16 september 2015

Taal-discriminatie en het gele boekje


Verleden week beschreef ik (nogal omslachtig) mijn liefde voor de Nederlandse taal, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het Vlaams nog schoner is. Tenminste, dat vinnik. En ik blijk niet de enige te zijn die deze mening is toegedaan: uit een onderzoek* blijkt dat 46% van de Nederlanders het Vlaams mooier vindt dan de 'eigen' taal. Nog een feitje: de Vlamingen zijn nét een beetje meer fier op onze Moerstaal dan wij. Misschien is dat te verklaren uit het feit dat zij een moeizame en langdurige taalstrijd hebben moeten leveren met de Walen.

Schotelvod (= vaatdoek)
 
 
Dovemansgesprek
(= gesprek tussen mensen die elkaar niet willen of kunnen begrijpen)
 
Nog zoiets? Hoe komt het toch dat Belgen altijd beter scoren bij taalspelletjes. Vroeger had je Tien Voor Taal en je kon er gif op innemen: het Belgische koppel deed het steevast beter. Of neem Het Groot Dictee Der Nederlandse Taal. Idem dito met een sterretje.
Zeker en vast dat een Belg de gouden vulpen in de wacht sleept.

Plattekaas (= kwark)
Onthaalmoeder (= oppasmoeder)
Gek genoeg zat het Vlaams tientallen jaren in het verdoemhoekje. Sterker nog, je kunt zelfs wel zeggen dat er sprake was van taal-discriminatie. Redacteuren van Vlaamse kranten leerden decennialang om Belgisch-Nederlandse woorden te vermijden. Zo werd de runderziekte BSE door Vlaamse couranten vertaald als dollekoeienziekte, totdat in de Nederlandse kranten gekkekoeienziekte opdook en men in één klap overging op die term.
 

Halvelings (= gedeeltelijk)
Droogkuis (= stomerij)
Maar er is verandering op komst. In de nieuwe papieren editie van de Dikke Van Dale die 6 oktober aanstaande uitkomt is bij veel Zuid-Nederlandse woorden de bijvoeging 'niet algemeen' verdwenen. En om dat te 'vieren' is er nu het Gele Boekje: een lijst met duizend Belgisch-Nederlandse woorden die gerehabiliteerd zijn. Een typisch gevalletje taalverrijking. Kijk maar eens naar de woorden op deze pagina.
Jammer dat een aantal woorden of begrippen niet in de gratie vielen: ajuin (ui), een dikke nek (een opschepper), frigo (koelkast) en gazet (krant) zijn en blijven taboe. Én mijn favoriete Zuid-Nederlandse woord:
 
        goesting (= zin, trek)
 
-X-
 
dat vind ik niet plezant.
(en plezant mag ook niet....)
 
Volgens het Gele Boekje correct Nederlands:
Baanvak (rijstrook)
Bemeubelen (meubileren)
Buizen (niet geslaagd zijn voor tentamens)
Commerçant (negatief woord voor handelaar)
Containerpark (milieustraat)
Culpabiliseren (de schuld geven)
Depanneren (uit de nood helpen)
Duimspijker (punaise)
Een eitje met iemand te pellen hebben (een appeltje met iemand te schillen hebben)
Foorkramer (kermisexploitant)
Geld als slijk verdienen (geld als water verdienen)
Zo fier als een gieter (apetrots)
Lidgeld (contributie)
Lintmeter (meetlint)
Materniteit (kraamkliniek)
Matrak (wapenstok)
Microgolf (magnetron)
Mobilhome (camper)
Robotfoto (compositiefoto)
Stoemp (stamppot)
Terminus (eindpunt)

 
* Taalpeil. De Nederlandse Taal: feiten, cijfers en meningen, 2005 Nederlandse Taalunie
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Back to Top