#artselfie en het Van Gogh Museum Amsterdam

14 januari 2018
"Leuk museum, als je van Van Gogh houdt", beoordeelt een bezoeker het Van Gogh Museum in een recensie op internet. En da's een waarheid als een koe. Dit (Rijks-)museum is leuk en interessant, maar vooral voor mensen die liefhebber zijn van het (post-) impressionisme in het algemeen en van de kunstwerken van Vincent van Gogh in het bijzonder. Dát, de meestal ellenlange rijen voor de kassa en de algehele drukte maakt dat ik zelden (of beter: nooit) spontaan een rondje door dit thema-museum loop (wat ik in het Stedelijk- en Rijksmuseum wél regelmatig doe). Van de week maakte ik daarom maar eens online een afspraak voor een visite. Mijn tweede bezoek ooit.

"Laat je meevoeren in de ontwikkeling van Vincent van Gogh als kunstenaar. Stap in Van Gogh's wereld en ontdek de ideeën en ambities achter zijn kunst."
Oké en daar gaan we... 


1. Detail van 'Slaapkamer in Arles', 1888. 2. 3-D versie van ©Roy Lichtenstein's schilderij 'Bedroom at Arles' uit 1992, in het  Moco Museum (hier mijn blog over dit museum).
Het tumultueuze, getroebleerde leven van Vincent van Gogh (1853-1890) is - mede door twee tv-series en laatstelijk nog de mooie 'Loving Vincent' animatiefilm* - algemeen bekend. Wat in de publiciteit vooral naar voren komt, is het beeld van het dagelijkse geploeter van een geniale en geïsoleerd werkend kunstschilder met overspannen nerven. En over dat moeizame leven: in 2010 deed marktonderzoeker TNS NIPO een studie waaruit bleek dat de kunstenaar bij het Nederlandse publiek vooral bekend is om zijn afgesneden oor. Op de vraag "waar denkt u aan bij de schilder Vincent van Gogh", noemde 50% van de ondervraagden als eerste deze smartelijk automutilatie, met daarna 'kunstschilder' en 'zonnebloemen' (bron: Historiek).

*In 2013 was er de vierdelige EO-miniserie met Jeroen Krabbé als Vincent Willem, neef en enige erfgenaam, die aan de hand van brieven, tekeningen en schilderijen het levensverhaal van zijn oom Vincent van Gogh (gespeeld door Barry Atsma) vertelde. Twee jaar later (in 2015) was Jeroen Krabbé weer te zien, dit keer als presentator van de Avro/Tros-serie 'Krabbé zoekt Van Gogh'. Tenslotte draaide vanaf 26 oktober vorig jaar de animatiefilm 'Loving Vincent' in de Nederlandse bioscopen. De film was de eerste volledig geschilderde speelfilm die handelde over de laatste jaren van Vincent van Gogh. In het Noordbrabants Museum in Den Bosch kun je (nog t/m 28 januari) meer dan 100 speciaal voor deze film gemaakte olieverfschilderijen bekijken.





1. 'Amandelbloesem', 1890. 2. 'Vaas met Vijftien Zonnebloemen', 1889. 3. Uitvergrote studietekening in het trappenhuis. 4. 'Korenveld onder Onweerslucht', 1890. 5. 'De Oogst', 1988.
In zijn vroege jaren gebruikte Van Gogh veel - en oneerbiedig gezegd - moddertinten, maar dat was blijkbaar de sign of times. De meeste kunstenaars werkten tonaal, oftewel gebruikten kleuren uit één kleurfamilie en Van Gogh deed niet anders. Neem zijn wereldberoemde schilderij 'De Aardappeleters' uit 1885. Nogal somber en tobberig. En als je dan weet dat er maar drie jaar tussen dit schilderij en de veel kleurrijkere schilderijen uit zijn laatste periode in het Franse Arles zit. Van Gogh maakte al zijn werk - en dat was veel: circa 900 schilderijen en 1100 werken op papier - in een periode van slechts tien jaar. En dan moet hij wel 'koortsachtig' hebben gewerkt, wetende dat de kunstenaar maar 37 jaar oud is geworden.

Moddertinten

Goed: terug naar mijn bezoek aan het Van Gogh Museum. Precies wat ik al zei: heel druk. Verder zou je uit de inleiding van dit artikel kunnen opmaken dat ik geen heel groot bewonderaar ben van het impressionisme (en dat heb je dan goed gelezen): wat mij afgelopen week bij het zien van de vaste collectie duidelijk werd, is dat Vincent van Gogh heel goed kon tekenen en schilderen. (En dat is meteen ook de grootste misvatting ooit: dat impressionisten en abstract werkende kunstenaars en zo, niet zouden kunnen schilderen). Ik zag hele mooie kunstwerken en ja, ook van Van Gogh.




1. Detail van 'Bloeiend Amandeltakje in een Glas', 1888. 2. 'Irissen', 1890. 3. 'Net echt': achterkant van een reproductie. 4. Detail van 'Landschap met Huizen', 1890. 
Één ding is opvallend in het Van Gogh: je ziet niemand die zich, met zijn of haar smartphone in de hand, in allerlei bochten wringt om een zo voordelig mogelijke selfie te maken voor een schilderij van De Meester (of voor een van zijn befaamde tijdsgenoten). Dat mag namelijk niet. Ten strengste verboden te fotograferen!

Het Amsterdamse museum stelde daar eind 2014 paal en perk aan, omdat mensen geklaagd zouden hebben over de 'smartphone-terreur'. Bezoekers mogen alleen op speciale plekken - ik zag er twee - foto's maken. Voor Nederland is zo'n verbod uitzonderlijk. Er zijn maar enkele musea met een dergelijk fotografie-beleid*. Ik weet dat, naast het Van Gogh Museum, ook FOAM en het Anne Frankhuis het foto's maken beteugelen. (Ken jij - naast deze drie - nog een ander Nederlands museum die het ook verbiedt?). De meeste musea gedogen het, juichen het toe of moedigen het fotograferen zelfs aan, in de wetenschap dat die foto's op social media worden gedeeld.

Verboden te fotograferen

In 2014 zei een medewerker van Museum Boijmans van Beuningen over hún fotografie-beleid het volgende (in HP/DE Tijd). "Bezoekers willen graag foto’s maken en deze delen met hun achterban en vrienden. Dat is onderdeel van de huidige beeldcultuur en daar moeten we ons als museum niet tegen verzetten. Om toch elke bezoeker, dus ook de rustzoeker, ongestoord te laten genieten, spreekt de beveiliging mensen aan op eventueel storend gedrag". Het Stedelijk Museum Amsterdam zei hierover desgevraagd: "foto’s maken gebeurt wel, maar het concentreert zich niet op één werk, zoals bijvoorbeeld bij de Mona Lisa in het Louvre".
Wat vind jij? Ik hoor het graag.

* Soms is fotograferen verboden, omdat er copyright-afspraken zijn gemaakt met bruikleengevers.




1. t/m 4. Heel veel Van Gogh-merchandise, zowel binnen - in drie (!) museumshops - als buiten.
Ik was weer enigszins burgerlijk ongehoorzaam, want een blogpost over een museum zonder foto's van dat museum is raar en saai. En natuurlijk kan ik de door het museum verstrekte (pers)foto's gebruiken, maar dat is mijn eer te na. En niet dat ik de regel wilde overtreden: dat bleek al snel onmogelijk. Teveel potige security-medewerkers (m/v) die alert zijn op recalcitrant gedrag.  

Burgerlijk ongehoorzaam

Dus je ziet hierboven kiekjes die ik maakte in één dan de drie (!) museumshops in het Van Gogh Museum (en een enkele daarbuiten). Ik richtte mijn iPhone op de vrijwel niet van echt te onderscheiden en te koop zijnde reproducties van de meesterwerken van Vincent van Gogh.

Altijd eigenwijs en de naam van mijn blog is behoorlijk toepasselijk.
(een grijze dame met praatjes...).


-X-


Dus boek je kaartje(s) online en stel je in op grote drukte, dan kan het alleen maar meevallen. Want bedenk (en een schrale troost): in het getoonde wordt je zeker niet teleurgesteld.

?
 Alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl

Wel mogelijk, maar onwaarschijnlijk: Pyke Koch in het Centraal Museum

10 januari 2018
Dat is precies de omschrijving die Pyke Koch aan zijn eigen voorstellingen gaf. De afbeeldingen op zijn technisch perfecte en 'gladde' schilderijen noemde de kunstenaar "wel mogelijk, maar niet waarschijnlijk" en sindsdien is die uitspraak ook de karakteristiek geworden voor de kunststroming die wij nu magisch realisme noemen. Het kán wel, maar het is niet erg voor de hand liggend. 

Ik hield woord (zie mijn vorige blogbericht) en bezocht afgelopen weekend het Centraal Museum in Utrecht om mij te laten informeren over deze autodidactische kunstschilder in de tentoonstelling 'De Wereld van Pyke Koch'. En daarbij kreeg ik - voor hetzelfde geld, dus zeg maar als extraatje - de expo 'Bye, Bye De Stijl' cadeau. Over die expo hoor je later meer. Vandaag staat mijn rapport in het teken van de 'fantastische werkelijkheid' van Pyke Koch.



1. Zelfportret met Zwarte Band, 1937. (Omstreden, want was het een fascistische portret?). 2. Impressie (de sculpturen zijn van Henk Visch). 3. 'Too Late To Go Home', 1988 van Henk Visch.
"De beelden van Henk Visch (1950) sluiten op hun eigen wijze aan bij 'De Wereld van Pyke Koch'. Ook Visch neemt geen genoegen met het weergeven van de werkelijkheid, maar creëert dromerige bespiegelingen". Deze zaaltekst verklaart de aanwezigheid van vier sculpturen van kunstenaar Henk Visch onderweg naar de tentoonstelling over Koch.
Oké. Let's begin.

De gesjeesde student 

Als zoon uit een gegoed huisartsen-gezin in Beek (bij Nijmegen) lag het voor de hand dat Pyke Koch (1901-1991) zou gaan studeren. In zijn geval werd dat een studie Rechten aan de Universiteit van Utrecht: zijn geliefde stad, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen en werken. En door een slordig misverstand - hij kwam te laat voor zijn doctoraalexamen, waardoor hij nooit zijn bul behaalde - nam Koch in 1927 voor het eerst serieus een penseel ter hand. Niet onverdienstelijk, want een jaar later hingen er al twee van zijn schilderijen in een expositie in Amsterdam.




1. Impressie. 2. 'Achterbuurtrhapsodie', 1929. 3. Carel Willink, (links) 'Radiomeisje', 1925 en (rechts) 'Heer met Bloem', 1926. 4. 'Bertha van Antwerpen', 1931.
In het Centraal Museum is de expositie over Koch in drieën verdeeld: de periode vóór, tijdens en ná de oorlog met werk van hemzelf en van zijn tijdgenoten. Voor enige verdieping op de zaalteksten kun je een trapje op naar de entresol in de museumzaal. 

Schurend imago

Die driedeling is wel begrijpelijk, want Pyke Koch was - en nu even heel kort door de bocht - 'fout in de oorlog'. Bekend is dat de kunstenaar bewondering had voor de Italiaanse fascist Mussolini en hij zou - zij het kortstondig - zijn 'hoop' op Hitlers nazi-regime hebben gesteld.
Het museum poogt in de tentoonstelling "een dieper inzicht te geven, zowel in Koch's kunstenaarschap als in de politieke complexiteit van het Interbellum, de periode tussen de beide Wereldoorlogen. En daarmee ook Koch's bekentenis tot het fascisme in perspectief te zetten en bij te dragen aan de nuancering van het debat over 'goed' of 'fout' dat sinds 1945 niet is verstomd".





1. De vier jaargetijden, 1948 t/m 1951. 2. Schoorsteenveger I en II, 1943 en 1944. 3. Edgar Fernhout, 'Dubbelportret', 1932. 4. Charley Toorop, 'Vrouwenfiguren', 1931-1932. 5. Rein Draijer, 'De Schommeltent', 1934.
Zeker in het begin viel het werk van self made kunstschilder Koch op door de vreemde onderwerpen die hij voor zijn schilderijen koos. Heel vaak waren dat louche buurten, prostituees, niet bepaald knappe vrouwen en kermisklanten. Hij werkte langzaam én bedachtzaam, maakte vaak meerdere versies van een schilderij in verschillende formaten en schroomde niet om een in zijn ogen mislukt schilderij te vernietigen.
Pyke Koch ontwikkelde gedurende zijn leven een voor hem bekend geworden perfecte techniek en hij wist daarmee een heel eigen, soms lichtzinnige, vaker beklemmende en ironische voorstellingswereld te creëren. 

Het Centraal Museum Utrecht verzamelt al sinds 1937 de schilderwerken van Koch en beschikt daarmee over de grootste collectie van Nederland. In deze mooie - door conservator Marja Bosma samengestelde expositie - zijn zo'n zestig schilderijen van Koch te zien. Daarnaast hangen er nog eens veertig werken van binnen- en buitenlandse tijdgenoten, zoals Karel Willink en Charley Toorop en George Grosz en Henri Rousseau.
Creatief Directeur Bart Rutten (tegenover Jeroen Wielaert van de NOS) "ik vind dat een museum, als het goed zijn werk doet, vragen stelt over toen en nu. Daarmee breng je de maatschappij verder. Daarom is het goed dat we Koch in deze tijd hebben."




1. 'Leeuw in Interieur II', 1972. 2. Impressie. 3. 'Scrum III', 1969. 4. 'Vrouwen in de Straat', 1963-1964.
Nog tot en met 18 maart Koch's realistische magie in het Centraal Museum.
Gaat dat zien!


-X-


Een verslag van de expo 'Bye, Bye de Stijl' hou je van mij tegoed (deze exhibitie is momenteel ook te bewonderen in het Utrechtse museum). 

Kijk ook eens omhoog als je langs de Utrechtse grachten loopt. In 1950 ontwierp Pyke Koch in opdracht van de gemeente de armaturen voor de daar geplaatste straatlantaarns.
Alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl

De Paradijsvogels in Museum Folkwang in Essen

3 januari 2018
Voor dit eerste blogbericht in 2018 (Happy New Year!) gaan we even terug in de tijd. Een maandje ongeveer. Begin december waren wij voor een kort kunstreisje in de Duitse stad Essen en met 'wij' bedoel ik de Paradijsvogels (afdeling Amsterdam e.o.). Een clubje vrouwen van zekere leeftijd dat opereert onder deze tot de verbeelding sprekende naam. En even voor de goede orde: we waren niet op 'volle sterkte'. Een van onze leden - Janneke - ontbrak. 

Ik schreef over deze excursie naar onze oosterburen al op een eerder moment (dat verslag lees je hier), maar dat relaas handelde specifiek over ons bezoek aan de Zeche Zollverein (een oude steenkoolmijn) en het Red Dot Design Museum. Maar ook Museum Folkwang 'vereerden' wij met een bezoek en stond een bezichtiging van een wel heel merkwaardige architectonisch kunstwerk in het Essense Grugapark op de planning. Dát verhaal zie en lees je hier.
Kom maar mee... 


1. De afvaardiging 'Paradijsvogels'. 2. Vincent van Gogh 'korenveld achter Saint Paul's ziekenhuis met een maaier', 1889, Museum Folkwang.
Hierboven zie je een groepsportret met vier leden van de Paradijsvogels (vlnr: Anne-Marie, Erica, Lennie et moi) en precies in deze samenstelling bezochten wij de kleine industriestad in Noordrijn-Westfalen. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat bovenstaande foto niet werd genomen tijdens het onderhavige reisje in het Ruhrgebied (die foto verbruikte ik in mijn eerdere relaas). Maar dat dondert niet, toch? Het gaat erom dat je ziet in welk gezelschap wij Essen 'onveilig maakten'.
Oké. Over tot de orde van de dag.  

Een paar uur gaans

Opgericht in 1902 is Folkwang met zijn bijzondere verzamelingen Duitse en Franse schilderkunst van de 19e eeuw, het klassieke modernisme én kunst na 1945 één van de belangrijkste musea in Duitsland. Mooi wel het eerste museum met een openbare verzameling moderne kunst op onze rechterflank. Grote namen zoals Cézanne, Gauguin, Renoir, Monet, Dalí, Picasso, Warhol en Pollock, om er maar een paar te noemen. En chauvinistisch als ik ben, viel mijn oog onmiddellijk op kunstwerken van 'onze eigen' Vincent van Gogh en Mondriaan. 
Daarnaast bezit het museum een grote verzameling artistieke- en journalistieke fotografie uit de vorige eeuw. Last but not least herbergt het mooie gebouw (met nieuwbouw uit 2010 van 'ster-architect' David Chipperfield) het Deutsche Plakat Museum met ca. 340.000 affiches.




1. t/m 4. Festivalposters van Niklaus Troxler (en Lennie).
En over die posters: tijdens ons bezoek was er in het museum een hele mooie tentoonstelling te zien met werk van de Zwitserse grafisch kunstenaar Niklaus Troxler onder de naam 'Jazz 'n' more' (nog t/m 14 januari). Zelf een groot jazz-liefhebber (hij organiseerde van 1975 tot 2009 jaarlijks het Willisau Jazz Festival in zijn geboorteland), is Troxler vooral bekend geworden met de door hem ontworpen aankondigingsposters voor aan deze muziekstijl gerelateerde evenementen.

De particuliere collectie

Terug naar de vaste verzameling van Folkwang. Ter voorbereiding op dit artikel stuitte ik op een interessant én nogal triest deel van de historie van dit museum (of eigenlijk van álle musea). In 1937 namen de toen aan de macht zijnde nazi's meer dan 1400, volgens de bruinhemden 'gedegenereerde kunstwerken' (entartete kunst)* in beslag. Het ging vooral om abstracte en expressionistische werken. Hierdoor bleef het Folkwang museum achter met een ontzielde verzameling. Dat wetende, is het extra bewonderenswaardig dat het Essense museum heden ten dagen zo'n mooie collectie bezit. 

* In die tijd werden er ca. 17.000 schilderijen, sculpturen, tekeningen en grafieken in beslag genomen. De kunstwerken werden in de meeste gevallen doorverkocht (via Zwitserse veilingen aan musea en verzamelaars over de hele wereld), verwaarloosd of zelfs vernietigd (op de brandstapel). 




1. en 3. impressies van het museum, 2. Georges Braque, 'Bouteille et Journal (le Guéridon)', 1911-1912. 4. Richard Serra 'Inverted House of Cards' (Outdoor Version), 1969/1983.
Het museum valt op door zijn compleetheid. Als je een overzicht zou willen hebben van de Europese schilderkunst vanaf ongeveer 1800, dan zit je hier goed.
Het begint met kunstwerken uit de Duitse en Franse Romantiek en deze stijlperiode wordt uitstekend vertegenwoordigd door (onder meer) Caspar David Friedrich, om dan vervolgens over te gaan in het impressionisme. In de vaste collectie heeft Folkwang topstukken van schilders als Édouard Manet en Pierre-Auguste Renoir. Veel Fransen, maar er zijn ook een paar Duitse tijdgenoten te bewonderen.

Name dropping

Dan de post-impressionisten. Grote kunstenaars met prachtige werken. Ik zag 'onze' Vincent van Gogh, maar ook Gauguin, Cezanne, Matisse, Munch en Ensor. Via het kubisme (zie de foto met werk van Braque) loopt de tijdlijn dan naar (en langs) het Duitse Expressionisme. Ik weet daar heel weinig van (moet ik eerlijk bekennen), terwijl deze indrukwekkende schilderijen (in twee museumzalen) wel de spil van de collectie vormen. (Denk dan aan 'die Brucke' en 'der Blaue Reiter').

Maar ho! Even een time out, want wat hier gebeurt is een typisch gevalletje 'name dropping'. Helaas is daar niets aan te doen, als ik de rijkdom van museum Folkwang wil beschrijven - maar (en dus) sorry voor de sneltreinvaart waarmee ik je door de zalen sleur.




1. impressie. 2. en 3. Piet Mondriaan, 'Compositie X', 1912-1913 en 'Compositie met rood, geel en blauw', 1927. 4. Marc Bauer, 'The Collector - Residual Images', 2014. 
Uit deze avant-gardistische periode (het expressionisme) zijn ook anderen goed vertegenwoordigd: Klee, Chagall, Delauney. En ja, hoor! Hier is ook De Stijl te vinden met twee werken van Piet Mondriaan. Dan Bauhaus. Maar natuurlijk. Daarna snel gevolgd door het Surrealisme, met in die galerij weer alle beroemde namen die werkten in deze stijl (Dali, Miro, Magritte).
Last but not least de hedendaagse kunst (Pollock, Rothko, Newman), de PopArt (Warhol) en de Minimalisten als Frank Stella en Yves Klein.
En ik schijn geen museum te kunnen bezoeken of er staat wel één of meerdere sculpturen van Richard Serra. Zeker geen straf.



1. en 2. Hundertwasser Huis. 3. Kunstwerk van Ewerdt Hilgemann in het park.
Na al die beroemde namen wordt het tijd voor een frisse neus, dus óp naar het Grugapark dat in de informatie omschreven staat als een 'belevenisgeoriënteerd' stadspark (wat dat ook mag zijn). Ik ga ervan uit, dat bedoeld wordt dat je er van alles kunt doen. Oké. Wij gingen voor het Hundertwasser*-huis: een van de grootste trekpleisters in het park. En 'huis' vind ik niet zo'n beste omschrijving. Want wat is het? Een sprookjes-kasteel à la Efteling? Je moet ervan houden, zullen we maar zeggen.

Hundertwasser Huis

*Friedensreich Hundertwasser, geboren als Friedrich Stowasser (1928-2000), was een Oostenrijks kunstenaar en architect. Hij stond vooral bekend om de door hem ontworpen, kleurrijke gebouwen en was voorvechter van een mens- en milieuvriendelijke bouwwijze. (Bron Wikipedia).
Een 'organisch' gebouw in mosterdgeel met rode golvende banen en met ui-vormige torenspitsen, dat vijf jaar na de dood van de kunstenaar werd opgeleverd. Het is een van meerdere panden die de kunstenaar tekende ten behoeve van zieke kinderen en hun ouders. Het Hundertwasser-huis in het park herbergt namelijk een van de tweeëntwintig Ronald McDonald-huizen in Duitsland (en om die reden kun je het huis ook niet van binnen bekijken).
Een curieus gebouw (dat wel) en daarom leuk om eens te zien.


1. Ik (zei de gek) voor het werk van Mac Bauer (foto: A.M. van Parreren) en 2. de andere dames in het gezelschap wachtend op de bus....
Alle (iPhone)foto's: www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld).

Auto Post Signature

Auto Post  Signature