'Rendez-Vous': een anderhalve-meter-date in Museum Voorlinden

12 juni 2020
Vandaag gaan we op anderhalve-meter-date in Museum Voorlinden. In het Wassenaarse duinmuseum hebben we een afspraakje (tijdslot!) met de bedoeling elkaar, maar ook de kunst beter te leren kennen. Voor sommigen is het een first date (en dan hopelijk niet blind), voor anderen een hernieuwde kennismaking. We zien nieuwe kunstwerken, maar ook een paar bekende publiekslievelingen.

'Rendez-Vous' is een zeer actuele expositie die reflecteert op het 'nieuwe normaal'. In de vertoning staat ontmoeting centraal: in gesprek gaan; aantrekken en afstoten; omhelzen of op afstand houden; eenwording of aanvaring; samenspel en strijd.



1. Maha Malluh, 'Food for Thought - Al-Mu'allagät', 2014. 2. Tracey Emin, 'I Promise to Love You', 2007. 3. William Kentridge, 'Singer Trio', 2017-2018. 
Het is weer zover: over-enthousiasme dreigt. Heb ik altijd wanneer ik Museum Voorlinden in Wassenaar bezoek. Elke keer als ik de lange oprijlaan voor mij zie, raak ik in een opgetogen stemming. (Heel gezond, volgens hoogleraar neurowetenschappen Erik Scherder, de dopamine die vrij komt bij het je ergens op verheugen). Ik fleur strijk en zet op bij een voorgenomen bezoek aan het privé-museum en aan mijn hoge verwachtingen wordt iedere keer weer tegemoet gekomen.

What's not to like aan Voorlinden? Nou ja, misschien het feit dat je museumkaart niet geldig is, maar dat is dan ook het enige. Voor de rest is een bezoek steevast een feestje. Een kleine vier jaar geleden opende de moderne kunstbungalow op Landgoed Voorlinden haar deuren en vanaf het begin waren de recensies lovend (zo niet euforisch). "Volledig uit het veld geslagen"; "overweldigend"; "Voorlinden dwingt je op de knieën"; "een vertoon van rijkdom in een Triple-A museum", "het museum rolt onbescheiden zijn spierballen". Superlatieven te over voor een zeer gelikt museum. Op het gladde af...

what's not to like

En ook nu is mijn geestdrift weer groot. Voorlinden programmeerde met 'Rendez-Vous' een zeer actuele tentoonstelling met als thema 'ontmoeten', juist in een periode waarin dat moeilijk, zo niet onmogelijk was. 'Afgesproken samenkomst' - de letterlijke vertaling van het Franse 'rendez vous' - was zo'n tien weken uit den boze. Social distancing de norm.
Maar alleen wordt langzamerhand weer samen en na zo'n periode van onthouding blijkt eens te meer het belang van betekenisvolle sociale relaties. Een mens kan niet zonder en eenzaamheid en isolement liggen op de loer. Anderzijds kan maatschappelijke interactie ook negatieve aspecten hebben. Soms stressvol en confronterend, in het ergste geval ondermijnend en/of agressief.




4. Jonas Wood, 'Large Shelf Still Life', 2017. 5. Pablo Picasso, 'L'étreinte', 1903. 6. Abraham Poincheval, 'Ours', 2014. 7. John DeAndrea, 'The Faces of Fifty Years', 1973-2017. 
"In Rendez-Vous staat de ontmoeting centraal" lees ik in de handzame, informatieve brochure die in plaats komt van zaalteksten. "Tussen Voorlinden en haar bezoekers, tussen kunst en kijker en tussen kunstenaars en hun werken onderling. In de selectie uit onze collectie komen kunstwerken samen als minnaars die elkaar omarmen, versterken en soms met elkaar botsen. Hun ontmoeting houdt het midden tussen samensmelting en confrontatie, tussen duet en duel."
In het middelste gedeelte van het kunstpaviljoen zie je in zes zalen en drie (zogenaamde) kabinetten 'zintuiglijke kunstwerken': "ze vragen je hen te naderen en je te laten overweldigen door hun geuren, geluiden en bewegingen."
En er gebeurt inderdaad veel in die lichte, hoge ruimten. De vertoning is een intrigerend schouwspel met een grote verscheidenheid aan kunstuitingen die bij elkaar zijn gebracht om te conflicteren of elkaar juist verder aan te vullen. Van sommig werk begrijp je onmiddellijk waarom het voor de expositie 'Rendez-Vous' is gekozen. Bij andere kunst is het verband met het thema wat verder te zoeken: daar moet je meer moeite voor doen.

intrigerend schouwspel


In de eerste zaal zien we het al eerder vertoonde werk van de Britse kunstenaar Tracey Emin, 'I Promise to Love You' (uit 2007). De rode neonletters zijn een statement waarin de kunstenaar belooft onvoorwaardelijk lief te hebben. Ook bij het, voor Pablo Picasso zeer bescheiden en ietwat atypische schilderijtje 'L'étreinte' uit 1903 draait het om beminnen. Twee naakten - de vrouwfiguur lijkt zwanger - die elkaar teder omhelzen en waarover Picasso gezegd zou hebben: "ik wil dat mijn schilderij niets anders oproept dan emotie." Beide werken zijn overduidelijke liefdesverklaringen.




8. Joseph Cornell, 'Custodian - M.M.', 1963. 9. Lara Favaretto, 'Birdman or (The Unexpected Virtue of Ignorance', 2018. 10. Etel Adnan, (onderdeel van) 'California', 2013-2014. 11. Leandro Erlich, 'The Cloud - Doghead', 2014. 
Er is ook (spektakel)kunst dat zich - zoals gezegd - wat complexer binnen het thema gewonnen geeft. Werk dat meer verbeeldingskracht en achtergrondinformatie vereist. Ronduit indrukwekkend is de wandinstallatie van de Saoedische Maha Malluh genaamd 'Food for Thought - Al-Mu'allaqät' uit 2014. De 95 aluminium kookpotten en pannen werden oorspronkelijk gebruikt door Bedoeïenen en staan symbool voor de - vaak tijdens de gezamenlijk maaltijd, overgebrachte vertellingen over de geschiedenis en tradities van dit nomadische woestijnvolk.

spektakelkunst

En hoe zit het met de 89 tronies van John DeAndrea ('The Faces of Fifty Years', 1973-2017)? De hyperrealist die bekend is van zijn levensechte mensbeelden, bewaarde deze koppen van modellen "als achterblijvers van de circa 350 sculpturen die de wereld in zijn getrokken". Het zijn de gezichten waarmee de kunstenaar gedurende vijftig jaar een persoonlijke relatie opbouwde.
In zaal 4 staat De Beer ('Ours' uit 2014) van Abraham Poincheval, waarin hij - in een Parijs museum - bij wijze van performance, 13 dagen bivakkeerde. Als in een winterslaap wilde de kunstenaar laten zien wat het betekent om in isolatie te leven.

Mind your steps! Vierduizend kilo confetti (lees ik in de handout) die door blote mensenvoeten werden aangestampt in tien kubussen van 90 x 90 centimeter (als ware het wijndruiven na de oogst) en die vervolgens zorgvuldig omgekieperd werden op de houten vloer. Maar zonder het gebruik van lijm, kalven de fel gekleurde blokken langzaam af en vandaar ook het verzoek om afstand te bewaren. De anderhalve-meter-maatschappij ten voeten uit. Uiteindelijk zal de kwetsbaarheid winnen en storten de blokken van de installatie genaamd "Birdman or (The Unexpected Virtue of Ignorance)' uit 2018 van de Italiaanse Lara Favaretto als ruïnes in elkaar (zie foto 9).





12. René Magritte, 'La malédiction', 1931. 13. De brochures. 14. Sam Samore, 'Tower of Lips', 1990-1995. 15. François Morellet, 'Beaming π 300 A.R. 50°', 2002 en 'L'impitoyable confrontation des horizontales et des verticales n°1, n°2, n°3', 2012.
Zeer het bekijken waard, de presentatie 'Rendez-Vous', maar niet het enige dat opzien baart in Voorlinden. Zo zijn er de vaste highlights: het zwembad van Leandro Erlich, het levensechte 'Couple under an Umbrella' van Ron Mueck en de brute kracht van 'Open Ended' van Richard Serra (en waarover ik schreef in mijn eerste blogpost over Voorlinden in 2017), maar nu ook 'Tower of Lips' van Sam Samore en de geometrisch installatie van François Morellet (met een hele lange titel en hierboven te zien als foto 15).

Daarnaast is er een grote zaal ingericht met werk van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer en een zeker zo interessante vertoning genaamd 'Momentum' en aan deze twee zal ik op korte termijn aandacht besteden.


-X-


Dus wil je niks missen? Stay tuned en meld je aan als een van mijn volgers via Facebook, Instagram of e-mail (zie rechter-sidebar).


16. Louise Bourgeois, 'Maman' en 17. de eieren in de mand onder de spin 'Maman'. 
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

EXTRA LARGE: wandkleden van Picasso, Miró en Bourgeois in de Kunsthal Rotterdam

6 juni 2020
Groot, groter, grootst. De nieuwste vertoning in de Rotterdamse Kunsthal heet niet voor niks 'Extra Large'. Te zien zijn ruim zestig indrukwekkend grote wandtapijten naar ontwerp van vijfendertig kunstenaars. En daaronder zeer beroemde. Wat dacht je van Pablo Picasso, Joan Miró, Le Corbusier en Louise Bourgeois?
En mocht je denken: "Wandkleden? Saai....!", nou dan heb je het mis. Helemaal niet dul en suf. Verrassend modern, want allemaal tot stand gekomen in de laatste honderd jaar.
Kijk maar.



1. Joan Miró, Composition No. 1. Femme au miroir, 1966. 2. Zaaloverzicht. 3. Edmond Yarz, Série Provinces et Villes de France, Les Pyrénées, 1924. 
Thuis heb je misschien een kleed op de vloer. Onder de eettafel of in de zithoek. Niet zo voor de hand liggend, maar aan de muur kan natuurlijk ook.
Deden ze vroeger ook al. Zoals in de middeleeuwen. Toen hadden wandtapijten naast een kunstzinnige, vooral ook een nuttige functie. De tapijten dienden tegen vochtige en koude kasteel- en paleismuren. De grote, dus vaak loodzware doeken hielden de warmte vast en de tocht vooral buiten. Daarnaast waren ze geluidsabsorberend en - ook niet onbelangrijk - een mooie gelegenheid om met je rijkdom het 'plebs en gepeupel' te imponeren. Want je kon natuurlijk een schilderij ophangen, maar een wandkleed was veel duurder. Zoveel meer werk en dus heel wat meer man-uren. En je kon er veel op kwijt, want ze zaten vaak barstensvol verhalen. Hele taferelen stonden erop afgebeeld. Bijbelse en/of heroïsche gebeurtenissen en schouwspelen.

geweven behang

Even voor de duidelijkheid: we hebben het hier over geweven wandtapijten, ook wel tapisserieën. Over 'gobelins', maar dat is eigenlijk een merknaam. De in de expositie 'Extra Large' getoonde kleden zijn niet met smyrna-wol geknoopt of met zijde of wol geborduurd*, maar op enorme weefgetouwen gefabriceerd. Volgens de methode 'schering en inslag'**.
* Zoals het beroemde, geborduurde tapijt van Bayeux uit 1068. 
** De uitdrukking vindt zijn oorsprong in weverstermen. 'Schering' zijn de draden op een weefgetouw die in de lengte zijn gespannen. Denk 'scheerlijnen' in de betekenis van ‘opzetten, spannen’. 'Inslag'  zijn de dwarsdraden die met een schietspoel heen en weer tussen de schering worden aangebracht. 

En het moet gezegd, nog steeds heerst er een geringschattend vooroordeel over textielkunst als tuttig gefröbel. Heeft het een imagoprobleempje. Ook bij weven ligt de associatie met handenarbeid en dus 'oma-achtig vrouwenwerk' voor de hand. Burgerlijk stoffig.
Maar het betreft hier geen goedbedoelde huisvlijt, maar een traditioneel ambacht met een lange historie. Die in de tentoonstelling ook volop wordt uitgemeten. Lees vooral de zaalteksten die je een informatief lesje leren in de rijke geschiedenis van 'Het Wandtapijt' en dan in het bijzonder die uit Frankrijk. De muurdoeken zijn allemaal geweven bij vier verschillende Franse (Staats-) werkplaatsen of 'manufactures'. En dat brengt mij op mijn enige azijnpuntje: de insteek van de expositie is behoorlijk 'francofiel'.





4. Le Corbusier, El lénnui régnait au dehors, 1987. 5. Zaaloverzicht met werk van Pablo Picasso. 6. Victor Vasarely, Cheyt Pyr, 1977. 7. (Links) Joan Miró, Composition No. 1. Femme ou miroir, 1966 en (rechts) Alexander Calder, Composition, 1966. 8. Jean Messagier, Les uniformes de beau temps, 1969-1971.
In de vertoning in de Kunsthal zie je geen oude, klassieke voorbeelden van weefkunst (prima, want niet per se my cup of tea): er wordt juist gefocust op de afgelopen honderd jaar: vanaf de 1e Wereldoorlog tot nu. In eerste instantie vaak figuratieve en verhalende werken, maar naarmate de tijd vordert worden ze soms zeer abstract. "Naast het feit dat veel van de getoonde wandkleden het oorspronkelijke doel van luxe, prestige, culturele identiteit en machtsvertoon vertegenwoordigen, onthullen ze vooral hoe verrassend vitaal het traditionele ambacht van het weven nog is", aldus de Kunsthal.

De vaak kleurige wandkleden tonen de nauwe samenwerking tussen de kunstenaar met zijn of haar artistieke ontwerp en het ongekende vakmanschap van de wever-ambachtsman (m/v). En ondanks de technische ontwikkelingen is het produceren nog steeds zeer tijdrovend. Het kost vaak duizenden arbeidsuren. Zo nam het weven van Picasso's ‘Les Femmes à leur toilette’ (met 3 x 4½ meter niet eens zo'n heel groot doek) in de zeventiger jaren nog zo'n zes jaar in beslag (te zien op foto 5).
Twee wandkleden zijn zo opgehangen dat je er omheen kunt lopen - dus vooral even doen - en dan zie je de achterkant bezaaid met allemaal losse eindjes. Bij het 'zelfportret' van kunstenaar Orlan (foto 9) misschien nog wel mooier dan de voorkant?
Het beeldend patroon-weven is een zeer geavanceerde reproduceertechniek en kan dus geschaard worden onder het kopje 'hoogstaande toegepaste kunst'.

toegepaste kunst in textiel

De metershoge en -brede doeken voelen zich uitstekend thuis in de grote en hoge ruimte van Hal 1 in de Kunsthal. Het licht is gedimd. Of beter: de expositieruimte is behoorlijk donker en dat is ook te zien aan de foto's (die zijn niet zo instagrammable). Maar ter plekke blijkt dat helemaal niet storend. Het is niet droefgeestig of zo. Integendeel: het verhoogt de intimiteit en de wandtapijten zijn vakkundig in the spotlight gezet.
"Chapeau"!

De tentoonstelling 'Extra Large' in Kunsthal Rotterdam is te zien tot en met 3 januari 2021. Ga niet onaangekondigd op pad, maar reserveer je kaartje vooraf op de website.


9. Zaaloverzicht met op de voorgrond het wandkleed van kunstenaar Orlan, 'Disfiguration-Refiguration, Proto Colombian, self hybridation no. 4, 2013-2016 (en het ontwerp dateert uit 1998). 10. Raymond Hains, Diptyque: D’Eustache à Natacha, 2001–2004.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Jan Cremer in Museum JAN: woeste kladdoeken van een veelbesproken kunstenaar

30 mei 2020
Een aandachtstrekker in de breedste zin des woords, dat is schrijver/schilder Jan Cremer. Altijd al geweest. In 1964 ondeugd van de Nederlandse literatuur met de publicatie van zijn debuutroman 'Ik Jan Cremer'. Met het opschrift "de onverbiddelijke bestseller" promootte de nieuwbakken schrijver zichzelf schaamteloos. Hij kreeg gelijk (met wereldwijd zo'n 12 miljoen verkochte exemplaren).
De biografisch schelmenroman boordevol seks, drugs & rock 'n roll met een flinke dosis geweld en grove schuttingtaal, schokte het Hollandse 'kleinburgerlijke klootjesvolk' van de jaren 60. Zij spraken "schande!"
Inmiddels 80 jaar en still going strong.

Het Amstelveense Museum Jan (v/h Museum Jan van der Togt) heropent op 1 juni haar deuren met een nieuwe tentoonstelling. Met een vertraging van tien weken is het imposante schilderwerk van Jan Cremer onder de noemer 'Noordwaarts 2010-2020' te zien. Ik mocht alvast een kijkje nemen en maakte navolgende blogpost. Kijk en lees je mee?



Jan Cremer: 1. 'Cape Cod Seashore', 2014. 2. De anderhalve-meter-routing door Museum JAN. 3. Zaaloverzicht.
Misschien vraag je je af: "Museum JAN, ken ik dat?" Sinds dit jaar heet voormalig Museum Jan van der Togt, kortweg Museum JAN. Twee vliegen in één klap. 'JAN' naar fabrikant, verzamelaar en tevens oprichter Jan van der Togt (1)  en 'JAN' naar Jan Verschoor (2), zelf kunstenaar, adviseur van het eerste uur én directeur tot halverwege 2018. "Jan & Jan, zij stonden aan de wieg van dit museum!", aldus huidig directeur Marieke Uildriks.
Met de naamsverandering (of afkorting) hoopt het kunsthuis op meer bekendheid en dientengevolge ook op meer bezoekers. We helpen het ze hopen. Aan mij zal het niet liggen, want ik rapporteer regelmatig vanuit het, in de oude Amstelveense dorpskern gelegen museum. Zoals ook nu.

JAN & JAN

De groots opgezette, feestelijke vernissage op 12 maart jl. werd op het allerlaatste moment afgeblazen, nog met de hoop en verwachting dat het museum de volgende dag wel "gewoon" voor het publiek zou kunnen openen. Dan zouden 'Noordwaarts 2010-2020' van Jan Cremer en ook 'Pop Art in Print' met werk van Roy Lichtenstein hun première beleven, maar helaas. De covid19-situatie veroorzaakte een vrijwel totale lock down: de deuren moesten stante pede dicht.
Maar nu: in Museum JAN kunnen geïnteresseerden - met een 'anderhalve-meter-regime' - de vertoning alsnog komen bekijken. Wel uitstel, geen afstel én verlengd. En maar goed ook, want de imposante schilderijen van Jan Cremer (alweer een Jan) zijn zeer bezienswaardig.
Vertel...

kunstgangster

Ruwe bolster, blanke pit Jan Cremer (Enschede, 1940). Ook wel 'ondisciplinaire geest', want hij leek overal schijt aan te hebben. Dus vooral ook bekend door zijn provocerend gedrag. Hij kreeg in zijn leven allerlei minder vleiende bijnamen: kunstgangster, -nozem en -vijand, cultuurbarbarist, woest beest, kladschilder. Het zal je maar gezegd worden, maar hijzelf lag er niet wakker van. Integendeel: juist geuzennamen.





Jan Cremer 4. 'Black Sea', 2009. 5. Schaal. 6. 'Wellfleet Cpe Cod', 2014. 7. Detail.
Hij had (heeft?) een "meer dan alledaagse hekel aan anonimiteit" las ik in zijn biografie. Dus lawaaipapegaai van professie. Nooit vies geweest van schaamteloze zelfpromotie. Er komt een beeld naar voren van een rusteloze, rebelse vrije geest - zwerver van nature - die met de nodige bluf heel ver wist te komen.

"ik sodemieter verf op een doek, ik druip, spat, sla, schop..." 

Zijn levensverhaal leest als een avonturenroman met allerhande pikante details. Voordat hij als beeldend kunstenaar en schrijver beroemd werd (en niet alleen in Nederland), had Cremer een keur aan baantjes, onder meer als "reclameschilder, fabrieksarbeider, beroepsmilitair, kermisklant, boerenknecht, nachtportier, figurant en matroos op de wilde vaart."
Dol op vrouwen (hij had altijd affaires, zoals bijvoorbeeld met 'seksbom' Jayne Mansfield) en hij liet zich maar al te graag varen "op de deining die hij zelf had veroorzaakt". Dat bruisende leven van een Twentse volksjongen resulteerde in meerdere romans.
Cremers reislustige vrijheidsdrang voerde hem van geboorteplaats Enschede naar Amsterdam, Parijs, Ibiza (hij woonde er 22 jaar), New York (12 jaar), Cape Cod, zijn 'moederland' Hongarije, Umbrië (daar heeft hij nog steeds een atelier) en tal van onherbergzame plekken in de wereld: Mongolië, Siberië, Groenland. Thuis was overal en nergens.

schilderen is vechten met verf

"I paint, I write, I paint": het schrijven en schilderen bleef hij altijd afwisselen, lees ik in de catalogus. Als schilder bekend geworden met - zoals hij het zelf noemde - 'peinture barbarisme' en dan vaak met een landschappelijk thema. Expressieve doeken (ook op papier), grof geschilderd met dikke lagen zelfgemaakte olieverf, vermengd met jute, zand en andere materialen.
Vrij vroeg in zijn schilderscarrière maakte Cremer felgekleurde tulpenvelden en sommige mensen kennen hem van die nogal clichématige, commerciële en makkelijk te behappen canvassen. In een artikel in de catalogus zegt Ralph Keunig (directeur Museum de Fundatie, Zwolle) het met die kwalificaties niet eens te zijn. Hij noemt het eerder "een meesterzet". "Natuurlijk was het provocatief, maar Cremer bracht er de warmte mee in de Pop Art. Zijn tulpen lijken niet toevallig sterk op harten."




Jan Cremer: 8. en 9. Zaaloverzicht. 10. 'Noordzee', 2012. 11. Foto-serie 'Groenland, Qaanaaq (Thule)', 1971. 
En de laatste tien, twintig jaar zijn het woeste baren. Zeegezichten. In de vertoning 'Noordwaarts 2010-2020' zie je een ruime selectie van recent werk met als thema woelige zeeën en oceanen met vaak donkere luchten die zonder scheidslijn - zonder horizon - in elkaar overlopen. Water en lucht, onbedwingbare elementen. Golven en schuimkoppen, rotspartijen en stranden, zo wild geschilderd dat het haast abstract lijkt. Het zijn heerlijk, spontaan ogende klets, klots, kladderwerken. Druipdoeken van groot formaat. Zoom maar eens in en zie de craquelé, de scheuren, de kraters. Door de grove structuur net maanlandschappen.

In de catalogus een citaat van Jan Cremer: "ik heb altijd naar de zee verlangd. Als kind al. Ik heb gevaren en wilde weten wat er achter de horizon zat. Ik hou het meeste van storm." En dat verbaast mij dan weer niks, met zo'n onstuimig, turbulent leven. Zie de schilderijen als overwinningen op zijn demonen.

klets, klots, kladderwerken


And now, for something completely different...! Want wat heeft de HollanderJan Cremer uitstaande met de Amerikaan Roy Lichtenstein? Niets nada niente. Of het moet zijn dat beiden ongeveer tegelijkertijd - het waren the sixties - in New York aan de weg timmerden én dat de PopArtiest Lichtenstein momenteel óók te zien is in Museum JAN.
Een heel andere tak van sport, die felgekleurde, strip-achtige prints met tekstballonnen in rasterpunten. Roy Lichtenstein (1923-1997) maakte veel zeefdrukken geïnspireerd op andere schilders en gaf daarin commentaar op de kunstgeschiedenis. Overigens zonder die al te serieus te nemen.
Uit de omvangrijke PopArt-collectie van media-ondernemer (en voormalig DJ-coryfee) Lex Harding zie je in Museum JAN (ook) en met de titel 'Pop Art in Print', grafiek uit bijna de gehele carrière van Lichtenstein, van de jaren zestig tot zijn 'Reflection Series' uit de jaren negentig.




Roy Lichtenstein: 1. 'Crying Girl', 1963. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Reflections on The Scream', 1990. 4. 'Reflections on Crash', 1990. (allen collectie Lex Harding). 
#backinbusiness 
Wat ben ik blij dat de musea hun deuren weer hebben geopend! Noodgedwongen met meer (tussen)ruimte, maar daarmee ook de mogelijkheid om de lessen van slow art te praktiseren. Tuurkunst op je dooie gemak. En dat kan dus ook in Museum JAN.
Voor alle kunsthuizen geldt dat je vóóraf je komst moet melden (en hoe, dat kan nogal verschillen. Lees daarom eerst de desbetreffende website).

Dus geen spontaan bezoek, maar daar is niets mis mee. Kun je je extra welkom wanen....


-X-


Fijne dag!

Voor de menselijk maat bij 'Cape Cod', 2012: uw razende reporter ter plekke, foto: Sabine Heideveld.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl
Bronnen: recensie van Ik Jan Cremer; de catalogus, Wikipedia.

"Veilig samen uit naar het museum!": eenrichtingsverkeer in het anderhalve-meter-museum

24 mei 2020
“Veilig samen uit naar het museum. (Met je Museumkaart!)”, dat is de boodschap van de Nederlandse Museumvereniging (NMV) bij de heropening van de kunsthuizen op 1 juni aanstaande. Vanaf die datum kunnen | mogen | willen* musea hun deuren weer openen, maar dan wel op een kiertje.
* streep door wat niet van toepassing is.
Natuurlijk zijn ze opgetogen, maar het is ook een beetje eng. Gevalletje koudwatervrees, want het door de brancheorganisatie opgestelde coronaprotocol kent maar liefst 122 punten waaraan de aangesloten musea zich moeten committeren, uiteraard bovenop en in combinatie met de normale veiligheidsregels. En da's niet niks.




1. Dick Ket, Stilleven met hand, 1933, collectie en foto: Museum Arnhem in de tentoonstelling 'Stilleven' in Museum Gouda. 2. 'Breitner vs Israels' in Kunstmuseum Den Haag. 3. 'Juwelen! Schitteren aan het Russische Hof' in de Hermitage Amsterdam. 
Alle musea op één hoop: van het Rijksmuseum in Amsterdam tot het 'Flipje en Streekmuseum' in Tiel; van Museum De Pont in Tilburg tot het Theepottenmuseum in Swartbroek. Om maar even wat te noemen en niks ten nadele. Het ene museum ontving pre-Covid19 dagelijks zo'n 10.000 bezoekers (het Rijks), de ander - ik noem maar wat - 10 tot 50 gasten en dat was dan 'een goeie dag'. 

op één hoop

Enthousiast en daadkrachtig: zowel op de website van het Flipje en Streekmuseum als op die van het Theepottenmuseum verscheen, nét na het groene licht van Premier Rutte, het bericht dat zij open zullen gaan (resp. op 2 en 4 juni) en helemaal volgens de richtlijnen van de beroepsvereniging en dus ook van het RIVM. Wel van tevoren even bellen om een afspraak te maken: een geautomatiseerd reserveringssysteem hebben ze niet en nooit nodig gehad voor die hooguit en pak 'em beet een handjevol geïnteresseerden. Vóór de corona heel goed te managen.
Normaliter kun je er spontaan even binnenwippen en rustig rondkijken. Geen struikelblokken en niemand loopt elkaar in de weg. In ieder geval niet meer dan in de Appie of bij de bouwmarkt. Maar zonder reservering toegang geven mag dus niet meer. Het museumprotocol schrijft nogal dwingend voor dat bezoekers zich vooraf moeten registreren en dat geldt ook voor houders van een museumkaart en andere ledenpassen. En dat is niet de enige oekaze in het door het NMV opgestelde corona-reglement.

eenrichtingsverkeer in het anderhalve-meter-museum

Op basis van een rekensommetje - één persoon of huishouden per 10 m² netto-vloeroppervlak - mag het Rijksmuseum* per uur 300 mensen naar binnen laten (met een maximum van 2.000 per dag). Bij het Haagse Mauritshuis* zijn er drie tijdslots per uur waarbinnen steeds 20 bezoekers kunnen worden toegelaten (met een max van 110 personen tegelijk in het gebouw). Je gaat binnen via de voordeur en je wordt afgeserveerd via de achterdeur.


In het Kunstmuseum* (ook) in Den Haag zal "de bezoeker straks kunnen kiezen uit twee vaste routes, die ervoor moeten zorgen dat ondanks het eenrichtingsverkeer het gevoel van dwalen door het gebouw zoals Berlage dat bedoeld heeft, nog steeds overeind blijft", belooft de woordvoerder.
In de Kunsthal Rotterdam openen ze op 1 juni de deuren met een spiksplinternieuwe tentoonstelling en een veelbelovende ook: 'Extra Large': 66 wandtapijten van o.a. Picasso, Le Corbusier en Louise Bourgeois en voor deze vertoning mogen de eerste week zo'n 60 tot 80 personen* per uur naar binnen. Het motto is: eerst even uitproberen en zien hoe het gaat. In Assen kunnen 50 bezoekers per uur terecht in het Drents Museum.
Conclusie? Vanaf 1 juni is er in de Nederlandse musea alle ruimte voor een rondje slow art.
* deze informatie is ontleend aan een artikel in het Dagblad van het Noorden.

crowd controle en in shifts kunstkijken

Veel kleine tot middelgrote musea werken met onbetaalde krachten*. Een op de vijf draait zelfs volledig op vrijwilligers. Soms met anderhalve-man-en-een-paardenkop in vaste dienst (directeur, tevens manager gevulde koeken...) wordt de openstelling vaak gegarandeerd door doorgaans zeer enthousiaste gastpersonen.
En ja, daarvan is de meerderheid gepensioneerd. 65-Plusser. Oei, dat is juist de populatie met een verhoogde kans op het krijgen van heftige verschijnselen van het coronavirus. En dan ligt deze regel voor de hand: "oudere vrijwilligers of vrijwilligers die om een andere reden tot de risicogroep behoren, worden volgens het 'protocol voor heropening musea' ontraden om naar het museum te gaan." Logisch, maar wel een extra uitdaging voor wat betreft de bemensing van die kleine kunsthuizen.
* landelijk werken er zo'n 28.000 vrijwilligers bij musea.

Het Museum: Juist Nu! (niet)

De coronacrisis zet alles op scherp en juist ook weer niet. Want waar doe je goed aan?
Zo komt er ook geen landelijke mediacampagne. Geen wervende Ster-spotjes met "Het Museum: Juist Nu!"



10. Keith Haring in Bozar Brussel (B). 11. Eddy Posthuma de Boer in het Fotomuseum Den Haag. 12. 'In The Picture' in het Van Gogh Museum.
"Probleem" is dat Rutte en De Jonge (in casu Van Dissel van het RIVM) reizen met het openbaar vervoer louter voor de lol nu niet toestaan. De bedoeling is om het aantal reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken ten faveure van hen met een cruciaal beroep. Dus liever geen pensionado's en -da's die hun NS-Vrije-Keuzedag verzilveren voor een dagje-uit-in-eigen-land-inclusief-een-museumbezoek (en dan het liefst zo ver mogelijk, want dan heb je het meeste profijt van je 'gratis' treinkaartje). Ja, ik weet hoe het werkt...  

dagje-uit-in-eigen-land-plus-museumbezoek


Niet alleen musea blijken enigszins huiverig te zijn voor heropening; uit onderzoek* is gebleken dat 58% - oftewel 6 op de 10 personen - verwacht een museumbezoek meer dan een maand uit te zullen stellen (tegen 22% die zegt wel direct te komen). Op zich maar goed ook: er is tenslotte minder capaciteit. "Aarzelingen over bezoek aan musea zitten voornamelijk in de mogelijkheid tot het afstand houden van andere bezoekers, het veilig gebruik van toiletten en het aanraken van deurklinken en trapleuningen. (...) In eerste instantie zullen musea dan ook vooral bezoekers uit de eigen omgeving of regio ontvangen", aldus de overkoepelende Museumvereniging.
* uitgevoerd door Hendrik Beerda Brand Consultancy in opdracht van de NMV.

Nog zoiets. Musea hebben heel erg moeten puzzelen met de tentoonstellingsplanning. Het wereldwijde, intermuseale bruikleenverkeer is grootschalig en intensief en een ongekende logistieke operatie. "Als een tentoonstelling verlengd of uitgesteld wordt, moeten alle bruikleengevers daarmee akkoord gaan. En dan moeten de stukken ook maar net beschikbaar zijn in die periode."
Bewonderenswaardig hoe goed de musea daarin zijn geslaagd. Bijna alle lopende exposities zijn verlengd (zoals blijkt uit deze blogpost. De foto's die je hier ziet, zijn van 15 tentoonstellingen waarover ik een verslag schreef - klik op de link - en die stuk voor stuk nog voor langere tijd te zien zullen zijn, ondanks de lock down van 10 weken ).



13. Martin Jarrie in Museum Belvédère. 14. 'HIER. Zwart in Rembrandts tijd' in Museum Het Rembrandthuis. 15. 'Beeldmacht' in het Frans Hals Museum (Hal).
Ben jij ook hongerig om weer een museum te bezoeken? Heb je ook behoefte aan troostrijke kunst en inspiratie? Ik snak en popel!



-X-


Reserveer een kaartje vóóraf, #houafstand en #staysafe!

PS. Artikel 19 van het protocol: "het maken van foto’s of video-opnamen is (voorlopig) niet toegestaan."
Ik ben benieuwd of musea dit voorschrift gaan handhaven?


Het anderhalve-meter-museum: 16. @Museum de Fundatie. 17. Museum De Lakenhal, concept @Resi van der Ploeg. Beide foto's van hun Instagram-account.
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie foto's). 

Auto Post Signature

Auto Post  Signature