'Rembrandt Privé' in het Stadsarchief Amsterdam

15 januari 2019
In 'Rembrandt Privé, verhalen over liefde, geld en kunst' in het mooie Stadsarchief aan de Amsterdamse Vijzelstraat krijg je een inkijkje in het leven van de Hollandse meester Rembrandt van Rijn. Want, hoewel in Leiden geboren, was Rembrandt in Amsterdam "leermeester, had hij lief, werden zijn kinderen geboren, stierven zijn kinderen, stierven zijn vrouwen, maakte hij ruzie, ging hij failliet en maakte hij talloze meesterwerken."

Het Amsterdamse Stadsarchief kan met deze presentatie met recht beticht worden van het met opzet lekken van vertrouwelijke informatie, want in de bewaard gebleven 17de eeuwse documenten lees je allerlei persoonlijke wetenswaardigheden over onze nationale kunst-trots. Een en al schandalen, roddel en achterklap. Ben jij een beetje sensatiebelust?
Niet dat die ambtelijke, in het zogenaamde "Vroegnieuwnederlands' geschreven dossiers en akten erg gemakkelijk lezen. Integendeel, zelfs. Je begrijpt er geen jota van. Maar daar hebben ze bij het archief iets op gevonden.

Duik met mij in de annalen en lees alles over het privéleven van onze Rembrandt.


1. (detail van) 'Zelfportret met krullend haar en witte kraag', 1628-1630 (coll. Rijksmuseum). 2. Rembrandt is 'wel te pas', 26 juli 1632, Archief van notaris Jacob van Zwieten.
Laat ik dit relaas beginnen met een Rembrandt-alert. 2019 is namelijk uitgeroepen tot Rembrandtjaar en dat zullen we weten. Ik voorspel een flinke dosis tentoonstellingen en publicaties over de roemruchte Hollandse meester. Het zou zelfs uit kunnen lopen op een overkill: de Holland-promotie en city-marketing* draaien op volle toeren. Het uitroepen van themajaren (in dit geval 'Rembrandt & de Gouden Eeuw') is zeer lucratief gebleken waar het gaat om de promotie van het nationale en internationale 'cultuur-toerisme'** en vooral om die bezoekers dan te spreiden over het hele land. 
Aanleiding voor dit alles is de 350ste sterfdag van Rembrandt van Rijn op 4 oktober aanstaande en zijn leven en nalatenschap wordt uitbundig gevierd. Het hele jaar door zijn er allerlei exposities: nu in het Fries Museum 'Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw' en onderhavige tentoonstelling in het Stadsarchief in de hoofdstad. Op 1 februari opent in het Rembrandthuis in Amsterdam 'Rembrandt’s Social Network' en twee weken daarna volgt de expositie 'Alle Rembrandts' in het Rijks. Later in het jaar volgen nog presentaties in Den Haag, Leiden en Amsterdam (wederom in het Rembrandthuis en het Rijksmuseum).
* in Amsterdam, Den Haag en Leiden. **met zo'n themajaar wordt ingezet op het bovengemiddelde bestedingspatroon van het zogenaamde cultuurtoerisme. Een kunst-toerist besteedt gemiddeld zo’n 850 euro per persoon tegenover de 470 euro die een gemiddelde 'normale' citytripper uitgeeft per verblijf. (Bron: HBTC Holland Marketing)

2019 Rembrandtjaar

Daarnaast zijn er diverse andere activiteiten. Neem deze: het Rijksmuseum roept iedereen op om een eigen kunstwerk (foto, schilderij, beeldhouwwerk of installatie) geïnspireerd óp of door Rembrandt in te zenden, met de kans dat het werk deel gaat uitmaken van de tentoonstelling 'Lang Leve Rembrandt' (van 15 juli t/m 15 september). Stel je voor: je eigen bricolage (oftewel doe-het-zelf-werkje) in het Rijksmuseum!




1. 'Zelfportret met bontmuts', 1631. 2. Een van de vitrines. 3. Zaaloverzicht. 4. Ondertrouw van Rembrandt en Saskia, 10 juni 1634. Ondertrouw-register. Rechtsonder de ondertekening door Rembrandt Harmensz. van Rijn. In het midden van de akte wordt Saskia Vuijlenburgh van Leewarden vermeld, foto: © Stadsarchief Amsterdam.
Dus veel aandacht voor Rembrandt, ook uit mijn koker. Want je kent me - ik hou je maar al te graag op de hoogte van de diverse kunst-festiviteiten, zo ook deze Rembrandt-hype. En we trappen af in het Amsterdamse Stadsarchief, gevestigd in een door architect Karel de Bazel in 1919 ontworpen (en in 1926 opgeleverd) gebouw in Art Deco-stijl. Ook wel 'De Spekkoek' genoemd, wegens zijn gestreepte gevel. Naast de indrukwekkende buitenkant - met sculpturen van o.a. Joseph Mendes da Costa, is ook het mooie interieur deels intact. Kijk in het souterrain naar de authentieke 'cellen', kluisdeuren en de 'machinekamer'. Een bezoek is ook om die reden de moeite waard.

dichterbij Rembrandt kun je niet komen...

Goed. Rembrandt. De in 1616 in Leiden geboren 'grootste schilder uit de Nederlandse geschiedenis' verhuisde als 25-jarige jongeling naar Amsterdam en vanaf dat moment zijn er in het Stadsarchief onnoemelijk veel sporen van zijn aanwezigheid te vinden. Van allerlei officiële gebeurtenissen zijn er documenten bewaard gebleven (ondanks een grote brand in het stadhuis in 1652. De schade aan sommige akten is nog goed zichtbaar). 

"dat is waer ick Ben godt loff in goede Dispositie ende wel te pas"
(oftewel: "Ik ben - godlof - in goede gezondheid")
"Rembrandt was een lastpak", aldus conservator Ludger Smit in een interview met AT5. "Hij had vaak ruzie, was vaak net niet of net wel failliet, zijn kinderen stierven jong en ook heeft hij zijn drie vrouwen allemaal zien sterven. Hij heeft gewoon heel veel meegemaakt in zijn leven en dat is allemaal opgeschreven door verschillende bronnen en allerlei stedelijke en kerkelijke instanties."




1. Het afgebrande stadhuis gezien vanaf de Waag, 1652, tekening (bruikleen Museum Het Rembrandthuis, Amsterdam). Foto © Stadsarchief Amsterdam. 2. Een van de teksten. 3. Zelfportret met Saskia, 1636. 4. De 'Rembrandt-viewer'. 5. De banpaal bij Spieringshorn aan de Spaarndammerdijk, ca. 1650, ets. (bruikleen van het Amsterdam Museum). Foto: © Stadsarchief Amsterdam. 
In de ogenschijnlijk saaie akten lees je dus over allerlei alledaagse, maar vaak ook ontroerende en verrassende gebeurtenissen in het leven van Rembrandt en zijn entourage. Maar allemaal o zo menselijk. Drie vrouwen (Saskia, Geertje en Hendrickje) en de bijbehorende huwelijkse perikelen - in een enkel geval zelfs uitgevochten bij de huwelijkskrakeelkamer, de geboorte én het sterven van zijn 4 kinderen, behoorlijk rommelige geldzaken - (dreigende) faillissementen en "zijn neiging om, als het om kwesties van kunst ging, nogal eens het conflict op te zoeken". Rembrandt moet wel boven zijn stand hebben geleefd, getuige alle financiële perikelen die in de boeken genoteerd staan. Wat dacht je van de inventarisatie van Rembrandts goederen na zijn bankroet. Die negentien pagina's geven een mooi inzicht in wat een kunstschilder in die tijd zoal in huis had. 
"Het zijn geen dooie documenten. Nee, ze zijn juist heel levendig!" (aldus de samensteller in een radio-vraaggesprek bij Nieuwsweekend van omroep Max).

huwelijkskrakeelkamer

Maar die geanimeerde en smeuïge documenten zijn wel heel lastig te lezen.  In de 16de en 17de eeuw drukte men zich uit in het 'Vroegnieuwnederlands' en het is haast ondoenlijk om dat schrift te ontcijferen. Maar daar heeft de tentoonstellingsmaker iets op gevonden.
Gewapend met een iPad (de Rembrandt-viewer) en koptelefoon word je als bezoeker de presentatie in gestuurd en door middel van een speciale interactieve techniek, 'augmented reality' krijg je informatie bij de getoonde akten, brieven, kerkregisters en testamenten. "De tekst verschijnt dan eerst in het oud-Nederlands, zodat mensen zelf een poging kunnen wagen om het te vertalen, maar als ze naar beneden scrollen staat de tekst ook in het Nederlands zoals wij dat nu kennen", aldus Ludger Smit in het genoemde interview met AT5. De audio-teksten werden ingesproken door Jiskefet-acteur Kees Prins.



1. Anthonie van Borssom,  Galgenveld aan de rand van de Volewijk, 1664–1665,  tekening, bruikleen van het Rijksmuseum, © foto: Stadsarchief Amsterdam. 2. De hand out. 3. 'Afrikaanse vrouw', ca. 1630, bruikleen van het Rijksmuseum.
Goed. Tot zover deel een van het Rembrandt-feuilleton. (Na een pauze van een week of twee, drie) is er voor de tweede akte van dit vervolgverhaal een changement de décor. Dan gaan we naar het huis aan de Jodenbreestraat waar veel van dat gekijf en die soesa en trammelant plaats vond. Op 1 februari opent in het Rembrandthuis 'Rembrandt’s Social Network'.

Dus: wordt vervolgd....


-X-


De tentoonstelling 'Rembrandt Privé' is te zien tot en met 7 april. Kijk even op de website voor bezoekersinformatie. 


Tekst en (iPhone)foto's ©Miriam van der Meer (www.agreylady.nl) én diverse andere bronnen. Zie de desbetreffende foto.

'Ruis! Frans Hals, Anders' in het Frans Hals in Haarlem

9 januari 2019
In de tentoonstelling 'Ruis! Frans Hals, Anders' in het Frans Hals Museum - locatie Hal, zie je kunstwerken van 22 hedendaagse kunstenaars die net als hun roemruchte vakgenoot zo'n 400 jaar eerder, spelen met het begrip portretkunst. Net als de eigengereide Hollandse Meester die er destijds op kunstzinnig vlak nogal tegendraadse opvattingen op na hield, zie je bij de - in 'Ruis! Frans Hals Anders' samengebrachte schilderijen, sculpturen en installaties dezelfde verwonderde kijk op het individu in hun sociale samenhang. Het is een tentoonstelling die "een uitbundig en uiteenlopend beeld van de mens schetst, waarbij de ruis op de lijn steeds meer toeneemt."

In de expositie zie je hedendaagse voorbeelden van kunstenaars die - nét als Frans Hals - breken met de 'regels' van de portretkunst
Cryptisch?
Ik leg het je uit....


1. Alan Michael, 'Porsche Audi', 2014. 2. Zaaloverzicht met Nicole Eisenman, 'Beer Garden with Ash', 2009.
Enkele uitvergrote reproducties van schuttersstukken en (groeps)portretten van de grote meester zijn uitgangspunt voor de vier thema's in deze tentoonstelling. Vanuit de 17de eeuw van Frans Hals wordt er gelinkt naar het heden. Deze transhistorische reis maakt het mogelijk om de actualiteit in de kunst te bespreken.

Het werkt als volgt. In deel I van de presentatie, 'Levendigheid' zie je een opgeblazen versie van het schilderij 'Banket van de officieren van de St. Jorisdoelen' uit 1616 en bij het bestuderen daarvan wordt duidelijk hoe buitengewoon Frans Hals' schildertechniek was. "De gezichten zijn expressief en geanimeerd, verhit door de drank. De sfeer is ontspannen en gemoedelijk, ook al zijn deze officieren precies naar hun rang en status gepositioneerd. Het zijn lichamen die leven en ademen, zweten en eten, drinken en praten." Hals' losse schilderstijl was voor die tijd uniek.
In de hedendaagse schilderijen zie je ook van dergelijke sociale bijeenkomsten, veelal feestpartijen waar de drank rijkelijk vloeit. Het verschil zit 'em in de identiteit van de figuren. In Hals' schilderwerken hebben alle geportretteerden een naam, zijn het mannen of vrouwen, zijn de personen (vrijwel) altijd blank en is er een hiërarchie te ontdekken. Het was duidelijk wie belangrijk was en het voor het zeggen had. In de moderne schilderijen worden er bij die identiteiten vraagtekens gezet. Het is niet altijd duidelijk om wie het gaat, wat hun gender is, wat hun kleur of achtergrond is. Niets is vanzelfsprekend (zoals dat wel het geval was in de tijd van Frans Hals).

transhistorisch associëren

In deel II, 'Verwachtingen' wordt hierop voort geborduurd. "Dit deel laat werk zien, dat ingaat op de vraag hoe we tegenwoordig omgaan met het portret: wie mag wie uitbeelden en hoe? Wanneer is er sprake van culturele toe-eigening? De hedendaagse kunstenaars onderzoeken welke rol man-vrouwverhoudingen, seksuele geaardheid en huidskleur spelen in de huidige beeldcultuur."





1. Nicole Eisenman, 'Brooklyn Biergarden II', 2008. 2. Justin John Greene, 'We Eat Too Much', 2018. 3. Zaaloverzicht. 4. Justin John Greene, "Schmoozers', 2017. 5. Hamishi Farah, 'Representation of Arlo', 2018.
Één van de schilderijen in dit deel van de expositie is een goed voorbeeld van de kwestie over het 'eigenaarschap': wie mag wie of wat verbeelden? Als toeschouwer loop je nietsvermoedend langs het schilderij 'Representation of Arlo' (2018, zie hierboven), één van de vier doeken van de Somalisch/Australische kunstenaar Hamishi Farah. Maar dit 'onschuldig' ogende kunstwerk van een blonde krullenbol is wel degelijk activistisch, want het staat symbool voor, en is het resultaat van een wereldwijde discussie over het 'recht' om andermans leed als onderwerp in de beeldende kunst te maken (en daar geld aan te verdienen). (Wil je precies weten hoe het zit? Lees dan het artikel "Frans Hals Museum exposeert controversieel schilderij dat teruggaat tot racistische moord in Mississippi" in De Volkskrant).
In de kunst zijn eigenaarschap, sociale diversiteit en inclusiviteit zeer terecht onvermijdelijke en actuele gespreksonderwerpen en dit deel van de tentoonstelling nodigt dan ook uit om hier verder op door te denken en vooral ook om met elkaar in gesprek te gaan.

Goed. Dan gaan we over naar deel III. In 'Infiltratie' wordt de vraag gesteld "wie hoort waarbij? De 'recalcitrante' Frans Hals schijnt zichzelf - in een van die schuttersstukken - afgeschilderd te hebben als 'one of the boys', terwijl hij op zo'n hoge status geen aanspraak kon maken. Hij infiltreerde in een sociale groep waar hij zelf niet toe behoorde. Zo'n daad getuigt van lef en kan gezien worden als een 'anarchistische' actie. En dit soort bravoure wordt ook weerspiegeld in de bijdragen van de eigentijdse kunstenaars. Ook zij stellen - door gebruik te maken van andermans beeldtaal - vastgeroeste clichés aan de kaak.






1. Hamishi Farah, 'Juelz Santana', 2018. 2. Zaaloverzicht. 3., 4. en 5. Alan Michael, (resp.) The Self is a Process', 2009, '2010-11: Expansion', 2018 en 'Webcam taped to a wall', 2018. 6. Deel van 'From the Untitled series', 1025/2018 van Tom Humphreys
Tenslotte deel IV. Gebaseerd op het schilderij 'Feestvierders op Vastenavond' (uit 1616/17, zie de laatste foto in dit verslag) wordt in 'Ruis' het verhaal verteld over de verwarring rondom zogenaamde vaststaande feiten. Het als uitgangspunt genomen schilderij van Hals verbeeldt namelijk een maskerade van een 17de eeuws theatergezelschap om aan te tonen dat 'schijn bedriegt'. Het zijn figuren uit kluchten: vrolijk, overdreven en komisch. Met grove penseelstreken bevat het schilderij een "opeenstapeling van tegendraadse elementen die Hals' werk karakteriseren".

De moderne schilderijen, sculpturen en installaties die voor dit deel zijn uitgezocht, zetten ook vraagtekens. Zij onderzoeken gender-issues en de grenzen van de menselijke vorm. Onomfloerst en zonder omhaal halen zij vaststellingen overhoop. Mens en dier, plant en wezen, fantasie en realiteit, vervorming en abstractie. 
In de laatste, donkere spiegelzaal houdt een opmerkelijk figuur - videokunst van Özgür Kar - een monoloog vanaf een beeldscherm. Volledig naakt spreekt hij de bezoeker toe en betrekt die zo bij de tentoonstelling.

anders kijken, meer zien

Mogelijk dat mijn uitleg bij de tentoonstelling nog steeds vrij cryptisch is (ondanks mijn verwoede pogingen om duidelijk te zijn). Dus mocht je meer willen weten, beluister dan de podcast die er naar aanleiding van 'Ruis! Frans Hals, Anders' is gemaakt. De podcast volgt de vier hoofdstukken van de tentoonstelling en elke aflevering begint met de overeenkomsten tussen Frans Hals en de hedendaagse kunstenaars. "Omdat het daarbij vaak gaat over maatschappelijke betrokkenheid is de podcast ook interessant zonder daadwerkelijk voor de kunstwerken te staan. Daarnaast is het een oefening in 'transhistorisch' associëren.
Precies! Dat bedoel ik....





1. 3 x Perri Mackenzie uit 2017. 2. Jacqueline de Jong, 'After the War', 1995-1996. 3. Simphiwe Ndzube, 'Journey to Asazi', 2018. 4. Zaaloverzicht. 5. Özgür Kar, 'Monologue V', 2018.
In het Frans Hals Museum komen de Gouden Eeuw en het heden samen: een fijne mix van oud en de hot topics van deze tijd.
De oude meester in een nieuw daglicht.
Love it!

Wil je het Frans Hals Museum bezoeken? Kijk dan eerst even op de site voor bezoekersinformatie.


-X-


Fijne dag!

Het oude trappenhuis met een blow up van 'Feestvierders op Vastenavond' van Frans Hals.
Tekst en alle (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer, www.agreylady.nl

De geslaagde comeback van Frans Hals in het Frans Hals Museum

5 januari 2019
Het zijn niet persé hun mooiste werken. Maar de in de expositie 'Frans Hals en de Modernen' getoonde schilderijen van kunstenaars als Monet, Manet, Ensor, Liebermann en Van Gogh laten wel heel goed zien, hoe deze realisten en impressionisten werden beïnvloed door de Haarlemse meester. Meer dan 500 kunstschilders uit de negentiende eeuw reisden tussen 1862 en 1899 naar Haarlem om daar het werk van hun idool - Frans Hals - te bestuderen en heel vaak ook na te schilderen. 

In de vertoning in het Frans Hals Museum zie je 80 schilderwerken - en dan vooral portretten* waaruit de impact van Frans Hals op deze 'modernen' overduidelijk naar voren komt.
waaronder 50 bruiklenen uit nationale- en internationale musea en privécollecties.

Kijk en vergelijk!



1. Robert Henri, (Deel van) 'Lachende jongen (Jopie van Sloten), 1910. 2. George Hendrik Breitner 'Lachende jongen en drinkende jongen', ca. 1880. 3. Frans Hals, 'Lachende jongen', ca. 1625.
Het schilderij 'Lachende jongen' uit ca. 1625 van Frans Hals wordt in de tentoonstelling beschreven als "misschien wel het mooiste 17e eeuwse kinderportret". En nu kan ik dat moeilijk onderschrijven - ik ken niet alles schilderijen uit de 'Gouden' Eeuw - maar inderdaad: dit kinderkopje is bijzonder mooi. Ontroerend ook.
Frans Hals (Antwerpen, 1582 of 1583 - Haarlem, 1666) schilderde kinderen in al hun onschuld, ongedwongen en meestal lachend. En het vastleggen van 'de lach' zou (volgens dezelfde zaaltekst) een van de moeilijkste gezichtsuitdrukkingen zijn om te schilderen. "Er wordt wel gedacht dat Frans Hals zo goed was in het schilderen van kinderen, omdat hij ze voortdurend om zich heen had". Frans Hals had veel kroost: hij heeft er 14 laten dopen.

Precies zo wilde ook de Amerikaanse kunstenaar Robert Henri (1865-1929) schilderen. Hij bezocht de tentoonstelling met het werk van Frans Hals in 1910 en maakte naar aanleiding daarvan een portret van het Haarlemse schoffie Jopie van Sloten. In het  vertederende portret herken je duidelijk de spontaniteit en de levendigheid die ook de portretten van Frans Hals typeren. Ook Henri wilde "de vulgariteit van het grauwe leven van alledag" verbeelden.

"lustich van leven"

Want naast de formele en vaak in opdracht gemaakte (groeps-)portretten, waaronder zijn beroemde schuttersstukken en pendanten van echtelieden, schilderde Frans Hals ook genre-werken: een zigeunermeisje, 'de vrolijke drinker', een groenteverkoopster, de Haarlemse 'dorpsgek/heks' Malle Babbe (we zouden dat nu iemand met een verstandelijke beperking noemen) en meer van zulke stukken. En die impressies uit het dagelijks leven waren vrij werk (dus niet in opdracht) én ongebruikelijk in die tijd. Dientengevolge ook weinig lonend en er moest wel 'brood op de plank' met die 14 te voeden mondjes. Je kunt gerust zeggen dat Frans Hals oog had voor, en meester was in het verbeelden van het gewone; het banale.





1. Links Frans Hals, 'Malle Babbe', 1630/35 en rechts Gustave Courbet, 'Malle Babbe', 1869. 2. Studies van handen. 3. Max Liebermann, 'Officieren', 1903. 4. Vincent van Gogh, 'Kop van een Prostituée', 1885. 5. Robert Henri, 'Celestina', 1908. 
De kunstschilder kreeg na zijn dood de dubieuze reputatie van klaploper en dronkenlap die zich té vaak had overgegeven aan 'volkse genoegens'. Ook zijn schilderstijl - de losse streek - zou uit de mode raken, want die levendigheid werd van ca. 1700 tot 1850 niet (meer) gewaardeerd. De rijke, puriteinse Hollanders wilden - volgens de laatste Franse en Italiaanse mode - liever Bijbelse en klassieke afbeeldingen in plaats van de alledaagse en (daarmee) platvloerse onderwerpen. "De klare lijn ging het winnen van de dik opgebrachte verf; het afbeelden van geïdealiseerde schoonheid werd het doel."
En dus precies om dezelfde reden als waarom hij in het begin van de achttiende eeuw werd verguisd (en daardoor in de vergetelheid raakte), werd hij in de late 19de eeuw bejubeld: zijn losse penseelstreek en zwierige schildersstijl, die haast impressionistisch aandeed.

Het was door een verslag van Théophile Thoré-Bürger in 1866 (en daarna) dat Frans Hals na 200 jaar weer 'in the picture' raakte. De Franse kunstcriticus bezocht Haarlem een aantal keren en in verschillende publicaties (in het gezaghebbende 'Gazette des Beaux-Arts') prees hij de Haarlemse meester. In zijn recensies beschreef Thoré-Bürger de stijl en techniek van Hals en "deed hij de anekdotes over Hals' drankgebruik en 'liederlijke' levenswijze af als laster".

Frans Hals revival

Al snel na publicatie kwamen de in die tijd als moderne schilders bekendstaande artiesten in grote getale naar Haarlem. "In het begin maakten vooral Franse schilders de reis, maar in hun kielzog (per stoomboot, -trein of koets) brachten ook Duitse, Engelse en Amerikaanse collega's een bezoek aan Haarlem, dat zich als een waar pelgrimsoord ontpopte." In het gastenboek van (de voorganger van het) Frans Hals Museum staan de namen van 500 kunstenaars, waaronder Édouard Monet, Claude Manet en Vincent van Gogh. De Duitse kunstenaar (en docent/directeur van de Academie in Berlijn) Max Liebermann* "was velen malen in het museum te vinden en vervaardigde tientallen kopieën naar schilderijen van Frans Hals - meer dan wie dan ook."
* Liebermann's adoratie voor Frans Hals ging ver. Toen zijn vrouw tijdens hun huwelijksreis door Nederland zwanger bleek, wilde hij - in geval van een jongetje - die zoon de naam Frans Hals Liebermann geven. Het werd een meisje. 





1. Max Liebermann, 'Officieren', 1903. 2. Vincent van Gogh, 'Postbode Joseph Roulin', 1888. 3. Frans Hals, 'Vissersjongen', 1632/33. 4. Édouard Manet, 'Corner of a Café-Concert', 1878/80. 5. Frank Duveneck, 'De Cavalier', 1879.
In het voormalige Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, nu het Frans Hals Museum slinger je thematisch door de (kleine) zalen. In de 'kruip-door-sluip-door' kamers en in het rondom een binnentuin gebouwde 17e eeuwse pand zie je de kopieën van de 'moderne' realistische en impressionistische artiesten: zowel details uit schilderijen (zoals hoofden of handen) als complete schuttersstukken.

zoek de verschillen!

Naast de kopiisten die Frans Hals 'klakkeloos' naschilderden waren er ook die zich door de penseelvoering en de 'bewegelijke' frontale (dus en face) portretten van hun idool lieten inspireren en zelf nieuw werk 'à la mode Frans Hals' produceerden. Neem Vincent van Gogh. Hij was erg onder de indruk van de door Hals zo realistisch neergezette volkse typetjes. In de schilderijen 'Kop van een prostituee' (1885) en 'Postbode Joseph Roulin' (1888) zie je dan ook duidelijk de invloed die de Haarlems schilder op Van Gogh heeft gehad.

Frans Hals hype

Een ander thema is 'Kragenparade', handelend over de (molensteen-)kragen-rage in de 19e eeuwse schilderkunst (en dan met name onder kunstschilders in München). "De los en vlot geschilderde kragen van Frans Hals - een kledingstuk zo typisch voor de Gouden Eeuw - waren het beste voorbeeld, omdat het voor de 'modernen' meer ging om het afbeelden, dan om een natuurgetrouwe weergave. Vooral eigen vrienden en collega's werden met grote kragen geportretteerd; de schilders poseerden voor elkaar met 17de eeuwse kostuums om zich nog beter in te leven." 





1. Frans Hals, 'Portret van Pieter Jacobsz Olycan', ca. 1630. 2. Frans Hals, 'Portret van een man, met baard en kraag', 1625. 3. André Mniszech, Portret van Daniël Franken', 1877. 4. Ferdinand Roybet, 'Portret van de schilder Antoine Guillemet', ca. 1900. 5. Frank Duveneck, 'Man met een kraag', 1875. 
Goed. Tot zover 'Frans Hals en de Modernen' in wat het museum 'Hof' noemt. Tegelijkertijd zie je in de andere locatie 'Hal' - de oude Vleeshal op de Grote Markt - de groepstentoonstelling Ruis! Frans Hals, Anders: "hedendaagse kunstenaars die op een vergelijkbare manier spelen met de portretkunst en deze bevragen".
Mijn beoordeling van de charmante tentoonstelling kan niet anders zijn dan lovend, maar er moet mij toch iets van het hart. Ik heb één azijnpuntje. Want is het gerechtvaardigd om voor deze expositie een toeslag te vragen? 

Wat is het geval? De entreeprijs voor het Frans Hals Museum is voor deze gelegenheid € 22,00 p.p. en voor houders van een museumkaart geldt een toeslag van € 8,00 mind you (dus geen kattepis). En dar komt steeds vaker voor. Voor de succesvolle Escher-tentoonstelling in Leeuwarden moest je € 5,- neertellen. In het Groninger Museum betaal je voor het zien van het glaswerk van Dale Chihuly ook € 5,00 extra; voor 'Classic Beauties' in de Hermitage geldt een toeslag van € 2,50; idem dito met een sterretje bij 'Actie - Reactie' in de Kunsthal Rotterdam; het TeylersMuseum vraagt 8 euri voor de tekeningen van Leonardo da Vinci....

Op de site van de Museumkaart lees ik: "bij uitzondering mogen musea aan kaarthouders een toeslag vragen voor een bijzondere tentoonstelling, op voorwaarde dat betalende bezoekers dezelfde toeslag ook betalen" (en dat laatste lijkt mij volstrekt logisch)! Maar ik lees het toch goed: bij uitzondering? En wat is een 'bijzondere' tentoonstelling? 
De vergoelijking van de musea zal liggen in de dalende subsidies en hoge(re) productiekosten, maar het is inmiddels geen uitzondering meer. Toeslagen (b)lijken schering en inslag.

Ik vind het kwalijke tendens.
Moet de Museumkaart* op de schop? Gaat hij aan zijn eigen succes ten onder?

Wat vind jij?


-X-


* Op 30 september jl. werd de prijs van de jaarkaart met € 5,00 verhoogd (bij eerste aankoop € 64,90 en bij verlenging 59,95). De kaart voor jongeren t/m 18 jaar bleef in prijs gelijk, namelijk 32,45 euro (terwijl in veel musea kinderen t/m 18 jaar gratis en voor niks naar binnen mogen - zo ook in het Frans Hals Museum - dus waarom zou je dan een kaart (ver)kopen voor kinderen....?).

Her en der in de expo hangen kamerhoge doeken met illustraties van Aart Taminiau (1982) die het verhaal van de modernen in Haarlem vertellen.
Bronnen: Wikipedia en een artikel in de bij de tentoonstelling behorende magazine van het Frans Hals Museum. 
Tekst en (iPhone)foto's ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature