'Art Brut' in het Outsider Art Museum: kunst door buitenbeentjes

13 maart 2019
Tegendraads, intuïtief, paranormaal of een combinatie daarvan, met als grootste gemene deler dat het spontaan en gevoelsmatig moet zijn ontstaan. Ook hedendaagse volks- en naïeve kunst (door zondagsschilders of moderne primitieven) kun je eronder scharen. Outsider Art - want daarover heb ik het hier - is een containerbegrip dat toepasbaar is op een waaier van verschillende kunstuitingen.
Pure expressie, dat is waar het om draait. Niet gebaseerd op theoretische principes en zeker niet geschoold en/of (bij)geschaafd op een artistieke opleiding of kunstacademie. Vrije uitingen die zijn ontstaan vanuit ervaringen, voorstellingen, fascinaties en fixaties, droombeelden en angsten. "Outsider Art wordt niet bedacht, maar gedaan."

In het Outside Art Museum zie je 'Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst': 150 kunstwerken van 'buitenbeentjes' die halverwege de vorige eeuw de culturele beau monde in Parijs choqueerden.
Ik liet mij ter plekke informeren en maakte het navolgende artikel. Lees je mee?



1. Aloïse Corbaz, 'Scene met een gebloemde kus in gouache', 1947. Foto: Atelier de numérisation, Ville de Lausanne.1947. 2. Uitspraak van Jean Dubuffet: 'ware kunst duikt altijd op daar waar je het niet verwacht'. 3. Fleury-Joseph Crépin, 1947.
Het Outsider Art Museum is sinds maart 2016 ondergebracht in het mooie 17de eeuwse Amstelhof, waar ook de Amsterdamse dependance van de Hermitage huis houdt. Gelegen aan de kade van de Amstel nabij de Stopera, toont het museum "verrassende, niet-gepolijste kunst van mensen met een bijzondere achtergrond", aldus het museum.

Dus eerst maar even over die term 'Outsider Art'. Na raadpleging van Wikipedia blijkt dat dit begrip in 1972 werd bedacht door kunstcriticus Roger Cardinal als het Engels synoniem voor Art Brut. En Art Brut op zijn beurt, ('brut': Frans voor rauw, onbewerkt, onbeheerst) werd in '48 geïntroduceerd door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet. Hij gebruikte deze term om kunst te beschrijven van "meestal autodidactische kunstenaars die de regels van de conventionele kunstwereld negeren of afwijzen" en hij doelde daarmee op mensen met een verstandelijke beperking. Tenminste? Dat is de hedendaagse en politiek correcte term, maar in zíjn tijd zouden deze personen "gekken en dwazen" genoemd worden, of - in de bewoording van Dubuffet himself, als "fundamenteel asocialen".

buitenbeentjes

Goed. Terug naar Jean Dubuffet: bedenker van de term Art Brut en groot liefhebber. De Franse kunstenaar (1901 - 1985) - die zelf wel artistiek geschoold was aan de kunstacademie in zijn geboortestad Le Havre - werd in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw vooral bekend als schilder, tekenaar en graficus en later in zijn carrière als beeldhouwer van (buiten)sculpturen. Vaak wit, met dikke zwarte contourlijnen rond 'cellen'  in rood en blauw.
En wil je een geheugensteuntje over wie Dubuffet ook alweer was? In juli 2017 maakte ik een blogpost over de kunstenaar naar aanleiding van tentoonstellingen van zijn werk in de tuin van het Rijks-, en ín het Stedelijk- en Outsider Art Museum. Dat verslag lees je hier






1. Antinéa, 'Driehoek van de Waarheid', 1948. Fleury-Joseph Crépin, 1947. 2. Marguerite Sirvins, ca. 1944-49. 3. Tekst op de catalogus bij de expo in Galerie René Drouin, Parijs, 1949 ("Art Brut heeft de voorkeur boven culturele kunst"). 4. Henri Salingardes, 1936-43. 5. Jeanne Tripier, 1935-39. 6. Raymond Oui (Raymond R.), 'Meneer Ja Ja', ca. 1948.
Dubuffet was een groot bewonderaar van de intuïtieve en authentieke manier van werken van psychiatrisch patiënten, kinderen en autodidacten. Hij zag zichzelf creatief het liefst als één van hen: als collega-kunstenaar. Die onaangepaste en onbedorven creativiteit en de zeggingskracht van het werk vormde ook voor avant-gardistische kunstenaars zoals Dali en Picasso en voor de kunstenaars uit de CoBrA-groep: Appel, Constant en Corneille, een grote bron van inspiratie. Ook bij hen was het te doen om het hervinden van de directheid, het spontane en impulsieve dat zijzelf door de 'theorie' waren kwijtgeraakt.

trivia

(In de categorie 'leuk weetje, onzinnig feitje': Karel Appel schilderde enige tijd met zijn linkerhand, terwijl hij van nature rechtshandig was. Hij wilde zijn werk iets van de ongetrainde spontaniteit meegeven. "Mijn rechterhand", zei hij, "heeft op de kunstacademie gezeten". (Bron: Colin Rhodes uit Reflecties, Stedelijke Collectie).

zondagsschilders

Vanaf 1945 - direct na de Tweede Wereldoorlog - bouwde Dubuffet zijn eigen Art Brut-verzameling*  op. In zijn zoektocht naar nieuwe werken bezocht hij psychiatrische instellingen, zieken- en opvanghuizen en gevangenissen en speurde hij naar voorbeelden van de 'primitieve' en naïeve volkskunst. Het enige criterium was dat het 'oprechte' werken moesten zijn. Onversneden, onvervalste uitingen, die volgens Dubuffet "het bewijs waren dat deze kunstvorm een plaats verdiende in de kunstwereld. De gevestigde uitgangspunten, de academische blik en standaarden moesten omver worden geworpen ten gunste van een nieuwe, zuivere en spontane kunst", lees ik in de bij de tentoonstelling uitgebrachte catalogus.
* Zijn collectie is nu ondergebracht in de Collection de l’art brut in Lausanne in Zwitserland. 






1. Somuk, ongedateerd. 2. Fleury-Joseph Crépin, 1939-40. 3. Pascal-Désir Maisonneuve, 'De Tartaar', 1929-30. 4. Willi Otto Gappisch, 1946. 5. Gaston Chaissac, 'De dominee van Tournesac: de heer Robert Giraud', 1948. 
In 1949 organiseerde hij vanuit die groeiende collectie een tentoonstelling bij zijn vriend René Drouin in diens toonaangevende galerie in Parijs. De expositie bestond uit een selectie van ruim 200 werken uit zijn verzameling 'Compagnie de l’Art Brut'. Het was de eerste keer dat Art Brut; het werk van les imbéciles of "gedegenereerden" aan een breed publiek werd getoond. 

choquerende kunst

En zoals te verwachten was, riepen de in Galerie Drouin getoonde kunstwerken nogal felle reacties op. En dat is een understatement. Want deze 'creatieve' uitingen werden vooral geassocieerd met het ontbreken van elke artistieke kwaliteit, een idee dat in alle toonaarden werd bestreden door Dubuffet, die met zijn tentoonstelling precies het tegendeel wilde aantonen. Hij verdedigde het idee door te verkondigen dat Art Brut te verkiezen was (is) boven de 'elitaire, culturele' kunsten. Veel beter dan de uitingen van 'creatieve decadentie en de oververfijning'.
Zijn bedoelingen gingen veel verder dan het rechtvaardigen van deze zogenaamde 'nieuwe kunstvorm'. Hij wilde de 'primitieve' werken 'omduiden' en de manier van kijken naar deze, maar eigenlijk álle kunst, vernieuwen.
De tentoonstelling werd beschouwd als een revolutie in de kunst en heel veel van die werken die toentertijd de Parijse kunstwereld schokte, zijn nu - zeventig jaar na dato, voor het eerst te zien in de expositie in het Outsider Art Museum. 



1. Miguel Hernandez, 1947. 2. Berthe Urasco. 3. Joseph Degaudé-Lambert, 18e eeuw.
Voor hen die geïnteresseerd zijn in de vaak ontwapende, soms onnavolgbare Outsider Art dan is de tentoonstelling 'Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst' een must see.
Klein puntje van kritiek. De expositie is nogal donker. Niet zozeer qua beleving (de kunst is niet per se deprimerend), maar - geheel praktisch - er is weinig licht op zaal.


-X-


De tentoonstelling is te bezoeken tot en met 25 augustus aanstaande. En zoals altijd luidt het advies: kijk even op de site voor bezoekersinformatie. 

Ik bezocht de Hermitage aan de Amstel op een grauwe, winterse februari-dag....
Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature