Weg met de burgerljkheid! De 'exhibisie' Amsterdam Magisch Centrum in het Stedelijk

7 juli 2018
Amsterdam: de stad waar alles kan. Alternatieve vrijplaats en magies sentrum. En nee, exhibisie, magies en sentrum zijn geen tikfouten, maar de manier waarop het 'langharig, werkschuw tuig' in die late jaren 60 het liefst communiceerde. Want waarom moeilijk doen? Peace man...

Op 7 juli opende in het Stedelijk Museum de tentoonstelling 'Amsterdam Magisch Centrum, kunst en tegencultuur 1967-1970', waarin de bezoeker een beeld krijgt voorgeschoteld over hoe het er in die roemruchte jaren aan toe ging. Welke omwentelingen er in de maatschappij én in de kunst plaatsvonden. Want 't was niet niks: provo's, hasjiesj en marihuana, communes, Dolle Mina's, sit-ins, kabouters en vrije seks: het 'klein-burgerlijke klootjesvolk' sprak er schande van... 

Het verzamelde journaille - waar ik mij gemakshalve maar even toe reken - kreeg van de week al een voorproefje van deze expositie over het recente verleden.
Kijk je mee naar een stukje jeugdsentiment?


1. Gandalf, jaargang 6 1969/70, no 40. Foto: Studio Gandalf. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam. 2. De (oude) ingang van het Stedelijk Museum aan de Paulus Potterstraat met de installatie van Marinus Boezem, 'Beddengoed uit de ramen van het Stedelijk Museum' uit 1969.
Toch klopt dat niet helemaal, dat jeugdsentiment. In the late sixties was ik 11, 12 jaar. Een kind nog. Desondanks kreeg ik als geboren en getogen Amsterdammer wel het een en ander mee. Ook bij ons thuis werd er schande gesproken van die 'ongewassen, anarchistische nozems en beatniks' (niet zo verwonderlijk: mijn vader werkte bij de politie, oftewel 'de lange arm' van het - door de hippies en aanverwante figuren zo verfoeide establishment).

Flowerpower en ludieke acties

Goed. Het waren roerige tijden. De protestgeneratie zorgt voor een hevig generatieconflict en deze 'Leidseplein-kliek' nam vanuit hun jeugdig idealisme het heft in handen. Het trok ten strijde tegen de spruitjeslucht van de verstikkende klein-burgerlijke uniformiteit, zoals de jeugd-scene dat noemde. Het keurslijf van huisje, boompje, beestje moest uit en weg met de gevestigde orde. De Dam-slapers, hippies, Ban-de-Bommers en krakers lokten de 'zittende macht' (in casu de politie) uit haar tent en dreven de burgemeester tot wanhoop (wat Van Hall in 1967 ook zijn 'kop kostte'). 

tegen god en gebod 

Soms ging het er hard aan toe, zoals tijdens de studentenrellen, de bezetting van het Maagdenhuis en diverse kraak-acties. Op andere momenten werden de 'misstanden' met humor en ironie aan de kaak gesteld. Neem het 'Witte-fietsen-plan' en het uitroepen van de Oranje-Vrijstaat. In 1969 hielden John Lennon en Yoko Ono hun Bed-In: voor deze pacifistische protestactie tegen de Vietnam-oorlog hielden zij een weekje het bed in kamer 702 van het Hilton in Amsterdam.






1. Een introductie op de expositie door conservator Leontine Coelewij. 2. en 5. De installatie met 4 'horti'-sculpturen van kunstenaar Ferdi (Jansen, 1927-1969). 3. 'Speespakken' (1967) van Iris de Leeuw van Luuks Laboratorium. 4. Louis van Gasteren, Fred Wessels, foto's van 'Sunny Implo'. 6. Ger van Elk, Plint serie, 1967.
Ook de beeldende kunst veranderde in die tijd ingrijpend. Het 'provotariaat' propageerde de leus: 'weg met de verheven, elitaire en door de commercie gemanipuleerde kunst, want alles is kunst' (en dat is ook het uitgangspunt van Fluxus).
Kunstenaar Marinus Boezem, nu 84 - voegde de daad bij het woord, want die bedacht "Beddengoed uit de ramen van het Stedelijk Museum" (1969). Het 'ouderwetse en gesettelde' Stedelijk moest wakker geschut worden en er moest een frisse wind gaan waaien, vandaar dat hij beddengoed te luchten hing. "Met het project vervaagde Boezem de grens tussen kunst binnen en buiten het museum en verbond zo de museale en de publieke ruimte met elkaar."
De installatie is van zolder gehaald en het kreeg van de week, ter gelegenheid van de nieuwe expositie - weer, zij het tijdelijk, zijn plek aan de pui van de museum.

dit hap-hap-happens in amsterdam

Kunstenaars gingen in the sixties op zoek naar nieuwe, andere podia: op straat, eigen tijdschriften, film en video of op televisie. De idee werd belangrijker dan de traditionele vorm. Kunst kon immers ook een gebeurtenis zijn - en dat noemde je dan een happening; een ingreep in de stad of een televisieprogramma. Neem het spraakmakende Hoepla, waarin het productieteam* uiteenlopende onderwerpen op indringende, experimentele en provocatieve manier aan bod liet komen en ook het bloot niet schuwde. Ongekend voor die tijd.
Willem de RidderHans VerhagenWim T. Schippers en Wim van der Linden.





1. Jeroen Henneman, 'Stilleven (Royal Flush)', 1969. 2. Louwrien Wijers, '40 woorden', 1970-1971. 3. Douwe Jan Bakker, 'Wandelkostuum', 1970. 4. Op de voorgrond Jan Dibbets, 'Prototype Kraan', 1968 en aan de muur Marinus Boezem, 'Weather Drawings', 1969. 5. Maria van Elk, 'Soft Living Room', 1969 (reconstructie 2013).
Magisch Centrum Amsterdam - de term werd in 1962 verzonnen door ex-glazenwasser, Provo-lid, anti-rookactivist en marihuana-adept Robert Jasper Grootveld - bereikte zijn hoogtepunt tussen 1967 en 1970. "De Nederlandse hoofdstad floreerde als een vooruitstrevende en artistieke haven die jonge mensen van over de hele wereld aantrok."

Het was een tijd waarop de bijdehante en rebelse reputatie van Amsterdam nog steeds leunt, vandaar dat het Stedelijk Museum zo'n vijftig jaar na dato de rol van de kunst in die 3 magisch jaren belicht. Ondanks het soms nogal vluchtige karakter van de kunstuitingen uit die tijd, is er ook nog veel bewaard gebleven. De tentoonstelling is samengesteld door het Stedelijk, samen met het Rijksmuseum. Beide musea zijn geïnteresseerd in de tegencultuur van de jaren zestig en kunnen in dit project hun onderzoek en collecties combineren. "Waar het Stedelijk in de tijd zelf vele werken exposeerde en aankocht, zal het Rijksmuseum ook enkele bijzondere recente aanwinsten tonen."

De tentoonstelling bevat ruim 250 werken en objecten en rond de 100 reproducties, afkomstig uit de collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rijksmuseum, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Instituut voor Beeld en Geluid en andere musea en particuliere verzamelingen.





1. foto van de kerstboom, 'een culturele voorziening' die Wim T. Schippers midden in de zomer op het Leidseplein plaatste. 2. zaaloverzicht. 3. Links 'Jurk' van Theo Botschuyver en Jeffrey Shaw (1970-1974) en op de achtergrond het 'Blotemeisjesalfabet' van Anthon Beeke uit 1969. 4. foto's van Ed van der Elsken uit 1970. 5. John Lennon & Yoko Ono, 'War is Over', 1969. 
Heb jij herinneringen aan die tijd?

Misschien is het een goed moment om samen met (eventuele) kinderen en/of kleinkinderen (neefjes, nichtjes) de expositie te gaan bekijken. Trouwens, het Stedelijk heeft een ludieke actie: was je 18 in '68, dan kun je gratis naar het Stedelijk! 
Ben je nog een 'jonkie' (in mijn ogen... :-), dan is het misschien juist weer leuk om de oudere generatie uit te nodigen voor een bezoek aan het museum. Want wie weet? Misschien komen er wel leuke (of ondeugende) ervaringen uit die tijd naar boven....

Je hebt nog wel even, want de expo 'loopt' tot 6 januari 2019.


-X-


Bij de tentoonstelling zijn vier podcasts gemaakt die "de luisteraar transporteren naar het Amsterdam van de jaren zestig. Met verhalen, anekdotes, interviews met kunstenaars en andere bepalende personen uit die tijd." De podcasts duren 25 minuten tot een uur. De eerste aflevering is op 7 juli gelanceerd, de andere volgen. Kijk en luister op Stedelijk. Daarnaast zijn er video's die te bekijken zijn op het YouTube kanaal van het Stedelijk.

Ook op het Museumplein: Joseph Klibansky met 'Self-portrait of a Dreamer'. (#toeristencliché).
Tekst en alle (iPhone)foto's (tenzij anders vermeld): © Miriam van der Meer.

No guts, no glory! Op bezoek bij Museum No Hero in het Twentse Delden

3 juli 2018
Na een leven lang werken, een levensbedreigende 'wake up call' (een zware hartaanval) en zo'n - wat is het? - 25 jaar anonimiteit, kreeg Geert Steinmeijer de geest en besloot hij dat het hoogste tijd werd om maar eens uit de kast te komen. Als kunstverzamelaar wel te verstaan. Halverwege april opende hij na ongeveer 3 jaar voorbereiding, waaronder een uitgebreide verbouwing, zijn eigen museum waarvoor hij de naam 'No Hero' bedacht.

Niemand is de held en de oprichter zélf al helemaal niet. Dat is Steinmeijer's leitmotiv. De kunst moet centraal staan en dat is precies wat het doet in Museum No Hero. Van de week reisde ik af naar het Twentse Delden om met eigen ogen de eclectische mix van kunst uit vijfhonderd jaar kunstgeschiedenis en uit vijf verschillende continenten te gaan bekijken. 
Hieronder volgt mijn impressie. Kijk je mee?



1. Rainer Fetting, 'Der Kuss IV', 1981. 2. Walter Dahn, 'The Ex Voto series', 1987. 3. Frank Stella, 'WLID', 1967 en 'Huilende Wolf' van Richard Orlinski uit 2014.
Even wat feiten en cijfers. Volgens de in poster-vorm uitgevoerde brochure hangen, staan en liggen er in Museum No Hero 125 kunstwerken in 9 zalen (zalen, zalen...? Laten we zeggen, ruimtes) met een totale oppervlakte van 608 m². Een grote groep enthousiaste vrijwilligers fungeren als gastvrouw c.q. gastman en dat brengt mij op de - heel nieuwerwets - gender-neutrale toiletten in het museum. Naast het bedienend personeel is er 1 professionele kok in het bijbehorende restaurant, dat - zoals het hele museum - werd gerenoveerd onder leiding van interieurontwerper en 'wit-meester' Jan des Bouvrie.

Geen lijn, geen bepaalde stijl

Want het monumentale pand uit 1726 in Delden, Overijssel moest grondig verbouwd worden. Na een rijke geschiedenis als (respectievelijk) woonhuis, rechtbank, hotel, gemeentehuis en tenslotte als rentmeesterij van Kasteel Twickel, doet het - zoals gezegd - sinds april dienst als museum voor de privé-collectie van kunstverzamelaar Geert Steinmeijer. En dat ondernemer Steinmeijer koos voor een restauratie uitgevoerd door Des Bouvrie blijkt voor de hand liggend. Het was namelijk Jan des Bouvrie (hij én mode-ontwerper Frans Molenaar) die Steinmeijer ooit aanraadde kunst te gaan verzamelen. Dat moet dan rond 1993 zijn geweest, want toen deed de mecenas zijn eerste aankoop.






1. Peter Herrmann, 'Twee kunstenaars en een hond', 2012. 2. Karl Horst Hödicke, 'Slangenbezweerder', 1983. 3. Luciano Castelli, 'Liegender Akt', 1982. 4. Sculptuur: Hans Scheib, 'Drum Boy', 2016 en Karl Horst Hödicke, 'Telefooncel', 1982. 5. Luciano Castelli, 'Selfportrait/Revolving painting', 1995. 6. Rainer Fetting, 'Taxi vor limelight (discotheque), 2014.
"Het was in het begin een beetje een impulsieve hobby. (...) Vanaf 2000 ben ik veel gestructureerder gaan kijken; ben ik meer gaan verzamelen en heb ik me meer in kunst verdiept", aldus de eigenaar van Hartman tuinmeubelen én turn around managerin een verslag in Het Parool van afgelopen april. En die schijnbare hap-snap-benadering van kunst-sparen is zichtbaar en tegelijkertijd heel charmant, zou ik willen zeggen. Het gaat namelijk alle kanten op. Het museum heeft niet één stroming, tijdvak of thema. Steinmeijer koopt wat hem aanspreekt.
Persoon die door banken wordt ingehuurd om bij slecht draaiende bedrijven orde op zaken te stellen. 

no guts, no glory

Zo is er in het bescheiden kunsthuis in huiselijke sfeer, ruimte gevonden voor 3 tijdelijke 'tentoonstellingen'. In 'Ich bin ein Berliner' zie je een groepering van in Berlijn gemaakte kunst uit de periode vanaf de zeventiger, tachtiger jaren. Denk Punk, Neue Wilde en andere subversieve en/of liberaal 'brutaal'-expressionistische uitingen. "Ik heb sinds ik er in mijn studententijd een paar weken doorbracht, veel meer met Berlijn dan met Londen of Parijs" (hear, hear!).

Het thema 'Outside' belicht de schilders die rond 1850 naar buiten trokken. Dankzij de uitvinding van sneldrogende verf in tubes kon er buiten geschilderd worden en met name de kunstenaars uit de Haagse School maakten veelvuldig landschappelijk werk.
Daarnaast kun je in 'Living Colors' de zeggingskracht van de diverse kleur- en materiaalkeuzes ervaren. "Wat is het effect van verschillende ondergronden en kleurstellingen op hoe je een schilderij beleeft"?





1. (Detail van) Luis Salvador Carmona, 'Sint Antonius met Christuskind' (1ste helft 18de eeuw). 2. Giovanni Battista Piazzetta, 'De Heilige Theresia van Avila in extase', ca. 1730. 3. Charles Francois Daubigny, 'Gezicht op Étaples in Pas-de-Calais', ca. 1871. 4. Alexandre Ségé, 'De baai van Mont St.Michel met de rots van Tombelaine', ca. 1860 en een 'schaal' in Napoleon III-stijl (rond 1890) van Ferdinand Barbedienne. 5. Cesare Maggi, 'Sneeuwlandschap', 1907. 
En naast die Nieuwe Wilden en negentiendeeeuwse (pre-)Impressionisten verzamelde Steinmeijer ook Chinese (politieke) kunst uit de periode 1995-2006 en Vlaamse-, Italiaanse en Spaanse religieuze kunst en altaarstukken. Door de aankoop van een schilderij van Frank Stella raakte hij onder de indruk van New Yorkse kunst en dientengevolge bezit Steinmeijer ook een aantal werken uit Noord-Amerika, waaronder een Damien Hirst.
In de privé-verzameling dus grote namen, maar de collectioneur koopt nooit puur als investering: "echt nooit"! "Door kunst kom je op ruimere gedachten. Je krijgt een bredere kijk op jezelf, op je leven en op de wereld", zegt Steinmeijer in een interview met RTV Oost. "Ik wil dat bezoekers na afloop een paar goede gevoelens meenemen." 

een heerlijk soepzooitje

De schilderijen en sculpturen hangen en staan in - uiteraard - witte kamers (héél Des Bouvrie), waar ook ruimte is gemaakt voor antiek, design-meubels en toegepaste kunst, zoals Empire-tafelstukken, Chinese vazen, een 'Midcentury Modern' dressoir en een klassieke pendule, waardoor een huiselijke sfeer is ontstaan en het eclectische wordt benadrukt.





Een blokje Chinees. 1. 'Zaaloverzicht'  2. Wang Du, 'Er zijn benen die boekdelen spreken', 1999. 3. 'The Sisters | The Grand Family no.7', 1996 van Zhang Xiaogang. 4. Cai Guangbin, 'All together one', 2006. en 5. in de mooie tuin een evenzo mooi ('Mao-jasje')sculptuur van Sui Jianguo, 'Legacy mantle', 2005.
Steinmeijer verzamelt met overgave en dat is overal voelbaar. Die passie en die gretigheid komt ook goed naar voren in de door de verzamelaar ingesproken audiotour (er zijn vijf verschillende audiotours beschikbaar) en hij 'be-heert' zijn museum idem-dito-met-een-sterretje en dat mag weer blijken uit het manifest.
Hoe ontwapenend is dat? Ieder ander zou zoiets 'visie en missie' noemen, maar niet Steinmeijer. Hij prefereer helderheid en dat uit zich in de volgende standpunten:

1. Museum No Hero verruimt je blik!
2. Kunst is niet moeilijk!
3. Geen dominant Nederlands erfgoed in het museum!
(Steinmeijer benadrukt het belang van een internationale collectie-opbouw);
4. No Hero is een 'mensen-museum'!
(zoals Steinmeijer waarschijnlijk een 'mensen-mens' is) en tenslotte
5. Iedereen moet zich welkom voelen!


Misschien is het voor dat laatste punt wel handig als er werk wordt gemaakt van de bewegwijzering naar het museum, want in het dorp is er geen enkele 'pijl' naar No Hero te vinden. Maar ook digitaal (door 'Maps') werd ik compleet 'op het verkeerde been gezet', waardoor ik bijkans in het volgende dorp belandde (maar het zijn anderen die daarover gaan...).
Ook aansluiting bij de Stichting Museumkaart zou de toegankelijkheid in sterke mate vergroten (en dat staat hoogstwaarschijnlijk ook op de planning).




1. Richard Orlinski, 'Huilende wolf', 2014. 2. Joost Baljeu, 'W XI', 1960. 3. Rainer Fetting, 'Selbst-Velasquez', 1996. 4. Max Neumann, 'Zonder Titel', 2011.
Sinds de opening van Museum No Hero is Steinmeijer in de openbaarheid getreden. Schoorvoetend, want hij vindt zijn eigen rol van ondergeschikt belang. Dat is ook de reden dat hij de in 2007 opgerichte beheerstichting de 'No Hero' Foundation noemde. "Je had in die tijd een paar verzamelaars die je om de haverklap op tv zag. Het leek of het om die verzamelaars ging. Dat wilde ik anders." De verzamelaar is 'no hero', vindt Steinmeijer: "De helden zijn de kunstenaars en de kunst."*


-X-


Op voedseltocht door het LAM
In het najaar opent nóg een privaat-museum, namelijk die van supermarkteigenaren Dirk van den Broek. Na de zomer zal het Lisser Art Museum (ja, in Lisse) haar deuren openen, waar je kunst zal kunnen zien dat in het teken staat van voedsel. 
Spannend...

* citaten uit een interview met RTV Oost.
Zelfs in het door Jan des Bouvrie ingerichte restaurant hangt kunst: Elvira Bach, 'Grüner Akt', 1985.
Tekst en alle (iPhone) foto's: © Miriam van der Meer.

Je reinste sterrenparade bij 'Hallo World' in Museum Hamburger Bahnhof

28 juni 2018
Je ziet louter top of the bill kunstenaars in het mooie Museum Hamburger Bahnhof in Berlijn. Ik noem een Warhol (naar verluidt meer dan zestig stuks :-), 'n Kiefer, 'n KoonsHaringNewman, McCarthy en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Pure 'name dropping.
Toch heeft dit Berlijnse museum veel meer te bieden dan 'slechts' deze voortreffelijke, maar doorgaans makkelijk te behappen kunstenaars. Want alleen al voor de creatieve collectie-selectie is deze 'galerie' voor hedendaagse kunst een must see en zou het hoog op je to do list moeten staan bij je eerstvolgende stedentripje naar de Duitse hoofdstad. En ja, ik weet het: dit museum moet concurreren met een heleboel andere interessante bezienswaardigheden. (Ik heb mij laten vertellen dat Berlijn 180 musea en vaste expositie-ruimtes heeft). Maar toch...

Kijk en lees wat dit museum in het voormalig treinstation zo bijzonder maakt.
Viel Spaß beim Lesen!



1. Andy Warhol, 'Mao', 1973. 2. Robert Indiana, 'Imperial Love', 1966-2006. 3. Goshka Macuga, 'Pavilion for International Institute of Intellectual Co-operation', 2016. Het 'Spandoek' is van Mladen Stilinovic, 'An Artist Who Cannot Speak English Is No Artist', 1992.
Het begint al goed als je het museum benadert: op het voorplein staat een van die bekende 'one-word-poem'-PopArt-werken van Robert Indiana, namelijk het cortenstalen sculptuur 'Imperial Love', 1966-2006. (Verdrietig genoeg overleed Indiana op 19 mei jl. op 89-jarige leeftijd). 
Eenmaal langs het entreegebied van het voormalige treinknooppunt en station - dat maar heel kort als zodanig dienst heeft gedaan - sta je in een grote, lichte hal die fungeert als centrale ruimte en die leidt naar alle andere delen van het gebouw. In totaal is er een tentoonstellingsoppervlak van ongeveer 10.000 m², met een internationale 'sterrenparade' van kunst vanaf the sixties.

Museum Hamburger Bahnhof is onderdeel van de Staatliche Museen zu Berlin. Deze 'nationale musea in Berlijn' zijn een 'keten' van 17 kunstinstituten (musea en onderzoekslocaties) die worden gefinancierd door de Duitse overheid en de deelstaten. Ieder voor zich zijn de dependances heel divers en hebben zij hun eigen specialisatie. Voor het gemak én de leesbaarheid beperk ik mij hier tot de zes belangrijkste moderne en hedendaagse kunst-, design- en fotografie-huizen, met een kort-door-de-bocht beschrijving van hun collectie.
  • Alte Nationalgalerie: kunst van de negentiende eeuw (zoals Romantiek en Impressionisme);
  • Neue Nationalgalerie: is gehuisvest in een gebouw uit 1968 ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe. Het museum is momenteel in verband met een renovatie gesloten. Je ziet er kunst van de twintigste eeuw (van klassiek modern tot de zestiger jaren). Een deel van de collectie is tijdelijk te zien in Museum Hamburger Bahnhof; 
  • Museum Berggruen: In dit museum zie je twee collecties. 1. Heinz Berggruen: een kunstverzameling met werken van Pablo Picasso en andere klassiek-moderne kunstenaars en 2. Sammlung Scharf-Gerstenberg: een collectie surrealistische kunst;
  • Museum für Fotografie, dat spreekt voor zich;
  • in het Kunstgewerbemuseum (Museum of Decorative Arts) zie je design|toegepaste kunst door de eeuwen heen, en tenslotte natuurlijk het onderhavige
  • Hamburger Bahnhof - Museum für Gegenwart: hedendaagse kunst van na 1960. 




In de centrale hal is ruimte voor immense én kleinere installaties: 1. en 5. Duane Hanson, 'Policeman and Rioter', 1967. 2. António Ole, 'Margem da Zona Limite or Township Wall', 2001/18. 3. Marjetica Potrč, 'Caracas: Growing Houses', 2012. 4. Nam June Paik, 'I Never Read Wittgenstein (I Never Understood Wittgenstein), 1997.
Goed. En nu - selbstverständlich - verder met de collectie van het Hamburger Bahnhof, want voor dit kunsthuis wilde ik immers een lans breken.
Het instituut toont belangrijke figuren en bewegingen in de kunst sinds 1960 (en gaat dus verder waar de Neue Nationalgalerie stopt). En ondanks de opvallende ruimtelijkheid van het gebouw*, is het onmogelijk om de hele collectie tegelijk te tonen. In plaats daarvan wordt de schilderkunst, de beeldhouwwerken, de fotografie, installaties en multimedia-concepten in de collectie in wisselende thematische presentaties getoond.
* En let op: er is een vleugel in het museum - de zogenaamde 'Rieckhallen' - die je maar al te makkelijk over het hoofd ziet. Vraag bij de balie een plattegrond, zodat je deze mooie industriële museumzalen aan een hele lange gang niet mist.

Name dropping

Een deel van die vaste collectie bestaat overigens uit een permanente bruikleen van kunstwerken van verzamelaar Erich Marx (Zwitserland, 1921), jurist en vastgoed-magnaat. Van zijn fortuin kocht Marx sinds 1975 hedendaagse kunst, zoals werken van Beuys, Warhol, Kiefer en een heleboel andere moderne meesters.
En om maar even een voorbeeld te geven: Marx betaalde voor Joseph Beuys' installatie 'Das Kapital Raum 1970-1977' (1980) en nu te zien in het museum, tientallen miljoenen euro's. Maar dan heb je ook wat: zeer uiteenlopende objecten - alles zwart - een vleugel waar een bijl tegenaan leunt, ouderwetse filmapparaten, bandrecorders, een zinken teil en gieter en een heleboel schoolborden met krijttekeningen en teksten die metershoog op de achtergrond hangen. 
Er is sowieso veel werk te zien van de in 1986 overleden Duitse kunstenaar. Vier of vijf (daar wil ik vanaf wezen) van zijn 'landschappelijke' installaties beslaan evenzovele zalen in het Berlijnse museum.  





1. en 2. Joseph Beuys, resp. 'Das Kapital Raum 1970-1977', 1980 en 'Das Ende des 20. Jahrhunderts', 1982-83. 3. Walter Dahn, 'Selbstportrait als Chinesischer Afrikaner', 1984. 4. Hans-Peter Feldmann, 'Nofretete', 2012. 5. Zaaloverzicht met op de voorgrond: Robert Indiana, 'KvF', 1991.
Sinds afgelopen april heeft het museum een deel van collectie samengebracht onder de noemer 'Hello World, Revision einer Sammlung'. Het museum zegt daarover: "deze herziening van de verzameling is een kritisch onderzoek naar de collectie en haar overwegend Westerse focus". En zo'n heroriëntering van de art scene op het eigen verzamel-beleid zie je momenteel op het hele Westerse halfrond plaatsvinden. Heel veel musea houden zich bezig met de vraag hoe de collectie er vandaag de dag uit zou zien, als er meer oog zou zijn geweest voor de kunstuitingen in de ons omringende (en zogenaamde) 2e en 3e wereld?

"Hello World legt de nadruk op trans-nationale artistieke netwerken en cross-culturele verwikkelingen vanaf het einde van de 19e eeuw tot heden". Concreet betekent dit, dat het museum tot eind augustus is ingericht met een tiental thematische hoofdstukken. Je ziet er presentaties met titels als "Woher kommen wir?", "Die tragbare Heimat" en "Ein Paradies erfinden": allemaal met een eigen concept. Maar je begrijpt, het voert hier te ver om hier uitgebreid op in te gaan. 

In de centrale hal zie je grote én kleinere sculpturen en installaties (onder de naam "Agora"). Zoals gezegd is Joseph Beuys heel prominent aanwezig. Op de eerste etage zie je een  grote presentatie met alleen figuratieve beelden (prachtige sculpturen, bustes en torso's van mensen als Rudolf Belling, Hans Arp, Asger Jorn, Picasso, maar ook Paul McCarthy en ga zo maar door).
In "Rot, Gelb und Blau gehen um die Welt" zie je een expositie met een Nederlands tintje. Daar hangt Barnett Newman's 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue IV' (1969-1970)*, waarin de Amerikaanse kunstenaar reflecteert op 'onze' Piet Mondriaan

#kunstweetje: Barnett Newman maakte vier versies van 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue":
I is in privé-bezit; 
II is van de Staatsgalerie Stuttgart;
III is van het Stedelijk Museum Amsterdam en
IV hangt (dus) in Museum Hamburger Bahnhof.
Versie III en IV zijn ooit gevandaliseerd (zoals wij Nederlanders maar al te goed weten...).   






1. Andy Warhol, 'Hammer and Sickle', 1976. 2. David Bradley, 'Pueblo Feast Day', 2005. 3. Andy Warhol, 'Joseph Beuys', 1980. 4. Andy Warhol, 'Double Elvis', 1963. 5. Groot 'masker' van Keith Haring, 'Untitled', 1987. 6. Lyonel Feininger, 'Teltow II', 1918 (Collectie Neue Nationalgalerie). 

Ik hoop dat ik je een beetje lekker heb kunnen maken voor de mooie kunst in Museum Hamburger BahnhofZodra je een mogelijkheid hebt, raad ik je aan vooral zelf te gaan kijken!
En tot die tijd? 'Kwijlen' bij de foto's.... :-)

Berlin: die stadt die nimmer ist, aber immer wird. Een mooie omschrijving voor een stad die altijd in beweging is. Berlijn verandert constant. Geen mooie stad, wel oprecht en met heel veel geschiedenis. Een 'ingewikkelde' stad, maar wel straight.


-X-


Ik wil je nog even wijzen op het eerste deel van mijn verslag over mijn kunstreisje naar Berlijn. Want Sammlung Boros is ook een grote aanrader...


Barnett Newman, 'Who's Afraid of Red, Yellow and Blue IV' (1969-1970).
Tekst en alle (iPhone) foto's: © Miriam van der Meer (behalve deze hierboven... :-)

Auto Post Signature

Auto Post  Signature