Voor elk wat wils en Rineke Dijkstra in Museum de Pont

8 mei 2018
Shame on me en mea culpa! In het 25-jarige bestaan van Museum de Pont - in september 2017 vierde het kunsthuis haar zilveren jubileum - is het er nooit van gekomen. Niet eerder bezocht ik het museum voor hedendaagse kunst in Tilburg. En moet je nagaan wat ik dan allemaal heb gemist!

Maar goed, mijn excuus is gemaakt en met terugwerkende kracht ben ik hevig onder de indruk van al het gepresenteerde in dit museum. Het begint al bij de entreepoorten. Het lijnenspel van de door Benthem Crouwel Architekten ontworpen doorgang naar het voorterrein is geweldig (dit bureau was ook verantwoordelijk voor de verbouwing van de voormalige wolspinnerij tot museum), zeker als het zonnetje zo heerlijk schijnt als vandaag. 
Maar voor ik verder ga....

Mag ik je uitnodigen voor een rondleiding door Museum de Pont?



1. Philippe Vandenberg | Arafat Painting| 1990. 2. Rineke Dijkstra | Beth (links) | Amy (rechts) | 2008 (Courtesy the Artist and Marian Goodman Gallery, New York, Paris and London; Galerie Max Hetzler, Berlin and Paris and Jan Mot, Bruxelles). 3. Eén van de geschakelde doorgangen.
Ik begin met een geinig feitje: toen Museum de Pont in 1992 haar deuren opende, bezat het prille museum slechts een stuk of tien werken van drie verschillende kunstenaars. Mooie stukken (zoals werk van Richard Long en een vierluik, 'The First People' van Marlene Dumas), maar dat is wel een magere verzameling (to say the least) om een museum mee te starten. Zeker als je zo'n 6.000 m² tentoonstellingsruimte tot je beschikking hebt.

kunst van nu in een fabriek van toen

Het was dus niet zozeer een verzameling waarmee het museum toentertijd startte, maar het kapitaal van jurist en ondernemer Jan de Pont (1915-1987). De Mercedes-importeur en naamgever van het museum bepaalde kort voor zijn overlijden dat een deel van zijn vermogen ingezet moesten worden ter stimulering van hedendaagse beeldende kunst. En de voormalige wolspinnerij - waar Jan de Pont in de zestiger jaren bemoeienis mee had gehad - kon voor een schijntje worden aankocht. Dat scheelt een slok op een borrel. "Met de overname van het pand, voor een symbolisch bedrag, kwamen vier van de zes overgebleven medewerkers van de spinnerij eveneens in dienst van De Pont". Vanuit de wol naar de kunst...

Op de website kun je lezen dat de collectie nadien heel langzaam is gegroeid en dat het museum inmiddels ruim 800 werken onder haar hoede heeft. En De Pont koopt regelmatig nieuwe werken aan met de bedoeling kunstenaars in hun loopbaan te volgen, want het is wars van 'eendagsvliegen'. "Het beleid blijft gericht op gestage uitbreiding van de verzameling, met voor elke beoogde aanwinst de conditie dat het een wezenlijke aanvulling vormt op, en de 'dialoog' aan kan met de al in de collectie aanwezige werken."





1. Howard Hodgkin | Learning about Russian Music | 1999 2. Thomas Schütte | Grosse Geister nrs. 4, 5, 14 | 1997-1999 3. Kees de Goede | Deep Space C | 2016-2017 4. Gerhard Richter | Abstraktes Bild (784/1-120) | 1992 5. Thierry De Cordier | 2 Fontaines: Trunkenbild | 1985-2002.
Inmiddels heeft De Pont een prachtige bezit opgebouwd. En deze jubelende uitspraak doe ik heel gedecideerd, ondanks het feit dat ik maar een deel van de verzameling ken (want ik ben ervan overtuigd dat het getoonde exemplarisch is voor de rest). Een paar van die topstukken zie in dit verslag en een ander deel volgt in mijn relaas over de tijdelijke expositie met het werk van Sean Scully. (dus a continuing story).

Goed. Naast de wisselende presentatie van de eigen collectie heeft De Pont een vaste routine van drie grote exposities per jaar. Vandaar dat 'voor elk wat wils' in de aanhef van dit verslag. Er is altijd wat te beleven. Zoals ook op dit moment (en nog tot en met 22 juli) het fotografische werk van Rineke Dijkstra (1959). 
Gelauwerd met 's werelds meest prestigieuze prijs op het gebied van fotografie - de Hasselblad Award in 2017 - is Rineke Dijkstra bekend geworden met, en wereldwijd geprezen voor haar portretfotografie en dan met name met haar serie strand-scenes op diverse plekken in de wereld.

bedrieglijke terloopsheid

Rineke Dijkstra lijkt haar onderwerp - vaak kinderen en jongvolwassenen - te fotograferen met een vanzelfsprekende terloopsheid, maar dat is heel bedrieglijk. De fotograaf maakt het zichzelf namelijk niet makkelijk. Met een analoge, 4×5 inch technische camera waar steeds nieuwe negatieven in gestoken moeten worden (en dat zegt mij persoonlijk allemaal niks, want ik heb hoegenaamd geen verstand van 'ouderwets' fotograferen), schijnt haar werkwijze een behoorlijk tijdrovend proces te zijn. En deze methode vraagt ook nogal wat van de modellen, die tijdens het maakproces niet mogen bewegen.




Overzicht van diverse foto's van Rineke Dijkstra, met 4. een foto uit de serie gemaakt in het Amsterdamse Vondelpark, 2005. Voor al het Rineke Dijkstra werk geldt: courtesy the artist and Marian Goodman Gallery, New York, Paris and London; Galerie Max Hetzler, Berlin and Paris and Jan Mot, Bruxelles.
Wat mij opvalt bij de haarscherpe 'ten voeten uit' beelden, is de 'ongemakkelijkheid' van de geportretteerden. In die foto's waar je het hele lichaam ziet, weet je dat het model zichzelf - in spannende afwachting en enigszins bezorgd - een aantal vragen heeft gesteld. "Help..., wat moet ik met mijn handen", "Oh, waar zet ik mijn voeten", "hoe houd ik mijn hoofd.....?" Van dat soort gedachten, zo stel ik mij voor.

ongemakkelijke onbevangenheid

Die onhandigheid met de situatie is terug te vinden in veel van het werk van Dijkstra en ook dat element maakt haar werk kwetsbaar en subtiel. Ik denk dat de fotograaf haar 'modellen' slechts één instructie meegeeft en dat is "niet lachen". Op de foto's zie je de hoofdperso(o)n(en) zelden of nooit lachen. Ze kijken en dat is alles.

Ook deze tentoonstelling wordt (zoals gezegd) omringd door kunstwerken uit de eigen collectie. Naast de wisselende presentaties hangen altijd oude bekenden, maar omdat de schilderijen en sculpturen in een andere samenhang worden getoond, ga je er anders naar kijken. Die werken krijgen een nieuwe context en dat op zich lijkt mij een goede reden om geregeld een bezoek te brengen aan Museum de Pont.
Zo heb ik mij voorgenomen (en belofte maakt schuld)....





1. Fiona Banner | Nose Art | 2015 (twee neuskegels van een Harrier Jump Jet) 2. Toon Verhoef | Zonder Titel/Untitled | 2006 3. Luc Tuymans | Bathroom | 1996 4. Henk Visch | Het Beeld | 1993 5. Marlene Dumas | Black Drawings | 1991-1992.
In de grote, lichte zaal en de spannende, voormalige 'wolhokken' van de monumentale oude fabriek zie je één grote sterrenparade. Ik zag kunstwerken van alle 'groten der aarde'. Neem Ai Wei Wei met 'Grapes' (2010): een sculptuur gemaakt van oude krukjes, dat door het mooie doorleefde 'patin' een bepaalde vervreemding oproept.
In een andere loods-achtige ruimte in het complex maakte Richard ('Iron man' :-) Serra in 1992 'Gutter Splash Two Corner Cast'. "Hij plaatste een schot in een hoek van 45° in de linkerhoek, waarna hij het vloeibare lood in de aldus ontstane punt wierp. Na zo drie pijlpunt-vormige afgietsels te hebben gemaakt, verplaatste hij het schot naar de rechterhoek, waar nog drie afdrukken ontstonden en waar het schot tenslotte is blijven staan."
De installatie straalt een en al brute kracht.

Maar weet je wat? Ik stop ermee. Ik heb genoeg redenen aangedragen om je te overtuigen zelf te gaan kijken.

Ik zeg...


-X-


go, go, go!

Bezoek de website van Museum de Pont voor bezoekersinformatie. En je krijgt van mij nog een verslag van de tijdelijke expositie van de Ierse kunstenaar Sean Scully, dus wordt vervolgd....



1. Ai Wei Wei | Grapes | 2010 2. en 3. Richard Serra | Gutter Splash Two Corner Cast | 1992
Tekst en alle (iPhone) foto's: www.agreylady.nl
Post Comment
Een reactie posten

Auto Post Signature

Auto Post  Signature