Nieuw in mijn museum Top-5: Tate Modern in Londen

27 juni 2019
Ik noem het een typische gevalletje 'kunstdwepen', want wát een fan-tas-tisch museum! Mijn eerste kennismaking moet ik ietwat schaamtevol bekennen. Maar sinds mijn bezoek verleden week bestormt dit kunsthuis met stip mijn museum-Top-5. Gevestigd op de zuid-oever van de Theems in Londen, in een kapitaal industrieel gebouw en met een eigen collectie van jewelste. Top of the bill en het neusje van de zalm. Superlatieven te over. Gespecialiseerd in kunst vanaf - pak 'em beet - 1900 tot nu.  Een must see voor iedere kunstaanbidder. Maar zelfs de regelrechte cultuurbarbaar zou er even moeten gaan koekeloeren, want grote delen van het museum zijn immers gratis.
Do I need to say more?

Jazeker, want dit bulletin staat geheel in het teken van het Tate Modern. En echt, je verveelt je geen moment. Integendeel zelfs. Hoeveel prikkels kun je hebben? Al je zintuigen gaan op scherp.
Kijk en lees je mee?



1. Roy Lichtenstein, 'Ahaam!, 1963. 2. In het trappenhuis een enorm werk van Jenny Holzer, 'Inflammatory Essays', 1979-82. 3. Jenny Holzer (i.s.m. Lady Pink), 'When you expect fair play...', 1983 of 1984. 
Het is ongeveer 40 jaar geleden (!) dat ik voor het laatst een trip maakte naar de Britse hoofdstad en dat was (dus) in een heel andere fase van mijn leven. Toentertijd nog amper geïnteresseerd in kunst. Ik liet alle musea links liggen ("boring!") en ging voor de gebruikelijke toeristische highlights van de stad. Zeg maar 'Londen voor beginners' (of dummies, zo je wilt). De Tower (bridge); de wisseling van de Horse Guards; de Big Ben (nu ingepakt voor onderhoud); een pint of een G&T in een pub, een ritje bovenin een dubbeldekker en - heel old school - een foto al bellend in een (tevens) rode telefooncel. Je kent het wel. Het bekende decor.

all time favorites

Heel begrijpelijk allemaal (zo gaan die dingen), maar dit keer vermeed ik juist die populaire tourist traps. Deed ik niks aan sightseeing, maar stond juist alles in het teken van kunst en nog eens kunst. En de stad blijkt ook (en natuurlijk) heel erg veranderd. Nu een skyline met (te) gekke wolkenkrabbers die namen dragen als de 'Augurk', Kaasrasp', 'Scherf'* en 'Walkie Talkie'. The London Eye (het reuzenrad), de Millennium Bridge.
Er zijn nu nieuwe hangplekken voor creatieve Londenaren, zoals de hipster-wijk Shoreditch en het wat chiquere Camden. Londen is een wereldstad en een belangrijk oord op het gebied van kunst, design, mode, architectuur en interieur. Een stad waar 'typisch Engels' moeiteloos samengaat met de internationale smaak van een metropool.
 * resp. GherkinCheese grater en Shard en deze gebouwen zijn heel goed te bewonderen vanaf de 10de verdieping van het Tate Modern. (Maar niet voor mij, met mijn hoogtevrees....).

En hoeveel musea kun je dan bezoeken in - pakweg - vijf dagen? Nou, vijf! Elke dag één. Ik ging naar het Design Museum, het V&A, The National Gallery, Tate Britain en - last, maar zeker not least, Tate Modern. En wát voor museum! Dit 'home of International modern and contemporary art' is in z'n eentje al goed voor een hele dagtaak. En ik was er niet weg te slaan.






1. Christian Schad, Agosta, der Flügelmensch, und Rasha, die schwarze Taube', 1929. 2. Giorgio Morandi, 'Natura Morta', 1946. 3. Marcel Duchamp, (of was het Elsa von Freytag-Loringhoven), 'Fountain', 1917 (replica 1964). 4. Marc Chagall, 'L'Ane vert', 1911. 5. Bram Bogart, 'Witvlakwit', 1974. 6. Henri Matisse, 'L'Escargot', 1953.
Het begon allemaal met het museum dat nu Tate Britain heet. In 1889 doneerde de filantroop Henri Tate (1819-1899) - snel rijk geworden met de handel in suiker - vijfenzestig schilderijen en £ 80.000 aan de Britse overheid, onder de voorwaarde dat de doeken opgehangen zouden worden in een eigen kunsthuis aan de Theems. Aanvankelijk heette het in 1897 geopende museum 'National Gallery of British Art', maar sinds 1932 kreeg het als eerbetoon de naam 'Tate Gallery'. In 2000 werd het woord 'Gallery' vervangen door 'Britain', omdat in dat jaar schuin tegenover, aan de andere kant van de Theems het Tate Modern werd geopend.

Okay, toen waren er dus twee (in Londen, maar je hebt ook nog het Tate Liverpool en het Tate St. Ives). Wat is het verschil tussen die twee? En laat één ding duidelijk zijn: beide musea zijn wereldberoemd om hun collectie en de één is niet beter dan de ander. Wel anders. 

pretty and prettier

We beginnen met het onderkomen. Voor sommigen misschien van ondergeschikt belang, ik daarentegen, geloof dat de ambiance waarin de kunst wordt getoond een belangrijk onderdeel is van de beleving. Vooral als je net als ik, geniet van een wandeling door een museum dat eruit ziet als een kunstwerk. (Kort door de bocht is mijn voorkeur: 'oude' kunst in een nieuw gebouw, 'nieuwe' kunst in een oud gebouw of beiden in nieuw. Zoiets...). Tate Britain huist in een eind negentiende-eeuws monument in neoclassicistische stijl met allerlei Victoriaanse details, terwijl Tate Modern is gevestigd in een voormalige elektriciteitscentrale met een enorme turbinehal én een nieuwbouw-deel, dat werd opgeleverd in 2016. En die hippe ruig-industriële betonlook van Tate Modern spreekt mij wel heeeeel erg aan.

ruig-industriële betonlook

Tot slot van dit vergelijkend warenonderzoek, de verschillende collecties. Tate Britain heeft veel en meer (al) gevestigde namen, want hun verzameling start ergens rond 1500 tot nu. Werken van beroemde kunstenaars, en dan vooral ook veel Britse artiesten (Turner, Moore, Blake, Everett, Bacon etc.). Het jongere zusje (Modern) is veel groter, is veel internationaler en richt zich op creatieve uitingen vanaf - ik noem maar een dwarsstraat - 1900. Daarom heeft het ook meer installaties, film- en video-werk, performances, fotografie en grootscheepse sculpturen. Vaak spectaculair en fotogeniek (dus #instagrammable).






1. Bridget Riley, Nataraja', 1993. 2. Ana Lupas, 'The Solemn Process', 1964-2008. 3. Salvador Dali, 'Téléphone - Homard', 1936. 4. Twee van de zes schilderijen 'Cage', 2006 (een eerbetoon aan de Amerikaanse componist John Cage) van Gerhard Richter. 5. Pablo Picasso, 'Buste de femme', 1909. 6. Claude Monet, 'Nymphéas', 1916. 
Maar wat zag ik dan in dat door mij zo bejubelde Tate Modern (waar sinds 2016 een vrouw, Frances Morris aan het roer staat)? 
Ik startte in de 'oudbouw', the Bankside Power Station', nu bekend als the Natalie Bell Building. Niet eens zó oud, want de elektriciteitscentrale werd gebouwd tussen 1947 en 1963 en in 1981 alweer gesloten. Omgebouwd tot museum werd het in 2000 geopend door her majesty the queen en zestien jaar later kreeg het een nieuwe aanbouw, the Blavatnik Building, waarmee het museum met 60% werd vergroot. Sinds de opening is het goed voor zo'n 5 miljoen bezoekers per jaar en daarmee een van de drie paradepaardjes van Londen

paradepaardje

Zóu je afreizen naar Londen voor een bezoek aan het museum, dan raad ik je aan te starten op de tweede verdieping (level 2). Daar zie je de hoogtepunten van de eigen collectie. Het Tate Modern heeft een vertrouwd concept om de kunst niet in tijd- of stijlperiodes, maar thematisch in te delen en vandaar dat je verschillende zalen ziet die kwesties behandelen als 'Artist and Society'', 'In the Studio' en 'Materials and Objects'. De zaalteksten zijn (ook hier) van het niveau 'knap staaltje elitaire vaagtaal', dus ik ga je niet vervelen met die te verklaren. Als mij dat al zou lukken? (Waar ik mij dan wel groen en geel aan erger, maar goed...😕). Kijken, kijken en nog eens kijken. En genieten. Laat je prikkelen en ga op zoek naar wat jou aanspreekt.

diversiteit en inclusiviteit

Het museum is namelijk één groot avontuur. Je loopt van Degas, langs Mondriaan, naar Dali, Duchamps, Rothko, Kounellis, om weer uit te komen bij Monet. Kortom: niet per se logisch, wel heel verrassend. Ik zag ook veel mooie kunst van mij volstrekt onbekende, niet-Westerse kunstenaars. Want net als overal elders in de (kunst)wereld, zie je in het Tate Modern dat het engagement; de betrokkenheid bij maatschappelijke kwesties, sterker is dan ooit. Zo is er veel aandacht voor vrouwelijke kunstenaars. Ik noem er hier twee.

Er is een presentatie van het werk van Nan Goldin (1953, Washington, VS). In de zeventiger en tachtiger jaren werkte deze fotograaf in een snapshot, dagboek-achtige stijl aan haar sleutelwerk 'The Ballad of Sexual Dependency': een fotoreeks over de harddrug-subcultuur in de wijk Bowery in New York. Een scene waar Goldin zelf ook deel van uit maakte. Heel indringende foto's.






Een blokje vrouwen: 1. en 2. Nan Goldin, 'Greer and Robert on the bed, NYC', 1982 en (detail van) 'Nan one month after being battered', 1984. 3. Heague Yang, 'Sol Lewitt Upside Down - Structure with Three Towers, Expanded 23 Times, Split in Three', 2015. 4. Guerrilla Girls, 'Guerrilla Girls Talk Back', 1985-90. 5. en 6. Jenny Holzer, 'I am not free because....',  ca. 1983 en '8 Truisms', 1977-79. 
Of neem Jenny Holzer (1950, Ohio, VS). De (woord)kunstenaar is gefascineerd door teksten. Holzer presenteert in een geweldige vertoning met heel divers werk, maar allemaal 'talig', uitspraken die sterke reacties kunnen uitlokken. "Of de teksten nu wordt aangetroffen in de straten van de stad of in kunstgalerieën, haar werk vraagt ​​ons, als toeschouwers, om de woorden en berichten die ons omringen te wikken en te wegen." Heel spectaculair (en moeilijk te fotograferen, vandaar hieronder twee maal bewegende beelden).

Conclusie?
Mócht je overwegen een kunstzinnige citytrip te maken, bezin je dan op Londen en ga langs in het Tate Modern. En trek daar gerust een hele dag voor uit. Go, go, go!


-X-


Zoals gezegd is ook Tate Britain de moeite waard. Maar daarover later....




Hierboven twee installaties van Jenny Holzer: 1. Servival series', 1984 en 2. 'Blue Purple Tilt', 2007.

Tekst en alle (iPhone)foto's: ©MiriamvanderMeer | www.agreylady.nl

Auto Post Signature

Auto Post  Signature