'On the Move': kinetische kunst in het Gorcums Museum

22 augustus 2020
Kinetische kunst kun je omschrijven als werk waarbij beweging de essentie is. Soms is die actie suggestief, vaker is het échte opschudding: dan draait, wenkt, trilt, kantelt, schuift, wiebelt, flitst en/of pulseert het artistieke werkstuk. Hortend en stotend en dikwijls met geluid, soms zelfs oorverdovend.
In het Gorcums Museum is het een al beweging in een tentoonstelling die de naam 'On the Move' meekreeg. Afgelopen week reisde ik af naar het Zuid-Hollandse vestingstadje en stak mijn licht op al kijkende naar bewegende beelden van tweeëntwintig kunstenaars.
Benieuwd? Kijk en lees dan verder...



1. Cas Beijers, A one minute square in 12 hours, 2019. Foto via Gorcums Museum. 2. Nico Parlevliet, Tuning, 2010. 3. Zoro Feigl, Lunar, 2018.
Go-rin-chem of Gorcum, wat is het nou? Over de herkomst van de naam van het uit de Middeleeuwen stammende vestingstadje is men het (nog) niet eens, wel hoe je het uit dient te spreken en dat is gewoon Gorcum. Mooi, dan is dát uit de wereld.

Afgelopen week meldde ik mij bij de entree van het imposante neo-classicistische, voormalige stadhuis op de Grote Markt alwaar het Gorcums Museum sinds 1995 is gevestigd. Op die bewuste, snikhete dinsdag zaten de terrassen op het marktplein vol: ik verkoos de koelte in het kunstpaleis en trof er zo'n typisch, ietwat gezapig stadsmuseum. Een 'schatkamer' met kunstwerken en voorwerpen die vertellen wat er zich door de eeuwen heen in die betreffende gemeenschap heeft afgespeeld en in dit geval dus over Gorcum. Het museum toont een greep uit hun - naar eigen zeggen - "illustere verleden, met kunst uit verleden en heden én voorwerpen uit de stadsgeschiedenis."

Want heb jij wel eens gehoord van de Martelaren van Gorcum? Ik - toch Rooms-Katholiek opgevoed - niet. Blijkbaar waren er tijdens de Reformatie in de 16e eeuw negentien plaatselijke geestelijken die niet van plan waren hun hoofd te buigen voor de (in hun ogen) wilde horden, zijnde de Protestantse watergeuzen. Het liep slecht met ze af: ze werden allemaal gevangen genomen, gefolterd, in juli 1572 bij Den Briel opgehangen en vervolgens werden hun lichamen ook nog eens verminkt. Dat waren nog eens bloederige tijden.
Voor hun getoonde standvastigheid werden ze wel postuum beloond: in de negentiende eeuw werden zij door de toenmalige Paus heilig verklaard. In het Gorcums Museum zie je een kleine expositie over de lotgevallen van deze onwankelbare stadsgenoten.

on the move

Goed. Ik ben hier voor 'On the Move'. En ik zeg het maar alvast: het is een kleine, maar fijne tentoonstelling. Zeker de moeite waard voor hen die wel van wat actie en dynamiek in de kunsten houden. En het is allemaal hedendaags: de twee oudste 'geknutselde' sculpturen dateren van 1977 en zijn van de hand van Gerrit van Bakel (1943-1984). Met uitzondering van de Duitser Günter Haese (1924-2016) zijn alle deelnemers Nederlandse kunstenaars. Of zijn het wetenschappers? Uitvinders?




4. Henk Stallinga, Fanscreen, 2016-2018. 5. Martens & Visser, ECHO mirrors, 2019. 6. Gerrit van Bakel, Dag- en nachtmachine, 1977. 7. Nico Parlevliet, Swinging Scallops, 2015. 
We beginnen met 'een stukje' theorie. Kunst wordt kinetisch genoemd als er beweging in het kunstwerk óf in het hoofd van de toeschouwer wordt gebracht. In eerste instantie maakten de pioniers van deze kunstvorm namelijk objecten die helemaal niet bewogen, maar waar de positie van de kijker er voor zorgt dat het beeld voortdurend verandert. De toeschouwer krijgt daarbij de illusie van beweging en die stroming heeft later de naam optical art, dus op-art gekregen. Goede voorbeelden daarvan zijn de kunstwerken van Victor Vasarely en Bridget Riley

optisch bedrog met bedoelde bijwerkingen

Hoewel kunstenaars door de eeuwen heen het effect van beweging wilden verbeelden, is het Marcel Duchamp die in 1913 het eerste, écht mobiele werk creëerde. Hij maakte 'Roue de Bicyclette': een fietswiel met de as en voorvork gemonteerd op een houten kruk. Draaibaar en daarmee was de kinetische kunst geboren.
De beweging wordt altijd in gang gezet door natuurkracht, zoals lucht/wind of water, door mechaniek, bijvoorbeeld een motortje, magneten óf middels het edele handwerk. Voetenwerk. Mensenwerk. Tegenwoordig kan de overbrenging ook in gang gezet worden door digitale techniek, dus computergestuurd. Ook kennen we sound art waarbij sprake is van klankopwekking. Tenslotte kan ook video art gerekend worden tot de kinetische kunst.  

Na Duchamp kwam Alexander Calder die rond 1930 zijn, door luchtcirculatie bewegende werken 'mobiles' noemde. "Een mobile is een vrijhangend, uitgebalanceerd, ogenschijnlijk niet aan de wetten van de zwaartekracht onderworpen object, waarbij wind, zelfs al een lichte luchtstroom, een beweging veroorzaakt", aldus de online encyclopedie. En iedereen kent ze.

bouwmarkt- en schroothoop kunst

Grote bekendheid kreeg Jean Tinguely en voor mijn persoon de eerste kennismaking met het fenomeen kinetische kunst. En wat voor een! Mijn enthousiasme werd gewekt in de expositie 'Machinespektakel' in het najaar van 2016 in het Stedelijk Museum Amsterdam en sindsdien ben ik om. (Uiteraard maakte ik over mijn belevenis een blogpost).




8. Job Koelewijn, (still uit) Sur Place, 2003. 9. Piet Goede, Zonder titel, ongedateerd. 10. Marco van Trigt, Black Wave, 2020. 11. Henk Stallinga, Dark Hearted, 2017. 
In het Gorcums Museum zie je sinds 2 juni een mooie selectie bewegende beelden. Van alles wat: zacht ruisende machinerieën, 'psychedelische' sculpturen, nauwelijks met het oog waarneembare actie, licht- of (soms kneiterharde) geluidseffecten, grappige of diepzinnige vondsten, bekijkenswaardige video's. 

bewegingsleer  

Soms dus heel subtiel, zoals het apparaat 'Dag- en nachtmachine' (1977) van de al eerder genoemde Gerrit van Bakel (foto 6). De energie die zijn machine in beweging zet ontstaat door uitzetting en inkrimping door het verschil in temperatuur tussen dag en nacht en daardoor is de verandering slechts enkele millimeters.
Nee, dan het grove geweld en de brute kracht van Merel Holleboom die - letterlijk en figuurlijk - met haar vuist op tafel slaat. Het mechanisme van 'Het moment van Genoeg' (2012) is expres uitgezet - je kunt de werking zien op een video - want de vaart waarmee de knuist op tafel belandt zou tot ongelukken kunnen leiden. Daarnaast oorverdovend en daardoor heel symbolisch (foto 12).
Fijn (goed) dat er ook een aantal kunstwerken van vrouwen te zien zijn.

is het kunst of techniek?

Grappig en goed gevonden is 'A one minute square in 12 hours' (2019). De vier klokken zijn zo afgesteld dat er slechts twee keer per etmaal een door de wijzers gevormd perfect vierkant verschijnt en slechts één minuut durend, want dan tikken de klokken weer door. Volgens kunstenaar Cas Beijers "een minuut van perfectie" (en zie 1e foto).
Daarentegen is de kunst van Bart Jansen controversieel. Tenminste? Not to my taste, maar dat moet iedereen natuurlijk voor zichzelf weten. Jansen is bekend geworden omdat hij van zijn overleden kat (genaamd Orville) een drone bouwde. Samen met technicus Arjen Beltman heeft hij inmiddels een geprepareerde (dus opgezette) struisvogel, ratten en een haai omgevormd tot vliegende objecten (zie foto's 13 en 14). Tja...?

Op een andere manier fascinerend is de video 'Sur Place' (2003) van Job Koelewijn (8). "We zien een wielrenner die stilstaand op zijn fiets (het is meer 'balancerend') tijd en beweging lijkt te bevriezen", aldus de zaaltekst.

 



12. Merel Holleboom, Het moment van Genoeg, 2018. 13. Bart Jansen: Still uit de video over 'De Orvillecopter' en 14. Bart Jansen, Proctorcopter (een 'vliegende' rat). 15. Peter Bergenhenegouwen, Schuivend perspectief, 2011.
Tot zover de kunst met een eigen wil in 'On the Move'.
Goed om te weten is dat je in sommige gevallen het mechanisme zelf mag bedienen (neem dan wel een handschoentje mee bij de balie).


-X-


De tentoonstelling in het Gorcums Museum is te zien t/m 22 november. Kijk voor je op pad gaat eerst even op de website voor bezoekersinformatie. Zo hoef je in dit museum geen tijdslot te reserveren (dus spontaan binnenlopen kan), maar hebben ze wel beperkte openingstijden (momenteel van 13.00 tot 17.00 uur).


16. Nico Parlevliet, Drie Gratiën op zonne-energie, 2020. 17. In de entree van het museum: Merel Holleboom, Low Level Jet, 2012. 
Tekst en alle (iPhone)foto's @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, behalve foto 1.

Claudy Jongstra met 'Inner Vitality', 'Ars Longa Vita Brevis' én meer in Rijksmuseum Twenthe

15 augustus 2020
In mijn vorige blogpost leidde ik je door de zes ruimten waar 'Picasso & Matisse. Beauty is a Line' te zien is: bij deze gelegenheid richt ik mij op de overige dertig zalen van het veelzijdige Rijksmuseum Twenthe. En ja, je leest het goed: dertig, dus werk aan de winkel. 

Zo vertel ik je over de geschiedenis van het Enschedese kunsthuis, de textiele werkvormen van Claudy Jongstra in de expositie 'Inner Vitality', de Schatkamers, (meer) spannende combinaties in 'Ars Longa Vita Brevis' en het werk van Ben Akkerman. Stuk voor stuk presentaties met hoge kijkcijfers en voor ieder wat wils.
Klaar voor de start? Af....!



Claudy Jongstra. 1. Portretfoto @ HeleenHaijtema. 2. en 3. Installatie 'Inner Vitality' in Rijksmuseum Twenthe. 
"Het Rijksmuseum Twenthe heeft de rijkste en de mooiste kunstcollectie van Oost Nederland. Geniet van de wisselende tentoonstellingen van hedendaagse-, moderne- en klassieke kunst." Met deze goedbedoelde op-de-borst-klopperij promoot de website uit-in-enschede-punt-nl het eigen kunsthuis. Nou ja, eigen, eigen? Het is een van de zestien rijksmusea¹, dus feitelijk is het gebouw plus de complete inboedel en opslag van alle, ruim 17 miljoen Nederlanders. 
Het museum is wel regionaal ontstaan en te danken aan textielbaron Jan Bernard van Heek (1863-1923) die met een bij elkaar gespaard kapitaaltje én een verzameling van ongeveer tachtig kunstwerken de basis legde voor de stichting van een 'monument voor kunst en cultuur'. Het leven behoefde immers nog andere dan materiële zaken, aldus de succesvolle ondernemer. (Hear, hear)!

museum van de verbeelding

Zeven jaar na zijn dood - namelijk in 1930 - werd het gebouw, ontworpen in een Twentse, vrij onopvallende villastijl* opgeleverd en door de weduwe Van Heek in eigendom overgedragen aan de Nederlandse Staat. Uiteraard is er sindsdien wel het een en ander aan bijgebouwd en gerenoveerd (zoals het museumcafé in de binnentuin ontworpen door starchitect Ben van Berkel).
De kunstcollectie werd in de negentig jaren van zijn bestaan voortdurend uitgebreid, want ook andere weldoeners - meer textiel-'fabrikeurs' (zoals ze in de streek werden genoemd), verzamelaars en kunstenaars schonken aan het museum, waardoor het vaste arsenaal - bestaande uit kunst en kunstnijverheid vanaf de 13e eeuw tot nu - heden ten dage uit plusminus zesduizend kunstwerken bestaat. En met dat rijke openbare kunstbezit wil het museum graag 'het museum van de verbeelding' zijn. 
* desondanks wel een rijksmonument.

Het kende ook tegenslagen. Op 13 mei 2000 werd de Enschedese wijk Roombeek getroffen door de grote vuurwerkramp. Het museum - aan de rand van dat stadsdeel - liep dusdanige schade op dat het voor herstelwerkzaamheden een jaar de deuren moest sluiten. Maar "als door een wonder bleef de collectie onbeschadigd."





4. Zaaloverzicht 'Schatkamers' met werk van Claudy Jongstra. 5. Portrettengalerij in eclectische salonstijl. 6. Johannes Cornelisz Verspronck, portretten van onbekende man en vrouw, ca. 1640-1641.
Kunst in het kabinet door Bart Hess met als thema 'Begeerte': 7. Glaswerk van Willem Heesen. 8. Zuidelijke Nederlanden, Hercules in gevecht met de reus Antaeus, ca. 1520.
Tot zover zijn ontstaansgeschiedenis: we gaan door naar de exposities die er momenteel te zien zijn (naast 'Beauty is a Line'). En dan begin ik met de vertoning van het tactiele werk van kunstenaar en stofontwerper Claudy Jongstra (NL, 1963) en gezien haar kunstzinnige specialisatie zeer op haar plaats in dit voormalig textiel-industriegebied.

In 2019 uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar, is deze ambachtsvrouw bekend geworden met haar artistieke viltproducties. Sinds het begin van haar carrière in de 90er jaren ontwerpt Jongstra vanuit haar studio in Friesland bijzondere wandtapijten en -bespanningen van verviltingen van de wol van haar eigen Drentse heideschapen. En kan het natuurlijker? Ook de kleurstoffen die Jongstra gebruikt zijn eigen kweek en gemaakt van inheemse, traditionele (verf)planten en kruiden die zij verbouwt aan een dijk dicht bij de Waddenzee.
Jongstra's kijk op vilt is groots: Ze maakt bij voorkeur installaties voor musea en publieke gebouwen en dan van enorme proporties. In de Openbare Bibliotheek in Amsterdam hangt bijvoorbeeld een 60m² groot wandgebeuren.

plant-aardige stijgbeelden

"Deze zomer maakt Claudy Jongstra de vitaliteit en de natuurlijke energie zichtbaar van kruiden en planten", aldus de folder van het Twentse Rijks. "Onder de noemer 'Inner Vitality' ontwikkelde ze een deel van de nieuwe museumtuin (nu - hoogzomer op zijn mooist met een geweldige bloemenzee) en een betoverende ruimtelijke installatie van meer dan 400m²."

De beschrijving van wat Jongstra's installatie dan precies behelst, is nogal vagelijk. Jongstra maakte gebruik van zogenaamde (en op de antroposofie gebaseerde) 'stijgbeelden" en nu komt het: "een techniek waarbij de levenskracht van gewassen wordt vertaald in betoverende, visuele patronen. Als een hedendaagse alchemist maakte ze op poëtische wijze het belang zichtbaar van een vitaal bodemleven voor alles wat groeit" (tot zover en zie foto 2 en 3).
Jaaa???

Nu moet ik toegeven dat het imposante werkstuk zich ook lastig laat schetsen. Ik doe een poging. In de grote zaal hangen enorme doeken die aan de onderkant gedipt lijken te zijn in verschillende plantenaftreksels en kruidenextracten. Zoiets. Maar deze omschrijving is dan weer erg kort-door-de-bocht, want het is veel ingewikkelder dan dat. Iets met zilvernitraat, filtreerpapier en dat dan blootgesteld aan licht. Kortom: ik ben het spoor bijster als schei- en natuurkunde-nitwit.
Geeft wel een mooi effect, dus gewoon op je in laten werken (en verder geen vragen stellen...). 😬





9. en 10. Het kabinet door L.A. Raeven met 'Mindless Living II', 2014 en 'Mindless Living I', 2010. 11. Zaaloverzicht van Berend Strik: Het mysterie en het verlies daarvan. 12. Philip Vermeulen: 'Spelen en beteugelen', met '10 meters of sound', foto: Rijksmuseum Twenthe. 13. Anne Wenzel: "Macht en onmacht'. 
Ook op andere plekken in het museum zie je werk - bestaand en nieuw - van Jongstra. Zoals in de vaste-collectie-selectie, de zogenaamde 'Schatkamers'. Daar toont het museum, onderverdeeld in een aantal thema's (portretten, landschappen etc.) wat het zoal in huis heeft aan kunststukken. Vaak heel verrassend gecombineerd en (dus) een kolfje naar mijn hand. Doe mij maar lekker eclectisch, juist dán wordt het spannend.

la condition humaine

En dat brengt mij op een andere vertoning, namelijk die van Ars longa, vita brevis en dat is Latijn voor 'de kunst is lang, het leven kort'. Ook wel: kunst blijft langer bestaan dan een mensenleven en dat is een waarheid als een koe.
Ook dit is een collectiepresentatie, maar hier is de aanpak als volgt. (En ik citeer:) negen hedendaagse kunstenaars* tonen werken uit de museumcollectie in relatie tot een nieuw of bestaand werk van henzelf. Het zijn negen opeenvolgende kabinetten waarin de kunstenaars het verhaal vertellen van 'La condition humaine', de menselijke conditie in de 21e eeuw.
* De negen kunstenaars zijn Bart Hess, L.A. Raeven, Berend Strik, Philip Vermeulen, Anne Wenzel, Peter Zegveld, Karin Arink (i.s.m. Renée Kool), Armando en Silvia B.

Uit de titel en beschrijving kun je al opmaken dat deze presentatie filosofisch van aard is en dat is ook af te meten aan de openingszin van de zaaltekst. Daar staat een uitspraak van een kunstenaar genaamd Joost van den Toorn (NL, 1954 en zelf geen deel uitmakend van de expositie) en die gaat zo. "Religie en humor zijn strategieën om er niet aan te hoeven denken dat we doodgaan, kunst verleidt ons om dat juist wel te doen." Kunst als middel om de dood in de ogen te kijken.

Goed. Dat voor wat betreft de theorie, want hoe die negen kunstenaar handen en voeten geven aan het thema, voert te ver om hier uit de doeken te doen. We gaan gewoon genieten, want neem van mij aan: elk kabinet heeft wel een paar verrassingen achter de hand. (En soms ook moeilijk in foto's te vangen, zoals de geweldige kinetische installatie van Philip Vermeulen, '10 meters of sound', zie foto 12).


14. en 15. Ben Akkerman.
Tot slot is er nog een kleine voorstelling te zien met het werk van de Enschedese kunstenaar (en bij leven gemeenteambtenaar) Ben Akkerman (1920-2010) als eerbetoon en ter gelegenheid van zijn 100e geboortejaar.

Ik heb toch niks teveel gezegd met dat 'voor ieder wat wils'? Dus een aanrader? Nou en of!
In Rijksmuseum Twenthe krijg je waar voor je geld. Grote porties en 'all you can (eat) art'! Maar pas op: verzadiging dreigt. Ik moest wel een dagje 'uitbuiken'. 😋


-X-


Fijne dag!

¹ rijksgesubsidieerde musea zijn: 
Amsterdam: Rijksmuseum, Van Gogh Museum, Scheepvaartmuseum;
Den Haag: Mauritshuis, Rijksdienst Kastelenbeheer (met de Gevangenpoort, Muiderslot, Slot Loevestein), Museum Meermanno, Museum Mesdag;
Leiden: Rijksmuseum Boerhaave, Natuurhistorisch Museum, Rijksmuseum van Oudheden, Koninklijk Penningkabinet, Museum voor Volkenkunst (incl. het Tropenmuseum, Amsterdam en het Afrika Museum, Berg en Dal);
Utrecht: Het Catharijneconvent;
Otterloo: Kröller-Müller;
Apeldoorn: Paleis Het Loo;
Enkhuizen: Zuiderzeemuseum;
Arnhem: Openluchtmuseum;
Enschede: Rijksmuseum Twenthe.


16. Zicht op de binnentuin met het museumcafé door Ben van Berkel.
Tekst en alle (iPhone)foto's @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, behalve foto 1 en 12: zie bijschrift. 

Picasso & Matisse: 'Beauty is a line' in Rijksmuseum Twenthe

8 augustus 2020
Nooit geweten dat er zoveel te zeggen valt over 'de lijn' in de beeldende kunst (in ieder geval reden tot veel hoofdbrekens onder generaties kunstwetenschappers). Ik heb mijn lesje geleerd: vorige week bezocht ik het mooie Rijksmuseum Twenthe, alwaar - naast andere interessante presentaties - de expositie 'Picasso & Matisse. Beauty is a line' over de lijn in de moderne en hedendaagse kunst te zien is.
Lijnen in allerlei vormen: spontane krabbels, zwierige serpentinestreken of slaolielijnen, klassieke, sierlijke contouren en in grote lijnen terug te vinden in het werk van Pablo Picasso, Henri Matisse en vele anderen.

Ik hou je niet langer aan het lijntje: tijd voor interessant lijnenspel. 😉



1. Picasso: laatste litho van de serie 'De Stier', 1946. 2. Zaaloverzicht. 3. Matisse, Het paard, de ruiter en de clown, 1947.
Droedels en andere, soms gedachteloze krabbels. Zo teken ik op een kattebelletje aan mijn (allerliefste) hulp in huis, steevast een smiley of - indien toepasselijk, zoals nu - een stralend zonnetje."Sinds mensenheugenis worden lijnen gebruikt om uiting te geven aan een gedachte of een gevoel." Aldus luidt de eerste zin van het voorwoord in de catalogus bij de expositie in Rijksmuseum Twenthe. "Of dat nu een grottekening, hiëroglief, geschreven letter (dat is immers ook een lijn) of een 20ste eeuws schilderij is: de lijn is een krachtig communicatiemiddel. Met een simpele pennenstreek kan een herkenbaar gezicht, object of figuur op papier worden gezet."
(Goed voorbeeld daarvan is het werk van de Italiaanse striptekenaar en animator Osvaldo Cavandoli. Hij creëerde 'La Linea' (de lijn), een tekenfilm waarin bijna alles bestaat uit één enkele lijn, dus zowel de hoofdpersoon Mister La Linea, als alles wat het figuurtje tijdens zijn avonturen tegenkomt).

de emancipatie van de lijn

En juist het weergeven van de expressie - het gevoel, de emotie - werd vanaf het begin van de twintigste eeuw de missie van beeldend artiesten. Door de uitvinding van de fotografie hoefde de kunst zich immers niet meer bezig te houden met het zo realistisch mogelijk weergeven van de werkelijkheid. Wilde je levensecht, dan kon je net zo goed een foto maken, dus waarom moeilijk doen? De waarneembare realiteit werd door de moderne kunstenaar steeds vaker vervangen door een gevoelde of zelfbedachte 'waarheid': de eigen verbeeldingskracht.

Sindsdien begint een tekening of schilderij meestal met lijnen en werd die lijnvoering een doel an sich. Na de wiskundige, 'academische' lijnen van het zuivere perspectief, werd juist de vorm van de lijn een beeldbepalend element. "Want bedenk: hoe geef je die moderne, hoogst persoonlijke beelden weer, als je je steeds minder baseert op de visuele werkelijkheid die we met elkaar delen?" (Leert ons museumdirecteur Arnoud Odding in de catalogus). Ook dán is er geen ander 'hulpmiddel' dan de lijn, maar wel volledig vrij toegepast.




4. Jan Sluijters, Halfnaakt (vrouw van de schilder), ca. 1912. 5. Zaaloverzicht. 6. Twee maal Pablo Picasso: (l.) Françoise, 1946 en (r.) Vrouw met halsketing, 1947. 7. Charley Toorop, Zelfportret met wintertakken, 1944-1945. 
En daarvoor moet je natuurlijk bij Pablo Picasso wezen: die man heeft 'De Lijn' ongeveer uitgevonden. Tekenen was bij hem het beginpunt van het creatieve proces. En voor Henri Matisse geldt idem-dito-met-een-sterretje, zo blijkt in de expositie. Zij waren het die lijnen in het algemeen en contouren in het bijzonder steeds vrijer en speelser gingen toepassen. De lijnen zélf werden het kunstwerk (en goed te zien in hun beider vrouwentekeningen).

(Nog) een prachtig voorbeeld daarvan is de serie van 11 lithografieën genaamd 'De Stier' die Picasso maakte in 1945 en 1946. Uit de zaaltekst begrijp ik dat de Spaanse kunstenaar de reeks begon met een volledig uitgewerkte afbeelding van een stier, om die dan in tien stappen te abstraheren en uit te komen op een tekening waarop 'slechts' een silhouet van een stier, maar nog steeds overduidelijk als zodanig herkenbaar (zie foto 16 en 17). Ik dacht trouwens dat het precies andersom was: dat hij was begonnen met de litho met contouren van de stier (foto 1) en dat de kunstenaar die vervolgens steeds verder uitwerkte. Dat leek mij zoveel logischer (niet dus, want dat is zóóó voorbije eeuwen).
"Picasso ziet kunst als de eliminatie van dat wat overbodig is" en precies dát zie je zo geweldig verbeeld in die stierenserie.

in hoofdlijnen lineair

Niet dat alle geshowde kunstwerken het belang en de betekenis van de lijn overduidelijk ten toon spreiden. Lang niet alle schilderijen geven zich zo makkelijk gewonnen. Wat doet bijvoorbeeld Charley Toorop's 'Zelfportret met wintertakken' (zie foto 7) op de presentatie, anders dan dat het heel expressief is? Of Jan Sluijters' creatie 'Larens landschap met oktoberzon' (foto 11)? Nou ja, van die laatste begrijp ik het wel. Door de gebruikte techniek - die kleine streepjes - abstraheerde Sluijters een realistische gegeven.

Er hangen ook nogal wat schilderwerken van de Duitser Ernst Ludwig Kirchner waarvan je je af kunt vragen wat zij in deze vertoning te zoeken hebben. Josien Beltman (conservator hedendaagse kunst) biedt uitkomst, want zij verklaart de keuze voor Kirchner als volgt: "Het is met name de lijnvoering die het vroege werk van Kirchner een ongekende vitaliteit en energie geeft. (...) De zwierige, losse lijnenstroom geeft enorme schwung."





8. Picasso, Klein vrouwenhoofd met bloemenkroon, 1962. 9. Zaaloverzicht met werk van Matisse. 10. Matisse, Naakt met ster, 1938. 11. Jan Sluijters, Larens landschap met oktoberzon, 1910. 12. Zaaloverzicht: slaolielijnen in de Art Nouveau. 
Tot mijn verrassing en groot genoegen ook weer een werk van de hedendaagse kunstenaar Zoro Feigl (NL, 1983), gespecialiseerd in kunst- en vliegwerk (oftewel kinetische kunst). Ik weet niet wat het is, maar ik kom de man tegenwoordig overal tegen (niet in eigen persoon), maar dat is absoluut geen straf.
In Beauty is a line sta je oog in oog met het zo toepasselijke werk 'Hula' uit 2016, waarin een lint 'De Lijn' vertegenwoordigt (13 en 14). Door een motortje aan het plafond wordt een lange, oranje 'sjerp' door de museumzaal geslagen (met het effect van de lint-oefening bij ritmisch gymnastiek). Met de zweepslagen neemt het werk alle ruimte in en het beduusde publiek kan niet anders dan zichzelf tegen de muur drukken om zodoende uit de buurt te blijven van het rondzwiepende lint. Heel fascinerend: je blijft kijken en dat is wat Feigl's kunst met je doet. Met míj doet.

zweepslagen

Tot zover deze expositie, maar - let op - dan ben je er nog niet qua kunstbeleving. Het Enschedese museum heeft veel meer in petto, zo bleek bij mijn visite van afgelopen week.
Het was mijn eerste bezoek ooit (ik weet het: shame on me) en ik was blij verrast door de veelheid aan vertoningen met ieder voor zich grote vermaakswaarde. Je komt ogen tekort en overprikkeling dreigt. En om dat risico voor te zijn, hou je de rest van mij tegoed. Mijn volgende blogpost zal in het teken staan van de andere presentaties die een bezoek aan het Twentse Rijksmuseum tot een feestje maken. So stay tuned!

'Picasso & Matisse. Beauty is a line' in Rijksmuseum Twenthe is verlengd tot en met 13 september en je weet het: ga niet op de bonnefooi, maar informeer je vooraf over de specifieke bezoekvoorschriften. 


-X-


Fijne dag!






13 en 14: Zoro Feigl, Hula, 2016. 15. Ernst Ludwig Kirchner, Drie danseressen, ca. 1910. 16 en 17. Pablo Picasso, lithoreeks De Stier, 1945-1946.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Jan Mankes in Museum MORE: 'De Werkelijkheid Niet'

1 augustus 2020
Klein maar fijn en bescheidenheid siert de mens. Twee tegeltjeswijsheden die in hoge mate toepasbaar zijn op het levensverhaal én oeuvre van de honderd jaar geleden overleden kunstenaar Jan Mankes. Een man die "zo wat schilderen moest" en bekend staat om zijn verfijnde, ietwat 'glazige' schilderstukken. Bescheiden van formaat en altijd sprookjesachtig van sfeer. Haast mystiek.

Met de titel 'De werkelijkheid niet' zie je in het Gorsselse Museum MORE vijfendertig schilderijen uit eigen collectie, aangevuld met enkele bruiklenen.
Kom! "Maak kennis met het mooiste van Mankes!"



1. Anne Mankes-Zernike, 1918. 2. en 3. Zaaloverzicht.
Om Mankes’ persoon hing de zweem van een geniale kluizenaar met een ‘afkeer van luidruchtigheid’, lees ik op de website van Museum MORE. Herkenbaar, want ook ik had de indruk dat Jan Mankes (1889-1920) een teruggetrokken leven leidde op het Friese platteland. Hij zou door zijn slechte gezondheid aan bed gekluisterd zijn geweest en dat zou ook de reden zijn dat hij vooral onderwerpen schilderde die te vinden zijn in en rond het huis. Maar de werkelijkheid blijkt toch anders.

Er was altijd al grote aandacht voor de schilder - ook tijdens zijn leven en in dit 100e sterfjaar is dat nog eens opgevoerd. En uit al de literatuur blijkt dat de kunstenaar lang niet zo geïsoleerd leefde als soms wordt gesuggereerd. Zo onderhield hij actief contact met andere kunstenaars.
Vanaf het begin was hij onder verzamelaars gewild. Mankes' kunst was geliefd bij velen, met één persoon in het bijzonder. De rijke sigarenfabrikant Aloysius Pauwels uit Den Haag was groot bewonderaar en zou dan ook Jan Mankes' mecenas worden.

de dingen dichtbij koesteren

De kunstschilder had een grote passie voor de natuur en vandaar ook zijn voorkeur voor dat thema. Hij penseelde veel dieren en dan vooral vogels, maar ook bloemen en landschappen. Daarnaast maakte hij stillevens, zelfportretten en portretten van zijn dierbaren. Zijn onderwerpkeuze heeft soms wel iets 'Anton Pieckerigs' (of is dat vloeken in de kerk?).

En over de kerk gesproken... Liefde van zijn leven was Annie Zernike, die hij in 1913 tijdens gebedsdiensten in Bovenknijpe (een dorp in de gemeente Heerenveen) had leren kennen. Een interessante vrouw: zij was de eerste vrouwelijke (doopsgezinde) predikant in Nederland en later doctor in de theologie. Gelijkgestemd en zielsverwant: samen verdiepten zij zich in literatuur, poëzie, schilderkunst en theologie.






4. Jonge spreeuw, 1909. 5. Dood snipje, 1909. 6. Vader, 1914. 7. Stilleven met buffelschedel, 1918. 8. Zaaloverzicht. 9. Bouwland, 1917. 
Het stelletje trouwde in 1915 en hun leven stond in het teken van hun vrijzinnige, humanistische idealen. Ze waren overtuigd antimilitaristisch, geheelonthouders en vegetariërs. En op de een of andere manier is dat ook wel terug te vinden in de thematiek van Mankes' kunst. Een toverachtige sfeer in zijn zachte, sobere voorstellingen. Schilderijen met een hoog poëzie-gehalte. Ook door zijn manier van werken: 'meditatief', laag over laag, met een transparante, glasachtige afwerking, waardoor de witte delen wel licht lijken te geven.

Na hun huwelijk legde Annie haar ambt (tijdelijk) neer en verhuisde het koppel naar Den Haag. Als liefhebber van de schilders van de Haagse School wilde Mankes er de zee en het strand schilderen. Het was van korte duur: in 1916 vertrokken zij min of meer noodgedwongen naar Eerbeek in Gelderland, hopende dat de bosrijke omgeving zijn longaandoening - er werd tuberculose geconstateerd - goed zou doen. Aan het eind van 1918 (hetzelfde jaar dat zijn zoon Beint werd geboren) werd hij bedlegerig en overleed hij na een ziekbed van anderhalf jaar in het voorjaar van 1920 aan complicaties (de Spaanse griep?), slechts dertig jaar oud.

"ik probeerde mooie dingen te maken in allen eenvoud"

Dat is ook de reden voor zijn relatief kleine oeuvre - zo'n honderdvijftig schilderijen, honderd tekeningen en vijftig prenten. En zoals gezegd zijn er momenteel en nog tot met 25 oktober vijfendertig daarvan te zien in Museum MORE. Waar je trouwens ook terecht kunt voor de mooie presentatie 'uit eigen werk' (de vaste collectie) én - nog tot en met 20 september - Jan Beutener met 'After All', waarover ik ook een verslag schreef.

En je weet het, hé. Mocht je willen afreizen naar Gorssel voor een bezoek aan het museum, kijk dan eerst op de website voor bezoekersinformatie.


-X-


Voor de echte Jan Mankes-adepten: volgend jaar - van 25 juni t/m 26 september 2021 - zie je in Museum Belvédère de door Covid-19 uitgestelde presentatie 'Jan Mankes - De dieren en de ziel der dingen'.



10. Grote uil op scherm, 1913. 11. Avondschemering (Woudsterweg), 1914. 12. Zaaloverzicht.
 Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl.

Auto Post Signature

Auto Post  Signature