Koos Buster, Sam Andrea e.a. in 'Americana' bij Galerie Fleur & Wouter

17 april 2020
Galerie Fleur & Wouter organiseerde vrijdag 10 april een leuke primeur. Voor hun nieuwe verkoopexpositie met de verzamelnaam 'Americana' was het organiseren van een 'fysieke' vernissage natuurlijk geen optie. Dus nood breekt wet en anders dan anders konden geïnteresseerden middels een live stream op Instagram getuige zijn van de start van de vertoning. Dus toch nog een feestelijke - zij het virtuele - opening.
Geïntrigeerd door wat ik op mijn smartphone te zien kreeg, bezocht ik de galerie in levenden lijve. In mijn uppie en uiteraard met inachtneming van de anderhalve-meter-regel. Ik trof daar de goedlachse Fleur en liet mij gewillig rondleiden.
Kijk en lees je mee?



1. Koos Buster, 'Oil Trump', 2018. 2. Johan Kleinjan, 'Bad Habit', 2020. 3. Een wandje én 'Gun' (2019) van Koos Buster.  
Galerieschroom of -drempelvrees, ik heb er behoorlijk last van. Bij het binnentreden van een kunsthandel overvalt mij nogal eens de gedachte 'ik ben hier niet welkom'. Je ken het wel: dat je eigenlijk stijf-chic wordt weggekeken. In zo'n geval word ik slachtoffer van wat wel kwetsbaarheidsschaamte wordt genoemd. Heel ongemakkelijk denk ik dan: "ik heb hier niets te zoeken. Dit is niet iets voor ons soort mensen". Kortom: ik voel me een kunst-nitwit. Geheel onterecht, maar toch...

Niets van dat alles bij Galerie Fleur & Wouter. Hoe laagdrempelig wil je het hebben? Gevestigd in een lokaal van een oud schoolgebouw en van de buitenkant ook niet als een galerie te herkennen (in de wijk 'Nieuwe Pijp'), creëerden (je vermoedde het al) Fleur Feringa en Wouter van Herwaarden een toonzaal met het werk van voornamelijk jonge kunstenaars. Zelf ook behorende tot wat we tegenwoordig millennials noemen, richten zij zich vooral op de jonge kunstkoper. Ben je ietsjes ouder (zoals ik), dan is het natuurlijk ook goed.

talentvolle 'nieuwkomers'

En die keuze voor het vertonen en (daarmee) bemiddelen in de verkoop van kunst van 'jonge honden' maakt dat de prijs van het gepresenteerde bij deze galerie meestal redelijk is. Nog een soort van betaalbaar, zeg maar (hoewel ik natuurlijk niemand in de beurs kan kijken). Denk maar zo: de creatieve inspanningen van talentvolle nieuwkomers zijn een feestje voor nu, maar ook een belofte voor later. Dus heb je niet zoveel vet op de botten of 'liggende gelden', maar wel verzamelambities? En/of wil je geen Ikea-poster boven je bank? Dan is het slim om kunst aan te schaffen van veelbelovende debutanten.





4. De uitnodiging op Instagram voor de ge-live-streamde opening. 5. Koos Buster: Hunting Gun, Marboro, Cigar en Ashtray with Fags (allemaal 2019). 6. Koos Buster, Het Booreiland, 2018. 7. Koos Buster, Coca Cola Bottle 4 en Fanta Bottle 1, 2018 (glas én keramiek). 8. Koos Buster, Sea World, 2018.
De tering naar de nering zettend (als in: "we laten ons niet kisten"), besloot het toonzaalduo tot het starten van een 'Corona Art Blog'. Het is vanwege de pandemie-perikelen immers lastig, soms onmogelijk*, om een galerie te bezoeken en vandaar "komt Fleur & Wouter Teevee naar je toe!" Met korte filmpjes begeleiden de galeriecompanen je langs de, voor hun nieuwe presentatie geselecteerde kunstenaars en vertellen ze "hoe je arty kunt blijven in Corona-tijden."
In de videootjes zie je grappige en ontwapende gesprekjes - óók de bloopers - die Fleur, dan wel Wouter hebben gevoerd met Koos Busters, Sam Andrea en Johan Kleinjan. Dus bewegende beelden van drie van de vier kunstenaars die - samen met fotograaf Cleo Goossens - de expositieruimte in de Van Ostadestraat vullen.
* sommige galerieën zijn gesloten, anderen laten op afspraak en met de nodige voorzorgsmaatregelen bezoekers toe (zoals de onderhavige).

moderne kunst op heterdaad betrapt

De verkooptentoonstelling kreeg de titel 'Americana' mee, omdat Fleur & Wouter zelf (ook) gefascineerd zijn door the States. Vandaar dat zij de deelnemende artiesten vroegen naar hun kijk op de Amerikaanse cultuur. Het spits wordt afgebeten door Koos Buster. Zijn 'optreden' in de digitale uitzending en zijn alternatieve sierborden zijn wat mij betreft het meest in het oog lopend (hoewel de kleurrijke doeken van Kleinjan ook - in positieve zin - om aandacht schreeuwen).
Al sinds een jaar of twee is deze keramist 'hot & happening': hij maakt als een speer carrière in de kunstscene. Terecht, wat mij betreft. Koos Buster (1991 en het moet wel een artiestennaam zijn, toch?) verheft het gewone; het triviale tot kunst. Dat is vaker gedaan - denk maar aan de (ready made) toiletpot van Marcel Duchamp, maar deze kunstenaar maakt de objecten zelf van keramiek. Aardewerk. Porselein. Wat is het?



9. Sam Andrea, 'American Drive', 2020. 10. Cleo Goossens, 'Cup, Palm Springs', 2017, 'Dodgers Girl', 2019 en ; Slippers, Ojai', 2017. 11. 'Sam Andrea, 'Atomic Bomb', 2020.
De 'pottenbakker' zwaaide in 2018 af van de Gerrit Rietveld Academie. (En trouwe lezers weten van mijn liefde voor dit breekbare materiaal en daarom neem ik elke mogelijkheid te baat om daarover te berichten). Zijn afstudeeropdracht heet 'Sierborden van bijna alles wat ik niet leuk vind'. Oh, ik hou daarvan. Die logica...! Wat 'ie NIET leuk vind. Koos Buster geeft als uitleg: "met mijn borden wil ik dingen vieren die ik niet leuk vind. Het moet ook een beetje feestelijk zijn."
Right you are, Koos...

tegeltjeswijsheid

De plaquettes zijn als gedecoreerde delftsblauwe, geglazuurde wandborden: al eeuwenlang een oer-Hollands exportproduct (soms van Chinese origine). Die van Buster hebben een ietwat onbeholpen en rustieke vorm en een eigenzinnige versiering. Wel net als het populaire Holland-souvenir, wit met een blauw decor en een gouden detail, maar dan zeer actueel. Donald Trump (op een jeugdfoto, want ook hij is ooit onschuldig geweest) als verantwoordelijke voor de ontbossing ten gunste van de winstgevende oliewinning ('Oil Trump'). Op een ander bord ook een kinderfoto: die van Saddam Hoessein met iets wat hij als volwassene op zijn geweten heeft. #Metoo-Harvey Weinstein en meer van dat soort maatschappelijke thema's.
Ik kan maar een ding zeggen:

Hebberigmakend! 

Goed. Er is meer. Sam Andrea (1991) maakte mooie linosnedes over "een helse rit langs plaatsen in en herinneringen aan de VS. Heden, verleden en fantasie zijn met elkaar verweven. Het zijn nachtmerries over schietpartijen en dromen over een Heaven-motel. De kracht van geweld en angst en de romantiek van het landschap komen samen in deze serie genaamd 'an American dream'."
In de expositie hangen drie foto's van Cleo Goossens (1991). Ze doen mij sterk denken aan de dromerig-romantische zwembad-afbeeldingen van David Hockney.




Johan Kleinjan: 12. links, 'Ron' en rechts 'Family Bounty Hole'. 13. Zaaloverzicht. 14. 'Joe. 15. 'Muddy Valentine', allemaal 2020.
Tot slot Johan Kleinjan (1974). Oh, lekkere schilderijen vind ik dat. Hij verbeeldt die vreemde, op-en-top Amerikaanse wereld van monstertrucks-, iron horse bounty hole stuntshows en -mud races en het - in mijn ogen - rare milieu rondom dat fenomeen. Zó niet mijn (onze?) werkelijkheid, maar daardoor juist reuze intrigerend. Vrolijk bovendien.


-X-


Nog tot en met 10 mei aanstaande hangen/staan/liggen de kunstwerken in de galerie. Maar gaat het er niet van komen - heel begrijpelijk - bekijk dan vooral de videootjes (link ↓). 'The making of...' en interessante inkijkjes in werkplaatsen ineen: aanstekelijk leuk, beloof ik je.

En tot slot een dilemma-minuut.
Fleur of Wouter....? (zie Fleur en Wouter tv)

A Grey Lady in Corona-tijden (met dito kapsel...). Foto: Fleur Feringa.
Tekst en (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

De vleselijke aanwezigheid van Maria Roosen: op zoek naar de essentie

11 april 2020
"Ik zoek altijd naar de essentie", aldus de kunstenaar zo'n twee jaar geleden in een interview met Museumtijdschrift. Ook verbeelding blijkt een terugkerend thema in het vaak expliciete werk van Maria Roosen (1957, Oisterwijk). Bekend geworden met haar borsten, piemels en zwemmende zaadcellen, vaak van glas. Maar er is meer. Roosen maakt beelden, aquarellen, tekeningen en installaties met verschillende materialen.

Veel musea en bedrijfscollecties kochten werk van deze, in Arnhem woon- en werkachtige beeldhouwer en aquarellist, vandaar dat haar kunst - en dan met name haar sculpturen - vrij vaak opduiken in exposities. In deze verhandeling ligt mijn kunstfocus op Maria Roosen.
Klaar voor de start is af...



1. Oranje Borsten, 2017. Foto: Peter Cox. 2. Gekleurde stenen roze onder, 2018. Foto: Gert Jan van Rooij. 3. Jean, Pierre, Claude, 2004.
Glas voert de boventoon, maar dat wordt niet door haarzelf geblazen. Er is geen reden om met die eer te gaan strijken: het bloedhete, zware blaaswerk laat zij over aan vaklieden. Mannen van stavast. Bernard Heesen is er zo een. Zelf een zeer gerespecteerd artiest. En ook in Tsjechië verstaan ze dit ambachtelijke stiel als geen ander. Vandaar dat Maria Roosen zichzelf ook geen 'glaskunstenaar' noemt. "Ik ben beeldhouwer"! Zij bepaalt hoe het er zo'n beetje uit moet gaan zien en de glasblazer voert het uit. In samenwerking.

gestolde energie

Over dat maakproces zegt Roosen*: “Bij het maken leer ik iedere keer weer en het inspireert me zeer: ik zie dingen ontstaan die je nooit van te voren kunt bedenken. Het zijn bijzondere ontmoetingen met het idee, met het ontwerp of met de glasblazer die al zijn ervaring en eigen handschrift inbrengt, waarbij het geheel meer wordt dan de som der delen. Als het goed gaat voelt het proces aan als making love. Het gaat soms ook niet goed, dan ontbreekt de concentratie of ik kan niet goed uitleggen wat ik bedoel.”
* naar aanleiding van de expositie 'Vuur' in Kunsthal Kade in Amersfoort (najaar 2017).

making love

Maria Roosen werkt heel intuïtief. Al tekenend en aquarellerend - dat is haar bron - vormt zich een idee, dat 'groeit' onder haar handen. En het gekke is, is dat juist die tekeningen en waterverfwerken zelden te zien zijn. Haar lekker-ogende en (on)dubbelzinnige sculpturen en installaties worden door musea maar al te graag uitgestald (die zijn sexy): de daaraan ten grondslag liggende werken op papier zie je bijna nooit. Terwijl Roosen daarmee juist de Jeanne Oostingprijs 2020 won (samen met Janine van Oene. Het werk van de winnaars van 2020 zal te zien zijn op de KunstRai in Amsterdam die voor eind juni gepland staat. De vraag is of die doorgang kan/zal vinden).
De jury - drie vakbroeders (vakzusters...) - roemt haar eigenheid en vitaliteit en blijkt erg onder de indruk van de uitgesproken en unieke positie die de beeldhouwer met haar werk inneemt. Uit het juryrapport: "Maria Roosen ontvangt de prijs voor haar treffende aquarellen die vaak aan de basis liggen van haar ruimtelijke werk. De jury vindt vooral de uitdrukkingskracht en de scherpte van de aquarellen bijzonder. Binnen het medium van aquarel is Roosen effectief en maakt ze werk dat zonder al te veel opsmuk stoer en vrouwelijk tegelijk is.





4. After David nr.2, 2017. 5 Spiraal, 2018. 6. Lullenvaas, 2009. 7. Pink breasts (forwards),
2017. Foto: Gert Jan van Rooij. 8. Expositie met aqaurellen bij Fons Welters, 2019. foto: Gert Jan van Rooij.
Goed. Roosen is eerder in de prijzen gevallen. In 1995 vertegenwoordigde zij Nederland op de Biënnale van Venetië samen met Marlene Dumas en Marijke van Warmerdam. In 2006 kreeg zij de Wilhelminaring, een oeuvreprijs die elke twee jaar wordt toegekend aan een vooraanstaande Nederlandse beeldhouwer en in 2009 de Singer Prijs, ook weer voor haar complete werk.

Vleselijke aanwezigheid

Zoals gezegd heeft Roosen een bijzondere fascinatie voor 'edele delen' en dan vooral die van De Man (naar mijn weten maakte ze nooit een vulva). Kortom: piemels. Lullo's. Maar ook borsten hebben haar onverdeelde aandacht. Zie je (een soort van) figuratief sculptuur en is het van glas, dan is het ongetwijfeld een 'Roosen': al decennia haar rode draad.
De vraag; míjn vraag is, waarom? Vanwaar die gefixeerdheid op het vleselijke. Een vaas met een ensemble van wel zes glazen plassers of drie penissen aan een touwtje aan de muur (die van Jean, Pierre en Claude); een krukje van gebreide (en slappe) jongeheren.
(Een ontboezeming: ikzelf ben nogal preuts aangelegd 😬 en Roosen is een vrouw van mijn generatie, dus...?).
Ik zoek een antwoord.

zelfportret

In het eerder aangehaald artikel in Museumtijdschrift vraagt de interviewer aan Roosen: "Waarvandaan komt je fascinatie voor het lichamelijke?
“Het lichamelijke ben je zelf, het is een soort zelfportret. Ik ben altijd bezig met vragen als: waar sta ik, hoe voelt het, waar ga ik heen. Dat is ook waarom ik beelden maak: daar moet je je toe verhouden, eromheen lopen, ertegenaan botsen. Hoe ik op borsten en billen kom? Dat gaat vanzelf, ik denk op een gegeven moment: hoe ziet een borst er eigenlijk uit? Dan ga ik tekenen, met verf aan de slag, het van glas maken. Een borst is natuurlijk ook van belang als levensbron” (en tot zover Maria Roosen).
Zou hetzelfde principe dan opgaan voor een fallus? En zou een mannelijke kunstenaar zijn eigen lid op zo'n relativerende manier kunnen verbeelden?




9. Again, 2003. Collectie Museum Voorlinden. 10. After nature (iris), 2018. Foto: Gert Jan van Rooij. 11. Bessen, 2015. Collectie Provincie Gelderland. 12. Droomhuis, 2002. Collectie AkzoNobel.
Ook De Kunstmeisjes behandelen in hun boek¹ de glazen geslachtsdelen van Roosen. Zij komen - wat mij betreft - het meest in de buurt van een mogelijke verklaring, want ook zij vragen zich af 'of, en zo ja waarom' Roosen veel naakte kunst maakt. (Ik citeer:) "In haar werk confronteert ze ons (ook) met heersende gendernormatieve stereotypen. Het mannelijke is altijd sterk, hard, stoer. Het vrouwelijke is per definitie zwak, zacht, lief. Bullshit. Al deze kenmerken bestaan in het echte leven immers zij aan zij en hebben niet per definitie met ons gender te maken. (...) Het contrastrijke karakter van menselijke geslachtsdelen - soms zacht, soms hard, soms sterk, soms kwetsbaar": daar zou het om draaien bij het werk van Roosen, is een van hun conclusies.

Maar laat nu niet de indruk ontstaan dat Roosen 'alleen maar' lichaamsdelen maakt: er zijn bijvoorbeeld ook veel glazen kannen en een paar immense rozenkransen van haar hand.

gevoelskunst

De kunstenaar 'speelt' met vuur. Het vuur van de glasovens met het roodgloeiende en dikvloeibare materiaal. Groei & bloei en zwetende krachten. "Het meedogenloze vuur dat zowel vormend als verwoestend kan zijn, maar ook een louterende kracht biedt voor zowel maker als toeschouwer."
Tot op zekere hoogte is alle kunst een vorm van handenarbeid. Steeds weer moet er rekening gehouden worden met technische eigenschappen, welke die ook zijn. Het vaak arbeidsintensieve maakproces, het vakmanschap en het ambachtelijke zijn voor Maria Roosen even belangrijk als het uiteindelijke resultaat. Je kent het wel: wat telt is de weg ernaar toe...


13. Kan met kabeltrui, 1996. Collectie Textielmuseum. 14. Tent, 1998-2015. Collectie AkzoNobel.
Tot slot krijg je van mij een boekentip(¹). Al eerder haalde ik De Kunstmeisjes aan. Deze drie jonge vrouwen - ter zake kundig: ze hebben ervoor doorgeleerd - vullen een vermakelijk kunstblog (zijn dus collega's) en afgelopen augustus is er ook een interessant/amusant boek uitgekomen: "Vijftige kunstwerken om langer dan twintig seconden naar te kijken." Echt een aanrader!
(Uitgeverij Meulenhoff).

Maria Roosen wordt vertegenwoordigd door Galerie Fons Welters. 


-X-


#staysafe!

15. Braamboot, 2009. Collectie Singer Museum Laren.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl, tenzij anders vermeld.

Hildo Krop: 2020 is het themajaar voor een beeldhouwer met een drive

4 april 2020
Een alleskunner, die vooral bekend geworden is als stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Terwijl 99% van de passanten er achteloos aan voorbij snelt, word je in de hoofdstad werkelijk doodgegooid met beelden van Hildo Krop.
Zo kijk ik vanuit mijn appartementje in de wijk 'De Baarsjes' uit op het gebouw 'Het Sieraad', dat bezaaid is met ornamenten van zijn hand. Krop's sculpturen blijken - voor hen die (wel) uit hun doppen kijken - heel herkenbaar. Zeker als je je er een beetje in verdiept.

2020 is uitgeroepen tot 'Hildo Krop-jaar'. Een beetje vergezocht naar mijn idee (we herdenken zijn 50-jarige sterfdag), maar wel een goede reden om dit multitalent eens in het (lente)zonnetje te zetten. Kijk en lees je mee?



1. 'Mensenpaar', 1924/1925 in de beeldentuin van Museum Arnhem. 2. Hildo Krop in zijn atelier aan de Plantage Muidergracht, Foto: Atelier J. Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam. 3. ‘De Dag’, 1933-37, (voormalige) Oogheelkundige kliniek op het Wilhelmina Gasthuis-terrein.
En dan moet je weten dat Hildebrand Lucien (Hildo) Krop (1884-1970) eigenlijk de banketbakkerij van zijn vader in Steenwijk zou overnemen. Als bakkersleerling liep hij stage in (resp.) Leiden, Amsterdam en Groningen en werkte hij in België, Frankrijk, Italië en Engeland om ook op Europees niveau het patissiervak onder de knie te krijgen.
Een leuk weetje vond ik in een uitgebreide biografie over de kunstenaar. Daarin las ik dat Krop, als opgeschoten broekventje van zo'n 14 jaar, ‘s avonds boetseerlessen ging volgen om marsepeinfiguren te kunnen maken¹. En waarschijnlijk heeft juist die beeldhouwcursus de kiem gelegd voor wat onvermijdelijk zou worden: op 24-jarige leeftijd besloot Hildo Krop alsnog een opleiding te gaan volgen aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Aansluitend maakt hij kunstzinnige stage- en studiereizen naar Berlijn, Rome en Parijs.

"koekenbakker Krop"

aldus latere critici.

Eind 1912 besloot de tot dan toe zeer reislustige kunstenaar om zich definitief in Amsterdam te vestigen en een bestaan op te bouwen als creatief steenhouwer. Wat hem uitstekend lukte, dat moet gezegd. Workaholic van jewelste. Ambitieus en gedreven.
Krop's proeve van bekwaamheid werd zijn bijdrage aan bouw van het Scheepvaarthuis*, het iconische Amsterdamse School-gebouw (nu Amrâth Hotel). Kunstenaar Hendrik van den Eijnde was aangenomen als hoofdbeeldhouwer en Krop mocht assisteren bij het ontwerp en de uitvoering van het enorme aantal gebeeldhouwde decoraties, zowel in het interieur als aan het exterieur van het pand. Alles refererend aan de zee, de zeevaart en de overzeese handel: koppen van alle (zogenaamde) zeehelden, Neptunus en Poseidon, zeemeerminnen, golven, scholen met vissen, dolfijnen, walvissen, allerlei soorten (zeil)schepen. Noem maar op.
Naar aanleiding van deze 'leerschool' aan het markante gebouw aan de Prins Hendrikkade wordt Krop wel beschouwd als een van de meest veelzijdige kunstenaars van de Amsterdamse School.
(* De architectonische vormgeving van het kantoorgebouw van zes Amsterdamse rederijen was in handen van architect J. M. van der Mey).







4 en 5: Het Scheepvaarthuis, nu Amrâth Hotel. 6, 7 en 8. Mijn 'quarantine view', oftewel (ophok)uitzicht op 'Het Sieraad'. 9: 'Spinoza', 1959. 
Met zijn betrokkenheid bij de bouw van het Scheepvaartkantoor speelde Krop zich dusdanig in de kijker, dat hij in 1916 in deeltijd werd aangenomen bij de Amsterdamse Gemeentelijke Dienst der Publieke Werken. Het honorarium bedroeg fl. 7,50 per dagdeel, inclusief de huur van het door Krop betrokken atelier aan de Plantage Muidergracht¹. Uniek: Krop werd daarmee de enige hoofdstedelijke ambtenaar-beeldhouwer ooit. 

Nom de Dieu, tu dois être millionnaire

"Verdikkeme: jij moet miljonair zijn²", aldus kunstenaar Ossip Zadkine toen hij samen met zijn vriend Hildo Krop langs diens vele beeldhouwwerken liep².

En dan geht's los: met een niet te stuiten ijver stort Krop zich op het ontwerp en de uitvoering van meer dan 400 sculpturen voor de Amsterdamse openbare ruimte alleen al. "Aan veel scholen en andere openbare gebouwen in de stadsuitbreidingswijken die tussen de beide wereldoorlogen werden gebouwd, werd beeldhouwwerk van Krop toegepast¹." Heel veel bruggen ook. Je kunt er dus gif op innemen (nou...?): het is onmogelijk een flinke wandeling door Amsterdam te maken zonder werk van Hildo Krop aan bruggen of gevels tegen te komen.
Door zijn contact en samenwerking met diverse architecten kreeg de beeldhouwer ook opdrachten voor elders in het land. In 1925 maakte hij bijvoorbeeld de sculpturen aan de buitenkant van het Nederlandse paviljoen (van architect J.F. Staal) op de Parijse tentoonstelling 'Arts Décoratifs et Industriels Modernes'. Hij werkte ook mee aan de ontwerpen voor het interieur. Zo waren de vloerkleden in het paviljoen van zijn hand.







10, 11 en 12: De Vierwindstrekenburg, 1933. 13, 14 en 15: 'Gezinsleven' op de Lyceumbrug uit  1928.
Ik zei het eerder: een multitalent. Naast zijn beeldhouwwerken heeft Krop ontwerpen gemaakt voor meubilair, keramiek (ESKAF), glas (Leerdam) en smeedwerk, lees ik op de online encyclopedie. Verder weten we al van vloerkleden en daarnaast maakte Krop ook houtsnedes (zoals voor zes omslagen voor het 'maandschrift voor bouwen en sieren' Wendingen). Er zijn boekbanden, theatermaskers en zo'n twintigtal schilderijen van hem bekend.

ongeblust enthousiasme 

Politiek betrokken was hij ook. "Krop was een overtuigd strijder voor een betere samenleving met meer gelijkheid en solidariteit¹." De pacifistische kunstenaar kreeg het socialistische gedachtegoed met de paplepel ingegoten: in zijn volwassen leven had hij ronduit communistische sympathieën*.
Voor een lange periode - van 1918 tot 1931 - maakte Krop nogal wat faunen, saters en Pan-figuren die min of meer symbool stonden voor, en refereren aan het socialisme. Niet zijn beste werk, vind ik persoonlijk. Ik heb niks met magische, fabel-achtige, fantasievolle creaties. Niet in films, boeken én niet in de schilder- en beeldhouwkunst. Maar hey, dat is natuurlijk heel persoonlijk.
* Er is wel gesuggereerd dat Krop en zijn vrouw gespioneerd zouden hebben voor de Sovjet-Unie. Anderzijds las ik ergens dat Krop "een heldenrol in het verzet" zou hebben gespeeld. En daar moet wel iets van waarheid in zitten, want hij werd in 1959 "gelauwerd met de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945."

In 1956 kreeg de sculpturist als eerbetoon de officiële titel van stadsbeeldhouwer van Amsterdam. "Hildo Krop stierf in het harnas. Op 20 augustus 1970 overleed hij - op 86-jarige leeftijd, in zijn atelier aan de Plantage Muidergracht aan een hartaanval", aldus Krop-kenner-buiten-kijf Loek van Vlerken. Al eerder verwees ik naar zijn biografie over Hildo Krop. Op zijn website 'timswings.nl' (en dan vraag ik mij af: is het Tim swings of Tim's wings? Maar ik dwaal af...) vind je werkelijk alles over onderhavige beeldenmaker.






16 en 17: (Voormalig) mortuarium Wilhelmina Gasthuis: 'Troost' en 'Herinnering' uit 1931. 18 en 19: (Voormalige) hoofdingang Wilhelmina Gasthuis, 1937 en bij de Parnassusbrug (20) 'Ode aan Berlage, Roland Holst en Mendes da Costa' en (21) 'De Muze', 1941.
Het idee voor dit Hildo Krop-jaar komt van de curator van de Amrâth Collectie in het eerdergenoemde Scheepvaarthuis. Er is programmering rondom het 'feestjaar' gepland, maar de vraag is in hoeverre die doorgang kan vinden. Nieuws daarover vind je op de website van ArtZuid en die van Museum Het Schip.
In Steenwijk kun je het Hildo Krop Museum bezoeken, dat meer dan 3.000 werken van de van oorsprong Steenwijkse kunstenaar bezit.
Na deze ellende ga ik zeker eens kijken...


-X-


#Staysafe!

Hildo Krop in zijn atelier aan de Plantage Muidergracht, Foto: Atelier J. Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam.
Tekst en alle (iPhone)foto's: @MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl (tenzij anders vermeld). 
Bronnen: (¹) biografie Hildo Krop op timswings; (²) Buitenbeeldinbeeld; een artikel van Kunstconsult over de interieurkunst van Hildo Krop; 'Ons Amsterdam', oktober 1973 (themanummer 'Amsterdamse School').

Auto Post Signature

Auto Post  Signature