Paradijsvogels in het Ruhrgebied (een kunstreisje naar Essen)

6 december 2017
Deze ietwat cryptische aanhef boven deze blogpost behoeft enige uitleg. Want er zijn helemaal geen paradijsvogels in het Ruhrgebied. Deze zangvogels (Chordata) behorende tot de categorie 'gevleugelden' uit de Paradisaeidae-familie, komen voor in Nieuw-Guinea en omstreken en in delen van Australië (bron: Wikipedia). Dus zeker niet bij onze oosterburen.
Nee, ik doel hier niet op dit gevederte, maar op een klein groepje vrouwen, allen woonachtig in of rondom Amsterdam, van een zekere leeftijd en mét - zeg maar - een kleurrijke en/of uitgesproken persoonlijkheid. Denk in dit geval dan bijvoorbeeld aan een ietwat eigenzinnige kledingkeuze. 'Paradijsvogels' is hier dus overdrachtelijk en vooral gekscherend bedoeld, als zijnde het tegendeel van wat in de volksmond 'de grijze mus of muis' wordt genoemd.
En van dat clubje mag ik mij sinds enige tijd een van de hunne noemen.

Lang verhaal kort (....) en (vlnr): Lennie, Erica, mijn persoon en Anne-Marie maakten ruim een week geleden een reisje naar het Duitse Ruhrgebied. Naar Essen om precies te zijn. Hieronder (een deel van) onze avonturen. Lees je mee?
(Clublid Janneke moest helaas verstek laten gaan).


Deze foto werd gemaakt door een bereidwillige, maar willekeurig gekozen passant. Over de kwaliteit van het kiekje is derhalve geen correspondentie mogelijk.
Een kunstreisje met de Paradijsvogels. Oké! Maar waarom in hemelsnaam naar Essen? Da's een goeie vraag. Het begon allemaal met in Noordrijn-Westfalen, Duitsland gemaakte en op Instagram geplaatste foto's. Wie deze op dat sociale medium postte weet ik niet meer, maar inspirerend was het wel. Allemaal beelden van de rauwe schoonheid van inmiddels knap gerenoveerd industrieel erfgoed.
Te zien waren schachttorens van steenkoolmijnen, fabriekshallen, hoogovens, gasreservoirs en smelterijen: allemaal stille getuigen van het industriële verleden van het Ruhrgebied. Deze, in de tachtiger jaren gesloten (mijn-)complexen en staalfabrieken hebben hun stempel nagelaten in de regio en zijn inmiddels een toeristische trekpleister van jewelste. Jaarlijks wordt de streek bezocht door zo'n 5 miljoen mensen.
Reden voor ons om ook maar eens een kijkje te gaan nemen.

Route der Industriekultur

Wij reisden per trein naar Essen en verbleven er in een eenvoudig, maar schoon en dichtbij het hauptbahnhof gelegen hotel. En dat is wel zo handig en uitermate geschikt voor citytrips. In Essen verplaatsten wij ons te voet of met het openbaar vervoer. Maar veruit de meeste van de bovengenoemde 5 miljoen bezoekers verkennen het gebied met de fiets. En dat is niet zo gek, want sinds 1998 verbindt de 'Route der Industriekultur' grote en kleinere attracties met elkaar in een rondreis van zo'n 700 kilometer aan fietspaden langs een verrassend groen stadslandschap. Daarnaast zijn er 25 kortere themaroutes, die specifiek zijn gewijd aan de mijnbouw-, scheepvaart- of spoorweggeschiedenis in de regio. 




Zeche Zollverrein in Bauhaus-stijl

Een van de hoogtepunten van die industriële route is Zeche Zollverein: een eind jaren twintig in Bauhaus-stijl gebouwde steenkoolmijn (zeche = mijn) in het noordelijke deel van de stad Essen (Vandaar Essen!). De Zollverein-mijn, die in 1986 werd stilgelegd, is de eerste en tot nu toe enige Unesco-werelderfgoed-locatie in het Ruhrgebied. "De mijn gold niet alleen als de modernste, maar ook als de mooiste ter wereld." En het was ook nog eens de best presterende diepe steenkolenmijn 'vertelt' de website vol trots. En nu dus heel mooi vernieuwbouwd en gerenoveerd mét een Nederlands tintje, want op het terrein herbergt de voormalige kolenwasserij het Ruhr Museum en dát is een (verbouw-)ontwerp van 'onze eigenste' Rem Koolhaas. Met name de gigantische uitwendige en oranje gekleurde roltrap van het museum valt in het oog.

In dat Ruhr Museum kan de bezoeker aan de hand van ongeveer 6.000 expositiestukken de geschiedenis van de industrialisering volgen, met die van de mijnbouw in het bijzonder. Volgens de site van het museum volgt de bezoeker een wandeling van het heden naar het verleden. Maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat wij niet binnen zijn geweest. Die mijnbouw-geschiedenis is 'niet echt mijn ding' (om met Paulien Cornelisse te spreken) en mijn (onze) interesse ging meer uit naar het - ook op het industriële terrein gelegen - Red Dot Design Museum.





Van alles één, maar wel van álles...

In het Red Dot Design Museum draait het om design, met als doel om goed design en de kwaliteit van voorwerpen te promoten. Alle nieuwe producten zijn immers ontworpen, maar wát maakt het goed, knap en/of slim: that's the question? Jaarlijks reikt het Museum de Red Dot Design Awards uit in heel veel verschillende categorieën en het complete assortiment van die prijswinnaars wordt vervolgens in het museum tentoongesteld. Dus van alles één, maar wel van álles. Innovatieve en welgevormde alledaagse voorwerpen uit ongeveer 50 landen. 
Om een voorbeeld te geven: Nederland won dit jaar maar liefst 26 Red Dot Awards*.

* En waarmee dan? Op internet heb ik de volgende drie kunnen vinden (bron Marketing Tribune). Reisplatform 'iFly KLM Selections' won in de categorie 'best website' en de inzendingen van ING Mobiel Betalen (categorie Apps) en Triggi (categorie 'Interface & user Experience Design' (wat dat ook moge zijn) werden ook bekroond met een 'Rode Stip' 2017, die 27 oktober jl. in Berlijn werden uitgereikt.

Ja, en nu mijn bezwaar bij dit museum. (Let wel: mijn bezwaar...). En nee, ik moet het anders zeggen: ik had hooggespannen verwachtingen met het idee van een museum barstensvol met design-objecten, zoals meubilair en interieur-accessoires. Ik hoopte op een feest van herkenning en hebberig makende objecten en voorwerpen. Maar helaas: met dat vooruitzicht kwam ik bedrogen uit, want dat is er haast niet. Uiteraard zag ik er een (bureau)stoel die een prijs gewonnen had. Hetzelfde geldt voor een vaas, bed, tafel et cetera. Maar verder (van alles één, maar wel van álles) een vernieuwende USB-stick, een goed doordachte nieuw soort knal-pijp voor een auto, innovatieve plafondplaten, een multifunctioneel fornuis, een buggy, meerdere typen (kokend-)waterkranen, een complete Audi (volgens mij was het een Audi), keukenmachines, een grensverleggend nieuw soort schroefje, allerlei verschillende audio/visuele-gadgets....






En natuurlijk: dat is ook design. Dat zijn ook producten waar ontwerpers zwaar op hebben zitten broeden. Slapeloze nachten, brainstormsessies en denktanks. Maar ik had wat anders verwacht. Mooie dingen. Dingen waar ik gelukkig van word. En dat is niet van schroefjes of USB-sticks.
(Eigen schuld, dikke bult en) mijn leermomentje: ga vooral met open vizier en een blanco verwachting naar een museum.
Amen....! :-)

Je houdt nog een verslag van ons bezoek aan Museum Folkwang tegoed. Een mooi museum en dat verslag heeft ook al een klein chauvinistisch tintje (denk Van Gogh en Mondriaan)....


-X-


Have a nice day!





Alle (iPhone 6) foto's: www.agreylady.nl (behalve de 1ste).
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature