Nu te zien in Museum de Fundatie: Michael Triegel en Zomerexpo 'Europa'

10 augustus 2019
De Latijnse titel voor de expositie, 'Discordia Concors', met het (haast magisch-/sur-) realistische werk van de Duitse fijnschilder Michael Triegel is niet voor niks gekozen. Het betekent zoiets als 'harmonieus meningsverschil' (of tweedracht) en wel hierom toepasselijk, omdat de kunstenaar zich vijf jaar geleden - op middelbare leeftijd - bekeerde tot het katholicisme. Op z'n minst opmerkelijk.
In Museum de Fundatie zie je momenteel 50 schilderijen van een artiest die een moderne twist geeft aan de stijl van de oude meesters.

Maar een bezoek aan het Zwolse museum is niet alleen maar 'zwaar op de hand' en religieus getint, want in hetzelfde kunsthuis zie je ook de meer lichtvoetige Zomerexpo 2019 met als thema 'Europa'. Twee onvergelijkbare grootheden, maar ik doe het toch. Lekker pûh...!

Loop je met mij een rondje door de zalen van het kunsthuis in de Hanzestad?



1. 'Prometheus (Tryptychon)', 2007. 2. 'Selbstporträt', 2016. 3. Zaalimpressie.
Waarom zou je je op 45-jarige leeftijd laten dopen - wat de kunstschilder vijf jaar geleden deed - en daarmee toetreden tot de Rooms-katholieke Kerk? De ontkerkelijking al decennia een feit en dan volgeling worden van een religie die niet anders dan in een kwaad daglicht staat wegens diverse onsmakelijke misbruikschandalen. Waarom, denk je dan (denk ik dan).
Dat is een vraagstuk waar geen antwoord op komt in de tentoonstelling 'Discordia Concors', maar die hang naar het hogere is wel het algehele thema bij de getoonde werken. Ietwat duister en mystiek en dat is de teneur van de vaak devote hyperrealistische fijnschilderijen van Michael Triegel*.
* 1968, Erfurt, (voormalig Oost-)Duitsland.

tegenstrijdig en mysterieus

Op een ondergrond van plechtstatig aubergine hangen 50 schilderijen waarvan je in eerste instantie de indruk krijgt te maken te hebben met oude kunst. Door het portret van paus Benedictus XVI, altaarstukken, een drieluik en andere, godsvruchtig-ogende canvassen met de beeldspraak van de renaissance, waan je je namelijk in een (laat) middeleeuwse kerk. Geschilderd in de stijl en met de precisie van de oude meesters: laag over laag, zeer verfijnd en heel symbolisch van aard. Bijbelse en mythologische taferelen, Latijnse namen en teksten en voor mij veel jeugdsentiment (want katholiek opgevoed).

maar niet heus

Als je verder kijkt dan je neus lang is, ontwaar je allerlei tegenstrijdigheden. Blijken de doeken bevreemdend en onwerkelijk. Ongewone associaties en variaties op een bekend verondersteld thema. Maar niet heus! In het schilderij 'Avondmaal' (1994) zou Christus aan tafel 'horen' te zitten met zijn 12 apostelen: in Triegels versie zit een gezichtsloze Jesus alleen aan een lege dis.
In 'De Bode' (2008) blijkt de figuur van Maria een houten ledenpop te zijn - zo'n tekenhulpmiddel dat ook op andere schilderijen opduikt en zie je her en der een kindertekening, een 'verdwaalde' antieke typemachine, een spiegel, stokbrood met een glas wijn, een nijptang en hedendaagse tubes verf, een mes of penseeltje. 






1. 'Porträt Kerstin', 2012. 2. 'Porträt Pabst Benedictus XVI', 2010. 3. 'Gebete', 2019. 4. 'Ave, verum corpus', 2018. 5. 'Schlafende Ariadne', 2010. 6. 'Römischer Bettler', 2018.
"Vergankelijkheid en schoonheid gaan bij de kunstenaar moeiteloos samen. Niet alleen in Triegels grote thematische werken, ook in zijn stillevens (...). Het is Triegels kracht om vertrouwde iconografie in een provocerend spel van herkenning en verwarring te koppelen aan deze tijd", aldus de handout bij de tentoonstelling.

En echt, ik wil niemand in het harnas jagen, maar... Hoewel ik zijn vakmanschap in hoge mate bewonder (what's not to like) en geïntrigeerd ben in het hoe en waarom van zijn bekering tot het christelijke geloof, spreekt de thematiek van Triegels werk mij minder aan. Die religieuze insteek is 'niet-echt-dat-je-zegt-mijn-ding' en dat zal zeker te maken hebben met die katholieke opvoeding (waarvan ik mij al in mijn tienertijd afkeerde). 
Voor degenen die er geen genoeg van kunnen krijgen: dertig van Triegels werken op papier zijn te zien in Kasteel het Nijenhuis, de chique dependance tussen Wijhe en Heino in het Overijsselse.

Zomerexpo 2019

Goed. We beklimmen de trap naar 'de wolk', want zo is de moderne en spectaculaire nieuwbouw op de Zwolse Fundatie in de volksmond gaan heten. Daar zie je momenteel een ZomerExpo met als onderwerp 'Europa'. Een vertoning met een hoge vermaakswaarde, want voor ieder wat wils en voor elke beurs.

een hoge vermaakswaarde

Het fenomeen 'Zomerexpositie' kent drie kenmerken: na een open inschrijving (1) volgt een anonieme keuze (2) en alle tentoongestelde kunst is te koop (3). Én alles doet mee: schilderijen, tekeningen, films, animaties, 2- en 3-D prints, mode-ontwerpen, sculpturen, foto's, buitenbeelden, installaties en maquettes.
De organisatie van het ZomerExpo-festival is al sinds 2011 in handen van Stichting ArtWorlds en de oproep voor de voorrondes van deze 2019-editie leverde in totaal 3.200 digitaal aangemelde creatieve uitingen op. Want het enthousiasme onder professionele kunstenaars en ter zake kundige amateurs is groot: het doet er niet toe wie de maker is. "Hier moet de kunst weer voor zichzelf spreken", zegt oprichter Carlien Oudes in een interview in het bij de tentoonstelling uitgegeven boekje*.
* Een mini-catalogus in de serie van SeeAllThis met een opsomming van alle kunstwerken met de bijbehorende afmetingen en verkoopprijs).





1. Remigius Hazenbroek, 'En wij dan...'.  2. Drie werken van Ans van der Vleuten en '(...) de humor ligt op straat' van Marcel de Wit. 3. Bas van Wieringen, 'At the end the book will save itself'. 4. Anita Dommerhold, 'The Backside'. 5. Johan Lammerink, 'Eyes1 - Rich Amsterdam (127 eyes...)'. 6. Zaaloverzicht.
De deelnemers zijn op zoek naar een (groter) podium en feedback op hun werk en hopen op een plekje aan de muren of in de zalen van de twee locaties waar de tentoonstelling wordt gehouden. "Elke maker krijgt de kans om werk in een museale omgeving te exposeren, positie te bepalen en contacten te leggen. En bezoekers herkennen zich in de kunst die deze heterogene groep maakt (...). ".

reputaties tellen niet

Voor de uiteindelijke vertoning in De Fundatie én de kamers en de tuinzaal van Kasteel het Nijenhuis (waar ik overigens niet ben geweest) werden door een vak-, junior- en publieksjury, 250 kunstwerken uitverkoren. Het zijn kunstzinnige maaksels van overwegend Nederlandse kunstenaars, met - zoals gezegd - het overkoepelende en breed op te vatten thema 'Europa'. Goed gekozen ook. De verkoopexpositie opende in de week voor de Europese verkiezingen.

actuele issues

"Europa staat ter discussie. Het is een werelddeel in verwarring, waar je wel of niet bij wilt horen." En dus kun je een dergelijk onderwerp 'via verschillende routes aanvliegen' (jeukwoorden, maar wel toepasselijk in dit verband).
"Dat kan zomaar propagandawerk of uitgesproken kritisch werk opleveren, maar het kan ook arcadisch (idyllisch of landelijk, red.) en paradijselijk zijn: vakantiebestemming Europa! Eigenlijk alles waarvan je vindt dat het over Europa gaat", aldus Oudes.
Alle te verwachte kwesties komen voorbij: Brexit en Theresa May, de gele hesjes, het groeiende populisme, de eigen identiteit, het vluchtelingenvraagstuk, maar ook de mooie kant van onze Verenigde Staten van Europa. Een ratjetoe: soms serieus, soms (v)luchtig (zoals Ha Ha Ha van Marcel de Wit, dat de titel '(...) De humor ligt op straat' meekreeg en gemaakt is van lachgaspatronen - zie foto ↑). 

De zomertentoonstellingen blijken een zomerhit, want zeer druk bezocht. In 2017 kwamen er meer dan zeventigduizend bezoekers op af. Heel begrijpelijk, want het is fijn om te kijken naar de diverse invalshoeken en variaties op het thema, zonder afgeleid te worden door de status en faam van die makers.
Soms hebberigmakend (en variërend van een enkele honderd tot zo'n twintigduizend euri).






1. Rob Ferencik, 'Public Space 3/2' en 'Public Space 1'. 2. Zaaloverzicht. 3. Erika den Boer, 'Cultureel Erfgoed'. 4. Jeanne van Bragt - Peijen, 'Europa heel divers'. 5. Hester Popma - van der Kolk, 'Welcome to Europe'. 6. Pauline van Buringen, 'Sunday 8.15 AM'.  
Nu ook te zien: Charlotte van Pallandt, 'Kunst als Levensdoel' (en daarover schreef ik dit verslag).
De drie beschreven tentoonstellingen zijn te bezoeken tot en met 1 september aanstaande. Kijk even op de website van Museum de Fundatie voor bezoekersinformatie.


-X-


Tot later!


Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Charlotte van Pallandt in Museum de Fundatie: 'Kunst als levensdoel'

6 augustus 2019
Een dame van stand, Charlotte Dorothée barones van Pallandt. Powervrouw, want - naast een zeer zelfstandige en eigenzinnige tante - was zij fysiek ook sterk. Moest wel, want het met boor en beitel hakken in steen en hout en het gieten van brons is niet voor watjes. Ze was een van de weinige vrouwelijke kunstenaars die haar leven geheel in dienst stelde van haar artistieke aspiraties en vooral haar eigen weg bewandelde. Ze kon het zich veroorloven, want mede mogelijk gemaakt door het aanzienlijke familiekapitaal. Maar toch. Ietwat afstandelijk en gereserveerd, maak ik op uit de documentatie. Maximale toewijding met een groot talent.

In Museum de Fundatie in Zwolle is onder de naam 'Kunst als Levensdoel' een hommage aan beeldhouwer Charlotte van Pallandt te zien.



1. Portret van Dirk Hannema, 1974, brons. 2. Liggend naakt, ca. 1926, olieverf op doek 45 x 65 cm, particuliere collectie, foto: Peter Tijhuis. 3. Zaaloverzicht met op de achtergrond een foto van 'Vruchtbaarheid' (t.g.v. de drooglegging van Oostelijke Flevoland), 1957.
"Charlotte van Pallandt (1898-1997) heeft het kunsthistorici en andere geschiedschrijvers in zekere zin gemakkelijk gemaakt", zo leer ik van gastconservator en tentoonstellingsontwerper Maarten Jager (want te lezen in de bij de expositie uitgebrachte catalogus). "Niet omdat zij alles in haar werkzame leven heeft gedocumenteerd, wel omdat zij veel heeft bewaard." En dat gegeven wijst dan weer op een grote mate van nauwgezetheid, (ook) een eigenschap - deugd zo je wilt - die zij mogelijk te danken had aan haar 'hoge' komaf.

wat telt is mijn werk: dat is de reden van mijn bestaan

Van Pallandt groeide beschermd en nogal geïsoleerd op in het Gelderse Schaarsbergen, waar het gezin het landgoed Vrijland bewoonde. Al vrij jong bleek zij over een groot tekentalent te beschikken. Maar in die kringen mocht en kon je je als vrouw wel bezighouden met (beeldende) kunst - graag zelfs, maar dan alleen als vrijetijdsbesteding en zeker niet als beroep. Dat was zeer ongebruikelijk en haar afkomst zal haar carrière dus aanvankelijk hebben vertraagd. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan en na een kortstondig huwelijk (een min of meer gearrangeerde verbintenis van nog geen 5 jaar met een - tevens aristocratische - diplomaat) besloot Van Pallandt voltijds beeldend kunstenaar te worden.

beeldhouwen moet niet gezellig worden

In eerste instantie maakte ze tekeningen en schilderijen (waarvan er ook een mooie selectie te zien is in de expositie): in 1927 stapte ze over op beeldhouwen, wat ze - naar eigen zeggen - meteen "nog veel prettiger" vond. Van Pallandt maakte haar leven lang koppen en torso's in gips, hout, klei, steen en brons.

Vrouwen die kunst als levensvervulling kozen, zijn altijd een uitzondering geweest en die kunstenaars vielen daarom op in de kunstwereld. Van Pallandt werkte "keihard en met veel discipline en zij had het gevoel dat zij, na haar late start als beeldhouwer, een achterstand moest inhalen." Daarnaast was de kunst-discipline 'beeldhouwen' allesbehalve een vrouwenberoep: eerder iets voor stoere kerels. "Ze kreeg weinig aanmoediging, sterker nog: zij moest zich staande houden in een door mannen gedomineerde art scene en ze werd zeker niet altijd serieus genomen." 






1. Twee maal 'Zittende figuur', 1939. 2. Portret van Floris baron van Pallandt, 1936. Foto:  Luk van der Plaetse. 3.'Liggend naakt', 1925. 4. Charlotte van Pallandt in de deuropening van haar atelier, 1956-57, fotocollectie RKD. Foto: Louise van der Veen. 5. Gipsmodel 'Koningin Wilhelmina', 1968. 6. Portret van Ro Mogendorff, 1968 (brons). 
Want tegen de stroom in van de toen geldende abstracte mode, zou Charlotte van Pallandt min of meer hardnekkig (een soort van) figuratieve plastieken maken. De kunstenaar verwierf landelijke bekendheid door haar standvastige stenen Wilhelmina-monument in Rotterdam (en later een bronzen exemplaar in Den Haag). Het is een drie meter hoge piramide-volume: een rijzige gestalte, een groteske, wijduitstaande bontmantel en een statig hoofd. Ondanks het feit dat de bontjas en het gezicht niet zijn uitgewerkt, geeft het beeldhouwwerk toch het zo typerend beeld van koningin Wilhelmina (als zijnde 'Moeder des Vaderlands').
In de catalogus lees ik dat Van Pallandt tot haar spijt niet bij de onthulling in Rotterdam* aanwezig kon zijn. Zij was - kort voordat het stenen beeld klaar was - tijdens het hakken van een ladder gevallen en had daarbij haar heup gebroken. 
* op 5 mei 1968.

té realistisch

De beelden, koppen en bustes van Van Pallandt werden toentertijd door sommigen te realistisch bevonden. Toen ze na een overzichtstentoonstelling in 1981 met 50 beelden en 40 tekeningen in het Amsterdamse Stedelijk Museum een deel van haar werk aan het kunstpaleis wilde schenken, weigerde toenmalig directeur Edy de Wilde*. Ietwat laatdunkend verklaarde hij, dat hij volgende generaties "niet wilde belasten met dergelijke kunst." Naar zijn idee zou er "voor figuratieve kunst later geen interesse zijn."
* Hij was alleen geïnteresseerd in een bronzen kop van Fred Carasso, die hij in de collectie opnam. Het Rijksmuseum aanvaardde een schenking van 25 sculpturen.

Charlotte van Pallandt was geen beeldhouwer in de letterlijke zin van het woord (met veel beitel-, hak- en breekwerk): de meeste van haar beelden zijn geboetseerd. In de tentoonstelling zie je hoe zij haar koppen opbouwde en op die portretten zie je ook de sporen van haar kneed- en vingerafdrukken.
De laatste tentoonstelling met haar werk was in 1995 in het toen net geopende Museum Beelden aan Zee in Scheveningen.






1. Model voor 'Portret van Maja van Hall', ca. 1980. 2. 'Vrouwenhoofd', 1962. 3. Charlotte van Pallandt in haar flat in Noordwijk, ca. 1968. Foto: Nico Koster. 4. Portret van Maja van Hall, ca. 1980. 5. Kees Verwey, 'Het atelier van Charlotte van Pallandt in Noordwijkerhout', 1967. 6. Constructie en model voor 'Portret van Albert Termote', 1988 en 1984-1988. 
Op zich is het niet zo gek dat Museum de Fundatie aandacht schenkt aan het werk van Charlotte van Pallandt, want "in de museumcollectie bevinden zich niet minder dan 362 objecten. (...) Deze omvangrijke collectie werd mede mogelijk gemaakt dankzij een schenking in 1998 van 65 gipsen door de erven Van Pallandt en de aankoop in datzelfde jaar van bijna al haar schetsboeken met steun van het Mondriaan Fonds." Het bezit van een dergelijke grote verzameling kunstwerken van Van Pallandt leidde in de zomer van 2001 tot de tentoonstelling 'Gipsen en schetsen'.

Jammer dat daar zo weinig over terug te vinden is in de zoekmachine op mijn laptop. Dat geldt sowieso voor (solo- en overzichts-) exposities met vrouwelijke kunstenaars in de hoofdrol in Museum de Fundatie. Het schijnt dat de cijfers daarover in het verleden niet altijd even secuur zijn geturfd dan wel doorgegeven (aan de dataverzamelaars). Bij navraag bleek het volgende (en hopelijk wordt dit nu wel correct opgenomen in de annalen). Jaarlijks zijn er solotentoonstellingen van vrouwelijke kunstenaars en soms betreft het complete overzichten. Hieronder volgt een opsomming van de laatste vijf jaar. Waarvan akte!
2018: Mariecke van der Linden (in combinatie met muziek van Yuri Honing)
2017: Eva van Kempen en Francoise Stoop
2016: Marte Röling, Claire Felicie en Ans Markus
2015: Barbara Klemm
2014: Lotta Blokker

Is Museum de Fundatie daarmee uitzondering op de (nogal dubieuze) regel? Vrouwen in kunst en cultuur blijken normaliter zwaar onderbelicht én ondervertegenwoordigd, zo blijkt uit een onderzoek* van Mama Cash dat begin dit jaar verscheen. Daarin kwam naar voren dat slechts 13% van de tentoongestelde werken in (8) grote Nederlandse musea door vrouwen zijn gemaakt. In de musea en kunsthuizen is vaak een overvloed aan vrouwelijkheid te zien - en dan vooral naakt in allerlei poses - maar amper werk van vrouwelijke kunstenaars.
Gelukkig gaat het steeds beter - zeg maar drie stappen vooruit en twee terug - want in de kunstwereld komt steeds meer besef dat de kunstgeschiedenis zonder de creatieve bijdrage van vrouwen én (zeker ook) van mensen met kleur, heel incompleet is.
* een meta-analyse van bestaand onderzoek. Meer hierover hier.





1. Portret Albert Termote, 1984. 2. (Vriend) Kees Verwey, 'Portret van Charloltte van Pallandt', ca. 1990. 3. (links) 'Tors', 1930 en (rechts) 'Tors', 1940. 4. Knuffel 'Spark Plug', ca. 1935. Foto: © Museum de Fundatie. 5. 'Zittende Vrouwenfiguur', datering onbekend.
Ik ben ervan overtuigd: elke toeschouwer raakt onder de indruk van de krachtige beelden van een vrouw met 'ballen', zou ik (oneerbiedig) willen zeggen. Uniek in haar tijd én mooi dat er weer aandacht is voor haar bijdrage aan de Nederlandse kunstgeschiedenis.
Te zien tot en met 1 september aanstaande.

Maar er is meer!
In Museum de Fundatie zijn nog twee vertoningen die het de moeite waard maken om af te reizen naar Zwolle. Mijn volgende blogpost komt ook vanuit de Hanzestad en zal zijn gewijd aan de Duitse (haast magisch) realistische fijnschilder Michael Triegel én daarin doe ik tegelijkertijd (doch onvergelijkbaar) verslag van de Zomerexpo 2019 met als thema 'Europa'.

(Dus) wordt vervolgd.


-X-


Fijne dag!

Museum de Fundatie (foto gemaakt tijdens een eerder bezoek aan het kunsthuis in november 2017).
Tekst en alle iPhone foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Pride Amsterdam. "Roze Rijks Rondleiding', homoseksualiteit in het Rijksmuseum

2 augustus 2019
Eind juli is het feest in Amsterdam. "Met de jaarlijkse Amsterdam Pride maakt Nederland zijn reputatie waar als één van de meest liberale landen ter wereld", aldus het foldertje dat mij tijdens de Pride Walk in de hand werd gedrukt. Ik ben geneigd die stelligheid enigszins te relativeren: 'best wel een soort van' liberaal, want hoe tolerant is Nederland nou helemaal?

Als thema voor de 2019-editie koos de organisatie voor 'Remember the past, create the future', want je moet je geschiedenis kennen om te kunnen begrijpen waar je vandaan komt.
Love is for everyone en mijn bijdrage aan de feestelijkheden is dit verslag van de Roze Rijks Rondleiding. Want die verdraagzame houding ten opzichte van de LHBTQI+ community is dus niet altijd vanzelfsprekend geweest. In vroegere eeuwen was dat zeker niet het geval.
Loop met me mee langs kunstwerken (grotendeels in het Rijksmuseum) die ons iets vertellen over de geschiedenis van homoseksualiteit in Nederland. Het wordt "een wandeling door de eeuwen, van Sodom en Gomorra tot de roze driehoek".


1. (Uitsnede en door mij 'opgeleukt') 'Jupiter, vermomd als Diana, verleidt de nimf Callisto', Jacob de Wit, 1727 (olieverf op doek) collectie én foto © Rijksmuseum Amsterdam. 2. 'Abraham ziet de brand van Sodom', atelier van Dirck Vellert, ca. 1480-1547, (gebrandschilderd glas). 
Homoseksualiteit in de kunst. Wat moeten we daaronder verstaan? Zijn het de creatieve uitingen gemaakt door homoseksuele mannen en vrouwen of zijn het eerder de afbeeldingen en voorstellingen van intimiteiten tussen mensen van hetzelfde geslacht? Of is het en-en?
Dat zijn drie opties, maar dan ben je er nog niet. "Want de ploegende ossen van kunstschilder en beeldhouwer Rosa Bonheur (Frankrijk, 1822-1899) doen geen gaydar* afgaan, ook al leefde de schilderes samen met een vrouw." Bovendien is niet alles wat wij als homoseksualiteit opvatten, ook op die manier bedoeld. In de Griekse Oudheid werd sommig seksueel contact tussen volwassen burgers (lees mannen) en jongens beschouwd als onderdeel van de inwijding van die jongelingen. "Ten derde is het begrip 'homoseksualiteit' vrij recent en dus ook de bijbehorende moderne identiteit die ermee geassocieerd wordt."**
* Samenvoeging van 'gay en 'radar': gaydar is het vermogen om aan bepaalde stereotypen een gay-persoon te 'herkennen'.
** Bron: een lezing van Bureau Boeiend.

Van de week meldde ik mij bij de informatiebalie in het Atrium om mij onder de bezielende leiding van Arnout van Krimpen door de mensenmassa in het Rijksmuseum te laten sleuren. In een uurtje een wandeling door alle voorgaande eeuwen: van Sodom en Gomorra tot de roze driehoek. Gids Van Krimpen deed - op basis van de kunstcollectie van 's lands beroemdste museum - een uitgebreid onderzoek naar de historie van homoseksualiteit en al voor het vijfde jaar deelt hij tijdens de Gay Pride zijn kennis met geïnteresseerden.

ken je klassiekers...

Goed. Off we go. Tot de 19e eeuw bestond het woord 'homoseksualiteit' helemaal niet. Alle seksualiteit die niet bedoeld was ter voortplanting van de menselijke soort, werd 'sodomie' genoemd. Vandaar dat personen die zich "schuldig" maakten aan het doen van seksuele handelingen met iemand van het eigen geslacht, sodomiet werden genoemd, naar de Bijbelse vertelling over het verderfelijke Sodom en Gomorra.


1. Afbeelding van Sappho. Medaillon op een secretaire uit Nederland, ca. 1780-1795. 2. portret van burgemeester Dirck de Goyer, collectie en foto ©UtrechtsArchief. 
Daarom beginnen we in de Middeleeuwen en "Gouden Eeuw", waar de mythologie, maar ook Bijbelse vertellingen en historische gebeurtenissen (zoals die van Sodom en Gomorra) genoeg stof opleverden en mogelijkheden boden om naakten te schilderen. Neem 'de verleiding van Diana's nimf Callisto door Jupiter in zijn vermomming als Diana', dat - door de connotatie van travestie en lesbische liefde - een dankbaar onderwerp bleek. Hetzelfde gold voor de verhouding die keizer Hadrianus had met Antinoös, een zogenaamde 'eromenos' oftewel een jonge mannelijke minnaar.
Het is heel goed mogelijk dat de allegorische uitleg alleen maar voorwendselen waren om homo-erotische scènes af te kunnen beelden. Dat zal niet voor alle kunstenaars hebben gegolden - deze thema's komen ook voor bij bijvoorbeeld Rubens, Rembrandt en Michelangelo, maar bij deze laatste (Michelangelo) vermoedt men wel degelijk een homoseksuele geaardheid. Ook het werk van de dichteres Sappho, die vooral ook de liefde tussen vrouwen bezong, was een geliefd onderwerp.

een (sodom)mietje

Want het zal je niet verbazen, sodomie was letterlijk en figuurlijk 'uit den boze'. Je moest vooral zorgen niet op heterdaad te worden betrapt en anders werd je wel verlinkt. Mensen probeerden in dat geval te vluchten of werden vervolgd, gemarteld en verminkt (zoals castratie). In het slechtste geval volgde de brandstapel en later de wurgpaal.
Vaak alleen voor het 'gemene volk' (oftewel 'gewone' volk) want de welgestelden ontsprongen vaker de dans. Neem meervoudig burgemeester van Utrecht Dirck de Goyer (1538-1601). Die liet het niet bij de uitspraak 'gij zijt een fraai jong kereltje' en werd betrapt in een onderonsje met twee van die Adonissen. Voor de jongens was de ontdekking desastreus (één van hen, de zogenaamde 'onderliggende of ontvangende partij' kreeg de doodstraf), maar De Goyer zelf had goede connecties. Die kwam er 'sonder zyn kleêren te scheuren' vanaf.

de sonde van sodomie en andere vuyligheeden

In de 17e en 18e eeuw veranderde er niets aan de algemene opinie over homoseksualiteit - sodomie was en bleef verderfelijk - maar omdat er meer rechtszaken werden gehouden en de verslagen daarvan bewaard zijn gebleven, is er veel meer bekend. 
En dan was er de roddel en achterklap. Er mocht dan niet altijd waterdicht bewijs zijn geweest dat een belangrijk of historisch figuur homoseksueel was, de geruchtenmachine draaide vaak op volle toeren.




1. Borstbeelden van Willem III en Koningin Marie II. 2. Cornelis Evertsen door Nicolaes Maes, 1680. 3. Collectie snuifdozen. 4. Portret van Willem II door Jan Adam Kruseman, 1839.
Mooiboy Cornelis Evertsen, luitenant-admiraal uit een beroemd zeemansgeslacht had een homoseksuele voorkeur, maar kon - omdat hij Oranjegezind was - een potje breken. Om Koning-stadhouder Willem III (Prins van Oranje) hing ook de mare dat hij mannen verkoos boven zijn eigen (Engelse) Queen Mary II.
Koning Willem II (de Held van Waterloo) maakte - naar verluidt - graag lange wandelingen met knappe jongemannen. Zou dat de reden zijn geweest waarom hij heel plotseling (en te boek staand als een conservatieve vorst) de constitutionele monarchie instelde? Of werd hij daartoe - na de ontdekking van zijn nachtelijke escapades gedwongen?

De samenleving was in de 18e eeuw - althans onder hooggeplaatste lieden - sowieso behoorlijk wuft en verwijfd (wat later 'nichterig' werd genoemd), ook onder hetero-mannen. Ze droegen pruiken, parfum en make-up en poederden hun gezicht. (Ook) de herenmode was vol met strikjes, bandjes en kantjes. Grote kragen, brede manchetten en tientallen, soms onnutte knopen. Goudbrokaat en zijde en elke seigneur had een kostbare snuifdoos van goud, email en bezet met talloze edelstenen. Het was een en al bling bling.

lollepot en dus 'pot'

Okay, laten we het over vrouwen hebben. In de hierboven beschreven eeuwen werd de lesbische liefde niet zozeer als 'probleem' gezien. Men was veel toleranter, daar waar het de onderlinge vrouwelijke aantrekkingskracht betrof. Het bestond uiteraard, maar zolang de 'mannelijkheid' niet werd bedreigd, was er - zo zou je kunnen zeggen - geen vuiltje aan de lucht.
Schilderijen hadden in die tijd soms hele subtiele of symbolische verwijzingen naar dergelijke erotiek. Op 'Het Melkmeisje' van Johannes Vermeer zie je rechtsonder een stoof - een verplaatsbare houten kistje met daarin een pot met brandende kolen - die vrouwen onder hun rokken schoven. De warmte die zo'n 'lollepot' onder die rokken teweeg bracht, werd toentertijd geassocieerd met de lesbische liefde. Was het dienstertje dat op het beroemde schilderij de melk inschenkt lesbisch? We zullen het nooit weten.

Tot slot komt ook de herkomst van de roze driehoek nog aan de orde in de Roze Rijks Rondleiding. Op de afdeling '20e eeuw' moeten we - tragisch genoeg - naar de vitrine met een concentratiekamp-jasje met daarop de zo bekende - door Adolf Hitler verordonneerde - Joodse ster. Ook homoseksuelen (lees mannen) werden in de 2e Wereldoorlog vervolgd en vermoord. Zij waren te herkennen aan een roze driehoek op hun revers en dat symbool heeft daarom na de oorlog een geuzen-status gekregen.



 1. 'Het Melkmeisje' door Johannes Vermeer, ca. 1660 (olieverf op doek). Collectie en foto: ©Rijksmuseum Amsterdam. 2. Bundesarchiv, Bild 146-1993-051-07 (via Wikipedia). 3. Roze driehoek.

Dank aan Arnout van Krimpen voor zijn enthousiaste vertellingen over de geschiedenis van homoseksualiteit in Nederland in het Rijksmuseum.
Je kunt op YouTube een korte rondleiding volgen in de serie #RijksmuseumUnlocked.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Kijk dan op de site van http://www.homogeschiedenis.nl/.


-X-


Happy Pride!

Banksy, 'Kissing Coppers', Soho, 2005. ©Banksy.
Tekst en foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld (zie bijschriften).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature