van Van Pallandt werden toentertijd door sommigen te realistisch bevonden. Toen ze na een overzichtstentoonstelling in 1981 met 50 beelden en 40 tekeningen in het Amsterdamse Stedelijk Museum een deel van haar werk aan het kunstpaleis wilde schenken, weigerde toenmalig directeur Edy de Wilde*. Ietwat laatdunkend verklaarde hij, dat hij volgende generaties "niet wilde belasten met dergelijke kunst." Naar zijn idee zou er "voor figuratieve kunst later geen interesse zijn."
* Hij was alleen geïnteresseerd in een bronzen kop van Fred Carasso, die hij in de collectie opnam. Het Rijksmuseum aanvaardde een schenking van 25 sculpturen.

Charlotte van Pallandt was geen beeldhouwer in de letterlijke zin van het woord (met veel beitel-, hak- en breekwerk): de meeste van haar beelden zijn geboetseerd. In de tentoonstelling zie je hoe zij haar koppen opbouwde en op die portretten zie je ook de sporen van haar kneed- en vingerafdrukken.
De laatste tentoonstelling met haar werk was in 1995 in het toen net geopende Museum Beelden aan Zee in Scheveningen.






1. Model voor 'Portret van Maja van Hall', ca. 1980. 2. 'Vrouwenhoofd', 1962. 3. Charlotte van Pallandt in haar flat in Noordwijk, ca. 1968. Foto: Nico Koster. 4. Portret van Maja van Hall, ca. 1980. 5. Kees Verwey, 'Het atelier van Charlotte van Pallandt in Noordwijkerhout', 1967. 6. Constructie en model voor 'Portret van Albert Termote', 1988 en 1984-1988. 
Op zich is het niet zo gek dat Museum de Fundatie aandacht schenkt aan het werk van Charlotte van Pallandt, want "in de museumcollectie bevinden zich niet minder dan 362 objecten. (...) Deze omvangrijke collectie werd mede mogelijk gemaakt dankzij een schenking in 1998 van 65 gipsen door de erven Van Pallandt en de aankoop in datzelfde jaar van bijna al haar schetsboeken met steun van het Mondriaan Fonds." Het bezit van een dergelijke grote verzameling kunstwerken van Van Pallandt leidde in de zomer van 2001 tot de tentoonstelling 'Gipsen en schetsen'.

Jammer dat daar zo weinig over terug te vinden is in de zoekmachine op mijn laptop. Dat geldt sowieso voor (solo- en overzichts-) exposities met vrouwelijke kunstenaars in de hoofdrol in Museum de Fundatie. Het schijnt dat de cijfers daarover in het verleden niet altijd even secuur zijn geturfd dan wel doorgegeven (aan de dataverzamelaars). Bij navraag bleek het volgende (en hopelijk wordt dit nu wel correct opgenomen in de annalen). Jaarlijks zijn er solotentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars en soms betreft het complete overzichten. Hieronder volgt een opsomming van de laatste vijf jaar. Waarvan akte!
2018: Mariecke van der Linden (in combinatie met muziek van Yuri Honing)
2017: Eva van Kempen en Francoise Stoop
2016: Marte Röling, Claire Felicie en Ans Markus
2015: Barbara Klemm
2014: Lotta Blokker

Is Museum de Fundatie daarmee uitzondering op de (nogal dubieuze) regel? Vrouwen in kunst en cultuur blijken normaliter zwaar onderbelicht én ondervertegenwoordigd, zo blijkt uit een onderzoek* van Mama Cash dat begin dit jaar verscheen. Daarin kwam naar voren dat slechts 13% van de tentoongestelde werken in (8) grote Nederlandse musea door vrouwen zijn gemaakt. In de musea en kunsthuizen is vaak een overvloed aan vrouwelijkheid te zien - en dan vooral naakt in allerlei poses - maar amper werk van vrouwelijke kunstenaars.
Gelukkig gaat het steeds beter - zeg maar drie stappen vooruit en twee terug - want in de kunstwereld komt steeds meer besef dat de kunstgeschiedenis zonder de creatieve bijdrage van vrouwen én (zeker ook) van mensen met kleur, heel incompleet is.
* een meta-analyse van bestaand onderzoek. Meer hierover hier.





1. Portret Albert Termote, 1984. 2. (Vriend) Kees Verwey, 'Portret van Charloltte van Pallandt', ca. 1990. 3. (links) 'Tors', 1930 en (rechts) 'Tors', 1940. 4. Knuffel 'Spark Plug', ca. 1935. Foto: © Museum de Fundatie. 5. 'Zittende Vrouwenfiguur', datering onbekend.
Ik ben ervan overtuigd: elke toeschouwer raakt onder de indruk van de krachtige beelden van een vrouw met 'ballen', zou ik (oneerbiedig) willen zeggen. Uniek in haar tijd én mooi dat er weer aandacht is voor haar bijdrage aan de Nederlandse kunstgeschiedenis.
Te zien tot en met 1 september aanstaande.

Maar er is meer!
In Museum de Fundatie zijn nog twee vertoningen die het de moeite waard maken om af te reizen naar Zwolle. Mijn volgende blogpost komt ook vanuit de Hanzestad en zal zijn gewijd aan de Duitse (haast magisch) realistische fijnschilder Michael Triegel én daarin doe ik tegelijkertijd (doch onvergelijkbaar) verslag van de Zomerexpo 2019 met als thema 'Europa'.

(Dus) wordt vervolgd.


-X-


Fijne dag!

Museum de Fundatie (foto gemaakt tijdens een eerder bezoek aan het kunsthuis in november 2017).
Tekst en alle iPhone foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Pride Amsterdam. "Roze Rijks Rondleiding', homoseksualiteit in het Rijksmuseum

2 augustus 2019
Eind juli is het feest in Amsterdam. "Met de jaarlijkse Amsterdam Pride maakt Nederland zijn reputatie waar als één van de meest liberale landen ter wereld", aldus het foldertje dat mij tijdens de Pride Walk in de hand werd gedrukt. Ik ben geneigd die stelligheid enigszins te relativeren: 'best wel een soort van' liberaal, want hoe tolerant is Nederland nou helemaal?

Als thema voor de 2019-editie koos de organisatie voor 'Remember the past, create the future', want je moet je geschiedenis kennen om te kunnen begrijpen waar je vandaan komt.
Love is for everyone en mijn bijdrage aan de feestelijkheden is dit verslag van de Roze Rijks Rondleiding. Want die verdraagzame houding ten opzichte van de LHBTQI+ community is dus niet altijd vanzelfsprekend geweest. In vroegere eeuwen was dat zeker niet het geval.
Loop met me mee langs kunstwerken (grotendeels in het Rijksmuseum) die ons iets vertellen over de geschiedenis van homoseksualiteit in Nederland. Het wordt "een wandeling door de eeuwen, van Sodom en Gomorra tot de roze driehoek".


1. (Uitsnede en door mij 'opgeleukt') 'Jupiter, vermomd als Diana, verleidt de nimf Callisto', Jacob de Wit, 1727 (olieverf op doek) collectie én foto © Rijksmuseum Amsterdam. 2. 'Abraham ziet de brand van Sodom', atelier van Dirck Vellert, ca. 1480-1547, (gebrandschilderd glas). 
Homoseksualiteit in de kunst. Wat moeten we daaronder verstaan? Zijn het de creatieve uitingen gemaakt door homoseksuele mannen en vrouwen of zijn het eerder de afbeeldingen en voorstellingen van intimiteiten tussen mensen van hetzelfde geslacht? Of is het en-en?
Dat zijn drie opties, maar dan ben je er nog niet. "Want de ploegende ossen van kunstschilder en beeldhouwer Rosa Bonheur (Frankrijk, 1822-1899) doen geen gaydar* afgaan, ook al leefde de schilderes samen met een vrouw." Bovendien is niet alles wat wij als homoseksualiteit opvatten, ook op die manier bedoeld. In de Griekse Oudheid werd sommig seksueel contact tussen volwassen burgers (lees mannen) en jongens beschouwd als onderdeel van de inwijding van die jongelingen. "Ten derde is het begrip 'homoseksualiteit' vrij recent en dus ook de bijbehorende moderne identiteit die ermee geassocieerd wordt."**
* Samenvoeging van 'gay en 'radar': gaydar is het vermogen om aan bepaalde stereotypen een gay-persoon te 'herkennen'.
** Bron: een lezing van Bureau Boeiend.

Van de week meldde ik mij bij de informatiebalie in het Atrium om mij onder de bezielende leiding van Arnout van Krimpen door de mensenmassa in het Rijksmuseum te laten sleuren. In een uurtje een wandeling door alle voorgaande eeuwen: van Sodom en Gomorra tot de roze driehoek. Gids Van Krimpen deed - op basis van de kunstcollectie van 's lands beroemdste museum - een uitgebreid onderzoek naar de historie van homoseksualiteit en al voor het vijfde jaar deelt hij tijdens de Gay Pride zijn kennis met geïnteresseerden.

ken je klassiekers...

Goed. Off we go. Tot de 19e eeuw bestond het woord 'homoseksualiteit' helemaal niet. Alle seksualiteit die niet bedoeld was ter voortplanting van de menselijke soort, werd 'sodomie' genoemd. Vandaar dat personen die zich "schuldig" maakten aan het doen van seksuele handelingen met iemand van het eigen geslacht, sodomiet werden genoemd, naar de Bijbelse vertelling over het verderfelijke Sodom en Gomorra.


1. Afbeelding van Sappho. Medaillon op een secretaire uit Nederland, ca. 1780-1795. 2. portret van burgemeester Dirck de Goyer, collectie en foto ©UtrechtsArchief. 
Daarom beginnen we in de Middeleeuwen en "Gouden Eeuw", waar de mythologie, maar ook Bijbelse vertellingen en historische gebeurtenissen (zoals die van Sodom en Gomorra) genoeg stof opleverden en mogelijkheden boden om naakten te schilderen. Neem 'de verleiding van Diana's nimf Callisto door Jupiter in zijn vermomming als Diana', dat - door de connotatie van travestie en lesbische liefde - een dankbaar onderwerp bleek. Hetzelfde gold voor de verhouding die keizer Hadrianus had met Antinoös, een zogenaamde 'eromenos' oftewel een jonge mannelijke minnaar.
Het is heel goed mogelijk dat de allegorische uitleg alleen maar voorwendselen waren om homo-erotische scènes af te kunnen beelden. Dat zal niet voor alle kunstenaars hebben gegolden - deze thema's komen ook voor bij bijvoorbeeld Rubens, Rembrandt en Michelangelo, maar bij deze laatste (Michelangelo) vermoedt men wel degelijk een homoseksuele geaardheid. Ook het werk van de dichteres Sappho, die vooral ook de liefde tussen vrouwen bezong, was een geliefd onderwerp.

een (sodom)mietje

Want het zal je niet verbazen, sodomie was letterlijk en figuurlijk 'uit den boze'. Je moest vooral zorgen niet op heterdaad te worden betrapt en anders werd je wel verlinkt. Mensen probeerden in dat geval te vluchten of werden vervolgd, gemarteld en verminkt (zoals castratie). In het slechtste geval volgde de brandstapel en later de wurgpaal.
Vaak alleen voor het 'gemene volk' (oftewel 'gewone' volk) want de welgestelden ontsprongen vaker de dans. Neem meervoudig burgemeester van Utrecht Dirck de Goyer (1538-1601). Die liet het niet bij de uitspraak 'gij zijt een fraai jong kereltje' en werd betrapt in een onderonsje met twee van die Adonissen. Voor de jongens was de ontdekking desastreus (één van hen, de zogenaamde 'onderliggende of ontvangende partij' kreeg de doodstraf), maar De Goyer zelf had goede connecties. Die kwam er 'sonder zyn kleêren te scheuren' vanaf.

de sonde van sodomie en andere vuyligheeden

In de 17e en 18e eeuw veranderde er niets aan de algemene opinie over homoseksualiteit - sodomie was en bleef verderfelijk - maar omdat er meer rechtszaken werden gehouden en de verslagen daarvan bewaard zijn gebleven, is er veel meer bekend. 
En dan was er de roddel en achterklap. Er mocht dan niet altijd waterdicht bewijs zijn geweest dat een belangrijk of historisch figuur homoseksueel was, de geruchtenmachine draaide vaak op volle toeren.




1. Borstbeelden van Willem III en Koningin Marie II. 2. Cornelis Evertsen door Nicolaes Maes, 1680. 3. Collectie snuifdozen. 4. Portret van Willem II door Jan Adam Kruseman, 1839.
Mooiboy Cornelis Evertsen, luitenant-admiraal uit een beroemd zeemansgeslacht had een homoseksuele voorkeur, maar kon - omdat hij Oranjegezind was - een potje breken. Om Koning-stadhouder Willem III (Prins van Oranje) hing ook de mare dat hij mannen verkoos boven zijn eigen (Engelse) Queen Mary II.
Koning Willem II (de Held van Waterloo) maakte - naar verluidt - graag lange wandelingen met knappe jongemannen. Zou dat de reden zijn geweest waarom hij heel plotseling (en te boek staand als een conservatieve vorst) de constitutionele monarchie instelde? Of werd hij daartoe - na de ontdekking van zijn nachtelijke escapades gedwongen?

De samenleving was in de 18e eeuw - althans onder hooggeplaatste lieden - sowieso behoorlijk wuft en verwijfd (wat later 'nichterig' werd genoemd), ook onder hetero-mannen. Ze droegen pruiken, parfum en make-up en poederden hun gezicht. (Ook) de herenmode was vol met strikjes, bandjes en kantjes. Grote kragen, brede manchetten en tientallen, soms onnutte knopen. Goudbrokaat en zijde en elke seigneur had een kostbare snuifdoos van goud, email en bezet met talloze edelstenen. Het was een en al bling bling.

lollepot en dus 'pot'

Okay, laten we het over vrouwen hebben. In de hierboven beschreven eeuwen werd de lesbische liefde niet zozeer als 'probleem' gezien. Men was veel toleranter, daar waar het de onderlinge vrouwelijke aantrekkingskracht betrof. Het bestond uiteraard, maar zolang de 'mannelijkheid' niet werd bedreigd, was er - zo zou je kunnen zeggen - geen vuiltje aan de lucht.
Schilderijen hadden in die tijd soms hele subtiele of symbolische verwijzingen naar dergelijke erotiek. Op 'Het Melkmeisje' van Johannes Vermeer zie je rechtsonder een stoof - een verplaatsbare houten kistje met daarin een pot met brandende kolen - die vrouwen onder hun rokken schoven. De warmte die zo'n 'lollepot' onder die rokken teweeg bracht, werd toentertijd geassocieerd met de lesbische liefde. Was het dienstertje dat op het beroemde schilderij de melk inschenkt lesbisch? We zullen het nooit weten.

Tot slot komt ook de herkomst van de roze driehoek nog aan de orde in de Roze Rijks Rondleiding. Op de afdeling '20e eeuw' moeten we - tragisch genoeg - naar de vitrine met een concentratiekamp-jasje met daarop de zo bekende - door Adolf Hitler verordonneerde - Joodse ster. Ook homoseksuelen (lees mannen) werden in de 2e Wereldoorlog vervolgd en vermoord. Zij waren te herkennen aan een roze driehoek op hun revers en dat symbool heeft daarom na de oorlog een geuzen-status gekregen.



 1. 'Het Melkmeisje' door Johannes Vermeer, ca. 1660 (olieverf op doek). Collectie en foto: ©Rijksmuseum Amsterdam. 2. Bundesarchiv, Bild 146-1993-051-07 (via Wikipedia). 3. Roze driehoek.

Dank aan Arnout van Krimpen voor zijn enthousiaste vertellingen over de geschiedenis van homoseksualiteit in Nederland in het Rijksmuseum.
Je kunt op YouTube een korte rondleiding volgen in de serie #RijksmuseumUnlocked.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Kijk dan op de site van http://www.homogeschiedenis.nl/.


-X-


Happy Pride!

Banksy, 'Kissing Coppers', Soho, 2005. ©Banksy.
Tekst en foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie bijschriften).

Common Ground 2: kunstkijken in de Art Space van AkzoNobel Art Foundation

27 juli 2019
Passion for paint, maar vooral ook kleur. Want kleur is essentieel, kleur is energiek, kleur vertegenwoordigt de diversiteit van de samenleving en kleur verbindt. Aan het woord is Hester Alberdingk Thijm, directeur van AkzoNobel Art Foundation en met deze uitspraak doelt zij op het thema van de nieuwe tentoonstelling met kunst-voor-nop.
Ja echt, stap door de draaideur van het hoofdkantoor aan de chique Amsterdamse Zuidas en op links zie je direct een expositie-ruimte boordevol kunst van grote klasse. Vrij toegankelijk voor het geïnteresseerde publiek. Helemaal gratis en voor niks en zonder museumkaart.

Ik liet mijn licht schijnen over de museumwaardige kunst en maakte een uitgebreide notitie. Lees en kijk je mee?



1. Douglas Peréz Castro | Polinaziacion | 2006. 2. AkzoNobel Art Space. 3. Robert Zandvliet | Zonder Titel | 1994.
In de expositieruimte op de begane grond van het hoofdkwartier van AkzoNobel is het goed toeven. Zo zijn er overal in de Art Space intieme zithoekjes gecreëerd. De designmeubels zijn wit en in combinatie met de kleurrijke kunst is de ambiance heel 'Jan-des-Bouvrie-waardig'. De interieurgoeroe en witwasser zou het bedacht kúnnen hebben (deed hij niet: het was Tom Postma Design, bekend van tentoonstellingsconcepten voor o.a. Art Basel en TEFAF).

Deze 'vleugel' in het atrium werd door de interieurarchitect nadrukkelijk ontworpen om mensen naar binnen te trekken en ontmoetingen tussen de kunst te faciliteren. (Er is zelfs een koffiecorner voor je natje en je droogje, waar een heuse barista - indien gewenst - een cappuccino met zo'n professioneel ogend schuimhartje voor je inschenkt). Zichtlijnen geven spannende doorkijkjes naar de andere opstellingen binnen dit expositie-deel van de parterre. "Het was wel even onderwerp van gesprek om zo'n Art Space te bouwen op die dure vierkante meters hier op de Zuidas", vertelt Hester Alberdingk Thijm in een interview met het 'wijkkrantje' van een buurt, die ook wel de 'financial mile' wordt genoemd. "Maar het was een harde voorwaarde van de gemeente om de drempel heel laag te maken, liefst met een culturele bestemming."

de verzamelde werken

En als dat dan eenmaal besloten is, dan kán het niet moeilijk zijn om die ontmoetingsruimte te vullen met creatieve allerlei, zoals schilderijen, foto’s, wandkleden, glas, videokunst, sculpturen en keramiek. In ieder geval niet voor de AkzoNobel Art Foundation, de (zelfstandige) stichting die in het leven is geroepen ten behoeve van de aanschaf en het beheer van kunst van de verf- en chemiegigant. Het kunstgenootschap verzamelt namelijk al bijna vijfentwintig jaar hedendaagse kunst van nationaal én internationaal gerenommeerde kunstenaars én jong talent. Daardoor bestaat de bedrijfscollectie inmiddels uit ongeveer 1.800 kunstwerken.






1. Heringa/Van Kalsbeek | Skill to the Full | 2016. 2. Han Schuil | Ducados II | 2009. 3. Maria Roosen | Droomhuis | 2002. 4. JCJ Vanderheyden | Juxtaposed | 1995. 5. Chan Chiao Chun | The Dependent Object No. 0.5 | 2016. 6. Prudencio Irazabal | Zonder Titel, Nr. 885 | 1995.
Het leeuwendeel van die verzameling wordt tentoongesteld in de eigen burelen in Amsterdam en Arnhem. De bedoeling is "om een stimulerende werkomgeving te creëren waarbinnen kunst en bedrijf met elkaar in dialoog staan als communicerende vaten." Daarnaast worden er maatschappelijk relevante issues onder de aandacht van het grotere publiek gebracht in de vorm van thema-tentoonstellingen in de Art Space: zeg maar een showroom voor kunst.
"Kunst weerspiegelt wie wij zijn – als samenleving, als individu en als onderneming. De kunstcollectie dient als bron van innovatie en creatieve reflectie en als expressie van de maatschappelijke, culturele en sociale verantwoordelijkheid van AkzoNobel."
Kunst brengt de buitenwereld als het ware naar binnen en dat mag ook blijken uit de cijfers. De kunstruimte aan de Christian Neefestraat is een groot succes. Sinds de opening in 2016 bezochten zo'n 200.000 mensen de verzamelde werken van de multinational.

connect in color

In april van het vorige jaar opende de eerste thema-expositie 'Common Ground' met als leidraad de menselijke ontmoeting op het niveau van ideeën, idealen en identiteit (en daarvan maakte ik dit weblog) en nu is het hoogste tijd voor een extra dimensie: 'Connect in Color'. In dit tweede deel staat kleur centraal. "De tentoonstelling verkent de betekenis en invloed van verschillende kleuren en vormt een brug tussen makers en toeschouwers. De Art Space werkt als spiegel voor de diversiteit binnen en buiten AkzoNobel en toont Passion for Paint!", lees ik op de spiksplinternieuwe website van de kunststichting.

passion for paint 

(En daar weet het bedrijf natuurlijk alles van: core business is verf (paint) en (dus ook) kleur. Komt dat even goed uit. Het van oorsprong Nederlandse concern is producent van bekende brands als Flexa - "geeft kleur aan je leven" - en Sikkens. Beide wereldmerken hebben een ruim kleurpalet - met -waaiers en -testers - dat het moederbedrijf in 2018 - volgens Wikipedia - een geconsolideerde (?) omzet van 10 miljard euro bezorgde).






1. Friso Keuris | Chandelier | 2017. 2. Drie werken van Rory Pilgrim | 2015 en 2017. 3. Eelco Brand | BLmovi | 2012. 4. Jan Roeland | Tulp | 2012. 5. Femke Schaap | The Fair Show Set Up nr. 4 | 2010. 6. Robert Zandvliet | Zonder Titel | 2016.
In de kunstshowroom zijn twee speciaal voor de ruimte ontworpen (dus 'in situ') kunstwerken vaste gegevenheden in welke opstelling dan ook. Één daarvan is van kunstenaar Frank Havermans die 'KAPKAR/WS1P-AN' creëerde: een, tussen twee pilaren hangende eenpersoons-werkplek die refereert aan de functie van het kantoorpand.

Maar in plaats van een enkel werk aan te schaffen, volgt directeur Alberdingk Thijm idealiter de hele creatieve carrière van een kunstenaar. Zij koopt meerdere werken en het liefst ook uit verschillende periodes. Want, zo is het idee, zoiets verduidelijkt het beeld van die artiest en daardoor zie je lijn in zijn of haar oeuvre. En een goed voorbeeld daarvan is het vijftiende werk van Gijs Frieling in het bezit van de stichting, tevens het tweede site-specific kunstwerk dat zijn plek gevonden heeft aan de muur van de Art Space. 'Common Background' (uit 2018) is een wandschildering van een werkelijk verleidelijke schoonheid (aldus de De Groene Amsterdammer), een kwalificatie die ik maar al te graag beaam).

kunst en vliegwerk

Daarnaast heeft de Art Foundation bijvoorbeeld ook negentien canvassen van Robert Zandvliet, negen sculpturen c.q. installaties van de Belg Hans Op de Beeck (waarvan het ontroerende beeld 'Tatiana (Butterfly)' uit 2017 nu ook te zien is) en ook Maria Roosen is een van de favorieten (met tien stuks).

kleur bekennen

Op dit moment is het creatieve duo dat te boek staat als Heringa Van Kalsbeek* 'in the picture'. In Common Ground 2 is er een eigen 'hoek' voor het kunstenaarskoppel ingericht met een viertal van hun grillige, organische en veelkleurig glimmende sculpturen. Daarnaast zie je er een video over de 'making of', oftewel de totstandkoming van hun buitenbeeld dat sinds vorig jaar te vinden is in het naastgelegen Beatrixpark.
* Liet Heringa (den Bosch, 1966) en Maarten Kalsbeek (Oestgeest, 1962) werken sinds 1998 samen.







1. Dirk Salz | #2226, #2242, #2112, #2243 en 'o.T.' | 2017. 2. Sigrid Calon | TO THE EXTEND OF / \ | & - | 2012. 3. Han Schuil | Zonder Titel | 1998. 4. Paul Kooiker | Political Chaos | 2008. 5. Ellert Haitjema | De geest moet waaien | 2007 6. Hans Op de Beeck | Tatiana (Butterfly) | 2017 (met op de achtergrond het muurwerk van Gijs Frieling).
En dat sculptuur van Heringa Van Kalsbeek in het park (genaamd 'Future Past Glory') maakt ook deel van de Amsterdam Sculptuur Biennale aka ArtZuid - en dat geeft mij dan een uitstekend bruggetje naar mijn budgetvriendelijke uit-tip. Een zeer aanlokkelijke optie, want heb je geen cent te makken en is je vakantiegeld al op - een bezoek aan zowel het één, als het ander is 'om niet' en uitstekend te combineren (let wel: de ArtSpace is alleen op werkdagen geopend). Dus ga op dwaalsafari langs de sculpturen van de beeldenroute (mijn impressie lees je hier) en start of eindig dat dagje 'kunstzinnige Amsterdam voor Nop' bij de AkzoNobel kunstsalon. (Nabij metro- én NS-Station Zuid). 

Ik zeg: DOEN!


-X-


Fijn, het is vandaag!

Heringa Van Kalsbeek, 'Future Past Glory'.
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature