Stedelijk Museum: Maria Lassnig met 'Ways of Being' én 'Hybride Sculptuur'

8 april 2019
De titel van de tentoonstelling is nogal filosofisch, want 'Ways of Being' kun je letterlijk vertalen als 'manieren van Zijn'. In dit geval is het háár manier van zijn, want de Oostenrijkse kunstenaar Maria Lassnig (1919-2014) - die wel wordt beschouwd als een van de belangrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw - maakte naam met haar 'body awareness'-stukken. Schilderwerken in het teken van lichaamsbewustzijn. De mindfulness 'bodyscan' avant la lettre...

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van de kunstenaar, is er in het Stedelijke Museum in Amsterdam - en voor het eerst in Nederland - een overzichtstentoonstelling van haar werk te zien. De expositie bevat zo'n 250, soms niet eerder vertoonde schilderijen (waaronder haar laatste 'Zelfportret met penseel'*). Daarnaast zijn er tekeningen, notitieboekjes met schetsen en een groot deel van haar (animatie-)films en beeldhouwwerken te zien.
* ik gebruik voor de duidelijkheid de naar het Nederlands vertaalde titels van de kunstwerken. 

Let's go...




1. 'Amerikaans stilleven met telefoon', 1971-1972. 2. Zaaloverzicht. 3. 'Zelfportret met penseel', 2010-2013.
In Nederland relatief onbekend: internationaal wordt Maria Lassnig wel degelijk op waarde geschat. Het is de vierde of vijfde tentoonstelling (daar wil ik vanaf wezen) over belangwekkende, maar in de kunstgeschiedenis stelselmatig ondergewaardeerde vrouwelijke kunstenaars waar in het Stedelijk aandacht aan wordt besteed. Óf in de vergetelheid geraakt óf in de schaduw gebleven van hun mannelijke beroepsgenoten (ik schreef er laatst nog over in mijn blog over Yayoi Kusama): het is toch vooral ''Art His story" die hoofdzakelijk 'dead white male artists' belicht. "Het is nog steeds duidelijk 'zijn' verhaal dat de kunstgeschiedenis bepaalt", aldus ook Karin Haanappel die (in 2012) de uitkomsten van haar studie naar en over vrouwelijke kunstenaars door de eeuwen heen publiceerde.

art his-story en art her-story

"In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kwam er met name vanuit de feministische hoek grote kritiek op deze manier van wetenschap bedrijven. Er werd gezocht naar vrouwelijke kunstenaars en ze werden gevonden. In 1971 onderzocht (de Amerikaanse kunsthistorica, red.) Linda Nochlin het volgende vraagstuk: 'why have there been no great women artists'. Met de nadruk op 'great' (grote), want inmiddels waren er wel honderden vrouwelijke kunstenaars teruggevonden. Maar geen van hen stond op gelijk hoogte met 'de grote mannen'. Talent alleen is dus niet genoeg. Volgens Nochlin heeft dit vooral te maken met de eeuwenlange uitsluiting van vrouwen van het kunstonderwijs en het in stand houden van de heersende beeldvorming en machtsverhoudingen in de kunst" (tot zover het citaat).

typisch vrouwelijke beeldtaal

Langzamerhand komt daar dus verandering in. Steeds vaker wordt er een grotere rol opgeëist voor en door de andere helft van de wereldbevolking. Musea richten zich meer dan ooit op het aandeel van vrouwen in hun collectie en proberen het mannelijke bastion te beslechten. Vrouwen krijgen steeds meer en steeds vaker een voet tussen de deur. Sterker nog, vrouwen maken een inhaalslag. En dan wat mij betreft hopelijk niet verongelijkt, maar trots en vooral rechtzetten wat scheef is gegroeid.






1. 'Zelfportret met augurkenpot', 1971. 2. Links 'Gele hand' en rechts 'Twee wijzen van zijn (dubbelportret)', beiden 2000. 3. 'Dame met hersenen', ca. 1990-1999. 4. 'Amerikaans stilleven met telefoon', 1971-1972. 5. 'Jij of ik', 2005. 6. 'Iris staand', 1972-1973. 
En binnen die tendens komt het Stedelijk Museum in Amsterdam nu met een grote vertoning van het werk van de in Oostenrijk geboren Maria Lassnig (1919-2014). Gedurende haar lange carrière maakte ze veelvuldig psychologisch expressieve 'selfies': de eerste in 1942 en haar laatste, 'Zelfportret met penseel' voltooide zij in 2013. Een jaar later overleed de kunstenaar op 95-jarige leeftijd.

Maria Lassnig werkte vaak met pastel-achtige tinten: zacht turquoise, groenen, roze en geel en zij maakte niets mooier dan het is. Met name haar Körperbewusstseinsbilder (body awareness paintings) baren (en baarden) opzien. Lassnig beeldde zichzelf af op portretten waarin zij de gevoelsmatige gewaarwordingen en gevoelens van haar lichaam verwerkte. Zij schilderde niet per se wat ze zag, maar bracht de 'innerlijke ervaring' van haar lichaam in beeld.
En dat levert vreemde portretten op met soms vervormde of overdreven kenmerken. Je ziet delen van haar lichaam die zij op dat moment écht voelde. Vandaar ook dat Lassnig zichzelf meestal kaal afbeeldde: haar is immers iets wat je van binnenuit niet kunt voelen. Ik vergelijk het gemakshalve maar met de zogenaamde 'bodyscan' in de mindfulness-theorie: alle sensaties die je voelt in je lichaam worden geobserveerd.  De vaak naakte zelfportretten werden niet geboren uit ijdelheid. De kunstenaar had wel degelijk moeite met het feit dat haar lichaam in 'verval raakte', maar "het is wat het is" en dat is ook een uitgangspunt van mindfulness. 

Painting is life

Maria Lassnig, een feministische en geëngageerde kunstenaar (ook thema's als geweld, oorlog en de bedreigde natuur hadden haar belangstelling) met een carrière van meer dan 50 jaar, kreeg pas internationale aandacht en grotere bekendheid toen ze ver in de zestig was. Want één ding is zeker: haar schilderijen met het vrouwelijk lichaam als artistiek experiment werden niet altijd en overal in dank afgenomen. Tussen 1968 en 1980 woonde ze in New York (na haar opleiding in Wenen en een verblijf in Parijs) en daar ging ze - noodgedwongen - realistischer en meer figuratief werken en vooral animatiefilms maken, omdat haar schilderijen slecht werden begrepen. De körperbewusstseinsbilder werden als té vreemd en morbide beschouwd.






1. 'Re-laties VII (Lotslijnen)' en 'Lotslijnen/re-laties VIII', beiden 1994. 2. 'Kop', 'Gynaecologie' en 'Zelfportret als dier', 1963. 3. 'Woman Power', 1979. 4. 'Zelfportret met paraplu', 1971. 5. 'Raketbasis: missiles I en II', 1989. 6. 'Zelfportret met staf', 1971. 
Naast de grote overzichtstentoonstelling met het indrukwekkende werk van Maria Lassnig zie je in het Stedelijk Museum in de hoofdstad momenteel ook 'Hybride Sculptuur'.
Het Stedelijk Museum Amsterdam laat op basis van de eigen collectie zien "hoezeer de beeldhouwkunst veranderd is sinds 1990. De tentoonstelling bestaat uit vierentwintig, veelal monumentale werken van twintig kunstenaars. De titel Hybride sculptuur verwijst naar het feit dat bijna geen van de werken eruit ziet als een beeldhouwwerk in de klassieke zin: de kunstenaars werken op het snijvlak van sculptuur en schilderkunst, performance, videokunst en design. Een aantal van de werken is nog niet eerder getoond in het Stedelijk", aldus het perscommuniqué.

De vertoning begint met het makkelijk te behappen en toegankelijke werk van Jeff Koons. Met het van gekleurd glas geblazen 'Mound of Flowers' uit 1991 én met heel veel van zijn andere werk, komt Koons "tegemoet aan de wensen van het publiek, zonder ironie en zonder de populaire smaak in twijfel te trekken."
Grappig is, dat je op de achtergrond een blow up ziet van het andere werk van Jeff Koons dat in bezit is van het Stedelijk, namelijk 'Ushering in Banality' uit 1988 (en te zien in de vaste collectie-selectie van Stedelijk Base). Kunstenaar Louise Lawler fotografeerde (voor een expo in 1995) twee sculpturen uit de vaste collectie: naast 'Ushering in Banality' zie je ook een ander iconisch kunstwerk, namelijk het beeldhouwwerk van Donald Judd, genaamd 'Untitled' (1989).

Een paar zalen verderop zie je het laatste sculptuur in de expositie: 'Arboath Smokie' (2016) van de talentvolle Nederlandse Magali Reus (in 2015 won ze de Prix de Rome). Dit werk maakt de cowboy of het paardenmeisje in ons wakker, want wat we zien is (wat mij betreft, onmiskenbaar) een zadel op een soort buizenconstructie.
Met al deze installaties, van de eerste tot en met de laatste zaal, toont het Stedelijk dat hedendaagse sculpturisten de beeldhouwkunst "met een enorme vrijheid tegemoet treden en voortdurend de grenzen van het medium aftasten en oprekken."





1. Jeff Koons, 'Mound of Flowers', 1991 en op de achtergrond de blow up van Louise Lawler, (produced en purchased, 'Adjusted to fit', 1995/2010. 2. Rob Birza, 'My Fuckin' Kangaroo is Damn Right! (and So is My Pelican)', 1993. 3. Marc Bijl, 'Suicide Machine', 2003. 4. Tobias Rehberger met (één van de drie) 'Männer verlieren Frauen, Frauen verlieren Männer, Menschen verlieren das Leben', 2002. 5. Magali Reus, Arbroath Smokie', 2016. 

Je kunt in het Stedelijk Museum nog tot en met 11 augustus terecht voor het intrigerende werk van Maria Lassnig. En als je er toch bent....
Tot de 19de van diezelfde maand kun je ook een kijkje nemen bij "Pinball Wizard. Over deze expositie met de kunst van Jacqueline de Jong maakt ik al eerder een blogpost (die zie je hier). Voor 'Hybride Sculptuur' heb je nog wat langer de tijd, namelijk tot 13 januari 2020.


-X-


Het Stedelijk Museum: (ook) altijd een goed idee!



Tekst en alle (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature