Scherper dan een foto: hyperrealisme in de Kunsthal

4 juni 2017
Hoe levensecht wil je het hebben?
Denk jij bij moderne kunst wel eens sceptisch: "dat kan een kind van drie ook"? Ja? Dan ben je helemaal op je plek bij de tentoonstelling 'Hyperrealisme, 50 jaar schilderkunst' in de Kunsthal te Rotterdam. Want de naturalistische schilders waarvan je in deze expositie werk ziet, denken er net zo over. Een beetje kort door de bocht - ik weet het - maar deze stroming is wel degelijk ontstaan als reactie op de abstracte kunst.

Wil je de werken in levende lijve aanschouwen, dan moet je wel opschieten. Na maandag (5/6) is het klaar. Dan gaan de ruim 70 werken weer op transport naar hun respectievelijke eigenaren.
Maar gelukkig hebben we de foto's nog.





Het perfect gebakken ei

Prachtig. Je zou er trek van krijgen. 'FoodScape' (2014) en 'Fried Egg' (2015) zijn werken van 'onze eigen' Tjalf Sparnaay. En wetende dat Sparnaay in eerste instantie een sportopleiding volgde en derhalve niet geschoold is in de schilderskunst, stijgt hij nog een treetje in mijn achting. De autodidact leerde zichzelf, begin jaren tachtig, schilderen en fotograferen en hij verwijst met zijn mega natuurgetrouwe schilderijen naar de traditie van het stilleven uit de 17de eeuw. Met dit verschil dat Sparnaay het beeld vergroot, zodat de kijker de kleinste details kan zien. En dat is precies wat ik deed toen ik verleden week de tentoonstelling bezocht. Dat schijnt namelijk één van de effecten te zijn van het hyperrealisme. Dat iedereen er met zijn neus bovenop zit. "Is het écht geschilderd"? Dit soort werk dwingt de bezoekers om beter te kijken en ook meerdere keren. Eerst kijkt je van veraf en dan van dichtbij, dan weer naar achteren stappen en weer héél dichtbij. 
Maar wel achter de streep blijven, s.v.p.!

Hyperrealisme: alles zeggen, zonder een boodschap

In het Noord-Amerika van de jaren zestig ontstond het hyperrealisme als reactie op - zoals gezegd - de abstracte kunst. Je zou denken - nee, beter - ík dacht dat deze stroming al veel ouder was. Want hoe zit het dan met die 17de eeuwse stillevens, waar ook het werk van Tjalf Sparnaay op voortborduurt? Hoe zit het dan met die minutieus geschilderde etenswaren uit de Gouden Eeuw?
Na enige navraag blijkt dat er bij de oude meesters veel meer dan bij de hyperrealisten sprake is van symboliek en 'dubbele bodems'. De hedendaagse, levensechte schilders willen niets anders dan de werkelijkheid zo precies, maar ook zo klinisch mogelijk weergeven. Die 'koele' objectiviteit is een heel andere dan de dubbelzinnige benadering van de schilders uit de 17de eeuw. Verder voelde, tót de zestiger jaren, niemand zich geroepen terug te grijpen naar een stroming én de technieken van 300 jaar eerder. De kunst (theoretici) wilden vooruit en niet achteruit. 





1. David Parrish, 'Harley Fat Boy' (2014). 2. impressie. 3. Clive Head, 'Under Hungerford Bridge' (2004). 4. en 5.  Chuck Close 'Susan' (1971). Twee studie's.

 Zijn het echt geen foto's?

Alles moet levensecht en werkelijkheidsgetrouw en uitgangspunt is het 'gewone' dagelijks leven en alle facetten van de consumptiemaatschappij. Bij de eerste generatie hyperrealisten (inmiddels bestaat er wereldwijd al een derde generatie) zie je veel (close-ups van) auto's en motoren en dan liefst met zoveel mogelijk chroom en glanzend gepoetste lak. Verder veel kleurrijk speelgoed, Amerikaanse diners met de bekende hamburgers, ketchup-flessen en mosterd-potjes tot allerlei andere symbolen van het Amerikaanse urban living.

Een citaat uit een artikel in het NRC over de tentoonstelling: 'in de kunstgeschiedenisboekjes heet de stroming een vervolg op Pop Art, want ook junkfood en reclame zijn thema’s. Maar nu in de Kunsthal voelt het meer als anti-Pop Art. Want waar Pop Art een ode is aan de reproductie, denk aan Warhol's zeefdrukken, is dit een ode aan het ambacht'.




1. Tom Blackwell, 'Sequined Mannequin', (1985). 2. Audrey Flack, 'Wheel of Fortune (Vanitas)', (1977-1978). 3. Ralph Goings 'America's Favourite', (1989) en 4. detail.

What's there not to like?

We zijn het erover eens dat het razend knap is. Toch? Maar waarom zou je een schilderij maken die lijkt op een foto. (Net) zo precies. Dan kun je toch ook een foto maken? Het antwoord op die vraag wordt gegeven in hetzelfde artikel in het NRC: '(...) dat zit hem erin, dat deze schilders de uiterste mogelijkheden van fotografie en schilderkunst willen combineren: méér kunnen dan een fototoestel. Ze schilderen niet gewoon foto’s na, maar gebruiken die als hulpmiddel voor bedachte composities'.

"Hyperrealisme is geliefd bij het grote publiek, maar vaak verguisd door critici". Aan het woord is Eva van Diggelen, conservator van Museum Kunsthal. "Zij zien het als simpelweg natekenen, maar het is meer dan dat. Kunstenaars gebruiken vaak tientallen foto's om een compositie te maken. Met hun schilderwerk voegen ze daar nog een eigen laag aan toe. Zo creëren ze hun eigen werkelijkheid".

En wie zou daar iets op tegen hebben? Of zijn er mensen die het niet eens zijn met de stelling: 'what's there not to love'? (Dan hoor ik dat graag)!




1. Roberto Bernardi, 'Confini Segreti', 2013. 2. Bertrand Meniel, 'Canal Street', 2011. 3. John Kacere, 'Cynthia', 1982.


Tot zover de tentoonstelling Hyperrealisme. Tijdens hetzelfde bezoek aan Rotterdam (wat een fijne stad!), bezocht ik ook de expositie over de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe. Een groot retrospectief: van bloemstillevens tot homo-erotiek.
Voor dat verslag geldt (en in Instagram-termen) #soonontheblog!


-X-

'The purpose of art is washing the dust of daily life off our souls'

(Pablo Picasso)


Alle (iPhone 6s) foto's: www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature